Gemeenteblad van 's-Gravenhage
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2026, 238036 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2026, 238036 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling grootschalige activiteiten samen sociaal en vitaal Den Haag 2026
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 1:4 bedoelde activiteiten.
Artikel 1:3 Doel van de subsidie
Het achterliggende maatschappelijke doel van de subsidieregeling is dat kwetsbare inwoners duurzaam volwaardig en betekenisvol kunnen deelnemen aan de Haagse samenleving en dat hun mantelzorgers duurzaam hulp en ondersteuning kunnen bieden zonder dat dit ten koste gaat van de eigen vitaliteit, participatie of zelfredzaamheid.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten met een langdurig positief effect voor:
kwetsbare inwoners met een beperking in groepsverband, waarvan maximaal 25% in een intramurale zorginstelling verblijft, die door hun beperking geen gebruik kunnen maken van het reguliere aanbod van activiteiten, waarbij de activiteiten gericht zijn op het versterken van de vitaliteit, participatie of zelfredzaamheid en plaatsvinden in de vrije tijd en geen vervanging zijn van werk, vrijwilligerswerk, of andere vormen van dagbesteding;
mantelzorgers door individuele en groepsgerichte ondersteuning van deze mantelzorgers, waarvan maximaal 25% in een intramurale zorginstelling verblijft, waarbij de activiteiten zich onderscheiden van de aangeboden mantelzorgondersteuning op de Servicepunten XL en gericht zijn op het verminderen van belasting door het versterken van de vitaliteit, participatie en zelfredzaamheid van mantelzorgers; of
Artikel 1:6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de naar het oordeel van het college redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten bedoeld in artikel 1:4.
Artikel 1:7 Hoogte van de subsidie
Een subsidie bedraagt per kalenderjaar minimaal € 45.000,- en minimaal € 90.000,- per aanvraag voor het gehele subsidietijdvak met een maximum van:
Artikel 1:9 Wijze van verdeling van subsidie
Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende criteria en tot het daarbij vermelde maximum aantal:
de aanvrager werkt vraaggericht en zorgt ervoor dat de activiteiten voldoen aan de behoeften van de deelnemers; dit blijkt uit de mate waarin de behoeften van de doelgroep proactief uitgevraagd worden bij deelnemers en zij worden betrokken bij het vormgeven, uitvoeren en bijstellen van de activiteiten:
de aanvrager heeft een proactieve wervingsaanpak die aansluit op de doelgroep waarop de activiteiten zijn gericht alsmede op de vrijwilligers die bij de uitvoering betrokken worden; dit blijkt uit de aanpak die de aanvrager gebruikt om de doelgroep en de vrijwilligers op meerdere, langdurige, diverse en proactieve manieren te bereiken en de mate waarin de activiteiten voor de doelgroep van de activiteiten zichtbaar en vindbaar zijn:
de aanvrager richt zich op deelnemers uit doelgroepen die lastig te bereiken zijn; dit blijkt uit de wervingsaanpak die de aanvrager gebruikt om die doelgroepen op meerdere, langdurige, diverse en proactieve manieren te bereiken en de mate waarin de activiteiten van de aanvrager op de behoeften van die doelgroepen aansluiten:
de aanvrager werkt samen met een relevant netwerk van samenwerkingspartners om het effect van de activiteit op de deelnemers van de activiteit te versterken; dit blijkt uit de contacten van de aanvrager met partners die ook hulp en ondersteuning bieden aan de doelgroep, de mate waarin de onderlinge kennisdeling en doorverwijzing bij die contacten voorop staat en de actieve wijze waarop de aanvrager invulling geeft aan de samenwerking met die contacten:
de aanvrager werkt structureel aan een goed vrijwilligersbeleid; dit blijkt uit het feit dat de aanvrager over het Haags Keurmerk voor Vrijwilligersorganisaties of het Keurmerk van Vrijwillige Inzet Goed Geregeld van de Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk beschikt of de mate waarin de aanvrager een vergelijkbare structuur voor de ondersteuning, ontwikkeling en waardering van vrijwilligers biedt:
de effectiviteit en impact van activiteiten worden gedurende het gehele subsidietijdvak gemonitord en geëvalueerd; dit blijkt uit het feit dat periodiek onderzoek wordt gedaan naar de klanttevredenheid, de impact van de activiteiten periodiek wordt geëvalueerd en de activiteiten aan de hand daarvan gedurende het jaar worden aangepast:
In aanvulling op het eerste lid kent het college voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1:4, onder a, ook punten toe aan de hand van de volgende criteria en tot het daarbij vermelde maximum aantal:
de aanvrager vergaart inhoudelijke kennis om eenzaamheid te verminderen; dit blijkt uit het feit dat professionals en vrijwilligers een training ten behoeve van de signalering van eenzaamheid hebben gevolgd, waarin de onderwerpen terugkomen uit het handboek ‘Verbinden met eenzaamheid’ of het handboek ‘In gesprek over eenzaamheid’:
In aanvulling op het eerste lid kent het college voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1:4, onder c, aanvullend 2 punten toe wanneer de activiteit zich specifiek richt op mantelzorgers met een migratieachtergrond, werkende mantelzorgers, mantelzorgers die zorgen voor iemand met een beperking of mantelzorgers jonger dan 28 jaar.
Indien middelen op grond van artikel 1:8, derde lid, worden ondergebracht in een nieuw deelplafond dan:
stelt het college bij gelijke rangschikking na toepassing van sub d, de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting, waarbij enkel geloot wordt in de situatie dat één of meer van de gelijk gerangschikte aanvragen op grond van het nieuwe deelplafond in aanmerking zou komen voor subsidie.
Hoofdstuk 2 Subsidieperiode, aanvraag subsidie en termijnen
Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend voor het gehele subsidietijdvak, dat aanvangt op 1 januari 2027 en eindigt op 31 december 2028.
Hoofdstuk 5 Verantwoording en vaststelling na verlening
Artikel 5:1 Wijze van tussentijdse verantwoording
Onverminderd artikel 16a van de ASV en in aanvulling op artikel 17, vierde lid, van de ASV bevat het inhoudelijk verslag per activiteit een overzicht van het totale aantal deelnemers, het totale aantal unieke deelnemers, het aantal deelnemers per doelgroep van de activiteiten en het aantal unieke deelnemers per doelgroep van de activiteiten en, indien van toepassing, het aantal vrijwilligers dat bij de activiteit betrokken was.
Artikel 5:2 Eindverantwoording
In aanvulling op artikel 17, vierde lid, van de ASV bevat het inhoudelijk verslag de volgende gegevens:
per activiteit een overzicht van het totale aantal deelnemers, het totale aantal unieke deelnemers, het aantal deelnemers per doelgroep van de activiteiten en het aantal unieke deelnemers per doelgroep van de activiteiten en, indien van toepassing, het aantal vrijwilligers dat bij de activiteit betrokken was;
Den Haag, 12 mei 2026
Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris,
Ilma Merx
de burgemeester,
Jan van Zanen
Bij een langdurig positief effect gaat het erom dat de activiteiten structureel worden aangeboden of op een andere manier continuïteit bieden, er voor de hele doelgroep ruimte moet zijn om mee te kunnen doen en ook te blijven doen, dat de activiteiten de doelgroep ondersteunen of onderling contact stimuleren en dat vertrouwen bij de deelnemers wordt opgebouwd en behouden. Dit betekent dat aanvragen die bijvoorbeeld gericht zijn op het organiseren van uitjes, feestjes en het vergroten van leefplezier op incidentele basis niet zien op het bereiken van een langdurig positief effect.
Het college ziet graag dat aanvragers werkbare elementen inzetten bij het uitvoeren van hun activiteiten gericht op het tegengaan van eenzaamheid. Op basis van onderzoeken, waaronder die van Movisie, zijn een vijftal werkbare elementen geformuleerd. De aanvraag moet minimaal twee van deze elementen bevatten, maar het college moedigt het benutten van meer elementen aan om de effectiviteit van de activiteiten te vergroten.
Het gaat hier om een aanbod van activiteiten dat specifiek gericht en bedoeld is voor kwetsbare inwoners met een beperking en waarbij de activiteit ook specifiek aansluit bij de behoefte van mensen met een beperking.
De activiteiten moeten zich vooral richten op doelgroepen die nog thuiswonend zijn. Belangrijke reden hiervoor is dat activiteiten binnen een intramurale zorgomgeving al vanuit andere bronnen worden gefinancierd.
Artikel 1:6, tweede lid, onder g
Vrijwilligersvergoedingen moeten naar het oordeel van het college redelijk en proportioneel zijn. Dit betekent dat de kosten van de vergoedingen voor vrijwilligers in verhouding dienen te staan tot de totale kosten van de activiteiten en dat de vergoeding niet aan elke vrijwilliger wordt betaald, maar alleen aan die vrijwilligers die tot een specifieke doelgroep behoren of een meer dan bovengemiddelde inzet leveren. Te denken valt aan vrijwilligers met een laag inkomen of vrijwilligers die een lange werkweek maken als vrijwilliger.
Artikel 1:9, tweede lid, onder a
De impact wordt beoordeeld aan de hand van de drie factoren. Bij de aard van de problematiek onder de deelnemers geldt dat onder andere de complexiteit van de problematiek of de mate waarin er sprake is van een verminderde vitaliteit, participatie of zelfredzaamheid van belang is. Bij de aard en de duur van de aangeboden activiteiten speelt een rol hoe lang en hoe vaak deelnemers aan een activiteit kunnen deelnemen, maar ook of de aanvraag bijvoorbeeld ziet op activiteiten voor een doelgroep waar nog weinig aanbod voor is en daarmee samenhangend het aantal unieke deelnemers, op een deel van de stad waar nog weinig aanbod van (bepaalde) activiteiten is of op activiteiten die bijzonder vernieuwend zijn. Tot slot wordt de kwantiteit in ogenschouw genomen in die zin dat bij het beoordelen van de impact ook aandacht wordt besteed aan het aantal unieke deelnemers.
Artikel 1:9, tweede lid, onder b
Bij het activeren van de doelgroep gaat het erom dat de doelgroep een actieve eigen bijdrage aan de activiteiten levert. Te denken valt aan het gezamenlijk organiseren van de activiteiten in plaats van enkel deel te nemen.
Zoals gezamenlijk maken van een theatervoorstelling in plaats van enkel bezoeken hiervan. Bij mantelzorgers gaat het om de mate waarin zij worden geactiveerd om zich open te stellen voor hulp.
Artikel 1:9, tweede lid, onder e
Bij de lastig te bereiken doelgroepen gaat het bijvoorbeeld om deelnemers met een ooievaarspas, een beperking, een migratieachtergrond of meervoudige problematiek.
Artikel 1:9, tweede lid, onder f
Bij de partners die ook hulp en ondersteuning bieden gaat het bijvoorbeeld om welzijnsinstellingen, wijkorganisaties of levensbeschouwelijke organisaties.
Artikel 1:9, tweede lid, onder h
De keurmerken zorgen ervoor dat aanvragers een visie op het vrijwilligerswerk binnen hun organisatie hebben en er aandacht is voor de positie van vrijwilligers binnen de organisatie. Aanvragers hoeven niet daadwerkelijk over een keurmerk te beschikken om aan dit criterium te voldoen. Mogelijk is ook dat aanvragers aantonen dat zij over een vergelijkbare structuur voor vrijwilligers beschikken of een vergelijkbaar vrijwilligersbeleid hebben of dat zij bezig zijn om dat te bieden.
Artikel 1:9, derde lid, onder a
Voor het effectief verminderen van eenzaamheid is inhoudelijke kennis noodzakelijk. Aanvragers worden aangemoedigd om gebruik te maken van de signaleringstrainingen om de inhoudelijke kennis van professionals en vrijwilligers te vergroten. Deze training dient qua kennisniveau vergelijkbaar te zijn met het handboek ‘Verbinden met eenzaamheid’ of het handboek ‘In gesprek over eenzaamheid’.
Artikel 1:9, derde lid, onder b
Onder inwoners met meervoudige problematiek worden onder andere inwoners bedoeld die te maken hebben met een combinatie van GGZ-problematiek, armoede/schulden en dakloosheid.
Wanneer het college tot het oordeel komt dat de activiteiten in de ingediende aanvraag beter passen onder een andere subsidieregeling, dan kan het college uw aanvraag weigeren. Dit betreffen onder andere activiteiten waarbij gezamenlijk eten centraal staat. Aanvragers kunnen voor dergelijke activiteiten gebruik maken van de Subsidieregeling eten en ontmoeten Den Haag 2024.
Het college vindt het van belang dat gesubsidieerde organisaties overwegen om producten noodzakelijk voor het uitvoeren van gesubsidieerde activiteiten sociaal in te kopen. Daarom wordt van subsidieontvangers verwacht dat zij bij gelijke geschiktheid een afweging maken om sociaal in te kopen en hier in hun verantwoording van de subsidie een toelichting op te geven.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-238036.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.