Gemeenteblad van Steenbergen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Steenbergen | Gemeenteblad 2026, 231222 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Steenbergen | Gemeenteblad 2026, 231222 | beleidsregel |
Beleidsregel rechtmatigheid gemeente Steenbergen
Burgemeester en wethouders van Steenbergen in behandeling genomen de Beleidsregel rechtmatigheid gemeente Steenbergen;
gelet op: gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 31, tweede lid, 41, elfde lid, 43a, eerste lid, en 44, vijfde lid, van de Participatiewet en de artikelen 15a, eerste lid, en 16a, vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
De beleidsregel rechtmatigheid gemeente Steenbergen vast te stellen.
HOOFDSTUK 2. Giften en kostenbesparingen
Artikel 2. Giften en bijdragen die leiden tot een kostenbesparing
Giften en kostenbesparingen worden niet tot de middelen gerekend voor zover de ontvangen giften en kostenbesparingen per uitkering en per kalenderjaar niet meer bedragen dan het bedrag genoemd in artikel 31 tweede lid, onderdeel m van de wet. Als de uitkering gedurende het kalenderjaar is toegekend, geldt het bedrag genoemd in artikel 31 tweede lid, onderdeel m van de wet voor de periode vanaf toekenning tot en met 31 december.
Of een gift als vermogen of inkomen moet worden aangemerkt is pas van belang op het moment dat het bedrag genoemd in artikel 31 tweede lid, onderdeel m van de wet wordt overschreden. Een gift is in ieder geval verantwoord zolang deze op jaarbasis niet meer is dan het bedrag genoemd in artikel 31 tweede lid, onderdeel m van de wet. Dit betekent niet dat iedere gift boven het bedrag genoemd in artikel 31 tweede lid, onderdeel m van de wet automatisch gekort moet worden. Tot het bedrag genoemd in artikel 31 tweede lid onderdeel m van de wet wordt vrijgelaten, daarboven vindt een maatwerkbeoordeling plaats.
Bij giften hoger dan het bedrag genoemd in artikel 31 tweede lid, onderdeel m van de wet is het karakter van de gift bepalend of de gift als inkomen of als vermogen wordt aangemerkt. Als er sprake is van een gift die als inkomen wordt aangemerkt, dan wordt deze gift in beginsel toegerekend aan de maand van ontvangst en verrekend met de uitkering. Als er sprake is van een gift die tot het vermogen wordt gerekend, wordt het in aanmerking te nemen bedrag op de dag van ontvangst gezien als een vermogensmutatie.
Als er sprake is van een gift in de vorm (duurzame gebruiks)goederen dan wordt deze gift, voor zover deze in aanmerking wordt genomen, aangemerkt als vermogen. De waarde van deze gift wordt vastgesteld aan de hand van de Prijzengids zoals opgesteld door het NIBUD. Als de bijstandsgerechtigde met bewijsstukken aannemelijk kan maken dat de waarde in het vrije economisch verkeer anders is, dan wordt deze waarde gehanteerd. Als de waarde hoger is dan het bedrag genoemd in artikel 31 tweede lid onderdeel m van de wet dan wordt het meerdere opgeteld bij het vermogen.
De waarde van giften in natura wordt indien mogelijk bepaald aan de hand van de Prijzengids zoals opgesteld door het NIBUD. Indien de bijstandsgerechtigde de beschikking heeft over aankoopbewijzen/facturen van de ontvangen giften, kunnen deze ter onderbouwing van de waarde van de ontvangen gift in natura als bewijsmiddel aangevoerd worden en wordt van die waarde uitgegaan. Voor wat betreft de schenking van een motorvoertuig, wordt gehandeld overeenkomstig wat is opgenomen in het uitvoeringsbeleid voertuigen ISD Brabantse Wal.
Bij giften in natura hoger dan het bedrag genoemd in artikel 31 tweede lid, onderdeel m van de wet is het karakter van de gift bepalend of de gift als inkomen of als vermogen wordt aangemerkt. Als er sprake is van een gift die als inkomen wordt aangemerkt, dan wordt deze gift in beginsel toegerekend aan de maand van ontvangst en verrekend met de uitkering. Als er sprake is van een gift die tot het vermogen wordt gerekend, wordt het in aanmerking te nemen bedrag op de dag van ontvangst gezien als een vermogensmutatie.
Artikel 3. Vrijlaten van giften in individuele gevallen
Bij de beoordeling of giften in een individueel geval en uit oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn beschouwt het college de volgende categorieën giften in ieder geval als verantwoord en laat deze giften buiten beschouwing:
bedragen die worden ontvangen ten behoeve van crowdfunding worden vrijgelaten als middelen voor de bijstand als is vastgesteld dat deze crowdfunding in het individuele geval en vanuit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord is. De bedragen mogen niet worden aangewend voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan van de bijstandsgerechtigde. Als de bijstandsgerechtigde de bedragen wel hiervoor aanwendt, wordt overwogen de bedragen (alsnog) aan te merken als middelen voor de bijstand. Dit kan tot gevolg hebben dat het betreffende bedrag alsnog wordt beoordeeld als een gift als bedoeld in artikel 31 tweede lid, onderdeel m Participatiewet.
De belanghebbende dient in geval artikel 3 lid 1 sub a, b of e van toepassing is bewijsstukken te overleggen dat de gift gebruikt is voor dit betreffende doel. Voor zover de gift niet gebruikt is voor het betreffende doel, kan dit bedrag worden aangemerkt als middel voor de bijstand en alsnog worden beoordeeld als een gift als bedoeld in artikel 31 tweede lid, onderdeel m van de wet.
Voor giften en kostenbesparingen tot het bedrag genoemd in artikel 31 tweede lid, onderdeel m van de wet geldt geen meldplicht. Wanneer het bedrag genoemd in artikel 31 tweede lid, onderdeel m van de wet overschreden wordt, dient deze in overeenstemming met de inlichtingenplicht direct, dan wel binnen 28 dagen na ontvangst aan de ISD Brabantse Wal gemeld te worden door de belanghebbende(n).
HOOFDSTUK 3. Zoektermijn jongere
Artikel 5 Het behandelen van bijstandsaanvragen van jongeren voor afloop van de zoektermijn
Het college maakt in ieder geval gebruik van de bevoegdheid een aanvraag voor algemene bijstand voor het verstrijken van de zoektermijn in behandeling te nemen als bedoeld in artikel 41, elfde lid, van de Wet, wanneer sprake is van tenminste een van de volgende omstandigheden:
HOOFDSTUK 5. Bijstand terugwerkende kracht
Artikel 7 Het verlenen van bijstand met terugwerkende kracht
Het college handelt overeenkomstig deze beleidsregels, tenzij dat voor een of meerdere belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen.
Artikel 9 Intrekking beleidsregels vrijlating giften
De beleidsregel ''Beleidsregel vrijlating giften gemeente Steenbergen 2022'' wordt ingetrokken op de dag dat de Beleidsregel rechtmatigheid gemeente Steenbergen in werking treedt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-231222.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.