Gemeenteblad van Rotterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2026, 225598 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2026, 225598 | overige overheidsinformatie |
(Deel)subsidieplafond EFRO Programma West Nederland 2021-2027
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, handelend in hoedanigheid van Beheerautoriteit van het Programma EFRO West-Nederland 2021-2027,
Gelet op de artikelen 4:25 en 4:26 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 4.2.2 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies (REES 2021), maakt binnen de totaal voor de uitvoering van het Programma EFRO West-Nederland 2021– 2027 voor projecten beschikbare EFRO-bijdrage van € 200.333.745,00 de volgende ophoging(en) van (deel)subsidieplafonds bekend:
(Deel)plafonds Kansen voor West III per 1 juni 2026 1 :
• Bedraagt de Kansen voor West-bijdrage maximaal 40% van de in aanmerking komende subsidiabele kosten tenzij anders vermeld.
Prioritaire as 2 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer:
1. Voor prioritaire as 2 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer een bedrag van € 1.500.000 (totaalplafond komt na ophoging uit op € 1.879.670) bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 2.1 Bevorderen van energieefficiëntie maatregelen en verminderen CO2 uitstoot, specifieke doelstelling 2.2 Bevorderen van hernieuwbare energie, specifieke doelstelling 2.3 Ontwikkelen van slimme energiesystemen, grids en opslag en specifieke doelstelling 2.4 Bevorderen van de transitie naar een circulaire economie van het GTI-programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de gemeente Rotterdam.
Aanvragen kunnen worden ingediend met ingang van 1 juni 2026 om 10:00 uur.
Subsidies voor alle plafonds worden verdeeld op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, met inachtneming van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies, de Beleidsregel Programma EFRO 2021- 2027 West Nederland (zie voetnoot 1), en – in afwijking, dan wel aanvulling op de Beleidsregel Programma EFRO 2021-2027 West Nederland – de navolgende bepalingen omtrent de wijze van verdeling:
Verdeling op volgorde van ontvangst
In gevallen waarin het beschikbare subsidiebudget wordt verdeeld op basis van volgorde van ontvangst, wordt eerst beoordeeld of de binnengekomen aanvragen compleet zijn. Indien de aanvraag niet compleet is, dan wordt de aanvrager daarvan in kennis gesteld en wordt hem een termijn geboden om dit gebrek te herstellen. Met betrekking tot de verdeling geldt als datum van ontvangst van de aanvraag, de datum waarop de complete aanvraag binnenkomt. De onderlinge volgorde van complete aanvragen die op één dag door de Beheerautoriteit zijn ontvangen, wordt vastgesteld door middel van notariële loting.
Op volgorde van deze aldus vastgestelde loting worden de aanvragen vervolgens beoordeeld op de wijze voorzien in de EFRO-verordeningen2 de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies en de Hoofstukken 1 en 2 van de Beleidsregel Programma EFRO 2021-2027 West-Nederland (zie voetnoot 1). Indien deze verdere beoordeling van een aanvraag leidt tot een subsidieweigering, wordt de naastvolgende subsidieaanvraag in behandeling genomen.
De subsidieaanvraag waarvoor geldt dat integrale inwilliging daarvan zou leiden tot overschrijding van het desbetreffende plafond, kan gedeeltelijk worden ingewilligd en wel tot het bedrag dat onder het desbetreffende subsidieplafond nog maximaal beschikbaar is, tenzij van de Beheerautoriteit (zie voetnoot 1) in redelijkheid niet gevergd kan worden dat daartoe wordt overgegaan. Dat kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als het resterende bedrag zo beperkt is dan niet verwacht kan worden dat de aanvrager zijn project met die middelen kan uitvoeren. De Beheerautoriteit treedt daarover in overleg met de subsidieaanvrager. Indien de subsidieaanvraag wordt ingewilligd, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat de desbetreffende subsidieaanvrager genoegzaam aantoont dat de activiteit ook met de lager verleende subsidie kan worden verricht. Daartoe zal de Beheerautoriteit pas overgaan op het moment dat in redelijkheid kan worden verwacht dat de subsidieaanvrager daartoe in staat zal zijn. In dat geval kan de Beheerautoriteit op basis van de uitkomsten van een uitgevoerde beoordeling als bedoeld in de EFRO-verordeningen (zie voetnoot 3), de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies en de Hoofdstukken 1 en 2 van de Beleidsregel Programma EFRO 2021-2027 West-Nederland (zie voetnoot 1), ook beslissen de, als gevolg van het bereiken van subsidieplafond, ontbrekende middelen te putten uit een ander deelplafond. Het moet daarbij gaan om een alternatief deelplafond, waarvoor ten tijde van de beoordeling van de aanvraag nog middelen beschikbaar zijn. Bovendien moet uit de uitgevoerde beoordeling blijken dat de desbetreffende activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd, ook voldoet aan alle voor het alternatieve subsidieplafond geldende vereisten. Is dat het geval, dan kan de desbetreffende aanvraag worden toegevoegd in de rangordening van het alternatieve subsidieplafond, met als datum van indiening, de datum waarop de Beheerautoriteit heeft besloten tot gedeeltelijk afwijzing van de aanvraag vanwege het bereiken van het plafond. Nadat een complete aanvraag is ontvangen wordt de beleidsbeoordeling opgemaakt, de beleidsbeoordeling maakt onderdeel uit van de totale beoordeling. Voldoet een aanvraag niet aan het vereiste van tenminste 50% van de punten voor de passendheid binnen programma, openstelling programma en/of vigerend beleid dan wordt de aanvraag op basis hiervan afgewezen en niet voorgelegd aan de deskundigencommissie. Voldoet een aanvraag aan het criterium voor tenminste 50% van de punten, dan wordt de aanvraag voorgelegd aan de deskundigencommissie. De Deskundigencommissie zal conform de EFRO-verordeningen3 de Regeling Europese EZK- en LNVsubsidies en de Hoofstukken 1 en 2 van de Beleidsregel Programma EFRO 2021-2027 West-Nederland (zie voetnoot 1) de aanvragen op diverse punten beoordelen en een score meegeven. Vervolgens worden de geschikte aanvragen beoordeeld door de Beheerautoriteit in de technische toets waarna de beschikking volgt.
Overige bepalingen omtrent de verdeling
- Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder1:
• Bedraagt het maximale subsidiebedrag € 1.000.000 mits de vigerende Europese regelgeving met betrekking tot staatssteun dit bedrag toestaat;
• De openstelling is uitsluitend van toepassing op de GTI-gebieden (uitvoeringsprogramma Rotterdam);
Indien het project valt onder specifieke doelstelling 2.1
• Actielijn 2.1: Als de doelstelling van de maatregelen betrekking heeft op de bouw van nieuwe gebouwen met een primaire energievraag die ten minste 20 % lager ligt dan de vereiste voor bijna energie neutrale gebouwen (BENG, nationale richtlijnen). De bouw van nieuwe, energie-efficiënte gebouwen omvat tevens infrastructuur in de zin van de interventiegebieden 120 t/m 127;
• Actielijn 2.1: Als de maatregel a) gemiddeld ten minste een middelmatige mate van renovatie tot doel heeft in de zin van Aanbeveling (EU) 2019/786 van de Commissie, of b) tot doel heeft dat de directe en indirecte uitstoot van broeikasgassen gemiddeld ten minste met 30 % wordt teruggebracht ten opzichte van de uitstoot ex ante. De renovatie van gebouwen omvat tevens infrastructuur in de zin van de interventiegebieden 120 t/m 127;
Indien het project valt onder specifieke doelstelling 2.3 en aansluit op de beschreven type projecten hieronder, zijn de aanvullende voorwaarden van toepassing om voor subsidie in aanmerking te komen:
• In het geval dat de beschikbare middelen uitsluitend bedoeld zijn voor de ontwikkeling en uitrol van lokale thermische systemen (warmtenet) voor het verduurzamen van bestaande gebouwen en woningen; moet de subsidie leiden tot een investering in (een deel van de keten van) een toekomstig thermisch systeem: van bronontwikkeling, opslag en flexibiliteit, transport/distributie, levering, tot aan het nemen van maatregelen bij de afnemer.
In het geval van hoog-efficiënte warmtekrachtkoppeling; Als de maatregel tot doel heeft de emissies tijdens de levenscyclus lager te houden dan 100gCO2e/kWh of warmte/koude te produceren op basis van restwarmte.
In het geval van stadsverwarming/-koeling; Als de desbetreffende infrastructuur in overeenstemming is met Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PB L 315 van 14.11.2012, blz. 1) inzake energie-efficiëntie, of als de bestaande infrastructuur dusdanig wordt vernieuwd dat zij aan de definitie van doeltreffende stadsverwarming/-koeling voldoet, als het project een geavanceerd proefsysteem is (systemen voor controle en energiebeheer, internet der dingen) of als de temperatuur van de stadsverwarming/-koeling blijvend naar beneden kan worden bijgesteld.
• Specifiek voor projecten onder specifiek doel 2.4 actielijn 2 (investeren in materiaal of productieproces aanpassingen, die leiden tot een hogere mate van recycling, inclusief de herwinning van kostbare grondstoffen) geldt dat de maatregel tot doel heeft om ten minste 50% van het behandelde, gescheiden ingezamelde ongevaarlijke afval (qua gewicht) te verwerken tot secundaire grondstoffen (output moet gerealiseerd zijn aan het einde van het project).
• Is vigerend beleid van toepassing. Dit is terug te vinden op de webpagina van de openstelling.
Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rotterdam, in de hoedanigheid van Beheerautoriteit van het Programma Kansen voor West III,
Voorts worden de volgende openstellingen per 1 juni 2026 GESLOTEN, waarbij ingediende aanvragen onder dit deelplafond tot het moment van sluiting zullen worden afgehandeld:
Uit de openstellingspublicatie van 1 november 2023:
1.1.PNH.6 - Plafond nummer 5 (11-2023) (inclusief ophoging 10-11-2025)
Voor prioritaire as 1 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie een bedrag van € 1.000.000 (na ophoging en incl. Rijkscofinanciering totaalplafond van € 2.266.697,28) bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 1.1 Versterking van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit en invoering van geavanceerde technologieën actielijn 1 Het vergroten van het aandeel innovatieve en vermarktbare producten, processen en diensten van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de provincie Noord-Holland.
Uit de openstellingspublicatie van 15 april 2024:
1.1.PNH.8 - Plafond nummer 1 (4-2024)
Voor prioritaire as 1 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie een bedrag van € 1.500.000 (inclusief de inzet van rijkscofinanciering is het totaalplafond € 3.000.000) bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 1.1 Versterking van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit en invoering van geavanceerde technologieën actielijn 1 Het vergroten van het aandeel innovatieve en vermarktbare producten, processen en diensten (valorisatie) en actielijn 3 Het versnellen van de implementatie van innovaties van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de provincie Noord-Holland.
Op 18 juli 2022 is het Programma EFRO West-Nederland 2021-2027 door de Europese Commissie goedgekeurd. Reeds op 5 juni 2022 heeft de Minister van Economische Zaken op het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam aangewezen als Beheerautoriteit Kansen voor West III bij Besluit WJZ/22233414.
Op 20 april 2022 is het totale EFRO-subsidieplafond voor de uitvoering van projecten in het kader van het Programma EFRO West-Nederland 2021-2027 ad. € 200.333.745 (zie voetnoot 1) bekend gemaakt. Daarbij is aangegeven dat deelplafonds gefaseerd, vastgesteld, opengesteld en bekend gemaakt worden. Het onderhavige besluit heeft betrekking op dergelijke deelplafonds.
Het totaalplafond valt uiteen in vijf onderdelen: vier GTI-programmadelen en het regionale programmadeel. De vier GTI-programmadelen maken onderdeel uit van Programma EFRO West- Nederland 2021-2027en zijn ondergebracht bij de Beheerautoriteit gemeente Rotterdam en de aangewezen intermediaire instanties, de steden: Den Haag, Amsterdam en Utrecht. Deze vier steden worden ook wel aangeduid als de G4.
De Beheerautoriteit draagt ervoor zorg dat het beschikbare budget voor het regionale programmadeel wordt ingezet ten behoeve van het Programma. Het budget wordt zo ingezet dat de beschikbare middelen evenwichtig worden verdeeld over de regio West en passen binnen het, bij de openstelling van toepassing verklaarde vigerende regionale en lokale beleid van, zowel de G4 als de P4, te weten de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland en Utrecht.
Zolang een deelplafond niet is uitgeput, kan (een deel van) het beschikbare, maximale subsidiebedrag van dat deelplafond worden aangewend voor subsidiëring van projecten die (ook en in voldoende mate) van belang zijn voor dat desbetreffende programmadeel. Dat geldt ook, in beperkte mate, voor projecten waarvoor subsidie is aangevraagd onder een ander deelplafond, maar waar het bereiken van het deelplafond aan subsidieverlening in de weg staat. Niet valt uit te sluiten dat er projecten zijn die van belang zijn voor meerdere provincies of steden, of projecten die alleen van belang zijn voor de desbetreffende provincie of stad, maar waarvan de uitvoering zich niet primair binnen die provincie of stad afspeelt. Dergelijke projecten, waarvan is vastgesteld dat sprake is van een voldoende ‘match’ met een ander deelprogramma waarvan het budget nog niet is uitgeput, kunnen dan in uitzonderlijke gevallen toch worden gesubsidieerd ten laste van het deelplafond van de provincie of de stad voor wie het project (ook) relevant is. Dergelijke projecten, die voor financiering uit een alternatief (nog niet uitgeput deelbudget) in aanmerking komen, sluiten achteraan in de rij. Dit met het oog op de belangen van de andere aanvragers die onder het desbetreffende deelbudget hebben aangevraagd. Of een project past in het programmadeel van de desbetreffende provincie of stad, wordt beoordeeld aan de hand van het, bij de openstelling van toepassing verklaarde, vigerende regionale en lokale beleid. Indien het project niet past binnen dit beleid, wordt de subsidieaanvraag afgewezen. Het vigerende regionale en het lokale beleid van bovengenoemde provincies en steden is (onder meer) te raadplegen via de website van Kansen voor West (www.kansenvoorwest.nl).
Bijzondere eisen per subsidieplafond In Beleidsregel Programma EFRO West-Nederland 2021-2027 is bepaald dat de Beheerautoriteit gelijktijdig met het vaststellen en bekend maken van een subsidieplafond kan bepalen dat, van hetgeen in de Beleidsregel is opgenomen, wordt afgeweken en/of dat ervoor aanvragen, die worden ingediend onder de desbetreffende subsidieplafonds, aanvullende eisen gelden. Dat is in het onderhavige besluit gebeurd.
Voor alle hier opgenomen (deel)plafonds geldt dat aanvragen getoetst worden aan het van toepassing verklaarde deel van het Programma EFRO West-Nederland 2021 – 2027. Indien er sprake is van extra vigerend beleid voor een (deel)plafond dan wordt dit voor het betreffende (deel)plafond kenbaar gemaakt op de website www.kansenvoorwest.nl.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-225598.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.