Gemeenteblad van Culemborg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Culemborg | Gemeenteblad 2026, 22924 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Culemborg | Gemeenteblad 2026, 22924 | beleidsregel |
Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Culemborg 2026
Deze beleidsregels geven richting aan de uitvoering van de jeugdhulp in de gemeente Culemborg.
Zij vormen de verbindende schakel tussen de wettelijke kaders van de Jeugdwet, de Verordening Jeugdhulp Culemborg 2026 en de lokale beleidsplannen binnen het sociaal domein.
Centraal staat dat jeugdigen veilig, kansrijk en gezond kunnen opgroeien en dat gezinnen tijdig passende ondersteuning ontvangen — zo licht als kan, zo zwaar als nodig.
De gemeente zet daarbij in op versterking van eigen kracht, normalisering van alledaagse opvoedvragen en het benutten van het sociale netwerk, zodat professionele hulp pas wordt ingezet wanneer dit echt noodzakelijk is.
De Jeugdwet bepaalt het wettelijke kader: de verantwoordelijkheden van gemeenten en de rechten van jeugdigen en ouders.
De verordening legt vast welke voorzieningen de gemeente biedt, op welke manier deze worden toegekend en welke regels daarvoor gelden.
De beleidsregels concretiseren vervolgens hoe het college die verordening toepast, welke afwegingscriteria worden gehanteerd en hoe de uitvoering plaatsvindt binnen de ruimte die de wet biedt.
De uitvoering van de jeugdhulp in Culemborg is gebaseerd op samenwerking, professionaliteit en vertrouwen.
De gemeente werkt vanuit gedeelde verantwoordelijkheid met inwoners, professionals en ketenpartners, gericht op duurzame ondersteuning, eenvoud in toegang en maatwerk dat aansluit bij het gewone leven.
Bij iedere beslissing wordt gekeken naar evenredigheid: de hulp is in verhouding tot de problematiek en gericht op herstel van zelfstandigheid en participatie.
Daarbij sluit Culemborg aan bij de koers en uitgangspunten uit de lokale beleidsplannen sociaal domein, de regionale samenwerking en landelijke ontwikkelingen.
De gemeente evalueert deze beleidsregels periodiek op werking, uitvoerbaarheid en maatschappelijke effecten, en past ze waar nodig aan op basis van praktijkervaring, jurisprudentie en maatschappelijke ontwikkelingen.
Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Culemborg 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Culemborg,
gelet op de artikelen 2.9, 2.10 en 2.12 van de Jeugdwet, het Besluit Jeugdwet, artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, en de Verordening Jeugdhulp gemeente Culemborg 2026;
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1.3 – Uitvoeringsprincipes
De uitvoering van de jeugdhulp in Culemborg is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:
Deze uitgangspunten sluiten aan bij de visie en uitvoeringspraktijk binnen het sociaal domein van Culemborg, waarin gewerkt wordt vanuit systemisch inzicht en aandacht voor cultuur- en stresssensitiviteit.
HOOFDSTUK 2 VORMEN VAN JEUGDHULP
Artikel 2.2 – Individuele voorzieningen
HOOFDSTUK 3 TOEGANG, ONDERZOEK EN BESLUIT
Artikel 3.2 – Toetsingskader: zorgvuldig onderzoek, normaliseren en eigen kracht
De tien stappen geven richting aan de beoordeling van de hulpvraag, de vaststelling van eigen kracht en het evenwicht tussen draagkracht en draaglast, het onderzoek naar algemene of voorliggende voorzieningen en de bepaling van de noodzaak van een individuele voorziening. Zie bijlage voor het uitgebreide toetsingskader.
Artikel 3.9 – Ingangsdatum van de voorziening
Bij het aflopen van een eerder toegekende voorziening geldt dat deze einddatum in beginsel niet automatisch de ingangsdatum van een nieuwe voorziening is. Het behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner om tijdig opnieuw een hulpvraag te doen bij eventuele extra behoefte aan ondersteuning.
Artikel 3.10 – Specifieke uitvoeringskaders
HOOFDSTUK 4 PERSOONSGEBONDEN BUDGET (PGB)
Artikel 4.5 – Kwaliteitseisen bij pgb
Formele hulp wordt geleverd door een professional met een passende opleiding of kwalificatie, waar vereist geregistreerd in het BIG- of SKJ-register, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, in bezit van een geldige Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) bij aanvang, en handelend conform de geldende wettelijke eisen voor kwaliteit en veiligheid, zoals deze ook gelden voor in de regio gecontracteerde aanbieders.
Artikel 4.6 – Controle, herziening en beëindiging
In bijzondere gevallen kan het college toestaan dat pgb-hulp (deels) buiten Nederland wordt ingezet, mits dit aantoonbaar noodzakelijk, kwalitatief verantwoord en financieel doelmatig is. De inzet wordt vooraf met het college besproken en het besluit tot toestaan wordt zorgvuldig en navolgbaar gemotiveerd.
HOOFDSTUK 5 HERZIENING, OPSCHORTING, TERUGVORDERING EN INLICHTINGENPLICHT
Het college zorgt voor begrijpelijke en toegankelijke informatie over deze beleidsregels en de uitvoering, onder meer via de gemeentelijke website, scholen, huisartsen en het Sociaal Team.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Culemborg.
Datum: 25 november 2025
Het college van burgemeester en wethouders van Culemborg,
Burgemeester
Secretaris
BIJLAGE 1 – UITWERKING TOETSINGSKADER EIGEN KRACHT
1. Doel van het toetsingskader
Het toetsingskader ondersteunt consulenten bij het zorgvuldig, transparant en consistent uitvoeren van het tien-stappenonderzoek als bedoeld in artikel 3.2.
Het beschrijft hoe het college de afweging maakt tussen eigen kracht, gebruikelijke en bovengebruikelijke hulp, algemene voorzieningen en noodzakelijke jeugdhulp, met toepassing van actuele wetgeving, jurisprudentie en professionele richtlijnen.
Doel is om te waarborgen dat besluiten goed gemotiveerd, proportioneel en juridisch houdbaar zijn.
2. Afwegingsvolgorde binnen het tien-stappenonderzoek
Het toetsingskader sluit aan bij het beoordelingskader van de Centrale Raad van Beroep en volgt de volgende volgorde:
De consulent legt per stap vast welke feiten, afwegingen en conclusies zijn getrokken.
3. Beoordeling van eigen kracht, draagkracht en draaglast (gebruikelijke hulp)
Bij het vaststellen in hoeverre ouders of netwerk zelf hulp kunnen bieden, hanteert het college de volgende indicatoren:
De consulent beschrijft in het onderzoeksverslag hoe de balans tussen draagkracht en draaglast is beoordeeld en motiveert op welke punten deze uit balans is geraakt.
4. Beoordeling van eigen kracht
Bij de beoordeling van eigen kracht worden ten minste de volgende vragen beantwoord:
Alle feiten en omstandigheden worden meegewogen. De financiële draagkracht van ouders mag niet worden betrokken bij deze beoordeling.
5. Normaliseren en ontwikkelingsopgaven
Jeugdhulp is niet bedoeld voor leeftijdsconforme opvoed- of ontwikkelingsvragen.
Het college gebruikt het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) als referentiekader voor normale, verhoogde en afwijkende ontwikkeling.
Onderstaande tabel biedt een globaal overzicht van ontwikkelingstaken en opvoedopgaven per levensfase.
Een hulpvraag die uitsluitend betrekking heeft op deze normale ontwikkelingstaken valt in beginsel niet onder de Jeugdwet, tenzij sprake is van:
6. Overbelasting van ouders of verzorgers
Wanneer ouders (dreigende) overbelasting melden, beoordeelt het college:
Hulp bij overbelasting is tijdelijk en herstelgericht (richtsnoer: 3–6 maanden) en wordt afgebouwd zodra het gezin stabiel functioneert.
Wanneer specifieke deskundigheid nodig is om de problematiek of de draagkracht te beoordelen, betrekt het college een gedragswetenschapper of externe specialist.
De geraadpleegde deskundigheid en bevindingen worden expliciet vermeld in het onderzoeksverslag.
8. Evenredigheid en motivering
Bij iedere afweging wordt het evenredigheidsbeginsel toegepast (artikel 3:4 Awb): de zwaarte van de hulp en de belasting voor het gezin staan in redelijke verhouding tot het beoogde resultaat.
De consulent legt de afwegingen, motivering en geraadpleegde deskundigheid vast in het onderzoeksverslag of gezinsplan, zodat inzichtelijk is hoe het tien-stappenonderzoek is doorlopen.
9. Normaliseren en afbakening van de Jeugdwet
Niet onder de Jeugdwet vallende situaties zijn onder meer:
Deze afbakening voorkomt overprofessionalisering en sluit aan bij het principe één gezin – één plan – één regisseur.
10. Evaluatie en professionalisering
De geactualiseerde versie wordt jaarlijks vastgesteld door het college en toegevoegd aan de beleidsregels.
BIJLAGE 2 – UITVOERINGSKADER DOMEINBEPALIGEN TOEGANG
(Jeugdwet – Wmo – Onderwijs – Zvw – Wlz)
Deze bijlage ondersteunt medewerkers van het Sociaal Team Culemborg bij het zorgvuldig en transparant bepalen van het juiste wettelijke kader bij een hulpvraag.
Het doel is te waarborgen dat jeugdigen en gezinnen tijdig passende ondersteuning ontvangen, binnen de juiste wet en volgens een eenduidige werkwijze.
2. Toetsingsvolgorde bij iedere hulpvraag
Elke melding of aanvraag wordt beoordeeld volgens de onderstaande vier stappen.
Deze volgorde waarborgt consistentie, rechtszekerheid en voorkomt doublures met andere domeinen.
Stap 1 – Eigen kracht en netwerk
De consulent onderzoekt wat de jeugdige, ouder(s) en het netwerk zelf kunnen doen, rekening houdend met de leeftijd, draagkracht en omstandigheden.
Indien het gezin voldoende draagkracht en netwerk heeft, is inzet van jeugdhulp niet noodzakelijk.
Stap 2 – Algemene of voorliggende voorzieningen
Consulenten onderzoeken of bestaande voorzieningen of regelingen de hulpvraag kunnen beantwoorden.
Het gaat hierbij om laagdrempelige of voorliggende ondersteuning binnen de sociale basis of andere wetten, zoals:
Wanneer deze voorzieningen voldoende zijn of redelijkerwijs benut kunnen worden, is geen individuele jeugdhulp nodig.
Alleen als de hulpvraag hiermee niet toereikend wordt opgelost, volgt stap 3.
Stap 3 – Noodzaak van een individuele voorziening (Jeugdwet)
Een individuele voorziening wordt pas overwogen wanneer:
De motivering wordt vastgelegd in het onderzoeksverslag en vormt de basis voor de beschikking.
Stap 4 – Domeinbepaling: welke wet is van toepassing
De consulent bepaalt aan de hand van onderstaande richtlijnen binnen welk domein de hulpvraag valt.
De consulent noteert altijd in het onderzoeksverslag:
Wanneer meerdere domeinen tegelijk betrokken zijn (bijv. onderwijs én jeugdhulp, of ouder én kind), gelden de volgende richtlijnen:
→ Principe: één gezin, één plan, één regisseur.
6. Doel en gebruik in de praktijk
Deze bijlage vormt het uniforme afwegingskader voor alle consulenten en beleidsmedewerkers van het Sociaal Team Culemborg.
De bijlage wordt jaarlijks geëvalueerd en geactualiseerd op basis van:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-22924.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.