Gemeenteblad van Gouda
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gouda | Gemeenteblad 2026, 229673 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gouda | Gemeenteblad 2026, 229673 | beleidsregel |
Nota Reserves en Voorzieningen Gemeente Gouda 2023
Bij de vaststelling van de Financiële Verordening 2019 van de gemeente Gouda, conform artikel 212 van de Gemeentewet (hierna te noemen de "Financiële Verordening"), werd de toezegging gedaan om de Nota Reserves en Voorzieningen eens in de 4 jaar bij te werken, wat heeft geleid tot de huidige nota.
De laatste versie van de nota reserves en voorzieningen van de gemeente Gouda werd door de gemeenteraad goedgekeurd op 1 juli 2020. Na deze datum werden er bij de vaststelling van verschillende Planning & Control (P&C) documenten beslissingen genomen om reserves en voorzieningen samen te voegen, te herstructureren of op te heffen.
Reserves en voorzieningen leggen een beslag op het vermogen van de gemeente. Dit betekent dat het geld dat hiermee gemoeid is niet aan andere zaken kan worden uitgegeven (tenzij de raad een andere bestemming aan de reserve(s) geeft). Aan de ene kant moet voorkomen worden dat onnodig vermogen vastzit in reserves en voorzieningen. En aan de andere kant hebben reserves en voorzieningen een functie als buffer en kan er bijvoorbeeld gespaard worden voor grote projecten.
1.2 Doel nota reserves en voorzieningen
Om adequaat beheer te kunnen voeren over de reserves en voorzieningen, is het van belang dat er duidelijke beleidsuitgangspunten en uitvoeringsregels bestaan met betrekking tot de reserves en voorziening. Bovendien is het aan te bevelen om op regelmatige basis de bestaande reserves en voorzieningen te evalueren op hun relevantie, doeltreffendheid en noodzaak.
Het hoofddoel van deze nota is dan ook:
De nota reserves en voorzieningen fungeert als een instrument ter ondersteuning van de kaderstellende rol van de gemeenteraad.
Deze nota is opgebouwd volgens een duidelijke structuur. We beginnen met een overzicht van de huidige wettelijke voorschriften met betrekking tot reserves en voorzieningen (hoofdstuk 2). Daarna worden de beleidsuitgangspunten en uitvoeringsregels in hoofdstuk 3 behandeld.
Hoofdstuk 2 behandelt de wettelijke kaders die de raad moet volgen en waar geen ruimte is voor eigen keuzes. Hoofdstuk 3 bevat 'Goudse' beleidsuitgangspunten en uitvoeringsregels, die met de goedkeuring van deze nota worden vastgesteld.
Bijlage 1 en 2 biedt een uitgebreide lijst van beschikbare reserves en voorzieningen. Bovendien zullen voorstellen ter heroverweging aan de gemeenteraad worden voorgelegd, gebaseerd op de beleidsprincipes en uitvoeringsrichtlijnen zoals geformuleerd in deze nota.
Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) bevat diverse bepalingen met betrekking tot reserves en voorzieningen. Hoewel reserves en voorzieningen vaak in dezelfde context worden genoemd, bestaat er een wezenlijk verschil tussen beide. Reserveren is in feite een vorm van sparen, meestal bedoeld om kosten op te vangen die niet direct uit de reguliere exploitatie kunnen worden gedekt. In principe kunnen reserves vrij worden aangewend, waarbij de gemeenteraad de bevoegdheid heeft om een specifieke bestemming aan reserves toe te kennen en deze bestemming te wijzigen.
Voorzieningen daarentegen hebben een ander karakter. Deze worden gevormd vanwege verwachte verliezen of verplichtingen waarvan de omvang op de balansdatum weliswaar onzeker, maar redelijkerwijs te schatten is. De bestemming van voorzieningen kan niet door de gemeenteraad worden gewijzigd.
Het wettelijk kader voor reserves en voorzieningen wordt gevormd door Artikel 212 van de Gemeentewet, Artikel 42 tot en met 45 van het BBV, en de Financiële verordening van de gemeente Gouda. Om een consistente toepassing van het BBV te bevorderen, is in deze nota rekening gehouden met praktijkvoorbeelden en richtlijnen die zijn ontwikkeld voor de toepassing van het BBV.
In dit hoofdstuk zijn zoals aangegeven de wettelijke kaders opgenomen, waarbij de raad geen keuze heeft.
In de onderstaande tabel is het onderscheid tussen reserves en voorzieningen samengevat:
Reserves zijn een onderdeel van het eigen vermogen. Vanuit een bedrijfseconomisch perspectief kunnen reserves vrij worden aangewend. Met andere woorden, tot het moment van feitelijke toewijzing kan te allen tijde worden besloten om de reserve op te heffen en de middelen voor een ander doel in te zetten.
In artikel 43 BBV worden reserves onderscheiden naar twee soorten reserves:
Algemene reserve: dit betreft een reserve waarvoor geen specifieke bestemming is vastgesteld. De algemene reserve dient als een financiële buffer en wordt aangewend om algemene risico's op te vangen. Het heeft het karakter van een spaarpot en fungeert als een buffer, bijvoorbeeld om mogelijke exploitatieverliezen te dekken.
Bestemmingsreserves: dit zijn reserves waarvoor de gemeenteraad een specifieke bestemming heeft bepaald. Binnen de bestemmingsreserves kunnen er ook reserves zijn die zijn ingesteld ter dekking van de kapitaallasten van de gedane investeringen.
Een bestemmingsreserve kapitaallasten moet van voldoende omvang zijn om de kapitaallasten gedurende de gehele vastgestelde afschrijvingsperiode aan de reserve te kunnen onttrekken. Om de volledige kapitaallasten aan de bestemmingsreserve kapitaallasten te kunnen onttrekken, moet het saldo van de bestemmingsreserve kapitaallasten gelijk zijn aan de boekwaarde van de desbetreffende activa. (BBV notitie MVA 2020)
Reserves hebben altijd een specifiek doel en vervullen daarnaast een bepaalde functie. We kunnen de volgende functies onderscheiden:
Reserves dienen als een financiële buffer om onvoorziene (incidentele) uitgaven op te vangen die noodzakelijk zijn, maar niet zijn meegenomen in de begroting. Daarnaast stellen deze reserves de gemeente in staat om noodzakelijke aanpassingen geleidelijk door te voeren, in plaats van abrupte en ingrijpende veranderingen te moeten doorvoeren.
Reserves kunnen worden ingesteld om de lasten en baten over meerdere jaren gelijkmatig te verdelen. Dit voorkomt schommelingen in het resultaat en zorgt voor een meer stabiele financiële situatie.
De vorming van voorzieningen is in het BBV dwingender voorgeschreven dan de vorming van reserves. De uitgangspunten voor het instellen van een voorziening en in stand houden daarvan zijn binnen het BBV (art. 44) aan strikte regelgeving gebonden.
Voorzieningen worden op verplichte basis gevormd voor de volgende doeleinden, zoals vastgesteld in artikel 44, leden 1a tot en met 1d van het BBV:
Ook zijn de volgende bepalingen van toepassing vanuit het BBV:
Hierna zullen de verschillende soorten voorzieningen nader worden toegelicht.
Risicovoorzieningen (artikel 44 leden 1a en 1b van het BBV)
Risicovoorzieningen worden ingesteld voor verplichtingen en risico's.
Deze voorzieningen hebben betrekking op min of meer onzekere verplichtingen die op een later tijdstip tot schulden kunnen leiden, zoals juridische claims in afwachting van een uitspraak van de rechter en vergelijkbare situaties (artikel 44, lid 1a van het BBV). Ook omvatten ze voorzieningen die een schatting vormen van de kosten die voortkomen uit risico's die verband houden met de bedrijfsvoering, zoals juridische geschillen, reorganisaties, en andere soortgelijke zaken (artikel 44, lid 1b van het BBV). Schulden en transitoria vallen niet onder de noemer 'voorzieningen', omdat daarbij geen onzekerheid bestaat over de omvang van de verplichting.
De wettekst (artikel 44 leden 1a en 1b van het BBV), benadrukt als belangrijke randvoorwaarde voor het vormen van deze voorzieningen dat de verplichtingen, verliezen, risico’s redelijkerwijs in te schatten dienen te zijn. Als dit niet het geval is maakt het risico onderdeel uit van het weerstandsvermogen en wordt dit risico toegelicht in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.
Egalisatievoorzieningen, voorzieningen ter egalisering van kosten (artikel 44 lid 1c van het BBV)
Deze voorzieningen worden ingesteld om de kosten die in de tijd onregelmatig worden gemaakt, zoals groot onderhoud, te egaliseren. Het is optioneel om dergelijke voorzieningen in te stellen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Indien de beslissing wordt genomen om een voorziening in te stellen, dienen aan een aantal vereisten te worden voldaan. De Commissie BBV heeft in haar notitie betreffende materiële vaste activa enkele stellige uitspraken gedaan, die als volgt luiden:
Voorzieningen die vooraf worden gevormd om lasten van groot onderhoud gelijkmatig te verdelen over meerdere begrotingsjaren, kunnen alleen met instemming van de raad ingesteld en gevoed worden op basis van een recent beheerplan. De raad stemt in met de kaders en de jaarlijkse voeding van de voorziening.
Onder recent beheerplan wordt een beheerplan verstaan van maximaal vijf jaar oud ten opzichte van het verslagleggingsjaar. Deze vijf jaar dient te worden gehanteerd als richttermijn waar gemotiveerd van kan worden afgeweken. Een gemotiveerde afwijking houdt in dat deze motivatie is geautoriseerd door de raad en verantwoord is in de paragraaf ‘Onderhoud kapitaalgoederen’ van de begroting en de jaarstukken.
Het beheerplan dient financieel te zijn getoetst. Tevens moeten het beheerplan, de stand van de voorziening en de dotatie eraan op elkaar aansluiten. Indien er geen (recent) beheerplan aanwezig is, is het vormen van een voorziening voor groot onderhoud dus niet toegestaan. Wel is het dan mogelijk om een bestemmingsreserve te vormen.
Voorzieningen voor bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35 eerste lid, onder b. (artikel 44 lid 1d van het BBV)
Door middel van de voorziening ex artikel 44, lid 1, sub d BBV kan worden gespaard voor toekomstige vervangingsinvesteringen. Deze voorziening wordt ingezet zodra een gemeente overgaat tot uitgaven ten behoeve van de daadwerkelijke vervangingsinvesteringen. Deze investeringen worden geactiveerd, waarop vervolgens de voorziening in mindering wordt gebracht. Indien er daarna nog een boekwaarde resteert van de oorspronkelijke investering dan wordt de restwaarde geactiveerd en afgeschreven. Netto activeren is dus alleen verplicht, indien gebruik is gemaakt van een artikel 44, lid 1, sub d van het BBV voorziening voor vervangingsuitgaven.
Verplichtingen derden (artikel 44, lid 2 van het BBV)
Deze voorzieningen worden gevormd door bijdragen van derden, waartegenover verplichtingen staan, waaraan de gelden moeten worden besteed.
Toelichting afvalstoffen en rioolheffing
Dit artikel waarborgt dat bijdragen van burger via tarieven in bepaalde gevallen specifiek gereserveerd blijven voor lasten behorende bij die activiteit van de gemeente. Met dit artikel kan de raad ook sturen op gelijkmatige ontwikkeling van tarieven door een egalisatievoorziening te vormen.
3. Beleidsuitgangspunten en uitvoeringsregels
Dit hoofdstuk bevat de specifieke beleidsuitgangspunten voor reserves en voorzieningen. Tevens worden hierin de uitvoeringsregels voor reserves en voorzieningen vermeld. De raad heeft de bevoegdheid om gemotiveerd af te wijken van deze beleidsuitgangspunten en uitvoeringsregels. In tegenstelling tot de genoemde wettelijke kaders in hoofdstuk 2, heeft de raad de bevoegdheid om ‘Goudse’ beleidsuitgangspunten en uitvoeringsregels vast te stellen.
Hierna worden de beleidsuitgangspunten ten aanzien van de reserves en voorzieningen geformuleerd:
Geen reserves voor mogelijke risico's
Reserves worden niet ingesteld voor potentiële risico's. Zoals eerder vermeld bij 2.3 voorzieningen, dient voor reële risico's een risicovoorziening te worden ingesteld. Voor risico's die niet voldoen aan de eisen waaraan een voorziening mag worden getroffen, wordt geen afzonderlijke bestemmingsreserve ingesteld. Hiervoor dient de algemene reserve. Dit risico wordt zo nodig nader toegelicht in de paragraaf over weerstandsvermogen en risicobeheersing.
Opheffen bestemmingsreserves en claims na twee jaar zonder transacties
Bestemmingsreserves komen te vervallen als er gedurende twee jaar geen toevoegingen of onttrekkingen hebben plaatsgevonden, tenzij er een bewuste afweging en onderbouwing is om de claim/specifieke reserve te handhaven. Jaarlijks wordt hier apart over gerapporteerd bij de jaarrekening.
3.2 Uitvoeringsregels reserves
Lasten die worden gedekt door een onttrekking uit een reserve, dienen in principe incidenteel van aard te zijn, omdat een reserve eindig is. Daarom moeten structurele lasten structureel worden gedekt in de begroting. Incidentele lasten of uitgaven die zich over een beperkt aantal jaren voordoen, kunnen echter wel worden gefinancierd uit een reserve. Voor bestemmingsreserves, die bedoeld zijn voor dekking van kapitaallasten, geldt hierop een uitzondering.
De gemeenteraad neemt, al dan niet op voorstel van het college, beslissingen over wijzigingen in het doel van reserves of de opheffing ervan. Hierbij zijn de volgende criteria van toepassing:
Tenzij de raad anders bepaalt, valt na het opheffen van de reserve het saldo vrij ten gunste van de algemene reserve. Het opheffen een reserve moet expliciet worden vermeld in het raadsvoorstel.
3.3 Uitvoeringsregels voorzieningen
Zoals eerder vermeld in de wettelijke kaders met betrekking tot voorzieningen, vereist de wet dat voor specifieke calamiteiten voorzieningen worden ingesteld. Voor verdere details wordt verwezen naar sectie 2.3.2. In het geval van een egalisatievoorziening voor groot onderhoud dient dit echter afzonderlijk te worden vastgesteld door de raad. Het is van essentieel belang dat er een recent beheerplan beschikbaar is.
Het college heeft de bevoegdheid om voorzieningen in te stellen, op te heffen, en over voorzieningen te beschikken, met uitzondering van de instelling van een egalisatievoorziening voor groot onderhoud. Hiertoe geldt een speciale procedure.
Wanneer de omvang van een voorziening het noodzakelijke niveau overschrijdt, komt het surplus ten goede aan de exploitatie. Tekorten in de voorziening moeten worden aangevuld.
Het is een vereiste dat elke voorziening wordt onderbouwd met een berekening van de onderliggende verplichting of het risico. Als er een mogelijkheid bestaat dat een risico zich voordoet en de omvang niet goed kan worden ingeschat, is het niet toegestaan om een voorziening te creëren (zie 2.3 onderdeel risicovoorzieningen). In dat geval moet het risico worden opgenomen in de paragraaf 'weerstandsvermogen & risicobeheersing' als onderdeel van de begroting en jaarrekening.
Afwijkingen in de geraamde onttrekkingen/bestedingen of dotaties dienen te worden gemeld in tussentijdse rapportages en moeten uiteindelijk als toelichting worden opgenomen in de jaarstukken.
Een voorziening wordt opgeheven in de volgende situaties:
Na het opheffen van een voorziening, valt het saldo vrij ten gunste van de exploitatie.
3.3.4 Overige uitvoeringsregels
Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichtingen of voorzienbare verliezen. Een uitzondering hierop is de voorziening voor wethouderspensioenen, die wordt gewaardeerd op de contante waarde. Dit is conform de systematiek die genoemd is in de ‘Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa)’.
4.1 Bijlage 1: Overzicht reserves
4.2 Bijlage 2: Overzicht voorzieningen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-229673.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.