Gemeenteblad van Venray
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Venray | Gemeenteblad 2026, 222983 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Venray | Gemeenteblad 2026, 222983 | beleidsregel |
Beleidsregels Lage inkomens en geldzorgen 2026 gemeente Venray
De gemeente Venray vindt het belangrijk dat inwoners actief mee kunnen doen in de samenleving en hun financiën op orde hebben. De gemeente heeft een financieel vangnet voor inwoners die te weinig inkomen en vermogen hebben om de dagelijkse kosten te betalen: een maandelijkse bijstandsuitkering. Deze inwoners en andere inwoners met een lastige financiële situatie kunnen bij de gemeente een aantal aanvullende uitkeringen en tegemoetkomingen aanvragen.
Op basis van de landelijke regels en de verordening Sociaal Domein 2026 van de gemeente Venray heeft de gemeente aanvullende beleidsregels opgesteld voor de toepassing binnen Venray. Het streven is hierbij dat wij uitgaan van de vragen van de inwoners maar ook van de eigen kracht van de inwoner en de omgeving. Deze beleidsregels geven aanvullend gemeentelijke regels over de volgende onderwerpen:
Bij het toepassen van de beleidsregels houdt de gemeente rekening met de doelen van de landelijke wetten. De gemeente zorgt ervoor dat het gevolg van een besluit past bij de bedoeling van die wetten. De gemeente gaat daarbij uit van de volgende kernwaarden:
|
Inwoners die hulp niet zelf kunnen regelen kan de gemeente extra ondersteunen om mee te doen aan de samenleving. |
|
De gemeente Venray bevordert preventie, een sterke omgeving en een duurzame uitstroom en voorkomt instroom. |
Deze kernwaarden geven richting aan de uitvoering van de regels in de Verordening maar ook van deze beleidsregels. Het zijn geen regels, maar principes en overtuigingen. Die vormen de basis van de regels.
Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen
Artikel 2.1 Giften en vergoedingen voor materiële en immateriële schade
Een gift is een betaling van geld of schenking in natura uit vrijgevigheid van derden (personen of instellingen), waarbij geen sprake is van een tegenprestatie, wederdienst of verplichtend karakter. Ook een lening van derden waarvoor geen concrete aflossingsregeling aanwezig is en waarop niet wordt afgelost wordt beschouwd als een gift.
Giften en kostenbesparingen worden tot de wettelijke vrijlatingsgrens (artikel 31 lid 2 sub m van de Participatiewet) niet tot de middelen gerekend. Het gaat om een totaalbedrag per kalenderjaar en geldt per uitkering. Het bedrag geldt ongeacht of de bijstandsgerechtigde het hele jaar of maar een deel van het jaar een uitkering ontvangt.
Voor de ontvangst van giften en kostenbesparingen die hoger zijn dan de wettelijke vrijlatingsgrens geldt wel een meldingsplicht. De bijstandsgerechtigde moet dit melden. Hierbij is de inlichtingenplicht van artikel 17, lid 1, van de Participatiewet van toepassing. De inwoner dient hier desgevraagd een administratie van te kunnen overleggen.
Hoofdstuk 3. Bijzondere bijstand
Vanaf artikel 3.7 worden veelvoorkomende kostensoorten voor bijzondere bijstand beschreven. Deze zijn niet uitputtend.
Artikel 3.1 Verlening bijzondere bijstand
Bij de beoordeling van een aanvraag bijzondere bijstand wordt door de gemeente de werkwijze van de Omgekeerde toets gehanteerd. Er wordt een afweging gemaakt aan de hand van het te bereiken effect, de grondwaarde van de Participatiewet, de kernwaarden van de gemeente en de juridische randvoorwaarden.
Artikel 3.5 Draagkracht en draagkrachtperiode
Als er sprake is van een formele schuldverplichting wordt de draagkracht vastgesteld op basis van het feitelijk besteedbaar inkomen. Onder feitelijk besteedbaar inkomen verstaat de gemeente het inkomen dat de inwoner feitelijk te besteden heeft na het voldoen van betalingsverplichtingen aan schuldeisers. Het vaststellen van de draagkracht op basis van het feitelijk besteedbaar inkomen is van toepassing als één of meer van de volgende situaties van toepassing zijn:
De onderstaande vrijlatingen zijn in beginsel van overeenkomstige toepassing bij de bijzondere bijstand:
Artikel 3.8 Bewindvoering, curatele en mentorschap en griffiekosten
De noodzaak voor bijzondere bijstand voor kosten van onderbewindstelling, mentorschap of onder curatele stelling is aanwezig als dit door de rechter is uitgesproken. De noodzaak voor bijzondere bijstand voor kosten waar de rechter een machtiging voor heeft afgegeven wordt aangenomen; voor PGB beheer is dit niet automatisch het geval en vindt individuele beoordeling plaats.
De kosten voor budgetbeheer komen in beginsel niet voor vergoeding in aanmerking, omdat de gemeentelijke schulddienstverlening als voorliggend wordt beschouwd. Hier kan van worden afgeweken als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Artikel 3.10 Bijzondere bijstand jongeren in inrichting
Aan de jongere van 18, 19 of 20 jaar die in een inrichting verblijft kan bijzondere bijstand worden verleend voor de noodzakelijke kosten van levensonderhoud, voor zover hierin niet wordt voorzien door de instelling waar hij verblijft en hij voor deze kosten geen beroep kan doen op zijn ouders, omdat:
Artikel 3.11 Woonkostentoeslag
Woonkosten behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van bestaan. Uitgangspunt is dat de algemene bijstand, in combinatie met huurtoeslag, voorziet in de woonkosten. Elk huishouden met een huurwoning en een laag inkomen komt in aanmerking voor huurtoeslag. Hiermee geldt de huurtoeslag als een voorliggende voorziening voor alle huurders. Als iemand in een onvoorziene, bijzondere situatie raakt, kan onder omstandigheden een tijdelijk beroep gedaan worden op bijzondere bijstand voor noodzakelijke (woon)kosten; de woonkostentoeslag. Woonkostentoeslag kan (onder voorwaarden) ook worden verstrekt aan een inwoner met een woning, woonwagen of woonschip in eigendom.
Artikel 3.11.1. Recht op woonkostentoeslag
Woonkostentoeslag bij een huurwoning, kan worden verstrekt als de inwoner aantoonbaar (nog) geen aanspraak kan maken op (volledige) huurtoeslag om redenen buiten zijn schuld. Hiervan is sprake bij:
Een gebroken maand. Huurtoeslag wordt verstrekt vanaf de 1e van de maand. Als er sprake is van een gebroken maand, omdat het huurcontract bijvoorbeeld ingaat op de 15e van de maand, dan gaat het recht op huurtoeslag pas in op de 1e van de volgende maand. In deze situaties kan de woonkostentoeslag worden vastgesteld op het gemiste bedrag aan huurtoeslag gedurende de gebroken maand. De overbruggingsuitkering zoals bedoeld in artikel 3.12 wordt gezien als een toereikende voorliggende voorziening.
Het in afwachting zijn van besluitvorming op de aanvraag huurtoeslag. De gemeente kan ervoor kiezen om in afwachting van besluitvorming op de aanvraag huurtoeslag bij De Dienst Toeslagen de huurtoeslag voor te schieten met woonkostentoeslag. Na toekenning van de huurtoeslag, kan de verstrekte woonkostentoeslag over dezelfde periode worden teruggevorderd op grond van artikel 58 lid 2 sub f onder 2 Participatiewet.
Artikel 3.11.2. Voorwaarden en duur van de woonkostentoeslag
De woonkostentoeslag kan worden verstrekt voor een periode van maximaal 12 maanden. Aan de verstrekking worden in beginsel voorwaarden verbonden op grond van artikel 55 van de Participatiewet zoals het naar vermogen trachten goedkopere passende woonruimte te vinden en/of te verhuizen (verhuisplicht).
Artikel 3.12 Vergoedingen voor statushouders
De lening wordt aan de Kredietbank afgelost gedurende 36 maanden. Voor de inwoner wordt op basis van de lening een termijnbedrag vastgesteld. Hiervan lost de inwoner 5% per maand van de van toepassing zijnde bijstandsnorm af. Voor het resterende termijnbedrag wordt bijzondere bijstand om niet verleend in de vorm van suppletie.
Als de algemene bijstand beëindigd wordt, wordt de draagkracht voor bijzondere bijstand in de vorm van suppletie opnieuw berekend conform artikel 3.5. De bijbehorende aflossingscapaciteit wordt opnieuw berekend, waarbij de inwoner minimaal 5% van de toepasselijke bijstandsnorm aflost van de lening bij de Kredietbank Limburg.
Artikel 4.1 Doel van de regeling
Het meedoenbudget voorziet in een bijdrage voor maatschappelijke participatie, waaronder begrepen kosten voor deelname aan sociaal culturele, educatieve en sportieve activiteiten. Voor ouders met minderjarige kinderen voorziet het meedoenbudget in een bijdrage voor meerkosten waarmee ouders, vanwege hun financiële situatie zich ten behoeve van hun kinderen geconfronteerd zien.
Het meedoenbudget volwassenen zoals bedoeld in artikel 4.1 lid 2 sub b, is bedoeld voor een volwassen inwoner ingeschreven in de gemeente Venray met een laag inkomen en vermogen. Het inkomen en vermogen wordt vastgesteld op basis van artikel 31, 32, 33 en 34 van de Participatiewet en het meedoenbudget wordt ambtshalve of op aanvraag verleend.
Een inwoner heeft een laag inkomen als het in aanmerking te nemen inkomen op de aanvraagdatum en gedurende de referteperiode niet hoger is dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm. Ook is er sprake van een laag inkomen als de inwoner een minnelijke schuldregeling heeft met een erkende schuldhulpverlenende instantie of de WSNP is over de inwoner uitgesproken.
Artikel 4.3 Ambtshalve toekenning
Huishoudens die voldoen aan de doelgroepomschrijving van artikel 4.2 en op 1 januari van ieder jaar:
ontvangen het volledige meedoenbudget éénmaal per kalenderjaar ambtshalve. Zij hoeven géén aanvraag in te dienen.
De kosten moeten gemaakt zijn in het jaar waar de toekenning betrekking op heeft en hiervan moeten achteraf op verzoek de bewijsstukken overlegd kunnen worden. Achteraf kan middels een steekproef gecontroleerd worden of de bijdragen zijn besteed aan het doel waarvoor deze bedoeld is. Bij onjuiste besteding kan het meedoenbudget teruggevorderd worden.
Hoofdstuk 5. Tegemoetkoming eigen risico zorgverzekering
Artikel 5.1 Doel van de tegemoetkoming
De tegemoetkoming eigen risico zorgverzekering voorziet in een tegemoetkoming voor het leven met een handicap of chronische ziekte. Dit brengt namelijk extra kosten met zich mee zoals meerkosten voor zorg, vervoer, hulpmiddelen, aanpassingen en voorzieningen.
Artikel 5.2 Hoogte tegemoetkoming en doelgroep
Een inwoner heeft een laag inkomen als gedurende de 2 jaar voorafgaand aan de aanvraagdatum het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. Ook is er sprake van een laag inkomen als de inwoner een minnelijke schuldregeling heeft met een erkende schuldhulpverlenende instantie of de WSNP over de inwoner is uitgesproken.
Er is sprake van een aantoonbare medische beperking zoals bedoeld in lid 1 als het een fysieke en/of psychische beperking betreft die voortkomt uit een in de persoon gelegen ziekte of medisch gebrek die voldoende ernstig is dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen het gebrek en het structureel niet in staat zijn van het verdienen van inkomsten door de inwoner naast de studie.
Er is sprake van een structurele medische beperking zoals bedoeld in lid 1 als er binnen een periode van 12 maanden na de aanvraag geen herstel of verbetering is te verwachten in de medische beperking, zodanig dat de inwoner wel in staat is om naast de studie te werken en daar inkomen mee te verdienen.
Hoofdstuk 7. Geldzorgen en schulddienstverlening
Artikel 7.1 Doel en doelgroep schulddienstverlening
Er zijn bijzondere omstandigheden, als bedoeld in artikel 3, lid 5 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs), waarin de gemeente na overleg met de woongemeente kan besluiten om schulddienstverlening te bieden aan een persoon die geen inwoner is. Deze omstandigheden zijn onder andere:
Artikel 7.2 Aanvraag en toekenning
Een gesprek met Schulddienstverlening kan worden aangevraagd via www.venray.nl/hulp-bij-financien of door te bellen met de gemeente.
Artikel 7.3 Plan van aanpak en aanbod schulddienstverlening
Voor wat betreft de zwaarte en/of omvang van de schulden maken we onderscheid tussen problematische of niet-problematische schulden. Er is sprake van een problematische schuld als een inwoner redelijkerwijs niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, of wanneer hij heeft opgehouden te betalen. Hiervan is sprake als:
Artikel 7.4 Traject schulddienstverlening
Een traject schulddienstverlening kan bestaan uit één of meerdere van de onderstaande onderdelen:
Het ondersteunen bij het oplossen van niet problematische schulden: het treffen van betalingsregelingen of het regelen van herfinanciering of het overnemen van schulden en/of het afwenden van een (crisis)situatie die een bedreiging vormt ten aanzien van het op kunnen lossen van de betalingsachterstanden;
Het ondersteunen bij het oplossen van problematische schulden: er wordt gestreefd naar het oplossen van de problematische schulden met een saneringskrediet. Indien omstandigheden hier aanleiding voor geven is het inzetten van een schuldbemiddeling of het overnemen van schulden en/of het afgeven van een Wsnp-verklaring en/of het afwenden van een (crisis)situatie die een bedreiging vormt ten aanzien van het op kunnen lossen van de schuldenlast ook mogelijk.
Nazorg wordt standaard ingezet na afloop van een traject schulddienstverlening en is gericht op het voorkomen van nieuwe schulden. Binnen 6 maanden na beëindiging van de dienstverlening wordt het initiatief genomen tot één of meer contactmomenten met de inwoner waarin wordt bekeken of er sprake is van een situatie waarin de inkomsten en uitgaven in evenwicht zijn.
Bij de uitvoering van het plan van aanpak en het volgen van een traject worden de onderdelen opgevolgd zoals door de NVVK beschreven in modules. Indien die producten of trajecten niet toereikend blijken, kan gekeken worden naar de inzet van andere vormen van dienstverlening als dit naar het oordeel van de gemeente noodzakelijk is.
Artikel 7.5 Algemene verplichtingen
Naast de algemene verplichtingen zoals bedoeld in artikel 6 en 7 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening geldt vanaf het moment dat de inwoner zich voor schulddienstverlening heeft gewend tot de gemeente dat de inwoner zich verplicht om maximale, aantoonbare inspanningen te verrichten om zijn inkomsten te vergroten ten behoeve van de schuldeisers. De gemeente houdt bij de beoordeling van de naleving van de inlichtingenplicht in ieder geval rekening met de tijdige aanlevering van noodzakelijke bewijsstukken voor de schulddienstverlening en de melding van wijzigingen in de financiële situatie.
Artikel 7.6 Bijzondere verplichtingen
Naast de algemene verplichtingen vermeld in artikel 7.5 zijn, in ieder geval, de volgende bijzondere verplichtingen van toepassing bij betalingsregeling, zoals bedoeld in artikel 7.4 lid 1 sub c, en saneringskrediet en schuldbemiddeling, zoals bedoeld in artikel 7.4 lid 1 sub d van deze beleidsregel:
Artikel 7.7 Beëindiging schulddienstverlening
Onverminderd overige bepalingen in deze beleidsregel wordt de schulddienstverlening beëindigd als:
schuldeisers geen medewerking verlenen aan het minnelijk voorstel, dan staat alleen nog de mogelijkheid open voor een WSNP- traject. De gemeente maakt een afweging om een verzoek tot dwangakkoord bij de rechtbank in te dienen en informeert de inwoner hier schriftelijk over. Als de inwoner niet binnen 3 maanden na bekendmaking van het voornemen van genoemd verzoek, gebruik maakt van het recht om een WSNP aan te vragen, eindigt de gemeentelijke schulddienstverlening;
Bij toepassing van dit artikel wordt de mate van verwijtbaarheid beoordeeld op basis van de individuele omstandigheden, alvorens over te gaan tot beëindiging van de schulddienstverlening. In situaties waarin minderjarige inwonende kinderen deel uitmaken van het gezin dat een beroep doet op schulddienstverlening, wordt onderzocht in hoeverre de beëindiging gevolgen heeft voor de minderjarige kinderen.
Ten aanzien van recidive en de gevolgen die daaraan vanuit oogpunt van schulddienstverlening zijn verbonden, wordt in de volgende situaties geen schulddienstverlening aangeboden:
Binnen 2 jaar nadat tijdens de eerder aangeboden schulddienstverlening werd gestopt voorafgaande aan de start van het minnelijk traject. Uitzondering hierop is de situatie dat de inwoner eerder heeft voldaan aan de voorwaarden die ten tijde van de eerdere begeleiding zijn opgelegd en daarbij uitdrukkelijk is aangegeven dat het voldoen aan deze voorwaarden leidt tot het verkorten van de wachttijd van 2 jaar;
Deze beleidsregels verstaan onder:
Awb: algemene wet bestuursrecht
Besluit: besluit in het kader van schulddienstverlening
Gemeente: het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Venray
Kostenbesparing: Betalingen of aankopen gedaan door derden waarmee wordt bespaard op de noodzakelijke kosten van het bestaan. Deze betalingen of aankopen kunnen structureel zijn (denk aan betaling van huur of zorgpremie) of incidenteel (betaling van boodschappen, kleding, e.d.)
Maximale huurgrens: De maximale huurgrens zoals bedoeld in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag.
NVVK: Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet, de branchevereniging voor schuldhulpverlening.
Plan van aanpak: plan van aanpak voor de schulddienstverlening zoals bedoeld in artikel 4a, lid 1, onderdeel a, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.
Saneringskrediet: krediet voor het afkopen van problematische schulden.
Schulddienstverlening: het integrale hulp- en ondersteuningsaanbod voor natuurlijke personen met betaalachterstanden en schulden, preventief, curatief alsmede de nazorg.
Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening
WSF: Wet studiefinanciering 2000;
Wsnp: Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen
WTOS: Hoofdstuk 4 Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en Schoolkosten.
Zelfstandig ondernemer: inwoner die eigenaar is van en Eenmanszaak of Vennootschap onder Firma.
Hoofdstuk 9. Van oud naar nieuw
Artikel 9.1 Afwijken van de beleidsregels (hardheidsclausule)
De gemeente kan afwijken van de bepalingen in deze beleidsregel, indien strikte toepassing daarvan leidt tot gevolgen voor een inwoner die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
De draagkrachtregels zoals beschreven in de in te trekken Beleidsregels Lage inkomens en geldzorgen gemeente Venray blijven van toepassing voor de draagkrachtperiodes die zijn vastgesteld voor publicatie van de Beleidsregels Lage inkomens en geldzorgen 2026 gemeente Venray.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-222983.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.