Gemeenteblad van Waddinxveen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waddinxveen | Gemeenteblad 2026, 23773 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waddinxveen | Gemeenteblad 2026, 23773 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Financiële verordening gemeente Waddinxveen 2025
Voor een toelichting op de in deze verordening gebruikte begrippen wordt verwezen naar Bijlage 3 - Begrippenlijst bij deze verordening.
In deze verordening wordt verstaan onder:
Artikel 2. Planning & Controlcyclus
De planning-en-controlcyclus bestaat daarnaast uit twee of meer voortgangsrapportages en een kaderstellend stuk voor de opstelling van de begroting (kaderbrief). Het college kan hiervan afwijken, bijvoorbeeld in verkiezingsjaren bij de vorming van een nieuw college. In dat geval informeert het college de raad over de afwijkende lijn en de argumenten hiervoor.
De kaders voor de begroting worden opgesteld in een Kaderbrief. De Kaderbrief is een richtinggevend document met daarin de financiële kaders en de beleidsvoornemens voor de programmabegroting van het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. Het college biedt jaarlijks aan de raad een kaderbrief aan met daarin voorstellen voor de wijzigingen van het beleid voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming, inclusief de financiële consequenties. De raad stelt deze brief voor 15 juli vast. In een jaar met gemeenteraadsverkiezingen kan hiervan worden afgeweken.
Artikel 4. Inrichting begroting en jaarstukken
In de begroting en de jaarstukken wordt als bijlage een overzicht opgenomen waarin voor de programma’s, het overzicht algemene dekkingsmiddelen en het overzicht van de overhead de lasten en baten per taakveld worden weergegeven. In de programma’s van de jaarrekening en begroting worden op taakveldniveau de baten en lasten van het betreffende programma afzonderlijk inzichtelijk gemaakt.
In de begroting wordt als bijlage een overzicht opgenomen van de investeringen ingedeeld naar programma’s, het zogenaamde meerjareninvesteringsplan. In de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting wordt dit samengevat. In deze samenvatting worden meegenomen de verwachte restant kredieten in de begroting van reeds eerder door de raad geautoriseerde investeringskredieten. De (exploitatie en kapitaal) lasten en de dekking van de investeringen maakt onderdeel uit van de ramingen per programma
In de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 20 en 21 BBV, inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen, het groot onderhoud en de grondexploitatie. Dit wordt verder toegelicht in de paragraaf financiering in de begroting.
Artikel 6. Autorisatie begroting en kredieten
Het college informeert de raad als ze verwacht, de geautoriseerde lasten te overschrijden, de geautoriseerde baten te onderschrijden, een investeringskrediet te overschrijden of een groot onderhoudskrediet te overschrijden. De raad geeft aan of zij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het programma of prioriteit, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid.
In de tussentijdse rapportages, bedoeld in artikel 7, lid 1, doet het college aan de raad voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten en baten, de investerings- en groot onderhoudskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investerings- en groot onderhoudskredieten met een meerjarig karakter doet het college indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten.
Voor een bij de begroting nog niet voorziene investering, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. Bij investeringen groter dan € 1.000.000 informeert het college de raad in het voorstel ook over het effect van de investering op het weerstandvermogen van de gemeente.
Artikel 7. Tussentijdse rapportage (Burap)
Indien na opstellen van de tweede tussentijdse rapportage alsnog (financiële) afwijkingen van de begroting worden voorzien kan het college een beknopte derde tussentijdse rapportage (de slotwijziging zoals bedoeld in artikel 8.) (met uitsluitend de financiële afwijkingen met toelichting) aan de raad voorleggen ter autorisatie in de vergadering van december .
Artikel 9. Criteria voor overheveling incidentele budgetten en kredieten
Indien de activiteiten, waarvoor de raad een incidenteel budget beschikbaar heeft gesteld, niet of niet geheel in het boekjaar kunnen worden uitgevoerd, dan is onder voorwaarden, de mogelijkheid van overheveling aanwezig. In de tweede tussentijdse rapportage, de slotwijziging en in de jaarrekening zal hiervoor door het college aan de raad een voorstel worden gedaan als is voldaan aan de volgende voorwaarden:
Investerings- en groot onderhoudskredieten die niet in uitvoering zijn genomen of onverdeeld zijn kunnen maximaal twee jaar worden doorgeschoven naar een volgend jaar. Als het college voor een krediet deze termijn wil verlengen dan doet het college hiervoor een gemotiveerd voorstel aan de raad in de tweede tussentijdse rapportage.
Wanneer het Rijk de gemeente meedeelt dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, lid 6, Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig vindt, dan doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting aan de raad.
Artikel 11. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording
In de paragraaf bedrijfsvoering in de jaarrekening worden door het college alle geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) gelijk of groter dan € 150.000,- nader toegelicht. Dit inclusief, indien van toepassing, door het college genomen of nog te nemen beheersmaatregelen om de afwijkingen te voorkomen.
Artikel 12. Voorwaardencriterium
Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
Het college biedt de raad jaarlijks uiterlijk op 31 januari ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit de van toepassing zijnde wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Het college werkt dit normenkader uit in een toetsingskader voor de controle van de interne beheersing.
Artikel 13. Begrotingscriterium
Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de grenzen van de lasten en baten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investerings- en groot onderhoudskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten komen.
Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting onrechtmatig is. Afwijkingen worden door de raad als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:
Deze afwijkingen worden verder toegelicht in het overzicht van lasten en baten inclusief toelichting in de jaarrekening, zodat de raad kan vaststellen dat de afwijkingen op basis van dit artikel acceptabel zijn. Daarnaast wordt verwezen naar artikel 11, lid 2, over de verantwoordingsgrens voor de rechtmatigheidsverantwoording en naar artikel 11, lid 3, over de rapportagegrens in de paragraaf bedrijfsvoering in de jaarrekening.
Afwijkingen van de begroting die passen binnen het bestaande beleid van de raad worden verder toegelicht in het overzicht van lasten en baten inclusief toelichting in de jaarrekening, zodat de raad kan vaststellen dat het afwijkingen zijn die passen binnen het bestaande beleid van de raad. Daarnaast wordt verwezen naar artikel 11, lid 2, over de verantwoordingsgrens voor de rechtmatigheidsverantwoording en naar artikel 11, lid 3, over de rapportagegrens in de paragraaf bedrijfsvoering in de jaarrekening.
Overschrijdingen van baten en/of onderschrijdingen van lasten, investeringsbudgetten en baten zijn op zichzelf niet onrechtmatig en kunnen alleen onrechtmatig zijn als die niet tijdig aan de raad zijn gemeld. Deze zijn tijdig gemeld als deze zijn opgenomen in een tussentijds voorstel of tussentijdse rapportage aan de raad en/of toereikend zijn toegelicht in de jaarrekening over het betreffende boekjaar.
Artikel 15. Waardering en afschrijving vaste activa
Immateriële en materiële vaste activa worden gewaardeerd en afgeschreven volgens het BBV. De mogelijkheden tot eigen keuzes hierin worden in dit artikel verder uitgewerkt. De methoden van afschrijving en afschrijvingstermijnen bij de diverse soorten van vaste activa zijn verder uitgewerkt in de Bijlage 1-Afschrijvingsbeleid bij deze verordening. De afschrijvingstermijnen bij de diverse soorten vaste activa zijn richtinggevend, maar niet limitatief en niet bindend. Wanneer hiervan wordt afgeweken dan wordt dit door het college in het voorstel voor een investeringskrediet aan de raad toegelicht.
Het BBV laat de gemeente vrij in de keuze van afschrijvingsmethodiek. In beginsel wordt lineair afgeschreven. Wanneer er sprake is van gerelateerde inkomsten uit belastingen, heffingen en tarieven of gebouwen waarbij geen sprake is van onderhoudslasten voor rekening van de gemeente wordt er annuïtair afgeschreven.
De lasten van onderzoek en ontwikkeling die niet leiden tot waardevermeerdering van één bepaald actief komen in één keer ten laste van de exploitatie. Deze incidentele lasten worden gedekt uit een positief saldo van de begroting, uit de reserve maatschappelijke voorzieningen (indien van toepassing) en/of een onttrekking aan de Algemene Bedrijfsreserve Algemene Dienst.
In een investeringskrediet wordt, indien van toepassing, een redelijk deel aan personeels-, huisvestings- en overheadlasten (apparaatslasten) meegenomen. Rentelasten tijdens de realisatie van het krediet worden direct ten laste van de exploitatie gebracht en dus niet bijgeschreven op de investering.
Bij vervangingsinvesteringen, verbouwing en/of uitbreiding wordt voor de te hanteren afschrijvingstermijn een aansluiting gezocht bij de resterende levensduur van het totaal van het actief. Dit tenzij de activiteiten een levensduur verlenging van het totaal van het actief tot gevolg hebben of eigenstandig gebruik mogelijk is.
Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar ten laste van de exploitatie gebracht in de vorm van extra afschrijving. Bij waardevermindering van vaste activa met economisch nut moet dit worden onderbouwd met een onafhankelijke toets van de directe opbrengstwaarde.
Het is niet toegestaan om tussen afzonderlijke investeringskredieten te schuiven. Een uitzondering hierop vormen de budgettaire kaders voor de nog te verdelen investeringen die in het kader van de beheerplannen jaarlijks door de raad voor het eerstvolgende begrotingsjaar worden vastgesteld. Dit gebeurt meestal in het kader van de vaststelling van de begroting.
Een stelselwijziging (wijziging van de vrij te kiezen waarderings(activerings)grondslag) moet door de raad worden vastgesteld. Bij een stelselwijziging worden bestaande (rest)boekwaarden niet herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte gebruiksduur afgeschreven.
Een schattingswijziging (b.v. wijziging van de verwachte toekomstige gebruiksduur, wijziging van de afschrijvingsmethode of wijziging van de gebruiksintensiteit) moet door de raad worden vastgesteld. De bestaande (rest)boekwaarde wordt niet herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte gebruiksduur afgeschreven.
Artikel 17. Reserves en voorzieningen
Bij onderhoudsvoorzieningen voor beheerplannen wordt jaarlijks door de raad voor het eerstvolgende begrotingsjaar de nog te verdelen jaarschijf groot onderhoud voor de uitvoering van de beheerplannen beschikbaar gesteld. Dit gebeurt meestal in het kader van de vaststelling van de begroting. Deze budgettaire kaders worden door het college verdeeld naar groot onderhoudskredieten voor projecten.
Artikel 18. Onderhoud kapitaalgoederen
Bij klein onderhoud gaat het om dagelijkse reparaties die noodzakelijk zijn om het object in goede werkende en veilige staat te houden tegen een van te voren vastgesteld kwaliteitsniveau. Klein onderhoud is het onderhoud dat vanaf het eerste of het lopende planjaar op een klein gedeelte van het object wordt uitgevoerd. De kosten van het klein onderhoud maken onderdeel uit van de jaarlijkse exploitatiebegroting.
Lasten van groot onderhoud ontstaan na een langere periode van gebruik van een object als gevolg van slijtage. Groot onderhoud is in de regel gepland onderhoud en maakt onderdeel uit van een (meerjarig) beheerplan. Om de lasten gelijkmatige te verdelen over meerdere jaren vindt jaarlijks een toevoeging aan een bestemmingsreserve/voorziening groot onderhoud plaats op basis van een (meerjarig) beheerplan.
Wanneer een aanpassing van een actief (of bij de componentenmethode van een aparte geactiveerde component) leidt tot volledige vervanging, verlenging gebruiksduur of significante kwaliteitsverbetering van het actief of de afzonderlijke component, is er geen sprake van groot onderhoud maar van een investering die geactiveerd moet worden conform artikel 15.
Artikel 19. Kostprijsberekening
Voor het bepalen van de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een inzichtelijk stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden de directe kosten, de overheadkosten, de rente vreemd vermogen en mutaties in reserves en voorzieningen betrokken.
Voor de toerekening van de overheadkosten wordt voor de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met investeringen, groot onderhoud, grondexploitaties, subsidies of specifieke uitkeringen binnen het taakveld overhead een inzichtelijk stelsel van kostentoerekening gehanteerd.
Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart inzichtelijk gemaakt en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend.
Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in lid 3 en 4 van dit artikel betreffen, wordt binnen het taakveld overhead een inzichtelijk stelsel van kostentoerekening gehanteerd.
Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa aan de taakvelden, bedoeld in lid 1 van dit artikel, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage voor toerekening van rente aan kostprijzen is gelijk aan het percentage omslagrente. Uitgangspunt is integrale financiering.
In afwijking van lid 6 van dit artikel wordt bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van integrale financiering of van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Deze rente kan worden verhoogd met een opslag voor debiteurenrisico.
Artikel 22. Financieringsfunctie
Bij het verstrekken van geldleningen en garanties voor de publieke taak of het algemeen belang neemt het college de volgende kaders in acht:
Het college besluit niet over het verstrekken van geldleningen en garanties waarbij de gemeente direct moet betalen als de geldverstrekker daarom vraagt, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
Artikel 25. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het college biedt, indien de actualiteit of andere omstandigheden dit vereisen, een bijgestelde Nota risicomanagement en weerstandsvermogen aan ter behandeling en vaststelling door de raad. In deze nota wordt onder andere ingegaan op het risicomanagement, het opvangen van risico’s door verzekeringen, voorzieningen, weerstandsvermogen of anderszins en het instrumentarium van beheersmaatregelen. In de nota wordt ook de gewenste minimale ratio voor de weerstandscapaciteit bepaald.
Artikel 26. Onderhoud kapitaalgoederen
Het college biedt de raad tenminste eens in de vijf jaar een Integraal beheerplan openbare ruimte aan. Het plan geeft in ieder geval het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor wegen, civieltechnische kunstwerken, openbare verlichting, groen en spelen. De raad stelt het plan vast.
Het college biedt de raad tenminste eens in de vijf jaar een Gemeentelijk waterplan aan. Het plan geeft in ieder geval het kader weer voor het beheer van het watersysteem, waaronder het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van onderhoud. De raad stelt dit plan vast.
Het college biedt de raad tenminste eens in de vijf jaar een Meerjarenonderhoudsplan gemeentelijk vastgoed, inclusief binnensportaccommodaties, aan. Het plan geeft in ieder geval het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het gemeentelijk vastgoed. De raad stelt het plan vast.
De paragraaf bevat naast de in artikel 13 van het BBV vastgelegde verplichte informatie minimaal de volgende aanvullende financiële informatie die bijdragen aan het beeld over de financiële positie van de gemeente:
De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval ondersteunend is aan:
Het college zorgt voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente waarbij de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in de administratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.
Artikel 35. Doelmatigheidsonderzoeken ex artikel 213a Gemeentewet
Het college benoemt in de paragraaf Bedrijfsvoering van de programmabegroting het onderwerp van de doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoeken die zij in het komend jaar gaat uitvoeren. Ook wordt toegelicht wat het object van onderzoek, de reikwijdte van het onderzoek, de onderzoeksmethode en de wijze van uitvoering is.
Bijlage 1 - Afschrijvingsbeleid
Het BBV laat gemeenten vrij in de keuze van afschrijvingsmethodiek, onze gemeente heeft er voor gekozen de volgende methodieken te hanteren:
Annuïtaire afschrijving, dat wil zeggen afschrijving op basis van gelijkblijvende annuïteiten, waarbij de jaarlijkse last van rente en afschrijving gelijk blijft. Daarbij daalt de rentelast van jaar tot jaar sneller in de loop van de gebruiksperiode, terwijl de afschrijving omgekeerd evenredig toeneemt.
Er wordt in beginsel lineair afgeschreven, deze methode houdt het beste rekening met de relatief sterke waardevermindering aan het begin van de afschrijvingsperiode wanneer het gebruiksnut en slijtage het grootst zijn. Hoe dichter het actief zijn levenseinde nadert hoe meer de onderhoudslasten toenemen. Bij lineair afschrijven genereren de afnemende kapitaalslasten de (gedeeltelijke) dekking voor de toenemende onderhoudslasten.
De annuïtaire methode wordt gebruikt wanneer er sprake is van gerelateerde inkomsten uit belastingen, heffingen en tarieven of gebouwen waarbij geen sprake is van onderhoudslasten voor rekening van de gemeente.
|
Gemalen en drukrioleringspompen: (civieltechnische) gebouwen |
||
|
Gemalen en drukrioleringspompen (elektrotechnische) installaties |
||
|
Aanleg en vervanging verharding van een weg, fietspad en voetpad |
||
Bijlage 2 - Reserves en voorzieningen
Het BBV (artikel 43) onderscheidt twee vormen van reserves:
De algemene reserve is een reserve zonder bestemming en daardoor in beginsel vrij aanwendbaar door de raad. Het bepalen van de minimale omvang en het minimale weerstandsvermogen is een raadsbevoegdheid. De jaarrekeningresultaten worden in beginsel met deze reserve verrekend.
De bestemmingsreserve is een reserve waaraan door de raad door middel van een specifiek besluit een bepaalde bestemming is gegeven (bijv. specifieke tijdelijke projecten of beleidsintensiveringen). De aanwending van bestemmingsreserves is wel in die zin vrijblijvend, dat de raad een besluit kan nemen over een andere aanwending c.q. bestemming.
Bij een voorstel voor het instellen van een (bestemmings)reserve wordt er minimaal aangegeven: het doel van de reserve, de voeding en de maximale hoogte (plafond) (indien van toepassing). De looptijden van de (bestemmings)reserves worden minimaal jaarlijks beoordeeld in het kader van het voorstel van bestemming van het resultaat van de jaarrekening aan de raad.
In onze gemeente worden er in principe drie typen bestemmingsreserves gehanteerd:
Volgens het BBV (artikel 44) worden voorzieningen onderscheiden in en gevormd voor:
Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden zijn conform het BBV ook een type voorziening. Dit geldt niet voor bijdragen van overige overheden met een specifiek bestedingsdoel, deze worden als vooruitontvangen bedrag opgenomen op de balans.
Het is de raad die een voorziening instelt op verzoek van het college, vanwege het dwingende karakter is er in de regel geen ruimte om af te wijken van hetgeen dat voorgesteld wordt. Het vormen van een voorziening wordt daarom vanuit praktisch oogpunt veelal bij de beoordeling van de Planning & Control documenten aan de raad voorgelegd. Het vormen van een nieuwe voorziening als gevolg van een beleidswijziging vergt een expliciet raadsbesluit.
In onze gemeente worden er 5 typen voorzieningen gehanteerd:
In de verordening wordt verstaan onder:
Overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet samen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt.
Netto schuld per inwoner: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen gedeeld door het aantal inwoners op 31 december van het begrotingsjaar. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteuren, vorderingen en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen wordt verstaan: het totaal van leningen aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen, leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en overlopende activa.
Onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting: positieve uitkomst van het verschil tussen de opbrengst onroerendezaakbelasting bij de tarieven die minimaal nodig zijn voor toegang tot de procedure van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet en de (geraamde) opbrengst onroerendezaakbelasting.
Gids proportionaliteit: Bij aanbestedingen moet een aanbestedende partij zich verplicht houden aan deze gids. Het proportionaliteitsbeginsel houdt in dat de eisen en voorwaarden die worden gesteld bij een aanbesteding in redelijke verhouding moeten staan tot de aard en omvang van de aan te besteden opdracht.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-23773.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.