Gemeenteblad van Westland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Westland | Gemeenteblad 2026, 222067 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Westland | Gemeenteblad 2026, 222067 | beleidsregel |
Beleidsregels Participatiewet in Balans gemeente Westland 2026, spoor 1
Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westland over:
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westland;
gelezen het voorstel van 4 mei 2026;
b e s l u i t vast te stellen de volgende beleidsregels:
Beleidsregels Participatiewet in Balans gemeente Westland 2026, spoor 1
Artikel 3. Het behandelen van bijstandsaanvragen van jongeren jonger dan 27 jaar voor afloop van de zoektermijn
In beginsel geldt voor jongeren <27 jaar een zoektermijn, zo is de bedoeling van de wetgever. Op de zoektermijn zijn uitzonderingen mogelijk voor jongeren in knellende situaties. In die situaties kan de jongere meteen zijn aanvraag indienen, zonder eerst naar andere mogelijkheden voor arbeid of scholing te zoeken. Het uitgangspunt van de wetgever blijft, ook na deze versoepeling, onverminderd dat van een naar het oordeel van het college zelfredzame jongere mag worden verwacht dat hij zijn mogelijkheden om via werk of opleiding verder in zijn toekomst te investeren intensief onderzoekt, voordat hij bijstand aanvraagt. Dit draagt bij aan de eigen verantwoordelijkheid.
Aldus vastgesteld door college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westland in de vergadering van 4 mei 2026.
Burgemeester en wethouders van Westland,
de secretaris,
M.L.M. Weerts
de burgemeester,
B.R. Arends
Per 1 januari 2026 is de Participatiewet gewijzigd door de Participatiewet in Balans en de Verzamelwet SZW 2026. De wijzigingen uit de Participatiewet in Balans treden gefaseerd in werking.
Deze beleidsregels geven invulling aan de beleids- en uitvoeringsruimte van het college voor vijf bevoegdheden uit de eerste fase van deze wetswijzigingen. Het doel van deze bevoegdheden is het versterken van bestaanszekerheid, het verminderen van onnodige administratieve lasten en het vergroten van maatwerk binnen de wettelijke kaders.
Met deze beleidsregels maakt het college onder voorwaarden gebruik van de mogelijkheid om:
Voor de bevoegdheden onder 3 en 4 geldt dat deze ook worden toegepast op aanvragen op grond van de IOAW. Dit is vastgelegd in artikel 4, derde lid, en artikel 5, vijfde lid, van de beleidsregels en draagt bij aan een consistente uitvoering.
2. Artikelsgewijze toelichting
Dit artikel bevat definities van begrippen die specifiek zijn voor deze beleidsregel. Voor overige begrippen gelden de definities uit de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.
De wet bevat geen exacte definitie van probleemschulden. Aansluiting is gezocht bij de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de Wsnp. Doorslaggevend is of het college naar redelijke maatstaven kan vaststellen dat betrokkene zijn schulden niet meer kan aflossen of is gestopt met betalen. Hiermee wordt ruimte geboden voor een praktische en niet boekhoudkundige beoordeling.
Onder schuldregeling wordt verstaan zowel een gemeentelijke schuldregeling op grond van de Wgs als een wettelijke schuldsanering op grond van de Wsnp. In beide gevallen leidt afronding tot een definitieve regeling van de schuldenlast.
De zoektermijn betreft de periode van vier weken na melding waarin jongeren tot 27 jaar worden geacht eerst werk of scholing te zoeken alvorens een bijstandsaanvraag kan worden ingediend. Deze beleidsregels beschrijven wanneer het college hiervan kan afwijken.
Artikel 2. Vrijlaten van giften in individuele gevallen
De Participatiewet bepaalt dat giften in beginsel als middel worden aangemerkt, tenzij het college oordeelt dat vrijlating in het individuele geval verantwoord is. Met de wetswijziging is vastgelegd dat giften en kostenbesparende bijdragen tot € 1.200 per kalenderjaar in ieder geval buiten beschouwing blijven.
Het college heeft geen beleidsruimte om dit bedrag categoriaal te verhogen of verlagen. Wel blijft ruimte bestaan om in individuele gevallen giften boven dit bedrag vrij te laten op grond van artikel 31, tweede lid, onderdelen m en s, van de Wet.
In deze beleidsregels is vastgelegd in welke situaties het college giften in ieder geval verantwoord acht, bijvoorbeeld wanneer deze:
Het uitgangspunt blijft dat giften niet mogen leiden tot een inkomens- of vermogenspositie die onverenigbaar is met bijstandsverlening.
Artikel 3. Behandeling van bijstandsaanvragen van jongeren vóór afloop van de zoektermijn
De wetgever blijft uitgaan van het principe dat jongeren tot 27 jaar primair investeren in werk of scholing. Tegelijkertijd erkent de wetgever dat dit uitgangspunt niet voor alle jongeren realistisch is.
Met de toevoeging van artikel 41, elfde lid, van de Participatiewet krijgt het college expliciet de bevoegdheid om aanvragen vóór afloop van de zoektermijn in behandeling te nemen wanneer de omstandigheden daartoe aanleiding geven.
In de beleidsregels zijn voorbeelden opgenomen van situaties waarin jongeren zich in een kwetsbare positie bevinden. Deze opsomming is niet limitatief en dient als handvat voor de individuele beoordeling. De afweging blijft maatwerk.
Artikel 4. Vereenvoudigde aanvraagprocedure
De aanvraagprocedure voor bijstand wordt door inwoners vaak als complex en belastend ervaren, met name bij korte onderbrekingen door werk. Artikel 43a van de Participatiewet biedt het college de mogelijkheid om bij herhaalde aanvragen binnen twaalf maanden gebruik te maken van reeds beschikbare gegevens.
Met deze beleidsregels maakt het college gebruik van deze mogelijkheid. Het doel is:
Het college verifieert daarbij of kerngegevens, zoals hoofdverblijf, gezinssituatie en inkomen, zijn gewijzigd. Indien nodig kan alsnog aanvullende informatie worden opgevraagd.
Deze werkwijze wordt eveneens toegepast bij aanvragen op grond van de IOAW.
Artikel 5. Bijstand met terugwerkende kracht
De hoofdregel in de Participatiewet is dat bijstand ingaat op de meldingsdatum. Met de invoering van artikel 44, vijfde lid, is het college bevoegd om in individuele omstandigheden bijstand toe te kennen tot maximaal drie maanden vóór die datum.
De wetgever beoogt hiermee situaties te ondervangen waarin:
De beleidsregels bevatten een afwegingskader met relevante indicatoren, zonder deze limitatief vast te leggen. Dit waarborgt zowel rechtszekerheid als maatwerk.
Ook deze bevoegdheid wordt door het college toegepast bij IOAW uitkeringen.
Het college evalueert deze beleidsregels binnen drie jaar na inwerkingtreding. Daarbij wordt gekeken naar:
De evaluatie kan aanleiding geven tot bijstelling van het beleid.
Artikel 7. Inwerkingtreding en overgangsrecht
Besluiten die zijn genomen vóór 1 januari 2026 blijven in stand totdat daarover opnieuw wordt beslist. Dit voorkomt rechtsonzekerheid en waarborgt een zorgvuldige overgang naar het nieuwe beleidskader.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-222067.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.