Wijziging Verordening gelijkstelling onderwijs Den Haag 2019

 

De raad van de gemeente Den Haag,

 

gezien het voorstel van het college van 31 maart 2026,

 

gelet op:

- artikel 128 van de Wet op het primair onderwijs;

- artikel 123 van de Wet op de expertisecentra;

- artikel 5.23 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; en,

- artikel 149 van de Gemeentewet.

 

besluit vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Verordening gelijkstelling onderwijs Den Haag 2019:

 

Artikel I

De Verordening gelijkstelling onderwijs Den Haag 2019 wordt gewijzigd als volgt.

A Na bijlage 5 wordt een nieuwe bijlage 6 ingevoegd, die luidt als volgt:

 

Bijlage 6. Voorzieningen onderwijsbeleid

 

Artikel 1. Doel voorziening

Het doel van deze voorziening is om scholen in staat te stellen bij te dragen aan realisering van de ambities uit de Haagse Educatieve Agenda 2026-2032 “Samen voor een sterke basis”.

 

Artikel 2. Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten die bijdragen aan de volgende ambities:

    • a.

      bouwen van sterke sector overstijgende netwerken;

    • b.

      samen leren: ononderbroken ontwikkeling in inclusief en taalrijk onderwijs;

    • c.

      professionals in positie: voor het onderwijs van vandaag en morgen; of

    • d.

      creëer flexibele leeromgevingen voor een toekomstbestendige arbeidsmarkt en veerkrachtige stad.

  • 2.

    Naast activiteiten die bijdragen aan de in de Haagse Educatieve Agenda 2026-2032 opgenomen ambities, komen op grond van deze verordening tevens activiteiten voor subsidie in aanmerking, die bijdragen aan de verbetering van het onderwijs voor Haagse leerlingen of positief bijdragen aan de positie van de school in de buurt.

  • 3.

    Het college en het bevoegd gezag stellen gezamenlijk de uitvoeringskaders behorende bij de Haagse Educatieve Agenda 2026-2032 “Samen voor een sterke basis” in het op overeenstemming gericht overleg als bedoeld in artikel 161 Wet op het primair onderwijs en artikel 3.42. Wet voortgezet onderwijs 2020 vast. Deze uitvoeringskaders bevatten de uitwerking van de in het eerste lid genoemde subsidiabele activiteiten.

 

Artikel 3. Aanvraag

Onverminderd het bepaalde in artikel 8, tweede, derde en vierde lid, van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020, legt het bevoegd gezag bij haar aanvraag de volgende gegevens over:

  • a.

    een beschrijving van de mate waarin de activiteiten waarvoor zij subsidie aanvraagt bijdragen aan en gericht zijn op het bereiken van de ambities genoemd in de Haagse Educatieve Agenda 2026-2032;

  • b.

    een overzicht van de scholen of locaties waar de activiteiten plaatsvinden.

 

Artikel 4. Elektronische aanvraag

De aanvrager maakt voor het indienen van een aanvraag om subsidie gebruik van een door het college voor deze regeling opgestelde elektronisch aanvraagformulier.

 

Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

De subsidie heeft uitsluitend betrekking op kosten die resteren na aftrek van eventuele bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor uitvoeren van subsidiabele activiteiten.

 

Artikel 6. Verantwoording

  • 1.

    Een aanvraag tot subsidievaststelling, door het bevoegd gezag van een school wordt jaarlijks ingediend vóór 1 juli van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de gesubsidieerde activiteit is uitgevoerd. De verantwoording wordt met inachtneming van de regeling Jaarverslaggeving Onderwijs en de Richtlijn Jaarverslaggeving RJ660, opgesteld.

  • 2.

    De financiële verantwoording van de subsidies wordt, onder vermelding van de kenmerken van de beschikking, opgenomen in een bijlage bij de jaarrekening of als afzonderlijke projectverantwoording. In deze bijlage of projectverantwoording worden de subsidies per activiteit van alle onder het bevoegd gezag ressorterende scholen gezamenlijk verantwoord.

 

B Bijlage 1. Voorzieningen onderwijsbeleid en bijlage 4. Voorziening onderwijsbeleid Den Haag 2019 vervallen.

 

Artikel II

De bepalingen die op grond van deze verordening worden gewijzigd blijven van kracht voor de tijdvakken waarvoor zij hebben gegolden.

 

Artikel III

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat subsidieverlening krachtens de bijlage 6 van deze verordening slechts mogelijk is voor zover en zodra een op deze verordening gebaseerde subsidieregeling in werking is getreden.

 

 

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 23 april 2026.

De griffier, Lilianne Blankwaard-Rombouts en de voorzitter, Jan van Zanen.

Naar boven