U bekijkt een publicatie met

Toon versie van document

Technische aanvulling ruimtelijke regels Omgevingsplan gemeente Amsterdam (toevoeging ruimtelijke regels die nog nergens gaan gelden, ten behoeve van het op een later moment vervangen van bestemmingsplannen)

Voorliggende bekendmaking heeft slechts betrekking op het in het Omgevingsplan gemeente Amsterdam klaarzetten van ruimtelijke regels waarmee op een later moment bestemmingsplannen kunnen worden vervangen. 

Die regels gaan nu nog nergens gelden, en hebben dus geen enkel rechtsgevolg. 

Artikel 1.3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bepaalt dat onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. 

Met het ontbreken van elk rechtsgevolg is geen sprake van een bestuursrechtelijke rechtshandeling, en is er dus ook geen sprake is van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. 

Om die reden is afgezien van het geven van toepassing aan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, en staat ook geen beroep open. 

Artikel I

Het Omgevingsplan gemeente Amsterdam wordt conform Bijlage A in technisch opzicht aangevuld met regels die nog nergens gaan gelden, maar die nodig zijn om op een later moment bestemmingsplannen te kunnen vervangen.

Artikel II

De aanpassing wordt aangehaald als Technische Aanvulling Omgevingsplan gemeente Amsterdam.

Bijlage A Bijlage bij artikel I

A

Artikel 2.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.3 Vangnetbepaling strijdig gebruik

  • 1.

    Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met een in afdeling 2.3 aan een locatie gegeven gebruiksdoel en de daarop betrekking hebbende regels, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in hoofdstuk 3 en 7.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid is het ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan aan een locatie gegeven bestemming en de daarop betrekking hebbende regels over gebruik, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in hoofdstuk 3 en 7, voor zover die van toepassing zijn.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid is het daar waar een TAM-omgevingsplan is vastgesteld en in werking is getreden, waarbij het  ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is vervallen, verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de daarin opgenomen regels over gebruik van gronden en bouwwerken, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in hoofdstuk 3 en 7, voor zover die van toepassing zijn.

  • 4.

    In aanvulling op het tweede lid is het daar waar een TAM-omgevingsplan is vastgesteld en in werking is getreden, zonder dat daarbij het  ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is vervallen, verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de daarin opgenomen regels over gebruik van gronden en bouwwerken.

  • 5.

    Tot een gebruik dat in overeenstemming is met elk aan een locatie gegeven gebruiksdoel, bedoeld in het eerste lid of derde lid, behoort in elk geval het inrichten en/of gebruiken van gronden en bouwwerken voor: 

    • a.

      groenvoorzieningen en waterpartijen;

    • b.

      nutsvoorzieningen, met uitzondering van:

      • 1.

        hoogspanningsverbindingen, bedoeld in paragraaf 2.3.16;

      • 2.

        buisleidingen, bedoeld in paragraaf 2.3.17 en paragraaf 2.3.23;

      • 3.

        nutsvoorzieningen, bedoeld in het zevende lid;

    • c.

      ontsluitingsinfrastructuur ten behoeve van het gebruiksdoel;

    • d.

      het voorzien in de eigen parkeerbehoefte.

  • 6.

    Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing op: 

    • a.

      een bouwwerk dat met toepassing van artikel 4.19 is toegestaan;

    • b.

      een bijbehorend bouwwerk dat op grond van afdeling 5.3 is toegestaan. 

  • 7.

    De volgende nutsvoorzieningen zijn uitsluitend in overeenstemming met een aan een locatie gegeven gebruiksdoel, bedoeld in het eerste lid, ter plaatse van de aanduiding 'bijzondere nutsvoorziening toegestaan': 

    • a.

      zendinstallatie LG en MG.

  • 8.

    In afwijking van het eerste tot en met vierde lid, is het volgende gebruik van gronden en bouwwerken in overeenstemming met een aan een locatie gegeven gebruiksdoel of bestemming: 

    • a.

      ondergeschikt kantoorgebruik, als bedoeld in paragraaf 3.2.4, onder de daar gestelde voorwaarden; 

    • b.

      ondergeschikte detailhandel, als bedoeld in paragraaf 3.2.5, onder de daar gestelde voorwaarden;

    • c.

      huisvesting in verband met mantelzorg, als bedoeld in paragraaf 3.2.7, onder de daar gestelde voorwaarden.

B

Artikel 2.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.18 Gereserveerd

[Gereserveerd]

[Vervallen]

C

Het opschrift van artikel 2.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.19 2.18 Het gebruik van woonruimte of bijbehorende opstallen voor Bed and Breakfast

D

Artikel 2.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.20 2.19 Kamerverhuur

  • 1.

    Woonruimte is uitsluitend toegestaan in de vorm van zelfstandige woonruimte, tenzij:

    • a.

      de woonruimte is gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor zover die vergunning voorziet in het realiseren van onzelfstandige woonruimten; 

    • b.

      de op grond van de Huisvestingsverordening benodigde omzettingsvergunning is verleend; of

    • c.

      het een omzetting naar een onzelfstandige woning betreft die in de Huisvestingsverordening is vrijgesteld van vergunningplicht als bedoeld in artikel 21 lid 1 onder c van de Huisvestingwet. 

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid, onder a en b, is onzelfstandige woonruimte ook toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'onzelfstandige woonruimte toegestaan'.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid, onder c, is omzetting naar onzelfstandige woonruimte niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'onzelfstandige woonruimte niet toegestaan'. 

  • 3 4.

    Als onzelfstandige woonruimte is toegestaan, is ter plaatse van de aanduiding 'minimum aantal onzelfstandige woonruimten' het minimum aantal onzelfstandige woonruimten de daar bepaalde waarde.

  • 4 5.

    Als onzelfstandige woonruimte is toegestaan, is ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal onzelfstandige woonruimten' het maximum aantal onzelfstandige woonruimten de daar bepaalde waarde.

E

Het opschrift van artikel 2.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.21 2.20 Woningvorming

F

Het opschrift van artikel 2.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.22 2.21 Toepassingsbereik 

G

Het opschrift van artikel 2.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.23 2.22 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening', toegestaan gebruik

H

Artikel 2.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.24 2.23 Omvang en situering van maatschappelijke dienstverlening

I

Het opschrift van artikel 2.25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.25 2.24 Geluidgevoelige ruimten

J

Artikel 2.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.29 2.25 Instellingen met een gezondheidszorgfunctie met bedgebied

Onverminderd paragraaf 2.3.2.2 zijn instellingen met een gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan, bedoeld in artikel 3.21 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, anders dan instellingen, bedoeld in artikel 2.292.28 en 2.302.29, uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'gezondheidszorgfunctie met bedgebied toegestaan'. 

K

Subparagraaf 2.3.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 2.3.2.2 Regels over specifieke vormen van maatschappelijke dienstverlening

Artikel 2.25 2.26 Kinderopvang

Artikel 2.26 2.27 Onderwijs 

Artikel 2.27 2.28 Ziekenhuizen en daarmee vergelijkbare instellingen

Het bieden van medische zorgverlening in een ziekenhuis of universitair medisch centrum is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'ziekenhuis toegestaan'.

Artikel 2.28 2.29 Verpleeghuizen en verzorgingshuizen

Een verpleeghuis of verzorgingshuis is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'verpleeghuis of verzorgingshuis toegestaan'. 

Artikel 2.30 Kinderboerderijen

Een kinderboerderij is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kinderboerderij'.

Artikel 2.31 Begraafplaatsen

Een begraafplaats is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats toegestaan'.

Artikel 2.32 Crematoria

Een crematorium is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'crematorium toegestaan'. 

Artikel 2.34 2.33 Dagverblijf van personen met een lichamelijke of geestelijke beperking 

Een dagverblijf voor personen met een lichamelijke of geestelijke beperking is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'dagverblijf voor personen met een lichamelijke of geestelijke beperking toegestaan'. 

Artikel 2.36 2.34 Gereserveerd

[Gereserveerd]

Artikel 2.33 2.35 Overige vormen van maatschappelijke dienstverlening die uitsluitend op specifiek aangegeven locaties zijn toegestaan

L

Artikel 2.37 wordt verplaatst van subparagraaf 2.3.2.2 naar subparagraaf 2.3.2.3. Subparagraaf 2.3.2.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 2.3.2.3 Locaties waar uitsluitend specifieke vormen van maatschappelijke dienstverlening zijn toegestaan

Artikel 2.38 2.36 Beperking ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijke dienstverlening - uitsluitend school(werk)tuin'

Ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijke dienstverlening - uitsluitend school(werk)tuin' is maatschappelijke dienstverlening uitsluitend in de vorm van een school(werk)tuin toegestaan. 

Artikel 2.39 2.37 Beperking ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijke dienstverlening - uitsluitend kinderboerderij'

Ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijke dienstverlening - uitsluitend kinderboerderij' is maatschappelijke dienstverlening uitsluitend in de vorm van een kinderboerderij toegestaan. 

[Red: Artikel 2.37 verplaatst van subparagraaf 2.3.2.2 naar subparagraaf 2.3.2.3. ]

Artikel 2.37 2.38 Gereserveerd Beperking ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijke dienstverlening - uitsluitend kinderopvang'

[Gereserveerd]

Ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijke dienstverlening - uitsluitend kinderopvang' is maatschappelijke dienstverlening uitsluitend in de vorm van een kinderopvang toegestaan.

Artikel 2.39 Beperking ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijke dienstverlening - uitsluitend onderwijs'

Ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijke dienstverlening - uitsluitend onderwijs' is maatschappelijke dienstverlening uitsluitend in de vorm van onderwijs, bedoeld in artikel 2.27, toegestaan.  

M

Artikel 2.42 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.42 Omvang en situering van zakelijke en administratieve dienstverlening

N

Artikel 2.51 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.51 Omvang en situering van detailhandel 

O

Artikel 2.60 wordt verplaatst van subparagraaf 2.3.4.3 naar subparagraaf 2.3.4.1. Het opschrift van artikel 2.60 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.60 2.52 Omvang en situering van supermarkten

P

Artikel 2.61 wordt verplaatst van subparagraaf 2.3.4.3 naar subparagraaf 2.3.4.1. Het opschrift van artikel 2.61 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.61 2.53 Omvang en situering van mini-supermarkten

Q

Het opschrift van artikel 2.52 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.52 2.54 gereserveerd

R

Het opschrift van artikel 2.53 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.53 2.55 gereserveerd

S

Artikel 2.57 wordt geplaatst voor artikel 2.54. Het opschrift van artikel 2.57 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.57 2.56 Beperkende regel over waar smartshops, headshops, seedshops, growshops en naar de aard daarmee vergelijkebare vormen van detailhandel zijn toegestaan

T

Artikel 2.54 wordt geplaatst na artikel 2.57. Het opschrift van artikel 2.54 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.54 2.57 Beperkende regel over waar loketverkoop is toegestaan

U

Artikel 2.55 wordt geplaatst na artikel 2.54. Het opschrift van artikel 2.55 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.55 2.58 Beperkende regel over waar sekswinkels zijn toegestaan

V

Artikel 2.56 wordt geplaatst na artikel 2.55. Het opschrift van artikel 2.56 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.56 2.59 Beperkende regel over waar een verkooppunt motorbrandstoffen is toegestaan

W

Artikel 2.58 wordt verplaatst van subparagraaf 2.3.4.3 naar subparagraaf 2.3.4.2. Het opschrift van artikel 2.58 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.58 2.60 Beperkende regels over waar supermarkten en mini-supermarkten zijn toegestaan

X

Subparagraaf 2.3.4.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 2.3.4.3 Regels over supermarkten

[Vervallen]

[Vervallen]

Y

Het opschrift van subparagraaf 2.3.4.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 2.3.4.4 2.3.4.3 Locaties waar uitsluitend specifieke vormen van detailhandel zijn toegestaan

Z

Artikel 2.66 wordt verplaatst van subparagraaf 2.3.4.5 naar subparagraaf 2.3.4.4. Artikel 2.66 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.66 2.61 Gereserveerd Cumulatiebepaling

[Gereserveerd]

Als aan een locatie meerdere van de in deze subparagraaf bedoelde aanduidingen zijn gegeven dan zijn op die locatie al de desbetreffende vormen van detailhandel toegestaan, met uitsluiting van overige vormen van detailhandel.  

AA

Artikel 2.62 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.62 Locaties bedoeld voor grootschalige detailhandelsvestigingen en perifere detailhandel 

BB

Artikel 2.59 wordt verplaatst van subparagraaf 2.3.4.3 naar subparagraaf 2.3.4.4. Het opschrift van artikel 2.59 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.59 2.64 Locaties waar uitsluitend een supermarkt is toegestaan

CC

Artikel 2.64 wordt verplaatst van subparagraaf 2.3.4.5 naar subparagraaf 2.3.4.4. Artikel 2.64 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.64 2.65 Gereserveerd Locaties waar uitsluitend een verkooppunt motorbrandstoffen toegestaan

[Gereserveerd]

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend verkooppunt motorbrandstoffen toegestaan' is detailhandel alleen in de vorm van een verkooppunt voor motorbrandstoffen toegestaan.

DD

Artikel 2.65 wordt verplaatst van subparagraaf 2.3.4.5 naar subparagraaf 2.3.4.4. Artikel 2.65 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.65 2.66 Gereserveerd Locaties waar uitsluitend een fietsenwinkel is toegestaan

[Gereserveerd]

EE

Artikel 2.67 wordt verplaatst van subparagraaf 2.3.4.5 naar subparagraaf 2.3.4.4. Artikel 2.67 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.67 Gereserveerd Locaties waar detailhandel uitsluitend in de vorm van een galerie is toegestaan

[Gereserveerd]

Ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel uitsluitend toegestaan in de vorm van een galerie' is detailhandel uitsluitend in de vorm van een galerie toegestaan. 

FF

Het opschrift van subparagraaf 2.3.4.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 2.3.4.5 2.3.4.4 Gebiedsspecifieke beperkingen met betrekking tot detailhandel [gereserveerd]

GG

Artikel 2.71 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.71 Omvang en situering van consumentgerichte dienstverlening

HH

Artikel 2.75 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.75 Gereserveerd Locaties waar uitsluitend op persoonlijke verzorging gerichte dienstverlening is toegestaan

[Gereserveerd]

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend dienstverlening persoonlijke verzorging toegestaan' is uitsluitend consumentgerichte dienstverlening toegestaan die gericht is op de persoonlijke verzorging van consumenten, zoals kapsalons, schoonheidssalons, nagelstudio’s en naar de aard daarmee te vergelijken dienstverlening.

II

Artikel 2.82 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.82 Regels over omvang en situering bedrijf

JJ

Artikel 2.102 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.102 Omvang en situering van culturele voorzieningen

KK

Het opschrift van artikel 2.107 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.107 Waar culturele horeca met toepassing van subparagraaf [PM]  kan worden toegestaan [gereserveerd] Gereserveerd

LL

Artikel 2.115 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.115 Omvang en situering van hotels

  • 1.

    Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte hotel' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van hotel mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

  • 2.

    Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin hotel is toegestaan' is het exploiteren van een hotel uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen. 

  • 3.

    Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal hotelkamers' is het maximum aantal hotelkamers de daar bepaalde waarde.

  • 4.

    Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedden' is het maximum aantal slaapplaatsen dat in het hotel is toegestaan de daar bepaalde waarde.

  • 5.

    Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedden per kamer' is het maximum aantal slaapplaatsen dat per hotelkamer is toegestaan de daar bepaalde waarde.

  • 6.

    Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin hotel niet is toegestaan' is het exploiteren van een hotel niet toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

MM

Artikel 2.126 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.126 Omvang en situering van sportvoorzieningen

NN

Artikel 2.132 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.132 Gereserveerd Locaties waar uitsluitend een yogastudio is toegestaan

[Gereserveerd]

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend yogastudio toegestaan' is een sportvoorziening alleen in de vorm van een voorziening voor yogalessen of yogatrainingen toegestaan.

OO

Artikel 2.139 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.139 Omvang en situering van faciliteiten op het gebied van ontspanning en vermaak

PP

Artikel 2.195 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.195 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: verkeer', toegestaan gebruik 

  • 1.

    De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: verkeer' hebben als gebruiksdoel het realiseren, in stand houden en gebruiken van wegen, stationsvoorzieningen, spoorwegen, metrolijnen, trambanen, woonerven, parkeervoorzieningen, fietsstallingen, voet- en fietspaden en pleinen.

  • 2.

    Tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald, zijn de gronden ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: verkeer' mede bedoeld voor het gebruik van de volgende voorzieningen, bouwwerken en andere werken:

    • a.

      bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen, taluds en zijkanten, waterstaatkundige en civieltechnische (kunst)werken, alsmede de aan de wegen liggende parkeerplaatsen;

    • b.

      beschoeiingen, (aanleg)steigers, en daarmee vergelijkbare ondergeschikte werken en bouwwerken en overige naar aard en omvang ondergeschikte werken en bouwwerken;

    • c.

      groenvoorzieningen en watervoorzieningen;

    • d.

      nutsvoorzieningen en ondergrondse infrastructurele voorzieningen.

  • 3.

    Bij het realiseren, in stand houden en gebruiken van de in het tweede lid bedoelde voorzieningen, bouwwerken en andere werken worden de bepalingen zoals elders in dit omgevingsplan gesteld, voor zover die op de desbetreffende activiteiten van toepassing zijn, in acht genomen.  

  • 4.

    Gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: verkeer' mogen worden gebruikt op een wijze die gelet op de inrichting passend is.  

QQ

Artikel 2.204 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.204 Vergunningplicht voor het aanleggen of wijzigen van gemeentewegen en waterschapswegen

Onverminderd deze subparagraaf is op het aanleggen of het wijzigen van een gemeenteweg, een waterschapsweg of een lokale spoorweg en op het wijzigen van het gebruik van een lokale spoorweg hoofdstuk 711 onverkort van toepassing. 

RR

Het opschrift van paragraaf 2.3.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 2.3.23 2.3.24 Kampeerterrein en vakantiepark [gereserveerd]

SS

Paragraaf 2.3.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 2.3.24 2.3.25 Vergader- en congresfaciliteit [gereserveerd] Bijeenkomstfaciliteit

[Gereserveerd]

Artikel 2.250 Toepassingsbereik 

Artikel 2.251 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: bijeenkomstfaciliteit', toegestaan gebruik 

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: bijeenkomstfaciliteit' hebben als gebruiksdoel bijeenkomstfaciliteit en mogen worden gebruikt voor het exploiteren van een bijeenkomstfaciliteit.

Artikel 2.252 Omvang en situering van bijeenkomstfaciliteit 

TT

Artikel 3.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.5 Inrichting en gebruik van het bij een hoofdgebouw behorend erf, erfbebouwing

  • 1.

    Het gebruik van het bij een hoofdgebouw behorend erf is in overeenstemming met een in afdeling 2.3 aan een locatie gegeven gebruiksdoel.  

  • 2.

    Onder het gebruik van een bij een hoofdgebouw behorend erf dat in overeenstemming is met een in afdeling 2.3 aan een locatie gegeven gebruiksdoel wordt verstaan een inrichting en gebruik op een wijze die naar algemene maatstaven als een normale inrichting en gebruik van het bijbehorende erf wordt beschouwd.

  • 3.

    Ter plaatse van de aanduiding 'tuin' geldt, in afwijking van het tweede lid, dat een bedrijfsmatig gebruik van het bijbehorend erf niet is toegestaan. Onder bedrijfsmatig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruik voor opslag.

  • 4.

    Ter plaatse van de aanduiding 'beperkingen voor opslag goederen op het gebouwerf' mag een bij een hoofdgebouw behorend erf in ieder geval niet worden gebruikt voor opslag van goederen voor zover deze zichtbaar is vanaf de openbare weg.

  • 4 5.

    Ter plaatse van het besluitgebied van een TAM-omgevingsplan, waarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is komen te vervallen, is dit artikel van overeenkomstige toepassing, tenzij artikel 3.4, tweede lid van toepassing is. 

  • 5 6.

    Ter plaatse van de aanduiding ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen wordt bij de toepassing van dit artikel in plaats van 'in afdeling 2.3 aan een locatie gegeven gebruiksdoel' gelezen 'in het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan aan een locatie gegeven bestemming'. 

UU

Artikel 3.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.7 Van toepassing zijnde parkeernormen

  • 1.

    Voor de toepassing van deze subparagraaf zijn de geldende parkeernormen over het aantal parkeerplaatsen voor auto’s dat bij het gebruik van gronden en bouwwerken feitelijk op eigen terrein beschikbaar is en moet blijven ten behoeve van dat gebruik de normen zoals opgenomen in bijlage IV.

  • 2.

    Ter plaatse van de aanduiding 'A-locatie (parkeernormering)' gelden de in bijlage IV aangegeven normen voor een A-locatie.

  • 3.

    Ter plaatse van de aanduiding 'B-locatie (parkeernormering)' gelden de in bijlage IV aangegeven normen voor een B-locatie.

  • 4.

    Ter plaatse van de aanduiding 'C-locatie (parkeernormering)' gelden de in bijlage IV aangegeven normen voor een C-locatie.

  • 5.

    In afwijking van het eerste lid geldt ter plaatse van de aanduiding 'aantal autoparkeerplaatsen' de daar bepaalde waarde als norm voor het aantal parkeerplaatsen dat op eigen terrein feitelijk beschikbaar moet zijn. 

  • 6.

    Ter plaatse van de aanduiding 'parkeren op eigen terrein niet toegestaan' is het, in afwijking van het eerste lid, niet toegestaan parkeergelegenheid op een gebouwerf beschikbaar te hebben. Dit verbod is niet van toepassing op een motorrijtuig op twee wielen of op een gehandicaptenvoertuig, bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

VV

Na paragraaf 3.2.14 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

Paragraaf 3.2.15 Laden en lossen

Artikel 3.53 Laden en lossen op eigen terrein

Ter plaatse van de aanduiding 'laden en lossen uitsluitend op eigen terrein toegestaan' is laden en lossen uitsluitend op eigen terrein toegestaan. 

WW

Het opschrift van artikel 3.53 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.53 3.54 Toepassingsbereik

XX

Het opschrift van subparagraaf 4.2.4.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 4.2.4.13 4.2.4.14 Toets aan overige regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken

YY

Het opschrift van artikel 4.86 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.86 4.89 Toets aan overige regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken 

ZZ

Het opschrift van subparagraaf 4.2.4.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 4.2.4.14 4.2.4.15 Overige vergunningvoorschriften en aanvraagvereisten

AAA

Het opschrift van artikel 4.87 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.87 4.90 Vergunningvoorschriften met betrekking tot de situering van vluchtwegen

BBB

Het opschrift van artikel 4.88 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.88 4.91 Aanvraagvereisten in verband met beoordeling hemelwaterberging

CCC

Het opschrift van artikel 4.89 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.89 4.92 Overgangsbepaling: vergunningvoorschriften over archeologische monumentenzorg 

DDD

Het opschrift van artikel 4.90 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.90 4.93 Overige gegevens en bescheiden

EEE

Het opschrift van artikel 4.91 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.91 4.94 Toepassingsbereik en oogmerk

FFF

Het opschrift van artikel 4.92 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.92 4.95 Uitgestelde toepassing

GGG

Het opschrift van artikel 4.93 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.93 4.96 Vergunningplicht voor een omgevingsplanactiviteit slopen binnen een beschermd gezicht

HHH

Het opschrift van artikel 4.94 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.94 4.97 Uitzonderingen op de vergunningplicht

III

Het opschrift van artikel 4.95 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.95 4.98 Beoordelingsregels

JJJ

Het opschrift van artikel 4.96 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.96 4.99 Advies gemeentelijke Commissie Omgevingskwaliteit Amsterdam

KKK

Het opschrift van artikel 4.97 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.97 4.100 Aanvraagvereisten

LLL

Het opschrift van artikel 4.98 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.98 4.101 Vergunningvoorschriften

MMM

Paragraaf 4.3.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 4.3.2 4.3.3 Vergunningplicht omgevingsplanactiviteit slopen geluidwerende eerstelijnsbebouwing [gereserveerd]

Artikel 4.99 4.109 Gereserveerd

[Gereserveerd]

Artikel 4.100 4.110 Gereserveerd

[Gereserveerd]

NNN

Het opschrift van artikel 4.108 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.108 4.111 Repressief toezicht op het uiterlijk van bouwwerken met het oog op een goede omgevingskwaliteit

OOO

Het opschrift van artikel 4.109 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.109 4.112 Maatwerkvoorschriften

PPP

Het opschrift van artikel 4.110 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.110 4.113 Toepassingsbereik

QQQ

Het opschrift van artikel 4.111 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.111 4.114 Begripsbepaling

RRR

Het opschrift van artikel 4.112 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.112 4.115 Verbod op lozen zonder waterberging

SSS

Het opschrift van artikel 4.113 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.113 4.116 Vereisten hemelwaterberging

TTT

Artikel 4.114 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.114 4.117 Aanwijzing brandvoorschriftengebied als bedoeld in artikel 5.14, eerste en tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

UUU

Artikel 4.115 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.115 4.118 Aanwijzing explosievoorschriftengebied als bedoeld in artikel 5.14, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving

VVV

Het opschrift van artikel 4.116 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.116 4.119 Aanwijzing waarde gezamenlijk geluid

WWW

Artikel 4.117 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.117 4.120 Aanwijzing niet-geluidgevoelige gevel als bedoeld in artikel 4.103b, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving

  • 1.

    Een gebouw ter plaatse van de aanduiding 'geluidgevoelig gebouw met niet-geluidgevoelige gevel' is een geluidgevoelig gebouw met niet-geluidgevoelige gevel. 

  • 2.

    De gevel ter plaatse van de aanduiding 'niet-geluidgevoelige gevel’ is een niet-geluidgevoelige gevel, bedoeld in artikel 4.103b, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

  • 3.

    Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag met niet-geluidgevoelige gevel' geldt dat het eerste lid alleen van toepassing is op de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

  • 4.

    Voor zover met artikel 4.1184.121 een gevel is aangewezen als een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen, geldt de gevel als een niet-geluidgevoelige gevel, bedoeld in artikel 4.103b, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

XXX

Artikel 5.76 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.76 4.121 Aanwijzing niet-geluidgevoelige gevels met bouwkundige maatregelen

YYY

Artikel 5.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.6 Vangnetbepaling ruimtelijke regels bouwwerken

  • 1.

    Het is verboden een bouwwerk te bouwen en in stand te houden op een wijze die niet in overeenstemming is met de in dit hoofdstuk of hoofdstuk 7 opgenomen ruimtelijke regels over bouwwerken.

  • 2.

    Ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' geldt in afwijking van het eerste lid dat het verboden is een bouwwerk te bouwen en in stand te houden op een wijze die niet in overeenstemming is met afdeling 5.3 of met in het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan opgenomen ruimtelijke regels over bouwwerken.

  • 3.

    In aanvulling op het eerste en tweede lid is het daar waar een TAM-omgevingsplan is vastgesteld  en in werking is getreden verboden een bouwwerk te bouwen en in stand te houden op een wijze die niet in overeenstemming is met de daarin opgenomen ruimtelijke regels over bouwwerken en het gebruik daarvan.

ZZZ

Artikel 5.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.10 Beperkingen vanwege cultureel erfgoed

  • 1.

    Artikel 5.8 is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht: 

    • a.

      in, aan, op of bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument; of 

    • b.

      op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de aanduiding 'rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht' of de aanduiding 'gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht' is gegeven, tenzij het betreft een erfafscheiding, bedoelt in artikel 5.8, onder b, op erf aan de achterkant van een hoofdgebouw, mits dat erf niet ook deel uitmaakt van het erf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd.

  • 2.

    Artikel 5.8, onder b, is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de aanduiding 'rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht' of de aanduiding 'gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht' is gegeven, tenzij het gaat om:

    • a.

      inpandige wijzigingen;

    • b.

      een wijziging van een achtergevel of achterdakvlak, als die gevel of dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd;

    • c.

      een bouwwerk op gebouwerf aan de achterkant van een hoofdgebouw, als dat gebouwerf niet ook deel uitmaakt van het gebouwerf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; of

    • d.

      een bouwwerk op een locatie die onderdeel is van openbaar toegankelijk gebied.

  • 2 3.

    Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder gemeentelijk monument respectievelijk voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan een monument of archeologisch monument dat op grond van een gemeentelijke verordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. 

  • 3 4.

    Het derde lid is van toepassing:

    • a.

       als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en 

    • b.

      als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.

AAAA

Artikel 5.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.15 Waar bovengrondse gebouwen zijn toegestaan 

  • 1.

    Een bovengronds gebouw is, tenzij elders anders is bepaald, uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'.

  • 2.

    Dit artikel is niet van toepassing op ondergeschikte bouwdelen aan of op een gebouw, bedoeld in artikel 5.25.

  • 3.

    In aanvulling op het eerste lid is een bijgebouw ook toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouw toegestaan'.

  • 4.

    Ter plaatse van de aanduiding 'afwijkmogelijkheid maximum bebouwingspercentage' kan bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken worden afgeweken van het eerste lid, ten behoeve van het toestaan van gebouwen tot een bebouwingspercentage van de daar bepaalde waarde, maar alleen als:  

    • a.

      daardoor de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de locatie en de omgeving daarvan niet onevenredig worden aangetast; en

    • b.

      het belang van behoud van cultureel erfgoed zich daartegen niet verzet.

     

BBBB

Artikel 5.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.17 Bouwhoogte van gebouwen

  • 1.

    Tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald, is voor een bovengronds gebouw de bestaande bouwhoogte ervan de maximum bouwhoogte. 

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid is ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte gebouw' de maximum bouwhoogte van een gebouw in meters de daar bepaalde waarde.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid is ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte gebouw t.o.v. NAP' de maximum bouwhoogte van een gebouw in meters de daar bepaalde waarde, gemeten ten opzichte NAP;

  • 4.

    Ter plaatse van de aanduiding 'minimum bouwhoogte gebouw' is de minimum bouwhoogte van een gebouw in meters de daar bepaalde waarde.

  • 5.

    Ter plaatse van de aanduiding 'overgangsbepaling bouw- en goothoogte' geldt, in afwijking van het eerste lid, voor de duur van vijf jaar nadat op een locatie het eerste lid in werking is getreden, de maximum bouwhoogte uit het tot dat moment geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan als maximum bouwhoogte, voor zover daarin een grotere bouwhoogte was toegestaan. 

  • 5 6.

    Dit artikel is niet van toepassing op bouwdelen aan of op een gebouw, bedoeld in artikel 5.25.

CCCC

Artikel 5.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.18 Goothoogte van gebouwen

  • 1.

    Tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald, is voor een legaal gebouwd bestaand gebouw de bestaande goothoogte de goothoogte.  

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid is ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte' de maximum goothoogte van een gebouw in meters de daar bepaalde waarde.

  • 3.

    Ter plaatse van de aanduiding 'overgangsbepaling bouw- en goothoogte' geldt, in afwijking van het eerste lid, voor de duur van vijf jaar nadat op een locatie het eerste lid in werking is getreden, de maximum goothoogte uit het tot dat moment geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan als maximum goothoogte, voor zover daarin een grotere goothoogte was toegestaan.

DDDD

Het opschrift van artikel 5.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.19 Minimale hoogte van de eerste bouwlaag 

EEEE

Artikel 5.27 wordt geplaatst na artikel 5.25. Artikel 5.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.27 5.26 Gereserveerd Nadere regels over de kap van een gebouw

[Gereserveerd]

  • 1.

    Ter plaatse van de aanduiding 'dakvorm uitbouw - dwarskap' is een uitbouw van een kap aan de achterzijde van een woning alleen toegestaan in de vorm van een dwarskap.

  • 2.

    Ter plaatse van de aanduiding 'kapvorm woning' mag de vorm en helling van een bestaande kap van een woning niet worden gewijzigd.

FFFF

Artikel 5.26 wordt geplaatst na artikel 5.27. Artikel 5.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.26 5.27 Gereserveerd Behoud bestaande lichthoven

[Gereserveerd]

In afwijking van artikel 5.15 en artikel 5.17 mag ter plaatse van de aanduiding 'lichthof behouden' ter plaatse van onbebouwde ruimte geen bouwvolume worden toegevoegd.

GGGG

Artikel 5.43 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.43 Vlaggenmasten [gereserveerd]en reclamezuilen

[Gereserveerd]

HHHH

Artikel 5.48 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.48 Gereserveerd Voor mensen toegankelijke overkappingen

[Gereserveerd]

IIII

Het opschrift van afdeling 5.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 5.8 OVERIGE SPECIFIEKE REGELS OVER BOUWWERKEN

JJJJ

Na artikel 5.75 worden vijf artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 5.76 Open pui niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'beperkingen ten aanzien van de pui'

  • 1.

    Ter plaatse van de aanduiding 'beperkingen ten aanzien van de pui', is een open pui ten behoeve van de verkoop van goederen of eetwaren niet toegestaan.

  • 2.

    In dit artikel wordt onder een open pui verstaan een voorgevel die op straatniveau geheel of gedeeltelijk bestaat uit een afsluiting die kan worden geopend.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing op een open pui die:

    • a.

      op het moment van inwerkingtreding van deze bepaling legaal aanwezig is.; of 

    • b.

      door middel van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is toegestaan. 

Artikel 5.77 Gesloten pui niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'beperkingen ten aanzien van de pui'

  • 1.

    Ter plaatse van de aanduiding 'beperkingen ten aanzien van de pui', is een gesloten pui of een berging aan de straatzijde niet toegestaan. 

  • 2.

    In dit artikel wordt onder een gesloten pui verstaan een voorgevel die op straatniveau geheel of grotendeels ondoorzichtig is.

  • 3.

    Het tweede lid is niet van toepassing op: 

    • a.

      souterrains; 

    • b.

      een gesloten pui en een berging aan de straatzijde die op het moment van inwerkingtreding van deze bepaling legaal aanwezig is; 

    • c.

      een gesloten pui die met toepassing van het vierde lid is toegestaan; of

    • d.

      een gesloten pui die door middel van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is toegestaan. 

  • 4.

    Bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken kan worden afgeweken van het eerste lid, ten behoeve van:

    • a.

      de gebruiksdoelen: maatschappelijke dienstverlening, culturele voorziening, sportvoorziening en ontspanning en vermaak; 

    • b.

      bergingen, voor zover redelijkerwijze niet mogelijk is om de berging op een andere plek te situeren. 

  • 5.

    Aan het vierde lid wordt alleen toepassing gegeven als: 

    • a.

      daardoor de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de locatie en de omgeving daarvan niet onevenredig wordt aangetast; en

    • b.

      het belang van behoud van cultureel erfgoed zich daartegen niet verzet. 

Artikel 5.78 Geen loggia’s aan straatzijde ter plaatse van de aanduiding 'loggia’s aan straatzijde niet toegestaan'

  • 1.

    Ter plaatse van de aanduiding 'loggia’s aan straatzijde niet toegestaan' zijn aan de straatzijde geen loggia’s toegestaan. 

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op een loggia aan de straatzijde die:

    • a.

      op het moment van inwerkingtreding van deze bepaling legaal aanwezig is; of

    • b.

      door middel van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is toegestaan.

Artikel 5.79 Behoud zelfstandige ontsluiting van hogere bouwlagen ter plaatse van de aanduiding 'behoud zelfstandige ontsluiting hogere bouwlagen'

  • 1.

    Ter plaatse van de aanduiding 'behoud zelfstandige ontsluiting hogere bouwlagen', dient in elk pand een zelfstandige ontsluiting van hogere bouwlagen aanwezig te zijn. 

  • 2.

    In dit artikel wordt onder pand verstaan: de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandig eenheid die direct en duurzaam met de grond is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing:

    • a.

      op panden waarin legaal geen zelfstandige ontsluiting aanwezig is op het moment van inwerkingtreding van deze bepaling; 

    • b.

      indien toepassing is gegeven aan het vierde lid; of

    • c.

      indien door middel van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is toegestaan dat de zelfstandige ontsluiting is verwijderd.

  • 4.

    Bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken kan worden afgeweken van het tweede lid, als de hogere bouwlagen in voldoende mate bereikbaar blijven. 

Artikel 5.80 Samenvoegen van panden niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'samenvoegen panden niet toegestaan'

  • 1.

    Ter plaatse van de aanduiding 'samenvoegen panden niet toegestaan', is het samenvoegen van panden niet toegestaan, en wordt, in geval van nieuwbouw na sloop, elk pand teruggebouwd in de oorspronkelijke breedte.

  • 2.

    In dit artikel wordt verstaan onder: 

    • a.

      samenvoegen: het maken, toevoegen of vergroten van enige verbinding door middel van een doorbraak;

    • b.

      pand: de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de grond is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 

    • c.

      doorbraak: verwijdering van een of meer (delen van) muren tussen twee of meer panden. 

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing op een bestaande samenvoeging van panden die:

    • a.

      op het moment van inwerkingtreding van deze bepaling legaal aanwezig is; 

    • b.

      met toepassing van het vierde lid is toegestaan; of

    • c.

      door middel van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is toegestaan. 

  • 4.

    Bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken kan worden afgeweken van het eerste lid ten behoeve van het verplaatsen van legaal bestaande doorbraken.  

  • 5.

    Aan het vierde lid wordt alleen toepassing gegeven als: 

    • a.

      daardoor de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de locatie en de omgeving daarvan niet onevenredig wordt aangetast; en

    • b.

      het belang van behoud van cultureel erfgoed zich daartegen niet verzet.  

KKKK

Hoofdstuk 12 wordt geplaatst na hoofdstuk 6. Hoofdstuk 12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 12 7 GERESERVEERD GEBIEDSEIGEN REGELS OVER GEBRUIK EN BOUWWERKEN

[Gereserveerd]

Afdeling 7.1 Stadsdeel Centrum

Paragraaf 7.1.1 Algemeen
Artikel 7.1 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze afdeling bevat regels over gebruik en bouwwerken.

  • 2.

    Deze afdeling geldt in aanvulling op de hoofdstukken 2, 3 en 5.

  • 3.

    Deze afdeling geldt ter plaatse van de aanduiding 'Stadsdeel Centrum'. 

Paragraaf 7.1.2 Gebiedseigen regels over gebruik Stadsdeel Centrum
Artikel 7.2 Gebiedsspecifieke gebruiksbeperkingen Centrum – 1
Artikel 7.3 Gebiedsspecifieke gebruiksbeperkingen Centrum – 2
Paragraaf 7.1.3 Gebiedseigen regels over bouwwerken Stadsdeel Centrum
Artikel 7.4 Overgangsbepaling dakvorm Centrum

Ter plaatse van de aanduiding 'overgangsbepaling dakvorm Centrum' geldt, in afwijking van artikel 5.17, eerste lid, voor de duur van vijf jaar na inwerkingtreding op een locatie van artikel 5.17, eerste lid, bij nieuwbouw of bij een aanpassing van de bestaande dakvorm dat:

  • a.

    de kap vanaf de goot een hellingshoek heeft van ten hoogste 60 graden, gemeten vanaf de zijgevels of van de voor- en achtergevel;

  • b.

    als een kap wordt geconstrueerd, de afstand tussen de goot- en bouwhoogte minimaal 2,5 meter bedraagt;

  • c.

    een gebouw ook plat mag worden afgedekt. 

Artikel 7.5 Uitbreiding aan de achterzijde ter plaatse van de aanduiding 'uitbreiding aan de achterzijde toegestaan-Centrum'
  • 1.

    Ter plaatse van de aanduiding 'uitbreiding aan de achterzijde toegestaan-Centrum' is uitbreiding aan de achterzijde van een gebouw toegestaan met inachtneming van het volgende: 

    • a.

      de nieuwe achtergevel mag maximaal 2,5 meter voorbij de achtergevels van de direct aangrenzende gebouwen worden gepositioneerd; 

    • b.

      de bouwhoogte van de uitbreiding bedraagt maximaal de goothoogte aan de straatzijde van het bestaande gebouw;

    • c.

      in geval van verlenging van de bestaande kap, bedragen de maximale goot- en bouwhoogte van de uitbreiding de respectievelijke goot- en bouwhoogte van het bestaande gebouw.

  • 2.

    In geval van nieuwbouw na sloop geldt het bepaalde in het eerste lid, met dien verstande dat het gesloopte gebouw het uitgangspunt is voor de positionering van de achtergevel en de maximale bouw- en goothoogte.

LLLL

Artikel 9.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.27 Gegevens en bescheiden op industrieterrein met geluidproductieplafonds

  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op een activiteit op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld.

  • 2.

    Dit artikel is niet van toepassing op een activiteit waarvoor op grond van hoofdstuk 2, 3, 4 of 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 9.28, of een ander artikel in deze afdeling een verplichting geldt om gegevens en bescheiden te verstrekken of een omgevingsvergunning aan te vragen voor het beginnen of wijzigen van die activiteit.

  • 4 3.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      beschrijving van de aard en omvang van de activiteit;

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

        de grenzen van het terrein; en

      • 2.

        de ligging van de gebouwen;

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die   is voorzien van een noordpijl; en

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit. 

  • 5 4.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college.

MMMM

Artikel 9.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.28 Onderzoek en toezenden rapport

  • 1.

    In ieder geval in de volgende gevallen wordt er een geluidonderzoek verricht:

    • a.

      als tussen 19.00 en 7.00 uur per dag gemiddeld meer dan vier transportbewegingen plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn, tenzij het gaat om het bieden van gelegenheid voor het tanken aan motorvoertuigen van derden of een activiteit waarvan horeca-activiteiten de kern vormen;

    • b.

      als in de buitenlucht metalen in bulk worden overgeslagen of in de buitenlucht metalen mechanisch worden bewerkt;

    • c.

      bij het reinigen van afvalwater door waterstraal- of oppervlaktebeluchters met een capaciteit van 120.000 of meer vervuilingseenheden;

    • d.

      bij het neutraliseren van airbags of gordelspanners door deze te ontsteken; 

    • e.

      bij het vervaardigen van betonmortel of betonwaren; 

    • f.

      bij een binnenschietbaan als de afstand van de binnenschietbaan tot het dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouw kleiner is dan 50 m; en

    • g.

      als het op basis van de aard van de activiteit aannemelijk is dat:

      • 1.

        in enige ruimte op de locatie waar de activiteit wordt verricht, het equivalente geluidniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan:

        • I.

          70 dB(A), als die ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen; of

        • II.

          80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder I; of

      • 2.

        in de buitenlucht of op een open terrein muziek ten gehore zal worden gebracht.

  • 2.

    Het gemiddelde aantal transportbewegingen is een gemiddelde gemeten over de periode van een jaar. 

  • 3.

    Er wordt ook een geluidonderzoek verricht als de volgende activiteiten worden verricht op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld:

    • a.

      het gelijktijdig in gebruik hebben van een of meer elektromotoren of verbrandingsmotoren met een gezamenlijk geïnstalleerd motorisch vermogen van 15 MW of meer, waarbij bij het bepalen van het gezamenlijk vermogen buiten beschouwing blijven:

      • 1.

        elektromotoren en verbrandingsmotoren met een vermogen van 0,25 kW of minder;

      • 2.

        elektromotoren en verbrandingsmotoren die tijdelijk aanwezig zijn;

      • 3.

        elektromotoren die in een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een woonfunctie voor dat gebouw worden gebruikt; en

      • 4.

        elektromotoren van bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen; en

    • b.

      het gebruiken van niet in een gesloten gebouw ondergebrachte transformatoren met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer.

  • 3 4.

    Uit het rapport van het geluidonderzoek blijkt op grond van verrichte geluidsmetingen of geluidsberekeningen wat de geluidbelasting is en of daarmee aan de waarden, bedoeld in dit Omgevingsplan of de van toepassing zijnde geluidswaarden van de omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift wordt voldaan. In het rapport wordt aangegeven welke voorzieningen en/of maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat de waarden worden overschreden en wanneer deze worden getroffen.

  • 4 5.

    Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit als bedoeld in lid 1 en 3 wordt het rapport van het geluidonderzoek, bedoeld in dit artikel, verstrekt aan het bevoegd gezag. 

  • 5 6.

    Dit artikel is niet van toepassing als artikel 9.8 van toepassing is.

NNNN

Het opschrift van artikel 9.367 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.367 9.371 Toepassingsbereik

OOOO

Het opschrift van artikel 9.368 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.368 9.372 Nazorg na afloop van saneren van de bodem en bij toevalvondst

PPPP

Het opschrift van artikel 9.369 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.369 9.373 Toepassingsbereik

QQQQ

Het opschrift van artikel 9.370 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.370 9.374 Bodem: omgaan met ernstige bodemverontreiniging bij uitvoeren activiteit

RRRR

Hoofdstuk 7 wordt geplaatst na hoofdstuk 10. Hoofdstuk 7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 7 11 HET AANLEGGEN OF WIJZIGEN VAN EEN GEMEENTEWEG, WATERSCHAPSWEG OF LOKALE SPOORWEG, OF HET WIJZIGEN VAN GEBRUIK VAN EEN LOKALE SPOORWEG (GELUIDSBEOORDELING)

Artikel 7.1 11.1 Toepassingsbereik

  • 1.

    Dit hoofdstuk is van toepassing op het geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen als gevolg van:

    • a.

      de aanleg of wijziging van verharde gemeentewegen en waterschapswegen, niet zijnde een erf in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met een verwachte verkeersintensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal als kalenderjaargemiddelde;

    • b.

      de aanleg of wijziging van lokale spoorwegen, voor zover die niet bij omgevingsverordening zijn aangewezen; en

    • c.

      de wijziging van gebruik van een lokale spoorweg.

  • 2.

    Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het geluid op een niet-geluidgevoelige gevel. 

  • 3.

    Dit hoofdstuk geldt uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel vervallen'. 

  • 4.

    In aanvulling op het derde lid geldt dit hoofdstuk ook ter plaatse van het besluitgebied van een TAM-omgevingsplan, maar uitsluitend voor zover daarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is komen te vervallen. In dat geval blijft afdeling 22.4 buiten toepassing.

Artikel 7.2 11.2 Meet- en rekenbepalingen

Op het bepalen van het geluid op een gevel zijn de meet- en rekenvoorschriften, gesteld bij en krachtens de Omgevingswet, van toepassing.

Artikel 7.3 11.3 Waar waarden gelden

De waarden voor het geluid gelden:

  • a.

    als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op de gevel;

  • b.

    als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw:  op de locatie waar een gevel mag komen;

  • c.

    in afwijking van onder a en b, als het gaat om een woonschip of woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van

    dat woonschip of die woonwagen; en

  • d.

    als het gaat om een geluidgevoelige ruimte: in de geluidgevoelige ruimte.

Artikel 7.4 11.4 Vergunningplicht voor het aanleggen of wijzigingen van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg of het gebruik van een lokale spoorweg

Het is verboden zonder omgevingsvergunning: 

  • a.

    een verharde gemeenteweg of waterschapsweg aan te leggen;

  • b.

    een verharde gemeenteweg of waterschapsweg te wijzigen, voor zover die wijziging bestaat uit:

    • 1.

      het verplaatsen van een of meer rijstroken met meer dan 2 m; 

    • 2.

      het verhogen of verlagen van de rijstroken met meer dan 1 m; 

    • 3.

      een toename van het aantal rijstroken, niet zijnde voorsorteerstroken en in- en uitvoegstroken;

    • 4.

      het vervangen van een wegdek door een minder stil wegdek; of 

    • 5.

      het verwijderen van geluidbeperkende maatregelen bestaande uit werken of bouwwerken langs de weg. 

  • c.

    een lokale spoorweg aan te leggen; 

  • d.

    een lokale spoorweg te wijzigen, voor zover die wijziging bestaat uit:

    • 1.

      het verplaatsen van een of meer sporen met meer dan 2 m; 

    • 2.

      het verhogen of verlagen van een of meer sporen met meer dan 1 m; 

    • 3.

      een toename van het aantal sporen;

    • 4.

      het vervangen van een spoorconstructie door een minder stille spoorconstructie; of 

    • 5.

      het verwijderen van geluidbeperkende maatregelen bestaande uit werken of bouwwerken langs de spoorweg; of

  • e.

    het gebruik van een lokale spoorweg te wijzigen, voor zover die wijziging leidt tot een toename van de geluidemissie met meer dan 1,5 dB door:

    • 1.

      het verhogen van de maximumrijsnelheid;

    • 2.

      het vervangen van spoormaterieel door minder stil spoormaterieel; of

    • 3.

      het verhogen van de treinintensiteit, waaronder in elk geval ook wordt verstaan de intensiteit van (snel)tram of metro.

Artikel 7.5 11.5 Beoordelingsregels 

  • 1.

    De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 7.411.4, wordt alleen verleend als:

    • a.

      de activiteit in overeenstemming is met artikel 2.3; en

    • b.

      het geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen, met het oog op de bescherming van de gezondheid, aanvaardbaar is.

  • 2.

    De beoordeling of het geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is, heeft uitsluitend betrekking op een geluidgevoelig gebouw dat geheel of gedeeltelijk ligt, of vanwege de voorgenomen omgevingsplanactiviteit (spoor)weg komt te liggen, in het geluidaandachtsgebied van de weg of lokale spoorweg waarop de voorgenomen omgevingsplanactiviteit (spoor)weg betrekking heeft. 

  • 3.

    Bij de beoordeling of het geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is blijft buiten beschouwing: 

    • a.

      het geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen die op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar;

    • b.

      het geluid op een niet-geluidgevoelige gevel.

Artikel 7.6 11.6 Omgevingsplanactiviteit (spoor)weg aanvaardbaar wanneer wordt voldaan aan de standaardwaarde

  • 1.

    Het geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen is aanvaardbaar als het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 7.611.6.

    Tabel 7.6: Standaardwaarde geluid op een geluidgevoelig gebouw per geluidbronsoort

    Geluidbronsoort

    Standaardwaarde

    Provinciale wegen en rijkswegen

    50 Lden

    Gemeentewegen en waterschapswegen

    53 Lden

    Lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen

    55 Lden

    Industrieterreinen

    50 Lden

    40 Lnight

  • 2.

    Artikel 5.78m, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7.7 11.7 Wijziging van een (spoor)weg en wijziging gebruik ook aanvaardbaar als het geluid niet toeneemt

Voor zover de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit (spoor)weg betrekking heeft op een wijziging van een gemeenteweg, waterschapsweg of een lokale spoorweg, is het geluid ook aanvaardbaar als het geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen na de wijziging niet hoger zal zijn dan het geluid op die geluidgevoelige gebouwen op het tijdstip van de wijziging.

Artikel 7.8 11.8 Overschrijding van de standaardwaarde of toename

  • 1.

    Wanneer het geluid op een geluidgevoelig gebouw hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in artikel 7.611.6 of de heersende waarde, bedoeld in artikel 7.711.7, kan het geluid aanvaardbaar zijn als: 

    • a.

      geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de hoogste van de in artikel 7.611.6 en 7.711.7 bedoelde waarden te voldoen;

    • b.

      de overschrijding van de hoogste van de in artikel 7.611.6 en 7.711.7 bedoelde waarden door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; en

    • c.

      het geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in tabel 7.811.8, zoals opgenomen in het tweede lid.

    Tabel 7.8: Grenswaarde geluid op een geluidgevoelig gebouw per geluidbronsoort

    Geluidbronsoort

    Grenswaarde

    Provinciale wegen en rijkswegen

    65 Lden

    Gemeentewegen en waterschapswegen

    70 Lden

    Lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen

    70 Lden

    Industrieterreinen

    60 Lden

    50 Lnight

  • 2.

    Geluidbeperkende maatregelen als bedoeld in het eerste lid worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan.

  • 3.

    Artikel 5.78n, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7.9 11.9 Overschrijding grenswaarde vanwege zwaarwegende belangen

  • 1.

    Dit artikel is alleen van toepassing ter plaatse van de aanduiding 'mogelijke toepassing overschrijding grenswaarde vanwege zwaarwegende belangen'.

  • 2.

    Wanneer het geluid op een gevel van een geluidgevoelig gebouw hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in artikel 7.811.8, eerste lid, onder c, kan het geluid aanvaardbaar zijn wanneer zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen.

Artikel 7.10 11.10 Beoordelen aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid

  • 1.

    Bij de toepassing van de artikel 7.811.8 en 7.911.9 wordt de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelige gebouw beoordeeld.

  • 2.

    Bij het bepalen van het gecumuleerde geluid wordt in ieder geval betrokken:

    • a.

      voor een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied van een weg, spoorweg of industrieterrein: het geluid door die geluidbronsoort;

    • b.

      voor een geluidgevoelig gebouw binnen de 48 Lden geluidcontour of, voor zover de geldende geluidcontouren in Kosteneenheden zijn uitgedrukt, binnen de 20 Kosteneenheden geluidcontour van een luchthaven waarvoor op grond van de Wet luchtvaart een luchthavenindelingbesluit, een luchthavenbesluit of een besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven is vereist: het geluid door luchtvaart;

    • c.

      voor een geluidgevoelig gebouw waarop het geluid door een windturbine of een windpark op een industrieterrein hoger is dan 43 Lden: het geluid door die windturbine of dat windpark; en voor een geluidgevoelig gebouw waarop het geluid door een civiele buitenschietbaan, een

      militaire buitenschietbaan of een militair springterrein op een industrieterrein hoger is dan 50 BS,dan: het geluid door die buitenschietbaan of dat springterrein. 

  • 3.

    Op het bepalen van het gecumuleerde geluid zijn de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing.

Artikel 7.11 11.11 Bepalen van gezamenlijk geluid

Bij de toepassing van artikel 7.811.8 en 7.911.9 wordt het gezamenlijk geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen bepaald en in de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 7.411.4, vastgelegd. 

Artikel 7.12 11.12 Vergunningvoorschriften

Aan een in artikel 7.411.4 bedoelde omgevingsvergunning worden de voorschriften verbonden die nodig zijn met het oog op het voorkomen van een onaanvaardbare mate van geluid op geluidgevoelige gebouwen. 

Artikel 7.13 11.13 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit (spoor)weg

Bij een aanvraag om een in artikel 7.411.4 bedoelde omgevingsvergunning worden in elk geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een akoestisch onderzoek naar: 

    • 1.

      het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het geluidaandachtsgebied onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging of aanleg van de weg of spoorweg ondervinden; 

    • 2.

      het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het geluidaandachtsgebied in de toekomst door de weg of spoorweg zouden ondervinden zonder de invloed van maatregelen die de geluidsbelasting beperken; 

    • 3.

      het geluid door andere wegen of niet te wijzigen delen van de weg, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de wijziging van een weg zal leiden tot een toename van meer dan 2 dB van het geluid op geluidgevoelige gebouwen door die wegen of delen; 

    • 4.

      de doeltreffendheid van de in aanmerking komende geluidbeperkende maatregelen  om te voorkomen dat het in de toekomst door de weg optredende geluid op de gebouwen, bedoeld onder 1°, de standaardwaarde, bedoeld in artikel 7.611.6, te boven zou gaan of om te voorkomen dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen toeneemt ten opzichte van het geluid onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging; 

  • b.

    een beschrijving van de voorgenomen maatregelen, bedoeld onder a, onder 4°; 

  • c.

    een beschrijving van te treffen geluidwerende maatregelen aan gevels van gebouwen waarvoor het toekomstige geluid hoger wordt dan de standaardwaarde, bedoeld in artikel 7.611.6, of toeneemt ten opzichte van de heersende waarde bedoeld in artikel 7.711.7, voor zover nodig om te voldoen aan de grenswaarde, bedoeld in tabel 3.53 van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

  • d.

    bij een aanvraag waarop artikel 7.911.9 van toepassing is: een beschrijving van de zwaarwegende belangen waarop een beroep wordt gedaan. 

SSSS

Hoofdstuk 11 wordt geplaatst na hoofdstuk 7. Hoofdstuk 11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 11 12 VELLEN VAN EEN HOUTOPSTAND [GERESERVEERD VOOR INTEGRATIE BOMENVERORDENING]

Artikel 11.1 12.1 Aanwijzing bebouwingscontour houtkap [gereserveerd]

[Gereserveerd]

TTTT

Na artikel 21.3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 21.4 Aanwijzing geluidzones gezoneerd industrieterrein

UUUU

Het opschrift van artikel 22.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.7 Repressief welstand [vervangen door artikel 4.1084.111]

VVVV

Het opschrift van artikel 22.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.34 Voorschriften over archeologische monumentenzorg binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken [vervangen door artikel 4.894.92]

WWWW

Na artikel 23.8 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 23.9 Persoonsgebonden overgangsrecht [gereserveerd]

[Gereserveerd]

XXXX

Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage I Begripsbepalingen

aanbouw

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waarnaar in de regels wordt verwezen, en waarmee in samenhang met die regeltekst regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

aanlegactiviteit

omgevingsplanactiviteit bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, ongeacht of die werkzaamheden plaatsvinden in het kader van het realiseren van een bouwwerk.

aanlegactiviteit archeologische beschermingszone

aanlegactiviteit, bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van dit omgevingsplan.

aanlegactiviteit belemmeringengebied buisleiding met gevaarlijke stoffen

aanlegactiviteit, bedoeld in artikel 6.22, eerste lid, van dit omgevingsplan. 

aanlegactiviteit beschermd stads- of dorpsgezicht

aanlegactiviteit, bedoeld in artikel 6.29, eerste lid, van dit omgevingsplan. 

aanlegactiviteit beschermingszone bovengrondse hoogspanningsverbinding

aanlegactiviteit, bedoeld in artikel 6.8, eerste lid, van dit omgevingsplan.

aanlegactiviteit beschermingszone ondergrondse hoogspanningsverbinding

aanlegactiviteit, bedoeld in artikel 6.15, eerste lid, van dit omgevingsplan. 

aanlegactiviteit hoofdgroenstructuur

aanlegactiviteit, bedoeld in artikel 6.36, eerste lid, van dit omgevingsplan. 

Activiteitenbesluit-bedrijventerrein

een cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het tijdelijk deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de wet, als bedrijventerrein bestemd gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein

agrarisch bedrijf

een bedrijf gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of het houden van dieren, daaronder begrepen een productiegerichte paardenhouderij, houtteelt, zaadveredeling en de teelt van watergebonden organismen als planten, algen, weekdieren, schelpdieren en vissen.

ambachtelijk bedrijf

bedrijf dat goederen geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigt, bewerkt of herstelt naar ander gebruik.

ambulante handel

straathandel, uitgeoefend op een markt of op een staan- of ligplaats ambulante handel buiten de markt, niet zijnde venten.

AS SIKB 2000

AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07‑02‑2014, met wijzigingsblad van 10‑02‑2018.

bebouwingsgebied

achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw.

Bed and Breakfast

het tegen betaling in gebruik geven van:

  • a.

    een ruimte binnen een zelfstandige woonruimte voor kort verblijf bij de bewoner van de zelfstandige woonruimte;

  • b.

    bij zelfstandige woonruimte behorende opstallen voor kort verblijf bij de bewoner van de zelfstandige woonruimte.

bedrijfswoning

een woning die gezien ligging en functie bedoeld is voor de huisvesting van personen wier aanwezigheid gelet op het gebruiksdoel van een gebouw of terrein noodzakelijk is.

Beleidsregel Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam

Beleidsregel Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam zoals die is vastgesteld en bekendgemaakt door het college, en geldt op het moment waarop een vergunningaanvraag wordt gedaan.

Besluit activiteiten leefomgeving

Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over activiteiten in de fysieke leefomgeving, met inbegrip van de wijzigingen die nadien zijn aangebracht.

Besluit bouwwerken leefomgeving

Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over bouwwerken in de fysieke leefomgeving, met inbegrip van de wijzigingen die nadien zijn aangebracht.

Besluit kwaliteit leefomgeving

Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de uitoefening van taken en bevoegdheden, met inbegrip van de wijzigingen die nadien zijn aangebracht.

bestaande bouwhoogte

de bestaande bouwhoogte van elk afzonderlijk punt van het legaal gebouwd bestaand gebouw.   

bevoegd gezag

het college van burgemeester en wethouders, tenzij op grond van of krachtens de Omgevingswet een ander bestuursorgaan als bevoegd gezag is aangewezen.

bijeenkomstfaciliteit

vergader- en congresfaciliteit, faciliteit bedoeld voor het houden van huwelijksplechtigheden, huwelijksrecepties, jubilea en vergelijkbare ceremoniële bijeenkomsten, en daarmee vergelijkbare functies.

bijgebouw

een op het bij een hoofdgebouw behorend erf gerealiseerd gebouw dat niet zoals een aanbouw of uitbouw in directe verbinding staat met het hoofdgebouw door bijvoorbeeld een opening of deur. 

bijna-geluidluwe gevel

een gevel waarop het berekende geluid niet hoger is dan de standaardwaarde plus daarbij opgeteld 3dB.

bijzondere bouwlagen

keldersouterrainkap of dakopbouw

bouwlaag

doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond, en met uitsluiting van bijzondere bouwlagen.

bovengronds gebouw

gebouw of gedeelte van een gebouw, gelegen boven maaiveld.

BRL SIKB 2000

BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12‑12‑2013.

BRL SIKB 7000

BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5, 19‑06‑2014, met wijzigingsblad van 12‑02‑2015

buisleiding met gevaarlijke stoffen

buisleiding als bedoeld in artikel 3.101, eerste lid, onder a tot en met d, van het Besluit activiteiten leefomgeving.

buisleiding voor warm water of stoom

buisleiding als bedoeld in artikel 2.29, onder p, onder 4o, onder ii, van het Besluit bouwwerken leefomgeving. 

buurtcentrum

voor publiek toegankelijk gebouw waar sociaal-culturele activiteiten worden gefaciliteerd en georganiseerd voor met name buurtbewoners.

casino

speelcasino als bedoeld in artikel 27g, tweede lid, van de Wet op de kansspelen.

college

college van burgemeester en wethouders

consumentgerichte dienstverlening

het bedrijfsmatig verlenen van diensten met rechtstreeks contact aan consumenten, zoals bankfilialen met hoofdzakelijk een baliefunctie, reisbureaus, kappers, nagelstudio’s en naar de aard daarmee te vergelijken vormen van dienstverlening.

culturele voorziening

   

dagjesmensen en/of toeristen

mensen die niet werken en/of wonen in Amsterdam maar die als vrijetijdsbesteding gebruik maken van de recreatieve mogelijkheden van de stad, en al dan niet in de stad overnachten

dagmarkt

markt die ten minste vier dagen per week wordt gehouden.

dakopbouw

een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok van het dak of een toevoeging aan een plat dak.

debatcentrum

voor publiek toegankelijke instelling die in hoofdzaak is gericht op het organiseren van debatten.

detailhandel

het bedrijfsmatig ter plekke te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, het verhuren of het leveren van goederen aan consumenten. Onder detailhandel wordt niet verstaan een onderneming die in hoofdzaak is gericht op het ter plekke te koop aanbieden van ter plaatse bereide, voor directe consumptie bedoelde fastfoodproducten. 

eetwinkel

vorm van detailhandel die zich richt op de verkoop van etenswaren en/of drankjes die in hoofdzaak worden meegegeven om direct te worden geconsumeerd.

Erfgoedverordening Amsterdam 

Erfgoedverordening van Amsterdam, vastgesteld door de gemeenteraad op 16 december 2015, gemeenteblad 2015, nr. 301/1388.

faciliteit gericht op spel en vermaak

bowlingbaan, minigolf, speelparadijs, gamehal, arcadehal, gelegenheid voor laser-gamen, escaperoom, biljart- en snookerzaal, speel- en spelvoorziening, activiteit gericht op belevingen, en naar de aard daarmee te vergelijken faciliteiten en voorzieningen, niet zijnde een elders in deze paragraaf of elders in deze afdeling specifiek genoemde voorziening of faciliteit.

faciliteit op het gebied van ontspanning en vermaak

faciliteit op het gebied van ontspanning en vermaak, uitsluitend zijnde een: 

garagebox

gebouw, in hoofdzaak bedoeld voor het stallen van vervoersmiddelen. 

gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG)

gemiddeld hoogste grondwaterstand, bedoeld in artikel 4.61, eerste lid. 

gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG)

gemiddeld hoogste grondwaterstand, bedoeld in artikel 4.61, tweede lid. 

geurgevoelig gebouw

een gebouw als bedoeld in artikel 9.84 van dit omgevingsplan. 

gezoneerd industrieterrein

industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarvoor nog geen geluidproductieplafonds als bedoeld in artikel 2.11a of artikel 2.12a van de Omgevingswet zijn vastgesteld en in werking getreden.

grootschalige detailhandelsvestiging

een detailhandelsvestiging met een winkelvloeroppervlak van minimaal 1.500 m2 per bedrijfsvestiging in één branche.

growshop

detailhandelsvestiging waarin de hoofdactiviteit of een van de activiteiten wordt gevormd door de handel in artikelen ten behoeve van het kweken van cannabis (binnenshuis, niet voor beroepsmatige teelt), waaronder verwarming- en watersystemen, verlichting, kweekpotten, aarde en meststoffen ten behoeve van het kweken van cannabis.

headshop

detailhandelsvestiging waarin de hoofdactiviteit of een van de activiteiten wordt gevormd door de handel in artikelen voor het gebruiken van drugs, waaronder producten die zijn gerelateerd aan het roken van cannabis, aan het gebruik van (water)pijpen en verdampers, maar waar geen psychoactieve stoffen worden verkocht. 

hotel

onderneming gericht op het bedrijfsmatig aanbieden van faciliteiten ten behoeve van overnachten voor recreatief of zakelijk verblijf in een gebouw, voor de duur van 1 dag tot en met 12 maanden, anders dan op een kampeerterrein of vakantiepark, met inbegrip van bijbehorende faciliteiten voor hotelgasten en congresfaciliteiten. Onder een hotel wordt niet verstaan het gebruik van woonruimte of de daarbij behorende opstallen voor bed & breakfast, short stay of vakantieverhuur. 

Huisvestingsverordening 

Huisvestingsverordening Amsterdam 2020.

intensieve veehouderij

een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf dat slacht-, fok-, leg-, pels- of melkdieren houdt, zonder of nagenoeg zonder weidegang of vrije uitloop, met uitzondering van veehouderij waarin producten worden vervaardigd die gecertificeerd zijn volgens in Nederland geldende regelgeving van de Europese Unie voor biologische producten en met uitzondering van viskwekerij.

ISO 11423-1

ISO 11423-1:1997: Water - Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden - Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997

kantoorvloer

een ruimte, die hoofdzakelijk is ingericht voor bureauwerkzaamheden

kap

bouwlaag waarvan de dakconstructie bestaat uit ten minste één hellend dakvlak. 

kas

bouwwerk van hoofdzakelijk glas of ander lichtdoorlatend materiaal, bedoeld voor de teelt van assimilerende organismen.

kelder

bouwlaag, waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 0,50 meter boven het gemiddeld aangrenzende straatpeil is gelegen.

kinderopvang

het bedrijfsmatig opvangen, verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen, zoals dat plaatsvindt in een kindercentrum, kinderdagverblijf, peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang, en naar de aard daarmee vergelijkbare activiteiten, niet zijnde opvang aan huis.

kunstijsbaan

een al dan niet overdekte voorziening voor het beoefenen van sport op kunstijs.

Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie

De kwaliteitsnorm zoals opgenomen in de landelijke richtlijn voor archeologisch onderzoek, bedoeld in artikel 5.5, onder b, van de Erfgoedwet.

landbouwhuisdieren met geuremissiefactor

landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën: 

  • a.

    varkens, kippen, schapen of geiten; en

  • b.

    als deze worden gehouden voor de vleesproductie:

    • 1.

      rundvee tot 24 maanden;

    • 2.

      kalkoenen;

    • 3.

      eenden; of

    • 4.

      parelhoenders;

landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor

Landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren

lokale spoorweg

spoorweg die krachtens artikel 2, eerste lid, van de Wet lokaal spoor als zodanig is aangewezen.

loketverkoop

het verkopen van goederen of eetwaren vanuit de gevel van een gebouw gelegen aan de openbare weg. 

Luchthavenindelingbesluit Schiphol

Besluit van 26 november 2002 tot vaststelling van een luchthavenindelingbesluit voor de luchthaven Schiphol.

maatschappelijke dienstverlening

Het verlenen van publieksgerichte diensten of het bieden van voorzieningen op het gebied van educatie, onderwijs, welzijn, gezondheidszorg, levensbeschouwing en bijzondere overheidsvoorzieningen. Onder maatschappelijke dienstverlening vallen in elk geval:

  • a.

     instellingen gericht op het geven van basisonderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en hoger beroeps en universitair onderwijs, en instellingen gericht op het geven van avondonderwijs; 

  • b.

    ziekenhuizen en daarmee vergelijkbare medische centra; 

  • c.

    overige voorzieningen voor medische zorgverlening zoals huisartsenposten,  GGZ-instellingen, revalidatiecentra, tandartsen- of fysiotherapiepraktijken, dierenartspraktijken;

  • d.

    overige dienstverlening op het gebied van zorg en welzijn zoals een verpleeghuis, een verzorgingshuisconsultatiebureaus, apotheken, afkickklinieken, jeugdzorginstelling, dak- en thuislozenopvang, drugsopvang, asielzoekerscentra;

  • e.

    bijzondere overheidsvoorzieningen zoals een justitiële inrichting, kazerne, en uitrukpost;

  • f.

    overige voorzieningen op het gebied van maatschappelijke dienstverlening zoals een buurtcentrum, bibliotheek, kinderopvangmuziek- en dansschool, oefenstudio, religieuze instelling en school(werk)tuin.

manege

bedrijf gericht op het lesgeven in paardrijden aan derden en daarvoor paarden houdt.

mantelzorg

intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond.

markt

markt, zoals bedoeld in de Marktverordening.

marktplaats

marktplaats, zoals bedoeld in de Marktverordening.

mini-supermarkt

een zelfbedieningswinkel waar hoofdzakelijk voedingsmiddelen, waaronder verse groente, brood en vlees (= dagelijkse goederen), persoonlijke verzorging en soms enige niet-dagelijkse (bijvoorbeeld huishoudelijke) artikelen worden verkocht, met een maximum winkelvloeroppervlak van 300 m2.

museum of expositieruimte

voor het publiek toegankelijke instelling waar materiële en immateriële getuigenissen van de mens en zijn omgeving op het gebied van kunst, cultuur, historie en techniek worden verzameld, bewaard, onderzocht en/of tentoongesteld, en waarbij  informatie wordt verstrekt voor studie, educatie en/of recreatie.

muziek- en dansschool

instelling gericht op het bieden van onderwijs, niet zijnde onderwijs als bedoeld in subparagraaf 2.3.2.1, in hoofdzaak gericht op muziek, dans en kleinkunst, en daarmee vergelijkbare instellingen.

NEN 5725

NEN 5725:2017: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017.

NEN 5740

NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016. 

NEN 6090

NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017.

NEN 6578

NEN 6578:2011: Water - Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011.

NEN 6589

NEN 6589:2005/C1:2010: Water - Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010.

NEN 6600-1

NEN 6600-1:2019: Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater, versie 2019

NEN 6965

NEN 6965:2005: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten - Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005

NEN 6966

NEN 6966:2006: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006

NEN-EN 858-1/A1

NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004.

NEN-EN 858-2

NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003.

NEN-EN 872

NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005.

NEN-EN 1825-1

NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006.

NEN-EN 1825-2

NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002.

NEN-EN 12566-1

NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE - Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016.

NEN-EN 12673

NEN-EN 12673:1999: Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999

NEN-EN 16693

NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GC-MS), versie 2015.

NEN-EN-ISO 2813

NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen - Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014.

NEN-EN-ISO 5667-3

NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;

NEN-EN-ISO 9377-2

NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water - Bepaling van de minerale-olie-index - Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000

NEN-EN-ISO 9562

NEN-EN-ISO 9562:2004: Water - Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004;

NEN-EN-ISO 10301

NEN-EN-ISO 10301:1997: Water - Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen - Gaschromatografische methoden, versie 1997

NEN-EN-ISO 10523

NEN-EN-ISO 10523:2012: Water - Bepaling van de pH, versie 2012

NEN-EN-ISO 11885

NEN-EN-ISO 11885:2009: Water - Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009.

NEN-EN-ISO 12846

NEN-EN-ISO 12846:2012: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012.

NEN-EN-ISO 14403-1

NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water - Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012

NEN-EN-ISO 14403-2

NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water - Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012.

NEN-EN-ISO 15587-1

NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002.

NEN-EN-ISO 15587-2

NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002

NEN-EN-ISO 15680

NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met 'purge-and-trap' en thermische desorptie, versie 2003.

NEN-EN-ISO 15682

NEN-EN-ISO 15682:2001: Water - Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001;

NEN-EN-ISO 15913

NEN-EN-ISO 15913:2003: Water - Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003

NEN-EN-ISO 17294-2

NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water - Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma - Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016

NEN-EN-ISO 17852

NEN-EN-ISO 17852:2008: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008

NEN-EN-ISO 17993

NEN-EN-ISO 17993:2004: Water - Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004.

NEN-ISO 15705

NEN-ISO 15705:2003: Water - Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik(ST-COD) - Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003

NEN-ISO 15923-1

NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit - Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie - Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013.

NTA 9065

NTA 9065:2012: Luchtkwaliteit - Geurmetingen - Meten en rekenen geur, versie 2012

nutstuin

(hoofdzakelijk) moestuin zonder tuinhuis van een lid van de vereniging van het volkstuinpark.

omgevingsplanactiviteit (spoor)weg

activiteit, bedoeld in artikel 7.411.4, onder a tot en met e, van dit omgevingsplan.

omgevingsplanactiviteit bouwwerken

omgevingsplanactiviteit bestaande uit het bouwen van een bouwwerk en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk. 

omgevingsplanactiviteit culturele horeca

een niet zelfstandige horeca-activiteit die plaatsvindt binnen een culturele instelling en daarvan onderdeel is.

omgevingsplanactiviteit gemeentelijke monumenten

omgevingsplanactiviteit bestaande uit het verrichten van activiteiten in, aan, op of bij een gemeentelijk monument of een voorbeschermd gemeentelijk monument.

omgevingsplanactiviteit slopen

omgevingsplanactiviteit bestaande uit het geheel of gedeeltelijk afbreken van een bouwwerk.

omgevingsplanactiviteit slopen binnen een beschermd gezicht

omgevingsplanactiviteit slopen binnen een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht of een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht.

omgevingsplanactiviteit slopen van een beeldbepalend pand met sloopvergunningplicht

omgevingsplanactiviteit slopen, waarbij het geheel of gedeeltelijk af te breken bouwwerk is aangewezen als een beeldbepalend pand met sloopvergunningplicht.

Omgevingsregeling

regeling van 21 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving, met inbegrip van de wijzigingen die nadien zijn aangebracht.

omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken 

omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, bedoeld in artikel 4.7 van dit omgevingsplan. 

ondergronds gebouw

onder het maaiveld gelegen gebouw of een gedeelte van een gebouw, zoals een kelder, souterrain of parkeerkelder, voor zover de onderkant van de vloer van de betreffende bouwlaag dieper is gelegen dan 0,5 meter onder het peil, uitgezonderd funderingsconstructies.

onzelfstandige woonruimte

woonruimte welke geen eigen toegang heeft of welke niet door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, zoals een keuken en sanitaire voorzieningen.

paardenfokkerij

een agrarisch bedrijf gericht op het houden van paarden, waarbij uitsluitend of in hoofdzaak handelingen aan en met paarden worden verricht die primair gericht zijn op het voortbrengen, africhten, trainen en verhandelen van paarden.

peil

in dit omgevingsplan wordt onder peil verstaan:

  • a.

    voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg of een tuin grenst: de hoogte van die weg of tuin ter plaatse van de hoofdtoegang van het gebouw;

  • b.

    voor bouwwerken op gronden met bestemming 'verkeer - railverkeer', met uitzondering van viaducten en duikers: de hoogte van de spoorstaaf;

  • c.

    voor bouwwerken op het perron: de hoogte van het perron;

  • d.

    als in het water wordt gebouwd: het plaatselijk aan te houden waterpeil;

  • e.

    in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld;

perifere detailhandel

een detailhandelsvestiging die vooral volumineuze artikelen (goederen) verkoopt, uitsluitend voor zover het betreft detailhandel in auto's, boten, caravans en tenten, op het gebied van woninginrichting, waaronder de verkoop van keukens, badkamers en meubelen, en detailhandel in de vorm van doe-het-zelf bouwmarkten en tuincentra. 

periodieke markt

markt die gedurende maximaal 26 weken per kalenderjaar wordt gehouden.

prostitutie

het zich beschikbaar stellen om tegen vergoeding seksuele handelingen met een ander te verrichten.

prostitutiebedrijf

een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof het bedrijfsmatig is, gelegenheid wordt gegeven tot prostitutie

raamprostitutiebedrijf 

een prostitutiebedrijf, waar het werven van klanten gebeurt door prostituees die zichtbaar zijn vanaf de weg. 

religieuze instelling

voor publiek toegankelijke instelling die het ter plaatse bijeenkomen faciliteert om een godsdienst of levensovertuiging te belijden of uit te oefenen.

rijbaan

elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte met uitzondering van de fietspaden en de fiets/bromfietspaden.

rijstrook

door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan van zodanige breedte dat bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen daarvan gebruik kunnen maken.

ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan

ruimtelijk besluit of ruimtelijke besluiten, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, die bij wijze van overgangsrecht als tijdelijk deel onderdeel zijn van dit omgevingsplan, totdat deze bij wijzigingsbesluit voor een locatie zijn komen te vervallen.

ruwvoedergewassen

gewassen, zoals gras, maïs, voederbieten en luzerne, die in de volle grond worden geteeld en waarvan de opbrengst is bestemd als voer voor landbouwhuisdieren.

school(werk)tuin

het gebruik van tuinen, kassen en kwekerijen ten behoeve van educatie.

seedshop

detailhandelsvestiging waarin de hoofdactiviteit of een van de activiteiten wordt gevormd door de handel in zaden met een psychoactieve werking en zaden van planten met een psychoactieve werking, waarbij vaak het grootste deel van het assortiment bestaat uit cannabiszaden. 

seksinrichting

inrichting zijnde een: 

  • a.

    seksautomatenhal: een voor publiek toegankelijke besloten ruimte waar door middel van één of meer automaten voorstellingen van erotisch-pornografische aard worden gegeven;

  • b.

    seksbioscoop: een voor publiek toegankelijke besloten ruimte waar uitsluitend of hoofdzakelijk voorstellingen van erotisch-pornografische aard worden gegeven door middel van audiovisuele apparatuur; of

  • c.

    sekstheater: een voor publiek toegankelijke besloten ruimte waar ook anders dan door middel van audiovisuele apparatuur of automaten voorstellingen van erotisch-pornografische aard worden gegeven.

sekswinkel

een voor publiek toegankelijke besloten ruimte waar uitsluitend of hoofdzakelijk zaken van erotisch-pornografische aard aan particulieren worden verkocht of verhuurd.

short stay

het structureel aanbieden van een woning voor tijdelijke bewoning aan een huishouden voor een aaneensluitende periode van tenminste een week en maximaal zes maanden. Voor het overige wordt de woning als woonruimte gebruikt. 

smartshop

detailhandelsvestiging waarin de hoofdactiviteit of een van de activiteiten wordt gevormd door de handel in producten die psychoactieve stoffen bevatten.

souterrain

bouwlaag waarvan de vloer onder het gemiddeld aangrenzende straatpeil is gelegen en waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 1,50 meter boven het gemiddeld aangrenzende straatpeil is gelegen.

souvenirwinkel

detailhandelsvestiging waarin de hoofdactiviteit of één van de activiteiten wordt gevormd door de handel in producten die in het teken staan van nationale-, streek- of stadssymbolen en/of namen, tenzij: 

  • a.

    niet meer dan 5% van het netto winkelvloeroppervlak wordt gebruikt voor de verkoop van producten die in het teken staan van nationale-, streek- of stadssymbolen en/of namen, en deze producten uitsluitend achter in de vestiging zijn uitgestald;

  • b.

    sprake is van gespecialiseerde winkels die producten verkopen die in het teken staan van nationale-, streek- of stadssymbolen, zoals kaaswinkels, winkels gespecialiseerd in Delftsblauw aardewerk of bloemenzaken/tuinierswinkels die tulpen(bollen) en klompen verkopen.

speelautomatenhal

speelautomatenhal als bedoeld in de Verordening kansspelautomaten en speelautomatenhallen Amsterdam.

sportvoorziening

   

  • a.

    terrein bedoeld voor de uitoefening van sport, zoals sportvelden en/of sportbanen, en de bijbehorende bouwwerken, zoals tribunes, dug-outs, lichtmasten en met verenigingsgebouwen, kantines, kleedkamers en andere naar de aard daarmee te vergelijken accommodaties; 

  • b.

    gebouw of gedeelte van een gebouw bedoeld voor de uitoefening van sport; en 

  • c.

    bouwwerk of andere faciliteit ten behoeve van de uitoefening van watersport in de openbare buitenruimte. 

staan- of ligplaats ambulante handel

plaats op of aan de openbare weg of het openbaar water buiten een markt, waarop de ambulante handel wordt uitgeoefend.

straatpeil

 

  • a.

    voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg

    ter plaatse van die hoofdtoegang;

  • b.

    voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het

    terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.

studentenwoning

woonruimte die door burgemeester en wethouders is erkend als studentenwoning en die wordt verhuurd met een huurovereenkomst waarin is bepaald dat de woonruimte na beëindiging van de huurovereenkomst opnieuw aan een student zal worden verhuurd (campuscontract als bedoeld in artikel 274d, vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek).

supermarkt

een zelfbedieningswinkel waar hoofdzakelijk voedingsmiddelen, waaronder verse groente, brood en vlees (= dagelijkse goederen), persoonlijke verzorging en soms enige niet-dagelijkse (bijvoorbeeld huishoudelijke) artikelen worden verkocht en waarbij het winkelvloeroppervlak meer dan 300 m2 bedraagt.

TAM-omgevingsplan

wijzigingsbesluit van dit omgevingsplan, dat is gepubliceerd met toepassing van de IMRO-standaarden, bedoeld in artikel 11.1 lid 2 van het Besluit elektronische publicaties. 

teeltondersteunende voorzieningen

voorzieningen die toegepast worden om de teelt van groente, fruit, bomen of potplanten te bevorderen en te beschermen, zoals hagelnetten, stellingen en regenkappen en teeltondersteunende kassen.

theater of concertzaal

instelling gericht op het aanbieden van voorstellingen en op- en uitvoeringen van toneel, kleinkunst, circus, muziek, muziektheater, opera, en daarmee vergelijkbare activiteiten.

toeristenwinkel

vorm van detailhandel, niet zijnde een souvenirwinkel, die zich blijkens reclame-uiting, presentatie, assortiment en/of bedrijfsvoering richt op dagjesmensen en/of toeristen

toeristische dienstverlening

een vorm van consumentgerichte dienstverlening die zich blijkens reclame-uiting, presentatie, aanbod, assortiment en/of bedrijfsvoering richt op dagjesmensen en/of toeristen

toetsingskader hoofdgroenstructuur

het door de gemeenteraad op 17 februari 2011 vastgestelde toetsingskader in de Structuurvisie Amsterdam 2040, met inbegrip van na deze datum door de gemeenteraad vastgestelde wijzigingen met betrekking tot het toetsingskader hoofdgroenstructuur, en met inbegrip van specifiek vastgestelde uitwerkingen of kader.

uitbouw

een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, waarmee hij in functioneel opzicht verbonden is, en dat door de vorm als een afzonderlijke en duidelijk ondergeschikte aanvulling op dat hoofdgebouw onderscheiden kan worden en in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

venten

venten, bedoeld in de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten

verpleeghuis

voorziening voor veelal oudere maar ook jongere patiënten, die als gevolg van een of meer functiestoornissen (tijdelijk) niet meer zelfstandig kunnen functioneren en voortdurende verpleegkundige zorg behoeven in aansluiting op een medische behandeling.

verzorgingshuis

voorziening voor het bieden van uitgebreide zorg, ondersteuning en een beschutte woonomgeving, voor mensen die door ouderdom of ziekte niet meer zelfstandig kunnen wonen, ook niet met hulp van naasten, mantelzorg of thuiszorg. Hieronder wordt mede begrepen een hospice. 

volkstuin

tuin van een lid van een volkstuinpark op een volkstuinpark.

volkstuinpark

een complex van volkstuinen, nutstuinen, verenigingsgebouwen en gemeenschappelijke bouwwerken voor de leden van de vereniging of gebruikers van het volkstuinpark en gemeenschappelijke gronden.

voorziening gericht op entertainment

voorziening met een bedrijfsvoering met winstoogmerk die zich richt op de wens van bezoekers tot (smaak)beleving, sensatie en/of (groeps)entertainment, waarbij het eventuele artistieke, historische of educatieve karakter ondergeschikt is.

watersport-gerelateerde faciliteit

voorziening die specifiek is bedoeld voor het beoefenen van sport op het water, met bijbehorende bouwwerken zoals steigers, opslag- of botenloods, clubhuis en kantine.

weekmarkt

markt die ten hoogste drie dagen per week wordt gehouden.

weg

alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten.

wellness

een voorziening die is gericht op het aanbieden van faciliteiten voor ontspanning voor lichaam en geest in de vorm van combinaties van met name sauna, zwembaden, massageruimten, relaxruimten, zonnestudio's, of kapsalons.

winkelvloeroppervlak

deel van de bruto-vloeroppervlakte van een detailhandelsvestiging dat daadwerkelijk voor verkoopdoeleinden wordt gebruikt. 

wonen

het gebruik van woonruimte ten behoeve van bewoning, en het daaraan ondergeschikt zijnde gebruik van de bij de woonruimte behorende gronden en opstallen. 

woning

een zelfstandige woonruimte, of een geheel aan onzelfstandige woonruimten die onderdeel uitmaken van hetzelfde adres.

woonruimte

besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bedoeld of geschikt is voor bewoning.

zaalverhuur voor feesten en partijen

het op structurele basis tegen betaling of anders dan om niet beschikbaar stellen van ruimte binnen een horecazaak ten behoeve van feesten voor grotere groepen, al dan niet besloten of tegen entreegeld.

zakelijke en administratieve dienstverlening

een activiteit in de vorm van een onderneming of instelling die is gericht op dienstverlening op bestuurlijk, financieel, zakelijk, juridisch, administratief of overheidsgebied, al dan niet met een daaraan ondergeschikt zijnde baliefunctie. 

zelfstandige woonruimte

woonruimte die een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte.

zorgwoning

woning of wooneenheid, bestemd voor verzorgd wonen, die niet via de reguliere woningdistributie beschikbaar komt, maar waarvan de bewoner(s) vanwege hun beperktere zelfredzaamheid vanaf aanvang van bewoning op basis van een ter zake van overheidswege gehanteerd systeem zijn geïndiceerd voor zorg, die beschikbaar is in de directe nabijheid van die woning of wooneenheid en welke zorg door die bewoner(s) ook daadwerkelijk wordt afgenomen.

YYYY

Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage II Overzicht Informatieobjecten

A-locatie (parkeernormering)

/join/id/regdata/gm0363/2024/5fea7f74c2e04297b605d0dce41e8b63/nld@2024‑09‑25;12591980

aantal autoparkeerplaatsen

/join/id/regdata/gm0363/2025/eb8df99e55ec4491aa8cc05e0aed6ab0/nld@2026‑01‑20;12315259

aantal woningen

/join/id/regdata/gm0363/2025/fea0475ecb494f24876d60c4ae5f2a76/nld@2026‑01‑20;12315259

aanvraagvereiste kelder (opbarstbeheersmaatregelen)

/join/id/regdata/gm0363/2024/5108c049ffd74d6587bbf88d4cbd0e8f/nld@2026‑01‑20;12315259

aanvraagvereiste kelder (standstill)

/join/id/regdata/gm0363/2024/d1908c0408d74d90b09e553be591298a/nld@2026‑01‑20;12315259

activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken

/join/id/regdata/gm0363/2024/df07330dfb764bec88cf33882fa0bab6/nld@2026‑01‑20;12315259

afkickkliniek toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/6d6f29e059f1422bad2d6c727ded9bc2/nld@2026‑02‑20;08485239

afwijkend maximum percentage ondergeschikt kantoorvloer

/join/id/regdata/gm0363/2025/a959592b38274bf7862bc16f44fa120f/nld@2026‑01‑20;12315259

afwijkende hoogte erfafscheiding

/join/id/regdata/gm0363/2025/ae973dc677c0470f9618c4d97be88e88/nld@2026‑02‑20;08485239

/join/id/regdata/gm0363/2025/ae973dc677c0470f9618c4d97be88e88/nld@2026‑05‑12;08425480

afwijkende maximum bouwhoogte bouwwerken geen gebouw zijnde

/join/id/regdata/gm0363/2025/8df3cedbbedc4ba0b775af4cb8d0114b/nld@2026‑02‑20;08485239

/join/id/regdata/gm0363/2025/8df3cedbbedc4ba0b775af4cb8d0114b/nld@2026‑05‑12;08425480

afwijkmogelijkheid maximum bebouwingspercentage

/join/id/regdata/gm0363/2026/daba6ea637d4484882100bf05d478bb3/nld@2026‑05‑12;08425480

agrarisch bedrijfsperceel

/join/id/regdata/gm0363/2024/5317f3eb83224e22a1406b980eb206a1/nld@2026‑01‑20;12315259

agrarisch gebied – afwijkende geluidnorm

/join/id/regdata/gm0363/2024/6f92811ae00144db903cf4efc6f7fb06/nld@2026‑01‑20;12315259

asielzoekerscentrum toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/cd4db076f13443eebad0d06cbf413176/nld@2026‑02‑20;08485239

B-locatie (parkeernormering)

/join/id/regdata/gm0363/2025/a98944eee6de4ac19c60a691033ba09e/nld@2026‑01‑26;13173720

baliefunctie uitgesloten

/join/id/regdata/gm0363/2024/985bc422683b4804b4a8a14f46f32140/nld@2026‑01‑20;12315259

baliefunctie uitsluitend op begane grond toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/a4573c5d8d2f405bafa85b8c9aede7b0/nld@2026‑01‑20;12315259

basisschool toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/4dbcadcf692042eb82380dde83aca903/nld@2026‑02‑20;08485239

bebouwingscontour geur

/join/id/regdata/gm0363/2024/99a0c15b66da456aa483fb9ad09befd9/nld@2026‑01‑20;12315259

Bed and Breakfast toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/aabbffee1a86480e831e62cc3eefdf0f/nld@2026‑01‑20;12315259

bedrijf op de begane grond

/join/id/regdata/gm0363/2025/b0890401c1a240e7bbe59be6bb63327e/nld@2026‑01‑20;12315259

bedrijfswoning

/join/id/regdata/gm0363/2024/fd62ec8149774013b33c2530127b7f4f/nld@2026‑01‑20;12315259

bedrijventerrein – afwijkende geluidwaarde

/join/id/regdata/gm0363/2024/99e3c20d43ac48fcb95e74966981e0bf/nld@2026‑01‑20;12315259

beeldbepalend pand met sloopvergunningplicht

/join/id/regdata/gm0363/2026/3bfd60a66d8f40a7b823ffc6dee246ce/nld@2026‑02‑20;08485239

begraafplaats toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/bad3145415414ba1a9bdad9a6ecc5d9e/nld@2026‑01‑20;12315259

behoud zelfstandige ontsluiting hogere bouwlagen

/join/id/regdata/gm0363/2026/f7ea5ce587be44d981f3cb1ae7393e14/nld@2026‑05‑12;08425480

belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen

/join/id/regdata/gm0363/2024/f1180bfa9ddd443e83263f537f1a0f84/nld@2026‑01‑20;12315259

beperkingen erfbebouwing

/join/id/regdata/gm0363/2024/0461bf430af44db8bdd79798a191fd50/nld@2026‑02‑20;08485239

beperkingen ten aanzien van de pui

/join/id/regdata/gm0363/2026/17df179bcdff43bb94dfeea722888bfb/nld@2026‑05‑12;08425480

beperkingen voor opslag goederen op het gebouwerf

/join/id/regdata/gm0363/2026/8347e87313a4413783a3eedccbec760c/nld@2026‑05‑12;08425480

beperkingengebied plaatsgebonden risico

/join/id/regdata/gm0363/2024/4f5821e968ec403b95d4382934acdf56/nld@2026‑01‑20;12315259

beschermingszone archeologie

/join/id/regdata/gm0363/2024/24e285d708454795a562dac3ebc6b494/nld@2026‑02‑20;08485239

beschermingszone bovengrondse hoogspanningsverbindingen

/join/id/regdata/gm0363/2024/519f23fa3df7444e97c171399d775dcf/nld@2026‑01‑20;12315259

beschermingszone ondergrondse hoogspanningsverbinding

/join/id/regdata/gm0363/2025/8da6914ca983417298f3687103e0a5b8/nld@2026‑01‑20;12315259

bijbehorende hotelfaciliteiten ook voor niet-hotelgasten

/join/id/regdata/gm0363/2024/7bd6678e277f44edb689bd1038a76df9/nld@2026‑01‑20;12315259

bijgebouw toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/757ac2b34447407aa1d6dd18204f05a5/nld@2026‑05‑12;08425480

bijzondere nutsvoorziening toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/fd6b80c4ff144f1cb08e73e49e5f3bcd/nld@2026‑02‑20;08485239

bioscoop en filmhuis toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/6cd921036f794bc3904accb40cd3871d/nld@2026‑01‑20;12315259

bouwlaag aangewezen als brandvoorschriftengebied

/join/id/regdata/gm0363/2026/9690e5a65b6e490fafa3fb447e2e127f/nld@2026‑05‑12;08425480

bouwlaag aangewezen als explosievoorschriftengebied

/join/id/regdata/gm0363/2026/f53538994ef6446d883de4c30a0b50b1/nld@2026‑05‑12;08425480

bouwlaag met niet-geluidgevoelige gevel

/join/id/regdata/gm0363/2026/44ee3cbdfa6f4ae2a160d1f3791c6195/nld@2026‑01‑26;13173720

bouwlaag met niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen

/join/id/regdata/gm0363/2025/e9e1c7b8510d406484b861e100cee2e0/nld@2026‑01‑20;12315259

bouwlaag waarin bedrijf is toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/96702611a11048b9a5ef6e73fb88454b/nld@2026‑05‑12;08425480

bouwlaag waarin bedrijf niet is toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/e49bb8794ee5435689e636e1b01aa587/nld@2026‑05‑12;08425480

bouwlaag waarin bijeenkomstfaciliteit is toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/2e585367aeef419a9629b54d3857fffd/nld@2026‑05‑12;08425480

bouwlaag waarin bijeenkomstfaciliteit niet is toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/8c6251b4f8de4c01a80181f12ba64659/nld@2026‑05‑12;08425480

bouwlaag waarin consumentgerichte dienstverlening is toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2025/687db5fddc3646bab29ac37ac341fa1a/nld@2026‑01‑20;12315259

bouwlaag waarin consumentgerichte dienstverlening niet is toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/791f1435251545f293a194a44ca78569/nld@2026‑05‑12;08425480

bouwlaag waarin culturele voorzieningen niet zijn toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/062be7b8e0074023b73eb6a896bb8954/nld@2026‑05‑12;08425480

bouwlaag waarin culturele voorzieningen zijn toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2025/d65fd4d058e240bd98b92a7cd45af3bd/nld@2026‑01‑20;12315259

bouwlaag waarin detailhandel is toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2025/3034a32a6b8b4316a70d6959821240da/nld@2026‑01‑20;12315259

bouwlaag waarin detailhandel niet is toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/8d025e166aff45ea822a509b504be3a1/nld@2026‑05‑12;08425480

bouwlaag waarin een mini-supermarkt is toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2025/119360d6f8034d50a3938eea1362b2e3/nld@2026‑01‑20;12315259

bouwlaag waarin een prostitutiebedrijf is toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2025/8472bf6738414b8faa8fde6b2c64ee82/nld@2026‑01‑20;12315259

bouwlaag waarin een seksinrichting is toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2025/0ab682ac0e5343179123592f94d99e9c/nld@2026‑01‑20;12315259

bouwlaag waarin een supermarkt is toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2025/c60f7cb030a34ea2b8f360f2b8b30a55/nld@2026‑01‑20;12315259

bouwlaag waarin faciliteiten voor ontspanning en vermaak is toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2025/fe6acb27c4424e8cb08b631ca7f76864/nld@2026‑01‑20;12315259

bouwlaag waarin faciliteiten voor ontspanning en vermaak niet zijn toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/4bda02bbfb4a47bdb06c9ae03a521167/nld@2026‑05‑12;08425480

bouwlaag waarin hotel is toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2025/c930d93746e54597acda4bbd7330145c/nld@2026‑01‑20;12315259

bouwlaag waarin hotel niet is toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/7a069db0db3d46d98f3cd350bf1ae68c/nld@2026‑05‑12;08425480

bouwlaag waarin kinderopvang is toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2025/7211c6b96d434d6383721a3352fcfa73/nld@2026‑01‑20;12315259

bouwlaag waarin maatschappelijke dienstverlening is toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2025/c8cbec53306147558dbb832c50429335/nld@2026‑01‑20;12315259

bouwlaag waarin maatschappelijke dienstverlening niet is toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/4db2df8913fe4aa7be301d6a9274ff3a/nld@2026‑05‑12;08425480

bouwlaag waarin sportvoorzieningen niet zijn toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/52c2814ee90041c7ad57fc9d031c15fc/nld@2026‑05‑12;08425480

bouwlaag waarin sportvoorzieningen zijn toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2025/a74e602d201d4fed9d01a95fe5f08157/nld@2026‑01‑20;12315259

bouwlaag waarin wonen is toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2025/e2cb0b62c27b4df485ec836d1e8999ae/nld@2026‑01‑20;12315259

bouwlaag waarin wonen niet is toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2025/fcd011f4b5d246afbd4f99d61e221180/nld@2026‑01‑20;12315259

bouwlaag waarin zakelijke en administratieve dienstverlening is toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2025/441e7667ebb34c63a26ac39bfda0550f/nld@2026‑01‑20;12315259

bouwlaag waarin zakelijke en administratieve dienstverlening niet is toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/c92dcb181c6b4234988d5187a87d93b6/nld@2026‑05‑12;08425480

bouwvlak

/join/id/regdata/gm0363/2024/a8f1b7d6c3384263b34dfe54e20ee27d/nld@2026‑02‑20;08485239

bouwwerken geen gebouw zijnde niet toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/74c2db1a5f6c4b7fb30f6afacb04da3d/nld@2026‑01‑20;12315259

bouwwerken geen gebouw zijnde voor sport in de openbare ruimte toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/062168c6782047dbb310f31b1b29ec5c/nld@2026‑02‑20;08485239

bovengrondse metro toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/35fb0537184049b6aa74d1f6a166c7d2/nld@2026‑01‑20;12315259

brandvoorschriftengebied

/join/id/regdata/gm0363/2024/9408e050e6924b8f91e725e5b5d1c56f/nld@2026‑01‑20;12315259

C-locatie (parkeernormering)

/join/id/regdata/gm0363/2024/55647253b2b849b0957d679efbbf7d82/nld@2024‑09‑25;12591980

casino toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/37d7cf1ffa374b9b91510ce45a394888/nld@2026‑01‑20;12315259

celfunctie toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/207c230094564f8d98e5200dab981831/nld@2026‑02‑20;08485239

civiel explosieaandachtsgebied

/join/id/regdata/gm0363/2024/0cbbebf84dce47a1bd7d741db42fe504/nld@2026‑01‑20;12315259

complexe bedrijven toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/8f1f077ba3e84d7a93b280fe119578b0/nld@2026‑01‑20;12315259

crematorium toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/5b4b57f1ee624ddf81c94f357adcd037/nld@2026‑01‑20;12315259

dagmarkt

/join/id/regdata/gm0363/2024/69281c26d9444c4fb66dea61c412101e/nld@2026‑01‑20;12315259

dagverblijf voor personen met een lichamelijke of geestelijke beperking toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/2dad0ea301f04bfd973ac8c26f279690/nld@2026‑02‑20;08485239

dak- en thuislozenopvang toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/a22dc2c2ddc443fca47ee5deb08a2f0f/nld@2026‑02‑20;08485239

dakvorm uitbouw - dwarskap

/join/id/regdata/gm0363/2026/31093f681bc9406fb2602978ddec85e6/nld@2026‑05‑12;08425480

datacentrum toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/7882dd20b27b4ce7a94441d54379f430/nld@2026‑02‑20;08485239

debatcentrum toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/db120551af2c46d5ac7e591bc67299a0/nld@2026‑01‑20;12315259

detailhandel uitsluitend toegestaan in de vorm van een galerie

/join/id/regdata/gm0363/2026/275d819b3a374bbebe26aea0d66dcd6d/nld@2026‑05‑12;08425480

dierentuin toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/67a10c207e194dc6a9fbbe352a0dbb23/nld@2026‑01‑20;12315259

explosieaandachtsgebied vuurwerk

/join/id/regdata/gm0363/2024/4b120d7052334e69b5380f8d7cf11243/nld@2026‑01‑20;12315259

explosievoorschriftengebied

/join/id/regdata/gm0363/2024/6d8bc03ec05842eba2a5a7c0b6ff6148/nld@2026‑02‑20;08485239

functiemenging

/join/id/regdata/gm0363/2024/97865e0f318e4b98a4110b5365e8e695/nld@2026‑01‑20;12315259

garagebox

/join/id/regdata/gm0363/2024/79032264debd4a3087bace914e1c9835/nld@2026‑01‑20;12315259

gebiedsspecifieke gebruiksbeperkingen Centrum - 2

/join/id/regdata/gm0363/2026/1fdcb956cdef46e592a72c202ae2243a/nld@2026‑05‑12;08425480

gebiedsspecifieke gebruiksbeperkingen Centrum – 1

/join/id/regdata/gm0363/2026/9aab659936574a96a6100a482e0df91f/nld@2026‑05‑12;08425480

gebiedsspecifieke gebruiksbeperkingen Centrum – 1: eetwinkel toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/ffb6552b369d4775acf8ae4ba89ffe84/nld@2026‑05‑12;08425480

gebiedsspecifieke gebruiksbeperkingen Centrum – 1: toeristenwinkel toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/807fb73eac94442fb2e298f7eeb293a8/nld@2026‑05‑12;08425480

gebiedsspecifieke gebruiksbeperkingen Centrum – 1: toeristische dienstverlening toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/13d3e6e9e4034f638f37764cfc0f6a8e/nld@2026‑05‑12;08425480

gebiedsspecifieke gebruiksbeperkingen Centrum – 1: voorziening gericht op entertainment toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/3c8cf727c98845b1a2182aa32c94edfa/nld@2026‑05‑12;08425480

gebiedsspecifieke gebruiksbeperkingen Centrum – 2: massagesalon toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/8b629f79ac644216957eb82c56681e7d/nld@2026‑05‑12;08425480

gebiedsspecifieke gebruiksbeperkingen Centrum – 2: souvenirwinkel toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/a1f52c7d7f53401b95650f137e1c3ecf/nld@2026‑05‑12;08425480

gebouwde publiektoegankelijke parkeervoorziening

/join/id/regdata/gm0363/2024/28e00c1666504daeb7e5fb21c4c8d84d/nld@2026‑01‑20;12315259

gebruiksdoel: ambulante handel

/join/id/regdata/gm0363/2024/f8df353de1794ad2a79b4ea7f1e5ea54/nld@2026‑01‑20;12315259

gebruiksdoel: bedrijf

/join/id/regdata/gm0363/2024/9a36a44292fd4c5bbf2a80b70f1cbdbe/nld@2026‑01‑20;12315259

gebruiksdoel: bijeenkomstfaciliteit

/join/id/regdata/gm0363/2026/8023422fa5c845219552d766b7134d09/nld@2026‑05‑12;08425480

gebruiksdoel: bovengrondse hoogspanningsverbinding van 110 kV of 150 kV

/join/id/regdata/gm0363/2024/2db6ef505e694a75ab904bb0e9745080/nld@2026‑01‑20;12315259

gebruiksdoel: bovengrondse hoogspanningsverbinding van tenminste 220 kV

/join/id/regdata/gm0363/2024/52e8a21190e54e0ebe7ea6648610bc14/nld@2026‑01‑20;12315259

gebruiksdoel: buisleiding met gevaarlijke stoffen

/join/id/regdata/gm0363/2024/2822da2c52f140afad6ad3c57682aea0/nld@2026‑01‑20;12315259

gebruiksdoel: buisleiding voor warm water of stoom

/join/id/regdata/gm0363/2026/d4d3af2fb9594854a64493ab1e0248b2/nld@2026‑02‑20;08485239

gebruiksdoel: consumentgerichte dienstverlening

/join/id/regdata/gm0363/2024/35dbde0065824d7185e2cb24e7cf8c3f/nld@2026‑01‑20;12315259

gebruiksdoel: culturele voorziening

/join/id/regdata/gm0363/2024/5cfea604101a42d28ddd9e8564aa9737/nld@2026‑01‑20;12315259

gebruiksdoel: detailhandel

/join/id/regdata/gm0363/2024/7869253fe8ba4717b186a864abbd4176/nld@2026‑01‑20;12315259

gebruiksdoel: gewassenteelt in de open lucht

/join/id/regdata/gm0363/2024/e13002ea79b842e5b1d75bfd379fd91f/nld@2026‑01‑20;12315259

gebruiksdoel: glastuinbouw

/join/id/regdata/gm0363/2024/b890110cb2a9443a952914d16c66a065/nld@2026‑01‑20;12315259

gebruiksdoel: groen

/join/id/regdata/gm0363/2024/9bc2aa4e9ed2473391a7911326b59afd/nld@2026‑02‑20;08485239

gebruiksdoel: hotel

/join/id/regdata/gm0363/2024/e472372918664f0283d124dbd07fd597/nld@2026‑01‑20;12315259

gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening

/join/id/regdata/gm0363/2024/87ddca9690b042e488bc13313ef23644/nld@2026‑02‑20;08485239

gebruiksdoel: ondergrondse hoogspanningsverbinding van tenminste 220 kV

/join/id/regdata/gm0363/2024/a7fcde6c7ba946c4afb76859148c06bf/nld@2026‑01‑20;12315259

gebruiksdoel: ontspanning en vermaak

/join/id/regdata/gm0363/2024/ca0a2897bbd446259e8f6f6895f31d65/nld@2026‑01‑20;12315259

gebruiksdoel: prostitutiebedrijf

/join/id/regdata/gm0363/2024/91f437d1fc484b6c8b9d0f31316c375e/nld@2026‑01‑20;12315259

gebruiksdoel: seksinrichting

/join/id/regdata/gm0363/2024/1bbfc7594d08428f9c1937379e53f9d5/nld@2026‑01‑20;12315259

gebruiksdoel: sportvoorziening

/join/id/regdata/gm0363/2024/da90b5262a504fdbab2641942de55322/nld@2026‑02‑20;08485239

gebruiksdoel: veehouderij of paardenfokkerij

/join/id/regdata/gm0363/2024/77affb56444a4126a8c1633039bcb3cf/nld@2026‑01‑20;12315259

gebruiksdoel: verkeer

/join/id/regdata/gm0363/2024/774133cd121848fd92b4facecd5d7dfb/nld@2026‑02‑20;08485239

gebruiksdoel: volkstuinpark

/join/id/regdata/gm0363/2024/8f5785e41f934b88bcc80d9e46b3d87b/nld@2026‑01‑20;12315259

gebruiksdoel: water

/join/id/regdata/gm0363/2024/9ccf70e492004693ade99b1da2c44458/nld@2026‑02‑20;08485239

gebruiksdoel: wonen

/join/id/regdata/gm0363/2024/bd9e3dc2b7b445d38b76232c332bc147/nld@2026‑02‑20;08485239

gebruiksdoel: zakelijke en administratieve dienstverlening

/join/id/regdata/gm0363/2024/a0336b6745d64f4f8e7f8a9db5818075/nld@2026‑01‑20;12315259

geen geluidgevoelige ruimten

/join/id/regdata/gm0363/2024/6bb4a6093c664589ad5e50e086acb146/nld@2026‑01‑20;12315259

geldwisselkantoor

/join/id/regdata/gm0363/2024/3fb253c7fffd48dcb23383a381bb95d0/nld@2026‑01‑20;12315259

geluidgevoelig gebouw met niet-geluidgevoelige gevel

/join/id/regdata/gm0363/2024/3c904166ec944b9e8d4c8fe3c4cd94c8/nld@2026‑01‑20;12315259

geluidzone xx

/join/id/regdata/gm0363/2026/e91b1bd72d5f4104909d7a49ab2f5b69/nld@2026‑05‑12;08425480

gemeenschappelijk gebouw

/join/id/regdata/gm0363/2024/622239f5fd674b06951579b2d2ef3099/nld@2026‑01‑20;12315259

gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht

/join/id/regdata/gm0363/2024/70f87ae18ab74aae99d3fcbcf340501d/nld@2024‑09‑25;12591980

gemeentelijk monument

/join/id/regdata/gm0363/2024/9a9e3f5e4d3948d7a99ec157bd2db863/nld@2026‑01‑20;12315259

gezondheidszorgfunctie met bedgebied toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/af54831bdf8f46a8bf04dc966e5bc652/nld@2026‑02‑20;08485239

growshop

/join/id/regdata/gm0363/2024/faeb4929514d46dc88ea2a7ff898bc28/nld@2026‑01‑20;12315259

havengebonden bedrijf

/join/id/regdata/gm0363/2024/a7e980776f1d4513b9add497ed862df5/nld@2026‑01‑20;12315259

headshop

/join/id/regdata/gm0363/2024/fcd1adbe22394d0ca7bdc096b4544be4/nld@2026‑01‑20;12315259

hogeschool en universitair onderwijs toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/1fa142e7c67f4059a0012e6b35f2d074/nld@2026‑01‑20;12315259

huisvesting mantelzorg toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/8f62c1ff058a4b1bad2c4c32d53698c3/nld@2026‑01‑20;12315259

informatieplicht kleinschalig graven na spoedreparatie vitale ondergrondse infrastructuur

/join/id/regdata/gm0363/2024/047f49c3631e4026b0b4dc258314fe96/nld@2024‑09‑25;12591980

intensieve veehouderij

/join/id/regdata/gm0363/2024/3ee4777d7c7944cf90784a31e1965b79/nld@2026‑01‑20;12315259

internetcafé

/join/id/regdata/gm0363/2024/867a53ee2f0f456fabbf5268dae1fea2/nld@2026‑01‑20;12315259

jeugdzorginstelling toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/926f4654fa8c4687b4bdf8a859bde318/nld@2026‑02‑20;08485239

kapvorm woning

/join/id/regdata/gm0363/2026/2959fd7aa62e4311a1a7e4a6f3e683d7/nld@2026‑05‑12;08425480

kartbaan toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/e36ac73c81124cf796142c9772923e21/nld@2026‑01‑20;12315259

kas toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/c8e79339254044ccbcfad3beba997cb0/nld@2026‑01‑20;12315259

kinderboerderij

/join/id/regdata/gm0363/2024/1ed487e3976f454397f4532a9d437ce4/nld@2026‑01‑20;12315259

kinderopvang toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/6e8f0309694a46db9501542641f05146/nld@2026‑02‑20;08485239

kunstijsbaan toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/708484c1afe64c239ff04f9999477851/nld@2026‑01‑20;12315259

laden en lossen uitsluitend op eigen terrein toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/34593836e4394dc1b8c22fec2343115e/nld@2026‑05‑12;08425480

lichthof behouden

/join/id/regdata/gm0363/2026/b8f862242ab943678760d7eadc4c55e1/nld@2026‑05‑12;08425480

ligplaats toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/913f6ea443184ea09280a7e58e4a444c/nld@2026‑02‑20;08485239

loggia’s aan straatzijde niet toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/f20a464c54fc42c39b5e04790854698f/nld@2026‑05‑12;08425480

loketverkoop toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/9637481718e94f6c89449417c1c4b0da/nld@2026‑01‑20;12315259

maatschappelijke dienstverlening - uitsluitend kinderboerderij

/join/id/regdata/gm0363/2024/5d2513a1524c4d4e82f566aead54e5e7/nld@2026‑05‑12;08425480

maatschappelijke dienstverlening - uitsluitend kinderopvang

/join/id/regdata/gm0363/2026/467b9116ed50452e957a94a4441bc49d/nld@2026‑05‑12;08425480

maatschappelijke dienstverlening - uitsluitend onderwijs

/join/id/regdata/gm0363/2026/6423ad55f25a480496cc555d948b0a68/nld@2026‑05‑12;08425480

maatschappelijke dienstverlening - uitsluitend school(werk)tuin

/join/id/regdata/gm0363/2024/b8b77e3957154c0f86a7027860a33a25/nld@2026‑05‑12;08425480

manege toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/b6a1372efcf54973ad5f6ad15db8445a/nld@2026‑01‑20;12315259

maximaal aansluitvermogen datacentrum

/join/id/regdata/gm0363/2025/16de19428852490ebb8fbc5196b7c868/nld@2026‑01‑20;12315259

maximale milieuhindercategorie

/join/id/regdata/gm0363/2025/a1b58d18f14a4e41ad82cee37471978c/nld@2026‑02‑20;08485239

/join/id/regdata/gm0363/2025/a1b58d18f14a4e41ad82cee37471978c/nld@2026‑05‑12;08425480

maximum aantal bedden

/join/id/regdata/gm0363/2025/7b33741cd740401085235892cc5a2942/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum aantal bedden per kamer

/join/id/regdata/gm0363/2025/018f181c4547456a889f67510ac088f3/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum aantal bezoekers bijeenkomstfaciliteit

/join/id/regdata/gm0363/2026/cacbedc4da624d7384eea19b4a4085d9/nld@2026‑05‑12;08425480

maximum aantal bezoekers culturele voorziening

/join/id/regdata/gm0363/2025/40a9695e6d7f4d2c9a2cf30725c3eaa7/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum aantal bezoekers faciliteiten voor ontspanning en vermaak

/join/id/regdata/gm0363/2025/cb7b20b59b0c46a5b4d3981ed351311e/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum aantal bezoekers sportvoorziening

/join/id/regdata/gm0363/2025/4f88a6cdc1a14b96ad2b4a69826e8dd3/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum aantal hotelkamers

/join/id/regdata/gm0363/2025/8fab5c06322b49038af52264595762cb/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum aantal kinderopvang

/join/id/regdata/gm0363/2025/288aaf663b7d4fc584d8f9b4aa8bd37e/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum aantal marktplaatsen

/join/id/regdata/gm0363/2025/24df4e6058ea41efbc929b4e29fe2b49/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum aantal onzelfstandige woonruimten

/join/id/regdata/gm0363/2025/6311666523504a8483c611963ee55a59/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum aantal prostitutieramen

/join/id/regdata/gm0363/2025/6f7dcd7e82a847cd9c2f1da3f779a7cf/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum aantal publiektoegankelijke parkeerplaatsen

/join/id/regdata/gm0363/2025/fdd7cecad1474e1c82a05ac634bcc74b/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum aantal rijstroken

/join/id/regdata/gm0363/2025/a335fd8877bb48d4ae01c3cfae98d6bd/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum aantal staan- of ligplaatsen ambulante handel

/join/id/regdata/gm0363/2025/8a3183c16bc745a5a6b2eec57816a2b3/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum aantal supermarkten

/join/id/regdata/gm0363/2025/3a989b7edf0a4424a2416649fa826927/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum ashoogte windturbine

/join/id/regdata/gm0363/2025/c748cc6a4ed347eca61890bcfbda8d43/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum bebouwd oppervlak

/join/id/regdata/gm0363/2025/620e9afa1a6646d5a8d2b853f1e08b97/nld@2026‑02‑20;08485239

maximum bebouwd oppervlakte voor mensen toegankelijke overkappingen

/join/id/regdata/gm0363/2026/534e2d46c9d3415bbfe9fa90c7811338/nld@2026‑05‑12;08425480

maximum bebouwingspercentage

/join/id/regdata/gm0363/2025/d3ce92b0131d48ffb0e8519225061648/nld@2026‑02‑20;08485239

/join/id/regdata/gm0363/2025/d3ce92b0131d48ffb0e8519225061648/nld@2026‑05‑12;08425480

maximum bouwdiepte ondergronds gebouw

/join/id/regdata/gm0363/2025/74070727311043699d8c7aa2a34cd0b4/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum bouwhoogte artistiek bouwwerk

/join/id/regdata/gm0363/2025/86f6af05793a4f658118bb892f7a691e/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum bouwhoogte gebouw

/join/id/regdata/gm0363/2025/7d47d49a0f12433dacc6fe42dcb6f0a7/nld@2026‑02‑20;08485239

/join/id/regdata/gm0363/2025/7d47d49a0f12433dacc6fe42dcb6f0a7/nld@2026‑05‑12;08425480

maximum bouwhoogte gebouw t.o.v. NAP

/join/id/regdata/gm0363/2025/f8543019a3874e93a65424f1d6f1ec9f/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum bouwhoogte infrastructureel kunstwerk

/join/id/regdata/gm0363/2025/5494bddd21bb48b8ad1d91935c8d8bd5/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum bouwhoogte reclamezuil

/join/id/regdata/gm0363/2026/0116c35b87b94f658c4df9509a6aaf2b/nld@2026‑05‑12;08425480

maximum bouwhoogte tribune

/join/id/regdata/gm0363/2025/37c3bbe88ee040ff92442140181b799b/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum bouwhoogte vlaggenmast

/join/id/regdata/gm0363/2026/b609ef1c492546188244ec340e85e8ea/nld@2026‑05‑12;08425480

maximum bouwhoogte voor mensen toegankelijke overkapping

/join/id/regdata/gm0363/2026/6d8902ce687a48ad9e48674d7e288a33/nld@2026‑05‑12;08425480

maximum bruto-vloeroppervlak maatschappelijke dienstverlening

/join/id/regdata/gm0363/2025/542c8e9150a549a1aa0caae9ea7a513c/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum bruto-vloeroppervlak maatschappelijke dienstverlening per vestiging

/join/id/regdata/gm0363/2026/75deab36a8e341de8f240ba0dcf8933b/nld@2026‑05‑12;08425480

maximum bruto-vloeroppervlakte bedrijf

/join/id/regdata/gm0363/2025/a88e04e1d6aa42ef81028df1cf784bc2/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum bruto-vloeroppervlakte bijeenkomstfaciliteit

/join/id/regdata/gm0363/2026/4074173f4f5b47d3a06bfb2892327b83/nld@2026‑05‑12;08425480

maximum bruto-vloeroppervlakte bovengrondse gebouwen

/join/id/regdata/gm0363/2025/09b12a71aab44aefad974581c95a8e31/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum bruto-vloeroppervlakte consumentgerichte dienstverlening

/join/id/regdata/gm0363/2025/e9b3cec7e52248398d669ee213d342d3/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum bruto-vloeroppervlakte culturele voorzieningen

/join/id/regdata/gm0363/2025/a303b33b4a1d48dea50dc6464c7dd33e/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum bruto-vloeroppervlakte detailhandel

/join/id/regdata/gm0363/2025/139dc29fa78545e991c0ac3b2e4a475d/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum bruto-vloeroppervlakte faciliteiten voor ontspanning en vermaak

/join/id/regdata/gm0363/2025/09fb702478214caf9a27e18f24f74f56/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum bruto-vloeroppervlakte gebouwen

/join/id/regdata/gm0363/2025/6cb3394b7e094d43b3fa7f04c941c1b6/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum bruto-vloeroppervlakte hotel

/join/id/regdata/gm0363/2025/5b4337ce018444ac94052538a79da0c7/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum bruto-vloeroppervlakte mini-supermarkt

/join/id/regdata/gm0363/2025/47443883deb2411881ee7e6240ac73d1/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum bruto-vloeroppervlakte sportvoorziening

/join/id/regdata/gm0363/2025/f61d2793a9a1451fb2817f6b9ef688f5/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum bruto-vloeroppervlakte supermarkt

/join/id/regdata/gm0363/2025/474db66bb48c4d129f5d1bc122bdd52e/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum bruto-vloeroppervlakte verhuurbare vergader- en congresfaciliteiten

/join/id/regdata/gm0363/2025/4d04e811651348f887cca5a7e1a5cba2/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum bruto-vloeroppervlakte wonen

/join/id/regdata/gm0363/2025/982708dd488c4251833fc2b38e5e5753/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum bruto-vloeroppervlakte zakelijke en administratieve dienstverlening

/join/id/regdata/gm0363/2025/b9b3425462a7487ab05e4c4c460f9f32/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum diepte vergunningvrije bodemverstoring

/join/id/regdata/gm0363/2025/04b0408bacdc4e7ab5d6b58a3310c255/nld@2026‑02‑20;08485239

/join/id/regdata/gm0363/2025/04b0408bacdc4e7ab5d6b58a3310c255/nld@2026‑05‑12;08425480

maximum goothoogte

/join/id/regdata/gm0363/2025/020db429a11b4ca196a1608388c4fdc6/nld@2026‑02‑20;08485239

maximum hoogte hoogspanningsmast

/join/id/regdata/gm0363/2025/5f2323aa898e4933ab3bbb08e73d20c5/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum hoogte lichtmast

/join/id/regdata/gm0363/2025/8ddd52e0f678405286c0f3defd4474ec/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum oppervlak paardenbak

/join/id/regdata/gm0363/2025/c899ebae7f504ef3bb0696dc35696f61/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum oppervlak vergunningvrije bodemverstoring

/join/id/regdata/gm0363/2025/a59f21973a0143fead23ae84b8fcfc38/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum oppervlakte ondergronds gebouw

/join/id/regdata/gm0363/2025/5506b5c826a54498a94fa832478e18b4/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum tiphoogte windturbine

/join/id/regdata/gm0363/2025/7feea144b8e449b396c43c5496fdefaa/nld@2026‑01‑20;12315259

maximum winkelvloeroppervlak detailhandel

/join/id/regdata/gm0363/2026/183e14b3efd549a590c06a40f27d6966/nld@2026‑05‑12;08425480

maximum winkelvloeroppervlak fietsenwinkel

/join/id/regdata/gm0363/2026/467b228f7f6744138f3ba6145dfaea5b/nld@2026‑05‑12;08425480

middelbaar beroepsonderwijs toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/f604b17c2699401fa7eac8289b9e87c8/nld@2026‑02‑20;08485239

mini-supermarkt toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/7b043a7086ad49de8c43ecaa5ceabe53/nld@2026‑01‑20;12315259

minimum aantal fietsstallingsplaatsen

/join/id/regdata/gm0363/2025/2eb53f7243a44c2ba3d854f2fbfd752d/nld@2026‑01‑20;12315259

minimum aantal onzelfstandige woonruimten

/join/id/regdata/gm0363/2025/cb3cdf90f8c54855abe3915e8aa71c70/nld@2026‑01‑20;12315259

minimum aantal publiektoegankelijke fietsstallingsplaatsen

/join/id/regdata/gm0363/2025/effc7a91a21a41eca80099025926aa26/nld@2026‑01‑20;12315259

minimum aantal publiektoegankelijke parkeerplaatsen

/join/id/regdata/gm0363/2025/2d3e243b707b42ac84c8751b7f19edda/nld@2026‑01‑20;12315259

minimum bebouwd oppervlak

/join/id/regdata/gm0363/2025/8def934c95a64f20a82e0156068f96e6/nld@2026‑01‑20;12315259

minimum bebouwingspercentage

/join/id/regdata/gm0363/2025/760b65addb4445fe87ed8042d28e60fb/nld@2026‑01‑20;12315259

minimum bouwhoogte gebouw

/join/id/regdata/gm0363/2025/79ee20f96389418e854fd728bb513d94/nld@2026‑01‑20;12315259

minimum bruto-vloeroppervlakte bovengrondse gebouwen

/join/id/regdata/gm0363/2025/18d8dfcd0a154515a5f8c9651ee509fa/nld@2026‑01‑20;12315259

minimum bruto-vloeroppervlakte gebouwen

/join/id/regdata/gm0363/2025/cb4c5231a4c34ef89f9837d2946ed1cf/nld@2026‑01‑20;12315259

minimum hoogte eerste bouwlaag

/join/id/regdata/gm0363/2025/fe9b1d732cbc42df80fcf4a99ab20e1d/nld@2026‑01‑20;12315259

minimum hoogte onderdoorgang

/join/id/regdata/gm0363/2025/e01f0be46c2c45b883245f3f94b46376/nld@2026‑02‑20;08485239

/join/id/regdata/gm0363/2025/e01f0be46c2c45b883245f3f94b46376/nld@2026‑05‑12;08425480

mogelijke toepassing overschrijding grenswaarde geluid bij zeehavengebonden activiteiten

/join/id/regdata/gm0363/2024/88ce1bb8352e43ad8d198e87ba0b6a4e/nld@2026‑01‑20;12315259

museum en expositieruimte toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/c00747192f604350b0510d3cadec1786/nld@2026‑01‑20;12315259

nadere afweging geluid bij bouwplan noodzakelijk

/join/id/regdata/gm0363/2024/b9e014586e654d7f8bea75954c1f46a3/nld@2026‑01‑20;12315259

nadere afweging geluid bij gebruikswijziging noodzakelijk

/join/id/regdata/gm0363/2024/3622c719a30b41cebd4867c27c9af865/nld@2026‑01‑20;12315259

niet-geluidgevoelige gevel

/join/id/regdata/gm0363/2026/9c12dbe20d8d4d6cb6e3dd8d12096904/nld@2026‑01‑26;13173720

niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen

/join/id/regdata/gm0363/2024/578f5a40f019495ebd05aab38054bc2e/nld@2026‑01‑20;12315259

niet-overdekt zwembad toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/bb7dc71b98d44253983a0c4d35947c1f/nld@2026‑01‑20;12315259

niet-overdekte paardenbak toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/457575204bf04534834fa5a68981b030/nld@2026‑01‑20;12315259

nutstuinpark

/join/id/regdata/gm0363/2024/80a080db65124fb7aec7bad70db67be6/nld@2026‑01‑20;12315259

ondergronds gebouw toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/544d019ba061485391f1fa5332218e47/nld@2026‑02‑20;08485239

uitsluitend kinderboerderij

/join/id/regdata/gm0363/2024/5d2513a1524c4d4e82f566aead54e5e7/nld@2026‑01‑20;12315259

ondergrondse metro toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/9a590a5228c144dcadec2e218bd34b00/nld@2026‑01‑20;12315259

onderwijs aan minderjarigen met een lichamelijke of geestelijke beperking uitgesloten

/join/id/regdata/gm0363/2026/498487ab84d444119c1ce356e48106ce/nld@2026‑02‑20;08485239

ontsluiting parkeervoorziening toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/19faaa7e49124c21a1fe9e62e416770c/nld@2026‑01‑26;13173720

uitsluitend school(werk)tuin

/join/id/regdata/gm0363/2024/b8b77e3957154c0f86a7027860a33a25/nld@2026‑01‑20;12315259

onzelfstandige woonruimte niet toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2025/c0b73950f1ba4d8bb95506c84c53d1dc/nld@2026‑01‑20;12315259

onzelfstandige woonruimte toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/7aeabeb1967145f4b6a9bbce828ba0d3/nld@2026‑01‑20;12315259

overgangsbepaling bouw- en goothoogte

/join/id/regdata/gm0363/2026/de5c86b57b7d4ace8732c0da9dde1ad2/nld@2026‑05‑12;08425480

overgangsbepaling dakvorm Centrum

/join/id/regdata/gm0363/2026/63b8c3839ee54c79834ecc383fdf90ae/nld@2026‑05‑12;08425480

overnachten niet toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/53102a7a78104c40b50794135b9bb664/nld@2026‑01‑20;12315259

parkeerterrein

/join/id/regdata/gm0363/2024/c3983764c9c24856b6112b24d301b6d5/nld@2026‑01‑20;12315259

parkeren op eigen terrein niet toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/764ca63afc0e484bab58fb14d296f319/nld@2026‑02‑20;08485239

peildatum bvo prostitutiebedrijf 1

/join/id/regdata/gm0363/2024/cf5dfbd2e61b4d51b546d8865d54f9c8/nld@2026‑01‑20;12315259

peildatum bvo prostitutiebedrijf 2

/join/id/regdata/gm0363/2024/a8cd50c7a51b4f6e982b110ebc17a539/nld@2026‑01‑20;12315259

peildatum bvo prostitutiebedrijf 3

/join/id/regdata/gm0363/2024/b9c2a4aae40645c98c1b30d379dfa9c7/nld@2026‑01‑20;12315259

peildatum bvo seksinrichting 1

/join/id/regdata/gm0363/2024/323a0f5e63a94c1fa1cf61a6e361cd1c/nld@2026‑01‑20;12315259

peildatum bvo seksinrichting 2

/join/id/regdata/gm0363/2024/f4d79b26430f49dbb0c1bc640b62e6e1/nld@2026‑01‑20;12315259

peildatum bvo seksinrichting 3

/join/id/regdata/gm0363/2024/918301c481e44f3bac789bcfce857668/nld@2026‑01‑20;12315259

periodieke markt

/join/id/regdata/gm0363/2024/1f3183e822fb496b89a82c9b7c2a796e/nld@2026‑01‑20;12315259

plaatsgebonden risico 10-5 windturbine

/join/id/regdata/gm0363/2024/22cb42048910493bb9f98e60e5202f05/nld@2026‑01‑20;12315259

publiektoegankelijke (brom)fietsstalling

/join/id/regdata/gm0363/2024/390e86f6e2cc4c6d965bb7338503b58b/nld@2026‑01‑20;12315259

raamprostitutiebedrijf toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/64467e79b00f4fc69b492a464575ff9d/nld@2026‑01‑20;12315259

Rie-bedrijven toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/2722953cf8694fc3879c61a96edabb9d/nld@2026‑01‑20;12315259

rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht

/join/id/regdata/gm0363/2024/3a753034d4f44c84b3c29167515d5b56/nld@2024‑09‑25;12591980

risicobedrijf toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/4eaef29b32d040fd86796769708f2060/nld@2026‑01‑20;12315259

risicogebied externe veiligheid

/join/id/regdata/gm0363/2024/dd5e76f613644f8d875aacddd7acea0c/nld@2026‑01‑20;12315259

rooilijn

/join/id/regdata/gm0363/2024/14452d9dad2e46f49942fbec0cb5652b/nld@2026‑01‑20;12315259

ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen

/join/id/regdata/gm0363/2024/46b13a6470aa4e178431220b193c5bdf/nld@2026‑02‑20;08485239

ruimtelijke regels tijdelijk deel vervallen

/join/id/regdata/gm0363/2024/b98b443889514292aa60e2daaf454e30/nld@2026‑02‑20;08485239

samenvoegen panden niet toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/9fab275dabae40cf9294d424d61fcc54/nld@2026‑05‑12;08425480

seedshop

/join/id/regdata/gm0363/2024/f64b64c459c5424ebaa5c65bf002e371/nld@2026‑01‑20;12315259

sekswinkel toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/33fe177d5ef94e058a3b869c54c373d6/nld@2026‑01‑20;12315259

short stay toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/784f848e1a0c4b07a7feeae300945da8/nld@2026‑01‑20;12315259

smartshop

/join/id/regdata/gm0363/2024/bd86d41bd48b468897c69fc085521b64/nld@2026‑01‑20;12315259

speelautomatenhal toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/860d9a4161924f69a1431a55a670a934/nld@2026‑01‑20;12315259

spel en vermaak toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/5a2bf94296e744b4a87e4ea7c5457184/nld@2026‑01‑20;12315259

spoorweg toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/e309c810ed0e4d50b52fcd9ea8c583c9/nld@2026‑01‑20;12315259

sportschool toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/ade8295a055946a0aa4a3d69ccfdf6e5/nld@2026‑01‑20;12315259

staan- of ligplaats ambulante handel buiten de markt

/join/id/regdata/gm0363/2024/41ae2e0e271c4d8281a002598514754e/nld@2026‑01‑20;12315259

Stadsdeel Centrum

/join/id/regdata/gm0363/2026/e528cd357c134c82a9769e368b854a9a/nld@2026‑05‑12;08425480

stadsnatuur

/join/id/regdata/gm0363/2026/09280c6526d747b3a27a64a2d7868c21/nld@2026‑02‑20;08485239

stadspark: maximum bebouwingspercentage bouwwerken geen gebouw zijnde 

/join/id/regdata/gm0363/2026/902b7406a6324e16a75a974b3a46d8e5/nld@2026‑02‑20;08485239

supermarkt toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/620dc0efea534ca4b1a101dcd8c771e6/nld@2026‑01‑20;12315259

telefoneerinrichting

/join/id/regdata/gm0363/2024/368d4379830f43a8a86ded83fcfb545c/nld@2026‑01‑20;12315259

theater en concertzaal toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/89fb04b1b6824b7b97118dcd109706b7/nld@2026‑01‑20;12315259

tram toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/6edeb6ee709a4aac9988ea51f849279d/nld@2026‑02‑20;08485239

tuin

/join/id/regdata/gm0363/2024/150dcfc596c44283932c23ce0c174474/nld@2026‑01‑20;12315259

twee bedrijfswoningen toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/3cf91f0e7be34d119246731bb3181a18/nld@2026‑01‑20;12315259

uitbreiding aan de achterzijde toegestaan-Centrum

/join/id/regdata/gm0363/2026/548e2f4085c7443f9cc8faea160f6b11/nld@2026‑05‑12;08425480

uitgebreid bodemonderzoek bouwen bodemgevoelig gebouw

/join/id/regdata/gm0363/2024/b0bfe3415c9b4a7fb7b4337928d212f2/nld@2024‑09‑25;12591980

uitsluitend ABC-goederen

/join/id/regdata/gm0363/2024/111f8f0f1c074896ba8cc49464aac525/nld@2026‑01‑20;12315259

uitsluitend afhaaldepot goederen

/join/id/regdata/gm0363/2024/8feabfb850e843ae810e9dd43e80f5b8/nld@2026‑01‑20;12315259

uitsluitend bouwmarkt

/join/id/regdata/gm0363/2024/e732338e5f7a44e1befc8019909a5b82/nld@2026‑01‑20;12315259

uitsluitend detailhandel in fietsen toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/d1b15ac34acb4a17b998d06cf7a3e0f9/nld@2026‑05‑12;08425480

uitsluitend dienstverlening persoonlijke verzorging toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/2715731522eb477e9c530eaac1f21f8e/nld@2026‑05‑12;08425480

uitsluitend grootschalige detailhandel

/join/id/regdata/gm0363/2024/cd86aa0be8414a8895d5ca831d845575/nld@2026‑01‑20;12315259

uitsluitend kinderopvang zonder bedgebied toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/339bd4047eea4532ab6077fa6f968382/nld@2026‑01‑20;12315259

uitsluitend perifere detailhandel

/join/id/regdata/gm0363/2024/b857c651efcc4da6b7b480c368ad21f3/nld@2026‑01‑20;12315259

uitsluitend studentenwoningen

/join/id/regdata/gm0363/2024/1d08d8c2969c4b95b4565b0251d57c4c/nld@2026‑01‑20;12315259

uitsluitend supermarkt toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/627876bdc82946cdaec22e8623934b1e/nld@2026‑01‑20;12315259

uitsluitend tuincentrum

/join/id/regdata/gm0363/2024/e18d5aa07c5e4b79833240521c731751/nld@2026‑01‑20;12315259

uitsluitend verkooppunt motorbrandstoffen toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/3250dd297fc54bf5b974f50d49358383/nld@2026‑05‑12;08425480

uitsluitend windturbine toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/7f5e5fea1be947618b4db77996ea0f53/nld@2026‑01‑20;12315259

uitsluitend woninginrichting

/join/id/regdata/gm0363/2024/ded22bfe093943b28f5df79bcf998044/nld@2026‑01‑20;12315259

uitsluitend yogastudio toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2026/a01584beb6bc49739e27f7f94188a876/nld@2026‑05‑12;08425480

uitzondering maximum percentage ondergeschikt kantoorvloer

/join/id/regdata/gm0363/2024/e911344e54d1409699d9463dd6546457/nld@2026‑01‑20;12315259

verenigingsgebouw

/join/id/regdata/gm0363/2024/83bcb5d91dbe4af7a5bd5ed5ce4df723/nld@2026‑01‑20;12315259

vergunningplicht aanlegactiviteit hoofdgroenstructuur

/join/id/regdata/gm0363/2026/a8ee13b14f3a4ceb8b1daa22439cab6e/nld@2026‑02‑20;08485239

vergunningplicht bij wijziging ambachtelijk bedrijf

/join/id/regdata/gm0363/2024/e26123bf32b047cab10350ad1f0df622/nld@2026‑01‑20;12315259

verkoop LPG toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/47ae2f6ed5bf4234aab0f2d530e96d85/nld@2026‑01‑20;12315259

verkooppunt motorbrandstoffen toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/7648125de737466d939bb7db3df4cc4c/nld@2026‑01‑20;12315259

verpleeghuis of verzorgingshuis toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/468d2ab053b54f2390fe81942195add2/nld@2026‑01‑20;12315259

verplicht verkennend bodemonderzoek bij graven

/join/id/regdata/gm0363/2024/a09bdda99a0e456cb192c1b7f75ea292/nld@2024‑09‑25;12591980

verplicht verkennend bodemonderzoek bij kleinschalig graven

/join/id/regdata/gm0363/2024/4b063da5b41f4ebe9fb36a6054bd4b8d/nld@2024‑09‑25;12591980

voorgeschreven ontsluiting parkeervoorziening

/join/id/regdata/gm0363/2026/b91513a876514e5187a00e0d82e9f3ae/nld@2026‑01‑26;13173720

/join/id/regdata/gm0363/2026/b91513a876514e5187a00e0d82e9f3ae/nld@2026‑05‑12;08425480

voorgeschreven rooilijn

/join/id/regdata/gm0363/2024/f3a9dd2ae2e64dc5bc4dabc1686ac067/nld@2026‑02‑20;08485239

voorgeschreven rooilijn (minimum %)

/join/id/regdata/gm0363/2025/fd46f6576f784af8910a49fac8a13506/nld@2026‑01‑20;12315259

voormalige functionele binding - geluid

/join/id/regdata/gm0363/2024/70c8d916e0c84c65878470cebc66c9d2/nld@2026‑01‑20;12315259

voormalige functionele binding - geur

/join/id/regdata/gm0363/2024/4dbdd9316e0141f88e59d1c9a6c45981/nld@2026‑01‑20;12315259

voormalige functionele binding - slagschaduw

/join/id/regdata/gm0363/2024/8afebd6676bb426080110b4c335c72c4/nld@2026‑01‑20;12315259

voormalige functionele binding - trilling

/join/id/regdata/gm0363/2024/435fab2ebccf4e46a46e24cba90459bc/nld@2026‑01‑20;12315259

voortgezet onderwijs toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/aec256ab8616447aaeb70b8e331ddabb/nld@2026‑02‑20;08485239

vrijwaringsgebied ontplofbare stoffen voor civiel gebruik

/join/id/regdata/gm0363/2024/34a605e93bd14ee3bc5fb6f00f070896/nld@2026‑01‑20;12315259

vrijwaringsgebied vuurwerk

/join/id/regdata/gm0363/2024/3ae2f90379dd4e20b8c1a2ceba71edca/nld@2026‑01‑20;12315259

waarde gezamenlijk geluid

/join/id/regdata/gm0363/2026/8378ffc377e547dabd7036972511cb02/nld@2026‑01‑26;13173720

watersportvoorzieningen

/join/id/regdata/gm0363/2024/840839c5e31540b0875533dc60362d72/nld@2026‑01‑20;12315259

weekmarkt

/join/id/regdata/gm0363/2024/298881acc2e94d319246aa697cd8298e/nld@2026‑01‑20;12315259

weg toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/4c70d1af1a8745bca7dae3f2d5becfa1/nld@2026‑02‑20;08485239

wellness toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/97473188793b4681b22b7a5ce522733b/nld@2026‑01‑20;12315259

windturbine toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/94e4656a04ea436a9ac76c4eae95be89/nld@2026‑01‑20;12315259

woonschip - afwijkende geluidsnorm

/join/id/regdata/gm0363/2024/270127bbec214155898fb9816e8aba7e/nld@2026‑01‑20;12315259

ziekenhuis toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/1e820b3b041f4bbb847946c0bccd131e/nld@2026‑01‑20;12315259

Zone 1: hoge stallingsnorm fiets

/join/id/regdata/gm0363/2024/2e0c95a3f93742f2a89228136788021b/nld@2024‑09‑25;12591980

Zone 2: gemiddelde stallingsnorm fiets

/join/id/regdata/gm0363/2024/1d1307cc877c47d2a769d28a8c7794d8/nld@2024‑09‑25;12591980

Zone 3: lage stallingsnorm fiets

/join/id/regdata/gm0363/2024/74f0152fdb75470f988c022c66c95e8d/nld@2026‑01‑26;13173720

zorgwoning

/join/id/regdata/gm0363/2024/99867d9738bc49519f4e70e23c86462f/nld@2026‑02‑20;08485239

zwembad toegestaan

/join/id/regdata/gm0363/2024/9ecc40b6c6cb4621b8c6185bf0f7c07f/nld@2026‑01‑20;12315259

ZZZZ

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

6.3.5 Verwijzingen in de regels naar een ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan 

Op 1 januari 2024 is van rechtswege een omgevingsplan ontstaan. Dat omgevingsplan van rechtswege bestaat uit de bestaande ruimtelijke besluiten, een beperkt aantal (regels uit) verordeningen, en de zogenoemde 'bruidsschat (zie meer uitgebreid paragraaf 6.2.1 van deze toelichting). Er is voor gekozen de (regels uit) de verordeningen die het betreft, en het grootste deel van de bruidsschat, ineens voor heel Amsterdam te vervangen door nieuwe regels. Dat gebeurt bij vaststelling van het eerste wijzigingsbesluit, de het vaststellen van de zogenoemde basisregeling. De regels uit de nog geldende ruimtelijke besluiten zullen echter gebiedsgewijs worden vervangen (zie meer uitgebreid paragraaf 6.2.2 van deze toelichting). 

Nadat de basisregeling als eerste wijziging van het omgevingsplan is vastgesteld, bestaat het omgevingsplan uit zowel een tijdelijk deel als een nieuw deel. Het tijdelijk deel bestaat uit de resterende regels van de bruidsschat en alle nog geldende ruimtelijke besluiten. 

Wanneer het ruimtelijk besluit nog niet is komen te vervallen, zijn zowel de regels uit dat ruimtelijk besluit als nieuwe regels van dit omgevingsplan van toepassing. Op onderdelen kunnen die regels innerlijk tegenstrijdig aan elkaar zijn. In dat geval is het noodzakelijk dat wordt bepaald dat de nieuwe regels nog niet gelden, of dat de oude regels voorrang hebben. Het eerste gebeurt door een beperking van het toepassingsbereik van de nieuwe regels. Het tweede gebeurt met een zogenoemde voorrangsbepaling.  

In al die gevallen wordt in bepaalde regels gerefereerd aan een 'ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan', en aan een 'aanduiding 'ruimtelijk plan tijdelijk deel nog niet vervallen'. Beide begrippen worden hieronder toegelicht.  

Referentie aan 'ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan'

In verschillende artikelen in het omgevingsplan wordt gerefereerd aan een ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan. Met de verwijzing wordt gedoeld op ruimtelijke besluiten, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, die bij wijze van overgangsrecht als tijdelijk deel onderdeel zijn van dit omgevingsplan, totdat deze bij wijzigingsbesluit voor een locatie zijn komen te vervallen. Het gaat om bestemmingsplannen, met inbegrip van experimentele bestemmingsplannen die krachtens de Crisis- en herstelwet zijn vastgesteld, wijzigingsplannen, uitwerkingsplannen, beheersverordeningen, inpassingsplannen, exploitatieplannen, voorbereidingsbesluiten, hogere waarde besluiten en vastgestelde veiligheidscontouren. Deze besluiten zijn bij inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege onderdeel geworden van het omgevingsplan. Ze blijven dat, totdat ze bij wijzigingsbesluit van het omgevingsplan door nieuwe regels zijn vervangen, waarbij het oorspronkelijk ruimtelijk besluit komt te vervallen. Dat vervangen zal gebiedsgewijs gebeuren.  

Aanduiding 'ruimtelijk plan tijdelijk deel nog niet vervallen'. 

Zolang het onder oud recht genomen ruimtelijk besluit nog geldt, is het weliswaar juridisch onderdeel van het omgevingsplan, maar is het besluit als zelfstandige regeling vindbaar en raadpleegbaar in de DSO-viewer. Waar het ruimtelijk plan tijdelijk deel vervalt, zullen de betreffende regels niet langer zichtbaar zijn in de DSO-viewer. Ze worden eruit 'geponst' (zie meer uitgebreid paragraaf 6.2.2.1, onder het kopje 'Vindbaarheid en raadpleegbaarheid'. Dat maakt dat het lastig vanuit de nieuwe regels van het omgevingsplan te zien waar het onder oud recht vastgestelde ruimtelijk besluit nog geldt, en waar niet meer. Bovendien werkt de 'pons' alleen als het zoekgebied van een raadpleger geheel binnen de ponslocatie valt.

Om in het nieuwe deel van het omgevingsplan inzicht te geven in waar nog een ruimtelijk plan tijdelijk deel geldt, wordt gewerkt met de aanduiding 'ruimtelijk plan tijdelijk deel nog niet vervallen'. De geografische begrenzing van die aanduiding maakt binnen het nieuwe deel zichtbaar waar een ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan nog niet is komen te vervallen.   

Beperking toepassingsbereik regels nieuw deel ter plaats van de aanduiding 'ruimtelijk plan tijdelijk deel nog niet vervallen'

Voor sommige regels of onderdelen van het nieuwe deel van het omgevingsplan geldt dat die niet gelden waar nog een ruimtelijk plan tijdelijk deel van toepassing is. Dat geldt bijvoorbeeld voor een groot deel van hoofdstuk 2. Dat volgt uit artikel 2.1. Daarin is bepaald dat afdeling 2.3 niet van toepassing is ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen', maar dat daar het gebruiksdoel van gronden en bouwwerken wordt bepaald door de bestemming die op grond van het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan geldt.

Voorrangsbepaling oude en nieuwe regels ter plaats van de aanduiding 'ruimtelijk plan tijdelijk deel nog niet vervallen'

Voor andere regels of onderdelen geldt dat zowel het oude als nieuwe deel van toepassing is. Dat geldt bijvoorbeeld voor artikel 1.1, waarin is bepaald dat bijlage I begripsbepalingen bevat voor de toepassing van het omgevingsplan. De meeste afzonderlijke ruimtelijke besluiten tijdelijk deel omgevingsplan bevatten echter ook begripsbepalingen, die van toepassing zijn op de regels in dat betreffende besluit. Die begripsbepalingen kunnen gaan over eenzelfde begrip, maar wel van elkaar verschillen. In dat geval is van belang dat bepaald wordt welke van de twee voorrang heeft. Dat gebeurt met een voorrangsbepaling. Ze bepaalt het derde lid van artikel 1.1 dat ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijke deel nog niet vervallen' de begripsbepalingen zoals die zijn opgenomen in het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van toepassing zijn op de ruimtelijke regels in dat ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan.  

Aanduiding 'ruimtelijk plan tijdelijk deel vervallen'

Er zijn ook regels en regelonderdelen waarvan is bepaald dat de daarin opgenomen regels uitsluitend gelden ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijk plan tijdelijk deel vervallen'. Dat geldt bijvoorbeeld voor geheel hoofdstuk 711. Deze regels of regelonderdelen hebben een beperkt werkingsgebied, en zijn in de viewer uitsluitend zichtbaar daar waar deze aanduiding aan een locatie is gegeven. 

AAAAA

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

7.4 Regels met een locatieaanduiding kleiner dan het werkingsgebied van de regel

Behalve dat regels een al dan niet beperkt werkingsgebied hebben, kan in een regel een locatie binnen dat werkingsgebied worden aangeduid waar vervolgens blijkens de regel iets wel of juist niet mag. 

Zie bijvoorbeeld artikel 5.15. Dat bepaalt waar bovengrondse gebouwen zijn toegestaan: Een bovengronds gebouw is, tenzij elders anders is bepaald, uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'. Deze regel moet (uiteindelijk) binnen heel Amsterdam gelden. De regel bepaalt waar binnen Amsterdam een bovengronds gebouw is toegestaan, namelijk ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’. Maar tegelijkertijd bepaalt deze regel dat op locaties waaraan niet de aanduiding ‘bouwvlak’ is gegeven, géén bovengronds gebouw is toegestaan. Dit type regel werkt dus twee kanten op. Dat is ook de reden waarom artikel 5.15 heel Amsterdam als werkingsgebied moet hebben. 

Koppeling van de regel aan het werkingsgebied en nadere locatieaanduiding

Ook voor dit type regel geldt dat werkingsgebied van een regel wordt in plansoftware aan de regels gekoppeld. Dat geldt ook voor de nadere locatieaanduiding. Binnen het DSO wordt zichtbaar gemaakt op kaart waar die regel geldt, en waar de begrenzing van de locatieaanduiding ligt. Doordat in het DSO zowel de regel als de daarbij behorende locaties (werkingsgebied en locatieaanduiding) in samenhang worden weergegeven is het mogelijk om locatiegericht te zien waar een betreffende activiteit wel of niet is toegestaan. 

Onderscheid tussen een aanduiding werkingsgebied en nadere locatieaanduiding volgt uit de strekking van de regel 

Het verschil tussen het in een regel beperken van het werkingsgebied of het binnen een bepaald werkingsgebied aanduiden van een locatie, is niet altijd even makkelijk te zien. Uit de regelopbouw en de strekking van de regel blijkt of sprake is van het werkingsgebied of van een nadere locatieaanduiding. 

Zo bevat de regeling over detailhandel een onderdeel supermarkten, waarin beide vormen naast elkaar voorkomen: 

  • Artikel  2.58 2.60 :  Detailhandel in de vorm van een supermarkt is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt toegestaan'.

  • Artikel  2.59 2.64 : Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend supermarkt toegestaan' is detailhandel alleen in de vorm van een supermarkt toegestaan. Consumentgerichte dienstverlening als zelfstandige activiteit is niet toegestaan. 



Het eerste lid van artikel 2.582.60 moet overal gelden waar detailhandel is toegestaan. Binnen dat gebied geldt voor detailhandel de beperking dat detailhandel in de vorm van een supermarkt uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘supermarkt toegestaan’. De in de regel opgenomen locatieaanduiding is dus kleiner dan het werkingsgebied. Het is de activiteit detailhandel in de vorm van een supermarkt waarop de beperking is gericht. Zonder de beperking zou die activiteit in het gehele werkingsgebied zou zijn toegestaan. De beperking voorziet erin dat dit niet het geval is. 

Voor artikel 2.592.64 is dat anders. Ook die regel maakt deel uit van de regels over detailhandel, maar de beperking geldt niet een vorm van detailhandel, maar de bepaalde locatie. Het is ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend supermarkt toegestaan' dat de beperking geldt. Omdat de beperking alleen die locatie geldt, blijft het werkingsgebied van die regel ook beperkt tot die locatie. 

BBBBB

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

9.2.2.5 Veiligheid rond opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines

Paragraaf 5.1.2.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels met betrekking tot externe veiligheid bij opslag, productie, gebruik en vervoer gevaarlijke stoffen en windturbines. In deze paragraaf zijn bepalingen opgenomen op het gebied van externe veiligheidsrisico’s voor omgevingsplannen. Deze regels betreffen, naast het toepassingsbereik, in de eerste plaats instructieregels op het gebied van het zogenaamde plaatsgebonden risico (zie daarvoor artikel 5.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving). Deze instructieregels hebben ofwel het karakter van een in acht te nemen regel ofwel van een regel waarmee rekening moet worden gehouden. Deze paragraaf bevat, naast regels voor het bepalen van zogeheten brand-, explosie- en gifwolkaandachtsgebieden, het aanwijzen van bouwvoorschriftengebieden voor brand en explosie, ook regels voor het afwegen van de kans per jaar dat tien of meer personen overlijden als gevolg van een ongewoon voorval binnen een aandachtsgebied (groepsrisico). 

Artikel 5.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bepaalt dat deze paragraaf van toepassing is op het op een locatie toelaten van bepaalde milieubelastende activiteiten in verband met het externe veiligheidsrisico voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties die zijn toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Gelet op artikel 5.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is deze paragraaf ook van toepassing op het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. 

De uitvoering van de instructieregels is met verschillende regels in het omgevingsplan geborgd. Ten eerste wordt in hoofdstuk 2 bepaald waar bedrijven met activiteiten als bedoeld 5.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving plaatsvinden (risicobedrijven) mogen komen. Artikel 2.87 bepaalt dat dat uitsluitend mag ter plaatse van de aanduiding 'risicobedrijf toegestaan'. Waar die aanduiding kan worden toegekend, wordt per gebied bepaald. Bijvoorbeeld bij het vervangen van het voorheen vastgestelde bestemmingsplan. Bij het toelaten van risicobedrijven zoals bedoeld in artikel 2.87  moet worden voldaan aan de overige in paragraaf 5.1.2.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving gestelde instructieregels. Bij een wijziging van het omgevingsplan waarmee de in dat artikel bedoelde risicobedrijven worden toegelaten, moet worden gemotiveerd op welke wijze aan de instructieregels uitvoering wordt gegeven.   

LPG-tankstations vallen niet onder de werking van artikel 2.87 (beperkende regel risicobedrijven) omdat het een vorm van detailhandel is (verkoop aan particulieren). Artikel 2.562.59 bevat een vergelijkbare locatiebeperking als die voor risicobedrijven; verkoop van LPG is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘verkoop LPG’ toegestaan. Hiernaast bevat artikel 9.204 een binnenplanse vergunningplicht voor deze activiteit. Daarbij worden de mogelijkheden beoordeeld om ongevallen te voorkomen en de gevolgen van ongevallen te beperken. Deze bepaling is met name van belang voor de vestiging van nieuwe LPG-tankstations dan wel wijziging van bestaande LPG-tankstations als die vestiging of wijziging in hoofdstuk 2 (dan wel in het tijdelijk deel van het omgevingsplan) reeds is toegestaan. 

Het omgevingsplan bevat geen locatiebeperking voor het opslaan van propaan of propeen in opslagtanks. Deze activiteit komt veelal bij bedrijven voor. Daar geldt wel de locatiebeperking voor risicobedrijven. Het valt ook niet uit te sluiten dat opslaan van propaan en propeen in opslagtanks ook bij andere gebruiksdoelen plaats vindt, bijvoorbeeld bij wonen in buitengebieden. In dat geval geldt een binnenplanse vergunningplicht met dezelfde beoordelingscriteria als voor tanken van LPG.

Plaatsgebonden risico

Artikel 5.7 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bepaalt dat in een omgevingsplan (behoudens enkele uitzonderingen) een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico van een activiteit in acht wordt genomen van ten hoogste 1 op de 1.000.000 per jaar voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties. Dit artikel ziet op het uitgangspunt dat mensen in kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen, zoals woningen, scholen en ziekenhuizen en op kwetsbare locaties, zoals grote recreatieterreinen, niet aan een plaatsgebonden risico van meer dan één op de miljoen per jaar mogen worden blootgesteld. Dit is om burgers een bepaald basisbeschermingsniveau te garanderen. Met het plaatsgebonden risico gaat het om een risico als rechtstreeks gevolg van een ongeval met een activiteit met externe veiligheidsrisico’s, zowel voor activiteiten met gevaarlijke stoffen als voor risico’s vanwege windturbines. 

Bij een wijziging van het omgevingsplan, moet worden gemotiveerd dat aan het in artikel 5.7 van het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen vereiste wordt voldaan. 

Aandachtsgebieden

In artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving worden drie aandachtsgebieden geïntroduceerd: het brandaandachtsgebied, het explosieaandachtsgebied en het gifwolkaandachtsgebied. Het aanwijzen van brand-, explosie- en gifwolkaandachtsgebieden gebeurt in het Besluit kwaliteit leefomgeving zelf. De aandachtsgebieden gelden zonder dat deze in een omgevingsplan worden aangewezen. Doordat aandachtsgebieden gelden wordt in een vroeg stadium duidelijkheid geboden over de mogelijke gevolgen die bij een ongewoon voorval met gevaarlijke stoffen kunnen optreden. Initiatiefnemers, gemeenten en andere belanghebbenden kunnen hier rekening mee houden bij het ontwikkelen van nieuwe initiatieven. 

Bij een wijziging van het omgevingsplan die betrekking heeft op een aandachtsgebied moet worden gemotiveerd op welke wijze hiermee rekening is gehouden. 

Voorschriftengebieden

Op grond van artikel 5.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving kan in een omgevingsplan een locatie waar een brand- of explosieaandachtsgebied is toegelaten worden aangewezen als een brandvoorschriften- respectievelijk explosievoorschriftengebied. Binnen de voorschriftengebieden gelden bouwvoorschriften voor bouwwerken. Die bouwvoorschriften zijn geregeld in paragraaf 4.2.14 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Na aanwijzing van het gebied gelden deze voorschriften rechtstreeks op grond van dat besluit. 

Deze bepaling biedt ruimte voor gemeenteraden om in een omgevingsplan waarvan de concrete invulling nog niet vaststaat toch alvast aandachtsgebieden toe te laten voor toekomstige activiteiten en deze locatie aan te wijzen als brandvoorschriften- of explosievoorschriftengebied. Aangezien deze bepaling een bevoegdheid inhoudt, hoeft niet voor elke locatie waar een aandachtsgebied is toegelaten een voorschriftengebied te worden aangewezen. Als echter eenmaal een aandachtsgebied geldt omdat een bepaalde activiteit met externe veiligheidsrisico’s wordt verricht, dan is aanwijzing van een voorschriftengebied in ieder geval verplicht als op die locatie ook zeer kwetsbare gebouwen zijn toegelaten. 

Deze bouwvoorschriftengebieden voor brand en explosie worden wel in het omgevingsplan aangewezen. Dat gebeurt met toepassing van artikel 4.117 en 4.118. De daadwerkelijke aanwijzing vindt per gebied plaats. Bij het wijzigingen van het omgevingsplan waarmee dit gebeurt, wordt gemotiveerd op welke wijze aan de desbetreffende instructieregel uitvoering wordt gegeven. 

In artikel 9.205 is bovendien een verbod opgenomen om activiteiten met aandachtsgebieden te starten voordat het brand- of explosievoorschriftengebied is aangewezen dan wel daarvan gemotiveerd is afgezien. 

Groepsrisico

Artikel 5.15 bepaalt dat in een omgevingsplan voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen een brandaandachtsgebied, een explosieaandachtsgebied en een gifwolkaandachtsgebied rekening wordt gehouden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit. 

Deze bepaling heeft als doel de kans op maatschappelijke ontwrichting door het overlijden van grote groepen mensen te beperken. Binnen de aandachtsgebieden kunnen zich ongewone voorvallen met gevaarlijke stoffen voordoen, waarbij afhankelijk van de bevolkingsdichtheid in het gebied meer of minder slachtoffers kunnen vallen. Daarnaast kan schade optreden aan gebouwen, locaties en het milieu. In feite is dit artikel een concretisering van de wettelijke verplichting dat het omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet inhouden ook met het oog op het waarborgen van de veiligheid. 

Op grond van het eerste lid moet de gemeenteraad in het omgevingsplan rekening houden met de kans per jaar dat tien of meer personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een aandachtsgebied dat wordt veroorzaakt door een activiteit met externe veiligheidsrisico’s. Deze kans wordt aangeduid als het groepsrisico. Dit betekent onder meer dat de gemeenteraad een eigen afwegingsruimte heeft bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen een aandachtsgebied op een locatie buiten de afstand waar de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico geldt. Het noemen van het aantal van tien personen betekent niet dat de kans berekend moet worden. De vraag of van een groepsrisico sprake is, kan ook beantwoord worden aan de hand van demografische gegevens of onderbouwde schattingen.

De wijze waarop de gemeenteraad kan voldoen aan de instructieregel om rekening te houden met het groepsrisico is geregeld in het tweede lid. Om te voldoen aan de plicht om met het groepsrisico rekening te houden worden achtereenvolgens de volgende opties worden overwogen: 1) De ruimtelijke ontwikkeling vindt buiten het aandachtsgebied plaats. 2) Het omgevingsplan biedt waarborgen dat binnen een aandachtsgebied zodanige maatregelen zijn getroffen dat de kans dat personen binnen een gebouw of op een locatie buiten een gebouw overlijden als gevolg van een brand, explosie of giftige stof voldoende wordt beperkt. 3) Het omgevingsplan bevat regels die het mogelijke aantal slachtoffers binnen het aandachtsgebied beperken. 

De eerste optie biedt in beginsel de meeste bescherming. Bij de tweede optie gaat het om maatregelen waardoor de kans op het dodelijk letsel voor tien of meer personen in een gebouw en in het verlengde daarvan, schade aan milieu en economie, tot een maatschappelijk verantwoorde kleine kans wordt gereduceerd. De derde optie houdt in dat de gemeenteraad het mogelijke aantal slachtoffers kan beperken door een dichthedenbeleid te ontwikkelen voor het groepsrisico.

Bij een wijziging van het omgevingsplan moet worden gemotiveerd op welke wijze hiermee rekening is gehouden. 

Risicogebied externe veiligheid

Artikel 5.16 van het Besluit kwaliteit leefomgeving geeft de gemeenteraad een discretionaire bevoegdheid om een risicogebied aan te wijzen rondom een locatie waar bepaalde activiteiten met externe veiligheidsrisico’s worden toegelaten, zoals Seveso-inrichtingen en stuwadoorsbedrijven. Uit de term risicogebied externe veiligheid blijkt al dat het gaat om specifieke gebieden met verhoogde externe veiligheidsrisico’s. Het gaat in dit gebied om bedrijven waarvan de externe veiligheidsrisico’s vanwege de aard, diversiteit of hoeveelheid van de aanwezige gevaarlijke stoffen en het type activiteiten binnen het bedrijf verhoogd zijn (chemische procesindustrie, bedrijven met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen als onderdeel van de vervoersketen). Het gaat om een bijzondere regeling met het oogmerk bedrijven met verhoogde externe veiligheidsrisico’s zo veel mogelijk te groeperen en op afstand te houden van (zeer) kwetsbare gebouwen en locaties. Dit artikel is erop gericht deze activiteiten de benodigde ontwikkelruimte te geven. Andere redenen om een risicogebied externe veiligheid aan te wijzen zijn de voordelen die voortvloeien uit het bij elkaar vestigen van risicoveroorzakende bedrijven: bedrijven kunnen gebruik maken van gemeenschappelijke voorzieningen in het gebied, waaronder voorzieningen op het gebied van de rampbestrijding, overslaglocaties, buisleidingstraten, aanvoerroutes, energiecentrales enzovoort. Ook voor de omgeving heeft een risicogebied voordelen: de clustering van risicoveroorzakende bedrijven geeft een kleiner ruimtebeslag van het risicogebied en de scheiding tussen kwetsbare bebouwing en risicobedrijven is beter. 

Het aanwijzen van een risicogebied externe veiligheid gebeurt met toepassing van artikel 21.2 van het omgevingsplan. De daadwerkelijke aanwijzing vindt per afzonderlijk wijzigingsbesluit plaats. Bijvoorbeeld bij het vervangen van het voorheen vastgestelde bestemmingsplan. Bij het wijzigingen van het omgevingsplan waarmee dit gebeurt, wordt gemotiveerd op welke wijze aan de hierop betrekking hebbende instructieregels uitvoering wordt gegeven. 

CCCCC

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

9.2.5.3 Geluid door wegen en lokale spoorwegen zonder geluidsproductieplafonds als omgevingswaarden

Subparagraaf 5.1.4.2a.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels met betrekking tot geluid door wegen en lokale spoorwegen zonder geluidsproductieplafonds als omgevingswaarden. Hiermee zijn nieuwe regels gesteld voor gemeentewegen en lokale spoorwegen om woningen en andere geluidgevoelige gebouwen beter te beschermen tegen geluidhinder. Voor een meer uitgebreide toelichting op de instructieregels dan hieronder gegeven, wordt verwezen naar hoofdstukken 6 en 7 van de Nota van Toelichting bij het Aanvullingsbesluit Geluid (Staatsblad 2020, 557). 

De taak om het geluid van bepaalde gemeentewegen en lokale spoorwegen te beheersen is in het Besluit kwaliteit leefomgeving uitgewerkt in twee te onderscheiden typen instructieregels: instructieregels met een preventieve werking en instructieregels met een correctieve werking. De preventieve instructieregels worden toegepast bij besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen of over infrastructuur. Het gaat dan bijvoorbeeld om aanleg van of wijzigingen in infrastructuur of de bouw van woningen. Toepassing van deze regels bewerkstelligt voor wat betreft geluid een aanvaardbare kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De correctieve instructieregels volgen uit de Europese richtlijn omgevingslawaai en houdt de verplichting tot het opstellen van een actieplan geluid in. Op grond van de correctieve instructieregels betekent dit in essentie een plicht tot monitoring van het geluid van gemeentewegen en lokale spoorwegen, met daaraan gekoppeld de plicht geluidbeperkende of geluidwerende maatregelen te overwegen als uit de monitoring blijkt dat het geluid van die (spoor)wegen in een bepaalde mate is toegenomen. 

Een omgevingsplan dat aanleg of wijziging van een (spoor)weg of het gebruik van een spoorweg, toelaat moet voldoen aan de preventieve geluidregels. Deze regels zijn zo geformuleerd dat een gemeente ze direct kan toepassen bij vaststelling van een omgevingsplan, of in het omgevingsplan regels kan opnemen waardoor de toetsing uitgesteld wordt naar een later tijdstip. Als de instructieregels direct worden toegepast, worden zo nodig ook de geluidbeperkende maatregelen vastgesteld. Hierbij moet rekening worden gehouden met het maximale geluid in de omgeving die door het bewuste besluit worden toegelaten. Als het omgevingsplan bijvoorbeeld een weg met vier rijstroken toelaat, zal getoetst moeten worden op basis van die situatie, ongeacht het aantal rijstroken dat in eerste instantie wordt aangelegd. Hetzelfde geldt voor de afstand van de weg tot geluidgevoelige gebouwen. Een andere mogelijkheid is dat niet wordt uitgegaan van de infrastructuur die in het omgevingsplan in beginsel is toegelaten, maar dat het omgevingsplan regels bevat die een (nieuwe) toetsing van geluid voorschrijven als op termijn een wijziging van infrastructuur mogelijk is zonder dat daar een wijziging van het omgevingsplan voor nodig is. In plaats van in het omgevingsplan gedetailleerd de ligging van een weg of spoorweg vast te leggen, kan de gemeente dan met een binnenplans vergunningstelsel in het omgevingsplan regelen dat op een later moment alsnog wordt getoetst aan de geluidregels (zie meer uitgebreid onder andere paragraaf 2.4 van de Nota van Toelichting bij het Aanvullingsbesluit Geluid, Staatsblad 2020, 557). 

In dit omgevingsplan is gekozen voor dat laatste. In hoofdstuk 711 is een vergunningplicht opgenomen voor het aanleggen of wijzigen van de betreffende (spoor)wegen en voor het wijzigen van het gebruik van een lokale spoorweg. Overigens valt niet elke wijziging onder de vergunningplicht. In navolging van de instructieregels blijft de vergunningplicht beperkt tot een aantal specifiek benoemde wijzigingen (zie artikel 7.411.4). Met betrekking tot die activiteiten vindt de finale beoordeling op de aanvaardbaarheid van het geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen plaats in het kader van die vergunningaanvraag. 

Het doorschuiven in de tijd van het toetsen aan geluidregels betekent overigens niet dat bij de voorbereiding van het omgevingsplan helemaal geen aandacht aan geluid hoeft te worden besteed. De uitvoerbaarheid van het omgevingsplan moet altijd en dus ook vanuit het perspectief van geluid aannemelijk worden gemaakt. Dat onderzoek kan dan wel globaal zijn, waarbij gebruik wordt gemaakt van de informatie die op dat moment beschikbaar is.

In dit omgevingsplan wordt in hoofdstuk 711 met een vergunningplicht uitvoering gegeven aan de preventieve instructieregels voor wat betreft het aanleggen of wijzigen van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg, of het wijzigen van gebruik van een lokale spoorweg. In navolging van de instructieregels, zoals opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving, heeft hoofdstuk 711 uitsluitend betrekking op verharde gemeentewegen en waterschapswegen zonder geluidproductieplafonds, niet zijnde een erf in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal als kalenderjaargemiddelde, en lokale spoorwegen zonder geluidproductieplafonds.

De regeling voorziet erin dat bij de aanleg van een nieuwe weg of spoorweg het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger wordt dan de standaardwaarde. Verder voorziet de regeling erin dat bij wijziging van een bestaande weg of spoorweg het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger wordt dan de standaardwaarde of, als het al hoger was dan de standaardwaarde, het niet verder toeneemt.

De gemeente kan meer geluid toestaan, maar alleen als geen geluidbeperkende maatregelen mogelijk zijn die ervoor zorgen dat de standaardwaarde niet wordt overschreden of die ervoor zorgen dat het geluid niet toeneemt. In beginsel mag de grenswaarde niet worden overschreden. Geluidbeperkende maatregelen die niet financieel doelmatig zijn of die stuiten op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard hoeven niet te worden afgewogen. Overschrijding van de grenswaarde is alleen mogelijk als zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtsvaardigen.

Waar een toename van het geluid moet worden beoordeeld, wordt dit getoetst door de situatie direct voor het besluit te vergelijken met de situatie zoals die is na het volledig doorvoeren van het besluit. Uitgangspunt daarbij is het geluid zoals zich dat naar verwachting voordoet in het maatgevende jaar. Dat volgt uit artikel 5.78a. Over het algemeen kan voor het maatgevende jaar uitgegaan worden van de situatie tien jaar na de beoogde realisatie van het plan, bijvoorbeeld tien jaar na realisatie van een wegverbreding of van een woonwijk. Als dit echter leidt tot een te grote onderschatting van het geluid, dient een ander jaar gekozen te worden als maatgevend jaar.

De regeling, opgenomen in hoofdstuk 711, is alleen van toepassing op gebieden waar het onder oud recht vastgestelde ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is vervallen. Daar waar dat niet het geval is, is op het aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafonds de overgangsrechtelijke regeling van toepassing zoals opgenomen in afdeling 22.4.

DDDDD

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

9.2.16.5 Bebouwingscontour houtkap

Artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat een instructieregel over het aanwijzen van een bebouwingscontour houtkap. Dat is nodig, omdat de regels in afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving uitsluitend gelden buiten het stedelijk gebied van gemeenten (artikel 11.111, tweede lid, aanhef en onder a, Besluit activiteiten leefomgeving). De grenzen daarvan – de 'bebouwingscontour kap' – worden door de gemeenteraad vastgesteld in het omgevingsplan. Voor een meer uitgebreide toelichting op de instructieregel dan hieronder opgenomen wordt kortheidshalve verwezen naar artikelgewijze toelichting in de Nota van Toelichting bij het Aanvullingsbesluit natuur Omgevingswet (Staatsblad 2021, 22, p. 340 en verder). 

Uit de tekst van artikel 5.165b, waar dat bepaalt dat de bebouwingscontour moet aansluiten bij het stedelijk gebied, blijkt dat het niet de bedoeling is dat de bebouwingscontour in belangrijke mate ook niet-bebouwd gebied met een landelijk karakter van het gemeentelijke grondgebied omvat, waardoor de regels van het Bal over de meldingsplicht van houtkap en de herbeplantingsplicht zinledig zouden worden. Ten aanzien van het stellen van regels door gemeenten in het omgevingsplan over houtopstanden binnen de bebouwingscontour houtkap gelden geen beperkingen. Gemeenten kunnen regels over het vellen van houtopstanden en herbeplanten na het vellen of tenietgaan van houtopstanden buiten de bebouwingscontour wel stellen uit andere oogmerken dan natuurbescherming, behoud van het bosareaal in Nederland of bescherming van landschappelijke waarden. 

Dergelijke regels zijn nu ook ogenomen in de gemeentelijke Bomenverordening 2014. Op enig moment zal deze verordening gedeeltelijk of geheel opgaan in het omgevingsplan. Hoofdstuk 1112 is daarvoor gereserveerd. In de Bomenverordening 2014 is ook een bepaling omtrent de bebouwde kom opgenomen. Het ligt voor de hand de aanwijzing van de bebouwingscontour houtkap in hoofdstuk 1112 op te nemen. Zolang in het omgevingsplan geen bebouwingscontour houtkap is aangewezen, geldt de bij besluit van de gemeenteraad aangewezen bebouwde kom, bedoeld in artikel 4.1, onder a, van de Wet natuurbescherming, zoals dat artikel luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 3.1 van de Aanvullingswet natuur Omgevingswet, als bebouwingscontour houtkap (artikel IV, vierde lid, van het Aanvullingsbesluit natuur Omgevingswet).

Op 14 september 2016 heeft de gemeenteraad besloten tot het ‘Wijzigen van de Bomenverordening 2014 en intrekken van de bomenverordeningen van de bestuurscommissies’ (Gemeenteblad 2016, 137183). In onderdeel ‘F Bij Artikel 2 Bepalen bebouwde kom’ is als volgt besloten: ‘De gemeenteraad van Amsterdam heeft een besluit genomen waarbij de bebouwde kom gelijk komt te lopen met de gemeentegrens van Amsterdam zodat de Boswet nergens in de plaats treedt van de Bomenverordening van de centrale stad’. Op 1 januari 2017 is de Boswet opgegaan in de Wet natuurbescherming.

EEEEE

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

10.11 Hemelwaterafvoer bij bouwwerken

Amsterdam heeft in het Omgevingsprogramma Riolering 2022-2027 de ambitie opgenomen om in de programmaperiode een bui van 70 mm in één uur aan te kunnen zonder dat schade aan huizen en vitale infrastructuur ontstaat. Om dit te bereiken zal zowel in de bestaande stad als in nieuw te ontwikkelen gebieden rekening moeten worden gehouden met extreme neerslag. Daarbij is onder meer van belang dat zowel op particulier terrein als op openbaar terrein voldoende waterberging wordt gerealiseerd. Een van de juridische instrumenten die een bijdrage kan leveren aan een klimaatbestendig en waterrobuust Amsterdam was onder oud recht een zogenaamde hemelwaterverordening. 

Op grond van artikel 10.32a lid 1 onder a van de Wet milieubeheer kon de gemeente bij verordening regels stellen over het lozen van afvloeiend hemelwater of van grondwater op of in de bodem of in de riolering. Die regels konden ook inhouden dat het lozen van afvloeiend hemelwater of van grondwater in een openbaar vuilwaterriool binnen een in die verordening aangegeven termijn moet worden beëindigd. Dit bood de grondslag voor het opstellen van een hemelwaterverordening waarin het aanleggen en in stand houden van een waterberging bij bebouwd oppervlak wordt geregeld. Van die grondslag is in Amsterdam gebruik gemaakt (Gemeenteblad 2021 nr. 144493, 10 mei 2021). De bepalingen in deze hemelwaterverordening zijn zodanig opgesteld dat ze zoveel mogelijk al voldoen aan de eisen uit de nieuwe Omgevingswet. 

De hemelwaterverordening is bij inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel geworden van het omgevingsplan (zie ook paragraaf 6.2 van deze toelichting). Met inpassing van de regels in paragraaf 4.4.2 vindt daadwerkelijke integratie plaats. De regels zijn in die paragraaf opgenomen als algemene regels, die van toepassing zijn op de in artikel 4.1104.113 aangegeven gebouwen. Ze gelden, ongeacht of sprake is van een vergunningplicht voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken. Wel wordt een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken preventief aan deze regels getoetst (artikel 4.864.89). 

Naast de waterbergingseisen in het omgevingsplan bestaat ook de waterschapsverordening van de waterschappen (voorheen: de Keur). In de waterschapsverordening staan voorschriften voor ruimtelijke ontwikkelingen van meer dan 500 m2 of 1.000 m² (afhankelijk van het waterschap). Daarbij geldt een verplichting tot compensatieberging. De twee verplichtingen staan elkaar niet in de weg. Integendeel, ze zijn complementair aan elkaar. Door bij ontwikkelingen groter dan 500 m2 of 1.000 m2 te voldoen aan de waterbergingseisen van dit omgevingsplan, wordt deels of in zijn geheel ook voldaan aan de waterschapsverordening. Door ervoor te zorgen dat er ook waterbergingen worden aangelegd en in stand worden gehouden in gevallen waarin de waterschapsverordening niet geldt, kan de gemeente het doel uit het Omgevingsprogramma Riolering bereiken.

Voor een meer inhoudelijke toelichting op de artikelen wordt kortheidshalve verwezen naar de artikelgewijze toelichting. 

FFFFF

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

10.19 10.20 Overige beleidsdoorwerking

GGGGG

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

10.20 10.21 Short stay

HHHHH

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

11.2.5.14 Verkeer (paragraaf 2.3.14 van de regels)

Paragraaf 2.3.14 bevat een regeling met betrekking tot het gebruiksdoel verkeer. De paragraaf is onderverdeeld in verschillende subparagrafen. 

Subparagraaf 2.3.14.1 bevat algemene regels over het gebruiksdoel verkeer. In deze paragraaf wordt bepaald welke gronden zijn aangewezen voor een gebruiksdoel verkeer, en welk gebruik daarbinnen is toegestaan. Bepaald wordt dat gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: verkeer' bedoeld zijn voor het realiseren, in stand houden en gebruiken van wegen, OV-stations, spoorwegen, metrolijnen, trambanen, woonerven, publiek toegankelijke parkeergarages en publiek toegankelijke parkeerterreinen, overige parkeergelegenheid in de openbare ruimte, voet- en fietspaden, publiek toegankelijke fietsparkeergarages en publiek toegankelijke fietsparkeerterreinen, en pleinen.

Dat betekent echter nog niet dat bijvoorbeeld overal wegen en spoorwegen mogen komen. Subparagraaf 2.3.14.2 bevat aanvullende regels aanvullende regels over waar wegen en spoorwegen zijn toegestaan. Dat is alleen toegestaan binnen de in de subparagraaf aangegeven aanduidingen. 

Voor het aanleggen of wijzigen van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg, of het wijzigen van gebruik van een lokale spoorweg geldt wel nog een aanvullende vergunningplicht. Die is nodig teneinde een finale beoordeling te kunnen doen op de aanvaardbaarheid van geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen. Deze vergunningplicht is opgenomen in hoofdstuk 711.  

IIIII

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

11.4.2.3.13 11.4.2.3.14 Toets aan overige regels over het bouwen en in stand houden van bouwwerken (subparagraaf 4.2.4.14 van de regels)

JJJJJ

Sectie 11.12 wordt geplaatst na sectie 11.6. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

11.12 11.7 Hoofdstuk 127 [gereserveerd]Gebiedseigen regels over gebruik en bouwwerken

[Gereserveerd]

11.7.1 Algemeen

de hoofdstukken 2 en 5 bevatten allerlei regels over gebruik en bouwwerken. Het zijn regels die op verschillende plekken in de stad bruikbaar zijn. Er blijft echter ook behoefte aan locatiespecifiek maatwerk: regels die uitsluitend van toepassing zijn op één specifieke locatie. Voor het beheer van het omgevingsplan is het niet handig wanneer deze locatiespecifieke regels op dezelfde plek in de regeling staan als regels die voor herhaalde toepassing bruikbaar zijn. Daarom worden deze regels op een aparte plek in de regeling opgenomen. Hiervoor is hoofdstuk 7 bedoeld.  

KKKKK

Sectie 11.7 wordt geplaatst na sectie 11.10. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

11.7 11.11 Hoofdstuk 711 Het aanleggen of wijzigen van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg, of het wijzigen van gebruik van een lokale spoorweg (geluidsbeoordeling)

Hoofdstuk 711 van het omgevingsplan bevat een regeling met betrekking tot het aanleggen of wijzigen van bepaalde gemeentewegen, waterschapswegen en lokale spoorwegen, of het wijzigen van gebruik van een lokale spoorweg. Dit hoofdstuk geldt uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel vervallen'. Het betreft die gebieden waar een onder oud recht vastgesteld bestemmingsplan is vervangen. Daarbuiten geldt afdeling 22.4. Het betreft de gebieden waar het onder oud recht vastgestelde bestemmingsplan nog niet is vervangen. Bij het vaststellen van een bestemmingsplan dat de aanleg of wijziging van een (spoor)weg mogelijk maakt, werd veelal in een finale beoordeling van de aanvaardbaarheid van het geluid voorzien. In dat geval kan van een nadere beoordeling worden afgezien, tenzij op grond van afdeling 22.4 alsnog een beoordeling nodig is.

Met de regeling in dit hoofdstuk wordt uitvoering gegeven aan de instructieregels zoals opgenomen in paragraaf 5.1.4.2a.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn nieuwe regels gesteld voor gemeentewegen en lokale spoorwegen om woningen en andere geluidgevoelige gebouwen beter te beschermen tegen geluidhinder.

De taak om het geluid van bepaalde gemeentewegen en lokale spoorwegen te beheersen is in het Besluit kwaliteit leefomgeving uitgewerkt in twee te onderscheiden typen instructieregels: instructieregels met een preventieve werking en instructieregels met een correctieve werking. De preventieve instructieregels worden toegepast bij besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen of over infrastructuur. Het gaat dan bijvoorbeeld om aanleg van of wijzigingen in infrastructuur of de bouw van woningen. Toepassing van deze regels bewerkstelligt voor wat betreft geluid een aanvaardbare kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De correctieve instructieregels volgen uit de Europese richtlijn omgevingslawaai en houdt de verplichting tot het opstellen van een actieplan geluid in. Op grond van de correctieve instructieregels betekent dit in essentie een plicht tot monitoring van het geluid van gemeentewegen en lokale spoorwegen, met daaraan gekoppeld de plicht geluidbeperkende of geluidwerende maatregelen te overwegen als uit de monitoring blijkt dat het geluid van die (spoor)wegen in een bepaalde mate is toegenomen. 

Hoofdstuk 711 geeft uitvoering aan de preventieve instructieregels voor wat betreft het aanleggen of wijzigen van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg, of het wijzigen van gebruik van een lokale spoorweg. De regeling voorziet erin dat bij de aanleg van een nieuwe weg of spoorweg het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger wordt dan de standaardwaarde. Verder voorziet de regeling erin dat bij wijziging van een bestaande weg of spoorweg het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger wordt dan de standaardwaarde of, als het al hoger was dan de standaardwaarde, het niet verder toeneemt.

De gemeente kan meer geluid toestaan, maar alleen als geen geluidbeperkende maatregelen mogelijk zijn die ervoor zorgen dat de standaardwaarde niet wordt overschreden of die ervoor zorgen dat het geluid niet toeneemt. In beginsel mag de grenswaarde niet worden overschreden. Geluidbeperkende maatregelen die niet financieel doelmatig zijn of die stuiten op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard hoeven niet te worden afgewogen. Overschrijding van de grenswaarde is alleen mogelijk als zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtsvaardigen.

Een omgevingsplan dat aanleg of wijziging van een (spoor)weg of het gebruik van een spoorweg, toelaat moet voldoen aan de preventieve geluidregels. Deze regels zijn zo geformuleerd dat een gemeente ze direct kan toepassen bij vaststelling van een omgevingsplan, of in het omgevingsplan regels kan opnemen waardoor de toetsing uitgesteld wordt naar een later tijdstip. Als de instructieregels direct worden toegepast, worden zo nodig ook de geluidbeperkende maatregelen vastgesteld. Hierbij moet rekening worden gehouden met het maximale geluid in de omgeving die door het bewuste besluit worden toegelaten. Als het omgevingsplan bijvoorbeeld een weg met vier rijstroken toelaat, zal getoetst moeten worden op basis van die situatie, ongeacht het aantal rijstroken dat in eerste instantie wordt aangelegd. Hetzelfde geldt voor de afstand van de weg tot geluidgevoelige gebouwen. Een andere mogelijkheid is dat niet wordt uitgegaan van de infrastructuur die in het omgevingsplan in beginsel is toegelaten, maar dat het omgevingsplan regels bevat die een (nieuwe) toetsing van geluid voorschrijven als op termijn een wijziging van infrastructuur mogelijk is zonder dat daar een wijziging van het omgevingsplan voor nodig is. In plaats van in het omgevingsplan gedetailleerd de ligging van een weg of spoorweg vast te leggen, kan de gemeente dan met een binnenplans vergunningstelsel in het omgevingsplan regelen dat op een later moment alsnog wordt getoetst aan de geluidregels. In dit omgevingsplan is gekozen voor dat laatste. 

In navolging van de instructieregels, zoals opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving, heeft hoofdstuk 711 uitsluitend betrekking op verharde gemeentewegen en waterschapswegen zonder geluidproductieplafonds, niet zijnde een erf in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal als kalenderjaargemiddelde, en lokale spoorwegen zonder geluidproductieplafonds. 

In hoofdstuk 711 is een vergunningplicht opgenomen voor het aanleggen of wijzigen van de betreffende (spoor)wegen en voor het wijzigen van het gebruik van een lokale spoorweg. Overigens valt niet elke wijziging onder de vergunningplicht. In navolging van de instructieregels blijft de vergunningplicht beperkt tot een aantal specifiek benoemde wijzigingen (zie artikel 7.411.4). 

Met betrekking tot die activiteiten vindt de finale beoordeling op de aanvaardbaarheid van het geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen plaats in het kader van die vergunningaanvraag. Bij wijziging van een omgevingsplan waarmee de aanleg of wijziging van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg wordt mogelijk gemaakt, vindt wel reeds een beoordelingsplaats op uitvoerbaarheid. 

Waar een toename van het geluid moet worden beoordeeld, wordt dit getoetst door de situatie direct voor het besluit te vergelijken met de situatie zoals die is na het volledig doorvoeren van het besluit. Uitgangspunt daarbij is het geluid zoals zich dat naar verwachting voordoet in het maatgevende jaar. Dat volgt uit artikel 5.78a. Over het algemeen kan voor het maatgevende jaar uitgegaan worden van de situatie tien jaar na de beoogde realisatie van het plan, bijvoorbeeld tien jaar na realisatie van een wegverbreding of van een woonwijk. Als dit echter leidt tot een te grote onderschatting van het geluid, dient een ander jaar gekozen te worden als maatgevend jaar.

LLLLL

Sectie 11.11 wordt geplaatst na sectie 11.7. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

11.11 11.12 Hoofdstuk 1112 [gereserveerd] 

[Gereserveerd]

MMMMM

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

11.22.5 Afdeling 22.4

Deze afdeling bevat regels van overgangsrechtelijke aard over het aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafonds. Deze afdeling dient van toepassing te blijven waar het onder oud recht vastgestelde bestemmingsplan nog niet is vervallen. Daarbij komt dat deze afdeling ook alleen daar van toepassing moet zijn. Om daarvoor te zorgen is aan artikel 22.271 de regel toegevoegd dat deze afdeling uitsluitend geldt ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen'. Voor het overige blijft afdeling 22.4 ongewijzigd. Waar het onder oud recht vastgesteld bestemmingsplan wel is vervallen, is hoofdstuk 711 van toepassing op de aanleg of wijzigen van dergelijke wegen of spoorwegen. 

NNNNN

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.3 lid 1

Het eerste lid bepaalt dat het verboden is gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met een onder afdeling 2.3 aan een locatie gegeven gebruiksdoel of gebruiksdoelen en de daarop betrekking hebbende regels over gebruik, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in hoofdstuk 3 en 7. In afdeling 2.3 wordt geregeld waar welk gebruiksdoel geldt. Aan een locatie kunnen meerdere gebruiksdoelen kunnen zijn gegeven. Met betrekking tot het gebruiksdoel worden ook regels gesteld over het gebruik. Hetzelfde geldt voor de regels over gebruik die zijn gesteld in afdelinghoofdstuk 3.23. Ook die regels moeten op grond van dit eerste lid in acht worden genomen. Overigens geldt dit ook voor regels elders gesteld in dit omgevingsplan, die in ruimere zin ook betrekking hebben op het gebruik van gronden en bouwwerken, zoals bijvoorbeeld de regels over milieubelastende activiteiten, zoals gesteld in hoofdstukIn hoofdstuk 7 kunnen aanvullend gebiedsspecifieke regels over gebruik zijn opgenomen. Waar dat het geval is, bepaalt dit lid dat ook die regels in acht genomen moeten worden.  9. 

Overigens geldt dit ook voor regels elders gesteld in dit omgevingsplan, die in ruimere zin ook betrekking hebben op het gebruik van gronden en bouwwerken, zoals bijvoorbeeld de regels over milieubelastende activiteiten, zoals gesteld in hoofdstuk 9. 

OOOOO

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.3 lid 2

Het tweede lid is van overgangsrechtelijke aard, en regelt hetzelfde als het eerste lid voor gebieden waar het onder oud recht vastgesteld ruimtelijk plan nog niet is komen te vervallen. Bepaald wordt dat het ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' verboden is gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan aan een locatie gegeven bestemming, of op een wijze die in strijd is met de daarop betrekking hebbende regels over gebruik. 

Hetzelfde geldt voor de regels over gebruik die zijn gesteld in hoofdstuk 3. Ook die regels moeten op grond van dit tweede lid in acht worden genomen, voor zover die van toepassing zijn. In hoofdstuk 7 kunnen aanvullend gebiedsspecifieke regels over gebruik zijn opgenomen. Waar dat het geval is, bepaalt dit lid dat ook die regels in acht genomen moeten worden. Voor gebieden waar het bestemmingsplan nog niet is vervallen, kan het bijvoorbeeld gaan om een aanvullende regel.  

In bijlage I is opgenomen dat onder een ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan worden verstaan ruimtelijke besluiten, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, die bij wijze van overgangsrecht als tijdelijk deel onderdeel is van dit omgevingsplan, totdat deze bij wijzigingsbesluit voor een locatie zijn komen te vervallen. Het gaat om bestemmingsplannen, wijzigingsplannen, uitwerkingsplannen, exploitatieplannen en dergelijke. Die ruimtelijke plannen bevatten zelf per bestemming regels over gebruik. Daar waar een ruimtelijk besluit  nog van toepassing zijn, wordt de vraag welk gebruik wel of niet is toegestaan beantwoord aan de hand van de daarin opgenomen regels. Het tweede lid regelt dit. 

Het werkingsgebied van dit artikel is beperkt tot die gebieden ter plaatse van de aanduiding ‘ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen’. 

PPPPP

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.3 lid 3

Het derde lid bepaalt dat, in afwijking van het eerste lid, daar waar een TAM-omgevingsplan is vastgesteld en in werking is getreden, het verboden is gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in dat TAM-omgevingsplan opgenomen regels over gebruik van gronden en bouwwerken. Het derde Hetzelfde geldt voor de regels over gebruik die zijn gesteld in hoofdstuk 3. Ook die regels moeten op grond van dit tweede lid is alleenin acht worden genomen, voor zover die van toepassing op de situatie dat bij het vaststellen van het TAM-omgevingsplan tevens is beslotenzijn. In hoofdstuk 7 kunnen aanvullend gebiedsspecifieke regels over gebruik zijn opgenomen. Waar dat daarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan ishet geval is, bepaalt dit lid dat ook die regels in acht genomen moeten worden. Voor gebieden waar het bestemmingsplan nog niet is vervallen, kan het bijvoorbeeld gaan om een aanvullende regel

Het derde lid is alleen van toepassing op de situatie dat bij het vaststellen van het TAM-omgevingsplan tevens is besloten dat daarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is vervallen. In bijlage I is opgenomen dat onder een TAM-omgevingsplan wordt verstaan een wijzigingsbesluit van dit omgevingsplan, dat is gepubliceerd met toepassing van de IMRO-standaarden, bedoeld in artikel 11.1 lid 2 van het Besluit elektronische publicaties. In paragraaf 6.4 wordt meer uitgebreid ingegaan op het TAM-omgevingsplan. 

Een TAM-omgevingsplan, dat in juridisch opzicht een integraal onderdeel is van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam, bevat over het algemeen zelf ruimtelijke regels over gebruik van gronden en bouwwerken. Zolang de desbetreffende regels niet met toepassing van STOP-TP technisch zijn geïntegreerd in het Omgevingsplan gemeente Amsterdam, zijn deze regels mede bepalend voor de vraag welk gebruik wel of niet is toegestaan. 

QQQQQ

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.3 lid 5

In bestemmingsplannen werd veelal in de bestemmingsomschrijving aangegeven dat gronden mede waren bedoeld voor bepaalde bijbehorende voorzieningen, zoals groenvoorzieningen en waterpartijen, nutsvoorzieningen, en eventueel voor het gebruiksdoel benodigde ontsluitingsinfrastructuur en parkeer- en stallingsbehoefte voor auto en fiets. Met het derdevijfde lid wordt expliciet bepaald dat de betreffende vormen van gebruik in overeenstemming zijn met een aan een locatie gegeven gebruiksdoel. Een soortgelijke bepaling met betrekking tot een nog geldende bestemming is niet nodig en ongewenst, omdat dit in bestemmingsplannen geregeld is in de bestemmingsomschrijvingen. Daarom heeft het vijfde lid alleen betrekking op gronden, bedoeld in het eerste en derde lid. 

RRRRR

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.192.18 Het gebruik van woonruimte of bijbehorende opstallen voor Bed and Breakfast

In subparagraaf 2.3.1.3 wordt voor bepaalde activiteiten een link gelegd naar de Huisvestingsverordening, en de daarin opgenomen vergunningplicht. Een van die activiteiten betreft het gebruik van woonruimte of bijbehorende opstallen voor Bed and Breakfast, waarover in artikel 2.192.18 de volgende regels zijn gesteld. 

Eerste lid:

Het eerste lid maakt dat het verboden is woonruimte te gebruiken voor het aanbieden van Bed and Breakfast, tenzij daarvoor de op grond van de Huisvestingsverordening benodigde vergunning is verleend. De ratio hierachter is dat bij de afweging in het kader van die vergunningplicht de gevolgen op de omgevingskwaliteit volledig worden betrokken. Een aparte vergunningplicht op grond van het omgevingsplan is daarmee overbodig. Wanneer op grond van de Huisvestingsverordening de benodigde vergunning is verleend, dan is de activiteit ook op grond van dit omgevingsplan toegestaan. Het zondermeer toestaan van Bed and Breakfast, ervan uitgaande dat regulering door middel van de vergunning op grond van de Huisvestingsverordening plaatsvindt, is geen goede keuze, omdat in geval van nieuw te bouwen woningen een deel dat direct na oplevering voor Bed and Breakfast zou worden gebruikt geen onderdeel uitmaakt van de woonruimte, zodat de Huisvestingsverordening daarop niet van toepassing is. De Huisvestingsverordening geldt namelijk alleen wanneer iets een woonruimte is of is geweest. De Huisvestingsverordening geldt immers alleen voor woonruimten. Wanneer een ruimte binnen een woning direct voor Bed and Breakfast wordt gebruikt, heeft het deze functie niet (gehad) en geldt de Huisvestingsverordening niet.  

Wat onder Bed and Breakfast wordt verstaan, is bepaald in bijlage I. Daarin is opgenomen dat het gaat om het ter plaatse van de functie wonen tegen betaling in gebruik geven van:

  • a.

     een onzelfstandige woonruimte binnen een zelfstandige woonruimte voor kort verblijf bij de bewoner van de zelfstandige woonruimte; 

  • b.

    bij zelfstandige woonruimte behorende opstallen voor kort verblijf bij de bewoner van de zelfstandige woonruimte.

Deze omschrijving wijkt af van die in de Huisvestingsverordening. Dat is nodig omdat de Huisvestingverordening alleen van toepassing is op woonruimte, maar niet op de daarbij behorende gronden en opstallen. Omdat het omgevingsplan daarop wel betrekking heeft, is het bepaalde onder b toegevoegd. 

Tweede lid:

Het tweede lid maakt dat het verboden is Bed & Breakfast aan te bieden in de bij woonruimte behorende bijgebouwen. In bijlage I is bepaald dat onder een bijgebouw wordt verstaan een op het bij een hoofdgebouw behorend erf gerealiseerd gebouw dat niet in directe verbinding staat met het hoofdgebouw door bijvoorbeeld een opening of deur. Hierin verschilt het bijgebouw met een aanbouw of uitbouw. De huisvestingsverordening ziet op woonruimte, maar niet op de daarbij behorende bijgebouwen. Om dit te ondervangen is deze bepaling opgenomen. 

Derde lid:

Het derde lid wijst locaties aan waar het eerste en tweede lid niet van toepassing is. Daar is Bed & Breakfast op grond van het omgevingsplan wel toegestaan. Daarbij is evenwel bepaald dat de Huisvestingsverordening onverminderd van toepassing is. Voor zover op de aangewezen locatie woonruimte aanwezig is, dan is op gebruik van die woonruimte voor Bed & Breakfast op grond van de Huisvestingsverordening nog altijd een onttrekkingsvergunning nodig. Deze bepaling is met name bedoeld om situaties waarin het bestemmingsplan Bed & Breakfast toestond, te consolideren.   

SSSSS

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.202.19 Kamerverhuur

In subparagraaf 2.3.1.3 wordt voor bepaalde activiteiten een link gelegd naar de Huisvestingsverordening, en de daarin opgenomen vergunningplicht. Een van die activiteiten betreft het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten, oftewel kamerverhuur. 

Eerste lid: 

Artikel 2.202.19 bevat het uitgangspunt dat woonruimte uitsluitend is toegestaan in de vorm van zelfstandige woonruimte. Dat is vastgelegd in de aanhef van het eerste lid. Wanneer nieuwe woonruimte wordt gerealiseerd, en deze direct als onzelfstandige woonruimte in gebruik wordt genomen, dan is daarop de vergunningplicht voor het omzetten van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte niet van toepassing. Daarmee zou, door een nieuw gerealiseerde woning direct als onzelfstandige woonruimte in gebruik te nemen, onder die vergunningplicht uitgekomen kunnen worden. Dan zou de te maken afweging waarin de vergunningplicht voorziet, niet gemaakt kunnen worden. De aanhef van artikel 2.202.19 voorkomt dit. Op het uitgangspunt dat woonruimte zelfstandige woonruimte is, geldt een drietal uitzonderingen. De eerste twee zijn opgenomen in het eerste lid. 

Onder a is als uitzondering opgenomen woonruimte die is gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, voor zover die vergunning betrekking heeft gehad op het realiseren van onzelfstandige woonruimte. Bij de afweging van die buitenplanse vergunning kunnen dan de overwegingen die in het kader van de vergunning op grond van de Huisvestingsverordening worden betrokken, worden meegenomen. 

Onder b is als uitzondering dat de op grond van de Huisvestingsverordening benodigde omzettingsvergunning is verleend. De ratio hierachter is dat bij de afweging in het kader van die vergunningplicht de gevolgen op de omgevingskwaliteit volledig worden betrokken. Een aparte vergunningplicht op grond van het omgevingsplan is daarmee overbodig. Wanneer op grond van de Huisvestingsverordening de benodigde vergunning is verleend, dan is de activiteit ook op grond van dit omgevingsplan toegestaan. Het tweede lid bevat een uitzondering op het in het eerste lid bedoelde verbod voor locaties ter plaatse van de aanduiding 'kamerverhuur toegestaan'. De Huisvestingsverordening blijft in dat geval onverminderd van toepassing.

Onder c is een uitzondering opgenomen voor hospitaverhuur en inwoning. Om voor meer mensen in de stad woonruimte te bieden is in de bestuursperiode vanaf 2022 onder meer ingezet op het stimuleren van hospitaverhuur en inwoning. Amsterdammers die bijvoorbeeld ruim behuisd zijn, kunnen een kamer verhuren of iemand laten inwonen. Formeel is dan sprake van omzetting van een deel van een zelfstandige woning naar een onzelfstandige woning. In de Huisvestigingsverordening is de omzetting die gevolg is van hospitaverhuur en inwoning vrijgesteld van vergunningplicht als bedoeld in artikel 21 lid 1 onder c van de Huisvestingswet. De omzetting is echter niet in overeenstemming met het primaire uitgangspunt van het omgevingsplan dat woningen uitsluitend zijn toegestaan in de vorm van zelfstandige woonruimte. Door sub c toe te voegen aan het eerste lid van artikel 2.20 wordt in geval van omzetting die op grond van de Huisvestingsverordening is vrijgesteld van vergunningplicht als bedoeld in artikel 21 lid 1 onder c van de Huisvestingswet, toegestaan dat een onzelfstandige woning aanwezig is. Door de belemmering weg te nemen dat als gevolg van de regels van het omgevingsplan een buitenplanse afwijkvergunning nodig zou zijn voor de omzetting, wordt hospitaverhuur en inwoning gestimuleerd. Het wordt daarmee immers eenvoudiger voor eigenaren, huurders en corporaties om een extra persoon onderdak te bieden. De omzetting die is vrijgesteld van de vergunningplicht als bedoeld in artikel 21 lid 1 onder c van de Huisvestingswet, heeft geen relevante ruimtelijke impact.  

Tweede lid: 

In het tweede lid is als uitzondering opgenomen dat onzelfstandige woonruimte ook is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'onzelfstandige woonruimte toegestaan'. Net als bij een buitenplanse omgevingsvergunning geldt dat bij wijziging van het omgevingsplan de overwegingen die in het kader van de vergunning op grond van de Huisvestingsverordening worden betrokken, kunnen worden betrokken. 

Derde lid:

Mogelijk zijn er toekomstige woningbouwontwikkelingen waarbij het ruimtelijk niet wenselijk is dat hospitaverhuur of inwoning plaats zal vinden, bijvoorbeeld omdat dit geconcentreerd op een grotere schaal zal kunnen gaan gebeuren. In dat geval zijn er mogelijk wel ruimtelijk relevante effecten. Dit zal niet snel aan de orde zijn, maar mocht het nodig zijn dan kan voor de ontwikkellocatie worden gekozen woningen te voorzien van een aanduiding ‘onzelfstandige woonruimte niet toegestaan’.   

Vierde en vijfde lid: 

Het vierde en vijfde lid bepalen dat op de aangegeven locaties een daar geldend minimum respectievelijk maximum aantal onzelfstandige woonruimten geldt dat is toegestaan. 

TTTTT

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.212.20 Woningvorming

In subparagraaf 2.3.1.3 wordt voor bepaalde activiteiten een link gelegd naar de Huisvestingsverordening, en de daarin opgenomen vergunningplicht. Een van die activiteiten betreft het verbouwen en in die verbouwde staat behouden van een woonruimte tot twee of meer woonruimten. Dit wordt woningvorming genoemd. Woningvorming kan gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. Artikel 2.212.20 bepaalt dat het verboden is dit te doen, tenzij daarvoor de op grond van de Huisvestingsverordening benodigde  woningvormingsvergunning is verleend. De ratio hierachter is dat bij de afweging in het kader van die vergunningplicht de gevolgen op de omgevingskwaliteit volledig worden betrokken. Een aparte vergunningplicht op grond van het omgevingsplan is daarmee overbodig. Wanneer op grond van de Huisvestingsverordening de benodigde vergunning is verleend, dan is de activiteit ook op grond van dit omgevingsplan toegestaan.

UUUUU

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.222.21 Toepassingsbereik 

In afdeling 2.3 worden gebruiksdoelen aan locaties gegeven, wordt bepaald welk gebruik daar is toegestaan, en worden regels over het gebruik gegeven. Paragraaf 2.3.2 bevat regels over maatschappelijke dienstverlening. Artikel 2.222.21 bepaalt het toepassingsbereik van de regels in dit onderdeel. 

Eerste lid:

In het eerste lid is bepaald dat de paragraaf van toepassing is op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijk'. De inhoudelijke regels over het binnen dit gebruiksdoel toegestane gebruik volgen in de overige bepalingen.   

Tweede lid:

In het tweede lid is bepaald dat de paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening'. Hiermee is het geografisch werkingsgebied van de regels bepaald.

VVVVV

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.232.22 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening', toegestaan gebruik

Artikel 2.232.22 bevat regels over het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening', en over het daar toegestaan gebruik. Het artikel bepaalt dat de gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening' als gebruiksdoel maatschappelijke dienstverlening hebben, en dat ze mogen worden gebruikt ten behoeve van maatschappelijke dienstverlening. Daarbij moeten uiteraard de overige regels die op het gebruiksdoel betrekking hebben, in acht worden genomen.

In bijlage I is bepaald dat onder maatschappelijke dienstverlening wordt verstaan het verlenen van publieksgerichte diensten of het bieden van voorzieningen op het gebied van educatie, onderwijs, welzijn, gezondheidszorg, levensbeschouwing en bijzondere overheidsvoorzieningen. Onder maatschappelijke dienstverlening vallen in elk geval:

  • a.

     instellingen gericht op het geven van basisonderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en hoger beroeps en universitair onderwijs, en instellingen gericht op het geven van avondonderwijs; 

  • b.

    ziekenhuizen en daarmee vergelijkbare medische centra; 

  • c.

    overige voorzieningen voor medische zorgverlening zoals huisartsenposten,  GGZ-instellingen, revalidatiecentra, tandartsen- of fysiotherapiepraktijken, dierenartspraktijken;

  • d.

    overige dienstverlening op het gebied van zorg en welzijn zoals een verpleeghuis, een verzorgingshuisconsultatiebureaus, apotheken, afkickklinieken, jeugdzorginstelling, dak- en thuislozenopvang, drugsopvang, asielzoekerscentra;

  • e.

    bijzondere overheidsvoorzieningen zoals een justitiële inrichting, kazerne, en uitrukpost;

  • f.

    overige voorzieningen op het gebied van maatschappelijke dienstverlening zoals een buurtcentrum, bibliotheek, kinderopvangmuziek- en dansschoolreligieuze instelling en school(werk)tuin.  

WWWWW

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.242.23 Omvang en situering van maatschappelijke dienstverlening

Artikel 2.242.23 bevat beperkende regels over de omvang en situering van maatschappelijke dienstverlening. Met dit artikel kunnen locatiegericht beperkingen zijn gesteld. Deze regels zijn alleen van toepassing voor zover de betreffende aanduiding op een locatie van toepassing is. Is geen aanduiding opgenomen, dan gelden de betreffende beperkingen niet.  

Eerste en tweede lid:

Het eerste lid bevat een beperking voor het maximum bruto-vloeroppervlak maatschappelijke dienstverlening dat is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakt maatschappelijke dienstverlening'. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaalt het maximum oppervlak. Gelet op artikel 2.2, derde lid, geldt dat maximum per afzonderlijk aanduidingsvlak.  Het tweede lid maakt mogelijk dat er een maximum bruto-vloeroppervlak geldt per vestiging.

Tweede Derde lid:

Het tweedederde lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin maatschappelijke dienstverlening is toegestaan' maatschappelijke dienstverlening uitsluitend is toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaald in welke bouwlaag of bouwlagen maatschappelijke dienstverlening is toegestaan. 

Vierde lid:

Het vierde lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin maatschappelijke dienstverlening niet is toegestaan' maatschappelijke dienstverlening niet is toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaald in welke bouwlaag of bouwlagen maatschappelijke dienstverlening niet is toegestaan. 

XXXXX

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.252.24 Geluidgevoelige ruimten

YYYYY

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.292.25 Instellingen met een gezondheidszorgfunctie met bedgebied

Artikel 2.262.25 bevat een specifieke regel over instellingen met een gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan, bedoeld in artikel 3.21 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, anders dan instellingen, bedoeld in artikel 2.292.28 en 2.302.29. Onder een gezondheidsfunctie wordt op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving verstaan een gebruiksfunctie voor medisch onderzoek, verpleging, verzorging of behandeling. Die kunnen een bedgebied hebben, maar dat hoeft niet. Artikel 2.262.25  bepaalt dat gezondheidszorgfuncties, als ze een bedgebied hebben, uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'gezondheidszorgfunctie met bedgebied toegestaan'. Dat geldt niet voor instellingen, bedoeld in artikel 2.292.28 en 2.302.29. Daarvoor geldt dat die altijd een bedgebied zullen hebben.  

Reden voor deze beperkende regel in artikel 2.262.25 is onder meer dat instellingen met een gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan, in artikel 3.21 van het Bkl zijn aangewezen als geluidgevoelig gebouw. In het kader van dat is een gezondheidszorgfunctie een gebruiksfunctie voor medisch onderzoek, verpleging, verzorging of behandeling. Om niet alle gezondheidszorgfuncties – zoals praktijken van huisartsen of voor fysiotherapie – geluidgevoelig te maken, is er in het Bkl voor gekozen om alleen gezondheidszorgfuncties met bedgebied aan te wijzen. Bedgebieden zijn een bijzondere categorie verblijfsgebieden. In een bedgebied ligt ten minste één bedruimte, maar er kunnen daarnaast ook andere (verblijfs)ruimten liggen. Een bedruimte is volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving een verblijfsruimte voor een of meer bedden voor slapen of voor het verblijf van bedgebonden patiënten in die ruimte. Beschikt een gezondheidszorgfunctie over een dergelijk bedgebied, dan is sprake van een geluidgevoelig gebouw. 

Dat maakt dat een gezondheidszorgfunctie met bedgebied, anders dan allerlei andere vormen van maatschappelijke dienstverlening, niet overal kan worden toegestaan waar maatschappelijke dienstverlening in zijn algemeenheid is toegestaan. Overigens spelen bij die beoordeling meer aspecten. Met dit artikel wordt binnen locaties ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening' gestuurd op waar de genoemde vormen van onderwijs gevestigd mag worden. 

Is sprake van een instelling met een gezondheidszorgfunctie zonder een bedgebied, dan geldt de beperking van artikel 2.262.25 niet. In dat geval kunnen nog wel andere locatiebeperkingen gelden, op grond van paragraaf 2.3.2.2. Dat wordt duidelijk gemaakt met de eerste zinsnede van artikel 2.262.25. Een afkickkliniek kan bijvoorbeeld een bedgebied hebben, maar dat hoeft niet. Als een afkickkliniek een bedgebied heeft, dan kan dat alleen ter plaatse van de aanduiding 'gezondheidszorgfunctie met bedgebied toegestaan'. Maar of de afkickkliniek nu een bedgebied heeft of niet, een afkickkliniek is alleen toegestaan ter plaatse van de in artikel 2.35, eerste lid bedoelde aanduiding 'afkickkliniek toegestaan'.

ZZZZZ

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.252.26 Kinderopvang

Artikel 2.272.26 bevat specifieke regels over kinderopvang. In bijlage I is bepaald dat onder kinderopvang wordt verstaan het bedrijfsmatig opvangen, verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen, zoals dat plaatsvindt in een kindercentrum, kinderdagverblijf, peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang, en naar de aard daarmee vergelijkbare activiteiten, niet zijnde opvang aan huis.

Opvang aan huis is expliciet uitgesloten van het toepassingsbereik. Dat is een vorm van een beroep of bedrijf aan huis en wonen is als activiteit niet toegestaan binnen het gebruiksdoel kinderopvang. Waar wonen is toegestaan wordt geregeld in onderdeel 2.3.1. Opvang aan huis wordt daarin gereguleerd door artikel 2.8. 

De omschrijving is afgeleid van de begripsbepalingen voor kinderopvang uit de Wet kinderopvang. In de Wet kinderopvang wordt kinderopvang anders dan om niet door bijvoorbeeld gastouders ook onder het begrip kinderopvang geplaatst. In de regeling bij dit omgevingsplan valt deze vorm van opvang buiten de reikwijdte van de definitiebepaling (want wordt aangemerkt als een huis verbonden bedrijf of beroep). In deze paragraaf gaat het dus uitsluitend om bedrijfsmatige kinderopvang anders dan verbonden aan een huis.

Eerste lid:

Het eerste lid bepaalt dat het bieden van kinderopvang uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kinderopvang toegestaan'. Reden voor deze beperkende regel is onder meer dat gebouwen met een bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied in artikel 3.21 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in beginsel zijn aangewezen als geluidgevoelig gebouw. Ook vanuit oogpunt van externe veiligheid en luchtkwaliteit verdient kinderopvang, ook die zonder bedgebied, extra bescherming. Dat maakt dat kinderopvang, anders dan allerlei andere vormen van maatschappelijke dienstverlening, niet overal kan worden toegestaan waar maatschappelijke dienstverlening in zijn algemeenheid is toegestaan. Overigens spelen bij die beoordeling meer aspecten. Ook kan kinderopvang bepaalde effecten op de omgeving kan hebben (denk aan stemgeluid van spelende kinderen). Met dit eerste lid wordt binnen locaties ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening' gestuurd op waar kinderopvang gevestigd mag worden.   

Tweede lid: 

Een gebouw met een bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied is een geluidgevoelig gebouw. Kinderopvang zonder slaapgebied (bv. een buitenschoolse opvang) is niet geluidgevoelig. Ter plaatse van de aanduiding ‘uitsluitend kinderopvang zonder bedgebied toegestaan’ wordt alleen kinderopvang toegestaan dat niet als geluidgevoelig gebouw wordt aangemerkt. Op locaties met een hogere geluidbelasting kan de vestiging van een kinderopvang met bedgebied waar kinderen zich doorgaans langer verblijven, als onaanvaardbaar worden geacht. Met het gebruik van dit lid kan deze vorm van opvang op geluidbelaste locaties uitgesloten worden. Hier kunnen nog andere vormen van kinderopvang dan wel plaatsvinden, zoals een buitenschoolse opvang zonder slaapplaatsen.  

Derde lid:

Het derde lid bevat een beperking die uitsluitend geldt ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin kinderopvang is toegestaan'. Daar is kinderopvang uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen. Die bepaalde bouwlaag of bouwlagen zijn voor elke locatie waar deze aanduiding geldt, op de digitale viewer weergegeven. 

Vierde lid: 

Het vierde bevat een beperking die uitsluitend geldt ter plaatse van de locatie-aanduiding 'maximum aantal kinderopvang'. Daar is maximum één kinderopvang per bouwblok toegestaan. Deze beperking is opgenomen om hinder door kinderopvang te beperken. 

AAAAAA

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.262.27 Onderwijs 

Artikel 2.282.27 bevat specifieke regels over de in het eerste tot en met het vierde lid aangegeven vormen van onderwijs. 

Eerste tot en met vierde lid:

Het eerste tot en met het vierde lid bepalen dat de aangegeven vormen van onderwijs uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aangegeven aanduidingen. Reden voor deze beperkende regel is onder meer dat gebouwen met een onderwijsfunctie in artikel 3.21 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn aangewezen als geluidgevoelig gebouw. In relatie tot externe veiligheidsrisico’s worden onderwijsinstellingen als kwetsbare gebouwen gezien. Onderwijs aan minderjarigen is zelfs een zeer kwetsbare functie waarvoor aanvullende beperkingen gelden. Ook vanuit luchtkwaliteit verdienen onderwijsinstellingen aan minderjarigen extra bescherming. Dat maakt dat deze vormen van onderwijs niet overal kan worden toegestaan waar maatschappelijke dienstverlening in zijn algemeenheid is toegestaan. Overigens spelen bij die beoordeling meer aspecten. Genoemde onderwijsinstellingen kunnen bepaalde effecten op de omgeving hebben. De effecten op de omgeving verschillen per type onderwijsinstelling. Met dit artikel wordt binnen locaties ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening' gestuurd op waar de genoemde vormen van onderwijs gevestigd mag worden. 

Vijfde lid: 

Zowel middelbaar beroepsonderwijs als hoger beroeps- en universitair onderwijs kunnen worden gegeven in de vorm van avondonderwijs. Dat vindt ook plaats in gebouwen met een andere functie dan een onderwijsfunctie. De leeftijd van de doelgroep en de verblijfsduur is over het algemeen wel anders dan bij het reguliere middelbaar- en hoger beroepsonderwijs. De redenen om voor ook het reguliere middelbaar- en hoger beroepsonderwijs vestigingsbeperkingen op te nemen, zijn niet van toepassing op het geven van avondonderwijs. Dat is overal toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening'. 

Zesde lid: 

Dit lid beoogt extra bescherming te bieden aan minderjarigen met een lichamelijke of geestelijke beperking. Deze groep is minder zelfredzaam bij een ramp of calamiteit met gevaarlijke stoffen dan scholieren van regulier (voortgezet) onderwijs. (Scholieren van basisonderwijs zijn eveneens minder zelfredzaam vanwege de jonge leeftijd.) Daarom worden de onderwijsgebouwen voor deze doelgroep in bijlage VI bij het Besluit kwaliteit leefomgeving als ‘zeer kwetsbaar’ aangewezen (samen met basisonderwijs, onder meer). Het uitgangspunt van zowel het Rijks- als gemeentelijke beleid is dat minder zelfredzame personen op grotere afstand worden gehouden van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Daarom kan op sommige locaties waar regulier voortgezet onderwijs toegestaan is, nodig zijn om onderwijs aan minderjarigen met een beperking uit te sluiten.

Het is overigens mogelijk om een onderwijsgebouw aan minderjarigen met beperking (of voor basisonderwijs) dichtbij een risicobron toe te staan na zorgvuldige afweging van de externe veiligheidsrisico’s. Als de locatie binnen een zogenaamd brand- of explosieaandachtsgebied ligt, dan moet een brand- of voorschriftengebied aangewezen te worden. Het gevolg daarvan is dat nieuwe gebouwen binnen het  aangewezen voorschriftengebied van extra bouwkundige maatregelen moet worden voorzien. Meer informatie hierover kunt u lezen in de toelichting op artikel 4.117 en 4.118.

Voor de volledigheid wordt nog dat hier gaat om gebouwen waar onderwijs specifiek aan minderjarigen met een lichamelijke of geestelijke beperking wordt gegeven. Hoewel deze personen vaak regulier onderwijs volgen, maakt dat een regulier onderwijsgebouw nog niet meteen in deze categorie vallen.

BBBBBB

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.272.28 Ziekenhuizen en daarmee vergelijkbare instellingen

Artikel 2.292.28 bevat specifieke regels over het bieden van medische zorgverlening in een ziekenhuis of universitair medisch centrum. Het wordt voldoende duidelijk geacht wat wordt verstaan onder medische zorgverlening in een ziekenhuis of universitair medisch centrum. Er is daarom afgezien van begripsomschrijvingen.   

Het artikel bepaalt dat het bieden van medische zorgverlening in een ziekenhuis of universitair medisch centrum uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'ziekenhuis toegestaan'. Reden voor deze beperkende regel is onder meer dat gebouwen met een gezondheidszorgfunctie met bedgebied in artikel 3.21 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn aangewezen als geluidgevoelig gebouw. Een bedruimte is volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving een verblijfsruimte voor een of meer bedden voor slapen of voor het verblijf van bedgebonden patiënten in die ruimte. Beschikt een gezondheidszorgfunctie over een dergelijk bedgebied, dan is sprake van een geluidgevoelig gebouw. 

Dat maakt dat een ziekenhuis, anders dan allerlei andere vormen van maatschappelijke dienstverlening, niet overal kan worden toegestaan waar maatschappelijke dienstverlening in zijn algemeenheid is toegestaan. Overigens spelen bij die beoordeling meer aspecten. Ziekenhuizen kunnen bepaalde effecten op de omgeving hebben. Met dit artikel wordt binnen locaties ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening' gestuurd op waar een ziekenhuis gevestigd mag worden. 

Poliklinieken die organisatorisch weliswaar onderdeel uitmaken van een ziekenhuis maar in een apart gebouw, los van het ziekenhuis zijn gesitueerd vallen niet onder ‘ziekenhuizen en daarmee vergelijkbare instellingen’ zoals bedoeld in dit artikel. In poliklinieken vindt alleen dagbehandeling plaats en deze beschikken niet over een bedgebied. Daarom zijn dergelijke losse poliklinieken ook geen geluidgevoelige gebouwen en mogen daarom overal vestigen waar maatschappelijke dienstverlening is toegestaan. Een polikliniek die binnen het ziekenhuis is ondergebracht maakt wel onderdeel van het geluidgevoelige gebouw en zijn ook geluidgevoelige ruimte (zie volgend lid). 

CCCCCC

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.282.29 Verpleeghuizen en verzorgingshuizen

Artikel 2.302.29 bevat specifieke regels over verpleeghuizen en verzorgingshuizen. Bijlage I bevat begripsbepalingen voor een verpleeghuis of verzorgingshuis

Onder een verpleeghuis wordt verstaan een voorziening voor veelal oudere maar ook jongere patiënten, die als gevolg van een of meer functiestoornissen (tijdelijk) niet meer zelfstandig kunnen functioneren en voortdurende verpleegkundige zorg behoeven in aansluiting op een medische behandeling. 

Onder een verzorgingshuis wordt verstaan een voorziening voor het bieden van uitgebreide zorg, ondersteuning en een beschutte woonomgeving, voor mensen die door ouderdom of ziekte niet meer zelfstandig kunnen wonen, ook niet met hulp van naasten, mantelzorg of thuiszorg. Hieronder wordt mede begrepen een hospice. 

Het artikel bepaalt dat een verpleeghuis of verzorgingshuis uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'verpleeghuis of verzorgingshuis toegestaan'. Reden voor deze beperkende regel is onder meer dat gebouwen met een woonfunctie en gebouwen met een gezondheidszorgfunctie met bedgebied, in artikel 3.21 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn aangewezen als geluidgevoelig gebouw. Een bedruimte is volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving een verblijfsruimte voor een of meer bedden voor slapen of voor het verblijf van bedgebonden patiënten in die ruimte. Beschikt een gezondheidszorgfunctie over een dergelijk bedgebied, dan is sprake van een geluidgevoelig gebouw. 

Dat maakt dat een verpleeghuis of verzorgingshuis, anders dan allerlei andere vormen van maatschappelijke dienstverlening, niet overal kan worden toegestaan waar maatschappelijke dienstverlening in zijn algemeenheid is toegestaan. Overigens spelen bij die beoordeling meer aspecten. Met dit artikel wordt binnen locaties ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening' gestuurd op waar verpleeg- en verzorgingshuizen gevestigd mogen worden.  

DDDDDD

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.30 Kinderboerderijen

Artikel 2.312.30 bepaalt dat binnen locaties ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening' kinderboerderijen alleen ter plaatse van de aanduiding ‘ kinderboerderij’  zijn toegestaan. Kinderboerderijen kunnen vanwege de te houden dieren leiden tot overlast voor omwonenden. Dat maakt dat een kinderboerderij niet overal is toe te staan waar maatschappelijke dienstverlening in zijn algemeenheid is toegestaan. Het wordt voldoende duidelijk geacht wat wordt verstaan onder een kinderboerderij. Er is daarom afgezien van een begripsomschrijving.   

EEEEEE

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.31 Begraafplaatsen

Artikel 2.322.31 bepaalt waar binnen locaties ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening' begraafplaatsen zijn toegestaan. Een begraafplaats is vanwege het bijzondere karakter ervan een vorm van maatschappelijke dienstverlening die niet overal kan worden toegestaan waar maatschappelijke dienstverlening in zijn algemeenheid toelaatbaar is. Met dit artikel wordt binnen locaties ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening' gestuurd op waar een begraafplaats gevestigd mag worden. 

FFFFFF

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.32 Crematoria

Artikel 2.332.32 bepaalt waar binnen locaties ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening' crematoria zijn toegestaan. Een crematorium is vanwege het bijzondere karakter ervan een vorm van maatschappelijke dienstverlening die niet overal kan worden toegestaan waar maatschappelijke dienstverlening in zijn algemeenheid toelaatbaar is. Met dit artikel wordt binnen locaties ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening' gestuurd op waar een crematorium gevestigd mag worden. 

GGGGGG

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.342.33 Dagverblijf van personen met een lichamelijke of geestelijke beperking 

HHHHHH

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.332.35 Overige vormen van maatschappelijke dienstverlening die uitsluitend op specifiek aangegeven locaties zijn toegestaan

IIIIII

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.382.36 Beperking ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijke dienstverlening - uitsluitend school(werk)tuin'

Artikel 2.382.36 bevat een locatiespecifieke beperking voor maatschappelijke dienstverlening. Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend school(werk)tuin' is maatschappelijke dienstverlening uitsluitend in de vorm van een school(werk)tuin toegestaan. In bijlage I is bepaald dat onder een school(werk)tuin wordt verstaan het gebruik van tuinen, kassen en kwekerijen ten behoeve van educatie. Andere vormen van maatschappelijke dienstverlening zijn op de bedoelde locatie niet toegestaan. 

JJJJJJ

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.392.37 Beperking ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijke dienstverlening - uitsluitend kinderboerderij'

Artikel 2.392.37 bevat een locatiespecifieke beperking voor maatschappelijke dienstverlening. Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend kinderboerderij' is maatschappelijke dienstverlening uitsluitend in de vorm van een kinderboerderij toegestaan. Het wordt voldoende duidelijk geacht wat wordt verstaan onder een kinderboerderij. Er is daarom afgezien van een begripsomschrijving. Andere vormen van maatschappelijke dienstverlening zijn op de bedoelde locatie niet toegestaan. 

KKKKKK

Na sectie ' Beperking ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend kinderboerderij'' worden twee secties ingevoegd, luidende:

Artikel 2.38 Beperking ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijke dienstverlening - uitsluitend kinderopvang'

Dit artikel bevat een locatiespecifieke beperking voor maatschappelijke dienstverlening. Ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijke dienstverlening - uitsluitend kinderopvang' is maatschappelijke dienstverlening uitsluitend in de vorm van een kinderopvang toegestaan. Andere specifieke vormen van maatschappelijke dienstverlening zijn op de bedoelde locatie niet toegestaan.

Artikel 2.39 Beperking ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijke dienstverlening - uitsluitend onderwijs'

Dit artikel bevat een locatiespecifieke beperking voor maatschappelijke dienstverlening. Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend onderwijs' is maatschappelijke dienstverlening uitsluitend in de vorm van onderwijs toegestaan. Andere vormen van maatschappelijke dienstverlening zijn op de bedoelde locatie niet toegestaan. 

LLLLLL

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.42 Omvang en situering van zakelijke en administratieve dienstverlening

Artikel 2.42 bevat regels over de omvang en situering van zakelijke en administratieve dienstverlening. Met dit artikel kunnen locatiegericht beperkingen zijn gesteld. Deze regels zijn alleen van toepassing voor zover de betreffende aanduiding op een locatie van toepassing is. Is geen aanduiding opgenomen, dan gelden de betreffende beperkingen niet.  

Eerste lid:

Eerste lid:

Het eerste lid bevat een beperking voor het maximum bruto-vloeroppervlak zakelijke en administratieve dienstverlening dat is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte zakelijke en administratieve dienstverlening'. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaalt het maximum oppervlak. Gelet op artikel 2.2, derde lid, geldt dat maximum per afzonderlijk aanduidingsvlak. 

Tweede lid:

Tweede lid:

Het tweede lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin zakelijke en administratieve dienstverlening is toegestaan' zakelijke en administratieve dienstverlening uitsluitend is toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaald in welke bouwlaag of bouwlagen zakelijke en administratieve dienstverlening is toegestaan. 

Derde lid:

Het derde lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin zakelijke en administratieve dienstverlening niet is toegestaan' zakelijke en administratieve dienstverlening niet is toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaald in welke bouwlaag of bouwlagen zakelijke en administratieve dienstverlening niet is toegestaan. 

MMMMMM

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.50 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: detailhandel', toegestaan gebruik 

Artikel 2.50 bevat regels over het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: detailhandel', en over het daar toegestaan gebruik.

Het artikel bepaalt dat de gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel detailhandel' als gebruiksdoel detailhandel hebben, en dat ze mogen worden gebruikt ten behoeve van detailhandel. Daarbij moeten uiteraard de overige regels die op het gebruiksdoel betrekking hebben, in acht worden genomen. 

In bijlage I is bepaald wat in dit omgevingsplan onder detailhandel wordt verstaan. Het gaat om het bedrijfsmatig ter plekke te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, het verhuren of het leveren van goederen aan in hoofdzaak consumenten. Onder de omschrijving van detailhandel vallen ook een eetwinkel, zijnde een vorm van detailhandel die zich richt op de verkoop van niet ter plaatse bereide etenswaren en/of drankjes, voor in hoofdzaak directe consumptie, en een traiteur, zijnde een vorm van detailhandel die zich richt op de verkoop van ter plaatse bereide etenswaren en/of drankjes voor niet-directe consumptie. Dat is niet het geval bij een onderneming die in hoofdzaak is gericht op het ter plekke te koop aanbieden van ter plaatse bereide, voor directe consumptie bedoelde fastfoodproducten. In de begripsomschrijving is bepaald dat dit niet valt onder detailhandel. Bij die activiteit is sprake van horeca. In artikel 2.522.54 wordt hierop wel een uitzondering gemaakt, maar dan moet het wel gaan om een ondergeschikte omvang.   

NNNNNN

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.51 Omvang en situering van detailhandel 

Artikel 2.51 bevat regels over de omvang en situering van detailhandel. Met dit artikel kunnen locatiegericht beperkingen zijn gesteld. Deze regels zijn alleen van toepassing voor zover de betreffende aanduiding op een locatie van toepassing is. Is geen aanduiding opgenomen, dan gelden de betreffende beperkingen niet.  

Eerste lid:

Het eerste lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte detailhandel' geldt dat de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van detailhandel mag worden gebruikt de ter plaatse van die aanduiding bepaalde waarde is. Deze beperking geldt uitsluitend detailhandel. De aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaalt het maximum oppervlak. Gelet op artikel 2.2, derde lid, geldt dat maximum per afzonderlijk aanduidingsvlak. 

Tweede lid:

Het tweede lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum winkelvloeroppervlak detailhandel’ geldt dat het maximum winkelvloeroppervlak dat ten behoeve van detailhandel mag worden gebruikt de ter plaatse van die aanduiding bepaalde waarde is. In de begripsomschrijving in bijlage I is bepaald wat onder winkelvloeroppervlak wordt verstaan. Het betreft het deel van de bruto-vloeroppervlakte dat daadwerkelijk voor verkoopdoeleinden wordt gebruikt. Dus het publieke gedeelte van een winkel. Deze beperking geldt uitsluitend voor detailhandel. De aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaalt het maximum oppervlak. Gelet op artikel  2.2, derde lid, geldt dat maximum per afzonderlijk aanduidingsvlak.

Derde lid:

Het tweedederde lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin detailhandel is toegestaan' geldt dat detailhandel uitsluitend is toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen. Deze beperking geldt uitsluitend detailhandel. De aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaald in welke bouwlaag of bouwlagen detailhandel is toegestaan. 

Vierde lid:

Het vierde lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin detailhandel niet is toegestaan' detailhandel niet is toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaald in welke bouwlaag of bouwlagen detailhandel niet is toegestaan. 

OOOOOO

Sectie ' Omvang en situering van supermarkten' wordt geplaatst na sectie ' Omvang en situering van detailhandel'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.602.52 Omvang en situering van supermarkten

Artikel 2.602.52 bevat regels over de omvang en situering van specifiek supermarkten. Met dit artikel kunnen locatiegericht beperkingen zijn gesteld. Deze regels zijn alleen van toepassing voor zover de betreffende aanduiding op een locatie van toepassing is. Deze beperkingen zijn aanvullend op eventuele beperkingen over omvang en situering van detailhandel in zijn algemeenheid. Is geen aanduiding opgenomen, dan gelden de betreffende beperkingen niet.  

Eerste lid:

Het eerste lid bevat een beperking voor het maximum bruto-vloeroppervlak supermarkt dat is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte supermarkt'. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaalt het maximum oppervlak. Gelet op artikel 2.2, derde lid, geldt dat maximum per afzonderlijk aanduidingsvlak. 

Tweede lid:

Het tweede lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin een supermarkt is toegestaan' een supermarkt uitsluitend is toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaald in welke bouwlaag of bouwlagen een supermarkt is toegestaan. 

Derde lid:

Het derde lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'aantal supermarkten' het maximum aantal supermarkten de daar bepaalde waarde is. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaalt het maximum aantal. Gelet op artikel 2.2, derde lid, geldt dat maximum per afzonderlijk aanduidingsvlak.  

PPPPPP

Sectie ' Omvang en situering van mini-supermarkten' wordt geplaatst na sectie ' Omvang en situering van supermarkten'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.612.53 Omvang en situering van mini-supermarkten

Gelet op Dit artikel 2.2, derde lid, Artikel 2.60 bevat regels over de omvang en situering van specifiek mini-supermarkten. Met dit artikel kunnen locatiegericht beperkingen zijn gesteld. Deze regels zijn alleen van toepassing voor zover de betreffende aanduiding op een locatie van toepassing is. Deze beperkingen zijn aanvullend op eventuele beperkingen over omvang en situering van detailhandel in zijn algemeenheid. Is geen aanduiding opgenomen, dan gelden de betreffende beperkingen niet.  

Eerste lid:

Het eerste lid bevat een beperking voor het maximum bruto-vloeroppervlak mini-supermarkt dat is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte mini-supermarkt'. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaalt het maximum oppervlak. Gelet op artikel 2.2, derde lid, geldt dat maximum per afzonderlijk aanduidingsvlak. 

Tweede lid:

Het tweede lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin een mini-supermarkt is toegestaan' een mini-supermarkt uitsluitend is toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaald in welke bouwlaag of bouwlagen een mini-supermarkt is toegestaan. 

QQQQQQ

Sectie ' gereserveerd' wordt geplaatst na sectie ' Omvang en situering van mini-supermarkten'. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.522.54 gereserveerd

RRRRRR

Sectie ' gereserveerd' wordt geplaatst na sectie ' gereserveerd'. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.532.55 gereserveerd

SSSSSS

Sectie ' Beperkende regel over waar smartshops, headshops, seedshops, growshops en naar de aard daarmee vergelijkebare vormen van detailhandel zijn toegestaan' wordt geplaatst na sectie ' gereserveerd'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.572.56 Beperkende regel over waar smartshops, headshops, seedshops, growshops en naar de aard daarmee vergelijkebare vormen van detailhandel zijn toegestaan

Artikel 2.572.56 bepaalt, in navolging van wat voorheen in bestemmingsplan gebruikelijk was, dat een smartshop, headshop, seedshop, growshop en naar de aard daarmee vergelijkebare vormen van detailhandel en / of consumentgerichte dienstverlening zijn niet toegestaan, met uitzondering van de onder a tot en met d genoemde gevallen.

TTTTTT

Sectie ' Beperkende regel over waar loketverkoop is toegestaan' wordt geplaatst na sectie ' Beperkende regel over waar smartshops, headshops, seedshops, growshops en naar de aard daarmee vergelijkebare vormen van detailhandel zijn toegestaan'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.542.57 Beperkende regel over waar loketverkoop is toegestaan

In subparagraaf 2.3.4.2 zijn beperkende regels opgenomen over vormen van detailhandel die om uiteenlopende redenen slechts bij uitzondering en alleen op aangewezen locaties zijn toegestaan. 

Artikel 2.542.57 bepaalt dat dit geldt voor loketverkoop. Loketverkoop is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'loketverkoop toegestaan'. In bijlage I  is bepaald dat onder loketverkoop wordt verstaan het verkopen van goederen of eetwaren vanuit de gevel van een gebouw gelegen aan de openbare weg. Dit sluit aan op de definities die hiervoor in bestemmingsplannen werden gehanteerd. 

UUUUUU

Sectie ' Beperkende regel over waar sekswinkels zijn toegestaan' wordt geplaatst na sectie ' Beperkende regel over waar loketverkoop is toegestaan'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.552.58 Beperkende regel over waar sekswinkels zijn toegestaan

In subparagraaf 2.3.4.2 zijn beperkende regels opgenomen over vormen van detailhandel die om uiteenlopende redenen slechts bij uitzondering en alleen op aangewezen locaties zijn toegestaan. Artikel 2.552.58 bepaalt dat dit geldt voor sekswinkels. Die zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'sekswinkel toegestaan'. In bijlage I is bepaald dat onder een sekswinkel wordt verstaan een voor publiek toegankelijke besloten ruimte waar uitsluitend of hoofdzakelijk zaken van erotisch-pornografische aard aan particulieren worden verkocht of verhuurd. Hiermee wordt aangesloten op de omschrijving zoals die in de Algemene Plaatselijke Verordening is opgenomen. 

VVVVVV

Sectie ' Beperkende regel over waar een verkooppunt motorbrandstoffen is toegestaan' wordt geplaatst na sectie ' Beperkende regel over waar sekswinkels zijn toegestaan'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.562.59 Beperkende regel over waar een verkooppunt motorbrandstoffen is toegestaan

In subparagraaf 2.3.4.2 zijn beperkende regels opgenomen over vormen van detailhandel die om uiteenlopende redenen slechts bij uitzondering en alleen op aangewezen locaties zijn toegestaan. Artikel 2.562.59, eerste lid, bepaalt dat dit geldt voor de verkoop van motorbrandstoffen. De verkoop daarvan is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen toegestaan'. Het tweede lid vult hierop aan dat ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen toegestaan' de verkoop van LPG uitsluitend toegestaan is ter plaatse van de aanduiding 'verkoop LPG toegestaan'.

WWWWWW

Sectie ' Beperkende regels over waar supermarkten en mini-supermarkten zijn toegestaan' wordt geplaatst na sectie ' Beperkende regel over waar een verkooppunt motorbrandstoffen is toegestaan'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.582.60 Beperkende regels over waar supermarkten en mini-supermarkten zijn toegestaan

In subparagraaf 2.3.4.3 zijn regels opgenomen die specifiek betrekking hebben op supermarkten. Artikel 2.58 bevat regels over waar supermarkten zijn toegestaan, en over locaties waar uitsluitend supermarkten zijn toegestaan. 

Artikel 2.60 bevat regels over waar supermarkten en minisupermarkten zijn toegestaan. 

Eerste lid:

Het eerste lid bepaalt dat supermarkten uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘supermarkt toegestaan’. Dat betekent dat waar detailhandel is toegestaan, een supermarkt in beginsel niet is toegestaan, tenzij dit expliciet middels een aanduiding een van beide aanduidingen is mogelijk gemaakt. 

In bijlage I is bepaald dat onder een supermarkt wordt verstaan een zelfbedieningswinkel waar hoofdzakelijk voedingsmiddelen, waaronder verse groente, brood en vlees (= dagelijkse goederen), persoonlijke verzorging en soms enige niet-dagelijkse (bijvoorbeeld huishoudelijke) artikelen worden verkocht en waarbij het winkelvloeroppervlak meer dan 300 m2 bedraagt. 

Met het minimum van 300 m2 winkelvloeroppervlak wordt een onderscheid gemaakt ten opzichte van mini-supermarkten. Met het begrip winkelvloeroppervlak is aangesloten op de gemeentelijk detailhandelsbeleid. Het begrip wordt uitsluitend gebruikt om een supermarkt te definiëren. Gebruikmaking van het bruto-vloeroppervlak zou als nadeel hebben dat daaronder ook magazijnruimten worden verstaan. Blijkens het detailhandelsbeleid is bepalend het winkelvloeroppervlak. Voor zover artikel 2.51 beperkingen stelt aan de omvang van detailhandel, en beperkingen ook van toepassing zijn op supermarkten, dan is heeft dat maximum wel betrekking op de bruto-vloeroppervlakte. 

Tweede lid: 

Het tweede lid bepaalt dat mini-supermarkten uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'minisupermarkt toegestaan'. In het Detailhandelsbeleid 2018-2022 Sterke winkelgebieden in een groeiende stad is aangegeven dat een mini-supermarkt een supermarkt is van maximaal 300 m2 winkelvloeroppervlak. Analoog daaraan is in bijlage I bepaald dat onder een mini-supermarkt wordt verstaan een zelfbedieningswinkel waar hoofdzakelijk voedingsmiddelen, waaronder verse groente, brood en vlees (= dagelijkse goederen), persoonlijke verzorging en soms enige niet-dagelijkse (bijvoorbeeld huishoudelijke) artikelen worden verkocht, met een maximum winkelvloeroppervlak van 300 m2. Met het maximum van 300 m2 winkelvloeroppervlak onderscheid de mini-supermarkt zich van de 'gewone' supermarkt. 

Het onderscheid tussen een supermarkt en een mini-supermarkt wordt bepaald door normatief element, namelijk de omvang winkelvloeroppervlak. Tot en met 300 m2 is sprake van een mini-supermarkt, daarboven is sprake van een supermarkt. In het verleden werd niet in alle stadsdelen hetzelfde onderscheid gevoerd. Zo is in bestemmingsplannen in de binnenstad bepaald dat sprake is van een mini-supermarkt wanneer het bruto bedrijfsvloeroppervlak niet meer dan 400 m² bedraagt. 

Voor zover in concrete gevallen sprake is van een winkelvloeroppervlak dat groter is dan 300 m2, dan kan bij het vervangen van het bestemmingsplan gekozen worden voor de aanduiding 'supermarkt toegestaan', in combinatie met een beperking van het maximum bruto-vloeroppervlakte voor een supermarkt tot 400 m2. Artikel 2.602.52, eerste lid, biedt die mogelijkheid. Voor zover in dat geval ook een kleiner winkelvloeroppervlak aanvaardbaar is, dan kan aan de locatie ook nog de aanduiding 'mini-supermarkt toegestaan' worden gegeven. 

Voor zover in concrete gevallen sprake is van een winkelvloeroppervlak dat 300 m2 of kleiner is, dan kan aan de locatie de aanduiding 'mini-supermarkt toegestaan' worden gegeven, in combinatie met een beperking van het maximum bruto-vloeroppervlakte voor een mini-supermarkt tot 400 m2. Artikel 2.612.53, eerste lid, biedt die mogelijkheid.  

XXXXXX

Na sectie ' Beperkende regels over waar supermarkten en mini-supermarkten zijn toegestaan' wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Artikel 2.61 Cumulatiebepaling

Dit artikel bepaalt dat als aan een locatie meerdere van de in voorgaande artikelen bedoelde aanduidingen zijn gegeven, dat dan op die locatie al de desbetreffende vormen van detailhandel zijn toegestaan, met uitsluiting van overige vormen van detailhandel. De regels in de desbetreffende artikelen staan elk een specifieke vorm van detailhandel toe, met uitsluiting van andere vormen van detailhandel. Het kan echter voorkomen dat op één locatie meerdere van in die artikelen genoemde vormen van detailhandel zijn toegestaan. Bijvoorbeeld zowel een bouwmarkt als een tuincentrum. Elk van de artikelen zou dan de vorm van detailhandel die op grond van het andere artikel is toegestaan, uitsluiten. Dit artikel voorkomt dat, en maakt duidelijk dat in dat geval beide vormen van detailhandel zijn toegestaan.

YYYYYY

Sectie ' Locaties bedoeld voor grootschalige detailhandelsvestigingen en perifere detailhandel ' wordt geplaatst na sectie ' Cumulatiebepaling'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.62 Locaties bedoeld voor grootschalige detailhandelsvestigingen en perifere detailhandel 

Subparagraaf 2.3.4.42.3.4.3 bevat regels over locaties waar specifiek aangegeven vormen van detailhandel zijn toegestaan, met uitsluiting van andere vormen van detailhandel. Nadrukkelijk wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat deze vormen van detailhandel elders niet zijn toegestaan. Vanwege de fysieke beperkingen kunnen deze vormen van detailhandel op reguliere detailhandelslocaties praktisch gezien niet plaatsvinden. Het is om die reden dat ze op andere locaties dan reguliere detailhandelslocaties kunnen worden toegestaan, waarbij reguliere detailhandel wordt uitgesloten.   

Eerste lid:

Het eerste lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding ‘uitsluitend grootschalige detailhandel’ detailhandel alleen in de vorm van grootschalige detailhandel is toegestaan. In bijlage I is bepaald dat onder een grootschalige detailhandelsvestiging wordt verstaan een detailhandelsvestiging met een winkelvloeroppervlak van minimaal 1.500 m2 per bedrijfsvestiging in één branche. Met deze omschrijving wordt aangesloten op het Detailhandelsbeleid 2018-2022 Sterke winkelgebieden in een groeiende stad.

In de tweede volzin is bepaald dat shop-in-shop en verkoop van dagelijkse artikelen binnen een grootschalige detailhandelsvestiging niet zijn toegestaan. Hiermee wordt aangesloten op het Detailhandelsbeleid 2018-2022 Sterke winkelgebieden in een groeiende stad.

Tweede lid: 

Het tweede lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding ‘uitsluitend perifere detailhandel’ detailhandel alleen in de vorm van perifere detailhandel is toegestaan. In bijlage I is bepaald dat onder perifere detailhandel wordt verstaan een detailhandelsvestiging die vooral volumineuze artikelen (goederen) verkoopt, uitsluitend voor zover het betreft detailhandel in auto's, boten, caravans en tenten, op het gebied van woninginrichting, waaronder de verkoop van keukens, badkamers en meubelen, en detailhandel in de vorm van doe-het-zelf bouwmarkten en tuincentra. 

Vanwege de volumineuze aard van de goederen zijn deze niet goed inpasbaar is in de reguliere winkelcentra. Het is daarom dat dergelijke vormen worden toegestaan op perifere locaties. Andere vormen van detailhandel zijn hier niet toegestaan. Het zevende lid bepaalt dat ook consumentgerichte dienstverlening als zelfstandige activiteit niet is toegestaan. 

Derde tot en met zesde lid:

Niet overal waar perifere detailhandel is toegestaan, kunnen alle vormen van perifere detailhandel worden toegestaan. Om diverse redenen kan een bepaalde mate van branchering noodzakelijk zijn. In het tweede tot en met vijfde lid worden waar nodig die beperkingen aangebracht. Hiermee wordt aangesloten op het Detailhandelsbeleid 2018-2022 Sterke winkelgebieden in een groeiende stad. Daarbij wordt opgemerkt dat de verkoop van auto's, boten, caravans en tenten (ABC-goederen) en tuincentra in dat beleid niet worden genoemd. Vanwege de aard en omvang ervan, een gegeven het feit dat ook die vormen van detailhandel op grond van geldende juridische regelingen veelal zijn gevestigd op zogenoemde PDV-locaties, zijn deze vormen van detailhandel in dit artikel ondergebracht.  

Het derde lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding ‘uitsluitend ABC-goederen’ uitsluitend de verkoop van auto's, boten, caravans en tenten is toegestaan. 

Het vierde lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding ‘uitsluitend woninginrichting’ uitsluitend de verkoop van artikelen op het gebied van woninginrichting, waaronder keukens, badkamers en meubelen, is toegestaan. 

Het vijfde lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding ‘uitsluitend bouwmarkt’ uitsluitend doe-het-zelf bouwmarkten zijn toegestaan. 

Het zesde lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding ‘uitsluitend tuincentrum’ uitsluitend tuincentra zijn toegestaan. Deze beperkingen zijn alleen van toepassing voor zover de betreffende aanduiding op een locatie van toepassing is.  

Zevende lid:

Het zevende lid bepaalt dat als aan een locatie meerdere van de in lid 1 tot en met lid 6 bedoelde aanduidingen zijn gegeven, dat dan op die locatie al de desbetreffende vormen van detailhandel zijn toegestaan, met uitsluiting van overige vormen van detailhandel. De regels in lid 1 tot en met 6 staan elk een specifieke vorm van detailhandel toe, met uitsluiting van andere vormen van detailhandel. Het kan echter voorkomen dat op één locatie meerdere van de in lid 1 tot en met lid 6 genoemde vormen van detailhandel zijn toegestaan. Bijvoorbeeld zowel een bouwmarkt als een tuincentrum. Elk van de leden sluit dan de vorm van perifere detailhandel die op grond van het andere lid is toegestaan, uit. Het zevende lid voorkomt dat, en maakt duidelijk dat in dat geval beide vormen van perifere detailhandel zijn toegestaan.

ZZZZZZ

Sectie ' Locaties waar uitsluitend een supermarkt is toegestaan' wordt geplaatst na sectie ' Locaties waar uitsluitend een afhaaldepot van goederen is toegestaan'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.592.64 Locaties waar uitsluitend een supermarkt is toegestaan

Artikel 2.592.64 bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend supermarkt toegestaan' detailhandel alleen in de vorm van een supermarkt is toegestaan. 

AAAAAAA

Na sectie ' Locaties waar uitsluitend een supermarkt is toegestaan' worden drie secties ingevoegd, luidende:

Artikel 2.65 Locaties waar uitsluitend een verkooppunt motorbrandstoffen toegestaan

Dit artikel bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend verkooppunt motorbrandstoffen toegestaan’ detailhandel alleen in de vorm van een verkooppunt voor motorbrandstoffen is toegestaan. Wat onder verkooppunt voor motorbrandstoffen naar normale maatstaven moet worden verstaan, is voldoende duidelijk, zodat van een nadere omschrijving is afgezien.

Artikel 2.66 Locaties waar uitsluitend een fietsenwinkel is toegestaan

Eerste lid:

Het eerste lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend detailhandel in fietsen toegestaan' detailhandel alleen in de vorm van een fietsenwinkel met inbegrip van fietsonderhoud en fietsverhuur is toegestaan.

Tweede lid:

Het tweede lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum winkelvloeroppervlak fietsenwinkel’ geldt dat het maximum winkelvloeroppervlak dat ten behoeve van een fietsenwinkel met inbegrip van fietsonderhoud en fietsverhuur mag worden gebruikt de ter plaatse van die aanduiding bepaalde waarde is. In de begripsomschrijving in bijlage I is bepaald wat onder winkelvloeroppervlak wordt verstaan. Het betreft het deel van de bruto-vloeroppervlakte dat daadwerkelijk voor verkoopdoeleinden wordt gebruikt. Dus het publieke gedeelte van een winkel. Deze beperking geldt uitsluitend voor een fietsenwinkel. De aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaalt het  maximum verkoopvloeroppervlak. Gelet op artikel 2.2, derde lid, geldt dat maximum per afzonderlijk aanduidingsvlak.

Artikel 2.67 Locaties waar detailhandel uitsluitend in de vorm van een galerie is toegestaan

Dit artikel bepaalt dat op de aangewezen locaties detailhandel alleen in de vorm van een galerie is toegestaan. Galeries functioneren anders dan gewone winkels. Bezoekersstromen en leveranties zijn minder intensief. Daarom zijn er locaties die niet geschikt zijn voor detailhandel in z’n algemeenheid, maar waar een galerie goed inpasbaar is. 

BBBBBBB

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.70 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: consumentgerichte dienstverlening', toegestaan gebruik 

Artikel 2.50 bevat regels over het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: detailhandel en consumentgerichte dienstverlening', en over het daar toegestaan gebruik.

Het artikel bepaalt dat de gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel detailhandel en consumentgerichte dienstverlening' als gebruiksdoel detailhandel en consumentgerichte dienstverlening hebben, en dat ze mogen worden gebruikt ten behoeve van detailhandel en consumentgerichte dienstverlening. Daarbij moeten uiteraard de overige regels die op het gebruiksdoel betrekking hebben, in acht worden genomen. 

In bijlage I is bepaald wat in dit omgevingsplan onder detailhandel wordt verstaan. Het gaat om het bedrijfsmatig ter plekke te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, het verhuren of het leveren van goederen aan in hoofdzaak consumenten. Onder de omschrijving van detailhandel vallen ook een eetwinkel, zijnde een vorm van detailhandel die zich richt op de verkoop van niet ter plaatse bereide etenswaren en/of drankjes, voor in hoofdzaak directe consumptie, en een traiteur, zijnde een vorm van detailhandel die zich richt op de verkoop van ter plaatse bereide etenswaren en/of drankjes voor niet-directe consumptie. Dat is niet het geval bij een onderneming die in hoofdzaak is gericht op het ter plekke te koop aanbieden van ter plaatse bereide, voor directe consumptie bedoelde fastfoodproducten. In de begripsomschrijving is bepaald dat dit niet valt onder detailhandel. Bij die activiteit is sprake van horeca. In artikel 2.522.54 wordt hierop wel een uitzondering gemaakt, maar dan moet het wel gaan om een ondergeschikte omvang.   

In bijlage I is verder bepaald wat in dit omgevingsplan onder consumentgerichte dienstverlening wordt verstaan. Het gaat om het bedrijfsmatig verlenen van diensten met rechtstreeks contact aan consumenten, zoals bankfilialen met hoofdzakelijk een baliefunctie, reisbureaus, kappers, nagelstudio’s en naar de aard daarmee te vergelijken vormen van dienstverlening. Onder consumentgerichte dienstverlening kunnen dus ook vormen van bijvoorbeeld juridische of financiële dienstverlening worden, waarbij het onderscheid ten opzichte van zakelijke en administratieve dienstverlening met name zit in de mate van rechtstreeks contact met de consument. Het betreft een niet-limitatieve opsomming, waarbij ruimte bestaat voor interpretatie. Voor specifieke gevallen die niet worden genoemd, moet aan de hand van de aard van het geval worden beoordeeld of deze vergelijkbaar is met de wel genoemde gevallen, en dus is toegestaan. Daarbij moet met name worden gekeken naar de gevolgen op de fysieke leefomgeving en de gevoeligheid voor effecten vanuit de fysieke leefomgeving. Mochten zich gevallen voordoen waarover twijfel blijft bestaan, of waarover zich maatschappelijke discussie voordoet, dan kan worden overwogen de hier opgenomen opsomming aan te vullen.  

CCCCCCC

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.71 Omvang en situering van consumentgerichte dienstverlening

Artikel 2.51 bevat regels over de omvang en situering vanconsumentgerichte dienstverlening. Met dit artikel kunnen locatiegericht beperkingen zijn gesteld. Deze regels zijn alleen van toepassing voor zover de betreffende aanduiding op een locatie van toepassing is. Is geen aanduiding opgenomen, dan gelden de betreffende beperkingen niet.  

Eerste lid:

Het eerste lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte consumentgerichte dienstverlening' geldt dat de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van consumentgerichte dienstverlening mag worden gebruikt de ter plaatse van de aanduiding bepaalde waarde is. Deze beperking geldt uitsluitend consumentgerichte dienstverlening. De aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaalt het maximum oppervlak. Gelet op artikel 2.2, derde lid, geldt dat maximum per afzonderlijk aanduidingsvlak. 

Tweede lid:

Het tweede lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin consumentgerichte dienstverlening is toegestaan' geldt dat consumentgerichte dienstverlening uitsluitend is toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen. Deze beperking geldt uitsluitend consumentgerichte dienstverlening. De aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaald in welke bouwlaag of bouwlagen consumentgerichte dienstverlening is toegestaan. 

Derde lid: 

Het derde lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin consumentgerichte dienstverlening niet is toegestaan' consumentgerichte dienstverlening niet is toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaald in welke bouwlaag of bouwlagen consumentgerichte dienstverlening niet is toegestaan. 

DDDDDDD

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.73 Beperkende regel over waar telefoneerinrichtingen en belhuizen zijn toegestaan

Artikel 3.53a Dit artikel bepaalt, in navolging van wat voorheen in bestemmingsplan gebruikelijk was, dat een telefoneerinrichting of belhuis uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘telefoneerinrichting’.

EEEEEEE

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.74 Beperkende regel over waar internetcafés zijn toegestaan

Artikel 3.53a Dit artikel bepaalt, in navolging van wat voorheen in bestemmingsplan gebruikelijk was, dat een internetcafé uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘internetcafé’.

FFFFFFF

Na sectie ' Beperkende regel over waar internetcafés zijn toegestaan' wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Artikel 2.75 Locaties waar uitsluitend op persoonlijke verzorging gerichte dienstverlening is toegestaan

Dit artikel bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend dienstverlening persoonlijke verzorging toegestaan' uitsluitend consumentgerichte dienstverlening is toegestaan die gericht is op de persoonlijke verzorging van consumenten, zoals kapsalons, schoonheidssalons, nagelstudio’s en naar de aard daarmee te vergelijken dienstverlening. 

GGGGGGG

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.82 Regels over omvang en situering bedrijf

Dit artikel bevat regels over de omvang en situering van een bedrijf. Met het eerste lid kunnen locatiegericht beperkingen worden gesteld aan de omvang van het totale bedrijvenprogramma in een groter gebied of per perceel.  Er kunnen ook beperkingen gesteld worden aan de situering van een bedrijf in een gebouw, namelijk op de begane grond (twee lid). Deze regels zijn alleen van toepassing voor zover de betreffende aanduiding op een locatie van toepassing is. Is geen aanduiding opgenomen, dan gelden de betreffende beperkingen niet. Uiteraard kan het bedrijf dan nog in omvang zijn beperkt vanwege de maxima die gelden voor de bebouwing (maximum bouwhoogte, bebouwingspercentage of bouwvlak).

Het derde lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin bedrijf is toegestaan' geldt dat een bedrijf uitsluitend is toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen. Deze beperking geldt uitsluitend bedrijf als bedoeld in deze paragraaf. De aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaald in welke bouwlaag of bouwlagen consumentgerichte dienstverlening is toegestaan. 

Het vierde lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin bedrijf niet is toegestaan' een bedrijf niet is toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen. Deze beperking geldt uitsluitend bedrijf als bedoeld in deze paragraaf. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaald in welke bouwlaag of bouwlagen een bedrijf niet is toegestaan. 

HHHHHHH

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.102 Omvang en situering van culturele voorzieningen

Artikel 2.102 bevat beperkende regels over de omvang en situering van culturele voorzieningen. Met dit artikel kunnen locatiegericht beperkingen zijn gesteld. Deze regels zijn alleen van toepassing voor zover de betreffende aanduiding op een locatie van toepassing is. Is geen aanduiding opgenomen, dan gelden de betreffende beperkingen niet.  

Eerste lid: 

Eerste lid:

Het eerste lid bevat een beperking voor het maximum bruto-vloeroppervlak culturele voorzieningen dat is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte culturele voorziening'. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaalt het maximum oppervlak. Gelet op artikel 2.2, derde lid, geldt dat maximum per afzonderlijk aanduidingsvlak. 

Tweede lid:

Tweede lid:

Het tweede lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bezoekers culturele voorziening' het maximum aantal bezoekers dat gelijktijdig aanwezig is binnen culturele voorzieningen de daar bepaalde waarde.. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaalt het maximum aantal bezoekers. Gelet op artikel 2.2, derde lid, geldt dat maximum per afzonderlijk aanduidingsvlak. 

Derde lid:

Derde lid:

Het tweede lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin culturele voorzieningen zijn toegestaan' culturele voorzieningen uitsluitend zijn toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaald in welke bouwlaag of bouwlagen culturele voorzieningen zijn toegestaan.  

Vierde lid:

Het vierde lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin culturele voorzieningen niet zijn toegestaan' culturele voorzieningen niet zijn toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

IIIIIII

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.115 Omvang en situering van hotels

Artikel 2.115 bevat beperkende regels over de omvang en situering van faciliteiten voor ontspanning en vermaak. Met dit artikel kunnen locatiegericht beperkingen zijn gesteld. Deze regels zijn alleen van toepassing voor zover de betreffende aanduiding op een locatie van toepassing is. Is geen aanduiding opgenomen, dan gelden de betreffende beperkingen niet.  

Hiermee wordt voorzien in verschillende manieren van regulering van hotels, zoals dat ook in bestemmingsplannen voorkomt. Het uitgangspunt van het overnachtingsbeleid is dat in ‘nee’ gebieden geen nieuwe overnachtingsfaciliteiten worden mogelijk gemaakt. Ook in ‘nee, tenzij’ gebieden mogen zonder juridische borging van  de voorwaarden uit het overnachtingsbeleid geen rechten voor extra capaciteit in het leven worden geroepen. Dit artikel biedt daarom de mogelijkheid om de bestaande rechten (zoals dit ook gebeurde in bestemmingsplannen) in te kaderen in het omgevingsplan. Deze regels zijn alleen van toepassing voor zover de betreffende aanduiding op een locatie van toepassing is. Is geen aanduiding opgenomen, dan gelden de betreffende beperkingen niet. Uiteraard kan een hotel dan nog in omvang zijn beperkt vanwege de maxima die gelden voor de bebouwing. 

Eerste lid:

Eerste lid:

Het eerste lid bevat een beperking voor het maximum bruto-vloeroppervlak hotel dat is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte hotel'. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaalt het maximum oppervlak. Gelet op artikel 2.2, derde lid, geldt dat maximum per afzonderlijk aanduidingsvlak. 

Tweede lid:

Tweede lid:

Het tweede lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin hotel is toegestaan' het exploiteren van een hotel uitsluitend is toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaald in welke bouwlaag of bouwlagen faciliteiten voor ontspanning en vermaak zijn toegestaan.  

Derde lid:

Derde lid:

Het derde lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal hotelkamers' het maximum aantal hotelkamers dat er mag zijn de daar bepaalde waarde is. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaalt het maximum aantal hotelkamers. Gelet op artikel 2.2, derde lid, geldt dat maximum per afzonderlijk aanduidingsvlak. 

Vierde lid:

Vierde lid:

Het vierde lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedden' het maximum aantal bedden dat er mag zijn de daar bepaalde waarde is. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaalt het maximum aantal bedden. Gelet op artikel 2.2, derde lid, geldt dat maximum per afzonderlijk aanduidingsvlak. 

Vijfde lid:

Vijfde lid:

Het vijfde lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedden per kamer' het maximum aantal bedden dat er per kamer mag zijn de daar bepaalde waarde is. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaalt het maximum aantal bedden per kamer. Gelet op artikel 2.2, derde lid, geldt dat maximum per afzonderlijk aanduidingsvlak. 

Zesde lid: 

Het zesde lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin hotel niet is toegestaan' het exploiteren van een hotel niet is toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaald in welke bouwlaag of bouwlagen het exploiteren van een hotel niet is toegestaan. 

JJJJJJJ

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.126 Omvang en situering van sportvoorzieningen

Artikel 2.126 bevat beperkende regels over de omvang en situering van sportvoorzieningen. Met dit artikel kunnen locatiegericht beperkingen zijn gesteld. Deze regels zijn alleen van toepassing voor zover de betreffende aanduiding op een locatie van toepassing is. Is geen aanduiding opgenomen, dan gelden de betreffende beperkingen niet.  

Eerste lid:

Het eerste lid bevat een beperking voor het maximum bruto-vloeroppervlak sportvoorzieningen dat is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte sportvoorziening'. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaalt het maximum oppervlak. Gelet op artikel 2.2, derde lid,  geldt dat maximum per afzonderlijk aanduidingsvlak. 

Tweede lid:

Het tweede lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bezoekers sportvoorziening' het maximum aantal bezoekers dat gelijktijdig aanwezig is binnen sportvoorzieningen de daar bepaalde waarde.. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaalt het maximum aantal bezoekers. Gelet op artikel 2.2, derde lid, geldt dat maximum per afzonderlijk aanduidingsvlak. 

Derde lid:

Het tweede lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin sportvoorzieningen zijn toegestaan' sportvoorzieningen uitsluitend zijn toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaald in welke bouwlaag of bouwlagen sportvoorzieningen zijn toegestaan.  

Vierde lid: 

Het vierde lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin sportvoorzieningen niet zijn toegestaan' sportvoorzieningen niet zijn toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

KKKKKKK

Na sectie ' Locaties bedoeld voor watersport-gerelateerde faciliteiten' wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Artikel 2.132 Locaties waar uitsluitend een yogastudio is toegestaan

Het artikel bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding ´uitsluitend yogastudio toegestaan´ een sportvoorziening alleen in de vorm van een voorziening voor yogalessen of yogatrainingen is toegestaan. Dit betekent dat aan de betreffende locatie de aanduiding 'gebruiksdoel: sportvoorziening' moet zijn gegeven en de aanduiding ‘uitsluitend yogastudio toegestaan’. Dit betekent dat naast een yogastudio in principe geen andere vormen van sportvoorzieningen zijn toegestaan. Wat onder een yogastudio naar normale maatstaven moet worden verstaan is voldoende duidelijk, zodat van een nadere omschrijving is afgezien. In Bijlage I is wel bepaald wat in dit omgevingsplan onder sport wordt verstaan. Het gaat om een fysieke bezigheid met al dan niet een mentale component en met vaste regels, vaak beoefend in competitieverband, met als doel ontspanning, prestatie of verbetering van conditie en vaardigheid. Hieronder wordt in ieder geval begrepen yoga. In Bijlage I is tevens bepaald wat in dit omgevingsplan onder sportvoorziening wordt verstaan.

LLLLLLL

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.139 Omvang en situering van faciliteiten op het gebied van ontspanning en vermaak

Artikel 2.139 bevat beperkende regels over de omvang en situering van faciliteiten voor ontspanning en vermaak. Met dit artikel kunnen locatiegericht beperkingen zijn gesteld. Deze regels zijn alleen van toepassing voor zover de betreffende aanduiding op een locatie van toepassing is. Is geen aanduiding opgenomen, dan gelden de betreffende beperkingen niet.  

Eerste lid:

Het eerste lid bevat een beperking voor het maximum bruto-vloeroppervlak faciliteiten voor ontspanning en vermaak dat is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte faciliteiten voor ontspanning en vermaak'. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaalt het maximum oppervlak. Gelet op artikel 2.2, derde lid, geldt dat maximum per afzonderlijk aanduidingsvlak. 

Tweede lid:

Het tweede lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bezoekers faciliteiten voor ontspanning en vermaak' het maximum aantal bezoekers dat gelijktijdig aanwezig is binnen faciliteiten voor ontspanning en vermaak de daar bepaalde waarde is. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaalt het maximum aantal bezoekers. Gelet op artikel 2.2, derde lid, geldt dat maximum per afzonderlijk aanduidingsvlak. 

Derde lid:

Het tweede lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin faciliteiten voor ontspanning en vermaak zijn toegestaan' faciliteiten voor ontspanning en vermaak uitsluitend zijn toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaald in welke bouwlaag of bouwlagen faciliteiten voor ontspanning en vermaak zijn toegestaan.  

Vierde lid: 

Het vierde lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin faciliteiten voor ontspanning en vermaak niet zijn toegestaan' faciliteiten voor ontspanning en vermaak niet zijn toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

MMMMMMM

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.201 Beperkende regels over wegen

Artikel 2.201 bevat beperkingen voor rijbanen. Naast deze ruimtelijke beperkingen zijn in hoofdstuk 711 regels opgenomen over het aanleggen of het wijzigen van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg. De in dat hoofdstuk opgenomen vergunningplicht is bedoeld om een beoordeling te kunnen doen op gevolgen voor geluidgevoelige bouwwerken. Op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving moet in een omgevingsplan dat de aanleg of wijziging van een gemeenteweg of waterschapsweg mogelijk maakt, aan bepaalde voorwaarden worden voldaan (artikel 5.78m Besluit kwaliteit leefomgeving). In hoofdstuk 711  wordt aan deze instructieregels gevolg gegeven. Dat betekent dat ook voor de aanleg van bijvoorbeeld een gemeenteweg ter plaatse van de aanduiding 'weg toegestaan', behoudens in hoofdstuk 711  aangegeven uitzonderingen, een vergunningplicht geldt. 

Eerste lid:

Het eerste lid bepaalt in het eerste lid dat binnen de gronden met de aanduiding 'gebruiksdoel: verkeer' rijbanen uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'weg toegestaan'. Onder een rijbaan wordt verstaan elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte met uitzondering van de fietspaden en de fiets/bromfietspaden. Dat is overeenkomstig artikel 1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).

Tweede lid: 

Het tweede lid bepaalt dat het eerste lid niet van toepassing is als het gaat om een erf in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, of als een maximumsnelheid geldt van 30km/u. In die gevallen is een weg overal ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: verkeer' toegestaan. 

Derde lid: 

Het derde lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal rijstroken' het maximum aantal rijstroken dat is toegestaan de daar bepaalde waarde is. Onder een rijstrook wordt verstaan een door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan van zodanige breedte dat bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen daarvan gebruik kunnen maken. Dat is overeenkomstig artikel 1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).

Deze beperking geldt alleen ter plaatse van de genoemde aanduiding. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaalt het maximum aantal hotelkamers. Gelet op artikel 2.2, derde lid, geldt dat maximum per afzonderlijk aanduidingsvlak. 

NNNNNNN

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.204 Vergunningplicht voor het aanleggen of wijzigen van gemeentewegen en waterschapswegen

In artikel 2.204 is bepaald dat op het aanleggen of het wijzigen van een gemeenteweg of waterschapsweg hoofdstuk 711 onverkort van toepassing. In dat hoofdstuk is een vergunningplicht opgenomen voor het aanleggen of wijzigen van een gemeenteweg of waterschapsweg. Onder gemeenteweg wordt op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving verstaan een weg in beheer bij een gemeente. Onder een waterschapsweg wordt verstaan een weg in beheer bij een waterschap. Gelet op artikel 1.1, tweede lid, is die omschrijving van toepassing op dit omgevingsplan. De vergunningplicht is bedoeld om een beoordeling te kunnen doen op gevolgen voor geluidgevoelige bouwwerken. Op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving moet in een omgevingsplan dat de aanleg of wijziging van een gemeenteweg of waterschapsweg mogelijk maakt, aan bepaalde voorwaarden worden voldaan (artikel 5.78m Bkl). In hoofdstuk 711 wordt aan deze instructie gevolg gegeven. Dat betekent dat ook voor de aanleg van een weg ter plaatse van de aanduiding 'weg toegestaan', behoudens in hoofdstuk 711 aangegeven uitzonderingen, een vergunningplicht geldt. Dat volgt rechtstreeks uit hoofdstuk 711. Artikel 2.204 heeft in die zin een signaalfunctie, het maakt dit volledigheidshalve duidelijk. 

OOOOOOO

Na sectie ' Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: groen', toegestaan gebruik ' wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Artikel 2.209 Gereserveerd

Dit artikel bepaalt waar binnen locaties in het gebruiksdoel groen podia in de openbare ruimte zijn toegestaan. Een podium in de openbare buitenruimte zoals een muziekkoepel of een podium voor een openluchttheater is vanwege het bijzondere karakter ervan een gebruiksvorm in groen die niet overal kan worden toegestaan. Met dit artikel wordt binnen locaties met de aanduiding 'gebruiksdoel: groen' gestuurd op waar een podium in de openbare ruimte gevestigd mag worden. 

PPPPPPP

Na sectie ' Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding gebruiksdoel: buisleiding voor warm water of stoom'' worden drie secties ingevoegd, luidende:

Artikel 2.250 Toepassingsbereik 

In afdeling 2.3 worden gebruiksdoelen aan locaties gegeven, wordt bepaald welk gebruik daar is toegestaan, en worden regels over het gebruik gegeven. Paragraaf 2.3.25 bevat regels over bijeenkomstfaciliteit. Dit artikel bepaalt het toepassingsbereik van de regels in deze paragraaf. 

Eerste lid:

In het eerste lid is bepaald dat de paragraaf van toepassing is op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: bijeenkomstfaciliteit'. De inhoudelijke regels over het binnen dit gebruiksdoel toegestane gebruik volgen in de overige bepalingen.   

Tweede lid:

In het tweede lid is bepaald dat de paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: bijeenkomstfaciliteit'. Hiermee is het geografisch werkingsgebied van de regels bepaald. Het gaat om het maximale werkingsgebied. Voor een aantal regels in deze paragraaf geldt dat het werkingsgebied nader ingeperkt is. 

Artikel 2.251 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: bijeenkomstfaciliteit', toegestaan gebruik 

Dit artikel bevat regels over het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: bijeenkomstfaciliteit', en over het daar toegestane gebruik. Het artikel bepaalt dat de gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: bijeenkomstfaciliteit' als gebruiksdoel bijeenkomstfaciliteit hebben, en dat ze mogen worden gebruikt ten behoeve van het exploiteren van een bijeenkomstfaciliteit. Daarbij moeten uiteraard de overige regels die op het gebruiksdoel betrekking hebben, in acht worden genomen. In bijlage I is bepaald wat in dit omgevingsplan onder bijeenkomstfaciliteit wordt verstaan. Het gaat om een vergader- en congresfaciliteit, faciliteit bedoeld voor het houden van huwelijksplechtigheden, huwelijksrecepties, jubilea en vergelijkbare ceremoniële bijeenkomsten, en daarmee vergelijkbare functies.

Artikel 2.252 Omvang en situering van bijeenkomstfaciliteit 

Dit artikel bevat regels over de omvang en situering van een bijeenkomstfaciliteit. Met dit artikel kunnen locatiegericht beperkingen zijn gesteld. Deze regels zijn alleen van toepassing voor zover de betreffende aanduiding op een locatie van toepassing is. Is geen aanduiding opgenomen, dan gelden de betreffende beperkingen niet.

Eerste lid:

Het eerste lid bevat een beperking voor het maximum bruto-vloeroppervlak bijeenkomstfaciliteit dat is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte bijeenkomstfaciliteit'. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaalt het maximum oppervlak. Gelet op artikel 2.2, derde lid, geldt dat maximum per afzonderlijk aanduidingsvlak.

Tweede lid: 

Het tweede lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin bijeenkomstfaciliteit is toegestaan' een bijeenkomstfaciliteit uitsluitend is toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaalt in welke bouwlaag of bouwlagen een bijeenkomstfaciliteit is toegestaan.

Derde lid: 

In het derde lid is bepaald dat ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin bijeenkomstfaciliteit niet is toegestaan' een bijeenkomstfaciliteit niet toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaalt in welke bouwlaag of bouwlagen een bijeenkomstfaciliteit niet is toegestaan.

Vierde lid:

Het vierde lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bezoekers bijeenkomstfaciliteit' het maximum aantal bezoekers dat gelijktijdig aanwezig is binnen een bijeenkomstfaciliteit de daar bepaalde waarde is. Deze aanduiding gaat altijd gepaard met een op de digitale kaart weergegeven waarde. Die waarde bepaalt het maximum aantal bezoekers. Gelet op artikel 2.2, derde lid, geldt dat maximum per afzonderlijk aanduidingsvlak. 

QQQQQQQ

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.5 Inrichting en gebruik van het bij een hoofdgebouw behorend erf, erfbebouwing

Artikel 3.5 bevat algemene regels over het gebruik van het bij hoofdgebouwen behorend erf en de daarop aanwezige erfbebouwing. 

Eerste lid: 

Het eerste lid bepaalt dat het gebruik en het erf behorende bij een hoofdgebouw overeenkomstig het gebruiksdoel van dit hoofdgebouw dient te zijn. Het gebruiksdoel volgt uit afdeling 2.3. Het bij een hoofdgebouw behorende erf zal in de meeste gevallen hetzelfde gebruiksdoel hebben als dat van het hoofdgebouw. Omdat het hoofdgebouw meerdere gebruiksdoelen kan hebben, kan dat ook gelden voor het bijbehorend erf. Ook is mogelijk dat bij een hoofdgebouw met meerdere gebruiksdoelen het bijbehorend erf slechts een enkel gebruiksdoel heeft.  

Tweede lid: 

Het tweede lid bepaalt dat onder het gebruik van een bij een hoofdgebouw behorend erf dat in overeenstemming is met een onder afdeling 2.3 aan een locatie gegeven gebruiksdoel wordt verstaan een inrichting en gebruik op een wijze die naar algemene maatstaven als een normale inrichting en gebruik van het bijbehorende erf wordt beschouwd. Denk hierbij een parkeervoorzieningen op het erf behorend bij een bedrijf, het gebruik van het erf bij een woning als tuin, speelmogelijkheden voor kinderen op een bij een kinderdagverblijf behorend erf, of dat bij een kantoor medewerkers zich in de tuin begeven om te lunchen. Hiermee wordt de jurisprudentie onder de Wro gevolgd (zie o.a. ABRvS 20 april 2011 ECLI:NL:RVS:2011:BQ1895 en ABRvS 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1790).

Derde lid:

Indien het onwenselijk wordt geacht dat het erf bedrijfsmatig wordt gebruikt, dan kan de aanduiding ‘tuin’ aan de gronden zijn toegekend. Het derde lid verbindt aan die aanduiding het gevolg dat daar een bedrijfsmatig gebruik van het erf niet is toegestaan. Daarbij is bepaald dat onder een bedrijfsmatig gebruik in ieder geval opslag wordt begrepen. 

Vierde lid: 

Het kan voorkomen dat een bedrijfsmatig gebruik van het gebouwerf voor opslag op zichzelf kan worden toegestaan, maar dat de opslag niet zichtbaar mag zijn vanaf de openbare weg, omdat de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de locatie en de omgeving onevenredig wordt aangetast of het belang van het behoud van cultureel erfgoed zich daartegen verzet. In dat geval kan deze aanduiding aan de gronden worden. 

Vijfde lid: 

Dit lid verklaart dit artikel van overeenkomstige toepassing op een gebied waar een TAM-omgevingsplan is vastgesteld.  

Vijfde Zesde lid: 

Het vijfde lid voorziet erin dat waar het onder oud recht vastgestelde ruimtelijk besluit nog niet is vervallen, niet naar het aan een locatie gegeven gebruiksdoel wordt gekeken, maar naar de geldende bestemming.  

RRRRRRR

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.7 Van toepassing zijnde parkeernormen

In artikel 3.7 is bepaald welke parkeernormen van toepassing zijn. 

Eerste lid: 

In het eerste lid is bepaald dat voor de toepassing van deze subparagraaf de normen zoals opgenomen in bijlage IV de geldende parkeernormen zijn. In bijlage IV zijn de parkeernormen opgenomen zoals die zijn vastgesteld in de Nota parkeernormen Auto 2017 (hierna: Nota parkeernormen). Vanuit de regels wordt via artikel 3.7 naar die bijlage verwezen. De bijlage maakt daarmee onderdeel uit van de regels. Een wijziging in die bijlage werkt direct door. 

 

Tweede tot en met vierde lid:

In artikel 3.7 wordt conform het geldend beleid een onderscheid gemaakt tussen drie verschillende typen locatie, met elk een eigen parkeernormering. Het gaat om de volgende gebieden: 

  • a.

    A-locaties: kenmerken zich door een zeer goede OV-bereikbaarheid. Gebieden die dicht bij een intercitystation zijn als A-locatie aangemerkt. Ook de binnenstad van Amsterdam en de Wibautas zijn als A-locatie geclassificeerd. In deze gebieden schrijft de gemeente alleen een maximumparkeernorm voor.

  • b.

    B-locaties: hebben goed openbaar vervoer, maar liggen verder van de intercitystations af. Het grootste deel van Amsterdam wordt als B-locatie geclassificeerd. Hier kiest de gemeente ervoor om naast een maximumparkeernorm ook een minimumparkeernorm te hanteren. Ontwikkelaars worden verplicht om bij nieuwbouw een minimum aantal parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren.

  • c.

    C-locaties: bestaan uit Landelijk Noord, Driemond, het Havengebied en een aantal bedrijventerreinen en sportlocaties. De bereikbaarheid per openbaar vervoer is minder goed dan in de rest van de stad. Bij nieuwbouwplannen in deze gebieden is maatwerk nodig. Het kan zijn dat de gemeente eist dat het parkeren op eigen terrein opgelost wordt, maar ook het parkeren op straat kan een optie zijn.

De onderscheiden locaties worden met aanduidingen in het omgevingsplan aangegeven. Het is dan duidelijk welke locatie-type op een specifieke locatie van toepassing is. 

 

Vijfde lid:

Uitgangspunt bij die onderverdeling zijn de bestaande A-, B- en C-locaties. Het is echter mogelijk dat bij nieuwe gebiedsontwikkelingen of transformatie op basis van een specifieke afweging andere normen, of bijvoorbeeld een gebiedsnorm, meer gewenst zijn. Ook in dergelijke gevallen kan de afwijkende norm aan de desbetreffende locatie worden gekoppeld. Het vijfde lid voorziet hierin. Hetzelfde geldt uiteraard ook voor bestaande ontwikkelingsgebieden waarvoor het voorheen van toepassing zijnde bestemmingsplan voorzag in een specifieke norm, en waarbij de ontwikkeling nog niet is afgerond. Ook in dat geval is nodig dat (indien gewenst) de afwijkende norm specifiek van toepassing wordt verklaard. Pas wanneer de ontwikkeling is afgerond is immers sprake van een bestaande situatie die, ongeacht de algemeen geldende parkeernorm, in stand gehouden mag worden. 

Zesde lid:

Het zesde lid bevat een verbod om motorrijtuigen op eigen terrein (het gebouwerf) te parkeren ter plaatse van de aanduiding ‘parkeren op eigen terrein niet toegestaan’. Dat verbod kan nodig zijn omdat parkeren op eigen erf wordt beschouwd als normaal gebruik van het erf, terwijl dat niet altijd wenselijk is. Parkeren op het bij woonruimte behorende erf komt veelal voor binnen een daartoe klaarblijkelijk bedoeld bouwwerk (denk aan een garage of een carport) of buiten een daartoe klaarblijkelijk bedoeld bouwwerk, doorgaans wanneer de bestaande inrichting van de openbare ruimte en de aansluiting van het erf op de openbare weg hieraan niet aan in de weg staan. In het laatste geval gaat het bijvoorbeeld om de situatie dat er inritten aanwezig zijn en daarmee een aansluiting op de openbare weg. Maar in bepaalde gevallen kan het (denk bijvoorbeeld aan een erf in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) vanwege de aansluiting van het eigen erf op die openbare ruimte mogelijk zijn dat er op eigen erf geparkeerd wordt, maar is dit toch niet wenselijk. Ook kan het uit stedenbouwkundig of cultuurhistorisch oogpunt noodzakelijk zijn om parkeren op eigen terrein niet toe te staan. Het zesde lid voorziet in de mogelijkheid om parkeren op eigen terrein uit te zonderen in de gevallen als voornoemd. Het verbod om op eigen terrein te parkeren geldt niet voor motorrijtuigen met twee wielen of een gehandicaptenvoertuig, bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Daaronder wordt verstaan een voertuig dat is ingericht voor het vervoer van een gehandicapte, niet breder is dan 1,10 meter en niet is uitgerust met een motor, dan wel is uitgerust met een motor waarvan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid niet meer dan 45 km per uur bedraagt, en geen bromfiets is.

SSSSSSS

Na sectie ' Hospitaverhuur en inwoning' wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Artikel 3.53 Laden en lossen op eigen terrein

Wanneer het gebruiksdoel van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, kan het uit ruimtelijk oogpunt nodig zijn dat wordt voorzien in voldoende ruimte aan, in of onder het hoofdgebouw dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het hoofdgebouw hoort. Met de aanduiding ‘laden en lossen uitsluitend op eigen terrein toegestaan’ wordt het mogelijk het laden en lossen op het eigen terrein te verplichten. De aanduiding maakt dat laden en lossen in de openbare ruimte niet is toegestaan. Dit betekent overigens niet dat elders op het eigen terrein, waar de aanduiding niet geldt, laden en lossen niet is toegestaan. De regel maakt het mogelijk dat waar het bevoegd gezag het echt ruimtelijk wil verplichten, dit mogelijk is. 

TTTTTTT

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.533.54 Toepassingsbereik

UUUUUUU

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.51 Overschrijding grenswaarde; niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen

Artikel 4.51 biedt, analoog aan artikel 5.78y van het Besluit kwaliteit leefomgeving, de mogelijkheid om de grenswaarde te overschrijden in een situatie waarin géén sprake is van een bijzondere stedenbouwkundige situatie zoals bedoeld in artikel 4.50, maar het geluidniveau wel erg hoog ligt. Hoewel het uitgangspunt is dat het geluid op de gevel van een nieuw geluidgevoelig gebouw (en dus ook in de omgeving van dat gebouw) bij voorkeur niet hoger is dan de standaardwaarde, zijn er situaties en omstandigheden denkbaar waarin nieuwbouw op hoogbelaste locaties kan worden toegestaan. Hierbij kan worden gedacht aan een appartementengebouw dat het geluid door een rijksweg afschermt waardoor achter dat gebouw grondgebonden woningen gebouwd kunnen worden waar het geluid wel voldoet aan de standaardwaarde. Een ander voorbeeld is een gebouw waarbij in de ontwerpfase rekening wordt gehouden met het geluid en de bewoners door het treffen van maatregelen binnen goed worden beschermd tegen het geluid van buiten. De gebouwen kunnen dan – mits goed gemotiveerd – met toepassing van artikel artikel 4.51 worden toegelaten. 

Dit artikel moet worden gelezen in samenhang met artikel 4.52, waarin is bepaald dat meer geluid dan de grenswaarde alleen toelaatbaar is als er geen geluidbeperkende maatregelen (aan de bron en in de overdracht) getroffen kunnen worden om de geluidbelasting te laten voldoen aan de grenswaarde van tabel 5.78u. Als dat wel mogelijk is, kan het betreffende gebouw namelijk worden toegelaten zonder dat de grenswaarde wordt overschreden. 

Eerste lid: 

Als het overschrijden van de grenswaarden alles overwegend toch nodig blijkt, kan de gemeente op grond van dit artikel het geluidgevoelige gebouw toelaten als aan het geluidgevoelige gebouw de onder a of b bedoelde bouwkundige maatregelen getroffen kunnen worden. Deze vervangen, in combinatie met artikel 4.103b van het Besluit bouwwerken leefomgeving, de zogenoemde 'dove gevel' uit de Wet geluidhinder, waarbij een aantal verbeteringen is doorgevoerd. 

Onderdeel a is de juridische opvolger van de échte dove gevel, dus een gevel waarin geheel geen te openen delen aanwezig zijn (voorheen artikel 1b, vierde lid, onder a, van de Wet geluidhinder). Onder te openen delen moeten worden verstaan alle constructieonderdelen in de uitwendige scheidingsconstructie die geopend kunnen worden waardoor de geluidwering vermindert en te veel buitengeluid in de woning kan dringen. Het gaat dan in ieder geval om ramen en deuren maar ook om klepraampjes, inspectieluiken enzovoort. Het openen kan verband houden met de toegang tot de woning (de voordeur) of een buitenruimte, maar ook met bouwkundige eisen die al in het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn gesteld, bijvoorbeeld met betrekking tot de spuiventilatie. Op geluidbelaste locaties worden luchtroosters die nodig zijn voor luchtverversing voorzien van geluiddempers om te kunnen voldoen aan de eisen ten aanzien van de geluidwering. Het openen leidt niet tot te veel buitengeluid in de woning. Deze zogenoemde suskasten worden daarom, net als voorheen, niet beschouwd als te openen deel als bedoeld in dit artikel. 

Naast de échte dove gevel kende de Wet geluidhinder de mogelijkheid voor een bouwkundige constructie met bij uitzondering te openen delen, waarbij voorwaarde was dat die bij uitzondering te openen delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. In de praktijk werd zeer uiteenlopend invulling gegeven aan het begrip 'bij uitzondering te openen', ook wel op zodanige wijze dat feitelijk geen recht werd gedaan aan het uitzonderlijke karakter. De specifieke mogelijkheid die artikel 1b, vierde lid, onder b, van de Wet geluidhinder bood, komt daarom niet op dezelfde wijze terug onder de Omgevingswet. Er is wel een uitzondering gemaakt voor deuren die onderdeel zijn van een gemeenschappelijke doorgang. De term 'gemeenschappelijk' wordt hier gebruikt in de betekenis die artikel 2.7, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving er aan geeft: ten dienste van meer dan een gebruiksfunctie. Dit betreft bijvoorbeeld gemeenschappelijke toegangsdeuren, tussendeuren en nooduitgangen in een appartementengebouw, maar niet de voordeur van een appartement of de deur naar een bijbehorende buitenruimte. Door in de formulering van deze uitzondering aan te sluiten bij de terminologie die ook het Besluit bouwwerken leefomgeving in dit verband gebruikt, is deze uitzondering overigens bruikbaar voor alle soorten geluidgevoelige gebouwen zoals gedefinieerd in het eerste lid van artikel 3.21 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 

Onderdeel b van het eerste lid biedt een tweede mogelijkheid tot het treffen van bouwkundige maatregelen. In dit geval bevat de uitwendige scheidingsconstructie wél te openen delen, maar worden aan het gebouw maatregelen getroffen waarmee het geluid op de te openen delen die direct grenzen aan een verblijfsgebied of niet-gemeenschappelijke verkeersruimte wordt beperkt tot de grenswaarden. Deze mogelijkheid sluit beter aan bij de behoeften van de uitvoeringspraktijk. Bij toepassing van deze bepaling mogen ramen en deuren altijd geopend worden, omdat de bouwkundige constructie ervoor zorgt dat het geluid op alle te openen delen die direct grenzen aan een verblijfsgebied of niet-gemeenschappelijke verkeersruimte beperkt is tot de grenswaarden, waarbij er geen onderscheid is tussen normaal te openen delen en delen die bedoeld zijn om slechts bij uitzondering te openen. Voor de hal of gang maakt het daarbij niet uit of deze is aangeduid als verblijfsgebied of als verkeersruimte. Daarmee is de eenduidigheid en uitvoerbaarheid verbeterd. 

De term 'grenswaarden' is in meervoud. Mocht een gebouw door meerdere bronnen worden belast, bijvoorbeeld een bundel van een weg en een spoorweg, dan moet de constructie zo ontworpen worden dat het geluid op te openen delen van elk van die bronnen voldoet aan de grenswaarde voor die bron. De grenswaarden in het Besluit kwaliteit leefomgeving gelden namelijk, anders dan het gezamenlijke geluid, per bron. In het algemeen zal er overigens maar één maatgevende bron zijn. 

Net als in de Wet geluidhinder wordt geen maximum gesteld aan de geluidbelasting op een niet-geluidgevoelige gevel. Er wordt geen maximum gesteld aan het geluid op de onder a bedoelde uitwendige scheidingsconstructie zonder te openen delen, en ook niet aan het geluid op bouwkundige constructies (de maatregelen) die juist bedoeld zijn om het geluid op (te openen delen in) de uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied te verminderen. Als bijvoorbeeld een vliesgevel of een lamellenscherm wordt toegepast, wordt geen eis gesteld aan het geluid op die bouwkundige voorzieningen. Die vliesgevel of dat lamellenscherm – of een andere bouwkundige maatregel – moet er wel voor zorgen dat het geluid op te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied wordt beperkt tot de grenswaarde.

Tweede lid: 

In het tweede lid is bepaald dat bij de toepassing van het eerste lid aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, in elk geval het voorschrift wordt verbonden dat de in het eerste lid bedoelde gevel een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is. 

Deze bepaling is analoog aan het tweede lid van artikel 5.78y van het Besluit kwaliteit leefomgeving waarin is bepaald dat bij de toepassing van het eerste lid van artikel 5.78y van het Besluit kwaliteit leefomgeving in het omgevingsplan wordt bepaald dat de gevel een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is. Zoals toegelicht bij artikel 4.44 is met het omgevingsplan Amsterdam echter de keuze gemaakt de afweging door te schuiven naar de vergunningaanvraag. Dit zorgt ervoor dat op het juiste moment een bestuurlijke afweging plaatsvindt of van deze mogelijkheid gebruik kan worden gemaakt. Gelet op de zeer hoge geluidbelastingen in dit soort situaties – hoger dan de grenswaarde – is een bestuurlijke afweging hierover vanzelfsprekend. 

Het belang van de instructieregel dat in het omgevingsplan wordt bepaald dat de gevel een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is, zoals opgenomen in het tweede lid van artikel 5.78y van het Besluit kwaliteit leefomgeving, gaat echter verder dan er voor te zorgen dat een bestuurlijke afweging wordt gemaakt. 

Zo bevat artikel 4.103b van het Besluit bouwwerken leefomgeving specifieke regels over de geluidwerendheid van een niet-geluidgevoelige gevel en over de uitvoering van een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen. De aanwijzing van de 'niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen' betekent onder meer dat het geluidgevoelige gebouw op grond van artikel 4.103b, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving 3 dB extra geluidwering krijgt. Hiermee is de geluidwering bestand tegen een toekomstige toename van het geluid. Volgens de begripsbepaling van niet-geluidgevoelige gevel, zoals die in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving is opgenomen en die op de hiervoor genoemde artikelen van toepassing is, wordt onder een niet-geluidgevoelige gevel verstaan een gevel die in het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit met toepassing van artikel 5.78y, tweede lid, 5.78aa, tweede lid, 12.13f of 12.13g Besluit kwaliteit leefomgeving als zodanig is aangemerkt. Een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen valt binnen de reikwijdte van die omschrijving mits deze in het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit als zodanig is aangemerkt. Het doorschuiven van deze afweging naar de vergunningaanvraag maakt dat pas op dat moment duidelijk wordt dat een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen noodzakelijk en aanvaardbaar is. Het vooraf in het omgevingsplan vastleggen van deze verplichting is dan niet mogelijk. Het is wel noodzakelijk dat die verplichting wordt opgelegd en gelet op het bepaalde in artikel 4.103b van het Besluit bouwwerken leefomgeving ook kenbaar is. Om die reden is de bepaling in het tweede lid opgenomen. 

Verder wordt in de artikelen 3.18 en 5.78i van het Besluit kwaliteit leefomgeving bepaald dat de regelonderdelen waarvan die artikelen het toepassingsbereik bepalen, niet van toepassing zijn op het geluid op een niet-geluidgevoelige gevel. Die onderdelen zijn gericht tot de beheerders van wegen, spoorwegen en industrieterreinen, maar gelden dus niet daar waar een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is voorgeschreven. Specifieke aanduiding in het omgevingsplan maakt het voor de beheerders van wegen, spoorwegen en industrieterreinen duidelijk voor welke gevels de standaardwaarden en grenswaarden niet gelden en dat bijvoorbeeld bij de verbreding van een weg voor het betrokken bevoegd gezag direct duidelijk is welke gevels niet hoeven te worden getoetst. Door het aanwijzen in het omgevingsplan is dan geborgd dat de gevels blijven voldoen aan de eisen die in dit artikel zijn gesteld. 

Wanneer toepassing wordt gegeven aan artikel 4.51, tweede lid, wordt echter niet voldaan aan de omschrijving van een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen. De betreffende gevel is dan weliswaar in een omgevingsvergunning voor binnenplanse omgevingsplanactiviteit als zodanig aangemerkt, maar daarmee wordt niet aan het vereiste dat de gevel in het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit als zodanig is aangemerkt. Het aanmerken van een gevel als niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen kan gebeuren met artikel 4.1184.121, eerste lid, door het opnemen van de daar genoemde aanduiding. Dat vergt echter een wijziging van het omgevingsplan. Om vooruitlopend aan wijziging van het omgevingsplan toch te kunnen voldoen aan het vereiste zoals dat in de begripsbepaling is opgenomen, is in artikel 4.1184.121, tweede lid, bepaald dat als niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen, bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving tevens is aangewezen een gevel waarover met toepassing van artikel 4.51, tweede lid, in de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken het is voorschrift verbonden dat het een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is. 

Daarmee wordt juridisch voldaan aan het vereiste dat de betreffende gevel in het omgevingsplan als zodanig is aangewezen. Inhoudelijke doet het vergunningvoorschrift niet onder voor een geval waarin de gevel in een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit als zodanig is aangemerkt. Uiteindelijk is het wel de bedoeling (net als bij de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit), dat de niet-geluidgevoelige gevel met een aanduiding als zodanig wordt aangemerkt. In artikel 4.1184.121, tweede lid, wordt dit duidelijk gemaakt het begin van de bepaling, waarin is aangegeven dat dit geldt totdat de in het tweede lid bedoelde aanduiding aan een locatie is gegeven. 

Derde lid:

Het derde lid bepaalt dat artikel 4.49, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing zijn.  

VVVVVVV

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.864.89 Toets aan overige regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken 

WWWWWWW

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.874.90 Vergunningvoorschriften met betrekking tot de situering van vluchtwegen

XXXXXXX

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.884.91 Aanvraagvereisten in verband met beoordeling hemelwaterberging

YYYYYYY

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.894.92 Overgangsbepaling: vergunningvoorschriften over archeologische monumentenzorg 

ZZZZZZZ

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.904.93 Overige gegevens en bescheiden

AAAAAAAA

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.914.94 Toepassingsbereik en oogmerk

BBBBBBBB

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.924.95 Uitgestelde toepassing

CCCCCCCC

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

DDDDDDDD

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.944.97 Uitzonderingen op de vergunningplicht

EEEEEEEE

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.954.98 Beoordelingsregels

FFFFFFFF

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.964.99 Advies gemeentelijke Commissie Omgevingskwaliteit Amsterdam

GGGGGGGG

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.974.100 Aanvraagvereisten

In artikel 4.974.100 zijn de aanvraagvereisten opgenomen. De aanvraagvereisten hebben betrekking op gegevens en bescheiden die nodig zijn om de aanvraag te kunnen beoordelen. De aard en de omvang van de sloopactiviteit bepalen welke aanvraagvereisten in een concreet geval van toepassing zijn. Het bevoegd gezag kan in specifieke gevallen, naast de genoemde aanvraagvereisten, op grond van artikel 4:2, tweede lid, in samenhang met artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht ook nog andere aanvraagvereisten formuleren. De gevraagde informatie moet noodzakelijk zijn voor, en in directe relatie staan tot, de beoordeling van de aanvraag.

Onderdeel a:

In onderdeel a is bepaald dat bij de vergunningaanvraag een cultuurhistorische waardebepaling wordt verstrekt van het te slopen bouwwerk of onderdelen daarvan aan de hand van een bouwhistorische opname. Aan de hand van dat onderzoek kan worden bepaald wat de beeldbepalende waarde van het bouwwerk of de onderdelen daarvan is en in hoeverre deze bijdraagt aan het karakter van het stads- of dorpsgezicht. 

Onderdeel b:

Dit onderdeel komt in de plaats van de artikelen 22.296, eerste lid, zoals dat bij wijze van bruidsschat bij inwerkingtreding van de Omgevingswet tijdelijk onderdeel was geworden van dit omgevingsplan. De inhoud is ongewijzigd en houdt in dat als de aanvraag omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit slopen in beschermd stads- of dorpsgezicht betrekking heeft op het slopen van een geheel bouwwerk bij het oordeel wordt betrokken of op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. 

Dit aanvraagvereiste heeft betrekking op de plannen voor de vervangende bebouwing en of deze voldoende rekening houdt met de ruimtelijke kwaliteit van het beschermde stads- of dorpsgezicht en een onevenredige aantasting van het karakter van het beschermde stads- of dorpsgezicht voorkomen kan worden. 

HHHHHHHH

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.984.101 Vergunningvoorschriften

IIIIIIII

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.1084.111 Repressief toezicht op het uiterlijk van bouwwerken met het oog op een goede omgevingskwaliteit

JJJJJJJJ

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.1094.112 Maatwerkvoorschriften

KKKKKKKK

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.1104.113 Toepassingsbereik

LLLLLLLL

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.1114.114 Begripsbepaling

MMMMMMMM

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.1124.115 Verbod op lozen zonder waterberging

NNNNNNNN

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.1134.116 Vereisten hemelwaterberging

OOOOOOOO

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.1144.117 Aanwijzing brandvoorschriftengebied als bedoeld in artikel 5.14, eerste en tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Met dit artikel wordt invulling gegeven aan artikel 5.14 Besluit kwaliteit leefomgeving ten aanzien van brandvoorschriftengebieden. Het gevolg van deze bepalingde bepalingen is aldus dat ter plaatse van de aanduidingaanduidingen 'brandvoorschriftengebied' en 'bouwlaag aangewezen als brandvoorschriftengebied’ aanvullende bouwmaatregelen moeten worden getroffen op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Artikel 5.14, eerste lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving bepaalt wat een brandvoorschriftengebied is. Dat zijn de locaties die in het omgevingsplan kunnen worden aangewezen als op die locaties een brandaandachtsgebied is toegelaten en waar voor een bouwwerk de eis van artikel 4.90, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving geldt. Het is mogelijk om andere gelijkwaardige maatregelen te treffen in plaats van de maatregelen die op grond van hiervoor genoemde bepaling zijn vereist. 

Het tweede lid van artikel 5.14 Besluit kwaliteit leefomgeving schrijft voor dat in het omgevingsplan een (reeds geldend) brandaandachtsgebied wordt aangewezen als brandvoorschriftengebied.

Het aandachtsgebied en het voorschriftengebied zijn nieuw kernbegrippen van de gemoderniseerde omgevingsveiligheid van het Rijk. De aandachtsgebieden voor brand, explosie en gifwolk maken inzichtelijk in welk gebied zich bij een incident bij een aangewezen risicoactiviteit nog levensbedreigende gevolgen voor personen in gebouwen kunnen voordoen. Een aandachtsgebied ontstaat van rechtswege bij het begin van een nieuwe aangewezen risicoactiviteit met aandachtsgebied. De aandachtsgebieden zijn zichtbaar op de Atlas Leefomgeving. 

In tegenstelling tot de aandachtsgebieden ontstaan voorschriftengebieden voor brand- en explosie pas als deze in het omgevingsplan worden aangewezen. Het gevolg van de aanwijzing van een voorschriftengebied is dat nieuw te bouwen gebouwen binnen dat gebied van bouwkundige maatregelen moeten worden voorzien om de daarin verblijvende personen te beschermen. Terwijl het aandachtsgebied iets zegt over de te verwachten risico’s, bepaalt het voorschriftengebied waar extra bescherming in de vorm van bouwkundige maatregelen nodig is.

De gemeente heeft enige vrijheid om te bepalen waar voorschriftengebieden worden aangewezen. Het eerste lid van art. 5.14 Besluit kwaliteit leefomgeving biedt ruimte om in gebieden waarvan de concrete invulling nog niet vaststaat alvast aandachtsgebieden toe te laten voor toekomstige risicoactiviteiten en deze locatie te aan te wijzen als brandvoorschriften- of explosievoorschriftengebied.

Als er eenmaal een aandachtsgebied voor brand -en explosie is ontstaan (omdat een nieuwe aangewezen risicoactiviteit is gestart), dan moet het voorschriftengebied aangewezen worden (gelet op het tweede lid van art. 5.14 Besluit kwaliteit leefomgeving). Echter, het is niet altijd verplicht om het (reeds ontstane) aandachtsgebied aan te wijzen als voorschriftengebied. Op grond van artikel 5.14, derde lid, Besluit kwaliteit leefomgeving is het mogelijk om, in afwijking van het tweede lid, af te zien van de aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied. Ook kan een kleiner brand- of explosievoorschriftengebied worden aangewezen of zelfs tot een bepaalde hoogte [Bron: Onderdeel II Artikelsgewijze toelichting van de Nota van Toelichting bij het Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de uitoefening van taken en bevoegdheden (Besluit kwaliteit leefomgeving), Staatsblad 2018, 292]. Dat kan aan de orde zijn wanneer de risico’s binnen het aandachtsgebied, al dan niet na het treffen van maatregelen, aanvaardbaar zijn en de bouwkundige voorzieningen aan nieuwe gebouwen niet nodig zijn. Deze mogelijkheid geldt niet voor een locatie in een brand- of een explosieaandachtsgebied waar een zeer kwetsbaar gebouw is toegelaten.  Onder ‘zeer kwetsbaar gebouw’ kan in dit geval ook een deel van een gebouw worden verstaan. Dit laatste is van belang voor locaties waar het omgevingsplan gebouwen toelaat met per bouwlaag een onderscheid in toegelaten gebruiksdoel. De situatie kan zich voordoen dat bijvoorbeeld op de begane grond van een gebouw gebruiksfuncties en nevengebruikfuncties zijn toegelaten die maken dat sprake is van een ‘zeer kwetsbaar gebouw’ in de zin van bijlage VI bij artikel 5.3, tweede en derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving en dat op de bovengelegen bouwlagen alleen gebruiksfuncties en nevengebruiksfuncties zijn toegelaten die maken dat sprake is van een ‘beperkt kwetsbaar gebouw’. Voor de begane grond van het gebouw is het dan verplicht om het gebouw aan te wijzen als voorschriften gebied, maar voor de bovenliggende bouwlagen is die verplichting er niet. Zoals uit de Nota van Toelichting van het Bkl is op te maken, geldt de verplichting tot aanwijzen van een voorschriftengebied tot een bepaalde hoogte. Om die reden is een tweede lid toegevoegd waarmee de mogelijkheid wordt geboden om voorschriftgebieden per bouwlaag aan te wijzen.

PPPPPPPP

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.1154.118 Aanwijzing explosievoorschriftengebied als bedoeld in artikel 5.14, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving

Met dit artikel wordt invulling gegeven aan artikel 5.14 Besluit kwaliteit leefomgeving ten aanzien van explosievoorschriftengebieden. Het gevolg van deze bepalingde bepalingen is aldus dat ter plaatse van de aanduidingaanduidingen 'explosievoorschriftengebied' en 'bouwlaag aangewezen als explosievoorschriftengebied’ aanvullende bouwmaatregelen moeten worden getroffen op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Artikel 5.14, eerste lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving bepaalt wat een explosievoorschriftengebied is. Dat zijn de locaties die in het omgevingsplan kunnen worden aangewezen als op die locaties een explosieaandachtsgebied is toegelaten en waar voor een bouwwerk de eis van artikel 4.90, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving geldt. Het is mogelijk om andere gelijkwaardige maatregelen te treffen in plaats van de maatregelen die op grond van hiervoor genoemde bepaling zijn vereist.

Het tweede lid van artikel 5.14 Besluit kwaliteit leefomgeving schrijft voor dat in het omgevingsplan een (reeds geldend) explosieaandachtsgebied wordt aangewezen als explosievoorschriftengebied.

Het aandachtsgebied en het voorschriftengebied zijn nieuw kernbegrippen van de gemoderniseerde omgevingsveiligheid van het Rijk. De aandachtsgebieden voor brand, explosie en gifwolk maken inzichtelijk in welk gebied zich bij een incident bij een aangewezen risicoactiviteit nog levensbedreigende gevolgen voor personen in gebouwen kunnen voordoen. Een aandachtsgebied ontstaat van rechtswege bij het begin van een nieuwe aangewezen risicoactiviteit met aandachtsgebied. De aandachtsgebieden zijn zichtbaar op de Atlas Leefomgeving. 

In tegenstelling tot de aandachtsgebieden ontstaan voorschriftengebieden voor brand en explosie als deze in het omgevingsplan worden aangewezen. Het gevolg van de aanwijzing van een voorschriftengebied is dat nieuwe gebouwen binnen dat gebied van bouwkundige maatregelen moeten worden voorzien om de daarin verblijvende personen te beschermen. Terwijl het aandachtsgebied iets zegt over de te verwachten risico’s, bepaalt het voorschriftengebied waar extra bescherming in de vorm van bouwkundige maatregelen nodig is. 

De gemeente heeft enige vrijheid om te bepalen waar voorschriftengebieden worden aangewezen. Het eerste lid van art. 5.14 Besluit kwaliteit leefomgeving biedt ruimte om in gebieden waarvan de concrete invulling nog niet vaststaat alvast aandachtsgebieden toe te laten voor toekomstige risicoactiviteiten en deze locatie te aan te wijzen als brandvoorschriften- of explosievoorschriftengebied.

 Als er eenmaal een aandachtsgebied voor brand en explosie is ontstaan (omdat een nieuwe aangewezen risicoactiviteit is gestart), dan móet het voorschriftengebied aangewezen worden (gelet op het tweede lid van art. 5.14 Besluit kwaliteit leefomgeving). Echter, het is niet altijd verplicht om het (reeds ontstane) aandachtsgebied aan te wijzen als voorschriftengebied. Op grond van artikel 5.14, derde lid, Besluit kwaliteit leefomgeving is het mogelijk om, in afwijking van het tweede lid, af te zien van de aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied. Ook kan een kleiner brand- of explosievoorschriftengebied worden aangewezenaangewezenof zelfs tot een bepaalde hoogte [Bron: Onderdeel II Artikelsgewijze toelichting van de Nota van Toelichting bij het Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de uitoefening van taken en bevoegdheden (Besluit kwaliteit leefomgeving), Staatsblad 2018, 292]. Dat kan aan de orde zijn wanneer de risico’s binnen het aandachtsgebied, al dan niet na het treffen van maatregelen, aanvaardbaar zijn en de bouwkundige voorzieningen aan nieuwe gebouwen niet nodig zijn. Deze mogelijkheid geldt niet voor een locatie in een brand- of een explosieaandachtsgebied waar een zeer kwetsbaar gebouw is toegelaten.  Onder ‘zeer kwetsbaar gebouw’ kan in dit geval ook een deel van een gebouw worden verstaan. Dit laatste is van belang voor locaties waar het omgevingsplan gebouwen toelaat met per bouwlaag een onderscheid in toegelaten gebruiksdoel. De situatie kan zich voordoen dat bijvoorbeeld op de begane grond van een gebouw gebruiksfuncties en nevengebruikfuncties zijn toegelaten die maken dat sprake is van een ‘zeer kwetsbaar gebouw’ in de zin van bijlage VI bij artikel 5.3, tweede en derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving en dat op de bovengelegen bouwlagen alleen gebruiksfuncties en nevengebruiksfuncties zijn toegelaten die maken dat sprake is van een ‘beperkt kwetsbaar gebouw’. Voor de begane grond van het gebouw is het dan verplicht om het gebouw aan te wijzen als voorschriften gebied, maar voor de bovenliggende bouwlagen is die verplichting er niet. Zoals uit de Nota van Toelichting van het Bkl is op te maken, geldt de verplichting tot aanwijzen van een voorschriftengebied tot een bepaalde hoogte. Om die reden is een tweede lid toegevoegd waarmee de mogelijkheid wordt geboden om voorschriftgebieden per bouwlaag aan te wijzen.

QQQQQQQQ

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.1164.119 Aanwijzing waarde gezamenlijk geluid

RRRRRRRR

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.1174.120 Aanwijzing niet-geluidgevoelige gevel als bedoeld in artikel 4.103b, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving

Artikel 5.78aa van het Besluit kwaliteit leefomgeving maakt het mogelijk dat bij wijziging van het omgevingsplan een geluidgevoelig gebouw wordt toegelaten, waarbij het geluid op dat gebouw hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in tabel 5.78u, van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dat mag alleen als zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen, en geen andere dan de maatregelen, bedoeld in artikel 5.78z van het Besluit kwaliteit leefomgeving in aanmerking komen om het geluid te laten voldoen aan de hiervoor bedoelde grenswaarde. Bij de toepassing van deze mogelijkheid wordt in het omgevingsplan bepaald dat de gevel een niet-geluidgevoelige gevel is. Dat houdt in dat de gevel als zodanig moet worden aangewezen. De consequentie van die aanwijzing is dat artikel 4.103b, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing is. Dat houdt in dat bij het bepalen van de geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied wordt uitgegaan van het gezamenlijke geluid op die gevel, verhoogd met 3 dB. De waarde van het gezamenlijk geluid kan worden bepaald met artikel 4.1164.119. Artikel 4.1174.120 bepaalt wanneer een gevel is aangewezen als niet-geluidgevoelige gevel, zoals bedoeld in artikel 4.103b, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving.. 

Eerste tot en met derde lid: 

Het eerste lid bepaalt dat een gebouw ter plaatse van de aanduiding aanduiding 'geluidgevoelig gebouw met niet-geluidgevoelige gevel' een geluidgevoelig gebouw met niet-geluidgevoelige gevel is. Het tweede lid bepaalt dat de gevel ter plaatse van de aanduiding 'niet-geluidgevoelige gevel’ een niet-geluidgevoelige gevel is, zoals bedoeld in artikel 4.103b, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Daarmee is artikel 4.103b, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing. 

Omdat het niet altijd de gehele gevel is die als niet-geluidgevoelige gevel aangewezen hoeft te worden, maakt het tweede lid het mogelijk dat alleen bepaalde bouwlagen als niet-geluidgevoelige gevel worden aangewezen.  

Vierde lid: 

Op grond van artikel 5.78y van het Besluit kwaliteit leefomgeving kan in een omgevingsplan dat een geluidgevoelig gebouw toelaat, erin worden voorzien dat het geluid op dat gebouw hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in tabel 5.78u van het Besluit kwaliteit leefomgeving, als aan de gevel van het geluidgevoelige gebouw waarop de grenswaarde wordt overschreden, bepaalde bouwkundige maatregelen kunnen worden getroffen. In het tweede lid van artikel 5.78y van het Besluit kwaliteit leefomgeving is bepaald dat bij de toepassing van het eerste lid in het omgevingsplan wordt bepaald dat de gevel een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is. 

Een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen kan worden aangewezen met toepassing van artikel 4.1184.121. Een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen geldt echter ook als niet-geluidgevoelige gevel, zoals bedoeld in artikel 4.103b, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Het derde lid maakt dit duidelijk. Een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen wordt dus niet ook nog als niet-geluidgevoelige gevel aangeduid. De woorden 'voor zover' in het derde lid maken duidelijk dat als toepassing is gegeven aan artikel 4.1184.121, derde lid, alleen die bouwlaag of bouwlagen als geluidgevoelige gevel zijn aan te merken die met dat vierde lid zijn aangewezen als geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen. 

SSSSSSSS

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.764.121 Aanwijzing niet-geluidgevoelige gevels met bouwkundige maatregelen

In artikel 4.1184.121 is de aanwijzing van niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen geregeld. Op grond van artikel 5.78y van het Besluit kwaliteit leefomgeving kan in een omgevingsplan dat een geluidgevoelig gebouw toelaat, erin worden voorzien dat het geluid op dat gebouw hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in tabel 5.78u van het Besluit kwaliteit leefomgeving, als aan de gevel van het geluidgevoelige gebouw waarop de grenswaarde wordt overschreden, bepaalde bouwkundige maatregelen kunnen worden getroffen. In het tweede lid van artikel 5.78y van het Besluit kwaliteit leefomgeving is bepaald dat bij de toepassing van het eerste lid in het omgevingsplan wordt bepaald dat de gevel een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is. 

De beoordeling dat een bepaalde gevel een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is, kan worden gemaakt bij wijziging van het omgevingsplan waarmee een geluidgevoelig gebouw wordt toegelaten. In dat geval dient de gevel als zodanig te worden aangewezen. Om dat te doen is artikel 4.1184.121 opgenomen. 

Het kan ook zijn dat de finale akoestische beoordeling wordt doorgeschoven naar het concrete bouwinitiatief. In dat geval wordt subparagraaf 4.2.4.7 van toepassing gemaakt. Binnen de daar opgenomen beoordelingssystematiek biedt artikel 4.51 de mogelijkheid om de grenswaarde te overschrijden onder voorwaarde dat de in het eerste lid genoemde bouwkundige maatregelen kunnen worden getroffen. In het tweede lid is bepaald dat bij de toepassing van het eerste lid aan de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 4.7, in elk geval het voorschrift wordt verbonden dat de in het eerste lid bedoelde gevel een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is. Hiermee is nog niet voldaan aan het vereiste zoals opgenomen in artikel 5.78y, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, dat in het omgevingsplan wordt bepaald dat de betreffende gevel een niet-geluidluwe gevel met bouwkundige maatregelen is. Ook daarvoor dient dan artikel 4.1184.121

Eerste lid:

In het eerste lid wordt expliciet gemaakt dat de gevel ter plaatse van de aanduiding 'niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen' een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is, bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Het aanwijzen van een gevel als niet-geluidgevoelige gevel betekent dat de in het Besluit kwaliteit leefomgeving bedoelde standaardwaarden en grenswaarden na de initiële toelating ervan verder niet meer gelden voor die gevel. 

De technische gevolgen voor het bouwwerk van die aanwijzing worden geregeld in artikel 4.103b van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Deze aanduiding betekent onder meer dat het geluidgevoelige gebouw op grond van artikel 4.103b, eerste lid, Bbl 3 dB extra geluidwering krijgt. Hiermee is de geluidwering bestand tegen een toekomstige toename van het geluid. De geluidwering wordt in overeenstemming met regels van het Bbl bepaald voor de uitwendige scheidingsconstructie van een gebouw, dus bijvoorbeeld inclusief het geluidwerende effect van de borstweringen van balkons. Overigens wordt de aanduiding in dit omgevingsplan voorafgegaan door een voorschrift dat aan de omgevingsvergunning voor het bouwwerk wordt verbonden. Daarmee is al wel geborgd dat de maatregelen worden getroffen, maar is nog niet de inzichtelijkheid voor de wegbeheerder gegeven. Daartoe dient dit artikel 4.1184.121

Specifieke aanduiding in het omgevingsplan maakt het voor de beheerders van wegen, spoorwegen en industrieterreinen duidelijk voor welke gevels de standaardwaarden en grenswaarden niet gelden en dat bijvoorbeeld bij de verbreding van een weg voor het betrokken bevoegd gezag direct duidelijk is welke gevels niet hoeven te worden getoetst (zie toelichting bij artikel 4.51). Artikel 4.1184.121 dient dus ook dat doel. 

Tweede lid:

Het tweede lid is van toepassing op situaties waarin subparagraaf 4.2.4.7 van toepassing is. Wanneer de finale afweging wordt doorgeschoven naar het concrete initiatief, zal een specifieke aanduiding in het omgevingsplan dat een bepaalde gevel een niet-geluidluwe gevel met bouwkundige maatregelen, niet tegelijkertijd met het verlenen van de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 4.7, kunnen gebeuren. In de omgevingsvergunning wordt op grond van artikel 4.51, tweede lid, wel het voorschrift gegeven dat de betreffende gevel als zodanig ket worden uitgevoerd. Daarmee is dit vereiste wel bekend bij de initiatiefnemer voor het geluidgevoelig gebouw, maar is dit nog niet kenbaar bij de wegbeheerder. Daarvoor zal eerst het omgevingsplan moeten worden gewijzigd. En hoewel dit een technische wijziging betreft die een reeds vergunde situatie consolideert, zal hierop de normale wijzigingsprocedure van toepassing zijn. Om duidelijk te maken dat er ook sprake kan zijn van een niet-geluidluwe gevel met bouwkundige maatregelen zonder dat dit reeds specifiek in het omgevingsplan is aangeduid, is het tweede lid opgenomen. Daarin is bepaald dat totdat de in het eerste lid bedoelde aanduiding aan een locatie is gegeven, ook als niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen, bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving, is aangewezen een gevel waarover met toepassing van artikel 4.51, tweede lid, in een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 4.7, het voorschrift is verbonden dat het een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is. 

Overigens geldt ook voor buitenplanse omgevingsvergunningen dat wanneer daarbij wordt voorzien in een niet-geluidluwe gevel met bouwkundige maatregelen, dat dit niet direct specifiek in het omgevingsplan is aangeduid. Daarvoor geldt dat het omgevingsplan binnen een termijn van vijf jaar in overeenstemming moet zijn gebracht moet die vergunning (artikel 4.17 van de Omgevingswet). In beide gevallen geldt dat hoe eerder het omgevingsplan is gewijzigd, hoe eerder voor wegbeheerders duidelijk is waar sprake is van niet-geluidgevoelige gevels met bouwkundige maatregelen. Dit neemt echter niet weg dat de wegbeheerder altijd verder zal moeten kijken dan het omgevingsplan, niet alleen vanwege de binnenplanse vergunningen, maar ook vanwege de buitenplanse.   

Derde lid:

Het derde lid voorziet erin dat de verplichte realisatie van een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen alleen geldt voor die verdiepingen waar dat nodig is. Het bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag met niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen' het eerste lid alleen van toepassing is op de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen. Dat moet voorkomen dat er geveldelen worden uitgevoerd als niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen, zonder dat dit nodig is. 

Tot slot: geen binnenplanse afwijkmogelijkheid:

Onder oud recht werd in bestemmingsplannen vaak voorzien in een globale regeling, waarbij een dove gevel werd voorgeschreven, maar waarvan met een binnenplanse afwijkvergunning van die verplichting kon worden afgeweken. Een dergelijke afwijkvergunning kon dan worden verleend wanneer vanwege bijvoorbeeld gewijzigde omstandigheden als nog aan een vastgestelde hogere waarde of aan de voorkeursgrenswaarde kon worden voldaan. 

Een dergelijke systematiek is niet langer gewenst, omdat wegbeheerders bij het vaststellen van geluidproductieplafonds geen rekening wordt gehouden met het geluid op die niet-geluidgevoelige gevels. Dat geldt ook als geluidproductieplafonds worden verhoogd en het geluid toeneemt. Ook bij wegverbreding geldt dat voor het betrokken bevoegd gezag direct duidelijk dat aan die gevels niet hoeft te worden getoetst Om inzicht te krijgen in waar zich niet-geluidgevoelige gevels bevinden, zal de wegbeheerder naar verwachting eerst kijken in het omgevingsplan. Bij als zodanig aangegeven gevels, hoeft niet te worden getoetst (artikelen 3.18 en 5.78i van het Besluit kwaliteit leefomgeving). 

Wanneer binnenplanse kan worden afgeweken van de verplichting een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen ook daadwerkelijk als zodanig uit te voeren, dan zou de situatie zich kunnen voordoen dat bij het vaststellen of wijzigen van geluidproductieplafonds geen rekening wordt gehouden met geluid op een gevel die in het omgevingsplan weliswaar als niet-geluidgevoelig is aangemerkt, maar die niet als zodanig is uitgevoerd omdat ontheffing was verleend. Dat zou het ongewenste gevolg kunnen hebben dat op enig moment alsnog de grenswaarde wordt overschreden, echter zonder dat de negatieve gevolgen daarvan worden voorkomen door bronmaatregelen of bouwkundige maatregelen aan de gevel. Wanneer een gevel in het omgevingsplan is aangeduid als een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen, dan wordt ervan uitgegaan dat die gevel ook als zodanig is uitgevoerd. 

De verwachting is dat de behoefte aan een globale regeling, zoals in bestemmingsplannen veelal werd gehanteerd, minder groot zal zijn nu in het omgevingsplan is gekozen voor het doorschuiven van de definitieve afweging naar de omgevingsvergunning. Daarmee wordt immers direct op het niveau van de concrete bouwaanvraag beoordeeld of wel of geen niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen nodig is. 

Dit neemt niet weg dat zich altijd de situatie kan voordoen dat vanwege gewijzigde omstandigheden een lagere geluidbelasting zal optreden dan de grenswaarde, waardoor een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen niet langer nodig is. Het als zodanig uitvoeren van de gevel zal dan in veel gevallen ook ongewenst zijn. Dit kan worden bereikt door het omgevingsplan op dat moment te wijzingen en de aanduiding te laten vervallen, of door middel van een buitenplanse omgevingsvergunning ontheffing te verlenen van de verplichting de gevel als niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen uit te voeren. Dit laatste is ongewenst, om dezelfde reden als waarom een binnenplanse afwijkmogelijkheid ongewenst is. Mocht daaraan desondanks toepassing worden gegeven dan is het zaak zo snel mogelijk nadat die vergunning is verleend het omgevingsplan alsnog te wijzingen, zodat voor wegbeheerders duidelijk is dat men wel rekening dient te houden met die gevel, waardoor de hiervoor geschetst situatie zich niet zal voordoen. 

TTTTTTTT

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.6 Vangnetbepaling ruimtelijke regels bouwwerken

Dit artikel bevat een algemene verbodsbepaling op het bouwen en in stand houden van bouwwerken op een wijze die in strijd is met de in hoofdstuk 5 en hoofdstuk 7 bedoelde ruimtelijke regels over bouwwerken. 

Het tweede lid bevat een overgangsrechtelijke bepaling voor daar waar het onder oud recht vastgestelde bestemmingsplan nog niet is vervallen. 

Het derde lid bepaalt dat, in aanvulling op het eerste en tweede lid, daar waar een TAM-omgevingsplan is vastgesteld het verboden is een bouwwerk te bouwen en in stand te houden op een wijze die niet in overeenstemming is met de in dat TAM-omgevingsplan opgenomen ruimtelijke regels over bouwwerken.

In bijlage I is opgenomen dat onder een TAM-omgevingsplan wordt verstaan een wijzigingsbesluit van dit omgevingsplan, dat is gepubliceerd met toepassing van de IMRO-standaarden, bedoeld in artikel 11.1 lid 2 van het Besluit elektronische publicaties. In paragraaf 6.4 wordt meer uitgebreid ingegaan op het TAM-omgevingsplan. 

Een TAM-omgevingsplan, dat in juridisch opzicht een integraal onderdeel is van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam, bevat over het algemeen zelf ruimtelijke regels over bouwwerken. Zolang de desbetreffende regels niet met toepassing van STOP-TP technisch zijn geïntegreerd in het Omgevingsplan gemeente Amsterdam, zijn deze regels mede bepalend voor de vraag welk gebruik wel of niet is toegestaan. 

Daarbij is wel aangegeven dat dit in aanvulling is op het eerste en tweede lid. Dat betekent dat het eerste van toepassing blijft. Dat betekent dat voldaan moet worden aan óók de regels, gesteld in hoofdstuk 4. Het betekent dat ook het tweede lid van toepassing blijft, uiteraard voor zover het onder oud recht vastgesteld ruimtelijk plan nog niet is vervallen. In de meeste gevallen zal een TAM-omgevingsplan voor het besluitgebied ervan in de plaats komen van een dergelijk ruimtelijk plan. Het is echter ook mogelijk dat met een TAM-omgevingsplan alleen aanvullende regels worden gegeven. In dat geval moeten ook de regels van het onder oud recht vastgesteld ruimtelijk plan van toepassing blijven. 

UUUUUUUU

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.15 Waar bovengrondse gebouwen zijn toegestaan 

Eerste lid:

In artikel 5.15, eerste lid, is bepaald waar bovengrondse gebouwen zijn toegestaan, namelijk ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'. Dit artikel heeft betrekking op bovengrondse gebouwen. Buiten een aangeven bouwvlak zijn bovengrondse gebouwen, tenzij elders anders is bepaald, niet toegestaan. Het ‘tenzij elders anders bepaald’ geeft al aan dat er uitzonderingen zijn. Het tweede lid bevat reeds uitzonderingen hierop, maar bijvoorbeeld ook artikel 5.8 bevat regels op grond waarvan bepaalde gebouwen ook buiten een bouwvlak zijn toegestaan.    

Tweede lid:

Het tweede lid bevat een beperking van het toepassingsbereik van dit artikel. Voor de toelichting wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting bij artikel 5.25.

Derde lid:

In het derde lid is bepaald dat een bijgebouw ook is toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouw toegestaan’. Deze aanduiding kan geplaatst worden op het gebouwerf. In bijlage I is bepaald dat onder een bijgebouw wordt verstaan een op het bij een hoofdgebouw behorend erf gerealiseerd gebouw dat niet zoals een aanbouw of uitbouw in directe verbinding staat met het hoofdgebouw door bijvoorbeeld een opening of deur. In bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is bepaald dat onder gebouwerf wordt verstaan bebouwd of onbebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij het omgevingsplan die inrichting niet verbiedt. Bijvoorbeeld: als het hoofdgebouw een woning betreft, mag op deze locatie een bijgebouw zoals een schuur worden gebouwd.

Vierde lid:

In dit lid staan aanvullende regels opgenomen ten aanzien van het bebouwingspercentage voor specifieke percelen. Deze regels worden gesteld met het oog op het beschermde stadsgezicht of beschermenswaardige stedenbouwkundige structuren. In dit lid wordt bepaald dat bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de uitgangsregel dat bovengrondse gebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak. Dit is mogelijk tot een bebouwingspercentage van de daar bepaalde waarde. Deze regel zal veelal gelden voor percelen alwaar op grond van een eerder planologisch recht tot een bepaald percentage mag worden gebouwd. De regel maakt het mogelijk om tot een maximum percentage buiten het bouwvlak te bebouwen, bijvoorbeeld om een groter bebouwingsoppervlak te realiseren of een andere situering van het gebouw. Hier kan alleen worden meegewerkt als het bouwplan voldoet aan de gestelde beoordelingsregels: de stedenbouwkundige kwaliteit en de beeldkwaliteit van de locatie mogen niet worden aangetast en het belang van het behoud van cultureel erfgoed mag zich niet verzetten tegen het bouwplan. De bepaling is nodig voor beschermde stadsgezichten om bij sloop-nieuwbouw of andere belangrijke veranderingen aantasting van het karakter van beschermde stads- of dorpsgezichten te voorkomen (artikel 5.130 lid 2 sub d onder 2 Besluit kwaliteit leefomgeving). Voor het bovengrondse hoofdgebouw wordt een bouwvlak opgenomen. De aanduiding ‘afwijkmogelijkheid maximum bebouwingspercentage’ wordt op het gebouwerf en de gronden onder het hoofdgebouw (dus het gehele perceel) gelegd. Tot welk percentage een perceel mag worden bebouwd, wordt bepaald door de voor een locatie geldende waarde. Die bepaalt in combinatie met de regeltekst van het eerste lid het daar geldende maximum bebouwingspercentage. Dat percentage is weergegeven op de bij deze regel behorende digitale kaart. 

VVVVVVVV

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.17 Bouwhoogte van gebouwen

In artikel 5.17 wordt bepaald wat voor gebouwen de maximum bouwhoogte op een bepaalde locatie is. De bouwhoogte wordt gemeten met toepassing van artikel 5.3, onderdeel c. Tenzij anders is bepaald, wordt gemeten vanaf peil.

Eerste lid:

In het eerste lid is de uitgangsregel opgenomen dat voor bovengrondse gebouwen de bestaande bouwhoogte de maximum bouwhoogte. Deze uitgangsregel geldt, tenzij elders anders is bepaald. Wanneer met toepassing van het tweede of derde lid voor een locatie een specifieke bouwhoogte is bepaald, dan geldt die maximum bouwhoogte. In bijlage I is bepaald dat onder bestaand wordt verstaan feitelijk en legaal aanwezig, dan wel vergund of zonder vergunning toegestaan  

Tweede lid:

Het tweede lid bepaalt dat in afwijking van het eerste lid ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte gebouw' de maximum bouwhoogte van gebouwen de daar bepaalde waarde is. Op de aangeduide locatie is dus niet de bestaande situatie bepalend, maar de ter plaatse geldende norm. Hoe hoog op een locatie mag worden gebouwd, wordt bepaald door de voor een locatie geldende waarde. Die bepaalt in combinatie met de regeltekst van het tweede lid de daar geldende maximum bouwhoogte. Die waarden zijn weergegeven op de bij deze regel behorende digitale kaart. 

Derde lid: 

De bouwhoogte wordt gemeten met toepassing van artikel 5.3. Tenzij anders is bepaald, wordt gemeten vanaf peil. In het derde lid is een daarvan afwijkende regel opgenomen. Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte gebouw t.o.v. NAP' is de maximum bouwhoogte van gebouwen de daar bepaalde waarde, gemeten ten opzichte NAP. Deze regel wordt met name toegepast op locaties waar sprake is van een sterk wisselende maaiveld met grote hoogteverschillen in het maaiveld, of wanneer de bouwhoogte aanzit tegen de maximum bouwhoogte die vanwege hogere regelgeving vanwege bijvoorbeeld de aanwezigheid van Schiphol. Die maxima zijn gerelateerd aan NAP. Het ligt voor de hand in die gevallen in het omgevingsplan daarop aan te sluiten.  

Vierde lid:

In het vierde lid is een regel opgenomen die een minimum bouwhoogte bepaalt. Hoe hoog op een locatie minimaal moet worden gebouwd, wordt bepaald door de voor een locatie geldende waarde. Die waarden zijn weergegeven op de bij deze regel behorende digitale kaart. 

Vijfde lid: 

In het eerste lid is de uitgangsregel opgenomen dat voor bovengrondse gebouwen de bestaande bouwhoogte de maximum bouwhoogte is. Voor een aantal locaties in Amsterdam is in het voorheen geldende bestemmingsplan een maximale bouwhoogte op de plankaart opgenomen, die hoger is dan de bestaande bouwhoogte. Voor die locaties is, voor zover dat wenselijk is, in het vijfde lid een overgangsbepaling opgenomen. Voor de duur van 5 jaar na inwerkingtreding van het eerste lid geldt de hogere bouwhoogte uit het voormalig bestemmingsplan. Dat geldt alleen ter plaatse van de aanduiding 'overgangsbepaling bouw- en goothoogte' 

Zesde lid: 

Het vijfdezesde lid bevat een beperking van het toepassingsbereik van dit artikel. Voor de toelichting wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting bij artikel 5.25.

WWWWWWWW

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.18 Goothoogte van gebouwen

In artikel 5.18 wordt bepaald wat voor gebouwen de maximum goothoogte is. De goothoogte wordt gemeten met toepassing van van artikel 5.3, onderdeel b. In bijlage I is vastgelegd dat onder goothoogte moet worden verstaan de hoogte vanaf het peil tot de snijlijn tussen het verticaal gevelvlak en het al dan niet hellend dakvlak.  

Eerste lid:

Eerste lid:

In het eerste lid is bepaald dat voor een gebouw de bestaande goothoogte de goothoogte is. Voorwaarde is wel dat het moet gaan om een legaal gebouwd gebouw.  

Tweede lid:

Tweede lid:

Het tweede lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte' de maximum goothoogte van gebouwen de daar bepaalde waarde is. Op de aangeduide locatie is dus niet de bestaande situatie bepalend, maar de ter plaatse geldende norm. De maximum goothoogte wordt bepaald door de voor een locatie geldende waarde. Die bepaalt in combinatie met de regeltekst van het tweede lid de daar geldende maximum goothoogte. Die waarden zijn weergegeven op de bij deze regel behorende digitale kaart.

Derde lid: 

In het eerste lid is de uitgangsregel opgenomen dat voor bovengrondse gebouwen de bestaande goothoogte de maximum goothoogte is. Voor een aantal locaties in Amsterdam is in het voorheen geldende bestemmingsplan een maximale goothoogte op de plankaart opgenomen, die hoger is dan de bestaande goothoogte. Voor die locaties is, voor zover dat wenselijk is, in het derde lid een overgangsbepaling opgenomen. Voor de duur van 5 jaar na inwerkingtreding van het eerste lid geldt de hogere bouwhoogte uit het voormalig bestemmingsplan. Dat geldt alleen ter plaatse van de aanduiding 'overgangsbepaling bouw- en goothoogte' 

XXXXXXXX

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.19 Minimale hoogte van de eerste bouwlaag 

In artikel 5.19 is bepaald dat ter plaatse van de aanduiding 'hoogte eerste bouwlaag' de minimale bouwhoogte van de eerste bouwlaag de daar bepaalde waarde. Daarbij is aangegeven dat deze wordt gemeten vanaf de vloer van de eerste bouwlaag, tot bouwlaag tot aan de bovenkant vloer van de tweede bouwlaag. In bijlage I is de eerste bouwlaag omschreven als de bouwlaag op de begane grond. Omdat de eerste bouwlaag ophoudt waar de tweede bouwlaag begint, wordt dit gemeten tot dat punt. Dit behoeft geen verduidelijking in de regels.  

Hoewel veel bestemmingsplannen tevens een begripsbepaling bevatten van wat een bouwlaag is, is ervan afgezien daarvoor wederom een begripsbepaling op te nemen. Bestemmingsplannen bevatten uiteenlopende omschrijvingen waarbij het in de details verschilde, zonder dat dit echt van grote betekenis leek te zijn voor de uitleg van regels waarin het begrip bouwlaag voorkomt. Het wordt voldoende duidelijk gedacht wat eronder wordt verstaan. In het tweede lid is bepaald dat indien de vloer van de eerste verdieping onder het aangrenzend maaiveld ligt, wordt in afwijking van het eerste lid gemeten vanaf aangrenzende maaiveld tot aan de bovenkant vloer van de tweede bouwlaag.

Er zijn locaties waar een bepaalde minimale hoogte van de eerste bouwlaag om stedenbouwkundige redenen niet voor de volledige eerste bouwlaag is vereist, maar voor een deel daarvan. Mede om die reden is in het derde lid bepaald dat ter plaatse van de aanduiding 'beperkingen ten aanzien van de eerste bouwlaag' de minimale bouwhoogte van de eerste bouwlaag, gemeten vanaf de vloer van de eerste bouwlaag tot aan de bovenkant vloer van de tweede bouwlaag, niet minder dan 3,5 meter bedragen, met dien verstande dat deze bij ten minste 50% van de eerste bouwlaag niet minder dan 5 meter mag bedragen.  

YYYYYYYY

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.23 Bruto-vloeroppervlakte gebouwen (m2)

Artikel 5.23 bevat regels over het bruto-vloeroppervlakte van bebouwing. In artikel 5.3 is bepaald dat, in navolging van het Besluit bouwwerken leefomgeving, op het meten van de bruto-vloeroppervlakte NEN 2580 van toepassing is. In dat artikel is eveneens bepaald dat de waarde geldt per afzonderlijk vlak.

Eerste lid:

Het eerste lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'minimum bruto-vloeroppervlakte gebouwen' de minimum bruto-vloeroppervlakte van de gebouwen de daar bepaalde waarde is. Het minimum heeft betrekking op alle gebouwen, zowel boven- als ondergrondse. 

Tweede lid:

Het tweede lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bruto-vloeroppervlakte gebouwen' de maximum bruto-vloeroppervlakte van de gebouwen de daar bepaalde waarde is. Het maximum heeft betrekking op alle gebouwen, zowel boven- als ondergrondse.   

Derde lid:

Het derde lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'minimum bruto-vloeroppervlakte bovengrondse gebouwen' is de minimum bruto-vloeroppervlakte van de bovengrondse  gebouwen de daar bepaalde waarde is. In dit geval heeft het minimum betrekking op alleen de bovengrondse gebouwen.   

Vierde lid:

Het vierde lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte bovengrondse gebouwen' de maximum bruto-vloeroppervlakte van de bovengrondse gebouwen de daar bepaalde waarde is. In dit geval heeft het maximum betrekking op alleen de bovengrondse gebouwen. 

ZZZZZZZZ

Na sectie ' Bouwdelen aan of op een gebouw' worden twee secties ingevoegd, luidende:

Artikel 5.26 Nadere regels over de kap van een gebouw

Dit artikel bevat regels over de kapvorm van gebouwen. In dit artikel is bepaald dat de kapvorm op een bepaalde wijze moet worden uitgevoerd. 

Eerste lid:

Het eerste lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'dakvorm uitbouw - dwarskap’ de uitbouw van een kap aan de achterzijde van een woning alleen toegestaan is in de vorm van een dwarskap. Achteruitbouw van een kap die parallel aan de weg loopt (zogenoemde ‘langskappers’) is ter plaatse van voornoemde aanduiding dus slechts mogelijk in de vorm van een kap die dwars op de weg staat. Ter plaatse van voornoemde aanduiding kan de achteruitbouw van een kap die al dwars op de weg staat alleen uitgevoerd worden door de bestaande kap in dezelfde vorm uit te breiden. Uitbouw aan de achterzijde is uiteraard mogelijk tot de in het omgevingsplan toegestane goot- /bouwhoogte. 

Tweede lid:

Het tweede lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'kapvorm woning’ de vorm en helling van een bestaande kap van een woning niet mag worden gewijzigd. De aanduiding is bedoeld om de bestaande kap van een woning te behouden. Aldus wordt aantasting van het daklandschap voorko- men.

Artikel 5.27 Behoud bestaande lichthoven

In dit artikel is bepaald dat ter plaatse van de aanduiding ‘lichthof behouden’ ter plaatse van onbebouwde ruimte geen bouwvolume mag worden toegevoegd. Met een lichthof wordt een onbebouwde ruimte binnen een bouwvlak bedoeld. Dit betekent dat een lichthof niet volledig omringd hoeft te zijn, maar ook bijvoorbeeld aan de achterzijde van een bestaand gebouw kan bestaan. Daarnaast geldt dat de onbebouwde ruimte niet op maaiveldniveau hoeft te beginnen. De aanduiding ‘lichthof behouden’ kan over het gehele bouwvlak zijn gelegd. Deze regel zorgt voor het behoud van bestaande lichthoven. Dat geldt ook als er wel een bouwvlak of een toegestane bouwhoogte geldt, die afwijkt van de bestaande situaitie. Deze regel geldt in dat geval in afwijking van artikel 5.15 en 5.17.   

AAAAAAAAA

Na sectie ' Bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van hoogspanningsverbindingen' wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Artikel 5.43 Vlaggenmasten en reclamezuilen

Eerste lid: 

Het eerste lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte vlaggenmast' vlaggenmasten zijn toegestaan met als maximum bouwhoogte de daar bepaalde waarde. Hoe hoog op een locatie mag worden gebouwd, wordt bepaald door de voor een locatie geldende waarde. Die bepaalt in combinatie met de regeltekst van het eerste lid de daar geldende maximum bouwhoogte. Die waarden zijn weergegeven op de bij deze regel behorende digitale kaart. 

Tweede lid:

Het tweede lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte reclamezuil' reclamezuilen zijn toegestaan met als maximum bouwhoogte de daar bepaalde waarde is. Hoe hoog op een locatie mag worden gebouwd, wordt bepaald door de voor een locatie geldende waarde. Die bepaalt in combinatie met de regeltekst van het tweede lid de daar geldende maximum bouw- hoogte. Die waarden zijn weergegeven op de bij deze regel behorende digitale kaart.

BBBBBBBBB

Na sectie ' Maximum bebouwingspercentage stadspark' wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Artikel 5.48 Voor mensen toegankelijke overkappingen

In bijlage I is bepaald wat in dit omgevingsplan onder overkapping wordt verstaan. Het gaat om een bouwwerk met een dak dat al dan niet voorzien is van ten hoogste één wand. Een overkapping heeft geen wand of maximaal een wand. Hiermee onderscheidt de overkapping zich van een gebouw, dat als bouwwerk minimaal twee wanden heeft (wat onder gebouw wordt verstaan staat omschreven in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet). Het toepassingsbereik van dit artikel is beperkt tot overkappingen waar mensen onder kunnen staan en verblijven, zoals carports, pergola’s met een gesloten dakconstructie en overkappingen bij tankstations. Kleine bouwwerken met een dak zonder verblijfsfunctie, zoals een (af)dakje boven een container, installatie en houtopslag of een overdekte fietsenstalling waar je niet onder kunt staan, vallen buiten de reikwijdte van dit artikel. Deze afbakening is opgenomen om ongewenste interpretaties en handhavingsproblemen te voorkomen. De bouwhoogte van dergelijke bouwwerken met kleine functionele dakjes wordt geregeld in artikel 5.36. Voor zover een overkapping functioneel verbonden is met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw is deze aan te merken als een bijbehorend bouwwerk in de zin van Bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving en kan zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken worden opgericht in het achtererfgebied, mits wordt voldaan aan de vereisten in artikel 5.8, onder a, en de uitzonderingen, gesteld in artikelen 5.10 tot en met 5.13 niet van toepassing zijn.

Eerste lid:

Het eerste lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte voor mensen toegankelijke overkapping' een voor mensen toegankelijke overkapping is toegestaan, met als maximum bouwhoogte de daar bepaalde waarde. Omdat de aanduiding maximum bouwhoogte is gekoppeld aan een locatie, wordt daarmee tevens bepaald waar een voor mensen toegankelijke overkapping mag worden opgericht. Hoe hoog de overkapping op een locatie mag worden, wordt bepaald door de voor de betreffende locatie geldende waarde, zoals weergegeven op de bij deze regel behorende digitale kaart. 

Tweede lid:

Het tweede lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlakte voor mensen toegankelijke overkappingen' het maximum bebouwd oppervlak aan voor mensen toegankelijke overkappingen de daar bepaalde waarde is. De aanduiding is bedoeld voor overkappingen waar geen exacte locatie voor is bepaald, maar waarvoor wel een beperking in het totale oppervlak wenselijk is. In artikel 5.3 is bepaald dat de waarde geldt per afzonderlijk vlak. 

CCCCCCCCC

Na sectie ' Voorgeschreven ontsluiting parkeervoorziening' worden vijf secties ingevoegd, luidende:

Artikel 5.76 Open pui niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'beperkingen ten aanzien van de pui'

Eerste lid:

In het eerste lid is bepaald dat het ter plaatse van de aanduiding ‘beperkingen ten aanzien van de pui' niet is toegestaan een open pui te hebben/construeren zodat de mogelijk tot verkoop van goederen of eetwaren ontstaat. 

Tweede lid:

In het tweede lid is beschreven wat onder een open pui wordt verstaan. Het kan bijvoorbeeld gaan om een opening in de voorgevel van waaruit via een counter patat wordt verkocht. Een ander voorbeeld is een pand in een winkelstraat waarvan (een deel van) de voorgevel is weggenomen. Zo'n pand wordt dan afgesloten door middel van een rolluik. 

Derde lid:

Het derde lid maakt een uitzondering op het verbod. Legaal aanwezige open puien vallen niet onder het verbod. Hetzelfde geldt voor open puien die zijn toegestaan door middel van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. 

Artikel 5.77 Gesloten pui niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'beperkingen ten aanzien van de pui'

Eerste lid:

In het eerste lid is bepaald dat ter plaatse van de aanduiding ‘beperkingen ten aanzien van de pui' het niet is toegestaan een gesloten pui of een berging aan de straatzijde te hebben. Op deze manier wordt bewerkstelligd dat interactie tussen de bouwlaag of bouwlagen op straatniveau en de straat niet wordt beperkt en de levendigheid behouden blijft. 

Tweede lid:

In het tweede lid is beschreven wat onder een gesloten pui wordt verstaan. Een gesloten pui is een voorgevel die op straatniveau geheel of grotendeels ondoorzichtig is. Een pui mag bijvoorbeeld niet zonder raam of deur worden geconstrueerd. 

Derde lid:

In het derde lid is bepaald in welke gevallen een gesloten pui wel is toegestaan. 

Vierde lid:

In het vierde lid is bepaald in welke gevallen van het eerste lid kan worden afgeweken door middel van een omgevingsvergunning. Er kan van het bepaalde in het eerste lid worden afgeweken ten behoeve van een aantal gebruiksdoelen uit hoofdstuk 2 van het omgevingsplan en voor bergingen indien het niet mogelijk is om deze op een andere plek te situeren. 

Vijfde lid:

In het vijfde zijn de beoordelingsregels opgenomen die van toepassing zijn op het vierde lid.

Artikel 5.78 Geen loggia’s aan straatzijde ter plaatse van de aanduiding 'loggia’s aan straatzijde niet toegestaan'

Eerste lid: 

In het eerste lid is bepaald dat, ter plaatse van de aanduiding ‘loggia's aan de straatzijde niet toegestaan', loggia's aan de straatzijde niet zijn toegestaan. 

Tweede lid:

Het tweede lid maakt een uitzondering op het verbod als bepaald in het eerste lid. Legaal aanwezige loggia's aan de straatzijde vallen niet onder het verbod. Hetzelfde geldt voor loggia's die zijn toegestaan door middel van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

Artikel 5.79 Behoud zelfstandige ontsluiting van hogere bouwlagen ter plaatse van de aanduiding 'behoud zelfstandige ontsluiting hogere bouwlagen'

Eerste lid:

In het eerste lid is bepaald dat ter plaatse van de aanduiding ‘behoud zelfstandige ontsluiting hogere bouwlagen’ in elk pand een zelfstandige ontsluiting van hogere bouwlagen aanwezig moet zijn. Op deze manier kan elk pand op zichzelf functioneren. 

Tweede lid:

In het tweede lid is beschreven wat onder een pand wordt verstaan. Een pand is de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de grond is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. Met deze begripsomschrijving wordt duidelijk dat wordt teruggegrepen op het gebouw zoals dat bij eerste oprichting tot stand is gekomen.  

Derde lid:

In het derde lid is bepaald in welke gevallen geen zelfstandige ontsluiting naar hogere bouwlagen aanwezig dient te zijn. 

Vierde lid:

In het vierde lid is bepaald dat van het eerste lid kan worden afgeweken door middel van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken en aan welke beoordelingsregel wordt getoetst. Deze omgevingsvergunning kan worden verleend wanneer bijvoorbeeld een project voorziet in het samenvoegen van twee panden door middel van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In dat geval kan met één ontsluiting naar hogere bouwlagen worden volstaan. De afweging hiervoor ligt bij de beoordeling van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit. 

Artikel 5.80 Samenvoegen van panden niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'samenvoegen panden niet toegestaan'

Eerste lid:

In het eerste lid is bepaald dat ter plaatse van de aanduiding 'samenvoegen panden niet toegestaan’ het samenvoegen van panden niet is toegestaan. Daarnaast geldt dat in het geval van nieuwbouw na sloop elk pand dient te worden teruggebouwd in de oorspronkelijke breedte. Met dit verbod wordt geborgd dat het functioneren van elk pand op zichzelf blijft bestaan met ieder zijn eigen functie. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. 

Tweede lid:

In het tweede lid zijn een aantal begrippen uit het eerste lid beschreven. 

Derde lid: 

In het derde lid is bepaald dat legaal aanwezige en vergunde samenvoegingen niet onder het verbod, bedoeld in het eerste lid, vallen. 

Vierde lid:

In het vierde lid is bepaald dat door middel van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken kan worden afgeweken van het verbod, bedoeld in het eerste lid. Dit is het geval wanner een legaal bestaande doorbraak aanwezig is. Deze mag worden dichtgezet en op een andere plek worden gerealiseerd. 

Vijfde lid:

In het vijfde zijn de beoordelingsregels opgenomen die van toepassing zijn op het vierde lid. 

DDDDDDDDD

Na sectie ' Vergunningvoorschriften' worden drie secties ingevoegd, luidende:

Artikel 7.2 Gebiedsspecifieke gebruiksbeperkingen Centrum – 1

Eerste lid:

Dit artikel bevat beperkingen voor toeristenwinkels en eetwinkels. Deze beperkingen gelden in aanvulling op paragraaf 2.3.4. Het eerste lid bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding 'gebiedsspecifieke beperkingen Centrum – toeristenwinkels en eetwinkels' toeristenwinkels en eetwinkels niet zijn toegestaan. Hiermee worden in (toeristische) gebieden beperkingen opgelegd aan het gebruik ten behoeve van het gebruiksdoel detailhandel. 

Tweede lid:

Met het tweede lid wordt een uitzondering gemaakt op het verbod genoemd in het eerste lid ten aanzien van een toeristenwinkel. Deze uitzondering kan worden toegepast in de situatie dat op een locatie al een toeristenwinkel is gevestigd op het moment dat de aanduiding, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast. 

Derde lid:

Met het derde lid wordt een uitzondering gemaakt op het verbod genoemd in het eerste lid ten aanzien van een eetwinkel. Deze uitzondering kan worden toegepast in de situatie dat op een locatie al een eetwinkel is gevestigd op het moment dat de aanduiding, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast. 

Vierde lid:

Met het vierde lid wordt een uitzondering gemaakt op het verbod genoemd in het eerste lid ten aanzien van toeristische dienstverlening. Deze uitzondering kan worden toegepast in de situatie dat op een locatie al toeristische dienstverlening is toegestaan op het moment dat de aanduiding, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast. 

Vijfde lid:

Met het vijfde lid wordt een uitzondering gemaakt op het verbod genoemd in het eerste lid ten aanzien van een voorziening gericht op entertainment. Deze uitzondering kan worden toegepast in de situatie dat op een locatie al een voorziening gericht op entertainment is gevestigd op het moment dat de aanduiding, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast.  

Artikel 7.4 Overgangsbepaling dakvorm Centrum

In dit artikel is bepaald hoe, ter plaatse van de aanduiding, een dakvorm in geval van nieuwbouw of in geval van aanpassing van de bestaande dakvorm geconstrueerd moet worden. Na het verstrijken van de overgangstermijn van 5 jaar zal de uitgangsregel van artikel 5.17, eerste lid, gelden en dit betekent dat de bestaande bouwhoogte de maximum bouwhoogte is. In onderdeel c is bepaald dat een gebouw ook plat mag worden afgedekt. Dit brengt met zich mee dat de bouwhoogte van een gebouw maximaal gelijk is aan de maximale goothoogte. 

Artikel 7.5 Uitbreiding aan de achterzijde ter plaatse van de aanduiding 'uitbreiding aan de achterzijde toegestaan-Centrum'

In het eerste lid is bepaald dat ter plaatse van de aanduiding ‘uitbreiding aan de achterzijde toegestaan Centrum’ uitbreiding aan de achterkant van een gebouw met inachtneming van genoemde voorwaarden is toegestaan.

In het tweede lid is geregeld dat ook in geval van nieuwbouw na sloop het nieuwe gebouw verticaal dieper mag worden gebouwd dan het gesloopte gebouw met inachtneming van de in het eerste lid genoemde voorwaarden. 

EEEEEEEEE

Sectie ' Toepassingsbereik' wordt geplaatst na sectie ' Melding grondstabilisatie '. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.3679.371 Toepassingsbereik

FFFFFFFFF

Sectie ' Nazorg na afloop van saneren van de bodem en bij toevalvondst' wordt geplaatst na sectie ' Toepassingsbereik'. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.3689.372 Nazorg na afloop van saneren van de bodem en bij toevalvondst

GGGGGGGGG

Sectie ' Toepassingsbereik' wordt geplaatst na sectie ' Nazorg na afloop van saneren van de bodem en bij toevalvondst'. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.3699.373 Toepassingsbereik

HHHHHHHHH

Sectie ' Bodem: omgaan met ernstige bodemverontreiniging bij uitvoeren activiteit' wordt geplaatst na sectie ' Toepassingsbereik'. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.3709.374 Bodem: omgaan met ernstige bodemverontreiniging bij uitvoeren activiteit

IIIIIIIII

Sectie ' Toepassingsbereik' wordt geplaatst na sectie ' Aanwijzing adviseurs'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.111.1 Toepassingsbereik

Hoofdstuk 711 bevat een regeling met betrekking tot het aanleggen of wijzigen van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg, of het wijzigen van gebruik van een lokale spoorweg, met het oog op het voorkomen van een onaanvaardbare mate van geluid op geluidgevoelige gebouwen. Met de regeling wordt uitvoering gegeven aan een deel de instructieregels zoals opgenomen in paragraaf 5.1.4.2a.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Het gaat om dat deel van de instructieregels die betrekking hebben op het geluid door de aanleg of wijziging van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg, of door de wijziging van gebruik van een lokale spoorweg. Artikel 7.111.1 bepaalt het toepassingsbereik van hoofdstuk 711

Eerste lid:

Het eerste lid regelt dat dit hoofdstuk van toepassing is op het geluid op de gevel van een geluidgevoelige gebouw als gevolg van de aanleg of wijziging van bepaalde wegen en lokale spoorwegen en op de wijziging van gebruik van een lokale spoorweg.

Onderdeel a: 

Onderdeel a maakt duidelijk dat het niet om alle wegen gaat. Het gaat alleen om verharde gemeentewegen en waterschapswegen waar ten minste 1.000 motorvoertuigen per etmaal van gebruik maken. Dit betekent dat wegen met weinig verkeer niet onder het toepassingsbereik vallen. Bepalend hierbij is de verwachte verkeersintensiteit in de te toetsen situatie. Dat is meestal de situatie in het maatgevend jaar. Dit is over het algemeen de situatie tien jaar na de beoogde realisatie van de wijziging die met een besluit wordt mogelijk gemaakt, in dit hoofdstuk de aanleg of wijziging van infrastructuur. Als een omgevingsplan zodanige ontwikkelingen toelaat dat de verkeersintensiteit op een rustige weg alsnog zal toenemen tot meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal, is het bepaalde in hoofdstuk 711 hierop van toepassing. 

De keuze voor 1.000 motorvoertuigen per etmaal is door het Rijk gebaseerd op de standaardwaarde. Onder deze drempel is de kans op het overschrijden van de standaardwaarde klein. Dat laatste is ook het geval voor niet verharde wegen en de wegen die in het kader van de Wegenverkeerswet 1994 zijn aangewezen als erf. Daarom blijven ook die op grond van onderdeel a buiten beschouwing.

Onderdeel b:

Onder b is bepaald dat dit hoofdstuk ook van toepassing is op het geluid door de aanleg of wijziging van een lokale spoorweg, voor zover die niet bij omgevingsverordening zijn aangewezen (en geen geluidproductieplafonds hebben). Hiermee wordt aangesloten op artikel 5.78i, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 

Op grond van de Omgevingswet wordt onder een lokale spoorweg verstaan een spoorweg die krachtens artikel 2, eerste lid, van de Wet lokaal spoor als zodanig is aangewezen. Daarin is bepaald dat lokale spoorwegen bij koninklijk besluit worden aangewezen. In het Besluit aanwijzing lokale spoorwegen zijn als lokale spoorweg aangewezen de spoorwegen, niet zijnde spoorwegen die uitsluitend in gebruik zijn ten behoeve van strikt historisch of toeristisch vervoer en niet zijnde spoorwegen in particulier eigendom die uitsluitend door de eigenaar voor diens goederenvervoer gebruikt worden, gelegen binnen de gemeente [   ] Amsterdam [   ], alsmede de daaraan verbonden spoorwegen naar de terreinen van werkplaatsen en remises.

Een lokale spoorweg is dus een spoorweg voor openbaar vervoer van personen met lokale spoorvervoerders of voor goederenvervoer, zoals (snel)tram of metro; hoofdspoorwegen zijn geen lokale spoorweg. Ook de terreinen van werkplaatsen en remises vallen er niet onder (artikel 3.24, tweede lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving). Voor het bepalen van het geluid voor lokaal spoor wordt dus alleen het geluid van doorgaand spoorverkeer wordt beschouwd. Het geluid van remises en werkplaatsen wordt afzonderlijk beoordeeld.

Onderdeel c: 

Onder c is bepaald dat het hoofdstuk ook van toepassing op het geluid als gevolg van de wijziging van gebruik van een lokale spoorweg. 

De bedoelde wijziging in het gebruik van een lokale spoorweg betreft besluiten en keuzes van gedeputeerde staten, het dagelijks bestuur van een vervoerregio, of de concessiehouder. De genoemde wijzigingen van het gebruik leiden in veel gevallen tot een toename van het geluid. De wijziging van het gebruik van een lokale spoorweg is zo gedefinieerd, dat alleen akoestisch relevante veranderingen een wijziging zijn in de zin van dit hoofdstuk. In artikel 5.78k van het Besluit kwaliteit leefomgeving is de grens is gelegd bij een toename van het geluid met meer dan 1,5 dB. Over het algemeen worden deze wijzigingen in het gebruik geregeld op grond van de Wet lokaal spoor en de Wet personenvervoer 2000.

Op grond van de Wet lokaal spoor berust de zorg voor de aanleg en het beheer van lokale spoorwegen bij gedeputeerde staten of het dagelijks bestuur van een vervoerregio. Zij belasten de beheerder van de lokale spoorweg of de vervoerder met de verkeersleiding over de lokale spoorweg. Hiertoe behoort onder meer de zorg voor een goede afwikkeling van het spoorverkeer en het treffen van de noodzakelijke verkeersmaatregelen.

Het openbaar vervoer over lokale spoorwegen vindt plaats door middel van daartoe door gedeputeerde staten of het dagelijks bestuur van een vervoerregio verleende concessies op grond van de Wet personenvervoer 2000. Een concessie bevat een omschrijving van het openbaar vervoer dat door de concessiehouder wordt aangeboden, van het gebied en van de duur waarvoor de concessie wordt verleend. Daarnaast bevat een concessie over het algemeen diverse kwaliteitseisen, waaronder de verbindingen die worden aangeboden, toegankelijkheid van voertuigen en milieueisen waaraan voertuigen moeten voldoen.

Voor het openbaar vervoer over lokale spoorwegen worden dienstregelingen vastgesteld. Er zal dus niet zomaar een autonome groei van verkeer optreden. Het verhogen van de treinintensiteit is dan een bewuste keuze van de concessiehouder.

Tweede lid:

Het tweede lid bepaalt (in navolging van artikel 5.78i van het Besluit kwaliteit leefomgeving) dat dit hoofdstuk niet van toepassing is op het geluid op een niet-geluidgevoelige gevel. Dat betekent dat de in dit hoofdstuk opgenomen regels over het geluid afkomstig van wegen en lokale spoorwegen zonder geluidproductieplafonds niet van toepassing zijn op het geluid op niet-geluidgevoelige gevels. Er wordt dus geen rekening gehouden met het geluid op niet-geluidgevoelige gevels. Een niet-geluidgevoelige gevel is een gevel van een geluidgevoelig gebouw die op grond van het omgevingsplan als zodanig is aangemerkt, of die op grond van artikel 12.13g van het overgangsrecht in dat besluit als zodanig is aangemerkt (zie de begripsomschrijving in bijlage I van het Besluit kwaliteit leefomgeving).  

Derde lid:

Het derde lid bepaalt dat dit hoofdstuk uitsluitend geldt ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel vervallen'. Het betreft die gebieden waar een onder oud recht vastgesteld bestemmingsplan is vervangen. 

Daarbuiten geldt afdeling 22.4. Het betreft de gebieden waar het onder oud recht vastgestelde bestemmingsplan nog niet is vervangen. Bij het vaststellen van een bestemmingsplan dat de aanleg of wijziging van een (spoor)weg mogelijk maakt, werd veelal in een finale beoordeling van de aanvaardbaarheid van het geluid voorzien. In dat geval kan van een nadere beoordeling worden afgezien, tenzij op grond van afdeling 22.4 alsnog een beoordeling nodig is.

Vierde lid:

Het vierde lid bevat een uitzondering op het derde lid. Zoals toegelicht in paragraaf 6.4 heeft het Rijk tijdelijk een alternatieve maatregel beschikbaar gesteld voor het publiceren van wijzigingen van het omgevingsplan: de TAM-IMRO. Daarmee hoeft niet via de nieuwe digitale standaarden een wijziging van het omgevingsplan beschikbaar gesteld te worden, maar kan dat nog via de IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening). Direct na de inwerkingtreding van de Omgevingswet is er tijdelijk geen plicht om de STOP/TPOD te gebruiken. Dit regelt artikel 11.1 lid 2 van het Besluit elektronische publicaties. Een besluit tot wijziging van het omgevingsplan met toepassing van TAM-IMRO wordt een TAM-omgevingsplan genoemd. 

Hoewel een TAM-omgevingsplan met de oude standaard wordt gepubliceerd, waardoor het digitaal-technisch geen onderdeel is van het omgevingsplan, maakt het juridisch gezien daarvan wel onderdeel uit. Een besluit tot wijziging van het omgevingsplan met toepassing van TAM-IMRO zal in heel veel gevallen gepaard gaan met het voor het besluitgebied laten vervallen van het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan. Echter kan daarbij niet de aanduiding, bedoeld in het derde lid, aan het besluitgebied worden gegeven met toepassing van de nieuwe standaard STOP-TP. Daaraan staat juist de toepassing van de oude standaard in de weg. Om hoofdstuk 711 toch van toepassing te laten zijn, bepaalt het vierde lid dat, in afwijking van het derde lid, dit hoofdstuk ook geldt ter plaatse van het besluitgebied van een TAM-omgevingsplan, maar uitsluitend voor zover daarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is komen te vervallen. Waar dat het geval is, blijft afdeling 22.4 buiten toepassing.

Die laatste uitzondering is nodig omdat een TAM-omgevingsplan niet altijd gepaard hoeft te gaan met het laten vervallen van het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan. In dat geval blijft bijvoorbeeld een onder oud recht vastgesteld bestemmingsplan gewoon van toepassing, maar worden er met een TAM-omgevingsplan nieuwe regels toegevoegd. In dat geval blijft dit hoofdstuk buiten toepassing.

JJJJJJJJJ

Sectie ' Meet- en rekenbepalingen' wordt geplaatst na sectie ' Toepassingsbereik'. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.211.2 Meet- en rekenbepalingen

KKKKKKKKK

Sectie ' Waar waarden gelden' wordt geplaatst na sectie ' Meet- en rekenbepalingen'. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.311.3 Waar waarden gelden

LLLLLLLLL

Sectie ' Vergunningplicht voor het aanleggen of wijzigingen van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg of het gebruik van een lokale spoorweg' wordt geplaatst na sectie ' Waar waarden gelden'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.411.4 Vergunningplicht voor het aanleggen of wijzigingen van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg of het gebruik van een lokale spoorweg

Artikel 7.411.4 bevat een verbod om zonder omgevingsvergunning de onder a tot en met e aangegeven activiteiten te verrichten. Met dit artikel wordt invulling gegeven aan 5.78m van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dat artikel bepaalt dat het omgevingsplan erin voorziet dat bij de aanleg of wijziging van een (spoor)weg wordt voldaan aan de aangegeven geluidnormen. De instructieregel schrijft niet voor hoe en op welk moment toetsing aan die norm moet plaatsvinden. Het is aan de gemeente om dit concreet in te vullen. De toetsing kan plaatsvinden bij de vaststelling van het omgevingsplan zelf. In dat geval moet het omgevingsplan de regels bevatten waarmee voor de relevante geluidgevoelige gebouwen aan de instructieregels wordt voldaan. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij specifieke wijziging van een omgevingsplan voor het aanleggen van een weg. Het omgevingsplan kan echter ook regelen dat de toetsing plaatsvindt in de fase direct voorafgaand aan de realisatie van de aanleg of wijziging. De gemeente kan dan bijvoorbeeld voor de aanleg of wijziging van een (spoor)weg in het omgevingsplan een vergunningplicht voor een omgevingsplanactiviteit in het leven roepen. In dit omgevingsplan is gekozen voor dat laatste. Artikel 7.411.4 bevat de vergunningplicht.  

Onderdeel a: 

De aanhef in samenhang met onderdeel a bepaalt dat het verboden is zonder een omgevingsvergunning een verharde gemeenteweg of waterschapsweg aan te leggen. Vanwege artikel 7.111.1, tweede lid, onder a, geldt dit niet voor een erf in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, en evenmin voor een verharde gemeenteweg of waterschapsweg, met een verkeersintensiteit van maximaal 1.000 motorvoertuigen per etmaal als kalenderjaargemiddelde. Hiermee wordt aangesloten op artikel 5.78i, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De vergunningplicht is wel van toepassing op 30 km/u wegen met een  verkeersintensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal als kalenderjaargemiddelde. 

De beoordeling of sprake is van een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal als kalenderjaargemiddelde, is aan de wegbeheerder. Bepalend hierbij is de verwachte verkeersintensiteit in de te toetsen situatie. Dat is de situatie in het maatgevend jaar.   

Onderdeel b:

De aanhef in samenhang met onderdeel b bepaalt dat het verboden is zonder een omgevingsvergunning een verharde gemeenteweg of waterschapsweg te wijzigen, voor zover die wijziging bestaat uit: 

  • a.

    het verplaatsen van een of meer rijstroken met meer dan 2 m; 

  • b.

    het verhogen of verlagen van de rijstroken met meer dan 1 m; 

  • c.

    een toename van het aantal rijstroken, niet zijnde voorsorteerstroken en in- en uitvoegstroken;

  • d.

    het vervangen van een wegdek door een minder stil wegdek; of 

  • e.

    het verwijderen van geluidbeperkende maatregelen bestaande uit werken of bouwwerken langs de weg. 

Hiermee wordt aangesloten op artikel 5.78j, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De bedoelde fysieke wijzigingen leiden in veel gevallen tot een toename van het geluid. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om capaciteitsuitbreidingen in de vorm van extra rijstroken, het verplaatsen van de weg of het aanbrengen van een lawaaiiger wegdek. 

Voor andere dan de aangegeven wijzigingen van een verharde gemeenteweg of waterschapsweg geldt deze vergunningplicht niet. En ook hiervoor geldt dat vanwege artikel 7.111.1, tweede lid, onder a, de vergunningplicht sowieso niet van toepassing is op de wijziging van een erf in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, en evenmin voor de wijziging van een verharde gemeenteweg of waterschapsweg, met een verkeersintensiteit van maximaal 1.000 motorvoertuigen per etmaal als kalenderjaargemiddelde.

Wanneer sprake is van een wijziging, anders dan de in onderdeel b genoemde wijzigingen, betekent dit overigens niet dat die wijziging zonder meer zijn toegestaan. Bepalingen, elders in dit omgevingsplan gesteld, blijven onverkort van toepassing. Zo bepaalt artikel 2.201 waar wegen zijn toegestaan. Voor de verplaatsing van een rijstrook met minder dan 2 meter is niet de in deze regel bedoelde vergunning nodig. Maar dan moet nog altijd wel worden voldaan aan artikel 2.201 van dit omgevingsplan.

Onderdeel c: 

De aanhef in samenhang met onderdeel c bepaalt dat het verboden is zonder een omgevingsvergunning een lokale spoorweg aan te leggen. 

Onderdeel d: 

De aanhef in samenhang met onderdeel d bepaalt dat het verboden is zonder een omgevingsvergunning een lokale spoorweg te wijzigen, voor zover die wijziging bestaat uit: 

  • a.

    het verplaatsen van een of meer sporen met meer dan 2 m; 

  • b.

    het verhogen of verlagen van een of meer sporen met meer dan 1 m; 

  • c.

    een toename van het aantal sporen;

  • d.

    het vervangen van een spoorconstructie door een minder stille spoorconstructie; of 

  • e.

    het verwijderen van geluidbeperkende maatregelen bestaande uit werken of bouwwerken langs de spoorweg. 

Hiermee wordt aangesloten op artikel 5.78j, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Voor andere dan de aangegeven wijzigingen van een lokale spoorweg geldt de in de regel opgenomen vergunningplicht niet. Vanwege het bepaalde in artikel 7.111.1, tweede lid, onder b, gaat het alleen om lokale spoorwegen die niet bij omgevingsverordening zijn aangewezen. 

Wanneer sprake is van een wijziging, anders dan de in onderdeel d genoemde wijzigingen, betekent dit niet dat die zonder meer zijn toegestaan. Bepalingen, elders in dit omgevingsplan gesteld, blijven onverkort van toepassing. Zo bepaalt artikel 2.203 waar metro- en tramlijnen zijn toegestaan. Een verplaatsing van een spoor met minder dan 2 meter valt weliswaar niet onder de in deze regel opgenomen vergunningplicht, maar nog altijd zal moeten worden voldaan aan dat artikel. 

Onderdeel e:

De aanhef in samenhang met onderdeel e tot slot bepaalt dat het ook verboden is zonder een omgevingsvergunning het gebruik van een lokale spoorweg te wijzigen, voor zover die wijziging leidt tot een toename van de geluidemissie met meer dan 1,5 dB door:

  • a.

    het verhogen van de maximumrijsnelheid;

  • b.

    het vervangen van spoormaterieel door minder stil spoormaterieel; of

  • c.

    het verhogen van de treinintensiteit.

Het gaat hier dus niet om het wijzigen van de lokale spoorweg zelf, maar om het wijzigen van het gebruik ervan. Alleen in de aangegeven gevallen valt een wijziging van gebruik onder de bedoelde vergunningplicht. Hiermee wordt aangesloten op artikel 5.78k, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 

MMMMMMMMM

Sectie ' Beoordelingsregels ' wordt geplaatst na sectie ' Vergunningplicht voor het aanleggen of wijzigingen van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg of het gebruik van een lokale spoorweg'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.511.5 Beoordelingsregels 

Artikel 7.511.5 bevat beoordelingsregels die van toepassing zijn op een aanvraag om een in artikel 7.411.4 bedoelde omgevingsvergunning.

Eerste lid: 

Het eerste lid bevat de beoordelingsregel, aan de hand waarvan wordt bepaald of de omgevingsvergunning verleend kan worden. 

Onderdeel a:

Het eerste lid, aanhef en onderdeel a, bepaalt dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend als de activiteit in overeenstemming is met artikel 2.3. Dat artikel bepaalt dat het verboden is gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met een in afdeling 2.3 aan een locatie gegeven gebruiksdoel en de daarop betrekking hebbende regels, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik. Voor zover het onder oud recht vastgestelde ruimtelijk plan nog niet is vervallen, wordt daarin tevens bepaald dat het verboden is gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan aan een locatie gegeven bestemming, of op een wijze die in strijd is met de daarop betrekking hebbende regels over gebruik. Artikel 7.511.5, eerste lid, onderdeel a, voorziet er dus in dat preventief wordt getoetst of de wijziging passend is met elders gestelde regels over gebruik. 

Onderdeel b:

Het eerste lid, aanhef en onderdeel b, bevat de beoordelingsregel over aanvaardbaarheid van het geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen. Bepaald is dat de vergunning alleen wordt verleend als de mate van geluid op geluidgevoelige gebouwen, met het oog op de bescherming van de gezondheid, aanvaardbaar is. Hiermee wordt invulling gegeven aan artikel 5.78l, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 

Tweede lid:

Het tweede lid bepaalt dat de beoordeling of het geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is, uitsluitend betrekking heeft op een geluidgevoelig gebouw dat geheel of gedeeltelijk ligt, of vanwege de voorgenomen omgevingsplanactiviteit (spoor)weg geheel of gedeeltelijk komt te liggen, in een geluidaandachtsgebied van de weg of lokale spoorweg waarop de voorgenomen omgevingsplanactiviteit (spoor)weg betrekking heeft. 

In bijlage I van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt voor wat onder een geluidgevoelig gebouw moet worden verstaan verwezen naar artikel 3.21 van datzelfde besluit. In het eerste lid van dat artikel is bepaald dat een geluidgevoelig gebouw een gebouw of een gedeelte van een gebouw is met een:  

  • a.

    woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; 

  • b.

    onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; 

  • c.

    gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of 

  • d.

    bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan.

In het tweede lid van artikel 3.21 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is bepaald dat het eerste lid niet geldt voor een gedeelte van een gebouw als het omgevingsplan in dat gedeelte van het gebouw geen geluidgevoelige ruimten toelaat, tenzij het gebouw een woonschip of woonwagen is. 

Het derde lid bepaalt dat onder een geluidgevoelig gebouw ook wordt verstaan een geluidgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd. 

In bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving is het geluidaandachtsgebied omschreven als geluidaandachtsgebied als bedoeld in artikel 3.20 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Daarin staat dat een geluidaandachtsgebied een locatie is langs een weg of spoorweg of rond een industrieterrein waarbinnen het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde in Lden, bedoeld in tabel 3.34 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De begrenzing daarvan wordt bepaald met toepassing van bij ministeriële regeling gestelde regels.

Totdat voor een gemeenteweg, lokale spoorweg of waterschapsweg de basisgeluidemissie is vastgelegd, bevat artikel 17.5 van de Omgevingsregeling overgangsrecht. Dat artikel regelt het geluidaandachtsgebied voor gemeentewegen, lokale spoorwegen en waterschapswegen voor de periode vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet tot aan het moment dat voor een gemeenteweg, lokale spoorweg of waterschapsweg de basisgeluidemissie uiterlijk moet zijn vastgelegd. Op dat moment vervalt dit geluidaandachtsgebied en wordt op basis van artikel 3.10 het bij de basisgeluidemissie horende geluidaandachtsgebied bepaald. Dit (tijdelijke) geluidaandachtsgebied vervalt op het moment dat de basisgeluidemissie is vastgelegd. Op basis van artikel 3.10 wordt dan het bijbehorende geluidaandachtsgebied bepaald. Artikel 17.5 Omgevingsregeling voorkomt zo dat het geluidaandachtsgebied voor deze bronnen niet gedefinieerd is tot aan het moment dat de basisgeluidemissie is vastgelegd. 

Artikel 17.5 Omgevingsregeling bepaalt dat tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de gegevens voor de basisgeluidemissie uiterlijk worden verzameld, het geluidaandachtsgebied bestaat uit het gebied dat zich aan weerszijden van de as van de weg uitstrekt tot de volgende afstand, gemeten vanaf de rand van de weg of de buitenste spoorstaaf van de spoorweg:

  • a.

    voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken, waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/u of minder geldt: 100 m;

  • b.

    voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken, waarvoor een onbekende maximumsnelheid of een maximumsnelheid van meer dan 30 km/u geldt, en een spoorweg, bestaande uit een of twee sporen: 200 m; en

  • c.

    voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken, en een spoorweg, bestaande uit drie of meer sporen: 350 m. 

Als een lokale spoorweg grotendeels is verweven of gebundeld met een gemeenteweg wordt bij de toepassing van het eerste lid het totaal van het aantal sporen of rijstroken beschouwd.

Met dit tweede lid wordt invulling gegeven aan artikel 5.78 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Geluidgevoelige gebouwen die op grond van omgevingsplan of buitenplanse omgevingsvergunning zijn toegelaten, moeten worden betrokken. Het feitelijk gebruik speelt dus geen rol. Als het feitelijk gebruik niet dat van een geluidgevoelig gebouw is, maar een gebruik als geluidgevoelig gebouw is wel toegestaan, dan wordt de vraag of de mate van geluidbelasting beantwoord als ware het geluidgevoelig gebouw aanwezig. 

Anderzijds brengt dit tweede lid mee dat een geluidgevoelig gebouw dat feitelijk maar in strijd met het omgevingsplan aanwezig is, en waarvoor ook geen buitenplanse omgevingsvergunning is verleend, niet betrokken wordt.  

Derde lid: 

Het derde lid bepaalt, in navolging van artikel 5.78, tweede lid en 5.78i, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, dat bij de beoordeling of het geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is, het geluid op een geluidgevoelig gebouw dat op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar en het geluid op een niet-geluidgevoelige gevel buiten beschouwing blijft. 

NNNNNNNNN

Sectie ' Omgevingsplanactiviteit (spoor)weg aanvaardbaar wanneer wordt voldaan aan de standaardwaarde' wordt geplaatst na sectie ' Beoordelingsregels '. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.611.6 Omgevingsplanactiviteit (spoor)weg aanvaardbaar wanneer wordt voldaan aan de standaardwaarde

Artikel 7.611.6 bepaalt, in navolging van artikel 5.78l, vierde lid, wanneer in elk geval sprake is van een aanvaardbare geluidbelasting. 

Eerste lid:

Het eerste lid bepaalt dat van een aanvaardbare geluidbelasting sprake is als het geluid op het geluidgevoelig gebouw niet hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 7.611.6. De daarin genoemde waarden zijn gelijk aan die van tabel 3.34 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Wordt binnen die standaardwaarde gebleven, dan vormt artikel 7.511.5 , eerste lid, aanhef en onder b, geen reden de vergunning te weigeren. Wanneer de activiteit ook in overeenstemming is met artikel 2.3 van dit omgevingsplan, dan wordt de vergunning verleend. Hiermee wordt aangesloten op artikel artikel 5.78l, tweede en vierde lid jo. artikel 5.78m, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 

Tweede lid:

Het tweede lid bepaalt dat artikel 5.78m, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing is. Artikel 5.78m, derde lid, bepaalt dat als toepassing is gegeven aan het artikel 3.27, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, voor het geluid door de gemeenteweg en de lokale spoorweg gezamenlijk de grenswaarde voor gemeentewegen geldt, bedoeld in tabel 3.34, van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Artikel 3.27, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, biedt gemeenten de mogelijkheid om er bij de monitoring van het geluid voor te kiezen om het geluid door een lokale spoorweg, die grotendeels verweven of gebundeld is met een gemeenteweg, samen te voegen met het geluid door die weg. Als een gemeente kiest voor die werkwijze, werkt die keuze ook door bij de besluitvorming over de weg of spoorweg of over het toelaten van geluidgevoelige gebouwen als onderdeel van het omgevingsplan. Er is dus sprake van een dwingende consistentie tussen het feitelijk handelen bij de monitoring en de besluitvorming. Deze voorziening bouwt voort op de werkwijze die ook onder de Wet geluidhinder gebruikelijk was. Met name de stedelijke tramnetwerken zijn vaak onderdeel van de weginfrastructuur of daarmee gebundeld waardoor omwonenden het geluid door de trams en het wegverkeer vaak als één geheel ervaren. Het samenvoegen van het geluid door trams en het wegverkeersgeluid sluit hierbij aan.

OOOOOOOOO

Sectie ' Wijziging van een (spoor)weg en wijziging gebruik ook aanvaardbaar als het geluid niet toeneemt' wordt geplaatst na sectie ' Omgevingsplanactiviteit (spoor)weg aanvaardbaar wanneer wordt voldaan aan de standaardwaarde'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.711.7 Wijziging van een (spoor)weg en wijziging gebruik ook aanvaardbaar als het geluid niet toeneemt

In artikel 7.711.7 bepaalt dat, in aanvulling op artikel 7.611.6, een omgevingsplanactiviteit (spoor)weg, voor zover het betreft een wijziging van een gemeenteweg, waterschapsweg of een lokale spoorweg of een wijziging van het gebruik van een lokale spoorweg, ook aanvaardbaar is als de mate van geluid op geluidgevoelige gebouwen na de wijziging niet hoger zal zijn dan het geluid op die geluidgevoelige gebouwen op het tijdstip van vergunningverlening. Hiermee wordt invulling gegeven aan artikel 5.78m, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dus ook als het geluid op geluidgevoelige gebouwen hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in artikel 7.611.6, maar het geluid niet toeneemt, kan wat dat betreft de vergunning niet worden geweigerd. 

PPPPPPPPP

Sectie ' Overschrijding van de standaardwaarde of toename' wordt geplaatst na sectie ' Wijziging van een (spoor)weg en wijziging gebruik ook aanvaardbaar als het geluid niet toeneemt'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.811.8 Overschrijding van de standaardwaarde of toename

Met dit artikel wordt invulling gegeven aan de mogelijkheid die artikel 5.78n van het Besluit kwaliteit leefomgeving biedt. Dat artikel maakt mogelijk dat het omgevingsplan erin kan voorzien dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen hoger wordt dan de hoogste van de waarden, bedoeld in artikel 7.611.6 en 7.711.7. Daar zijn wel voorwaarden aan verbonden.  

Eerste lid: 

In onderdeel a van het eerste lid is allereerst bepaald dat meer geluid dan de waarden, bedoeld in artikel 7.611.6 en 7.711.7, alleen aanvaardbaar is als er geen geluidbeperkende maatregelen getroffen kunnen worden om aan de hoogste van de in artikel 7.611.6 en 7.711.7 bedoelde waarden te voldoen. Onder een geluidbeperkende maatregel wordt in het Besluit kwaliteit leefomgeving verstaan een maatregel die het geluid op een geluidgevoelig gebouw verlaagt. Het gaat om maatregelen aan de bron en in de overdracht om de geluidbelasting te laten voldoen aan de hoogste van de in artikel 7.611.6 en 7.711.7 bedoelde waarden. Als het nemen van geluidbeperkende maatregelen mogelijk is in een mate waarmee aan de hoogste van de in artikel 7.611.6 en 7.711.7 bedoelde waarden kan worden voldaan, kan de vergunning worden verleend zonder dat de in artikel 7.611.6 en 7.711.7 bedoelde waarden worden overschreden. 

In onderdeel b is bepaald dat de overschrijding van de in artikel 7.611.6 en 7.711.7 bedoelde waarden wel zoveel mogelijk wordt beperkt met geluidbeperkende maatregelen.  

Tot slot is in onderdeel c bepaald dat afwijken mogelijk is tot ten hoogste de grenswaarden van tabel 7.811.8. Die grenswaarden zijn gelijk aan die van tabel 3.35 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.  

Tweede lid:

Het tweede lid bepaalt dat geluidbeperkende maatregelen in aanmerking worden genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan. Deze bepaling is nodig, omdat het technisch gezien vrijwel altijd mogelijk is om maatregelen te treffen die het geluid beperken tot de standaardwaarde, echter deze kunnen stuiten op bezwaren. Zo kan een geluidscherm langs een gemeenteweg erg effectief zijn om het geluid te beperken maar kan een dergelijke maatregel uit stedenbouwkundig oogpunt onaanvaardbaar worden gevonden. Daarom is bepaald dat alleen de maatregelen in aanmerking worden genomen die financieel doelmatig zijn en niet stuiten op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke, verkeerskundige, vervoerskundige of technische aard.   

Als de geluidbelasting hoger is dan de standaardwaarde en ook hoger wordt dan de geluidbelasting voorafgaand aan de wijziging van de (spoor)weg, moet op grond van artikel 3.52, eerste lid, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, ook een besluit over geluidwerende maatregelen worden genomen. Die verplichting volgt rechtstreeks uit dat artikel, en is om die reden niet in de regels van het omgevingsplan opgenomen. 

Derde lid:

In het derde lid is artikel 5.78n, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing verklaard. Dat lid bepaalt dat als toepassing is gegeven aan het artikel 3.27, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, voor het geluid door de gemeenteweg en de lokale spoorweg gezamenlijk de grenswaarde voor gemeentewegen geldt, bedoeld in tabel 3.35, van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 

Artikel 3.27, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, biedt gemeenten de mogelijkheid om er bij de monitoring van het geluid voor te kiezen om het geluid door een lokale spoorweg, die grotendeels verweven of gebundeld is met een gemeenteweg, samen te voegen met het geluid door die weg. Als een gemeente kiest voor die werkwijze, werkt die keuze ook door bij de besluitvorming over de weg of spoorweg of over het toelaten van geluidgevoelige gebouwen als onderdeel van het omgevingsplan. Er is dus sprake van een dwingende consistentie tussen het feitelijk handelen bij de monitoring en de besluitvorming. Deze voorziening bouwt voort op de werkwijze die ook onder de Wet geluidhinder gebruikelijk was. Met name de stedelijke tramnetwerken zijn vaak onderdeel van de weginfrastructuur of daarmee gebundeld waardoor omwonenden het geluid door de trams en het wegverkeer vaak als één geheel ervaren. Het samenvoegen van het geluid door trams en het wegverkeersgeluid sluit hierbij aan.

QQQQQQQQQ

Sectie ' Overschrijding grenswaarde vanwege zwaarwegende belangen' wordt geplaatst na sectie ' Overschrijding van de standaardwaarde of toename'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.911.9 Overschrijding grenswaarde vanwege zwaarwegende belangen

Artikel 7.911.9 biedt, analoog aan artikel 5.78o van het Besluit kwaliteit leefomgeving, flexibiliteit om voor de aanleg of wijziging van een (spoor)weg situaties boven de grenswaarde toe te staan. Er moeten dan zwaarwegende belangen spelen die dit rechtvaardigen. Daarbij kunnen regels worden gesteld, inhoudende dat binnen een daarbij aangegeven termijn maatregelen worden getroffen die de geluidbelasting vanwege de geluidbronsoort beperken.

Eerste lid: 

Het eerste lid bepaalt dat dit artikel alleen van toepassing is ter plaatse van de aanduiding 'mogelijke toepassing overschrijding grenswaarde vanwege zwaarwegende belangen'. Dat maakt dat voordat aan dit artikel toepassing kan worden gegeven, een wijziging van het omgevingsplan nodig is. Dit artikel kan dus niet zondermeer bij iedere vervangende nieuwbouw worden ingezet. De definitieve afweging omtrent aanvaardbaarheid wordt echter doorgeschoven naar de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit (spoor)weg. 

Het doorschuiven van het definitieve toetsmoment naar een binnenplanse vergunningaanvraag betekent niet dat bij het toelaten van de geluidgevoelige gebouwen helemaal geen onderzoek nodig is. In het omgevingsplan moet de functietoedeling op hoofdlijnen worden getoetst aan de instructieregels van paragraaf 5.1.4.2a.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zodat aannemelijk is dat omgevingsvergunningen voor omgevingsplanactiviteiten verleend kunnen worden. Het onderbouwende onderzoek wordt afgestemd op de informatie die op dat moment wel voorhanden is. Dit geldt des te meer wanneer het gaat om mogelijk toepassing van dit artikel. Voordat gebruik gemaakt kan worden van de mogelijkheid die dit artikel biedt, dient eerst het omgevingsplan te zijn gewijzigd, in die zin dat in elk geval de vervangende nieuwbouw moet zijn voorzien, en dat de aanduiding aanduiding 'mogelijke toepassing overschrijding grenswaarde geluid vervangende nieuwbouw' aan de betreffende locatie is gegeven. Bij de besluitvorming over die wijziging van het omgevingsplan heeft onderzoek op hoofdlijnen plaatsgevonden, en is de afweging gemaakt met betrekking tot de mogelijk noodzaak om dit artikel te kunnen toepassing. Of daadwerkelijk sprake is van noodzaak, of dat er alsnog andere mogelijkheden zijn, moet blijken bij de vergunningaanvraag.

Tweede lid: 

Het tweede lid bepaalt, analoog aan artikel 5.78o van het Besluit kwaliteit leefomgeving, dat wanneer het geluid op een geluidgevoelig gebouw hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in artikel 7.811.8, eerste lid, onder c, de geluidbelasting aanvaardbaar kan zijn wanneer zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen. Dit lid biedt ruimte voor lokaal maatwerk en het is vanzelfsprekend dat daarbij een evenwichtige afweging plaatsvindt tussen de belangen van ontwikkelingen in de omgeving en ontwikkelingen van de geluidbron.

De mogelijkheid is opgenomen voor bijzondere gevallen waarin de waarden, zoals opgenomen in artikel 7.611.6 tot en met 7.811.8, en die het basisbeschermingsniveau vormen, aan een gewenste ontwikkeling in de weg staan. Hiervan is sprake als het handhaven van het basisbeschermingsniveau het in onderlinge samenhang realiseren van de doelen van de wet (beschermen enerzijds en benutten anderzijds) belemmert. Van een dergelijke belemmering kan bijvoorbeeld sprake zijn als een ontwikkeling per saldo leidt tot een hogere en duurzamere kwaliteit van de fysieke leefomgeving, maar leidt tot een slechtere omgevingskwaliteit op één of enkele aspecten (bijvoorbeeld geluid). Ook kan hiervan sprake zijn als een hogere belasting van de fysieke leefomgeving op één of enkele aspecten in de weg staat aan een in hoge mate gewenste ruimtelijke ontwikkeling. Het afwijken van het basisbeschermingsniveau vergt een indringende inhoudelijke afweging en een goede motivering. Voldaan moet daarbij worden aan het criterium dat er sprake is van zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen die het toestaan van die grotere belasting rechtvaardigen. Tot het afwijken van het basisbeschermingsniveau kan dus niet lichtvaardig worden beslist. Voor nadere toelichting op wat wordt verstaan onder het gebruikte criterium wordt verwezen naar de toelichting die in het Bkl is gegeven (Stb. 2018, 292, blz. 321 e.v.).

RRRRRRRRR

Sectie ' Beoordelen aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid' wordt geplaatst na sectie ' Overschrijding grenswaarde vanwege zwaarwegende belangen'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.1011.10 Beoordelen aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid

Artikel 7.1011.10 bevat een aanvullend beoordelingscriterium dat analoog is aan artikel 5.78p van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De artikelen 7.811.8 en 7.911.9  voorzien in de mogelijkheid tot het toelaten van geluid dat de standaardwaarde overschrijdt. Het kan zijn dat het geluidgevoelige gebouw ook wordt belast door geluid afkomstig van andere geluidbronsoorten. Bijvoorbeeld een woning die wordt belast door geluid afkomstig van een gemeenteweg en tegelijkertijd ook door geluid afkomstig van een industrieterrein. Als zo’n woning binnen het geluidaandachtsgebied van beide geluidbronsoorten wordt toegelaten, moet uiteraard getoetst worden aan de standaard- en grenswaarden van beide geluidbronsoorten. In artikel 7.1011.10 is bepaald dat de gemeente bij het toepassen van de artikelen waarmee de standaardwaarde overschreden kan worden, ook de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op de betreffende geluidgevoelige gebouwen moet beoordelen. 

Het artikel beoogt (in navolging van artikel 5.78p van het Besluit kwaliteit leefomgeving) dezelfde werking als artikel 3.38 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. In de begripsbepaling van bijlage I van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt voor de uitleg van dit begrip ook verwezen naar artikel 3.38 van dat besluit. Vanwege artikel 1.1, tweede lid, van dit omgevingsplan is die begripsbepaling ook van toepassing op dit omgevingsplan. 

Het gecumuleerde geluid is het geluid door geluidbronsoorten en andere activiteiten tegelijk, opgeteld met correctie voor de verschillen in hinderlijkheid. Daarbij wordt in artikel 3.38 van het Besluit kwaliteit leefomgeving tevens aangegeven welke geluidbronsoorten bij het bepalen van het gecumuleerde geluid in ieder geval worden betrokken (derde lid) en dat op het bepalen van het gecumuleerde geluid de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing zijn (vierde lid). Hoewel dit uit de begripsbepaling kan worden opgemaakt, is (om elke twijfel daarover te voorkomen) zijn artikel 3.38, derde en vierde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, overgenomen in respectievelijk het derde en vierde lid van artikel 4.54. Voor meer informatie over het bepalen en beoordelen van de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid wordt verwezen naar de toelichting op artikel 3.38 van het Besluit kwaliteit leefomgeving en en de daarin opgenomen toelichting op het begrip 'gecumuleerd geluid' (Staatsblad 2020, nr. 557). 

SSSSSSSSS

Sectie ' Bepalen van gezamenlijk geluid' wordt geplaatst na sectie ' Beoordelen aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.1111.11 Bepalen van gezamenlijk geluid

Artikel 7.1111.11 bepaalt dat bij de toepassing van de artikelen 7.811.8 en 7.911.9 het gezamenlijk geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen wordt bepaald en in de omgevingsvergunning wordt vastgelegd. Deze verplichting is analoog aan de verplichting zoals die is opgenomen in artikel 5.78p van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 

Het artikel beoogt (in navolging van artikel 5.78p van het Besluit kwaliteit leefomgeving) dezelfde werking als artikel 3.39 van het besluit kwaliteit leefomgeving. In de begripsbepaling van bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt voor de uitleg van het begrip gezamenlijk geluid ook verwezen naar artikel 3.39 van dat besluit. Vanwege artikel 1.1, tweede lid, van dit omgevingsplan is die begripsbepaling ook van toepassing op dit omgevingsplan.

Het gezamenlijk geluid is het geluid door geluidbronsoorten en andere activiteiten tegelijk, energetisch opgeteld zonder correctie voor de verschillen in hinderlijkheid. Kenmerkend is dat het geluid door bronsoorten en andere geluidbronnen – anders dan bij cumulatie, bedoeld in artikel 7.1011.10  – wordt opgeteld zonder daarbij te corrigeren voor verschillen in hinderlijkheid. Het gezamenlijke geluid wordt alleen toegepast bij het bepalen van geluidwerende maatregelen waarbij verschillen in hinderlijkheid niet relevant zijn.

Verder wordt in artikel 3.39 van het Besluit kwaliteit leefomgeving tevens aangegeven welke geluidbronsoorten bij het bepalen van het gecumuleerde geluid in ieder geval worden betrokken (derde lid) en dat op het bepalen van het gezamenlijk geluid de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing zijn (vierde lid). Voor meer informatie over het bepalen en beoordelen van de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid wordt verwezen naar de toelichting op artikel 3.39 van het Besluit kwaliteit leefomgeving en de daarin opgenomen toelichting op het begrip 'gezamenlijk geluid' (Staatsblad 2020, nr. 557).

Als de in artikel 7.1111.11 genoemde artikelen 7.811.8 en 7.911.9 worden toegepast, besluit het bevoegd gezag om een nieuw geluidgevoelig gebouw toe te laten op een locatie waar het geluid hoger is dan de standaardwaarde voor de betreffende geluidbronsoort dan wel toeneemt. Artikel 5.78p van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvan dit artikel is afgeleid, bepaalt dan dat als het toe te laten geluidgevoelige gebouw door meerdere geluidbronsoorten of geluidbronnen wordt belast, de waarde van het gezamenlijk geluid bij het nemen van dat besluit moet worden bepaald en in het omgevingsplan worden vastgelegd. De wetgever gaat ervan uit dat het geluid wordt bepaald bij het toelaten van het betreffende gebouw in het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De Omgevingswet biedt de mogelijk om het toelaten en het toetsen aan standaard- en grenswaarden door te schuiven naar het moment waarop een omgevingsvergunning voor bouwen wordt aangevraagd. In voorliggend omgevingsplan is het doorschuiven van dat toetsmoment als uitgangspunt genomen. Dat is ook het eerste moment dat het gezamenlijk geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen kan worden bepaald en vastgelegd. Het is om die reden dat in artikel 7.1111.11 is bepaald dat het gezamenlijk geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen in de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt vastgelegd. 

De waarde van dat gezamenlijk geluid is nodig voor het toepassen van de regels van het Besluit bouwwerken leefomgeving met betrekking tot de geluidwering van het nieuwe geluidgevoelige gebouw. In artikel artikel 4.103, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt verwezen naar het gezamenlijk geluid op de gevel van het geluidgevoelige gebouw. Bij de toepassing van artikel 4.103 Van het Besluit bouwwerken leefomgeving hoeft geen onderzoek te worden gedaan naar het geluid op de gevel van het geluidgevoelige gebouw dat maatgevend is voor de geluidwering van het gebouw. De waarde van het gezamenlijke geluid wordt al bepaald bij het toelaten van het betreffende gebouw in het omgevingsplan of een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of, als de bepaling is doorgeschoven, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (Staatsblad 2020 557, p. 357). Bij de meeste nieuwe geluidgevoelige gebouwen moet de geluidwering leiden tot het voldoen aan een binnenwaarde van 33 dB.

TTTTTTTTT

Sectie ' Vergunningvoorschriften' wordt geplaatst na sectie ' Bepalen van gezamenlijk geluid'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.1211.12 Vergunningvoorschriften

Artikel 7.1211.12 bepaalt dat aan de omgevingsvergunning die voorschriften worden verbonden die nodig zijn nodig zijn met het oog op het voorkomen van een onaanvaardbare mate van geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen.

UUUUUUUUU

Sectie ' Aanvraagvereisten omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit (spoor)weg' wordt geplaatst na sectie ' Vergunningvoorschriften'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.1311.13 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit (spoor)weg

Artikel 7.1311.13 bevat aanvraagvereisten. Net als onder de Wet geluidhinder moet de initiatiefnemer een akoestisch onderzoek overleggen. Dit artikel komt in de plaats van artikel 22.274 zoals dat bij wijze van Bruidsschat bij inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel was geworden van dit omgevingsplan. Dit artikel is een omzetting van bepalingen in artikel 80 van de Wet geluidhinder in samenhang met de artikelen 77 en 99, tweede lid, van die wet en artikel 4.5 in samenhang met artikel 4.10 van het Besluit geluidhinder. Opgemerkt wordt dat de gehanteerde standaardwaarde en de binnenwaarde waarnaar verwezen wordt niet zijn ontleend aan de normwaarden van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder, maar aan het Besluit kwaliteit leefomgeving zoals dat is gewijzigd door het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet.

VVVVVVVVV

Na sectie ' Aanwijzing risicogebied externe veiligheid' wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Artikel 21.4 Aanwijzing geluidzones gezoneerd industrieterrein

Met dit artikel worden de geluidzones van gezoneerd industrieterreinen aangewezen. Ten aanzien van industriegeluid vindt een beleidsvernieuwing plaats onder de Omgevingswet. Deze geluidbron wordt voortaan ook door de systematiek van geluidproductieplafonds gereguleerd in plaats van de geluidzonering op grond van de hiervoor geldende Wet geluidhinder. In artikel 3.6, eerste lid van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet is geregeld dat het oud recht van toepassing blijft op bestaande industrieterreinen als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder (hierna: gezoneerde industrieterreinen) totdat de geluidproductieplafonds zijn vastgesteld.

Gezoneerd industrieterreinen zijn gelet op artikel 1 van de Wet geluidhinder terreinen waar zogenaamde ‘grote lawaaimakers’ zich kunnen vestigen. Rondom een industrieterrein werd in het bestemmingsplan een geluidzone aangewezen. De ligging van deze geluidzone werd zo bepaald dat de geluidbelasting vanwege dat industrieterrein niet hoger dan 50 dB(A) mag zijn.  

Bij het vervangen van bestemmingsplannen in geluidzones moeten de geluidzones opnieuw aangewezen worden. Hiermee behouden de betreffende gronden hun status als geluidzone. Binnen de geluidzones kunnen nieuwe geluidgevoelige gebouwen alleen worden toegestaan als de geluidbelasting niet hoger is dan 50 dB(A) of de maximale ontheffingswaarde (zie artikel 47 en 57 Wet geluidhinder). De geluidzone van een industrieterrein blijft gelden totdat de geluidproductieplafonds voor dat industrieterrein zijn vastgesteld en in werking getreden. Op dat moment verliest het betreffende artikellid zijn werking. 

WWWWWWWWW

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.271 Toepassingsbereik

Eerste lid:

Deze afdeling gaat over aanleg of reconstructie van een weg of spoorweg die weliswaar niet in strijd is met dit omgevingsplan, maar waarover geen afweging heeft plaatsgevonden bij de totstandkoming van de constituerende onderdelen van dit plan, zoals bestemmingsplannen. De afdeling ziet niet op rijkswegen en provinciale wegen omdat daarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn of worden vastgesteld. Die geluidproductieplafonds beschermen de omliggende geluidgevoelige gebouwen tegen een eventuele toename van het geluid en dus hoeft een omgevingsplan daar niet in te voorzien. De bepaling is een omzetting van artikel 73, onder a (toepassingsbereik), artikel 79 (aanleg) en artikel 99 (reconstructie) van de Wet geluidhinder en artikel 4.4 van het Besluit geluidhinder. Het tijdelijk deel van dit omgevingsplan heeft geen betrekking op provinciale wegen waarvoor nog geen geluidproductieplafonds zijn vastgesteld, omdat daarvoor nog de Wet geluidhinder van toepassing is (zoals bepaald in artikel 3.5 van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet).

Tweede lid:

Het tweede lid is aan het oorspronkelijke artikel, zoals dat bij wijze van bruidsschat onderdeel is geworden van dit omgevingsplan, toegevoegd. Het bepaalt dat deze afdeling uitsluitend van toepassing is ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen'. Daar geldt dus nog een onder oud recht vastgesteld bestemmingsplan. Waar een dergelijk plan wordt vervangen, moeten de regels voor dat gebied in overeenstemming worden gebracht met de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De daarmee in overeenstemming gebrachte regels met betrekking tot het aanleggen of wijzigen van wegen en spoorwegen zijn opgenomen in hoofdstuk 711. Die gaan geldt alleen daar waar het onder oud recht vastgestelde bestemmingsplan is vervallen (artikel 4.44, tweede lid). Zo vindt over dit onderwerp een geleidelijke overgang plaats.  

XXXXXXXXX

Na sectie ' Overgangsrecht handhavingsbesluiten' wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Artikel 23.9 Persoonsgebonden overgangsrecht [gereserveerd]

In dit artikel wordt persoonsgebonden overgangsrecht opgenomen voor situaties die niet legaal zijn noch gelegaliseerd kunnen worden, bijvoorbeeld vanwege strijd met het geldende beleid. Het betreft gevallen waarin het betreffende gebruik ruimtelijk ongewenst is, maar het niet voorzien in een voort te zetten gebruiksrecht ook als onwenselijk wordt gezien. Dit artikel biedt de mogelijkheid om de - met de gebruiksregels van het omgevingsplan - strijdige situatie voort te zetten ten behoeve van een specifieke persoon (of personen) of bedrijf, omdat beëindiging van het gebruik zou leiden tot onbillijke of (financieel) schrijnende situaties. Het gebruik wordt tijdelijk toegestaan en eindigt automatisch wanneer de betreffende persoon (of personen) of het bedrijf stopt met het gebruik. Aldus wordt een redelijke overgangsperiode geboden zolang de betreffende persoon (of personen) of het bedrijf de activiteit(en) voortzet. Het persoonsgebonden overgangsrecht in dit artikel voorziet hiermee in een afwijking van het algemene overgangsrecht in artikel 23.6. 

Toelichting

1 Toelichting

Op grond van de Omgevingswet moeten gemeenten alle bestemmingsplannen vervangen door één omgevingsplan. In veel gevallen kan daarbij gebruik gemaakt worden van gelijkluidende regels. Zo kan bijvoorbeeld de reeds bestaande regel die bepaalt waar een bovengronds gebouw mag komen bij het vervangen van heel veel bestemmingsplannen worden gebruikt. Het zijn regels die voor herhaalde toepassing bruikbaar zijn. 

Het vervangen van bestemmingsplannen kan niet een voor een. Dan zou het vele tientallen jaren kosten voordat alle bestemmingsplannen vervangen zijn. Er wordt dus gewerkt aan het vervangen van meerdere bestemmingsplannen tegelijkertijd. Dat gebeurt in verschillende wijzigingsprocedures. Daarvoor is wel van belang dat de regels die voor herhaalde toepassing bruikbaar zijn, al in het omgevingsplan staan. In de verschillende wijzigingsprocedures waaraan gewerkt wordt, kan dan van die regels het werkingsgebied worden uitgebreid, waarmee ze ook op nieuwe locaties gaan gelden.  

Een eerste grote stap om het omgevingsplan te vullen met regels die voor herhaalde toepassing bruikbaar zijn, is gezet met de vaststelling van het eerste wijzigingsbesluit (Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Basisregeling). Daarmee is een groot aantal van dit soort regels in het omgevingsplan opgenomen, zonder dat die op dat moment al ergens gingen gelden. Het werkingsgebied van de betreffende regels (waar de regels gelden) was gekoppeld aan een stip in het IJmeer. Zij zijn daarmee klaargezet om bij latere wijzigingen, waarbij het bestemmingsplan wordt vervangen, daadwerkelijk te worden gebruikt. Dat gebeurt door het werkingsgebied van die regels aan te passen.    

Momenteel wordt gewerkt aan het vervangen van een groot aantal bestemmingsplannen. Daarbij blijkt dat er in meerdere gebieden behoefte is aan dezelfde regels, die echter nog niet in het omgevingsplan staan. Er zijn dus extra regels nodig die voor herhaalde toepassing bruikbaar zijn. Met deze bekendmaking worden die extra regels toegevoegd aan het omgevingsplan, zonder dat die regels direct ergens gaan gelden. Ook voor deze regels geldt dat ze worden gekoppeld aan een stip in het IJmeer, en dat ze pas ergens een rechtsgevolg gaan krijgen wanneer ze met een opvolgend besluit van een daadwerkelijk werkingsgebied worden voorzien. 

Omdat de toe te voegen regels nog nergens een werkingsgebied krijgen, ontstaat er geen rechtsgevolg. Omdat deze bekendmaking niet is gericht op een rechtsgevolg, is er geen sprake van een besluit volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb), en ook niet van een wijziging van het omgevingsplan in de zin van de Omgevingswet. Om die reden wordt afgezien van toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, en wordt deze aanpassing ook niet voorgelegd aan het college of de gemeenteraad. Evenmin staat er beroep open. Er worden in technische zin alleen regels klaargezet. Voor dit 'technisch klaarzetten' van regels is wel een bekendmaking van een 'besluit' volgens de STOP-standaard nodig.  

Het betreft de volgende regels die worden klaargezet: 

Artikel 2.24: 

Toevoeging van een drietal leden waarmee locaties kunnen worden aangewezen waar: 

  • de maximum bruto-vloeroppervlak per vestiging van maatschappelijke dienstverlening een nader te bepalen waarde heeft; 

  • maatschappelijke dienstverlening niet toegestaan in nader te bepalen bouwlagen; 

  • maatschappelijke dienstverlening uitsluitend in een ondergronds gebouw is toegestaan.

Artikel 2.39: 

Toevoeging van een regel waarmee binnen het gebruiksdoel maatschappelijke dienstverlening locaties kunnen worden aangewezen waar maatschappelijke dienstverlening uitsluitend in de vorm van kinderopvang is toegestaan. 

Artikel 2.40: 

Toevoeging van een regel waarmee binnen het gebruiksdoel maatschappelijke dienstverlening locaties kunnen worden aangewezen waar maatschappelijke dienstverlening uitsluitend in de vorm van onderwijs is toegestaan.

Artikel 2.43: 

Toevoeging van een lid waarmee binnen het gebruiksdoel zakelijke en administratieve dienstverlening locaties kunnen worden aangewezen waar zakelijke en administratieve dienstverlening niet is toegestaan in nader te bepalen bouwlagen.

Artikel 2.52:

Toevoeging van een tweetal leden waarmee binnen het gebruiksdoel detailhandel locaties kunnen worden aangewezen waar:

  • het maximum winkelvloeroppervlak dat ten behoeve van detailhandel mag worden gebruikt een nader te bepalen waarde heeft;

  • detailhandel niet is toegestaan in nader te bepalen bouwlagen.

Artikel 2.62: 

Deze regel is alleen verplaatst en redactioneel aangepast vanwege de nieuwe artikelen 2.66, 2.67 en 2.68.

Artikel 2.66:

Toevoeging van een regel waarmee binnen het gebruiksdoel detailhandel locaties kunnen worden aangewezen waar detailhandel uitsluitend in de vorm van een verkooppunt voor motorbrandstoffen is toegestaan.

Artikel 2.67: 

Toevoeging van een tweetal leden waarmee binnen het gebruiksdoel detailhandel locaties kunnen worden aangewezen waar:

  • detailhandel alleen in de vorm van een fietsenwinkel, met inbegrip van fietsonderhoud en -verhuur, is toegestaan;

  • het maximum winkelvloeroppervlak dat ten behoeve van een fietsenwinkel, met inbegrip van fietsonderhoud en fietsverhuur, mag worden gebruikt, een nader te bepalen waarde heeft.

Artikel 2.68:

Toevoeging van een regel waarmee binnen het gebruiksdoel detailhandel locaties kunnen worden aangewezen waar detailhandel uitsluitend in de vorm van een galerie is toegestaan.

Artikel 2.72: 

Toevoeging van een lid waarmee binnen het gebruiksdoel consumentgerichte dienstverlening locaties kunnen worden aangewezen waar consumentgerichte dienstverlening niet is toegestaan in nader te bepalen bouwlagen.

Artikel 2.76:

Toevoeging van een regel waarmee binnen het gebruiksdoel consumentgerichte dienstverlening locaties kunnen worden aangewezen waar consumentgerichte dienstverlening uitsluitend is toegestaan als die gericht is op de persoonlijke verzorging van consumenten, zoals kapsalons, schoonheidssalons, nagelstudio’s en naar de aard daarmee te vergelijken dienstverlening.

Artikel 2.83:

Toevoeging van een tweetal leden waarmee binnen het gebruiksdoel bedrijf locaties kunnen worden aangewezen waar:

  • een bedrijf uitsluitend toegestaan in nader te bepalen bouwlagen;

  • een bedrijf niet is toegestaan in nader te bepalen bouwlagen.

Artikel 2.103:

Toevoeging van een lid waarmee binnen het gebruiksdoel culturele voorzieningen locaties kunnen worden aangewezen waar een culturele voorziening niet is toegestaan in nader te bepalen bouwlagen.

Artikel 2.116:

Toevoeging van een regel waarmee binnen het gebruiksdoel hotel locaties kunnen worden aangewezen waar het exploiteren van een hotel niet is toegestaan in nader te bepalen bouwlagen.

Artikel 2.127:

Toevoeging van een lid waarmee binnen het gebruiksdoel sportvoorzieningen locaties kunnen worden aangewezen waar een sportvoorziening niet is toegestaan in nader te bepalen bouwlagen.

Artikel 2.133:

Toevoeging van een regel waarmee binnen het gebruiksdoel sportvoorzieningen locaties kunnen worden aangewezen waar sportvoorzieningen uitsluitend in de vorm van een voorziening voor yogalessen of yogatrainingen is toegestaan.

Artikel 2.140:

Toevoeging van een lid waarmee binnen het gebruiksdoel ontspanning en vermaak locaties kunnen worden aangewezen waar faciliteiten voor ontspanning en vermaak niet zijn toegestaan in nader te bepalen bouwlagen.

Paragraaf 2.3.25:

Toevoeging van een paragraaf waarmee locaties kunnen worden aangewezen waar een gebruiksdoel bijeenkomstfaciliteit moet gaan gelden, met mogelijkheden om aanvullende regels te stellen. 

Artikel 3.5:

Toevoeging van een lid waarmee locaties kunnen worden aangewezen waar een bij een hoofdgebouw behorend erf in ieder geval niet mag worden gebruikt voor opslag van goederen voor zover deze zichtbaar is vanaf de openbare weg.

Artikel 3.7:

Toevoeging van een lid waarmee locaties kunnen worden aangewezen waar het niet is toegestaan parkeergelegenheid op een gebouwerf beschikbaar te hebben. 

Artikel 3.15:

Toevoeging van een regel waarmee locaties kunnen worden aangewezen waar laden en lossen uitsluitend op eigen terrein is toegestaan.

Artikel 4.121:

Toevoeging van een regel waarmee locaties kunnen worden aangewezen waar nader te bepalen bouwlagen van een bouwwerk gelden als brandvoorschriftengebied als bedoeld in artikel 5.14, eerste lid en tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 4.122:

Toevoeging van een regel waarmee locaties kunnen worden aangewezen waar nader te bepalen bouwlagen van een bouwwerk gelden als explosie- voorschriftengebied als bedoeld in artikel 5.14, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 5.15: 

Toevoeging van een tweetal leden waarmee locaties kunnen worden aangewezen waar:

  • een bijgebouw (ook) is toegestaan;

  • een afwijkmogelijkheid geldt van de hoofdregel dat in een bouwvlak moet worden gebouwd. 

Artikel 5.17:

Toevoeging van een lid waarmee locaties kunnen worden aangewezen waar een overgangsrechtelijke bepaling gaat gelden die erin voorziet dat voor de duur van vijf jaar nadat op een locatie het eerste lid in werking is getreden, de uit het tot dat moment geldend bestemmingsplan als maximum bouwhoogte geldt.

Artikel 5.18:

Toevoeging van een lid waarmee locaties kunnen worden aangewezen waar een overgangsrechtelijke bepaling gaat gelden die erin voorziet dat voor de duur van vijf jaar nadat op een locatie het eerste lid in werking is getreden, de uit het tot dat moment geldend bestemmingsplan als maximum goothoogte geldt.

Artikel 5.26:

Toevoeging van een tweetal regels waarmee locaties kunnen worden aangewezen waar:

  • een uitbouw van een kap aan de achterzijde van een woning alleen toegestaan in de vorm van een dwarskap;

  • de vorm en helling van een bestaande kap van een woning niet worden gewijzigd.

Artikel 5.27:

Toevoeging van een regel waarmee locaties kunnen worden aangewezen waar bestaande lichthoven behouden moeten blijven.

Artikel 5.43:

Toevoeging van een tweetal regels waarmee locaties kunnen worden aangewezen waar:

  • vlaggenmasten zijn toegestaan met als maximum bouwhoogte een nader te bepalen waarde;

  • reclamezuilen zijn toegestaan met als maximum bouwhoogte een nader te bepalen waarde.

Artikel 5.48:

Toevoeging van een tweetal regels waarmee locaties kunnen worden aangewezen waar:

  • een voor mensen toegankelijke overkapping is toegestaan met als maximum bouwhoogte een nader te bepalen waarde;

  • het maximum bebouwd oppervlak aan voor mensen toegankelijke overkappingen moet voldoen aan een nader te bepalen waarde.

Artikel 5.76: 

Toevoeging van een aantal regels waarmee locaties kunnen worden aangewezen waar een open pui niet is toegestaan, inclusief overgangsregels en afwijkmogelijkheden.

Artikel 5.77: 

Toevoeging van een aantal regels waarmee locaties kunnen worden aangewezen waar een gesloten pui niet is toegestaan, inclusief overgangsregels en afwijkmogelijkheden.

Artikel 5.78:

Toevoeging van een aantal regels waarmee locaties kunnen worden aangewezen waar aan de straatzijde geen loggia’s zijn toegestaan, inclusief overgangsregels en afwijkmogelijkheden.

Artikel 5.79:

Toevoeging van een aantal regels waarmee locaties kunnen worden aangewezen waar in elk pand een zelfstandige ontsluiting van hogere bouwlagen aanwezig dient te zijn.

Artikel 5.80:

Toevoeging van een aantal regels waarmee locaties kunnen worden aangewezen waar het samenvoegen van panden niet is toegestaan. 

Hoofdstuk 7: 

Er wordt een hoofdstuk ingevoegd waarin per aan te wijzen gebied gebiedseigen regels kunnen worden opgenomen. In verband hiermee wordt aan de eerste drie leden van artikel 2.3 een verwijzing naar hoofdstuk 7 toegevoegd.  

Afdeling 7.1: 

Er wordt een afdeling ingevoegd, waarin gebiedseigen regels voor stadsdeel Centrum worden opgenomen. Daarmee kunnen locaties worden aangewezen waar de desbetreffende regels gaan gelden. 

Artikel 21.4:

Voorheen werden de geluidzones van gezoneerd industrieterreinen in bestemmingsplannen aangewezen. Met dit onderdeel wordt het mogelijk om de geluidzones van gezoneerd industrieterrein (opnieuw) aan te wijzen als bestemmingsplannen worden vervangen. 

Geen van bovengenoemde regels gaat al ergens gelden. 

Alle overige wijzigingen:

Alle overige wijzigingen hebben betrekking op hernummering van bestaande artikelen. 

 

Naar boven