Gemeenteblad van Edam-Volendam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Edam-Volendam | Gemeenteblad 2026, 236435 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Edam-Volendam | Gemeenteblad 2026, 236435 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam regelende het verstrekken van subsidie ter verduurzaming van bestaande bedrijventerreinen in de kernen Edam en Oosthuizen van de gemeente Edam-Volendam (Subsidieregeling toekomstbestendige bestaande bedrijventerreinen gemeente Edam-Volendam)
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam;
gelet op artikel 156 van de Gemeentewet en artikel 2, eerste lid, aanhef en onder sub i, artikel 3, eerste lid en artikel 6, derde lid van de Algemene subsidieverordening Edam-Volendam, titel 4.2 en artikel 4:23, eerste lid van de Algemene Wet bestuursrecht;
overwegende dat het college van de Provincie Noord-Holland subsidie heeft ontvangen om eigenaren van bedrijfsgebouwen of percelen, liggende in een speciaal daarvoor aangewezen gebied binnen de gemeente Edam-Volendam, te stimuleren om maatregelen ter verduurzaming van hun bedrijfsgebouw te nemen;
overwegende dat het verduurzamen van bedrijfsgebouwen en percelen bijdraagt aan een aantrekkelijker, energieneutraal en klimaatbestendig vestigingsklimaat voor ondernemers in Edam-Volendam;
vast te stellen de volgende Subsidieregeling toekomstbestendige bestaande bedrijventerreinen Edam-Volendam.
de-minimisplafond: totale bedrag aan de-minimissteun dat aan een onderneming mag worden verleend op grond van artikel 3, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening, van artikel 3, tweede lid, van de landbouw de-minimisverordening of van artikel 3, tweede lid, van de visserij de-minimisverordening;
ondernemer: natuurlijk persoon of rechtspersoon op een bedrijventerrein zoals aangewezen in de bijlage 1 van deze regeling, die zelfstandig werkzaamheden uitvoert en daar inkomsten uit genereert en ingeschreven is in het handelsregister, of de eigenaar van het vastgoed van waaruit voornoemd persoon zijn onderneming drijft;
penvoerder: een aangewezen deelnemer van het samenwerkingsverband die namens de andere deelnemers wordt beschouwd als de aanvrager en daarom de subsidieaanvraag indient en verantwoordelijkheid draagt voor de naleving van de eisen in deze subsidieverordening alsmede voor de uitvoering van de in de beschikking aangeduide subsidiabele activiteiten en projecten, de daaraan verbonden verplichtingen en de aanvraag voor subsidievaststelling en waarbij aan de penvoerder betaalde voorschotten en subsidiebetalingen, gelden als betalingen aan de van het samenwerkingsverband deel uitmakende subsidieontvangers, zijnde de deelnemers;
samenwerkingsverband: samenwerking tussen minimaal twee ondernemers op een bedrijventerrein ter realisatie van een activiteit waarmee de continuïteit van onderhoud, beheer en verduurzaming van een bedrijventerrein wordt gewaarborgd op basis van schriftelijke afspraken over de taakverdeling, de omvang en uitvoering van het samenwerkingsproject en het delen van de risico en de resultaten ervan;
verklaring de-minimissteun: verklaring van de subsidieaanvrager waarin deze bevestigt dat subsidieverstrekking niet zal leiden tot een overschrijding van het de-minimisplafond en waarin is vermeld welke de-minimissteun en overige overheidssteun hij in de voorgaande 2 belastingjaren voor en in het lopende belastingjaar ontving.
Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden verstrekt aan een ondernemer of ondernemer in een samenwerkingsverband diens onderneming of perceel zich op het bedrijventerrein bevindt zoals aangewezen in de bijlage 1 van deze regeling, mits het perceel of pand als enige bestemming bedrijfsbestemming heeft volgens het Omgevingsplan;
Om voor subsidie in aanmerking te komen geldt dat:
Als voor de realisatie van de activiteit toestemming nodig is van de eigenaar van het bedrijventerrein of een perceel of gebouw op dat bedrijventerrein zoals gearceerd in de bijlage 1 van deze regeling, de aanvrager of deelnemer aan het samenwerkingsverband ten tijde van de aanvraag voor subsidieverlening over een toestemmingsverklaring van de eigenaar beschikt.
Artikel 5 Aanvraag en indieningsvereisten
Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote kosten ook subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd of zal gaan aanvragen bij een ander bestuursorgaan of rechtspersoon, doet hij daarvan mededeling in de subsidieaanvraag, onder vermelding van de stand van zaken van de beoordeling van die andere aanvraag.
Artikel 7 Artikel 7 Hoogte subsidie
De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten van de te subsidiëren activiteit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, sub a tot en met c, tot een maximum van € 5.000.
In aanvulling op de weigeringsgronden in artikel 8 van de Algemene subsidieverordening wordt subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, sub a tot en met c, geweigerd, als:
Indien de subsidie voor fysieke duurzaamheidsmaatregelen overheidssteun vormt als omschreven in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, wordt de subsidie verleend onder de voorwaarden van de reguliere de- minimisverordening (VERORDENING (EU) 2023/2831). In dat geval wordt toepassing gegeven aan artikel 1, eerste en tweede lid van de VERORDENING (EU) 2023/2831.
Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 12 mei 2026,
het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam,
de secretaris, de burgemeester,
N. A. Hellingman. R.J. Beukers.
Bijlage 1 als bedoeld in artikel 1, sub g
Het college is niet vrij in de besteding van de middelen die zij van de provincie Noord-Holland heeft ontvangen. Deze middelen mogen alleen worden besteed voor activiteiten die worden gerealiseerd op het bedrijventerrein in de kern Oosthuizen en op het bedrijventerrein in de kern Edam. Het betreft de volgende hieronder in het rood gearceerde bedrijfsterreinen:
Om ondernemers beter te helpen bij het versnellen van de noodzakelijke verduurzaming op bestaande bedrijventerreinen heeft de provincie Noord-Holland middelen beschikbaar gesteld. Het college zorgt met deze regeling ervoor dat ondernemers die gerichte activiteiten ter bevordering van energieneutraliteit, biodiversiteit en klimaatadaptatie willen realiseren, met deze ontvangen middelen in deze opgave ondersteund worden. Daarbij sluiten we aan bij de ambities uit de gemeentelijke Omgevingsvisie.
In dit artikel wordt een aantal begrippen verklaard voor zover de betekenis niet zonder meer uit het algemene spraakgebruik kan worden afgeleid.
Dit artikel geeft aan wat met het verstrekken van deze subsidies zal worden bereikt en wie een subsidie kan aanvragen.
In dit artikel worden de voorwaarden beschreven waar een subsidieaanvraag aan moet voldoen.
Dit artikel beschrijft de maatregelen die in aanmerking komen voor subsidie. De subsidiabele activiteiten moeten bijdragen aan de doelen uit artikel 2, lid 1. Een aantal voorbeelden van subsidiabele activiteiten zijn in het artikel gegeven, maar deze lijst is niet uitputtend. Wanneer de aanvrager voldoende kan onderbouwen dat een maatregel bijdraagt aan een van de doelen uit artikel 2, kan aanspraak worden gemaakt op subsidie.
Op basis van de doelen uit artikel 2, eerste lid, kunnen op voorhand een aantal maatregelen worden uitgesloten. Airco’s (lucht-lucht warmtepompen) zijn niet subsidiabel, omdat deze voornamelijk worden gebruikt voor het verkoelen van gebouwen. Ze zijn daarnaast minder efficiënt dan een lucht-water warmtepomp. Ze zorgen daarom eerder voor meer energieverbruik dan minder energieverbruik. Kleine windturbines zijn uitgesloten van subsidiëring, omdat deze niet zijn toegestaan op de bedrijventerreinen in Edam-Volendam. Ook het isoleren van onverwarmde ruimtes of onbestaande bouwdelen komt niet in aanmerking, omdat daarmee geen energie wordt bespaard. Tot slot worden accu’s/batterijen uitgesloten van subsidie. Netbeheer Nederland raadt het stimuleren van accu’s/batterijen af totdat de salderingsregeling is afgeschaft en dynamische nettarieven zijn ingevoerd. Op dit moment is daar nog geen sprake van en sluiten we accu’s/batterijen dus uit van subsidiëring.
Welke documenten bij de aanvraag om subsidie moeten worden overgelegd, is in dit artikel geregeld. Overeenkomstig de Awb-artikelen 4:1 en 4:4 hanteert het college een standaardaanvraagformulier voor de stroomlijning van de aanvragen. Het betreft een webformulier, want vanaf 1 januari 2026 is het college verplicht om het de aanvrager mogelijk te maken zijn aanvraag digitaal in te kunnen dienen. Een ondernemer moet echter over e-herkenning beschikken om op de website op het webformulier in te kunnen loggen en het formulier in te kunnen vullen.
Daarnaast regelt dit artikel binnen welke periode een aanvraag gedaan moet worden, om in aanmerking voor subsidie te komen. Het college moet tegenover de provincie Noord-Holland kunnen aantonen dat de ondernemers aan die de provinciale middelen middels deze regeling worden doorgegeven, hun activiteiten voor 31 december 2026 konden realiseren. Om voldoende tijd voor de uitvoering van de activiteit waarvoor subsidie is gevraagd te hebben, heeft het college de aanvraagperiode daarom kort gehouden.
In artikel 4:5 Awb wordt de wijze van afdoening geregeld voor het geval dat de benodigde stukken of een deel daarvan ontbreken. Het college moet immers kunnen beschikken over alle relevante stukken alvorens het een besluit kan nemen op de subsidieaanvraag. Als de aanvrager verzuimt alsnog ontbrekende stukken toe te voegen, kan besloten worden de aanvraag niet te behandelen.
Op basis van de subsidiabele kosten wordt een percentage van 50% gehanteerd die de eigenaar minimaal zelf in de kostendekking van zijn activiteit moet dragen. Het subsidiebedrag kent bovendien een maximum van € 5.000, -. Dat betekent dat als de 50 % van de subsidiabele kostenposten boven dit maximumbedrag uitkomen de aanvrager vooralsnog niet meer als € 5.000, - verleend kan krijgen. Stel er is sprake van € 22.000, - aan subsidiabele kosten, dan is 50% € 11.000, -, maar het maximumbedrag aan subsidie alleen € 5.000, -. De aanvrager moet dan € 17.000, - zelf kunnen bekostigen.
Door het subsidiebedrag voor duurzaamheidsactiviteiten te maximeren, kunnen de aanvragen van meerdere aanvragers worden gehonoreerd.
In dit artikel wordt de hoogte van het beschikbaar te stellen subsidie bepaald. Subsidieverstrekking is geen inkopen van diensten. Het gaat om een financiële bijdrage van het college aan het mogelijk maken van wenselijke activiteiten die bijdragen aan de verduurzaming van bedrijventerreinen. Subsidie is een steunbetuiging, een zetje in de rug. Het gaat niet om het volledig bekostigen van deze activiteiten.
Vanaf het moment dat het college een subsidie voor een voorgestelde activiteit verleent, wordt van ambtshalve een bevoorschotting door het college besloten. Dat wil zeggen dat de aanvrager hiervoor geen extra aanvraag hoefde in te dienen. Het college is van mening dat het de subsidieontvanger helpt als hij voor de realisatie van zijn duurzaamheidsactiviteiten niet eerst volledig in voorkassa moet gaan, maar dat hij de subsidie al gedurende de uitvoering van zijn activiteit voor een deel beschikbaar krijgt.
In de regeling wordt vermeld dat dit voorschot bedrag tachtig percent van het verleende subsidiebedrag is en dat het voorschot in één keer wordt overgemaakt op het rekeningnummer van de subsidieontvanger. Pas met de vaststelling van de verleende subsidie wordt duidelijk of de subsidieontvanger een deel van zijn voorschot terug moet betalen of de resterende twintig percent nog uitbetaald krijgt.
Bij de subsidieverlening moet aan de ontvanger duidelijkheid worden gegeven over zijn verplichtingen, die met de verlening aan hem opgelegd worden. Niet naleven van een verplichting kan negatieve gevolgen voor de subsidievaststelling hebben.
Artikel 4:37 Awb geeft enige verplichtingen voor de subsidieontvanger met betrekking tot onder meer de administratie van de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten, de te verzekeren risico’s, het afleggen van rekening en verantwoording, het beperken en wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie voor derden.
Om te voorkomen dat verleende subsidies ongebruikt blijven, zijn in dit artikel bepalingen opgenomen over de termijn waarbinnen de besteding van de gesubsidieerde activiteit ‘verduurzaming’ moet worden gestart en moet zijn afgerond. De aanvrager heeft de verplichting om binnen deze termijnen te starten en de gesubsidieerde activiteit te voltooien. Dit om een snelle uitvoering van verduurzamingsmaatregelen op de twee bedrijventerreinen in onze gemeente te stimuleren.
Het doel van de subsidie is om bij te dragen aan het verduurzamen Dat is ook een verantwoording tegenover de gemeenschap die met gemeenschapsgeld heeft bijgedragen aan het behoud van zijn eigendom.
In het subsidieplafond wordt het bedrag aangegeven, dat gedurende de werking van deze regeling beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies. Met het aangeven van het maximale volume van een subsidieplafond ten behoeve van deze regeling wordt bereikt, dat een subsidie wordt geweigerd (artikel 4:25 Awb) als de middelen zijn uitgeput die in de begroting beschikbaar zijn gesteld. Het is de bedoeling dat de aanvragers financieel tegemoet wordt gekomen en niet dat een volledige compensatie van gemaakte kosten centraal staat. De verdeling gebeurt op binnenkomst van een volledige aanvraag. Wie het eerst komt, het eerst maalt.
In uitzonderlijke gevallen kan het zijn dat meerdere aanvragen tegelijkertijd worden aangevraagd en hierdoor dreigt dat het subsidieplafond wordt bereikt of overschreden. In dit geval kan
In dit artikel worden weigeringsgronden opgenomen, die het voor het college mogelijk maken uit beleidsmatige overwegingen een aanvraag niet te honoreren. Daarnaast zijn er ook weigeringsgronden van toepassing op deze regeling die al artikel 4:35 van de Awb zijn opgenomen. Het betreft subjectieve en objectieve weigeringsgronden. De subjectieve weigeringsgronden geven het bestuursorgaan de gelegenheid te toetsen of er gegronde redenen bestaan om aan te nemen of de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden, de aanvrager niet zal voldoen aan de opgelegde verplichtingen of de aanvrager niet op behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen.
Objectieve weigeringsgronden geven het college de mogelijkheid om te toetsen of de aanvrager verwijtbaar onjuiste gegevens heeft overgelegd of het voorkomen kan worden dat de subsidie in een failliete of in een in surseance gaande of verkerende boedel terechtkomt.
De bijzondere weigeringsgrond, namelijk overschrijding van het subsidieplafond (artikel 4:25, lid 2 Awb) is opgenomen in artikel 10 van deze regeling.
De subsidievaststelling geeft aanspraak op betaling door het bestuursorgaan van het definitief vastgestelde bedrag. Het recht op de subsidie ontstaat pas met de vaststelling van een subsidie.
Het gegeven dat de subsidieontvanger een bevoorschotting van de subsidie heeft ontvangen, betekent niet automatisch dat hij het voorschot ook mag houden. Pas met de definitieve vaststelling van de verleende subsidie wordt dit duidelijk.
In het tweede lid wordt aangegeven welke documenten moeten zijn bijgevoegd bij de aanvraag om vaststelling. Het betreft de minimale gegevens die ook in de verleningsbeschikking worden vermeld.
Uiteraard kunnen in de verleningsbeschikking ook nog aanvullende gegevens worden vermeld die moeten worden overgelegd bij een aanvraag om vaststelling. De ontvanger van de subsidie toont in het kader van deze aanvraag om vaststelling aan of hij de activiteiten heeft verricht zoals in de verleningsbeschikking was bepaald en of hij de subsidie zo heeft besteed als zij aan hem was verleend.
In het derde lid wordt aangegeven binnen welke periode het college op deze aanvraag moet besluiten. Het spreekt voor zich dat deze periode pas begint te lopen als de aanvraag om vaststelling, de verantwoording, alle informatie bevat die nodig is om als college over de vaststelling van de subsidie te kunnen beslissen.
In uitzonderlijke gevallen kan het nodig zijn dat het college meer tijd nodig heeft om een besluit te nemen. In het vierde lid is aangegeven dat het college dan de beslisperiode met maximaal zes weken kan verlengen.
In het vijfde lid wordt vermeld dat de daadwerkelijke uitbetaling van het resterende subsidiebedrag binnen acht weken op een door de verkrijger opgegeven rekeningnummer gebeurt.
Staatssteun is het direct dan wel indirect verstrekken van financiële steun aan ondernemingen door overheden, waardoor de concurrentievoorwaarden van ondernemers binnen de Europese Unie worden beïnvloed. Het Europese Hof van Justitie definieert als onderneming elke eenheid die een economische activiteit uitvoert, ongeacht haar rechtsvorm en wijze van financiering. Iemand die zijn pand verhuurt of daarin economische activiteiten uitvoert valt dus al onder het begrip ondernemer.
Hoewel staatssteun in beginsel verboden is, biedt de Commissie een aantal manieren om overheidssteun te verlenen. Een daarvan is het toepassen van de de-minimisregels. De Europese Commissie vindt dat overheidssteun die de toets van deze verordening doorstaan, een dergelijk kleine invloed op de Europese marktwerking hebben dat het niet aangemerkt moet worden als staatssteun. Hiervan hebben wij ten behoeve van deze regeling gebruik gemaakt. Voor zover subsidie op grond van deze regeling wordt verstrekt aan ondernemers is de subsidie staatssteunproef. Wel moet het college haar besluit en de de-minimisverklaring van de subsidieontvanger, en de samenwerkingspartners, uploaden bij een centraal register van de Commissie.
De bekendmaking, inwerkingtreding en uitwerkingtreding van de regeling is gebaseerd op de Bekendmakingswet. De regeling moet worden gepubliceerd in het officiële publicatieblad. Dat is het Gemeenteblad Edam-Volendam (artikel 6 Bekendmakingswet). De doorlopende (geconsolideerde) tekst wordt daarbij beschikbaar gesteld via de decentrale regelingenbank op overheid.nl (artikel 19 Bekendmakingswet).
In dit artikel wordt bovendien vermeld dat het een tijdelijke regeling betreft. Dat is de looptijd.
De citeertitel bepaalt hoe deze regeling heet. Dit vergemakkelijkt de vindbaarheid.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-236435.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.