Gemeenteblad van Capelle aan den IJssel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Capelle aan den IJssel | Gemeenteblad 2026, 23192 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Capelle aan den IJssel | Gemeenteblad 2026, 23192 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Financiële Verordening Capelle aan den IJssel 2025
De raad van de gemeente Capelle aan den IJssel;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;
gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;
gezien het advies van de Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
Overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt.
Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording
De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. In uitzonderlijke situaties kan er tussentijds tot een extra paragraaf worden besloten.
Artikel 3. Inrichting begroting, tussentijds rapporteren en jaarstukken
Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de Begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringsbudget weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringsbudget en de raming van de uitputting van het investeringsbudget in het lopende boekjaar (verdicht) weergegeven.
Op maximaal twee momenten in het jaar worden bestuursrapportages aangeboden aan het college ter vaststelling. Als een rapportage aanleiding geeft tot wijziging van de programmabaten en – lasten kan een raadsvoorstel worden gemaakt. De rapportage kan als onderbouwing als bijlage aan het raadsvoorstel worden toegevoegd.
Het college biedt aan het einde van het jaar een slotwijziging aan met een voorstel voor wijzigingen van het lopende boekjaar. De raad stelt uiterlijk in zijn laatste vergadering van het begrotingsjaar de slotwijziging vast. Alleen wijzigingen die nodig zijn om te voldoen aan de rechtmatigheidseisen van de jaarrekening, mutaties in investeringsbudgetten en mutaties eenmalige reserves krijgen een plaats in de slotwijziging.
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringsbudgetten
Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringsbudget wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.
Voor een investering waarvan het investeringsbudget niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringsbudget aan de raad voor. Bij investeringen groter dan € 2.500.000 informeert het college de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente.
Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Hoofdstuk 3. Rechtmatigheidsverantwoording
Artikel 8. Voorwaardencriterium
Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
Artikel 9. Begrotingscriterium
Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringsbudgetten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen;
Uitgangspunt hierbij is dat iedere kostenoverschrijding en batenonderschrijding onrechtmatig is, tenzij:
De kostenoverschrijding geconstateerd wordt na het verantwoordingsjaar betreffende activiteiten welke achteraf als onrechtmatig moeten worden beschouwd omdat dit bijvoorbeeld bij nader onderzoek van de subsidieverstrekker, belastingdienst of een toezichthouder blijkt (bijvoorbeeld een belastingnaheffing). Het zal hier in de praktijk vaak gaan om interpretatieverschillen bij de uitleg van wet- en regelgeving die na het verantwoordingsjaar aan het licht komen.
Hoofdstuk 4. Financieel beleid
Artikel 13. Reserves en voorzieningen
Het college verstrekt jaarlijks gelijktijdig met de in artikel 3 genoemde Kadernota informatie over de stand van zaken met betrekking tot reserves en voorzieningen. De Algemene reserve en de Bestemmingreserve eenmalige uitgaven vormen daarin een standaard onderdeel. Nadere informatie wordt bovendien bekend gemaakt in de Begroting en de Jaarstukken.
Artikel 14. Kostprijsberekening
Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten in ieder geval ook betrokken: de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa.
Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken.
Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van de rioolheffing en afvalstoffenheffing is uitgegaan van het aandeel in de totale geraamde overheadkosten ter grootte van de geraamde personeelslasten die aan de rioolheffing en afvalstoffenheffing worden toegerekend, gedeeld door de totale geraamde personeelslasten van de taakvelden.
Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente (in euro’s) te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal is gefinancierd. De regels met betrekking tot rente worden in artikel 18 vastgelegd.
Artikel 15. Prijzen economische activiteiten
Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of werken wordt gemotiveerd.
Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.
Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf financiering naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
Artikel 21. Weerstandsvermogen & risicobeheersing
Voor het in beeld brengen van de weerstandscapaciteit van de gemeente wordt aan de hand van het eigen vermogen (algemene reserves en bestemmingsreserves), de vrij te besteden (budget)ruimte, de ruimte voor onvoorziene uitgaven beoordeeld of deze een omvang heeft die voldoende is om de financiële gevolgen van de risico’s, als die zich voordoen af te kunnen dekken.
Artikel 22. Onderhoud kapitaalgoederen
Het college stelt ten minste eenmaal in de vijf jaar een Integraal beheerplan openbare ruimte en een Integraal projectenboek vast. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair en eveneens de normkostensystematiek en het meerjarig budgettair beslag. De raad stelt middels de Stedelijke Beheervisie de beleidskaders voor deze plannen vast.
Het college stelt ten minste eenmaal in de vijf jaar een (bijgesteld) Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP) vast. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud en de eventuele uitbreidingen, alsmede de kwaliteit van het milieu en eveneens de normkostensystematiek en het meerjarig budgettair beslag. De raad stelt middels de Stedelijke Beheervisie de beleidskaders voor dit plan vast.
In de jaarstukken neemt het college naast bovengenoemde onderdelen de rechtmatigheidsverantwoording op met daarin:
het totaal aan afwijkingen met betrekking tot het begrotingscriterium, voorwaardencriterium en misbruik en oneigenlijk gebruik criterium, zoals toegelicht in hoofdstuk 3 rechtmatigheid. voor zover die (samen met eventuele andere financiële onrechtmatigheden) boven de door de raad in het normenkader vastgestelde grens uitkomen;
Artikel 24. Verbonden partijen
Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf verbonden partijen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
Hoofdstuk 6. Financiële organisatie en financieel beheer
De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
Het college zorgt ervoor dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft en dat de baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen, in overeenstemming met artikel 213 lid 3a en lid 3b van de Gemeentewet. Hiervoor zorgt het college voor jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.
Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de vier jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.
Bijlage afschrijvingsbeleid bij artikel 11
Afschrijving vindt plaats met ingang van het jaar nadat de activa volledig zijn gerealiseerd. De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.
Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut
Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 25.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in:
Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met maatschappelijk nut
Vanaf 1 januari 2017 moeten investeringen met maatschappelijk nut verplicht worden geactiveerd en worden afgeschreven naar gelang de gebruiksduur.
De volgende materiële vaste activa met maatschappelijk nut worden lineair afgeschreven in:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-23192.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.