Aanwijzingsbesluit DAEB voor uitvoering van het publieke aandeel in de realisatie van warmtenetten

Burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal;

gelet op het bepaalde in:

  • -

    Artikel 14, artikel 106, tweede lid en artikel 107 van het Verdrag inzake de Werking van de Europese Unie (het Verdrag)

  • -

    Vrijstellingsbesluit van de Europese Commissie voor diensten van algemeen economisch belang (2025/2630, Pb EU 19.12.2025) (“DAEB Vrijstellingsbesluit”);

  • -

    Artikel 160, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet;

  • -

    De Warmtewet;

  • -

    De Wet collectieve Warmte

overwegende dat:

  • -

    De realisatie van warmtenetten in veel gevallen een kosteneffectieve en netbewuste manier van duurzaam verwarmen is;

  • -

    Dat het programmaplan ‘Energietransitie Veenendaal 2026-2030’ op basis hiervan ambitieuze doelstellingen heeft voor de ontwikkeling van warmtenetten in Veenendaal;

  • -

    De Wet collectieve warmte (Wcw) naar verwachting per 1 januari 2027 in werking treedt;

  • -

    De Wcw onder meer zal bepalen dat een warmtekavel (bijvoorbeeld voor een collectieve warmtevoorziening met meer dan 1.500 aansluitingen) moet worden geëxploiteerd door een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang of een warmtegemeenschap in de zin van de Wcw;

  • -

    In de toelichting op het wetsvoorstel Wcw wordt voorgesteld het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid te geven een warmtebedrijf voor een warmtekavel aan te wijzen en dit aangewezen warmtebedrijf te belasten met de uitvoering van een dienst van algemeen economisch belang (hierna tevens te noemen: “DAEB”);

  • -

    De levering van warmte door middel van een collectieve warmtevoorziening aan verbruikers het publiek belang dient, namelijk de bevordering van de warmtetransitie ten behoeve van de bescherming van het milieu en klimaat waarbij de duurzaamheid en leveringszekerheid van de warmtelevering tegen maatschappelijk aanvaardbare voorwaarden geborgd is;

  • -

    In het wetsvoorstel Wcw mede daarom een heldere keuze wordt gemaakt voor meer publieke sturing door gemeenten op de warmtetransitie teneinde meer zekerheid en coördinatie voor burgers te borgen over de vraag waar, wanneer en door wie er een collectieve warmtevoorziening wordt gerealiseerd;

  • -

    Zonder overheidsingrijpen er eveneens onvoldoende prikkels zijn om de duurzaamheid en leveringszekerheid van de warmtelevering tegen maatschappelijk aanvaardbare voorwaarden te laten plaatsvinden;

  • -

    Zonder overheidsingrijpen collectieve warmtevoorzieningen doorgaans slechts daar gerealiseerd worden waar sprake is van een winstgevende business case, althans dat de voorwaarden waaronder collectieve warmtevoorzieningen door commerciële exploitanten geëxploiteerd worden doorgaans niet evenwijdig lopen aan het belang van duurzaamheid en leveringszekerheid van warmtelevering tegen maatschappelijk aanvaardbare voorwaarden;

  • -

    Een collectieve warmtevoorziening de kenmerken heeft van een natuurlijk monopolie, waardoor klanten geen reële mogelijkheid hebben om te veranderen van leverancier en het zeer onaannemelijk is dat er in de praktijk effectieve disciplinerende concurrentiedruk uitgaat van toetreding door andere warmtebedrijven of van substitutie naar andere warmte-infrastructuren, laat staan dat de positieve effecten daarvan langjarige bescherming zouden bieden aan verbruikers;

  • -

    De gemeente Veenendaal aandeelhouder is van warmtebedrijf DEVO Holding en deze partij heeft aangewezen om het publieke aandeel bij de ontwikkeling van warmtenetten conform Wcw in te nemen;

  • -

    Diensten van algemeen economisch belang (hierna “DAEB”) hun bestaansrecht ontlenen aan de artikelen 14 en 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

  • -

    Om gebruik te kunnen maken van de bijzondere positie die een DAEB inneemt binnen de Europese regelgeving, DEVO Holding specifiek met het beheer van een bepaalde DAEB moet worden belast;

  • -

    DEVO Holding met haar projecten Veenendaal-oost, Veenendaal-oost Groenpoort, Veenwarmte en Het Ambacht ernaar streeft om duurzame warmte (en waar nodige, koude) te leveren in de gebouwde omgeving;

  • -

    Deze projecten uitgevoerd kunnen worden door dochterondernemingen van DEVO Holding B.V. mits een publiek meerderheidsbelang gegarandeerd is;

  • -

    Eventuele winsten van DEVO Holding en haar dochterondernemingen, wanneer mogelijk binnen de langdurige financiële huishouding van de onderneming, terugvloeien naar bewoners in de vorm van lagere tarieven;

  • -

    Het naar mening van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal noodzakelijk is om deze diensten aan DEVO Holding en haar dochterondernemingen toe te vertrouwen, omdat daarmee in hoge mate wordt bijgedragen aan de algemene doelstelling van de gemeente Veenendaal om binnen haar grondgebied in 2050 een duurzaam, robuust en rechtvaardig energiesysteem te hebben, dat de groei en leefbaarheid van Veenendaal ondersteunt (Duurzaam Veenendaal 2050). Zij voldoet daarmee ook aan de belangen van de burgers binnen deze gemeente;

  • -

    DEVO Holding en haar dochterondernemingen deze diensten lokaal en onafhankelijk aanbieden wat aansluit bij de behoeften en belangen van grote groepen Veenendaalse burgers, maatschappelijke instellingen en bedrijven;

  • -

    Burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal gezien de doelstelling, kennis en kunde bereid zijn om DEVO Holding en haar dochterondernemingen te subsidiëren in de vorm van niet-marktconforme financiering door lening en/of borgstelling;

  • -

    Burgemeester en wethouders ervan uitgaan dat voor zover de voorgenomen subsidie staatssteun oplevert deze rechtmatig wordt verstrekt in overeenstemming met het DAEB Vrijstellingsbesluit;

Besluit:

I Aanwijzing als DAEB, de volgende diensten

Aan te wijzen als dienst van algemeen economisch belang, de invulling van het publieke meerderheidsbelang bij- en de uitvoering van de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van warmtenetten in Veenendaal. Hieronder vallen alle diensten die nodig zijn voor het uitvoeren van werkzaamheden als warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang zoals dit omschreven wordt in de Wet collectieve warmte, Artikel 2.2, lid 1a en b, binnen de geldende definitie van ‘warmtebedrijf’ zoals bedoelt in Artikel 1.1 van diezelfde Wet collectieve warmte. De dienst van algemeen economisch belang heeft betrekking op de ontwikkeling, realisatie en/of exploitatie van warmtenetten door DEVO Holding BV en de deelnemingen waarin zij meer dan 50% van de aandelen bezig, te weten DEVO B.V., DEVOG B.V., Veenwarmte B.V. en DEVO Het Ambacht B.V.

Burgemeester en wethouders zijn belast met toezicht op de tenuitvoerlegging en rapportageverplichting hiervan alsmede ten aanzien van de subsidie waarvan de gemeente het voornemen heeft om deze te verlenen en waarvan dit aanwijzingsbesluit onderdeel uitmaakt.

II Aard en duur van de openbare dienstverplichtingen

De aard van de openbare dienstverplichtingen bestaat uit ontwikkeling, realisatie en exploitatie van warmtenetten met een publiek meerderheidsbelang zoals hierboven beschreven. De aanwijzing voor het belasten met bovengenoemde dienst van algemeen economisch belang geldt voor de periode tot en met 31 december 2066.

III Betrokken ondernemingen en betrokken grondgebied

De betrokken onderneming is Duurzame Energie Veenendaal-oost Holding (DEVO HOLDING) B.V. (ingeschreven in het handelsregister onder nummer 85911623 gevestigd aan de Van Essenlaan 1 in Veenendaal) en haar dochterondernemingen en de deelnemingen waarin zij meer dan 50% van de aandelen bezig, te weten DEVO B.V., DEVOG B.V., Veenwarmte B.V. en DEVO Het Ambacht B.V. voor zover deze voldoen als warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang zoals dit omschreven wordt in de Wet collectieve warmte, Artikel 2.2, lid 1a en b. De diensten worden uitgevoerd binnen de gemeente Veenendaal.

IV Aard van de uitsluitende of bijzondere rechten die de onderneming zijn toegekend

De gemeente Veenendaal heeft op dit moment geen uitsluitende of bijzondere rechten toegekend aan DEVO HOLDING B.V.

V Parameters voor berekening, controle en herziening van de compensatie

Ter compensatie van de DAEB heeft de raad van de gemeente Veenendaal vooralsnog de volgende bedragen gereserveerd om toe te kennen aan Veenendaal:

Organisatie

Bedrag (€)

Financieringsvorm

DEVO

146.066,67

Doorlenen

Veenwarmte

223.166,67

Borgstelling

Ambacht

336.666,67

Borgstelling

Totaal

705.900,00

 

De hoogte van de compensatie is gebaseerd op de kapitaalbehoefte ter dekking van het geprognosticeerde initiële tekort van € 705.900, Dit compensatiebedrag is bepaald overeenkomstig artikel 5 van het DAEB-Vrijstellingsbesluit en mag niet hoger zijn dan hetgeen nodig is ter dekking van de nettokosten van de uitvoering van de DAEB, met inbegrip van een redelijke winst.

Gedurende de looptijd van de DAEB kan blijken dat in verband met de daarmee gemoeide kosten aanvullende compensatie nodig is. Daartoe zal in voorkomend geval steeds een gedegen raming van de verwachtte kosten en inkomsten worden opgesteld die met de betrokken activiteiten c.q. projecten gemoeid gaan.

De nettokosten worden overeenkomstig artikel 5, lid 3 en lid 4 van het DAEB-Vrijstellingsbesluit berekend als het verschil tussen alle kosten die voor het beheer van de DAEB worden gemaakt en alle inkomsten die met het beheer van de DAEB worden behaald. Voor het bepalen van de redelijke winst wordt in beginsel uitgegaan van het in artikel 6, lid 3 van het DAEB-Vrijstellingsbesluit bedoelde rendement op kapitaal, dat niet hoger ligt dan de relevante swaprente met een opslag van 100 basispunten, tenzij geconcludeerd wordt dat dit vanwege omstandigheden niet passend is. In dat geval zal overeenkomstig artikel 6, lid 4 van het DAEB-Vrijstellingsbesluit gebruik worden gemaakt van andere winstgevendheidsindicatoren, zoals het gemiddelde rendement op eigen vermogen.

VI Regelingen om overcompensatie te vermijden en terug te betalen

Overcompensatie wordt via twee mechanismen voorkomen:

  • a.

    Op grond van artikel 7 van de Warmtewet toetst de Autoriteit Consument en Markt (hierna tevens te noemen: “de ACM”) of het rendement van warmtebedrijven hoger is dan een door de ACM vast te stellen redelijk rendement. Indien het rendement hoger is dan een door de ACM vast te stellen redelijk rendement, kan de ACM het meer dan redelijk behaalde rendement door middel van een correctiefactor laten verdisconteren in de toekomstige tarieven van de leverancier. De Wcw kent een vergelijkbaar systeem.;

  • b.

    Aanvullend hierop ziet de gemeente Veenendaal vanuit haar aandeelhoudersrol erop toe dat het rendement van DEVO HOLDING passend is binnen de maatschappelijke doelstelling van DEVO HOLDING als publiek warmtebedrijf, met als doel betrouwbare en duurzame warmte voor Veenendaal.

DEVO HOLDING overlegt jaarlijks voor zowel holding als de dochterondernemingen:

  • a.

    een financieel jaarverslag, bestaande uit een overzicht van inkomsten en uitgaven inclusief een toelichting, waaronder op de gehanteerde tarieven richting afnemers;

  • b.

    een jaarrekening, inclusief een balans en toelichting;

Burgemeester en wethouders controleren in beginsel jaarlijks of sprake is van overcompensatie. De gemeente Veenendaal heeft uit hoofde van haar positie als aandeelhouder het recht om het bestuur van DEVO HOLDING aanwijzingen te geven. Ook heeft de gemeente Veenendaal als aandeelhouder de mogelijkheid om aanvullende stukken op te vragen bij DEVO HOLDING.

Indien uit de jaarlijkse evaluatie en verantwoording blijkt dat sprake is van overcompensatie, wordt een bedrag ter waarde van de overcompensatie in beginsel teruggevorderd. Dit kan plaatsvinden door middel van een dividenduitkering door DEVO HOLDING aan de gemeente Veenendaal. Er is sprake van overcompensatie indien het verstrekte kapitaal de nettokosten voor de uitvoering van de DAEB, inclusief redelijke winst, overstijgt. Indien het bedrag van de overcompensatie niet hoger is dan 10% van het gemiddelde jaarlijkse compensatiebedrag, kan de gemeente Veenendaal er in voorkomend geval en in overeenstemming met artikel 7, lid 4 DAEB-Vrijstellingsbesluit voor kiezen dit bedrag in mindering te brengen op de volgende compensatiebetaling.

Indien DEVO HOLDING activiteiten verricht die niet passen binnen de in dit besluit omschreven DAEB waarmee het DEVO HOLDING wordt belast, zal zij ter zake een gescheiden boekhouding voeren om kruissubsidiëring te voorkomen. Voor activiteiten die buiten deze DAEB vallen wordt geen compensatie toegekend.

VII Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op [de dag na bekendmaking].

Bezwaarclausule

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden gedurende zes weken na de datum van bekendmaking van dit besluit schriftelijk bezwaar indienen bij het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal, Postbus 1100, 3900 BC Veenendaal.

 

Vastgesteld in de vergadering van 6 mei 2026

Sjoukje Deelstra

gemeentesecretaris

Gert-Jan Kats

burgemeester

Naar boven