Gemeenteblad van Den Helder
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Den Helder | Gemeenteblad 2026, 232915 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Den Helder | Gemeenteblad 2026, 232915 | beleidsregel |
Besluit van de burgemeester van de gemeente Den Helder, houdende een Uitvoeringsregeling publiek cameratoezicht gemeente Den Helder
Onder criteria voor de inzet van vast en mobiel cameratoezicht wordt in ieder geval verstaan:
Artikel 4. Opname beeldinformatie
De camera’s zijn 24 uur per dag operationeel. De kwaliteit van de beelden is zodanig dat ook op nachtelijke opnamen het gefilmde duidelijk te onderscheiden is.
De gebieden voor de inzet van publiek cameratoezicht zijn door de burgemeester aangewezen in het Aanwijzingsbesluit publiek cameratoezicht gemeente Den Helder (hierna: Aanwijzingsbesluit).
Aldus vastgesteld door de burgemeester op 4 mei 2026.
De burgemeester van de gemeente Den Helder,
J.A. (Jan) de Boer
De gemeentesecretaris,
K. (Koen) van Veen
De burgemeester besluit: 1. Tot vaststelling van de herziene ‘Uitvoeringsregeling publiek cameratoezicht gemeente Den Helder’; 2. Tot vaststelling van het herziene ‘Aanwijzingsbesluit gebieden publiek cameratoezicht gemeente Den Helder’; 3. De lokale driehoek te informeren inzake het herziene Aanwijzingsbesluit en de herziene Uitvoeringsregeling, alvorens over te gaan tot vaststelling; 4. De ‘Uitvoeringsregeling publiek cameratoezicht in de gemeente Den Helder 2020’ en het ‘Aanwijzingsbesluit gebieden publiek cameratoezicht 2020’, zoals vastgesteld op 26 november 2020, in te trekken bij de inwerkingtreding van de herziene ‘Uitvoeringsregeling publiek cameratoezicht gemeente Den Helder’ en het ‘Aanwijzingsbesluit gebieden publiek cameratoezicht gemeente Den Helder’.
Toelichting bij Uitvoeringsregeling publiek cameratoezicht gemeente Den Helder
Middels diverse maatregelen probeert de burgemeester de veiligheid te waarborgen. Desondanks blijven zich incidenten voordoen die openbare ordeverstoring met zich meebrengen. Vaak vinden de incidenten plaats in bepaalde risicogebieden, maar soms variëren de locaties. De burgemeester is op grond van artikel 151c Gemeentewet in combinatie met artikel 2:77 Algemene plaatselijke verordening Den Helder 2021, bevoegd om in het belang van de handhaving van de openbare orde publiek cameratoezicht in te zetten.
In 2019 heeft een onderzoek plaatsgevonden waarbij het nut en de noodzaak tot inzet van publiek cameratoezicht is onderzocht. Binnen dit onderzoek zijn zowel professionals als (een deel van) de inwoners van de gemeente Den Helder gevraagd om hun inbreng. Hieruit komt naar voren dat publiek cameratoezicht een goede toevoeging vormt op de bestaande maatregelen die de openbare orde moeten waarborgen. In deze ‘Uitvoeringsregeling publiek cameratoezicht gemeente Den Helder’ is vastgelegd welke voorwaarden worden gesteld aan de inzet van publiek cameratoezicht binnen gemeente Den Helder.
Het doel van cameratoezicht is handhaving van de openbare orde en veiligheid. Onder handhaving van de openbare orde valt ook de algemene, bestuurlijke voorkoming van strafbare feiten die invloed hebben op de orde en rust in de gemeentelijke samenleving. Cameratoezicht heeft bij uitstek een preventieve werking, zodat ongewenste situaties (overlast) wordt voorkomen. De wetenschap dat er gebruik wordt gemaakt van cameratoezicht kan personen ervan weerhouden in de publieke ruimte de orde te verstoren. Door inzet van camera’s wordt bovendien het veiligheidsgevoel bevordert.
De burgemeester trekt het cameratoezicht in zodra de inzet van de camera(’s) niet langer noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de openbare orde. De inzet van het cameratoezicht wordt periodiek geëvalueerd. Hierbij worden de camera’s in ieder geval getoetst op nut en noodzaak. Indien blijkt dat de rechtvaardigingsgrond aan het cameratoezicht is ontvallen, wordt het cameratoezicht verplaatst of stopgezet.
De inzet van cameratoezicht dient gerechtvaardigd te zijn ten opzichte van de omvang van de criminaliteit, onveiligheid en/of de overlast (proportionaliteit). Dit betekent dat de burgemeester per geval beoordeelt of de inbreuk die het cameratoezicht maakt op de persoonlijke levenssfeer van inwoners en bezoekers van de gemeente evenredig is aan het te bereiken doel. Onder het maken van een inbreuk valt niet alleen het filmen van de personen in een cameragebied, maar ook de bewaartermijnen van de beelden.
De inzet van het cameratoezicht mag niet op zichzelf staan. De inzet van cameratoezicht dient gerechtvaardigd te zijn doordat de verstoring van de openbare orde niet met andere minder ingrijpende maatregelen voldoende teruggedrongen kan worden (subsidiariteit). Voorbeelden van alternatieve maatregelen zijn het intensiveren van toezicht door politie en boa’s, aanpassen van de openbare ruimte (verlichting, groenvoorziening) een groeps- of persoonsgerichte aanpak voor overlastgevers, opleggen van gebiedsverboden of het organiseren van bewonersbijeenkomsten. Dit wordt per geval afgewogen.
Een Data Protection Impact Assessment (DPIA) is een instrument om de privacy-risico's van gegevensverwerking in kaart te brengen zodat de gemeentemaatregelen kan nemen om deze risico's te verkleinen tot een acceptabel risiconiveau. De plaatsing van camerabeelden kan een privacyrisico met zich meebrengen. Om die reden is het uitvoeren van een DPIA verplicht voorafgaand aan het plaatsen van zowel een vaste als mobiele camera. In spoedeisende gevallen kan een DPIA na afloop van de plaatsing van een camera plaatsvinden.
Artikel 5. Taken en verantwoordelijkheden
De gemeente is verantwoordelijk voor de inzet van cameratoezicht, zoals de plaats en de duur van cameratoezicht. De politie is verantwoordelijk voor de verwerking van de camerabeelden. De politie en de gemeente hebben contact over de camerabeelden indien dat nodig is voor de handhaving van de openbare orde.
Artikel 6. Uitkijken en bediening camerasysteem
De technisch beheerder kan de camerabeelden inzien onder instructies van de politie.
Derden kunnen op grond van artikel 19 Wpg incidenteel camerabeelden verstrekt krijgen indien sprake is van een zwaarwegend algemeen belang. Hieronder valt: het voorkomen en opsporen van strafbare feiten, handhaven van de openbare orde, het verlenen van hulp aan degenen die dit nodig hebben, het uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving. Het belang dat gediend wordt met de verstrekking van de gegevens wordt afgewogen tegen het belang van de persoonlijke levenssfeer van degene op wie de politiegegevens betrekking hebben.
Zodra een verdachte is geconstateerd op camerabeelden, kan het noodzakelijk en relevant zijn dat diens advocaat daarvan een kopie ontvangt. De verdachte heeft namelijk recht op inzage en afschrift van de processtukken op grond van artikel 30 en 32 Wetboek van Strafvordering.
De burgemeester heeft voor zowel vast als mobiel cameratoezicht gebieden binnen de gemeente aangewezen. Binnen de aangewezen gebieden in het Aanwijzingsbesluit is het mogelijk om vast en mobiel cameratoezicht in te zetten. Daarnaast is informatie over de camera’s beschikbaar op de website van gemeente Den Helder.
Artikel 8. Vast cameratoezicht
De bevoegdheid tot de inzet van cameratoezicht is niet beperkt tot een wettelijk verankerde maximale tijdsduur. Er wordt altijd geprobeerd om met zo min mogelijk camera’s het beoogde doel te behalen binnen het aangewezen gebied. Dit betekent dat er niet onnodig veel of lang camera’s geplaatst worden.
Iedere twee jaar vindt evaluatie plaats om te beoordelen of de camera’s noodzakelijk zijn in het belang van de handhaving van de openbare orde. Na iedere evaluatie wordt besloten of afschalen nodig is, of dat de camera’s blijven staan, gelet op de noodzakelijkheid. Als zich (dreigende) ordeverstoringen blijven voordoen binnen een gebied waar de camera staat, wordt bijvoorbeeld besloten tot behoud van de vaste camera. Ook indien uit de samenleving behoefte blijkt te zijn aan publiek cameratoezicht zal sneller worden besloten tot behoud van de camera.
Artikel 9. Mobiel cameratoezicht
Met mobiel (flexibel) cameratoezicht kunnen (zich verplaatsende) ordeverstoringen beter worden bestreden. Als gezegd is de bevoegdheid tot inzet van cameratoezicht niet beperkt tot een wettelijk verankerde maximale tijdsduur. De gemeente Den Helder is met het oog op de lokale situatie zelf het beste in staat om te beoordelen in welke vorm en voor welke duur de inzet van cameratoezicht, met inachtneming van de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, op de meest efficiënte manier kan plaatsvinden. De burgemeester bepaalt derhalve de tijdsduur van de gebiedsaanwijzing. De tijdsduur is vastgesteld in het Aanwijzingsbesluit publiek cameratoezicht gemeente Den Helder.
Deze plicht om een bepaalde tijdsduur vast te leggen laat onverlet dat de burgemeester de gebiedsaanwijzing dient in te trekken indien op enig moment het cameratoezicht niet langer noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de openbare orde.
Met artikel 4, derde lid, wordt met de mobiele camera een overbruggingsmogelijkheid geboden. Dit is bijvoorbeeld nodig bij vertraagde of langdurige werkzaamheden door een derde partij, waardoor het niet mogelijk is om de camera aan te sluiten op voorzieningen, zoals elektriciteit.
Artikel 10. Integriteit en privacy
In artikel 151c, vierde lid, van de Gemeentewet is vastgelegd dat het gebruik van camera’s kenbaar moet zijn. Burgers moeten in elk geval in kennis worden gesteld van de mogelijkheid dat zij op beelden kunnen voorkomen zodra zij het gebied betreden dat valt binnen het bereik van de camera’s. Door het goed zichtbaar plaatsen van kenbaarheidsborden waarop wordt aangeven dat in het betrokken gebied sprake is van cameratoezicht, kan het publiek op deze mogelijkheid worden geattendeerd. Overigens houdt het kenbaarheidsvereiste niet in dat de camera’s altijd zichtbaar moeten zijn.
Om de privacy van de inwoner te waarborgen wordt een deel van het beeld gemaskeerd. Dit betekent dat een oppervlakte vervaagd of afgeschermd kan worden ter waarborging van privacy. Camerabeelden worden bijvoorbeeld gemaskeerd als woningen van binnen zichtbaar zijn.
Artikel 11. Opslaglocatie en termijnen
Camera’s op basis van de Gemeentewet zijn primair bedoeld voor handhaving van de openbare orde. Indien concrete aanleiding bestaat dat camerabeelden noodzakelijk zijn voor de opsporing van strafbare feiten, kunnen de camerabeelden ten behoeve van opsporing veiliggesteld worden. De camerabeelden blijven in geval van strafbare feiten bewaard zolang dat nodig is voor het opsporen en vervolging van strafbare feiten. De camerabeelden worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is voor het te bereiken doel van de bewaring.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-232915.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.