Verkeersbesluit instellen drie gehandicaptenparkeerplaatsen Croesinckplein

2026-063890

Namens burgemeester en wethouders van Zoetermeer,

daartoe bevoegd op grond van:

  • -

    artikel 18, lid 1, sub a,b,c en d van de Wegenverkeerswet 1994,

  • -

    het mandaatbesluit van burgemeester en wethouders waarbij die bevoegdheid is gemandateerd aan de directeur van de afdeling Stadsbeheer en diens besluit tot het verlenen van ondermandaat, de teammanager Installaties & Verkeerstechniek van de afdeling Stadsbeheer;

  • -

    gehoord de verkeersadviseur van de Politie Den Haag, op grond van artikel 24 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer;

gelet op hetgeen ten aanzien hiervan overigens is bepaald in de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer, verder het BABW genoemd, alsmede op de bepalingen ter zake in de Algemene wet bestuursrecht;

gelet voorts op het gegeven dat de in dit besluit aan de orde komende wegen, straten of parkeervoorzieningen openbaar in de zin van de Wegenwet zijn en binnen de bebouwde kom van Zoetermeer als bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994 liggen;

BESLUIT:

  • 1.

    door plaatsing van de borden E6, als bedoeld in bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, drie gehandicapten parkeerplaatsen in te stellen op het Croesinckplein;

  • 2.

    dat de onder 1 beschreven verkeersmaatregel is vastgelegd op de bij dit verkeersbesluit behorende tekening, die als bijlage bij dit verkeersbesluit is toegevoegd en daarmee onderdeel is van dit besluit;

  • 3.

    de eerdere verkeersbesluiten, voor zover deze betrekking hebben op gehandicaptenparkeerplaatsen op het Croesinckplein, in te trekken;

  • 4.

    vast te leggen, dat aan dit besluit de volgende overwegingen ten grondslag liggen:

     

Overwegende;

  • dat het Croesinckplein een erftoegangsweg betreft waar een maximumsnelheid van 30 km/u geldt;

  • dat het Croesinckplein recentelijk opnieuw is ingericht;•

  • dat in de huidige situatie op het Croesinckplein parkeergelegenheid aanwezig is ten behoeve van bewoners en bezoekers;

  • dat in het kader van deze herinrichting drie parkeerplaatsen zijn aangelegd die geschikt zijn voor gebruik door personen met een handicap;

  • dat deze parkeerplaatsen verspreid over het plein zijn gesitueerd;

  • dat het Croesinckplein wordt gebruikt door bewoners, bezoekers en gebruikers van voorzieningen in de directe omgeving;

  • dat onder deze gebruikers ook personen met een beperking aanwezig zijn die afhankelijk zijn van aangepaste parkeervoorzieningen;

  • dat personen met een handicap, gelet op hun mobiliteitsbeperking, zijn aangewezen op parkeergelegenheid op korte afstand van hun bestemming;

  • dat in de huidige situatie niet is gewaarborgd dat de aangelegde parkeerplaatsen beschikbaar blijven voor personen met een handicap;

  • dat door het aanwijzen van drie algemene gehandicaptenparkeerplaatsen de bereikbaarheid en toegankelijkheid van het Croesinckplein voor personen met een handicap wordt verbeterd;

  • dat het voorstel voor het instellen van drie gehandicaptenparkeerplaatsen op het Croesinckplein ter advisering is voorgelegd aan de Verkeerscommissie;

  • dat deze commissie bestaat uit interne en externe deskundigen met jarenlange ervaring op het gebied van verkeer en vervoer, waaronder de verkeersadviseur van politie;

  • dat de verkeerscommissie ten aanzien van de voorgestelde maatregel unaniem positief heeft geadviseerd;

  • dat gevoeglijk kan worden gesteld dat aan deze besluitvoering een zorgvuldige voorbereiding als bedoeld in artikel 3:1 van de Algemene wet bestuursrecht vooraf is gegaan;

  • dat er geen sprake is van een besluit met onevenredig nadelige gevolgen als bedoeld in artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht;

Dat de maatregel, gelet op artikel 2 lid 1 van de Wegenverkeerswet, strekt tot:

  • a.

    het verzekeren van de veiligheid op de weg;

  • b.

    het beschermen van weggebruikers en passagiers;

  • c.

    het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

  • d.

    het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer;

Zoetermeer, 13 mei 2026

Namens het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer,

de teammanager Installaties & Verkeerstechniek van de afdeling Stadsbeheer.

N.B.

Belanghebbenden die zich niet met dit besluit kunnen verenigen, kunnen op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht daartegen binnen zes weken na publicatie ervan een gemotiveerd bezwaar indienen bij het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer (Postbus 15, 2700 AA Zoetermeer). Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van een besluit niet.

Hiertoe kan op grond van het bepaalde in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening worden ingediend bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank ’s Gravenhage (sector bestuursrecht, postbus 20302, 2500 EH Den Haag). In dat geval is het wel vereist dat de belanghebbende een bezwaarschrift tegen het betreffende besluit heeft ingediend en dat sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van die voorziening.

Bijlage bij verkeersbesluit instellen drie gehandicaptenparkeerplaatsen Croesinckplein

Datum verkeersbesluit: 13 mei 2026

Kenmerk verkeersbesluit: 2026-063890

Naar boven