U bekijkt een publicatie met

Toon versie van document

Omgevingsplan gemeente Elburg - Technische wijziging vangnetregeling

Dit wijzigingsbesluit betreft een technische wijziging voor de verwerking van de Vangnetregeling Omgevingswet en geluid. 

Het betreft de volgende aanpassingen:

  • 1.

    een aanvulling van de eisen in de bruidsschat omgevingsplan voor de huisvesting in verband met mantelzorg; en

  • 2.

    een aanvulling op de eisen in de bruidsschat omgevingsplan voor de binnenplanse vergunningplicht voor de aanleg of aanpassing van lokale (spoor)wegen.

Er is geen sprake van juridisch inhoudelijke wijziging van het omgevingsplan. Het doorlopen van een wettelijke procedure is niet nodig.

Artikel I

Dit besluit treedt in werking per 13 mei 2026.

Artikel II

Dit besluit betreft de wijzigingen in 'bijlage A'.

Bijlage A Omgevingsplan gemeente Elburg

A

Artikel 5.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.1 Militaire terreinen en objecten

Binnen de contour militaireMilitaire terreinen en objecten worden geen activiteiten toegelaten die het gebruik van het terrein of object kunnen belemmeren.

B

Artikel 5.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.5 Beschermd stadsgezicht

Er is een contour voor het beschermdBeschermd stadsgezicht. Deze contour is vastgesteld met het oog op behoud van cultureel erfgoed.

C

Artikel 5.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.9 Buisleiding gevaarlijke stoffen

Binnen de contour buisleidingenBuisleiding gevaarlijke stoffen gelden beperkingen voor het toelaten van kwetsbare gebouwen en zeer kwetsbare gebouwen en wordt gewaarborgd dat de veiligheid van de buisleiding niet wordt geschaad. 

D

Artikel 5.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.13 Welstandsgebied

Er is een contour voor welstandsgebiedWelstandsgebied. Binnen het welstandsgebied moeten nieuwe bouwactiviteiten voldoen aan criteria voor omgevingskwaliteit, zoals omschreven in de 'Nota omgevingskwaliteit gemeente Elburg'.

E

Artikel 22.37 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.37 Bijbehorend bouwwerk in bijzondere gevallen

  • 1

    Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 22.36, onder a, bestaat uit een deel dat op meer, en een deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen zonder een inwendige scheidingsconstructie tussen beide delen, is op het deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen artikel 22.36, onder a, onder 2, onder ii, van overeenkomstige toepassing.

  • 2

    Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 22.36, onder a, wordt gebruikt voor huisvesting in verband met mantelzorg, gelden en de oppervlakte van het bijbehorend bouwwerk in plaats van de inhet bebouwingsgebied groter is dan wat op grond van artikel 22.36, onder a, onder 3 vergunningsvrij is, gestelde eisen gelden de volgende eisen:

    • a.

      in zijn geheel of in delen verplaatsbaar;

    • b.

      de oppervlakte niet meer dan 100 m2; en

    • c.

      buiten de bebouwde kom.

F

Artikel 22.54 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.54 Toepassingsbereik

  • 1

    Paragraaf 22.3.4 is van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit

  • 2

    In afwijking van het eerste lid is deze paragraaf niet van toepassing op geluid door een activiteit:

    • a.

      op of in een geluidgevoelig gebouw, dat geheel of gedeeltelijk ligt op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;

    • b.

      op of in een geluidgevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar; en

    • c.

      op een niet-geluidgevoelige gevel.;

    • d.

      op een bouwkundige constructie die op grond van artikel 1b vierde lid, van de Wet geluidhinder niet als gevel werd beschouwd; en

    • e.

      op een gevel waarvoor met toepassing van de Interimwet stad- en milieubenadering is afgeweken van de wettelijke normen voor geluid.

  • 3

    Deze paragraaf is niet van toepassing op het geluid van:

    • a.

      het met een verplaatsbaar mijnbouwwerk aanleggen, aanpassen, testen, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat of stimuleren van een voorkomen via een boorgat, bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of

    • b.

      spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen.

  • 4

    Deze paragraaf is alleen van toepassing op het geluid door activiteiten bij detailhandel als:

    • a.

      een of meer elektromotoren aanwezig zijn met een gezamenlijk vermogen van meer dan 1,5 kW, met uitzondering van elektromotoren met een vermogen van 0,25 kW of minder; of

    • b.

      een of meer stookinstallaties aanwezig zijn met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 130 kW.

G

Artikel 22.55 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.55 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking

  • 1

    In afwijking van artikel 22.54, tweede lid, onder b, is deze paragraaf ook van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar:

    • a.

      in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

    • b.

      in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

  • 2

    In afwijking van artikel 22.54 is deze paragraaf niet van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is als:

    • a.

      de activiteit al werd verricht voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en op een locatie is toegelaten op grond van:

      • 1.

        het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

      • 2.

        een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en

    • b.

      het geluidgevoelig gebouw mag worden gebouwd op grond van:

      • 1.

        het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

      • 2.

        een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

  • 3

    In afwijking van artikel 22.54 is deze paragraaf niet van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c.

  • 3 4

    In afwijking van artikel 22.54 is deze paragraaf niet van toepassing op het geluid door bovengrondse hoogspanningsverbindingen met een spanning van ten minste 110 kV.

H

Artikel 22.84 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.84 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking

  • 1

    In afwijking van artikel 22.83, tweede lid, onder b, is deze paragraaf ook van toepassing op trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar:

    • a.

      in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

    • b.

      in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

  • 2

    § 22.3.5 is niet van toepassing op trillingen door een activiteit op een trilling-gevoelig gebouw waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c.

I

Artikel 22.91 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.91 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking

  • 1

    In afwijking van artikel 22.90, tweede lid, zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.245, ook van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig object dat voor een duur van niet meer dan tien jaar is toegelaten:

    • a.

      in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

    • b.

      in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

  • 2

    In afwijking van artikel 22.90, eerste lid, zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.245, niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is maar mag worden gebouwd op grond van:

    • a.

      het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

    • b.

      een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

  • 3

    De waarden, bedoeld in § 22.3.6.2 en § 22.3.6.5 en de afstanden, bedoeld in § 22.3.6.2 en § 22.3.6.4 en artikel 22.245 zijn niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw of geurgevoelig object waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c.

J

Artikel 22.200 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.200 Toepassingsbereik

  • 1

    Deze paragraaf is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

  • 2

    Deze paragraaf is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.129, eerste lid, 3.130 of 3.131 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

  • 3

    § 22.3.16 is niet van toepassing op geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c.

K

Artikel 22.215 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.215 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking

  • 1

    In afwijking van artikel 22.214, tweede lid, is deze paragraaf ook van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar:

    • a.

      in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

    • b.

      in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

  • 2

    In afwijking van artikel 22.214, eerste lid, is deze paragraaf niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is maar mag worden gebouwd op grond van:

    • a.

      het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

    • b.

      een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

  • 3

    § 22.3.18 is niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c.

L

Na artikel 22.271 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 22.271a Rekenregels

  • 1

    Onder het geluid door een weg of spoorweg wordt verstaan: het geluid door de aan te leggen of te wijzigen weg of spoorweg.

  • 2

    Bij het bepalen en beoordelen van het geluid door een weg of spoorweg als bedoeld in die afdeling gelden de regels zoals opgesteld in lid 2 en 3.

  • 3

    Het geluid door een weg of spoorweg wordt bepaald:

    • a.

      voor het geluid door een gemeenteweg of waterschapsweg op een geluidgevoelig gebouw: volgens bijlage IVe bij de Omgevingsregeling; en

    • b.

      voor het geluid door een lokale spoorweg die niet bij omgevingsverordening is aangewezen op een geluidgevoelig gebouw: volgens bijlage IVf bij de Omgevingsregeling.

  • 4

    Voor een hogere waarde voor het geluid door een weg op de gevel van een geluidgevoelig gebouw die is vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, de Experimentenwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering of de Spoedwet wegverbreding, wordt:

    • a.

      de aftrek opgeteld die bij het vaststellen van die hogere waarde is toegepast op grond van artikel 110g van de Wet geluidhinder; en

    • b.

      een hogere waarde in dB(A) omgerekend tot een waarde in dB, door de getalswaarde van die hogere waarde te verminderen met het verschil tussen de heersende waarde in dB(A) en de heersende waarde in dB, waarbij het verschil op een geheel getal wordt afgerond en waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het meest dichtbijgelegen even getal.

M

Artikel 22.272 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.272 Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg

  • 1

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning een weg of spoorweg aan te leggen of te wijzigen als op grond van een omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg of spoorweg.

  • 2

    Het eerste lid is niet van toepassing op een weg als:

    • a.

      deze is gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied;

    • b.

      een maximumsnelheid van 30 km per uur geldt;

    • c.

      de snelheid wordt verlaagd;

    • d.

      een wegdeklaag wordt vervangen door een wegdeklaag met dezelfde of een grotere geluidsreducerende werking;

    • e.

      de snelheid wordt verhoogd tot ten hoogste de maximumsnelheid, zoals die gold voor een tijdelijke snelheidsverlaging die als maatregel is opgenomen in een programma als bedoeld in artikel 5.12 van de Wet milieubeheer, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van de Omgevingswet; of

    • f.

      het wijzigen, gerekend zonder het treffen van maatregelen, leidt tot:

      • 1.

        niet meer dan 5052 dB op de gevel van een geluidgevoelig gebouw;

      • 2.

        als een hogere waarde is vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, de Experimentenwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering of de Spoedwet wegverbreding: niet meer dan 2 1 dB meer geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw dan die hogere waarde of, als de heersende waarde lager is, de heersende waarde; of

      • 3.

        als de weg en het geluidgevoelige gebouw op 1 januari 2007 waren toegelaten, niet eerder een hogere waarde is vastgesteld dan 48 dB en de heersende waarde hoger is dan 48 51 dB: niet meer dan 2 1 dB meer dan de heersende waarde.

  • 3

    Het eerste lid is niet van toepassing op een spoorweg als:

    • a.

      de intensiteit, de verkeerssnelheid of een combinatie van beide wordt gewijzigd waardoor het geluid onafgerond niet meer dan 1,0 dB toeneemt ten opzichte van het geluid gedurende de drie jaren voorafgaand aan de wijziging;

    • b.

      spoorstaven horizontaal worden verplaatst over een afstand van minder dan 2 m;

    • c.

      spoorstaven verticaal worden verplaatst over een afstand van minder dan 1 m;

    • d.

      de baanconstructie wordt vervangen door een baanconstructie die niet meer geluid emitteert dan de te vervangen constructie; of

    • e.

      het wijzigen, gerekend zonder het treffen van maatregelen, leidt tot:

      • 1.

        niet meer dan 3 dB meer geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw dan de heersende waarde; en

      • 2.

        niet meer dan 63 dB op de gevel van een geluidgevoelig gebouw.

  • 4

    Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een geluidgevoelig gebouw:

    • a.

      waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c; of

    • b.

      dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar:

      • 1.

        op grond van dit omgevingsplan, met uitzondering van het tijdelijk deel van dit omgevingsplan, als bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

      • 2.

        op grond van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd na de inwerkingtreding van de Omgevinswet.

N

Artikel 22.274 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.274 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 22.272, eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een akoestisch onderzoek naar:

    • 1.

      het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging of aanleg van de weg of spoorweg ondervinden;

    • 2.

      het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied in de toekomst door de weg of spoorweg zouden ondervinden zonder de invloed van maatregelen die de geluidsbelasting beperken;

    • 3.

      het geluid door andere wegen of niet te wijzigen delen van de weg, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de wijziging van een weg zal leiden tot een toename van meer dan 2 1 dB van het geluid op geluidgevoelige gebouwen door die wegen of delen;

    • 4.

      de doeltreffendheid van de in aanmerking komende verkeersmaatregelen en andere maatregelen om te voorkomen dat het in de toekomst door de weg optredende geluid op de gebouwen, bedoeld onder 1, de standaardwaarde, zijnde 53 Lden voor een weg en 55 Lden voor een spoorweg, te boven zou gaan of om te voorkomen dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen toeneemt ten opzichte van het geluid onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging;

  • b.

    een beschrijving van de voorgenomen maatregelen, bedoeld onder a, onder 4; en

  • c.

    een beschrijving van te treffen geluidwerende maatregelen aan gevels van gebouwen waarvoor het toekomstige geluid hoger wordt dan de standaardwaarde en toeneemt ten opzichte van de situatie voor de wijziging of aanleg, voor zover nodig om te voldoen aan de grenswaarde, bedoeld in tabel 3.53 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

O

Artikel 22.275 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.275 Beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.272, eerste lid, wordt alleen verleend als de activiteit er niet toe leidt dat de grenswaarde 70 Lden wordt overschreden., tenzij het gaat om de overschrijding van de grenswaarde op:

  • a.

    een niet-geluidgevoelige gevel;

  • b.

    een bouwkundige constructie die op grond van artikel 1b, vierde lid, van de Wetgeluidhinder niet als gevel werd beschouwd; of

  • c.

    een gevel waarvoor met toepassing van de Interimwet stad-en-milieubenadering is afgeweken van de wettelijke normen voor geluid.

P

wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

BIJLAGE II GEO-INFORMATIEOBJECTEN

bebouwingscontour Bebouwingscontour houtkap

/join/id/regdata/gm0230/2026/gebiedsaanwijzing_b934859c165540a38406fdb02cebf7e3/nld@2026‑01‑26;1

Bedrijventerrein

/join/id/regdata/gm0230/2025/gebiedsaanwijzing_25b71e83dc4b4a28ad1e5738752b6b4a/nld@2025‑09‑30;1

beschermd stadsgezicht

/join/id/regdata/gm0230/2025/locatiegroep_ee7205e188904b8cb8579d6ccdf7fad2/nld@2025‑09‑30;1

Beschermd stadsgezicht

/join/id/regdata/gm0230/2026/gebiedsaanwijzing_caca9cff38ad4038b012198928b4bcaf/nld@2026‑01‑26;1

Buisleiding gevaarlijke stoffen

/join/id/regdata/gm0230/2026/gebiedsaanwijzing_5a28dbd1885e4384bd9c425d834bcb98/nld@2026‑01‑26;1

Centrumgebied

/join/id/regdata/gm0230/2025/gebiedsaanwijzing_e159c2e8a3be4b569e02d0aba10377a8/nld@2025‑09‑30;1

Halfopen landschap

/join/id/regdata/gm0230/2025/gebiedsaanwijzing_75ddcb920abc49ec841770e0ac23a05a/nld@2025‑09‑30;1

Militaire terreinen en objecten

/join/id/regdata/gm0230/2026/gebiedsaanwijzing_0607d812d6a940fd91b0483f7af42901/nld@2026‑01‑26;1

Molenbiotoop

/join/id/regdata/gm0230/2026/gebiedsaanwijzing_05994593d00a41d09b8d5ef56d99c607/nld@2026‑01‑26;1

Monumenten

/join/id/regdata/gm0230/2026/gebiedsaanwijzing_67d8fb233e9b45368cc129f5cdb968bc/nld@2026‑01‑26;1

Open landschap

/join/id/regdata/gm0230/2025/gebiedsaanwijzing_e6ba7c26949f470da7701a46f42308f9/nld@2025‑09‑30;1

Randmeerkust

/join/id/regdata/gm0230/2025/gebiedsaanwijzing_5f4963cfa6064c9db57786f9f9474a58/nld@2025‑09‑30;1

Veluwe

/join/id/regdata/gm0230/2025/gebiedsaanwijzing_941adad9c85b44f7bc69e9c90a4c2b26/nld@2025‑09‑30;1

welstandsgebied

/join/id/regdata/gm0230/2025/locatiegroep_4f66a3bfc1ae4137991baa9590b1e738/nld@2025‑09‑30;1

welstandsgebied Welstandsgebied

/join/id/regdata/gm0230/2026/gebiedsaanwijzing_9aa97c58ebb740f285f4ce1f973c9852/nld@2026‑01‑26;1

welstandstoetsvrij gebied

/join/id/regdata/gm0230/2025/locatiegroep_2436b007e5b84f2eb940de4fe92377c6/nld@2025‑09‑30;1

Woongebied

/join/id/regdata/gm0230/2025/gebiedsaanwijzing_f0b54bfa863545eebffb0a6f7d45c010/nld@2025‑09‑30;1

Q

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.5 Aanvraag- en meldingsvereisten  

R

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.26 Aanvraag- en meldingsvereisten  

Naar boven