Omgevingsprogramma Warmte

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kampen;  

gelezen het voorstel over het Omgevingsprogramma Warmte;  

gelet op de artikelen 3.4, 3.6 en 16.27 van de Omgevingswet, die bepalen dat:  

a. het college van burgemeester en wethouders een programma kunnen vaststellen;

b. het college van burgemeester en wethouders vanaf 1 juli 2026 verplicht zijn om een warmteprogramma vast te stellen;

c. afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is waarin staat dat iedereen bij het college van burgemeester en wethouders een zienswijze mag indienen.

B E S L U I T :

Artikel I

In te stemmen met het ontwerp Omgevingsprogramma Warmte zoals die is te lezen in bijlage A bij dit besluit en met de motivering met bijbehorende bijlagen.

Artikel II

Het ontwerp omgevingsprogramma ter inzage te leggen voor een periode van zes weken.

Artikel III

De gemeenteraad te informeren.



Aldus besloten in de vergadering van 6 mei 2026.

de secretaris,

drs. N. Middelbos 

de burgemeester,

S. de Rouwe

Bijlage A

Omgevingsprogramma Warmte

Deel I Beleidskader

Hoofdstuk 1 Inleiding

De gemeente Kampen gaat, net als de rest van Nederland, over op een duurzame manier van verwarmen. Dit betekent dat alle huizen aardgasvrij verwarmd worden en ook koken en douchen aardgasvrij zal gebeuren. Uiterlijk in 2050 moet de gemeente Kampen aardgasvrij zijn. Dit is vastgelegd in het Klimaatakkoord. Het Klimaatakkoord is niet de enige reden om van het gas af te gaan: ook de aardbevingen in Groningen, de leveringszekerheid van energie, de hoge aardgasprijzen en de sterk toegenomen energiearmoede zijn redenen om te kiezen voor de overstap naar een schone en betaalbare warmtevoorziening. In dit warmteprogramma staat beschreven in welke wijken de gemeente de komende tien jaar aan de slag gaat.

§ 1.1 De warmtetransitie

De aarde warmt op. Dit gebeurt doordat er te veel CO2 wordt uitgestoten, wat werkt als een broeikasgas. Door de opwarming van de aarde verandert het klimaat. Er zijn langere periodes van warmte en droogte maar juist ook meer hevige regenval. Om de negatieve effecten van klimaatverandering tegen te gaan, zullen we minder CO2 uit moeten stoten. Deze overgang naar schonere vormen van energie wordt ook wel de energietransitie genoemd.

CO2 wordt uitgestoten door bijvoorbeeld het verkeer en de industrie. Ook huishoudens produceren CO2. Zo produceert een gemiddeld Nederlands huishouden wel 19.500 kilo CO2 per jaar. Hiervan is 25% afkomstig van de woning en het energiegebruik in huis.

Een groot deel hiervan komt vrij bij de verbranding van gas voor het verwarmen van een huis, voor het opwarmen van water of wanneer er op gas gekookt wordt. Om de CO2-uitstoot terug te dringen moeten de Nederlandse huishoudens dus van het gas af.

In 2030 wil Nederland 20% van de woningen en gebouwen aardgasvrij hebben. In 2050 is Nederland compleet aardgasvrij. Dit is een afspraak die geldt voor heel Nederland. Ook de gemeente Kampen zet zich in om dit doel te halen. In gemeente Kampen staan op dit moment 23.340 woningen.

Het onderdeel van de energietransitie waarbij het om het duurzaam verwarmen van woningen gaat, wordt de warmtetransitie genoemd. Niet alleen voor klimaatverandering is het gunstig om van het aardgas af te gaan. De gaswinning in Groningen is gestopt, waardoor er minder gas beschikbaar is. Om te voorkomen dat de Nederlandse energievoorziening afhankelijk wordt van aardgas uit andere landen, is het van belang om toe te werken naar andere oplossingen.

§ 1.2 Kampen aardgasvrij

Uiterlijk in 2050 moeten alle gebouwen in de gemeente Kampen aardgasvrij zijn. Om tot de juiste oplossingen voor aardgasvrij wonen te komen, werkt de gemeente samen met veel partijen zodat zoveel mogelijk inwoners en ondernemers straks betaalbare duurzame warmte kunnen gebruiken. De beste oplossing is per gebied verschillend en hangt onder andere af van de warmtevraag en technische mogelijkheden. We kiezen daarom voor een aanpak per gebied/wijk. De gemeente Kampen is hiervoor opgedeeld in 36 gebieden. Stap voor stap en wijk voor wijk gaan we aan de slag. De gemeente maakt daar de komende jaren samen met inwoners, ondernemers, woningcorporaties, huurdersverenigingen en andere belanghebbenden plannen voor.

§ 1.3 Doel van dit warmteprogramma

Het warmteprogramma biedt een concreet kader voor de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. In dit warmteprogramma beschrijft de gemeente haar plannen per voor de komende 10 jaar. De gebouwde omgeving bestaat uit woningen en andere gebouwen in de wijk/het gebied, industrie- of bedrijventerreinen vallen hier niet onder.

Om tot de meeste geschikte aardgasvrije techniek per gebied/wijk te komen kijkt de gemeente naar de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    Betaalbaarheid

  • 2.

    Haalbaarheid en continuïteit

  • 3.

    Duurzaam en schoon

  • 4.

    Ruimtelijke ordening

  • 5.

    Energiearmoede

  • 6.

    Erfgoed

Deze uitgangspunten worden verder toegelicht in hoofdstuk 2.

§ 1.4 Beleidskader

Om de warmtetransitie te versnellen is in de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) een belangrijke regierol voor gemeenten beschreven. Om invulling te geven aan die regierol zijn gemeenten verplicht om onder de Omgevingswet een warmteprogramma op te stellen.

Alleen voor de in het warmteprogramma aangegeven gebieden/wijken kan de gemeenteraad het omgevingsplan wijzigen door de inzet van de aanwijsbevoegdheid Om de urgentie aan te geven van de warmtetransitie en vroegtijdig duidelijkheid te geven aan inwoners benoemen wij dat de gemeente Kampen de aanwijsbevoegdheid wil gaan inzetten.

Het is daarom al opgenomen in het Warmteprogramma. De eisen die aan dat besluit worden gesteld zijn op dit moment nog niet uitgekristalliseerd. De wettelijke termijn in de Wgiw voor de aanwijsbevoegdheid is acht jaar. Dat is tussen het besluit door de gemeenteraad en het afsluiten van de gaskraan in een wijk. De gemeente heeft daarbij de intentie om deze termijn te verruimen waar dat kan. In de praktijk betekent dit dat inwoners langer dan acht jaar de tijd krijgen om van het gas af te gaan.

Met de aanwijsbevoegdheid kunnen gemeenten vanuit hun regierol gebieden aanwijzen die binnen een bepaalde termijn aardgasvrij moeten worden en overgaan op een duurzame warmtevoorziening. Zodat de inwoners duidelijkheid hebben over de doelstelling en termijn naar aardgasvrij voor hun eigen gebied/wijk.

Naast de Wgiw treedt de Wet collectieve warmte (Wcw) in 2026 gefaseerd in werking. De Wcw geeft gemeenten de bevoegdheid om bestaande woonwijken aan te wijzen die overgaan van aardgas naar een collectief warmtesysteem en om te bepalen door wie dat systeem mag worden geëxploiteerd. In de wet staat welke procedure gemeenten moeten doorlopen.

Het warmteprogramma wordt iedere 5 jaar herzien, waarbij iedere keer minimaal 10 jaar vooruit en 5 jaar achteruit wordt gekeken. Op deze wijze worden geleerde inzichten meegenomen en nieuwe technologische en financiële mogelijkheden optimaal meegenomen. Het warmteprogramma wordt door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld.

Dit warmteprogramma is opgesteld en gepubliceerd als een zelfstandig omgevingsprogramma onder de Omgevingswet. De Gemeente Kampen werkt stapsgewijs aan de inrichting van het nieuwe beleidshuis. Wanneer hierover meer duidelijkheid bestaat, kan het warmteprogramma in de toekomst worden opgenomen als onderdeel van een breder, integraal en samenhangend omgevingsprogramma.

Relatie met de omgevingsvisie en het omgevingsplan

Het Omgevingsprogramma Warmte geeft nadere invulling aan de ambities uit de Omgevingsvisie gemeente Kampen. In deze omgevingsvisie is de hoofdlijn “op weg naar een waterrijke, groene aarde en omgeving” vastgelegd, waarin de energietransitie en het toewerken naar een duurzame warmtevoorziening een belangrijke plaats innemen. Het warmteprogramma werkt deze koers thematisch en gebiedsgericht uit en vormt daarmee een schakel tussen de omgevingsvisie en het omgevingsplan.

§ 1.5 Leeswijzer

In hoofdstuk 2 staan de uitgangspunten beschreven die richting gaven aan de keuzes die gemaakt zijn voor de aardgasvrije technieken en wijkfasering. Verder staat in dit hoofdstuk de rol van de gemeente in de warmtetransitie beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de buurten en wijken waar de gemeente de komende 10 jaar mee aan de slag gaat. In hoofdstuk 4 staat beschreven hoe de participatie wordt vormgegeven voor de verdere uitvoering van de plannen in het warmteprogramma. In hoofdstuk 5 is beschreven hoe de voortgang op het behalen van de in dit warmteprogramma gestelde doelen gemonitord worden.

Deel II bevat de uitvoeringsagenda en bestaat uit één hoofdstuk. Dit beschrijft de opdracht en de plannen voor de komende tien jaar om gemeente Kampen aardgasvrij te maken.

Hoofdstuk 2 Uitgangspunten en rol gemeente

De keuzes die we in dit warmteprogramma maken, zijn gebaseerd op de uitgangspunten die we samen met onze gemeenteraad, professionele stakeholders en inwoners hebben opgesteld gedurende dit proces. De vastgestelde uitgangspunten zijn samen met bestuurlijke keuzes gebruikt om de wijkfasering te bepalen voor het warmteprogramma. De uitgangspunten zijn het resultaat van een breed participatietraject. Professionele stakeholders (gemeente, woningcorporatie en netbeheerder) en inwoners (klankbordgroep, bewonersraad) werkten samen aan het opstellen van de uitgangspunten. Deze uitgangspunten sluiten aan bij de opinie van de gemeenteraad. Ook waren de uitgangspunten deel van een breed uitgezette enquête met hoge respons. Alle wijken zijn individueel getoetst aan deze uitgangspunten, wat heeft geleid tot de wijkfasering in hoofdstuk 3.

§ 2.1 Uitgangspunten

De uitgangspunten zijn: betaalbaarheid, haalbaarheid en continuïteit, duurzaam en schoon, ruimtelijke ordening, energiearmoede en cultureel erfgoed. Deze uitgangspunten vormen samen het kader voor dit warmteprogramma. In de volgende paragrafen worden de uitgangspunten één voor één nader beschreven.

$ 2.1.1 Betaalbaarheid

Met ‘betaalbaarheid’ wordt bedoeld dat de kosten van de aardgasvrije oplossing over minimaal 30 jaar aanzienlijk lager is dan de alternatieven. Door betaalbaarheid centraal te stellen zorgen we voor een breed draagvlak en sociale rechtvaardigheid in de transitie. Betaalbaarheid is een essentieel uitgangspunt voor de wijkfasering in het warmteprogramma, zodat de energietransitie haalbaar en toegankelijk blijft voor alle inwoners.

Met betaalbaarheid bedoelen we zowel de totale maatschappelijke kosten, als de woonlasten per inwoner. De overstap naar duurzame warmtebronnen mag niet leiden tot onredelijke kosten voor huishoudens. De warmtetransitie moet eerlijk en betaalbaar zijn, met oog voor zowel investeringskosten vanuit de maatschappij als individuele maandelijkse lasten. Dit vraagt om slimme fasering, efficiënte oplossingen en samenwerking met publieke en private partijen om subsidies en financieringsmogelijkheden te benutten.

$ 2.1.2 Haalbaarheid en continuïteit

Met ‘haalbaarheid en continuïteit’ wordt bedoeld dat de aardgasvrije bron en techniek zowel nu als in de toekomst beschikbaar zijn. Door haalbaarheid en continuïteit als uitgangspunt te nemen, voorkomen we stagnatie en garanderen we een stabiele, duurzame en toekomstbestendige warmtevoorziening voor alle inwoners. Haalbaarheid en continuïteit of leveringszekerheid zijn cruciaal voor een succesvolle uitvoering van de warmtetransitie. De beschikbaarheid en continuïteit van een duurzame warmtebron en de tijdige verzwaring van het elektriciteitsnet zijn bepalend voor de realisatie van een betrouwbare energievoorziening.

Duurzame bronnen worden getoetst op beschikbaarheid op de korte en lange termijn met inachtneming van de beschikbaarheid nu en in de toekomst Zonder voldoende infrastructuur kunnen duurzame alternatieven niet op grote schaal worden ingezet. De fasering moet daarom rekening houden met technische en logistieke haalbaarheid, waarbij gemeenten, netbeheerders en marktpartijen nauw samenwerken om knelpunten tijdig op te lossen. We gaan er vanuit dat klimaatneutraal gas (biogas + waterstof gezamenlijk) niet voldoende beschikbaar is voor de gebouwde omgeving. Wel kan in de weg naar een aardgasvrij gemeente Kampen in 2050 een hybride warmtepomp een tussenstap bieden in gebieden waar netcongestie een overgang naar volledig elektrisch belemmert in de eerste jaren na het opstellen van het warmteprogramma.

$ 2.1.3 Duurzaam en schoon

Met ‘duurzaam en schoon’ wordt bedoeld dat we zoveel mogelijk energie besparen en het alternatief voor aardgas dat we gebruiken duurzaam is. Door duurzaamheid centraal te stellen, zorgen we voor een warmtesysteem dat bijdraagt aan een gezonde leefomgeving voor inwoners. De fasering moet daarom sturen op hernieuwbare en lokaal beschikbare warmtebronnen. Duurzaamheid en een schone energievoorziening zijn cruciale uitgangspunten voor de wijkfasering in het warmteprogramma. De energietransitie vraagt om een reductie van CO2-uitstoot en de overstap naar hernieuwbare warmtebronnen (zoals energie uit zon en wind), in lijn met de klimaatdoelen. Dit betekent een focus op toekomstbestendige, schone oplossingen die de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen en de leefomgeving verbeteren.

$ 2.1.4 Ruimtelijke Ordening

De warmtetransitie vraagt om significante reserveringen van ruimte. Daarom houden we rekening met de beperkingen in de boven- en ondergrond. Door ruimtelijke mogelijkheden en beperkingen als uitgangspunt te nemen, zorgen we voor een haalbare, veilige en goed ingepaste warmtetransitie binnen de fysieke leefomgeving. Ruimtelijke ordening speelt een sleutelrol in de wijkfasering van het Warmteprogramma, waarbij rekening moet worden gehouden met de beperkingen in zowel de boven- als ondergrond. De beschikbare ruimte voor warmtenetwerken, opslagmedia voor koude en warmte en onder-/bovengrondse infrastructuur is niet onbeperkt en moet zorgvuldig worden afgestemd op andere stedelijke functies. Denk aan bestaande kabels en leidingen, waterhuishouding en groenvoorzieningen. Een integrale aanpak is noodzakelijk om conflicten te voorkomen en efficiënte oplossingen te realiseren.

$ 2.1.5 Energiearmoede

We houden in de fasering en uitvoering extra rekening met de wijken waar een relatief hoge energiearmoede aanwezig is. Door energiearmoede als uitgangspunt te nemen, zorgen we ervoor dat iedereen, met extra aandacht voor de minima, toegang houdt tot een betrouwbare en betaalbare warmtevoorziening en dat de transitie bijdraagt aan een eerlijke verdeling van de lasten en baten. Energiearmoede is een belangrijk aandachtspunt bij de wijkfasering in het warmteprogramma, zodat de energietransitie eerlijk en sociaal rechtvaardig verloopt. Voor huishoudens met een laag inkomen kunnen stijgende energiekosten een grote financiële last vormen. Daarom is het essentieel om maatregelen te treffen zoals betaalbare oplossingen, subsidies en gerichte ondersteuning.

$ 2.1.6 Cultureel erfgoed

Gemeente Kampen kent een rijke historie en heeft meer dan 1000 monumenten. Ook tijdens de warmtetransitie is behoud van het cultureel erfgoed een cruciale pijler. Wijken met (veel) cultureel erfgoed vragen om een specifieke aanpak en langere doorlooptijd, we starten hier al vroeg mee in het proces. Door cultureel erfgoed als uitgangspunt te nemen, behouden we niet alleen de historische identiteit van onze leefomgeving, maar zorgen we ook voor een toekomstbestendige en respectvolle energietransitie.

Bij de wijkfasering in het warmteprogramma moet zorgvuldig rekening worden gehouden met cultureel erfgoed. Historische gebouwen en beschermde stadsgezichten, zoals in de binnenstad van Kampen, vereisen maatwerkoplossingen die recht doen aan hun unieke karakter en bouwtechnische beperkingen. Standaardoplossingen voor verduurzaming, zoals isolatie en warmtenetten, zijn niet altijd toepasbaar zonder aantasting van monumentale waarden. Daarom is nauwe samenwerking met erfgoedinstanties en eigenaren cruciaal om passende, duurzame alternatieven te ontwikkelen.

§ 2.2 Rol gemeente en kaders warmteprogramma

De Gemeente Kampen is zich sterk bewust van haar regierol in de warmtetransitie. We vullen deze rol op verschillende manieren in en doen dat met diverse instrumenten.

$ 2.2.1 Rol gemeente

Onze rollen:

  • Wij zorgen voor de samenwerking tussen de partijen die nodig zijn voor gezamenlijke oplossingen. Daarom werken we nauw samen met de partijen welke actief zijn in de warmte- en energietransitie en andere belanghebbenden om een samenhangende aanpak te waarborgen.

  • Wij blijven met inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden in gesprek. Zo blijven hun belangen en wensen zichtbaar en kunnen we hun inbreng een passende plek geven in de besluitvorming. Zie voor meer informatie ook de participatie-uitgangspunten in hoofdstuk 4.

  • Wij blijven inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden stimuleren en motiveren om te verduurzamen. We ondersteunen daarnaast lokale warmte-initiatieven en stimuleren de ontwikkeling van (kleinschalige) duurzame energieprojecten.

  • Wij zorgen voor (duidelijkheid over) randvoorwaarden en vergunningen. We gebruiken juridische instrumenten zoals de aanwijsbevoegdheid en stellen duidelijke kaders voor de verlening van vergunningen en ontheffingen.

  • Wij faciliteren ingrepen in de openbare ruimte zoals het aanleggen van kabels en leidingen en het inpassen van nieuwe transformatorstations.

$ 2.2.2 Brede aanpak isolatie en besparing

De gemeente Kampen ondersteunt inwoners bij het verduurzamen van hun woning. Met een isolatievergoeding voor woningeigenaren wordt energie besparen toegankelijker voor iedereen.

Huishoudens met een laag inkomen krijgen een hogere isolatievergoeding en huurders en woningeigenaren kunnen energiebesparende producten kopen.

Isolatievergoeding

De gemeente Kampen helpt bij isoleren en stelt voor woningeigenaren met een slecht geïsoleerde woning een vergoeding beschikbaar. Voor woningeigenaren met een laag inkomen is deze isolatievergoeding nog ruimer. Hierbij gelden voorwaarden zoals een maximale WOZ-waarde.

Huurders

De woningcorporaties bezitten bijna 30% van de woningen in Kampen. De gemeente heeft prestatieafspraken met de woningcorporaties en hierin is ook aandacht voor verduurzaming van de woningen. Daarnaast is circa 10% van de woningen particuliere verhuur. De particuliere verhuurder is woningeigenaar en alle woningeigenaren worden bij de wijkuitvoeringsplannen betrokken. De gemeente zal woningeigenaren attenderen op hun verantwoordelijkheid, ook bij verhuur. De particuliere huurder kan ook met de verhuurder in gesprek gaan en gebruikmaken van bestaande loketten.

Aanpak energiearmoede

Er is sprake van energiearmoede als een huishouden te maken heeft met een laag inkomen in combinatie met een hoge energierekening en/of een woning van slechte energetische kwaliteit. De gemeente Kampen wil energiearmoede aanpakken en helpt huurders en woningeigenaren met energie besparen. Daarbij is het hoofddoel de structurele verlaging van de energierekening.

Soortenmanagementplan

Een belangrijk eerste stap richting aardgasvrij is het isoleren van woningen. Bepaalde isolatiemaatregelen kunnen echter niet zomaar genomen worden. Dit is het geval wanneer isolatiemaatregelen het leefgebied van bepaalde soorten aantasten. Zo leven vleermuizen in de spouwmuren van huizen en mogen deze dus niet zomaar opgevuld worden. Ook bepaalde beschermde vogelsoorten nesten in kieren en gaten van huizen en spouwmuren.

Voorafgaand aan isoleren dient daarom een onderzoek plaats te vinden om uit te sluiten dat er beschermde dieren zich bevinden in het huis. Deze onderzoeken zijn kostbaar en tijdsintensief. Daarom brengt de gemeente in één keer het leefgebied van beschermde soorten voor de hele gemeente in kaart door een soortenmanagementplan (SMP) op te stellen. Met een SMP kan worden uitgesloten dat in bepaalde gebieden beschermde soorten zitten die zich nestelen in huizen en worden vervangende voorzieningen gerealiseerd. In deze gebieden kunnen huizen dan gewoon geïsoleerd worden zonder nog individuele onderzoeken uit te voeren.

Voor de gemeente Kampen is het soortenmanagementonderzoek en het opstellen van het SMP medio 2025 gestart. Het gehele onderzoek en afronden van het plan neemt ongeveer 1,5 jaar in beslag. Dit gezien de meerdere ronden van veldinspecties welke dienen plaats te vinden om bepaalde soorten te kunnen waarnemen.

$ 2.2.3 Juridische onderbouwing mer-plicht warmteprogramma

De gemeente Kampen stelt dit warmteprogramma op als richtinggevend beleidsdocument voor de overgang naar een duurzame warmtevoorziening. In lijn met de Wgiw (Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie) krijgt de gemeente hierin een centrale rol als regisseur van de warmtetransitie. Dit betekent onder andere dat de gemeente keuzes maakt over geschikte warmtebronnen, het gebruik van bestaande of nieuwe infrastructuur, en over welke wijken wanneer van het aardgas af gaan.

Omdat het warmteprogramma kaders stelt voor toekomstige besluiten die mogelijk leiden tot ruimtelijke ingrepen – zoals de aanleg van warmtenetten, distributieleidingen of warmteopslag – kan er sprake zijn van activiteiten die aanzienlijke milieueffecten hebben. Dergelijke activiteiten vallen onder de werkingssfeer van Bijlage V bij het Omgevingsbesluit.

Op grond van afdeling 16.4 van de Omgevingswet geldt een mer-plicht voor plannen die:

  • Kaders stellen voor projecten die volgens het Omgevingsbesluit mer-plichtig zijn.

  • Binnen het plan mogelijk significante gevolgen hebben voor Natura 2000-gebieden waardoor een Passende Beoordeling nodig is ten aanzien van stikstof.

In het geval van gemeente Kampen is het warmteprogramma aan te duiden als een plan dat de mogelijkheid geeft aan toekomstige (vergunning)besluiten voor activiteiten die zijn opgenomen in bijlage V bij het Omgevingsbesluit, zoals de aanleg van warmtenetten bij overschrijding van bepaalde schaalgrootte. Hieronder vallen eveneens kleinschalige collectieve systemen vanaf enkele woningen. Vanuit de gemeente Kampen staat geen realisatie van warmtenetten op de planning. Het warmteprogramma is daarmee niet mer-plichtig. Als er lokale initiatieven binnen gemeente Kampen ontstaan met plannen voor (kleinschalige) warmtenetten, geldt een plan-mer-plicht voor deze initiatieven.

In het kader van de nieuwe Wcw (Wet collectieve warmte) werkt het Rijk aan een nationale plan-MER die de milieueffecten van keuzes op landelijk niveau in de warmtetransitie inzichtelijk maakt. Gemeenten worden gestimuleerd om hun lokale warmteprogramma’s hiermee in lijn te brengen.

Mocht in de toekomst een MER noodzakelijk blijken, dan neemt gemeente Kampen de volgende punten mee:

  • De gemeente Kampen stemt de milieueffectbeoordeling van haar warmteprogramma af op de kaders, uitgangspunten en scenario’s die volgen uit het nationale plan-MER.

  • Bij het opstellen van het plan-MER voor het warmteprogramma worden ten minste drie elementen expliciet getoetst aan de nationale lijn: (1) de inzet van warmtebronnen, (2) het gebruik van infrastructuur en (3) de ruimtelijke impact op milieu en leefomgeving.

  • De afstemming is uitvoerbaar binnen de huidige scope van het programma en sluit aan bij landelijke verplichtingen en provinciale afspraken binnen de RES-regio.

  • Het nationale plan-MER biedt richting, maar laat ruimte voor lokale keuzes. De gemeente Kampen gebruikt de uitkomsten waar mogelijk als onderlegger, maar voert aanvullende lokale milieueffectbeoordelingen uit waar nodig.

Met deze aanpak wordt geborgd dat de lokale milieubeoordeling niet op zichzelf staat, maar onderdeel is van een samenhangend stelsel van beleidsmatige en juridische kaders op nationaal niveau.

$ 2.2.4 Aanwijzen van wijken: inzet van de aanwijsbevoegdheid

Op grond van de Wgiw krijgt de gemeente de bevoegdheid om een wijk of gebied aan te wijzen waar het gebruik van aardgas wordt uitgefaseerd. Dit heet de aanwijsbevoegdheid, waarschijnlijk in te zetten vanaf 01‑01‑2026 (na publicatie in de Staatscourant). Door gebruik te maken van deze bevoegdheid kan de gemeente vastleggen dat woningen en gebouwen binnen een bepaald gebied binnen een bepaalde termijn moeten overstappen op een alternatieve, duurzame warmteoplossing.

De gemeente Kampen kiest ervoor om deze aanwijsbevoegdheid op termijn in te zetten voor alle wijken, maar voor 2030 nog niet toe te passen. In gemeente Kampen wordt het op korte termijn nog niet toegepast, omdat de implicaties en gevolgen van deze bevoegdheid nog niet overzichtelijk en helder zijn.

Er is bewust gekozen voor een gefaseerde aanpak, waarin de nadruk de komende jaren ligt op:

  • Vrijwillige overstap op duurzame warmte.

  • Het faciliteren van inwonersinitiatieven en collectieve inkoop en collectieve initiatieven van inwoners zoals min-warmtenetten.

  • Het zorgvuldig voorbereiden van uitvoeringsplannen per wijk.

  • Samenwerking met netbeheerder, woningcorporaties en marktpartijen.

De inzet van de aanwijsbevoegdheid is voorzien na 2030, wanneer voor een wijk voldoende duidelijkheid bestaat over de betaalbaarheid, haalbaarheid en continuïteit en draagvlak van de gekozen warmteoplossing. De bevoegdheid wordt dan gebruikt als sluitstuk van een zorgvuldig proces, waarin participatie en maatwerk centraal staan. Voorafgaand aan een aanwijsbesluit wordt voor elke wijk een uitvoeringsplan vastgesteld en wordt getoetst of aan de wettelijke randvoorwaarden is voldaan. Indien de aanwijsbevoegdheid ingezet wordt, geldt een minimale overgangsperiode van 8 jaar vanaf het moment van aankondiging. De exacte overgangsperiode wordt vastgesteld in het proces van het uitvoeringsplan. De gemeente heeft daarbij de intentie om deze termijn te verruimen waar dat kan.

$ 2.2.5 Nu geen warmtenet in IJsselmuiden

Het onderzoek haalbaarheid warmtenet Kampen Oost is uitgevoerd in 2021. De aanleg van een collectief warmtenet bleek significant hoger qua kosten ten opzichte van andere individuele oplossingen zoals een luchtwaterwarmtepomp.

We hebben geen reden om aan te nemen dat de aanleg van een warmtenet op dit moment wel betaalbaar en haalbaar is. Op dit moment zien wij dus geen groot warmtenet in IJsselmuiden. In de aanloop van de herijking van het warmteprogramma, kijken we opnieuw samen met Duurzaam Koekoekspolder en andere belanghebbenden of de omstandigheden veranderen. Het uitgangspunt blijft de laagst mogelijke eindgebruikerskosten voor de inwoner.

$ 2.2.6 Verkenning oprichting lokaal energiebed

Met de komst van de Wcw wordt het publieke belang nadrukkelijker verankerd in de warmteketen. Gemeenten krijgen de regierol en kunnen onder voorwaarden ook optreden als aanbieder van collectieve warmte. Een lokaal energiebedrijf kan hieraan invulling geven door bijvoorbeeld warmtenetten te ontwikkelen, te beheren of warmte te leveren in gebieden waar marktpartijen terughoudend zijn of waar publieke voorwaarden zwaarder wegen. In het kader van de uitvoering van de Wcw onderzoekt de gemeente Kampen de mogelijkheid om op termijn een publiek lokaal energiebedrijf op te richten. Dit energiebedrijf kan een belangrijke rol spelen in het realiseren van een betaalbare, betrouwbare en duurzame warmtevoorziening voor alle inwoners van gemeente Kampen.

De gemeente Kampen ziet in de oprichting van een lokaal energiebedrijf mogelijk meerwaarde op de volgende punten:

  • Zeggenschap en sturing: publieke invloed op tarieven, duurzaamheid en kwaliteit van de warmtevoorziening.

  • Toegankelijkheid: waarborging van betaalbare warmte voor alle inwoners, inclusief kwetsbare groepen.

  • Regionale samenwerking: koppeling aan andere publieke initiatieven in de regio. (bijvoorbeeld met netbeheerders, woningcorporaties of buurgemeenten)

  • Langetermijnvisie: investeringen in infrastructuur die passen bij lokale ambities en maatschappelijke baten.

$ 2.2.7 Participatie en ondersteuning van VvE’s

VvE’s (Verenigingen van Eigenaren) vormen een belangrijke doelgroep binnen de warmtetransitie van de gemeente Kampen. Het verduurzamen en aardgasvrij maken van appartementencomplexen vraagt om collectieve besluitvorming, goede informatie en passende ondersteuning.

In het warmteprogramma kiest de gemeente Kampen ervoor om VvE’s actief te betrekken in zowel de verkenningsfase als bij de uitvoering. De gemeente onderzoekt of en in welke mate VvE’s ondersteund kunnen worden door:

  • Het aanbieden van technisch en juridisch advies via het duurzaamheidsloket of via externe experts.

  • Het faciliteren van financieringstrajecten, bijvoorbeeld door ondersteuning bij subsidieaanvragen (SVVE, DUMAVA) of het Warmtefonds.

  • Het inzetten van procesbegeleiding en VvE-transitiecoaches in wijken waar collectieve oplossingen zoals een warmtenet in beeld zijn.

  • Het organiseren van VvE-informatiesessies en het betrekken van VvE-besturen bij de planvorming in hun wijk.

  • Het opnemen van VvE’s als specifieke doelgroep in uitvoeringsplannen.

De gemeente erkent dat besluitvorming binnen VvE’s tijd en zorgvuldigheid vereist. Daarom worden VvE’s niet alleen geïnformeerd, maar ook actief betrokken bij het tempo en de invulling van de warmtetransitie in hun gebouw en omgeving. Daarbij blijft ruimte voor maatwerk, tempo-opbouw en het benutten van collectieve voordelen.

$ 2.2.8 Mini-warmtenetten

De Kamerbrief over decentrale energiesystemen (een document van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei van 18 juni 2025) benadrukt dat lokale energieoplossingen, zoals wijkgerichte (mini-) warmtenetten en energiecoöperaties, een cruciale rol spelen in de energietransitie. Gemeenten worden aangemoedigd om deze initiatieven actief te ondersteunen en te integreren in hun beleid. Dit sluit aan bij het warmteprogramma, waarin gemeenten vastleggen hoe en wanneer wijken van het aardgas af gaan.

In het warmteprogramma moeten gemeenten expliciet rekening houden met systeemintegratie en regionale samenwerking. Dat betekent dat warmteoplossingen afgestemd moeten worden op de elektriciteitsinfrastructuur, netcapaciteit en de beschikbaarheid van lokale warmtebronnen.

Mini-warmtenetten, bestaande uit 2-50 woningen, vormen een kansrijke oplossing binnen de warmtetransitie, vooral in wijken waar grootschalige infrastructuur niet rendabel of haalbaar is. De gemeente moedigt kleine initiatieven aan. Het zijn noodzakelijke trekkers van het begin van de warmtetransitie. Als faciliterende partij heeft de gemeente de taak om samen met inwoners, woningcorporaties en lokale energiecoöperaties te verkennen waar mini-warmtenetten technisch, financieel en sociaal haalbaar zijn. 

Gemeente Kampen kan hierbij optreden als regisseur: Het creëren van draagvlak, het coördineren van participatieprocessen en het verbinden van partijen. Mini-warmtenetten sluiten goed aan bij de schaal en structuur van gemeente Kampen, waar kleinschalige samenwerking en lokale betrokkenheid vaak sterk zijn ontwikkeld zijn. Zo kan de gemeente niet alleen faciliteren, maar ook inspireren en versnellen in de warmtetransitie.

$ 2.2.9 (Positieve) Gezondheid

De gemeente Kampen erkent het belang van Positieve Gezondheid als bredere benadering van welzijn. Positieve Gezondheid is een gedachtegoed dat uitgaat van het vermogen van mensen om zich aan te passen en eigen regie te voeren, ondanks fysieke, emotionele en sociale uitdagingen. Dit gedachtegoed helpt ons om bij de warmtetransitie niet alleen te kijken naar technische oplossingen, maar ook naar wat bewoners nodig hebben om prettig, gezond en betekenisvol te leven. Denk aan wooncomfort, sociale verbondenheid en het voorkomen van energiearmoede.

We streven ernaar om deze benadering mee te nemen in het warmteprogramma, bijvoorbeeld door bewoners actief te betrekken bij keuzes en te kijken naar de impact van maatregelen op hun dagelijks leven. Zo maken we de warmtetransitie niet alleen duurzaam, maar ook mensgericht.

§ 2.3 Participatie: de Kamper Beginselen

De Kamper Beginselen zijn de kernwaarden van de gemeente Kampen op het gebied van participatie. Deze waarden bepalen hoe de gemeente met participatie omgaat, bijvoorbeeld bij het maken van beleid of het uitvoeren van projecten. In hoofdstuk 5 staat beschreven hoe de gemeente participatie en communicatie vanuit deze Kamper Beginselen vormgeeft in relatie tot het warmteprogramma en de implementatie hiervan.

De Kamper Beginselen zijn:

Ruimte laten

De gemeente creëert ruimte voor diverse vormen van betrokkenheid en neemt de inspanningen van inwoners serieus.

Betrokkenheid waarderen

De gemeente waardeert alle vormen van betrokkenheid van inwoners en stimuleert actief participatie.

Goed besturen

De gemeente wil transparant en democratisch besturen, rekening houdend met de belangen van alle inwoners.

Besluiten ‘in het algemeen belang’

De gemeente maakt besluiten die het algemeen belang dienen en houdt rekening met de belangen van alle inwoners.

Vormen en manieren aanpassen

De gemeente past haar communicatie en werkwijze aan om zo goed mogelijk bij de behoeften van inwoners aan te sluiten.

Eerder naar buiten

De gemeente gaat proactief op zoek naar inwoners om hun input te verzamelen en hun betrokkenheid te stimuleren.

In gesprek blijven

De gemeente onderhoudt een voortdurende dialoog met inwoners om hun input te verzamelen en te bespreken.

Hoofdstuk 3 Aanpak voor de hele gemeente

De warmtetransitie gebeurt niet van de ene op de andere dag. Het vraagt veel inzet van verschillende partijen. Daarom worden niet alle gebieden/wijken tegelijkertijd aangepakt. Er is een planning gemaakt in welk gebied/welke wijk we starten met het gebiedsproces. Dit hoofdstuk beschrijft deze planning. Ook wordt beschreven wat de beste aardgasvrije techniek per wijk is. De keuzes worden toegelicht en onderbouwd. Als laatste beschrijven we de rol van de verschillende belanghebbenden.

§ 3.1 Opdracht en ambitie

De opdracht is dat in 2050 alle woningen in gemeente Kampen aardgasvrij zijn en duurzaam verwarmd worden.

Ambitie:

  • Voor 2032 starten met alle gebiedsprocessen voor het opstellen van de uitvoeringsplannen. Zo worden inwoners tijdig geïnformeerd over de warmtetransitie in hun wijk/gebied. Een afgerond uitvoeringsplan creëert duidelijkheid voor alle inwoners en belanghebbenden.

  • Het landelijk gemiddelde doel is 20 % aardgasvrije woningen in 2030. We streven ernaar dat in 2030 ongeveer 4.700 woningen, van de in totaal aantal 23.340 woningen, aardgasvrij zijn in de gehele gemeente. Dat is exclusief nieuwbouw.

§ 3.2 De aanpak op hoofdlijnen

De komende 10 jaar gaat de gemeente aan de slag om de gebieden/wijken die als eerste op de planning staan aardgasvrij te maken. Dit doet de gemeente door samen met de wijk/het gebied een wijk/gebiedsproces te starten. Dat leidt tot het opstellen van een uitvoeringsplan voor die wijk/het gebied. In een uitvoeringsplan wordt samen met de inwoners van een gebied/wijk bepaald of de voorkeurstechniek die in het warmteprogramma wordt voorgesteld per gebied/wijk inderdaad ook het meest haalbaar en betaalbaar is en bij het gebied/de wijk past. In een uitvoeringsplan worden ook concrete acties voor de uitvoering van de warmtetransitie opgenomen. Na de afronding van het wijk/gebiedsproces, wordt gestart met de uitvoeringsfase.

Na het vaststellen van dit warmteprogramma verlegt de focus zich naar het opstellen van uitvoeringsplannen per wijk/gebied. Dit bestaat uit de volgende stappen:

  • 1.

    Vaststellen warmteprogramma: het plan voor de komende 10 jaar. Dit plan wordt iedere 5 jaar herzien.

  • 2.

    Opstellen uitvoeringsplan: voor de gebouwde omgeving zal per gebied/wijk gezamenlijk met inwoners en professionele stakeholders worden onderzocht op welke wijze en op welke termijn een overgang naar aardgasvrij mogelijk is. Het uitvoeringsplan is het eindresultaat van het gebiedsproces. In het uitvoeringsplan wordt omschreven hoe de uitvoeringsfase gaat plaatsvinden en of er bijvoorbeeld een collectieve inkoopactie wordt georganiseerd, welke subsidiemogelijkheden er zijn en welke ondersteuning er is.

  • 3.

    Wijzing omgevingsplan: als er in het uitvoeringsplan sprake is van de inzet van de aanwijsbevoegdheid of een grootschalig warmtenet, dan moet ook het omgevingsplan gewijzigd worden.

  • 4.

    Uitvoering: na vaststelling van het uitvoeringsplan door hetcollege en eventuele wijziging van het omgevingsplan vastgesteld door de gemeenteraad ligt de focus op de uitvoering. Dit betreft het realiseren van de opgenomen uitvoeringsacties in het uitvoeringsplan.

In hoofdstuk 4 wordt dit proces van start tot en met uitvoering van het uitvoeringsplan verder toegelicht.

In de tabel in bijlage 3 staat een overzicht in welk jaar de gemeente met welk gebied verwacht te starten. De gemeente gaat starten met de uitvoeringsfase in de pilotgebieden waar het uitvoeringsplan klaar is: Wilsum, Het Onderdijks en De Maten. In 2026 gaat de gemeente Kampen starten met het wijkproces in Binnenstad Kampen, de Flevowijk en het Stationskwartier. Inwoners uit gebieden/wijken in de gemeente die nog niet op de planning staan in dit warmteprogramma kunnen in ieder geval verwachten dat er de komende 10 jaar nog geen uitvoeringsplan wordt opgesteld. Uiteraard kunnen deze inwoners wel zelf aan de slag gaan met het isoleren van de woning om energie te besparen en stappen richting een aardgasvrije woning zetten.

Voor woningen met bouwjaar vanaf 2000 is een all-electric warmtepomp de meest geschikte aardgasvrije techniek, ongeacht in welk gebied binnen de gemeente deze zich bevinden. Inwoners van de betreffende woningen kunnen de transitie naar aardgasvrij starten wanneer het hen het beste past Bijvoorbeeld in samenhang met voorgenomen bouwactiviteiten of op het moment van vervanging van de huidige cv-ketel.

Aardgasvrije technieken, geen warmtenet

Om woningen in gemeente Kampen aardgasvrij te maken voorzien we op hoofdlijnen twee mogelijke oplossingen: een (individuele) all-electric warmtepomp of maatwerk. Voor de binnenstad en buitengebieden is er nog geen techniek bepaald, hier is maatwerk vereist. Tijdens het gebiedsproces zal gezamenlijk verder onderzocht worden wat de best passende oplossingen zijn. Voor alle huizen met een bouwjaar vanaf het jaar 2000 voorzien wij een all-electric warmtepomp als beste (technische) oplossing. Verder is er potentie om gebruik te maken van bodemwarmte op individueel niveau of op kleinschalig collectief niveau. We zien op dit moment geen warmtenet in de gemeente Kampen.

§ 3.3 Wat- en wanneer-kaart

Hieronder zijn de plannen voor de gehele gemeente per gebied/wijk weergegeven. Afbeelding 3.1 toont de Wat-kaart Hierop is te zien wat de verwachte aardgasvrije techniek per wijk/gebied is. Afbeelding 3.2 toont de Wanneer-kaart. Hierop is te zien wanneer per buurt gestart wordt met het gebiedsproces. De kaarten zijn ook opgenomen in bijlage 4.

Wat-kaart

Wat-kaart met beoogde aardgasvrije techniek per gebied
afb. 3.1: Wat-kaart met beoogde aardgasvrije techniek per gebied

Wanneer-kaart

Wanneer-kaart met beoogde startperiode gebiedsproces per gebied
afb. 3.2: Wanneer-kaart met beoogde startperiode gebiedsproces per gebied
§ 3.4 Wijk-/gebiedsfasering

We kunnen niet met ieder gebied tegelijk aan de slag om de overstap naar aardgasvrij te maken. De wijkfasering is bepaald op basis van de uitgangspunten zoals beschreven in hoofdstuk 2.Deze wijkfasering is afgestemd met de professionele stakeholders Enexis en de woningcorporaties. De netbeheerder is relevant zodat eventueel noodzakelijke verzwaring van het elektriciteitsnet parallel loopt. De woningcorporaties hebben een verduurzamingsopgave voor hun woningbezit in de uitvoeringsfase.

De tabel in bijlage 3 toont de fasering van alle wijken/gebieden in de gemeente Kampen. Deze tabel vermeldt de 36 CBS-buurten in de gemeente Kampen. In de kolom Start wijk-/gebiedsproces is het startjaar voor het gebiedsproces benoemd zoals ook te zien in de Wanneer-kaart (figuur 3.2). Dit gebiedsproces gaat vooraf aan de vaststelling van het uitvoeringsplan. De meest geschikte aardgasvrije techniek zoals vermeld in de Wat-kaart (afbeelding 3.1) staat in de volgende kolom onder Beoogde aanpak.

Het aantal woningen en aantal woningen na 2000 is data afkomstig uit de PBL-startanalyse 2025. Deze data is gebruikt omdat van dat jaar de gegevens het meest compleet zijn. De laatste twee kolommen geven een indicatie van de warmtevraag nu en in de toekomst. Dit geeft de hoeveelheid warmte weer die nodig is om de wijk te voorzien van warmte nu én in de toekomst wanneer woningen beter geïsoleerd en aardgasvrij zijn.

De huidige warmtevraag is berekend door de geschatte warmtevraag per energielabel te vermenigvuldigen met het aantal woningen met een bepaald energielabel per wijk. De toekomstige warmtevraag is op dezelfde manier berekend, waarbij we uitgaan van een minimale streefwaarde van energielabel B.

Stationsplein en Centrum IJsselmuiden zijn dusdanig met elkaar verweven dat deze worden samengevoegd in een gebiedsproces en gezamenlijk uitvoeringsplan. Vandaar dat ze aangeduid worden als 18a en 18b. In de tabel ontbreekt Reeve. Deze nieuwbouwwijk is al volledig aardgasvrij gebouwd.

§ 3.5 Onderbouwing en toelichting

In deze paragraaf worden keuzes en onderwerpen verder onderbouwd en toegelicht.

Bestuurlijke keuzes

Bestuurlijk is gekozen om de drie lopende uitvoeringsplannen als eerste af te ronden. Vervolgens is gekozen om op basis van het uitgangspunt ‘cultureel erfgoed’ de binnenstad Kampen als vierde wijk te prioriteren. De binnenstad van Kampen is een complex gebied, als gevolg van de nodige culturele erfgoedgebouwen, divers gebruik door ondernemers en inwoners en beperkte ruimte in de openbare ruimte boven- en ondergronds. Als vijfde wijk is de Flevowijk geprioriteerd. Deze is bestuurlijk gekozen vanwege de samenloop met bestaande inzet in deze wijk vanuit het sociale domein. Samenwerking tussen het sociale domein in de wijk met de energietransitie kan op deze wijze effectief bijdragen aan de vermindering van energiearmoede.

Haalbaar en betaalbaar

We kiezen ervoor om in gemeente Kampen voorlopig niet te investeren in een warmtenet. Uit zowel een studie naar een warmtenet met als warmtebron geothermie (aardwarmte) van onderzoeksbureau DWA uit 2023 als een studie naar een warmtenet met als warmtebron aquathermie (warmte uit oppervlaktewater) van onderzoeksbureau IF Technology uit 2025 bleek dat een warmtenet op dit moment voor gemeente Kampen niet financieel haalbaar en betaalbaar is, terwijl dit de twee belangrijkste uitgangspunten zijn voor het bepalen van de aardgasvrije techniek in gemeente Kampen. Hierbij is gekeken naar de eindgebruikerskosten, dus de uiteindelijke kosten voor de inwoner.

Mocht door toekomstige ontwikkelingen deze businesscase ten aanzien van de eindgebruikerskosten wijzigingen, dan wordt het toepassen van een warmtenet opnieuw afgewogen.

Duurzaam en schoon

Door te kiezen voor duurzaam en schoon kiezen we voor all-electric in de gebouwde omgeving. Daar waar mogelijk kan de overstap naar all-electric direct gemaakt worden. De hybride warmtepomp kan een tussenoplossing bieden in gebieden waar netcongestie een overgang naar volledig elektrisch in de eerste jaren na het opstellen van het warmteprogramma belemmert.

In de buitengebieden kiezen we nu voor maatwerk. Daar is de overstap naar all-electric nog niet in alle situaties de meest passende oplossing. Om ook deze gebieden duurzaam en schoon van warmte te kunnen voorzien is nadere onderzoek naar alternatieven voor aardgas gewenst.

Warmtepomp

Een warmtepomp is een alternatief voor de huidige cv-ketel en maakt gebruik van warmte in de buitenlucht, aanliggend water of uit de bodem. Met behulp van elektriciteit wordt warmte uit de lucht of uit de bodem geschikt gemaakt voor het verwarmen van een goed geïsoleerde woning. Een airco is ook een voorbeeld van een lucht-luchtwarmtepomp, die enkel de ruimte verwarmt waar de binnenunit staat. Om meerdere ruimtes te verwarmen, zijn meerdere airco’s nodig. Een warmtepomp die gebruik maakt van warmte uit de buitenlucht is individueel per woning.

Een warmtepomp die gebruik maakt van warmte uit aanliggend water of de bodem kan ook als klein collectieve systeem aangelegd worden. Bijvoorbeeld in een straat, deel van een straat of een hofje. De hybride warmtepomp kan een tussenoplossing bieden in gebieden waar netcongestie een overgang naar volledig elektrisch in de eerste jaren na het opstellen van het warmteprogramma belemmert. Een hybride warmtepomp leidt niet automatisch tot dubbele kosten. Uiteindelijk is het een financiële afweging van de inwoner.

Houtkachels en pelletkachels

Naast het stimuleren van de overgang naar een all-electric oplossing wil de gemeente het gebruik van houtkachels en pelletkachels actief ontmoedigen. Deze kachels zijn namelijk schadelijk voor de luchtkwaliteit binnen- en buitenshuis en daarmee voor de gezondheid van inwoners van gemeente Kampen. De rook van een houtvuur bevat namelijk altijd schadelijke stoffen, zoals fijnstof, kankerverwekkende koolwaterstoffen en koolmonoxide. Het vormt daarom geen goed aardgasvrij alternatief voor het verwarmen van woningen.

Daarbij gaat bij hout- en pelletkachels veel warmte verloren aan de buitenlucht. Bij een houtkachel gaat wel 35% van de warmte door de schoorsteen naar buiten. Hierdoor moet je relatief veel stoken om je huis op temperatuur te krijgen, wat niet duurzaam is.

Groen gas

Minister Hugo de Jonge, destijds minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, heeft in een brief op 20 juli 2023 aandacht gevraagd voor groen gas. Hierin stond de oproep groen gas of waterstof niet als duurzame warmteoplossing mee te nemen in het warmteprogramma. Het ministerie benadrukt dat dit nu én in de toekomst onvoldoende beschikbaar is voor het aard-gasvrij verwarmen van gebouwen.

Groen gas heeft potentie om duurzaam te verwarmen zonder hoge maatschappelijke kosten en zonder net-verzwaring in de binnenstad en buitengebieden. In deze gebieden staan veel oude woningen met een lage isolatiegraad die met een warmtepomp lastig comfortabel te verwarmen zijn. Ook kan de beperkte ruimte en het historische karakter in de binnenstad een obstakel zijn voor het plaatsen van warmtepompen aan de woningen.

Het op grote schaal beschikbaar zijn van groen gas voor de gebouwde omgeving is op dit moment echter zeer onzeker door het beperkte aanbod. We houden als gemeente de ontwikkelingen rondom onder andere de bijmengverplichting nauwlettend in de gaten.

Koppelkansen

Het aardgasvrij maken van een wijk is een kans om andere opgaven die in de wijk spelen ook aan te pakken. Deze opgaven liften mee in het momentum van de warmtetransitie en samen voor algehele verbetering van de wijk zorgen. Door de verbinding met een opgave zoals bijvoorbeeld klimaatadaptatie te leggen is het makkelijker om win-winsituaties én draagvlak te creëren voor het aardgasvrij maken van wijken.

Zo gaat de warmtetransitie in woongebieden vaak gepaard met ingrepen in de openbare ruimte, bijvoorbeeld de verzwaring van het elektriciteitsnet of de verwijdering van oude gasleidingen. Deze ingrepen kunnen dan vanuit klimaatadaptatie benut worden om direct in te zetten op een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving, door onder andere straten groener en klimaatadaptief in te richten, meer ruimte voor bewegen en ontmoeting te creëren en het herzien van de inrichting van verkeerssituaties.

Daarnaast kan ook de participatie gekoppeld worden. Je brengt in dit proces veel belanghebbenden samen om te participeren. In dit participatietraject kan je lokale kennis inwinnen: waar ervaren inwoners de warme en koude plekken in de wijk, waar missen inwoners groen of waar moeten zij altijd omlopen door de plassen na een bui? Het uitvoeringsprogramma biedt zo een kans om in een belangrijk proces voor de wijk hele concrete input van inwoners te verwerken rondom klimaatadaptatie. Op deze manier versterk je het draagvlak.

Als laatste kan de warmtetransitie ook bijdragen aan het verminderen van hittestress. Dit staat beschreven in de volgende paragraaf.

Koeltevraag

Door de opwarming van het klimaat zal ook hitte een toenemend probleem zijn. Daarom moeten we niet langer alleen nadenken over hoe we ons huis in de winter verwarmen, maar ook hoe we ons huis in de zomer koel houden. In deze paragraaf staan verschillende mogelijkheden geschetst om de woning te koelen.

In de zomer worden de dagen en nachten gemiddeld heter en houdt deze hitte ook voor een lange periode aan. Het is daarom allereerst belangrijk om de hitte zo veel mogelijk te weren. Dit kan het beste door zonwering buitenshuis aan te brengen. Als hier geen mogelijkheid voor is kan de zon ook geweerd worden door de gordijnen te sluiten. Zodra de zon onder is en de temperatuur gedaald is, kunnen de ramen open worden gezet om koele lucht het huis binnen te laten. Het is belangrijk om overdag de ramen gesloten te houden zodat de warmte niet naar binnen kan.

Mocht dit niet voor genoeg verkoeling zorgen dan kan er ook actief gekoeld worden in huis. Met actief koelen wordt bedoeld dat een apparaat energie gebruikt om warmte het huis uit te krijgen. Een voorbeeld van een apparaat dat actief kan koelen is een airco. De aardgasvrije oplossing die de gemeente in Kampen voorziet (de all-electric warmtepomp) kan ook actief koelen. Het nadeel van actief koelen is dat de warmte wordt verplaatst, van binnenshuis naar buiten. Hierdoor warmt de omgeving nog meer op, wat voor meer hittestress voor omwonenden zorgt.

Naast de all-electric warmtepomp kunnen inwoners er ook nog voor kiezen om met een aantal buurtinwoners een bodemwarmtesysteem aan te leggen. Het voordeel van zo’n systeem is dat deze passief kan koelen. Dit houdt in dat het systeem kan koelen zonder daar extra energie voor nodig te hebben. Doordat de temperatuur in de bodem nagenoeg constant is rond de 10-12 graden, kan dit in de zomer gebruikt worden om te koelen. De warmte wordt afgevoerd en opgeslagen in de bodem in plaats van dat deze naar buiten wordt geblazen. Hierdoor warmt de omgeving niet op.

§ 3.6 Rol- en taakverdeling

Om de samenwerking tussen alle partners goed te laten verlopen, wordt gewerkt met een projectteam, klankbordgroep en stuurgroep.

Projectteam

Het projectteam bestaat uit de werkgroep van inwoners en een vertegenwoordiger van de gemeente Kampen. Dit team wordt tijdens het gebiedsproces of tijdens de uitvoering eventueel ondersteund door een (onafhankelijke) procesbegeleider. Het projectteam draagt zorg voor de uitvoering van het uitvoeringsplan, communicatie naar (mede)inwoners en het organiseren van acties die bijdragen aan de uitvoering van dit plan.

Klankbordgroep

De klankbordgroep kijkt mee met het projectteam en adviseert waar nodig het projectteam over het verloop van de uitvoering. Daarnaast rapporteert de klankbordgroep eenmaal per jaar naar de stuurgroep over de voortgang. De klankbordgroep bestaat uit inwoners uit het betreffende gebied waar het uitvoeringsplan wordt opgesteld.

Stuurgroep

Overkoepelend is er een stuurgroep die gemeentebreed de uitvoeringsplannen en voortgang hiervan bewaakt. Deze bestaat uit de betreffende wethouder vanuit de gemeente Kampen, een vertegenwoordiger van Enexis, vertegenwoordiger van de woningcorporaties en vertegenwoordiger(s) van de inwoners. De stuurgroep besluit over nieuw uitgewerkte projectvoorstellen en over aanpassingen van de plannen die gevolgen hebben voor het budget, de planning of de doelen voor een uitvoeringsplan. De stuurgroep komt minimaal eenmaal per jaar bij elkaar en stuurt iedere vijf jaar bij om de doelen te behalen.

Rol van professionele stakeholders

De warmtetransitie doorlopen de inwoners en de gemeente Kampen niet alleen. Daar is hulp bij nodig van verschillende organisaties, met name netbeheerder Enexis en de woningcorporaties Beter Wonen en deltaWonen.

Enexis gaat de komende jaren aan de slag met de verzwaring van het elektriciteitsnet. Het warmteprogramma is leidend voor de planning voor netverzwaring. Er is een intentieovereenkomst versnelling netverzwaring tussen Enexis en gemeente Kampen gesloten. Hierdoor wordt het mogelijk voor verschillende gebieden/wijken om over te gaan op aardgasvrije techniek die gebruik maken van elektriciteit.

De woningcorporaties hebben een eigen verduurzamingsopgave voor hun vastgoed. In het warmteprogramma is de wijkfasering afgestemd op de verduurzamingsagenda’s van Beter Wonen en deltaWonen.

Hoofdstuk 4 Participatie en communicatie

De warmtetransitie heeft effect op iedereen. Zowel door de openbare ruimte die op de schop moet voor het aanleggen van kabels, leidingen en buizen, als door de gebouwen die geïsoleerd en aardgasvrij verwarmd moeten worden. Om deze transitie zo goed mogelijk te laten verlopen is een nauwe samenwerking met de inwoners belangrijk. Inwoners konden al meewerken aan de totstandkoming van dit warmteprogramma. Daarnaast is het ook belangrijk om inwoners de komende jaren te blijven betrekken om de plannen in dit warmteprogramma te kunnen uitvoeren. Daarom schetst dit hoofdstuk de communicatie- en participatiestrategie.

§ 4.1 Uitgangspunten voor participatie

De bouwstenen achter de visie op communicatie en participatie in de gemeente Kampen zijn de Kamper Beginselen. Aan deze beginselen hechten wij waarde en hier houden wij ons aan.

Het gaat om de beginselen:

  • 1.

    Wij laten ruimte (aan de gemeenschap).

  • 2.

    Wij waarderen allerlei betrokkenheid (uitnodigen tot actief meedoen).

  • 3.

    Wij willen goed besturen (transparant en open).

  • 4.

    Wij nemen besluiten ‘in het algemeen belang’.

  • 5.

    Wij werken navolgbaar (duidelijk, transparant, anticiperen).

  • 6.

    We passen onze vormen en manieren aan (flexibel zijn).

  • 7.

    We gaan eerder naar buiten (we zoeken mensen op.

Om deze beginselen in de praktijk te vertalen, werken we in de gemeente Kampen wijkgericht.

Wijkgericht werken betekent dat de gemeente haar taken en beleid aanpast aan de specifieke behoeften en kenmerken van de inwoners in de verschillende wijken en gebieden. Ieder gebied heeft specifieke eigenschappen en kenmerken, waardoor per gebied een eigen aanpak nodig is om goed aan te sluiten bij de inwoners. De gemeente Kampen wil een dienstbare en betrokken gemeente zijn die nauw in contact staat met inwoners en investeert in een goede en prettige leefomgeving. Hierin staat samenwerken tussen professionele partijen, georganiseerde verbanden, inwoners en gemeente in de directe leefomgeving van inwoners centraal. Dit kan zijn in de wijk- of op gebiedsniveau.

Hoe de gemeente dit tot uitvoering brengt, is beschreven in de Visie Wijkgericht werken. In de visie staan ontwikkelthema’s uitgewerkt, met als gemene deler: integrale samenwerking met inwoners en betrokkenen.

§ 4.2 Participatie- en communicatiestrategie

In deze paragraaf beschrijven we de participatie- en communicatiestrategie die de gemeente Kampen hanteert binnen de warmtetransitie. De participatie- en communicatiestrategie wordt periodiek gemonitord of het effectief is in het behalen van de doelen in het warmteprogramma uit hoofdstuk 5.

$ 4.2.1 Participatiestrategie

De gemeente neemt de regierol in de warmtetransitie. We vinden het belangrijk om inwoners, ondernemers en professionele stakeholders nauw te betrekken zodat we samen toewerken naar een aardgasvrij Kampen en samen klaar zijn voor de toekomst.

We hebben de kennis van de inwoners, ondernemers en professionele stakeholders nodig om betere plannen te maken.

Participatieladder

De betrokkenheid van inwoners kan uitgedrukt worden via de participatieladder. De participatieladder is een model dat wordt gebruikt om de verschillende niveaus van participatie van inwoners in besluitvormingsprocessen te beschrijven. In afbeelding 4.1 is de participatieladder weergegeven. De ladder bestaat uit verschillende treden, die elk een ander niveau van betrokkenheid en invloed aangeven. Het participatieniveau start met het laagste niveau op trede 1: Informeren. Vervolgens gaat de mate van participatie volgens de treden omhoog naar de hoogste participatietrede 6: Overnemen. De piramide werkt opbouwend. Dit houdt in dat wanneer gewerkt wordt met participatie op trede 3, automatisch ook gewerkt wordt vanuit participatietrede 1 en 2. Zo werkt dat voor ieder opvolgende trede: altijd gelden dan ook de onderliggende participatietredes.

Participatieladder
afb. 4.1: Participatieladder

Toelichting per trede:

  • 1.

    Informeren: Inwoners worden op de hoogte gehouden van wat er speelt en welke besluiten er genomen worden. Dit is eenrichtingscommunicatie. Bijvoorbeeld de aankondiging van informatiebijeenkomst(en).

  • 2.

    Raadplegen: Inwoners worden gevraagd om hun mening te geven over bepaalde onderwerpen of plannen. Het is een stap verder dan informeren, maar de uiteindelijke besluitvorming ligt nog steeds bij de gemeente. Bijvoorbeeld met deelname aan een enquête.

  • 3.

    Adviseren: Inwoners geven advies over bepaalde kwesties en de gemeente is bereid om adviezen over te nemen, al is dit niet verplicht. Bijvoorbeeld met deelname aan een klankbordgroep.

  • 4.

    Coproductie: Inwoners en de gemeente werken samen aan oplossingen. Beide partijen hebben invloed op de besluitvorming en er is sprake van een echte dialoog. Bijvoorbeeld door deelname aan een projectteam.

  • 5.

    (mee)Beslissen: Inwoners krijgen een officiële rol in het beslissingsproces. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een raad of comité waarin inwoners meebeslissen.

  • 6.

    Overnemen: Inwoners nemen zelf de verantwoordelijkheid voor bepaalde projecten of beleidsterreinen, zonder dat de gemeente hier direct bij betrokken is. De gemeente ondersteunt waar nodig, maar de inwoners hebben de touwtjes in handen.

Participatieniveau uitvoeringsplan

Voor gemeente Kampen hangt de keuze voor een bepaalde participatietrede af van wat een specifieke wijk/gebied nodig heeft. Gemeente Kampen streeft ernaar om in het proces om te komen tot een uitvoeringsplan, minimaal inwoners te laten adviseren (participatietrede 3, inclusief participatietrede 1 en 2) en waar mogelijk coproductie (participatietrede 4, inclusief participatietrede 1-3) te hanteren.

$ 4.2.2 Communicatiestrategie

De trend bij communiceren over duurzaamheid in het algemeen is: er is bewustwording, maar men gaat nog niet altijd over tot actie. Dit heeft te maken met verschillende obstakels of andere beweegredenen. Onze communicatiestrategie zet daarom in op het zoeken van de verbinding en het stimuleren van inwoners om de warmtetransitie in gang te zetten.

Hierbij staan vier uitgangspunten centraal:

  • 1.

    We maken het aantrekkelijk: we focussen op de kansen en baten voor inwoners.

  • 2.

    We maken het sociaal: we willen inwoners met elkaar in contact brengen en voorbeelden delen van inwoners die al aan de slag zijn gegaan.

  • 3.

    We maken het makkelijk: we maken processen om subsidie aan te vragen zo eenvoudig mogelijk en informeren inwoners en ondernemers over wat voor hen belangrijk is. We zorgen dat we goed bereikbaar zijn en organiseren een spreekuur om vragen te beantwoorden.

  • 4.

    We doen het samen: De warmtetransitie is een opdracht voor ons allemaal. Inwoners staan er niet alleen voor. We zetten in op het beschikbaar stellen van subsidies, maar ook het aanbieden van energieadviseurs. De gemeente doet zelf ook mee door haar eigen panden te verduurzamen.

Als leidraad voor wanneer we communiceren haken we aan bij bekende (landelijke) initiatieven en gaan we uit van het ritme van de inwoner. Zo communiceren we bijvoorbeeld intensiever over isoleren en energie besparen tijdens het stookseizoen.

§ 4.3 Uitvoeringsplannen per deelgebied

Per gebied/wijk wordt een specifiek uitvoeringsplan opgesteld op basis van deze participatie- en communicatiestrategie. Globaal bestaat het te doorlopen wijk-/gebiedsproces per plan uit zeven fasen. Dit is weergegeven in figuur 4.2. Gemiddeld neemt het doorlopen van het gehele proces om te komen tot een gedragen uitvoeringsplan ongeveer 2 jaar in beslag.

Elke fase bestaat uit specifieke doelstellingen op het gebied van (aardgasvrije) technieken, communicatie en/of participatie. De verschillende doelstellingen vragen ook om verschillende manieren van samenwerken. We lichten de fasen hieronder toe.



Proces
afb. 4.2: Proces
Fase 0: Startdocument

Bij de start van het wijk-/gebiedsproces stellen we een startdocument op specifiek voor het proces in die wijk/gebied. Hierbij worden de professionele stakeholders betrokken. In het startdocument worden de 3 standaardonderdelen (techniek, communicatie en participatie) aangevuld met organisatie. Zo kunnen specifieke uitgangspunten en randvoorwaarden bij de start worden vastgelegd. De voorgestelde aardgasvrije techniek komt uit dit warmteprogramma.

Per gebied/wijk wordt nagegaan in hoeverre behoefte is aan aanpassingen in de communicatie- en participatiestrategie. Ook wordt met deze stakeholders de voorgestelde planning om te komen tot een uitvoeringsplan afgestemd. Hierin komt ook de planning voor de uitvoeringsperiode naar een aardgasvrij gebied aan bod.

Het startdocument is ook een samenwerkingsintentie om tot een gedragen uitvoeringsplan te komen. Het startdocument wordt met een ondertekende brief van het college van burgemeester en wethouders naar de bestuurders van de netbeheerder en de woningcorporatie verzonden.

Resultaat

Aan het einde van deze fase ligt er een startdocument met uitgangspunten die leidend zijn voor het vervolg van het proces.

Fase 1: Wijkverkenning en kennismaking

In fase 1 zoomen we verder in op de wijk/het gebied. Met een verdere analyse op de technische aspecten zoals bouwtypen bebouwing, ruimte in de openbare ruimte bovengronds en ondergronds, sociale en financiële aspecten maken we de randvoorwaarden voor het vervolgproces inzichtelijk. Ook wordt informatie opgehaald bij andere afdelingen over wat er speelt in de wijk. Wat betreft de techniek wordt er met een beknopte analyse verder inzichtelijk gemaakt welke aardgasvrije technieken beschikbaar en toepasbaar zijn. Ten behoeve van communicatie en participatie organiseren we een startbijeenkomst voor inwoners en wordt er een projectteam gevormd. Inwoners worden uitgenodigd om mee te denken in een klankbordgroep.

Bij de bewonersbijeenkomst worden de wensen en de mate van betrokkenheid van de inwoners in beeld gebracht.

Het projectteam bestaat uit een gemeenteambtenaar en een afvaardiging van de inwoners, eventueel ondersteund door een (onafhankelijke) procesbegeleider. Belanghebbenden kunnen ook aangeven deel te willen nemen aan de klankbordgroep. Deze klankbordgroep kan in latere fases worden geconsulteerd.

Resultaat

Het resultaat van fase 1 is een technisch wijkpaspoort en daarnaast de vorming van het projectteam. Dit biedt inzicht in de fysieke en sociale kenmerken in het gebied en meer inzicht in aardgasvrije technieken in de wijk/het gebied.

Fase 2: Technische inventarisatie en plan van aanpak

In fase 2 wordt de samenwerking met inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden verdiept. In deze fase worden belangrijke uitgangspunten rondom samenwerking en techniek opgehaald bij belanghebbenden en de professionele stakeholders. Zo wordt de rolverdeling, taken en verantwoordelijkheden inzichtelijk gemaakt in een plan van aanpak en voorgelegd aan de betrokkenen. Doel is dat alle randvoorwaarden voor techniek zijn bepaald voor de start van fase 3.

Resultaat

Het resultaat is een plan van aanpak voor het uitvoeringsplan. Er is inzicht in maatschappelijke wensen en randvoorwaarden.

Fase 3: Technische analyse en meedenken

In fase 3 ligt de focus op communiceren en participeren. De best passende technieken worden verder uitgewerkt en vertaald naar de impact voor verschillende type woningen in de wijk/het gebied.

Ook wordt er een indicatie gegeven van de kosten voor inwoners. Deze uitkomsten worden gedeeld met de inwoners van de wijk. Ongeacht de vorm die wordt gekozen, moeten alle inwoners en ondernemers in staat zijn feedback te leveren en mee te denken. Dit kan bijvoorbeeld gaan om de manieren waarop ze worden benaderd of over de uitgewerkte technieken. Er is in deze fase ook aandacht voor vragen en zorgen die inwoners en ondernemers hebben. De klankbordgroep biedt inwoners en ondernemers de kans om kennis, ervaringen en goede voorbeelden met elkaar te delen en elkaar te inspireren.

Resultaat

Een afgerond haalbaarheidsonderzoek van mogelijke technieken, met handelingsperspectief voor de belanghebbenden. Inwoners en ondernemers zijn gehoord en doen mee met het proces

Fase 4: Uitvoeringsplan schrijven en draagvlak toetsen

In fase 4 schrijven we het uitvoeringsplan op basis van de uitkomsten van de eerdere fasen. Alle belangen en standpunten zijn in beeld gebracht en de laatste aanvullende informatie wordt verzameld.

Het plan krijgt tijdens fase 4 steeds concreter vorm door input vanuit het participatietraject en de technische onderzoeken. Na feedback vanuit inwoners wordt het uitvoeringsplan aangescherpt en afgerond.

Resultaat

Het resultaat van deze fase is een leesbaar uitvoeringsplan met een duidelijk handelingsperspectief voor de inwoners.

Fase 5: Besluit en akkoord

Het uitvoeringsplan wordt voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders.

Er wordt bekeken welke onderdelen in het omgevingsplan moeten komen. We werken verder aan het opstellen van de uitvoeringsagenda: wat wordt er de komende jaren allemaal gedaan om de benodigde stappen daadwerkelijk te realiseren? Dit stappenplan voor het vervolg is uitgewerkt in het uitvoeringsplan. Inwoners en ondernemers krijgen bij (grote) impact op de leefomgeving zoals bij een warmtenet of inzet van de aanwijsbevoegdheid de gelegenheid om een tijdens de inspraakprocedure een formele zienswijze in te dienen. Het college is dan ook verplicht een plan-m.e.r. uit te voeren.

Resultaat

Een vastgesteld uitvoeringsplan. Met het bereiken van deze mijlpaal wordt het voorgaande proces afgerond en start de uitvoeringsfase.

Fase 6: Uitvoering

Na besluitvorming start de uitvoering naar een aardgasvrije gebouwde omgeving. In het uitvoeringsplan staat omschreven wat de beste technische oplossing is en is er een aanpak met handelingsperspectief beschreven zodat inwoners weten waar en hoe te starten. Ook staat beschreven of en welke subsidiemogelijkheden er beschikbaar zijn en/of er een collectieve inkoop gestart wordt.

Resultaat

Steeds meer aardgasvrije woningen en uiteindelijk een aardgasvrije wijk/gebied.

Hoofdstuk 5 Monitoring en evaluatie

Hoever zijn we in ons streven om heel de gemeente in 2050 aardgasvrij te maken? Om die vraag te beantwoorden, monitoren we het warmteprogramma. Dit is ook verplicht voor gebieden/wijken waar we in de komende jaren van het aardgas af willen gaan. We moeten namelijk zeker weten dat een alternatief voor aardgas daadwerkelijk beschikbaar en toegepast is voordat de levering van aardgas stopt. Dit heet de vergewisplicht. De gemeente wil tegelijkertijd ook leren van de warmtetransitie. Dat betekent dat we onze aanpak regelmatig evalueren en waar nodig bijstellen. Hier beschrijven we de monitorings- en evaluatieaanpak.

§ 5.1 Monitoring

Om de voortgang van de warmtetransitie in gemeente Kampen te monitoren, maken we jaarlijks een monitoringsverslag, inclusief een toelichting op de uitkomsten. Hierin blikken we terug op onze gestelde doelen en de voortgang daarvan. Lopen we op schema en behalen we de planning, of moeten we dingen anders aanpakken.

Bij het monitoren werken we met een aantal meetpunten. In tabel 5.1 staat in de eerste kolom beschreven welke meetpunten (indicatoren) we monitoren, met in de tweede kolom een omschrijving en uitwerking van het meetpunt. In de derde kolom staat hoe vaak we meten, dit is de frequentie. In de laatste kolom staat wie verantwoordelijk is voor de meting, dit is de bron/actiehouder.



tabel 5.1: Monitoringsindicatoren voor dit warmteprogramma

Meetpunt (Indicator)

Uitwerking (omschrijving meetpunt)

Frequentie

Bron /

Actiehouder

Hoofdverwarmings-installatie

Samenvatting per buurt. Welk deel van de woningen heeft een individuele CV, is aangesloten op een warmtenet of wordt op een andere manier verwarmd?

Jaarlijks

CBS

Betaalbaarheid van de warmtetechnieken

Actualisatie van de inschatting van eindgebruikerskosten voor de gekozen warmtetechnieken per buurt.

Incidenteel

Gemeente

Gasverbruik woningen

Gemiddeld gasverbruik per buurt

Jaarlijks

CBS /

netbeheerder 

Belasting

elektriciteitsnet

De netbeheerder stelt een lijst op van verwachte knelpunten op wijkniveau. Deze lijst vormt de basis voor een wijkgerichte aanpak binnen het warmteprogramma. Voor elke wijk op de lijst wordt aangegeven wanneer de aanpak start en wanneer deze naar verwachting is afgerond.

Halfjaarlijks

Netbeheerder

Bewonersreis en

-tevredenheid

Bewonersenquête

Twee jaarlijks

Gemeente

Aantal aansluitingen warmtenet

Aantal aangesloten gebouwen op het warmtenet voor gebieden waar een warmtenet wordt gerealiseerd

Halfjaarlijks

Warmtebedrijf

Opt-out

Aantal gebouweigenaren dat gemeld heeft een alternatieve warmteoplossing te willen realiseren en het aantal dat dit al gerealiseerd heeft in een gebied waar een collectieve oplossing wordt gerealiseerd.

Jaarlijks

Gemeente

Aantal wijken gestart met uitvoeringsplan

Aantal wijken waar gestart is met het proces.

Jaarlijks

Gemeente

Aantal wijken gestart met realisatie

Aantal wijken waar gestart is met de realisatie van aardgasvrijewijk, na afronding proces.

Jaarlijks

Gemeente

Aantal aardgasvrije gebouwen

Aantal gebouwen zonder aardgasaansluiting

Jaarlijks

Netbeheerder

Aantal wijken aardgasvrij

Aantal wijken waar de warmtetransitie is afgerond

Jaarlijks

Gemeente

Monitoringsindicatoren ‘aantal aansluitingen warmtenet’, ‘opt-out’ en ‘aantal aardgasvrije gebouwen’ kunnen alleen gedeeld worden in gebieden waar de gemeente Kampen de aanwijsbevoegdheid inzet.

§ 5.2 Evaluatie en herijking

De uitkomsten van de monitoring worden jaarlijks samen met de professionele stakeholders besproken. Wanneer blijkt dat onze aanpak en strategie niet tot de gewenste resultaten leidt, dan herijken we onze plannen voor de verschillende gebieden. We herijken op inhoud en op proces. Inhoudelijk kan dit gaan over de ontwikkeling van nieuwe technieken, waardoor er in de toekomst geschiktere alternatieven voor handen zijn dan tijdens het opstellen van het warmteprogramma het geval was. Met proces doelen we bijvoorbeeld op het feit of de toegepaste participatie- en communicatiestrategie het gewenste effect en bereik heeft. Bij het opstellen van de verschillende uitvoeringsplannen doen we hier ervaring mee op. Bij een volgend uitvoeringsplan kijken we altijd naar het doorlopen proces bij andere uitvoeringsplannen. Goede punten en minder goede punten nemen wij mee richting de plannen van aanpak voor volgende uitvoeringsplannen. Op die manier nemen we deze inzichten en geleerde lessen direct mee.

Als uit evaluaties blijkt dat er herijkingen op het gebied van planning of doelen moet plaatsvinden, neemt het college van burgemeester en wethouders hierover een besluit. Bij de vaststelling van het volgende warmteprogramma in 2030 beschrijven we de voortgang in de gebieden waar we de aanwijsbevoegdheid willen.

Deel II Uitvoeringsagenda

Hoofdstuk 1 Beschrijving per gebied

De gemeente Kampen gaat stap voor stap wijken aardgasvrij maken. In de aanpak voor de hele gemeente (deel Ihoofdstuk 3) hebben we de wijk- /gebiedsprioritering al gegeven, zie ook de tabel in bijlage 3. In dit hoofdstuk lichten we alle gebieden kort toe waar het wijk-/gebiedsproces tot 2032 van start gaat.

§ 1.1 Algemene aanpak

Het wijk-/gebiedsproces voeren we samen met inwoners uit. We werken we toe naar een uitvoeringsplan. Dit kost naar schatting gemiddeld twee jaar. In sommige wijken kan dit sneller gaan terwijl in andere wijken meer tijd nodig zal zijn. In het uitvoeringsplan staat beschreven wat de beste manier van aardgasvrij wonen is voor de meeste inwoners van de wijk/gebied en waarom. Ook beschrijft het de planning richting het moment dat er geen aardgas meer beschikbaar is. Er staat ook in wie welke rol heeft. Het uitvoeringsplan wordt door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd. Na de vaststelling van het uitvoeringsplan begint de uitvoeringsfase. In hoofdstuk 5 wordt dit wijk-/gebiedsproces in detail toegelicht. Het is slim om de overstap naar aardgasvrij wonen te maken bij een verbouwing of als je cv-ketel aan vervanging toe is. Dan is er geen sprake van andere noodzakelijke aanpassingen aan de woning op een later moment.

Gebouwde omgeving vanaf bouwjaar 2000

Voor woningen gebouwd na 2000 is een all-electric warmtepomp in alle gevallen direct haalbaar en de beste technische oplossing. De uitgangspunten haalbaarheid en continuïteit en duurzaam en schoon spelen hierin een grote rol. Het gaat hierbij om circa 5000 woningen.

§ 1.2 Onderbouwing keuze per wijk/gebied

In de tabel in bijlage 3 is de wijk-/gebiedsprioritering in tabelvorm weergegeven. In deze paragraaf lichten we alle gebieden kort uit waar het wijk-/gebiedsproces voor 2032 van start gaat. We beschrijven hier welke keuzes zijn gemaakt en waarom. De genoemde planningen van netbeheerder Enexis zijn de beoogde planningen van dit moment. Het is belangrijk om te realiseren dat de planning van Enexis door onvoorziene omstandigheden aangepast worden.

$ 1.2.1 Wilsum

Wilsum is een dorp met 328 woningen, waarvan 68 met een bouwjaar vanaf 2000. De bebouwing is zeer gevarieerd wat betreft woningtype en bouwjaar, 79% van de woningen is koop. In 2022 is hier het eerste gebiedsproces in gemeente Kampen gestart om te komen tot een uitvoeringsplan. Dit plan is eind 2025 afgerond. Hierna start de uitvoeringsfase in dit gebied. De beoogde warmteoplossing voor Wilsum is all-electric. Er is geen geschikte warmtebron in de omgeving voor een collectief warmtesysteem.

$ 1.2.2 Het Onderdijks

Het Onderdijks is een woonwijk met 1.078 woningen, waarvan 1.071 met een bouwjaar vanaf 2000. De overige woningen zijn (oude) boerderijen aan de rand van de wijk. In deze jonge wijk staan veel rijwoningen, afgewisseld met straten twee-onder-een-kap en vrijstaande woningen. 90% van de woningen is koop. In 2022 is het wijkproces gestart. De woningen gebouwd na 2000 beschikken over goede isolatie met veelal energielabel A of beter. De overstap naar all-electric is voor deze woningen een kleine stap met een hoge haalbaarheidsgraad. Met het gegeven dat er geen geschikte warmtebron in de omgeving aanwezig is voor een warmtenet, plus de grote afstand tussen woningen, is de individuele all-electric optie een logisch voorkeursalternatief.

$ 1.2.3 De Maten

De Maten is een woonwijk met 1.042 woningen. Deze hele wijk is gebouwd in een korte periode na 1996. De laatste 339 woningen zijn na 2000 gebouwd en één straat is recent gedeeltelijk aardgasvrij opgeleverd. In de wijk staan voornamelijk twee-onder-een-kap en rijwoningen, en ook een aanzienlijk deel vrijstaande woningen. 88% van de woningen is koop. In 2024 zijn de voorbereidingen en de participatie gestart om te komen tot het uitvoeringsplan. De beoogde warmteoplossing voor De Maten is all-electric.

$ 1.2.4 Binnenstad Kampen

In de binnenstad van Kampen staan 3.342 woningen. Daarmee is het de wijk met de meeste woningen in de gemeente Kampen. Ongeveer 2.500 woningen zijn gebouwd voor 1930 en 187 woningen zijn gebouwd na 2000. Ongeveer 44 % van de woningen is koop, de rest is huur, maar dit is onderverdeeld in 15 % woningcorporatie-bezit en 41 % overige huur. De huizen zijn dus overwegend (zeer) oud, waarvan meer dan 500 Rijksmonumenten en bijna 330 gemeentelijke monumenten.

Een groot deel is aangemerkt als beschermd stadsgezicht. Kenmerkend voor oudere wijken is dat op het gebied van de warmtetransitie er geen eenduidige oplossing voor handen is. De beschikbare ruimte is beperkt en het ruimtegebrek divers, zowel bovengronds als ondergronds. Historische gebouwen en beschermde stadsgezichten vereisen oplossingen die recht doen aan hun unieke karakter en bouwtechnische beperkingen. Niet alle standaardtechnieken zijn geschikt voor deze panden. Per woning en buurt is maatwerk nodig om te komen tot een geschikte aanpak. Dat maakt de warmtetransitie complex.

Zoals aangegeven in paragraaf 3.5 is besloten om op basis van het uitgangspunt cultureel erfgoed en de complexiteit van het gebied de binnenstad als vierde wijk te prioriteren. De complexiteit vraagt om meer aandacht en tijd om de warmtetransitie te doorlopen. Met veel historische gebouwen, een levendige winkelstraat en weinig openbare ruimte komen er in dit gebied verschillende uitdagingen bij elkaar. De gemeente start met het wijkproces in 2026.

$ 1.2.5 Flevowijk

De Flevowijk is een woonwijk met 1.795 woningen, voornamelijk rijwoningen gebouwd tussen 1946 en 1975. Er zijn op dit moment geen woningen gebouwd na 2000. De woningcorporatie is in deze wijk belanghebbende omdat 67% van de woningen in corporatiebezit is en slechts 33% koopwoningen. De leeftijd van de woningen geeft aan dat er vermoedelijk een grote isolatieopgave ligt.

In de Flevowijk liggen kansen voor samenwerking met het sociale domein. Samenwerking tussen het sociale domein in de wijk met de warmtetransitie kan op deze wijze effectief bijdragen aan de vermindering van energiearmoede in de wijk. In de Flevowijk gaan we in 2026 van start met het wijkproces. De beoogde warmteoplossing is een individuele all-electric oplossing.

$ 1.2.6 Stationskwartier

Stationskwartier is een nieuwe wijk die gedeeltelijk aardgasvrij is gebouwd. Alle 683 woningen zijn vanaf 2015 gebouwd. Deze woningen beschikken over goede isolatie en energielabel A of beter. De stap naar all-electric is gezien de goed geïsoleerde woningen haalbaar en relatief betaalbaar moeten zijn. 64 % van de woningen is koop, 26 % is woningcorporatie-bezit en 20 % is overige huur. De eerste bewoners nu kijken naar vervanging van de cv-ketel. Het is belangrijk om ze tijdig te informeren over de overstap op een duurzaam alternatief, daarom starten met het wijkproces in 2026.

$ 1.2.7 Bovenbroek

Bovenbroek is een kleine wijk met 642 woningen, waarvan 84 na 2000 gebouwd zijn. Het gros van de woningen is gebouwd tussen 1966 en 1992, het aandeel koopwoningen is 78 %.Een groot deel van de woningen heeft een geschikt energielabel voor all-electric of kan dit met isolatiemaatregelen worden. De overstap naar all-electric is voor deze woningen een relatief kleine stap. In Bovenbroek starten we in 2027 met het wijkproces.

$ 1.2.8 Brunnepe

Brunnepe is een woonwijk met 1.790 woningen. 182 woningen zijn gebouwd vanaf 2000, maar het merendeel van de woningen is gebouwd voor 1950. De energielabels zijn net zo divers als de woningen. De wijk wordt verder gekenmerkt door krappe straatjes en beperkte ruimte in de bovengrond en ondergrond. 54 % van de woningen is koop, 36 % woningcorporatiebezit en 10 % overige huur. In Brunnepe starten we in 2027 met het wijkproces.

$ 1.2.9 Hanzewijk/Greente

Hanzewijk/Greente is een woonwijk met 1.306 woningen, waarvan 714 woningen vanaf 2000 zijn gebouwd. De wijk wordt gekenmerkt door de variatie in bouwperiode, met een mix van nieuwe en oude woningen. De recent gebouwde woningen zijn goed geïsoleerd met energielabel A of beter. Hiermee kunnen deze woningen relatief eenvoudig en betaalbaar zonder hoge kosten de stap zetten naar de beoogde all-electric warmteoplossing. De andere helft van de wijk is juist ouder. De woningcorporatie heeft 55% van de woningen in haar bezit en is daarmee belanghebbende en noodzakelijk voor de warmtetransitie. De andere woningen zijn merendeels koop. In 2027 starten we in de Hanzewijk/Greente met het wijkproces.

$ 1.2.10 Losse Landen

Losse Landen is een woonwijk met 1.367 woningen, grotendeels gebouwd tussen 1976 en 2000. 72 woningen zijn gebouwd na 2000. De woningen na 1992 hebben over het algemeen een goed isolatieniveau wat geschikt is voor de overstap naar all-electric. De woningen voor 1992 hebben hier en daar extra aandacht nodig. All-electric is gezien de haalbaarheid ook in dit gebied de beoogde warmteoplossing. In 2028 start het wijkproces.

$ 1.2.11 Oosterholt

Oosterholt is een kleine wijk met 310 woningen, 257 woningen zijn na 2000 gebouwd. Deze woningen beschikken over goede isolatie met veelal energielabel A of beter. De stap naar all-electric zou gezien de goed geïsoleerde woningen haalbaar en relatief betaalbaar moeten zijn. We starten met het wijkproces in 2028.

$ 1.2.12 Zalk

Zalk is een dorp met 186 woningen. Hier staan voornamelijk vrijstaande woningen en twee-onder-een-kapwoningen. De bouwperiode is divers, 32 woningen zijn gebouwd voor 1930 en 38 woningen gebouwd na 2000. Het aandeel koopwoningen is 83 %. All-electric is de beoogde warmteoplossing. De kosten om de overstap naar all-electric te maken zullen verschillend zijn per woningtype, afhankelijk van het bouwjaar en de al gemaakte verduurzamingsstappen. In 2028 start het gebiedsproces.

$ 1.2.13 Kamperveen

Kamperveen is een kern met 287 woningen, hiervan zijn 61 woningen gebouwd na 2000. Dit zijn voornamelijk vrijstaande woningen en twee-onder-een-kapwoningen. De bouwperiode is ook divers met variatie tussen oudere woningen gebouwd voor 1930 en nieuwere woningen. Het overgrote deel van de woningen zijn koopwoningen (90%). De warmteoplossing wordt maatwerk. Het gebiedsproces wordt opgestart in 2029.

$ 1.2.14 Cellesbroek

Cellesbroek is een woonwijk met 2.954 woningen. Daarvan zijn 325 woningen gebouwd vanaf 2000. Het merendeel van de woningen is gebouwd in de periode 1970-1995. De energielabels zijn divers. 59% van de woningen is koop, 30% woningcorporatiebezit en 11% overige huur. Een groot deel van de woningen heeft een geschikt energielabel voor all-electric of kan dit met isolatiemaatregelen worden. In Cellesbroek starten we in 2029 met het wijkproces.

§ 1.3 Wijken die starten na 2030

In 2030 herzien we het warmteprogramma en onderzoeken we met de kennis van dat moment wat dan de beste aardgasvrije opties zijn. De overige wijken/gebieden staan gepland om tussen 2030 en 2032 te starten met het wijk-/gebiedsproces: s-HeerenbroekKampen-ZuidHagenbroekStationspleinCentrum IJsselmuidenTrekvaartGrafhorst en De Melm. In de buitengebieden gaan we gezamenlijk van start, het gaat om De KoekoekPolder MastenbroekPolder DronthenKampereilandMandjeswaardDe WaardSonnenbergBuitengebied Wilsum en Zalkerbroek. We kijken voor deze gebieden/wijken dan welke planning en aanpak het meest passend is.

De vier gebieden Het Groene Hart plus De Venen en de Industrieterrein Kampen en IJsselmuiden zijn geen woonwijken. Deze gebieden doorlopen aparte trajecten. 

Woonwijk Reeve is recente nieuwbouw en volledig aardgasvrij. 

Inwoners van wijken/gebieden waar de gemeente nog niet is begonnen met het wijk-/gebiedsproces kunnen natuurlijk altijd zelf al verduurzamen en de overstap naar aardgasvrij maken. Behalve informatie per buurt biedt de gemeente ook veel algemene informatie over aardgasvrij verwarmen. Alle inwoners kunnen gebruikmaken van de landelijke subsidies om hun woning te verduurzamen.

Bijlage 1 Verklarende woordenlijst

aardgasvrij

Gebouwen die geen aardgas gebruiken voor verwarming en warm water. Dit betekent dat het gebouw verwarmd wordt met een duurzame warmtebron.

all-electric

Een systeem dat alleen elektriciteit gebruikt om een gebouw en het water te verwarmen. Dit kan met verschillende technieken, zoals een warmtepomp of infraroodpanelen.

aquathermie

Bij aquathermie wordt warmte uit water gebruikt om gebouwen te verwarmen of om ze te koelen. Het is een verzamelnaam voor verschillende manieren om warmte uit oppervlaktewater, afvalwater en drinkwater te halen.

biogas

 Een gas dat ontstaat bij de vergisting van organisch materiaal en kan worden gebruikt als alternatief voor aardgas.

CBS-buurt

CBS staat voor Centraal Bureau voor de Statistiek. Een buurt is een onderdeel van een gemeente en biedt een vaste afbakening binnen de gemeente.

duurzame warmtebron

Warmtebronnen die geen CO2 uitstoten. Voorbeelden zijn aquathermie, geothermie en warmtepompen die duurzame elektriciteit gebruiken.

duurzame warmteoplossing

Manieren om gebouwen en water op een duurzame manier te verwarmen, zonder dat dit schadelijk is voor het klimaat of CO2 uitstoot.

energietransitie

De overstap van het gebruik van fossiele brandstoffen, zoals aardgas en olie, naar duurzame energiebronnen zoals zonne-energie en windenergie.

gebouwde omgeving

Woningen, instellingen en bedrijven die energie gebruiken voor verwarming en warm water.

gemeenteraad

Het hoogste bestuursorgaan in een gemeente, bestaande uit gekozen vertegenwoordigers.

geothermie

Een techniek waarbij warmte uit de bodem wordt gehaald om gebouwen te verwarmen of te koelen.

groen gas

Gas dat is gemaakt van biogas en dezelfde kwaliteit heeft als aardgas.

hybride warmtepomp

Een systeem dat zowel elektrische warmtepomp combineert met een gasgestookte Hr-ketel.

isolatie

Het beschermen van een gebouw tegen temperatuurinvloeden van buiten, zodat het binnen comfortabel blijft.

Klimaatakkoord

Een nationaal akkoord met afspraken om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en CO2 in 2030 met 49% te verlagen. Het doel is om in 2050 CO2-neutraal te zijn.

klimaatneutraal

Geen positief of negatief effect op het klimaat. Dit betekent dat er geen extra CO2 of andere schadelijke gassen vrijkomen.

mer-plicht

Mer staat voor milieueffectrapportage. De mer-plicht duidt op de verplichting voor het opstellen van de milieueffectrapportage. Een milieueffectrapportage is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten, dit rapport brengt de gevolgen voor de leefomgeving in beeld van een ruimtelijk plan, project of programma.

mini-warmtenet

Warmtenet met 2 tot 50 woningen, bijvoorbeeld een straat, blok of pleintje.

netbeheerder

De organisatie die zorgt dat het lokale elektriciteits- of gasnetwerk goed functioneert. In gemeente Kampen is dat Enexis.

opt-out

De mogelijkheid voor huiseigenaren om niet aan te sluiten op de voorgestelde warmteoplossing, maar zelf een duurzame optie te kiezen.

PBL-startanalyse

PBL staat voor Plan Bureau voor de Leefomgeving. Het PBL heeft een startanalyse opgesteld voor alle gebieden/wijken in Nederland. Hierin staat de aardgasvrije voorkeursoplossing op basis van de laagste maatschappelijke kosten.

RES-regio

RES staat voor Regionale Energiestrategie, hierin wordt door overheden, inwoners, bedrijfsleven, netbeheerder en maatschappelijke organisatie's samengewerkt op regio niveau. Nederland is opgedeeld in 30 energieregio's.

uitvoeringsplan

Een plan waarin wordt uitgewerkt hoe een buurt aardgasvrij wordt gemaakt.

warmtenet

Een netwerk van leidingen met warm water voor de verwarming van gebouwen. Dit wordt ook wel stadsverwarming genoemd.

warmtepomp

Een elektrisch apparaat dat warmte uit de buitenlucht of grondwater haalt en gebruikt om een gebouw te verwarmen.

warmtetransitie

Een specifiek onderdeel van de energietransitie. De warmtetransitie gaat over de overstap op een duurzaam alternatief voor het aardgas dat in veel woningen nu nog gebruikt wordt om tapwater te verwarmen, te koken en de woning te verwarmen.

warmtevraag (huidig)

De hoeveelheid warmte die nodig is om een gebouw, wijk of gemeente te voorzien van warmte. De huidige warmtevraag is berekend door de geschatte warmtevraag per energielabel te vermenigvuldigen met het aantal woningen met een bepaald energielabel.

warmtevraag (toekomstig)

De hoeveelheid warmte die nodig is om een gebouw, wijk of gemeente te voorzien van warmte. De toekomstige warmtevraag is berekend door de geschatte warmtevraag per energielabel te vermenigvuldigen met de warmtevraag behorend bij de streefwaarde energielabel van een buurt (A of B).

Wcw

Wet collectieve warmte (Wcw), deze treedt gefaseerd in werking. Het vergroot de publieke sturing op warmtebedrijven, zoals de stadsverwarming en grote warmtetransportnetten. Het regelt ook de bescherming van de consumenten, de prijsregulering van warmte voor de huishoudens en andere verbruikers en de verantwoordelijkheid voor de productie en levering van warmte. Bovendien geeft het wetsvoorstel regels voor zowel grote als kleine collectieve warmtesystemen.

Wgiw

Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw), deze treedt gefaseerd in werking. Geeft gemeenten de mogelijkheid om lokale regels te maken om de overgang van aardgas naar duurzame vormen van energie uit te voeren.

woningcorporatie

Een organisatie die zich richt op het bouwen, beheren en verhuren van sociale huurwoningen.

Bijlage 2 Informatieobjecten

Binnenstad Kampen

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_74b3af2dd97a4f1c8018ffb8448fa88a/nld@2026‑05‑08;1

Bovenbroek

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_3b8663a2fa474583908f0d936af8a1ef/nld@2026‑05‑08;1

Brunnepe

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_47f73afbc84c4e77bfa42f968959a6f3/nld@2026‑05‑08;1

Buitengebied Wilsum

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_24ac15d62c9c4906b8f88211c5939307/nld@2026‑05‑08;1

Cellesbroek

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_aa09135c2bed40049446b3b426e7aa3f/nld@2026‑05‑08;1

Centrum IJsselmuiden

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_24164d27b34d498b90374dd694ac8985/nld@2026‑05‑08;1

De Koekoek

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_598f7eb1206a4397a26cca16684fb513/nld@2026‑05‑08;1

De Maten

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_31f320411d33486e81121b42b5342050/nld@2026‑05‑08;1

De Melm

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_9c81854ee3924034b314e53a81615d39/nld@2026‑05‑08;1

De Venen

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_73008816a2cd45e684bce1ba3d5058fd/nld@2026‑05‑08;1

De Waard

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_80e48693eb7d4dcebacd86c87897c37b/nld@2026‑05‑08;1

fasering

/join/id/regdata/gm0166/2026/bijlage_fasering/nld@2026‑05‑08;1

Flevowijk

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_5ebef227f4c14f03aacaae9ffffaa877/nld@2026‑05‑08;1

Grafhorst

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_39ee4d191640459887853194d22f7d22/nld@2026‑05‑08;1

Groene Hart

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_9fb9c8d51a09439fbe0206fbf3905aa1/nld@2026‑05‑08;1

Hagenbroek

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_1a3420f87dff45ad815eb810a0ad153c/nld@2026‑05‑08;1

Hanzewijk/Greente

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_77504cacf4bb4a759078c131e16cc238/nld@2026‑05‑08;1

Het Onderdijks

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_4af54c997919424f912ac08277809cc7/nld@2026‑05‑08;1

Industrieterrein IJsselmuiden

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_d0a5f1bbd88848f088b6607e591c3e0c/nld@2026‑05‑08;1

Industrieterrein Kampen

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_43838ac8692d481c98e03d15f5540eda/nld@2026‑05‑08;1

Kampen-Zuid

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_7b96e72e49c44f68a2324f39ef77e71a/nld@2026‑05‑08;1

Kampereiland

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_65cc1900761c4d8a95ab4a6cbde898c7/nld@2026‑05‑08;1

Kamperveen

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_02f8f5cc8eec4c11814e85f18ffbf453/nld@2026‑05‑08;1

Losse Landen

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_5cfa9fba9b284d2d843ec8f35967adca/nld@2026‑05‑08;1

Mandjeswaard

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_1109b4ced3074f7ebae6429b69e4f7fa/nld@2026‑05‑08;1

Oosterholt

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_fe79d924a4a44992a39378118b6d7c89/nld@2026‑05‑08;1

Polder Dronthen

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_13931b18697a445b8dfed9048c8036aa/nld@2026‑05‑08;1

Polder Mastenbroek

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_ec946eb8f5094ef7bcf67e0bdcd912b8/nld@2026‑05‑08;1

Reeve

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_5678f5017f0c4d86918060f4b9fd4faf/nld@2026‑05‑08;1

s-Heerenbroek

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_a02c58d472644a9c8d2fd8f229178022/nld@2026‑05‑08;1

Sonnenberg

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_bb0ca50dab6b41bb8589622384c5cccb/nld@2026‑05‑08;1

Stationskwartier

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_cb273b7a826e4f9f8ba65f300ec46dab/nld@2026‑05‑08;1

Stationsplein

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_5c1b0a18727040f3980168fe97865e00/nld@2026‑05‑08;1

Trekvaart

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_ad718d588ca342748baee4daf6b420ac/nld@2026‑05‑08;1

wat- en wanneerkaarten

/join/id/regdata/gm0166/2026/bijlage_wat_wanneer_kaarten/nld@2026‑05‑08;1

Wilsum

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_ad6d6fbedabd4eafb907b2e06c65e20c/nld@2026‑05‑08;1

Zalk

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_01378fef474247a3a8c91b798e0752ca/nld@2026‑05‑08;1

Zalkerbroek

/join/id/regdata/gm0166/2026/locatiegroep_24efc3882b1c430e9e23aa5011aaa3bf/nld@2026‑05‑08;1

Bijlage 3 Overzicht fasering

Bijlage fasering

Bijlage 4 Wat- en wanneerkaarten

Bijlage wat- en wanneerkaarten

Motivering

1

Voorwoord

We staan als gemeente voor een belangrijke verandering: in 2050 willen we alleen nog maar schone energie gebruiken om huizen mee te verwarmen. Stoppen met aardgas gebruiken doen we niet zomaar. Het is nodig om gemeente Kampen leefbaar te houden voor generaties die na ons komen. We willen dat energie voor iedereen betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam wordt. Daarom hebben we dit warmteprogramma geschreven. Hierin staat hoe we stap voor stap, wijk voor wijk, willen overstappen op duurzame warmte. Dit kunnen we niet zonder u als inwoner. U kent uw wijk het beste. Uw ideeën, zorgen en ervaringen zijn belangrijk. Samen zorgen we voor een toekomst waarin iedereen prettig, comfortabel en betaalbaar kan wonen. We nodigen u uit om mee te denken en mee te doen. 

Erik Faber 

Wethouder Duurzaamheid

Inleiding

In de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie en de Omgevingswet wordt bepaald dat gemeenten een warmteprogramma moeten vaststellen. Hierin wordt vastgelegd hoe en wanneer buurten overgaan van aardgas op duurzame warmtebronnen. Het biedt een concreet kader voor de aanpak van het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving en het opstellen van uitvoeringsplannen per wijk of gebied.

Een samenvatting van het programma is te lezen in bijlage 1 bij dit besluit.

Totstandkoming warmteprogramma

De keuzes die we maken in het warmteprogramma hebben impact op de directe leefomgeving van inwoners. Daarom is er gekozen voor een breed opgezet participatieproces voor de totstandkoming van dit warmteprogramma. Met het participatieproces hebben we inwoners actief en direct bij de besluitvorming betrokken. We hebben alle inwoners de kans gegeven hun inbreng te delen op een manier die voor hen passend is. Dit deden we door middel van (1) een klankbordgroep, (2) een (online) enquête en (3) een internetconsultatie en fysieke informatie op het concept warmteprogramma.

De klankbordgroep met inwoners was betrokken bij elke fase van het proces, en hielp bij het opstellen van de uitgangspunten en de inwonersenquête. Inwoners konden zich aanmelden via een oproep in de lokale krant De Brug en via een oproep op sociale media.

Naast de inwoners zijn ook andere relevante organisaties actief betrokken bij het warmteprogramma. Zo vond er meervoudig afstemming plaats met de netbeheerder, woningbouwcoöperaties, de huurdersvereniging en aanverwante gemeentelijke afdelingen zoals ruimtelijk ordening, klimaatadaptatie en het sociaal domein.

In de Warmtetransitievisie zijn twee pilotgebieden aangewezen voor het gebiedsproces: Wilsum en Het Onderdijks. Hiermee is in 2022 een start gemaakt. In 2024 is de gemeente ook begonnen in De Maten.

In deze gebieden bevindt het gebiedsproces zich in een afrondende fase. De opgedane ervaringen zijn meegenomen in dit warmteprogramma. Een uitgebreide omschrijving van de doelen van de participatie, alle participatie activiteiten en hoe de inbreng verder is meegenomen, is te lezen in het participatiejournaal in bijlage 2 bij dit besluit.

Verandering ten opzichte van de Warmtetransitievisie

In 2019 heeft de gemeente de voorloper van het warmteprogramma vastgesteld: de Warmtetransitievisie Gebouwde Omgeving. Het doel van de Warmtetransitievisie was om plannen op te stellen die een goede basis leggen voor de warmtetransitie maar die tegelijkertijd voorkwamen dat er onomkeerbare besluiten werden genomen die op de lange termijn toch onvoordelig bleken.

Inmiddels zijn er meerdere technische onderzoeken uitgevoerd waardoor we beter onderbouwd richting kunnen geven aan aardgasvrije technieken per buurt. Deze onderzoeken zijn:

  • Een onderzoek naar de mogelijkheid voor aquathermie (warmte uit water) in de gemeente. Hieruit kwam naar voren dat een warmtenet voor aquathermie in verschillende wijken technisch haalbaar is

  • Een onderzoek naar de mogelijkheid voor een warmtenet met geothermie (warmte uit de bodem) in Kampen West is herijkt. Hieruit kwam naar voren dat in Kampen West een warmtenet technisch haalbaar is, maar dat geothermie hiervoor geen geschikte bron is. Hoewel een warmtenet dus technisch haalbaar is, heeft de gemeente vanwege de hoge kosten en onzekerheden in de uitvoering ervoor gekozen niet aan de slag te gaan met een warmtenet in gemeente Kampen

  • De startanalyse van het PBL (Plan Bureau voor de Leefomgeving) die voor alle gebieden/wijken in Nederland de aardgasvrije voorkeursoplossing bepaalt op basis van de laagste maatschappelijke kosten.

In dit warmteprogramma, en bij de herziening van het warmteprogramma, wordt de startanalyse gebruikt als uitgangspunt voor aanvullende lokaal onderzoek.

Bijlage 1 Samenvatting

Bijlage samenvatting

Bijlage 2 Participatiejournaal

Bijlage participatiejournaal.

Naar boven