Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze nadere regeling wordt verstaan onder:
- a)
Algemene subsidieverordening (ASV): de algemene subsidieverordening gemeente Vijfheerenlanden.
- b)
College: burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden.
- c)
Doelgroep peuter: een peuter in de leeftijd van 2 tot het moment waarop hij/zij uitstroomt naar de basisschool, met een risico op een achterstand op het gebied van taal en ontwikkeling die in aanmerking komt voor voorschoolse educatie en als zodanig 4 jaar door JGZ is geïndiceerd.
Waarbij tussen 2 en 2,5 jaar het aanbod VE-peuteropvang 8 uur per week is verdeeld over minimaal 2 dagdelen.
- d)
Doorgaande lijn: van een doorgaande lijn in he kader van voor- en vroegschoolse educatie is sprake, indien een kind in de voorschoolse voorziening voorschoolse educatie volt en daarna vroegschoolse educatie op de basisschool in groep 1-2.
- e)
Houder: de rechtspersoon aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet toebehoort, waarbij onder “onderneming” wordt begrepen een locatie die in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) is opgenomen als kinderverblijf met een VE-registratie.
- f)
Fiscaal maximum: het jaarlijks door de Belastingdienst vastgesteld landelijk maximum uurtarief voor kinderopvang, als bedoeld in artikel 4, lid 1 sub a Besluit Kinderopvangtoeslag.
- g)
Inkomensverklaring: de Verklaring Geregistreerd Inkomen (VGI), een officiële verklaring van de Belastingdienst met inkomensgegevens van de ouders over een bepaald belastingjaar.
- h)
Kleine kern: een dorpskern waar maximaal één houder van voorschoolse educatie aanwezig is.
- i)
Kinderdagverblijf en/of reguliere peuteropvang: locatie waar dagopvang voor kinderen tussen 0 en 4 jaar en/of peuterspeelzaalwerk voor 2 tot 4-jarigen wordt gerealiseerd, volgens wettelijke kwaliteitseisen. Het aanbod van een kindcentrum zonder een VVE-registratie in het LRK.
- j)
Kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint.
- k)
Kinderopvangtoeslag (KOT): de tegemoetkoming van het Rijk, uitgekeerd via de Belastingdienst aan ouders, bedoeld als bijdrage in de kosten voor een in het LRK geregistreerde kinderdagverblijf.
- l)
Koptarief: de kosten die het maximaal uurtarief voor de kinderopvang, zoals jaarlijks vastgesteld door de Belastingdienst, overschrijden. Dit is het verschil tussen het maximum uurtarief en het subsidiabel uurtarief.
- m)
LRK: het Landelijk Register Kinderopvang als bedoeld in de wet kinderopvang.
- n)
Maximum uurtarief: het jaarlijks door de Belastingdienst vastgesteld landelijk maximum uurtarief voor kinderopvang, als bedoeld in artikel 4, li1 sub a Besluit Kinderopvang toeslag.
- o)
Minimuminkomen: een inkomen dat valt in de laagste categorie van de ‘VNG-adviestabel ouderbijdrage peuteropvang.
- p)
Ouderbijdrage: inkomensafhankelijke financiële bijdrage die ouder(s)/verzorger(s) aan de houder moet(en) betalen voor de deelname van hun kind aan peuteropvang of voorschoolse educatie. Waarbij de hoogte wordt gevolgd zoals opgenomen in de de VNG-adviestabel ouderbijdrage peuteropvang voor het betreffende jaar, zoals gepubliceerd op www.vng.nl.
- q)
Ouder: de juridische ouder(s) of wettelijk verzorger(s) van de (VE-)peuter.
- r)
Peuter: een kind van 2 tot 4 jaar oud.
- s)
Peutermonitor: het door de gemeente Vijfheerenlanden gefaciliteerde digitale monitoringsysteem waar houders gegevens in uploaden dat als basis dient voor de verantwoording van de subsidie voor peuteropvang en voorschoolse educatie.
- t)
Peuterplus-opvang: een gecombineerd aanbod peuteropvang en jeugdzorg van 16 uur per week verdeeld over 4 dagdelen voor peuters vanaf 2 jaar tot het moment dat de peuter naar het onderwijs of een dagbestedingsvoorziening uitstroomt, die voor een Peuterplus-plaats zijn geïndiceerd door het Sociaal Team van de gemeente Vijfheerenlanden.
- u)
Subsidiabel uurtarief: maximum uurtarief + koptarief.
- v)
Subsidiabel uurtarief voorschoolse educatie (VE): het jaarlijks door de gemeente Vijfheerenlanden vastgestelde maximaal te subsidiëren uurtarief voor voorschoolse educatie, aangeboden op een kindercentrum met een VE-registratie in het LRK.
- w)
Voorschoolse voorziening: peuteropvang en kinderdagverblijven met een locatie binnen de gemeente Vijfheerenlanden, die met een VE-registratie zijn opgenomen in het LRK.
- x)
Voorschoolse educatie: voorschoolse educatie (als onderdeel van voor- en vroegschoolse educatie (VVE)) voor kinderen vanaf 2,5 jaar tot het moment waarop zij naar de basisschool uitstromen, waarin aan de hand van een erkend V(V)E-programma op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling.
- y)
VVE-indicatie: indicatie van JGZ, die recht geeft op voor- en vroegschoolse educatie.
- z)
VE-registratie: een registratie in het LRK, waaruit blijkt dat de houder voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen voor het aanbieden van voorschoolse educatie.
- aa)
Zware doelgroeplocatie: een locatie met meer dan 50% VE-peuters op locatieniveau. Dit betreft de verhouding op basis van unieke kinderen in de maand juni voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
Artikel 2. Reikwijdte
- 1.
Deze regeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 6 bedoelde activiteiten.
Artikel 3. Doel
Het doel van deze subsidieverordening is het toegankelijk maken van peuteropvang en voorschoolse educatie voor in de gemeente Vijfheerenlanden wonende of verblijvende kinderen, zodat er optimale ontwikkelkansen zijn voor alle kinderen in de gemeente.
De gemeente Vijfheerenlanden zorgt door middel van subsidieverstrekking voor:
- a.
toereikend en kwalitatief aanbod van Voorschoolse educatie voor de stimulering van de ontwikkeling van peuters als voorbereiding op de basisschool;
- b.
voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden en laaggeletterdheid;
- c.
het bevorderen van integratie en het voorkomen van segregatie;
- d.
bieden van gelijke kansen op een goede start in het onderwijs voor alle peuters;
- e.
voldoende aanbod van Voorschoolse educatie over de gemeente, en
- f.
gemengde VE-peutergroepen, zodat VE-peuters en peuters samen spelen en leren.
Artikel 4. Doelgroep
Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt aan houders van voorschoolse voorzieningen die met een VE-registratie zijn opgenomen in het LRK voor deelname aan de peuteropvang van:
- a)
Peuters zonder VVE-indicatie, waarvan de ouders wel recht hebben op kinderopvangtoeslag.
- b)
Peuters zonder VVE-indicatie, waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.
- c)
Doelgroep peuters waarvan de ouders wel recht hebben op kinderopvangtoeslag.
- d)
Doelgroep peuters waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.
Artikel 5. Eisen aan de aanvrager
Subsidie kan worden aangevraagd door een houder die voldoet aan de vereisten uit de Wet Kinderopvang, de hieruit voortvloeiende regelgeving, en er wordt voldaan uit de bepalingen in deze regeling en de ASV.
Artikel 6. Subsidiabele activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verleend aan houders voor:
- 1.
Het aanbieden van reguliere peuteropvang aan ouders van de peuters zonder recht op kinderopvangtoeslag;
- 2.
Het aanbieden van voorschoolse educatie in een voorschoolse voorziening.
- 3.
Het aanbieden van voorschoolse educatie in kleine kernen;
- 4.
De wettelijk verplichte inzet van een hbo-beleidsmedewerker/pedagogische coach VE;
- 5.
Het bieden van extra ondersteuning op zware doelgroeplocaties;
- 6.
Het bieden van Peuterplus-opvang;
- 7.
De extra uren inzet van een hbo-geschoolde pedagoog.
Artikel 7. Subsidieduur
- 1.
De subsidie wordt verstrekt per kalenderjaar, voor een periode van maximaal 40 (school)weken in dat kalenderjaar.
- 2.
De subsidie eindigt met ingang van de datum waarop de peuter geen gebruik meer maakt van de voorschoolse voorziening of uiterlijk op de dag dat de peuter 4 jaar wordt.
Artikel 8. Subsidie reguliere peuteropvang
De hoogte van de subsidie voor reguliere peuteropvang als bedoeld in artikel 6 onder 1, wordt als volgt berekend:
- 1.
Het college stelt jaarlijks voor 1 oktober het subsidiabel uurtarief voor peuteropvang vast op basis van het jaarlijks wettelijk vastgesteld uurtarief kinderopvang, vastgesteld door de Belastingdienst.
- 2.
Subsidie voor peuteropvang wordt uitsluitend verleend aan ouder(s)/verzorger(s) van de peuter zonder recht op kinderopvangtoeslag.
- 3.
De hoogte van de subsidie is het aantal uren dat een peuter contractueel van de opvang gebruik heeft gemaakt keer het geldende uurtarief. Er geldt een maximum van 320 uur per jaar (8 uur x 40 weken).
- 4.
Het geldende uurtarief wordt berekend zoals in tabel 1.
Tabel 1:
|
Ouder recht op kinderopvangtoeslag
|
Uurtarief vanaf 0 tot en met 8 uur per week
|
|
Nee
|
€ fiscaal maximum (minus) ouderbijdrage
|
Artikel 9. Subsidie voorschoolse educatie
De hoogte van de subsidie voor voorschoolse educatie als bedoeld in artikel 6 onder 2. wordt als volgt berekend:
- 1.
Het college stelt jaarlijks voor 1 oktober het subsidiabel uurtarief voor voorschoolse educatie vast op basis van:
- a.
het jaarlijks wettelijk vastgesteld uurtarief kinderopvang, vastgesteld door de Rijksoverheid.
- b.
een opslag per uur voor de uitvoering van de wettelijke kwaliteitseisen en de door gemeente Vijfheerenlanden gehanteerde bovenwettelijke kwaliteitseisen voor voorschoolse educatie.
- 2.
De hoogte van de subsidie is het aantal uren dat een peuter contractueel van de opvang gebruik heeft gemaakt keer het geldende uurtarief. Er geldt een maximum van 640 uur per jaar (960 gedurende anderhalf jaar).
- 3.
Het geldende uurtarief wordt berekend zoals in tabel 2.
Tabel 2:
|
Ouder recht op kinderopvangtoeslag
|
Uurtarief van 0 tot en met 8 uur
|
Uurtarief vanaf 8 tot en met 16 uur per week
|
|
Ja
|
€ subsidiabel uurtarief VE minus maximum uurtarief (KOT)
|
Met VVE-indicatie: € subsidiabel uurtarief
|
|
Nee
|
€ subsidiabel uurtarief VE (minus) ouderbijdrage
|
Met VVE-indicatie: € subsidiabel uurtarief
|
Artikel 10. Subsidie voorschoolse educatie in kleine kernen
- 1.
Het college kan aanvullend subsidie verstrekken als tegemoetkoming in de kosten om het voorschools aanbod te borgen, indien dit op basis van het subsidiabel uurtarief niet op rendabele wijze in stand gehouden kan worden. Om in aanmerking te komen voor deze subsidie dient er maximaal één houder van voorschoolse educatie per kern aanwezig te zijn. De subsidie-aanvrager dient een aantoonbare onderbezetting te hebben van minder dan 4 VE-peuters. Hiervoor dient de houder, per locatie, gegevens aan te dragen. De restrictie van deze subsidie is dat daarmee geen oneerlijke concurrentie en ook marktverstorende werking optreedt in de betreffende kern.
- 2.
De hoogte van de aanvullende subsidie per locatie is 1 VE-peuterplaats (640 uur per jaar) keer het subsidiabel uurtarief voor voorschoolse educatie.
Artikel 11. Hoogte van de subsidie voor de wettelijk verplichte hbo coach/-beleidsmedewerker VE
De hoogte van de subsidie voor een hbo-beleidsmedewerker als bedoeld in artikel 6 onder 4, wordt als volgt berekend:
- 1.
De subsidie wordt verstrekt voor de inzet van een pedagogisch coach/-beleidsmedewerker op hbo werk- en denkniveau voor 10 uur per jaar per VE-peuter per locatie met voorschoolse educatie;
- 2.
De peildatum voor het vaststellen van de subsidie op basis van het aantal VE-peuters per locatie betreft 1 januari van het desbetreffende subsidiejaar. Bij de subsidieaanvraag wordt het aantal unieke VE-peuters gebaseerd op de peilmaand juni van voorgaand jaar. Dit wordt geverifieerd via de Peutermonitor-module;
- 3.
Het subsidiebedrag wordt op uurbasis verstrekt en is gebaseerd op de CAO Kinderopvang, schaal 9, trede 30. Jaarlijks wordt het uurtarief opnieuw ingeschaald.
Artikel 12. Hoogte van de subsidie voor zware doelgroeplocaties
De hoogte van de subsidie voor het bieden van extra ondersteuning op VE-peutergroepen als bedoeld in artikel 6 onder 5, wordt als volgt berekend:
- 1.
De subsidie wordt verstrekt op basis van de inzet van een extra pedagogisch professional voor 8 uur per week per stamgroep aan locaties met voorschoolse educatie met meer dan 50% VE-peuters.
- 2.
De houder kan voor locaties met gemiddeld meer dan 50% doelgroeppeuters een beroep doen op een extra subsidie. Dit percentage betreft de verhouding op basis van unieke kinderen met en zonder VVE-indicatie in de peilmaand juni voorafgaand aan het subsidiejaar. De inzet van deze aanvullende middelen komt ten goede aan de kwaliteit van het aanbod van voorschoolse educatie op deze locatie en kan door de houder naar eigen inzicht in worden gezet. Deze subsidie is gebaseerd op kosten per jaar voor de inzet van acht extra uren per week voor een pedagogisch medewerker en is voor 2026 vastgesteld op €13.990,40 per locatie per jaar.
- 3.
Dit wordt geverifieerd via de Peutermonitor. Voor het subsidiejaar 2026 wordt dit vastgesteld aan de hand van het gemiddeld aantal kinderen over het jaar 2025.
- 4.
Als er op een locatie meerdere stamgroepen zijn, waarbij meerdere stamgroepen aan de 50 procentnorm voldoen, mag voor meerdere groepen aanvullende subsidie worden aangevraagd. Voorwaarde is dat de houder binnen dezelfde locatie zorgt dat de geïndiceerde kinderen zo goed als mogelijk verdeeld worden over de verschillende VVE-groepen. Plusgroepen worden hiervan uitgesloten.
Artikel 13. Hoogte van de subsidie voor het bieden van Peuterplus-opvang
- 1.
Het college bepaalt in overleg met de houders van voorschoolse educatie en het Sociaal Team van de gemeente Vijfheerenlanden, waar en hoeveel Peuterplus kan worden aangeboden. De gemaakte afspraken worden vastgelegd in de subsidiebeschikking.
- 2.
In Peuterplus-groep wordt naast het pedagogisch personeel op basis van de Wet kinderopvang ook een jeugdhulpmedewerker ingezet. Deze medewerker dient te voldoen aan de vereisten van de Wet kinderopvang.
- 3.
De hoogte van de subsidie is 7 VE-peuterplaatsen (640 uur per jaar) maal het subsidiabel uurtarief voor voorschoolse educatie.
Artikel 14. Hoogte van de subsidie voor de extra inzet van een hbo-pedagoog
- 1.
Het college bepaalt in overleg met de houders van voorschoolse educatie en het Sociaal Team van de gemeente Vijfheerenlanden wat de taken van deze functionaris zijn. De afspraken die het college en houders hierover gezamenlijk maken worden vastgelegd in de subsidiebeschikking.
- 2.
De hoogte van de subsidie voor de extra inzet van een hbo-pedagoog als bedoeld in artikel 6 onder 7, wordt als volgt berekend:
- a.
De subsidie wordt verstrekt voor de inzet van een pedagoog op hbo werk- en denkniveau voor 8 uur per jaar per VE-peuter per locatie met voorschoolse educatie;
- b.
De peildatum voor het vaststellen van de subsidie op basis van het aantal VE-peuters per locatie betreft 1 januari van het desbetreffende subsidiejaar. Bij de subsidieaanvraag wordt het aantal unieke VE-peuters gebaseerd op de peilmaand juni van voorgaand jaar. Dit wordt geverifieerd via de Peutermonitor;
- c.
Het subsidiebedrag wordt op uurbasis verstrekt en is gebaseerd op de CAO Kinderopvang, schaal 9, trede 30. Jaarlijks wordt het uurtarief opnieuw ingeschaald.
Artikel 15. Ouderbijdrage
- 1.
Voor ouder(s)/verzorger(s) zonder recht op kinderopvangtoeslag geldt een inkomensafhankelijke ouderbijdrage over de eerste twee dagdelen van maximaal 320 uur per jaar (480 uur per anderhalf jaar).
- 2.
De hoogte van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage wordt door de houder bepaald op basis van het verzamelinkomen van het voorgaande kalenderjaar en wordt gebaseerd op de meest recente VNG-adviestabel.
- 3.
Ten behoeve van de vaststelling van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage zorgt de houder ervoor dat de ouder(s)/verzorger(s) een ondertekende ‘verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag’ en een recente inkomensverklaring overlegt aan de houder. De houder verplicht de ouder(s)/verzorger(s) wijzigingen in de inkomens- of gezinssituatie die van invloed zijn op de kinderopvangtoeslag per omgaande te melden bij de houder. De houder past het contract aan en verwerkt de wijzigingen in de verantwoording aan de gemeente.
- 4.
Wanneer een verlaging van het inkomen zodanig is dat ouder(s)/verzorger(s) in een lagere inkomenscategorie vallen, kunnen ouder(s)/verzorger(s) een aanvraag tot herziening van de ouderbijdrage indienen bij de houder. Hierbij dient de ouder/verzorger de meest recente loongegevens, uitkeringsbeschikking of meest recente inkomensverklaring aan te leveren.
Artikel 16. Aanvullende verplichtingen peuteropvang en voorschoolse educatie
- 1.
De houder die subsidie voor peuteropvang ontvangt:
- a.
verleent alle medewerking aan onderzoeken door de GGD in het kader van controle aan wettelijke vereisten,
- b.
- c.
stimuleert de brede ontwikkeling van peuters,
- d.
maakt gebruik maken van een op de peuterleeftijd aangepast programma of methodiek
- e.
draagt zorg voor een aanbod van peuteropvang in horizontale groepen (2-4 jarigen), en
- f.
het aanbod van peuteropvang aan een peuter zonder recht op kinderopvangtoeslag, bedraagt maximaal 480 uur over een periode van anderhalf jaar, waarbij het aanbod per week verdeeld is over twee momenten van 4 uur per dag.
- 2.
De houder die subsidie voor voorschoolse educatie ontvangt:
- a.
verleent alle medewerking aan onderzoeken door de GGD in het kader van controle aan wettelijke vereisten,
- b.
- c.
neemt actief deel aan overleg over VE-peuteropvang in het kader van doorlopende leerlijn 0-13 jaar en voert voorschoolse activiteiten uit gericht op het zorgen voor samenhang in de voorschoolse educatie en het zo goed mogelijk bereiken van de doelgroep,
- d.
zorgt voor een goede overdracht van peuters naar het onderwijs, die aansluit bij de afspraken, die daarover tussen college, houders en onderwijs zijn vastgelegd en worden vastgelegd in de subsidiebeschikking,
- e.
levert jaarlijks de gevraagde informatie voor monitoring van voorschoolse educatie en peuteropvang door de gemeente,
- f.
verleent doelgroepkinderen, zoveel als mogelijk, voorrang bij de plaatsing van een peuter op een beschikbaar gekomen plek, wanneer er een wachtlijst is, en
- g.
het aanbod van voorschoolse educatie aan een VE-peuter bedraagt minimaal 960 uur over een periode van 1,5 jaar, waarbij het aanbod maximaal 6 uur aaneengesloten per dag is.
- 3.
Voor de houder die aanvullende subsidie voor voorschoolse educatie (kleine kernen) ontvangt:
- a.
er dient maximaal één houder per kern aanwezig te zijn, en
- b.
er dienen minimaal gemiddeld 2 VE-peuters gebruik te hebben gemaakt van voorschoolse educatie in het kalenderjaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag.
Artikel 17. Aanvraag
- 1.
Een houder vraagt jaarlijks subsidie aan bij het college door gebruik te maken van een door de gemeente verstrekt formulier.
- 2.
De subsidieaanvraag kan digitaal worden ingediend bij de gemeente via de website van de gemeente Vijfheerenlanden.
Artikel 18. Aanvraagtermijn
- 1.
Een aanvraag om subsidie kan, in afwijking van de ASV, worden ingediend vanaf 1 september tot uiterlijk 31 oktober voorafgaand aan het betreffende subsidiejaar.
- 2.
In afwijking van het eerste lid kan een eerste aanvraag om subsidie worden aangevraagd gedurende een subsidiejaar. De subsidie wordt dan verstrekt naar rato van het aantal maanden in het kalenderjaar waarvoor wordt aangevraagd, vanaf de datum waarop het college de aanvraag heeft goedgekeurd.
- 3.
Als een aanvraag niet volledig is ingediend, geeft het college de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een hersteltermijn om de aanvraag aan te vullen. Als datum van aanvraag geldt dan de datum van ontvangst van de volledige aanvraag. Indien de aanvraag niet binnen de gestelde termijn is aangevuld kan het college besluiten de aanvraag niet te behandelen.
Artikel 19. Beslistermijn
- 1.
Het college beslist binnen op zijn vroegst zes weken nadat de volledige aanvraag om subsidie is ingediend tot uiterlijk 31 december voorafgaand aan betreffende subsidiejaar.
- 2.
Het college kan dit besluit met ten hoogste dertien weken verdagen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.
Artikel 20. Weigeringsgronden
- 1.
Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en de weigeringsgronden genoemd in artikel 6 van de ASV, weigert het college de subsidie in ieder geval indien niet voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in deze regeling.
- 2.
Het college kan een subsidie aanvraag weigeren indien het college heeft vastgesteld dat er conform artikel WPO 159 reeds voldoende voorzieningen in aantal en spreiding zijn in de gemeente om haar wettelijke taken uit te kunnen voeren.
Artikel 21. Verlening, voorschotten, betaling
- 1.
Op aanvraag van de houder neemt het college een besluit over verlening van de voorlopige subsidie.
- 2.
De verleende subsidie wordt in halfjaarlijkse voorschotten in januari en juli van het lopende subsidiejaar betaald.
- 3.
Berekening van het subsidievoorschot per halfjaar vindt plaats op de wijze zoals aangegeven in deze regeling met dien verstande dat de subsidiabele uren voor het desbetreffende halfjaar voor de berekening in aanmerking worden genomen.
Artikel 22. Verantwoording
- 1.
De houder verantwoordt de besteding van de subsidie door kwantitatieve gegevens in de Peutermonitor aan te leveren. Hiervoor levert de aanvrager voor elk kwartaal van het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, per peuter per maand tenminste de volgende informatie aan: betreffend kwartaal, maand, locatie en LRK-nummer; BSN; NAW-gegevens; geboortedatum; inkomen ouders, eerste kind ja/nee, vve-indicatie ja/nee, kinderopvangtoeslag ja/nee, startdatum peuteropvang, (verwachte) einddatum peuteropvang, aantal uren regulier aanbod, aantal uren aanvullend aanbod. Deze gegevens worden aangeleverd voor zowel reeds geplaatste peuters als voor peuters die een reservering voor peuteropvang in de toekomst hebben bij de aanvrager.
- 2.
Voor 1 juni van het jaar, dat volgt op het betrokken kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend, dient de houder een aanvraag tot vaststelling in.
- 3.
Voor de verantwoording van de subsidie levert de houder naast het in lid 1 gestelde een inhoudelijk verslag aan van maximaal 2 A4 waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.
- 4.
De houder vergezelt de verantwoording van een door een accountant goedgekeurde jaarrekening.
Artikel 23. Wijziging verleningsbeschikking
Indien gedurende het lopende subsidiejaar recht op een hogere subsidie bestaat omdat het bezette aantal gesubsidieerde peuterplekken afwijkt van het in de beschikking vermelde aantal, kan een heroverweging van de subsidie plaatsvinden. Als de heroverweging leidt tot verhoging van de subsidie, dan ontvangt de houder een vervangend besluit waarin de hoogte van de resterende voorschotbedragen opnieuw wordt vastgesteld.
Artikel 24. Vaststelling
- 1.
Het college stelt een subsidie vast binnen zes maanden na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling.
- 2.
Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in artikel 20 lid 2 is ingediend, kan het college de houder schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kan het college overgaan tot ambtshalve vaststelling.
- 3.
Het college vordert onverschuldigd betaalde subsidie terug.
- 4.
Periodiek kan een controle uitgevoerd worden door de gemeente, waarbij de volgende gegevens gecontroleerd worden:
- a.
een gedagtekende overeenkomst tussen de houder en de ouder(s)/verzorger(s) van het kind;
- b.
het in de overeenkomst opgenomen aantal uren peuteropvang en voorschoolse educatie;
- c.
een ondertekende ouderverklaring van ouder(s)/verzorger(s) die aangeven geen recht te hebben op kinderopvangtoeslag en een inkomensverklaring van de Belastingdienst inclusief de berekening van de ouderbijdrage, en
- d.
een indicatieformulier van het consultatiebureau van peuters met een VVE-indicatie.
Artikel 25. Het subsidieplafond
- 1.
De gemeenteraad stelt jaarlijks de gemeentelijke begroting voor onderwijskansen vast. In de gemeentelijke begroting is het budget opgenomen dat beschikbaar is voor subsidie voorschoolse educatie en peuteropvang.
- 2.
Het college kan een subsidieplafond vaststellen voor deze regeling. Het college regelt daarbij de verdeling.
- 3.
Vaststelling van een subsidieplafond vindt plaats 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar voor dat subsidiejaar. Voor het jaar 2027 doet het college dat voor 1 oktober 2026.
Artikel 26. Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van hetgeen bij of krachtens deze subsidieregeling is bepaald, als daaraan vasthouden voor een subsidie-aanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.
Artikel 27. Inwerkingtreding en citeertitel
- 1.
De regeling treedt in werking 1 dag na bekendmaking en heeft terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026.
- 2.
De Nadere regels subsidie peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Vijfheerenlanden 2023 worden ingetrokken.
- 3.
Dit besluit wordt aangehaald als Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie gemeente Vijfheerenlanden 2026.