Verkeersbesluit diverse maatregelen ten behoeve van het instellen van de fietssnelweg F35 op de Oosterstraat tussen Edo Bergsmabrug en Noord Esmarkerrondweg te Enschede

Burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede,

gelet op de Wegenwet, de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) en de Uitvoeringsvoorschriften van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: Uitvoeringsvoorschriften BABW).

 

Overwegende:

dat de Oosterstraat is gelegen binnen de bebouwde kom van Enschede en in beheer is bij de gemeente Enschede;

 

dat dit verkeersbesluit betrekking heeft op de Oosterstraat, voor zover gelegen tussen Edo Bergsmabrug en Noord Esmarkerrondweg;

 

dat deze weg is bedoeld als in artikel 1, lid 1 onder b van de WVW 1994;

 

dat de wegencategorisering in Enschede aansluit op de categorisering zoals opgenomen in het landelijke programma Duurzaam Veilig;

 

dat de Oosterstraat gecategoriseerd is als erftoegangsweg;

 

dat op een erftoegangsweg de verkeersfunctie ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie;

 

dat de Oosterstraat in het traject van de fietssnelweg F35 ligt welke tussen Glanerbrug en Hengelo wordt gerealiseerd;

 

dat de Oosterstraat, vanaf de Edo Bergsmabrug in westelijke richting en vanaf de Noord Esmarkerrondweg in oostelijke richting reeds is ingericht als fietsstraat;

 

dat in voorliggend besluit het weggedeelte tussen Edo Bergsmabrug en Noord Esmarkerrondweg eveneens wordt ingericht als fietsstraat;

 

dat de wegverharding wordt aangepast uitgevoerd in roodgekleurd asfalt en voorzien van een middenstrook uitgevoerd in klinkerverharding wat bijdraagt aan de optische versmalling van het wegprofiel;

 

dat gezien voorgaande een comfortabele en snelle verbinding voor fietsverkeer naar Edo Bergsmabrug en Noord Esmarkerrondweg ontstaat;

 

dat bovenstaande bijdraagt aan een straat waar meer ruimte is om te verblijven, te fietsen en de bereikbaarheid van aanliggende percelen gewaarborgd blijft;

 

dat op de Oosterstraat reeds een maximumsnelheid van 30 km/h geldt en om te voldoen aan de gewenste inrichting van een fietsstraat, de bestuurders op wegen die aansluiten op de Oosterstraat, voorrang dienen te verlenen aan bestuurders op de Oosterstraat;

 

dat gelet op de principes van Duurzaam Veilig de kruispunten op genoemd weggedeelte zijn ingericht als gelijkwaardige kruispunten;

 

dat de fietsstraat Oosterstraat tussen Edo Bergsmabrug en Noord Esmarkerrondweg, in de voorrang komt te liggen en dit gerealiseerd wordt middels het toepassen van een uitritconstructie op de zijwegen;

 

dat bovenstaande afwijkt van het in principe niet toepassen van voorrangsregelingen in 30 km/u gebieden, maar past bij een prominente hoofdroute voor fietsers;

 

dat gelet op de gedragsregel bij een inritconstructie, bestuurders bij het verlaten of het inrijden het overige verkeer voor moeten laten gaan;

 

dat de voorrangsregeling op het kruispunt Oosterstraat – Hoge Boekelerweg wordt ingesteld door het plaatsen van bord B6 van bijlage 1 van het RVV 1990, ondersteund met het aanbrengen van haaientanden en wel zodanig dat bestuurders op de Hoge Boekelerweg bestuurders op de Oosterstraat voorrang dienen te verlenen;

 

dat ten zuiden van de Oosterstraat tussen Oostveenweg en Noord Esmarkerrondweg een verplicht fietspad is gelegen;

 

dat gelet op de herinrichting van de Oosterstraat naar fietsstraat, waarbij fietsers gebruik gaan maken van de rijbaan en het genoemde fietspad overbodig is, wordt opgeheven en fysiek wordt verwijderd;

 

dat het opheffen van het verplichte fietspad gerealiseerd wordt door het verwijderen

van bord G11 van bijlage 1 van het RVV 1990 op de volgende locaties:

  • Oosterstraat, ter hoogte van de aansluiting met Oostveenweg, Hoge Boekelerweg, Kamperfoeliestraat, Dr. Bezoenstraat;

 

dat op het wegvak Oosterstraat, tussen Oostveenweg en Hoge Boekelerweg een parkeerverbod van kracht is;

 

dat door het verwijderen van het verplicht fietspad, het mogelijk is twee parkeerplaatsen te realiseren aan de zuidzijde van de Oosterstraat;

 

dat gelet op aanleggen van parkeerplaatsen en het versmallen van het wegprofiel, het parkeerverbod overbodig wordt geacht en wordt opgeheven;

 

dat voorgaande wordt gerealiseerd door het verwijderen van bord E1 van bijlage 1 van het RVV 1990 op de Oosterstraat (zuidzijde), ter hoogte van de aansluiting van de Oostveenstraat;

 

dat het kruispunt Oosterstraat – Noord Esmarkerrondweg, de Oosterstraat in de huidige situatie is voorzien van bord B7 (STOP), van bijlage 1 van het RVV 1990, gecombineerd met een stopstreep zoals bedoeld in artikel 79 van het RVV 1990, zodat bestuurders op de Oosterstraat voorrang dienen te verlenen aan bestuurders op de Noord Esmarkerrondweg en dienen te stoppen op de aangegeven plaats van de stopstreep;

 

dat voorgaande gerealiseerd wordt door het verwijderen van bord B7 van bijlage 1 van het RVV 1990, inclusief de stopstreep en daarmee het gebod te stoppen op de Oosterstraat ter hoogte van de aansluiting met de Noord Esmarkerrondweg op te heffen;

 

dat gelet op art. 54 van het RVV 1990, bestuurders die een bijzondere manoeuvre uitvoeren, zoals uit een uitrit de weg oprijden of van een weg een inrit oprijden het overige verkeer voor moeten laten gaan, dus ook voetgangers;

 

dat gelet op de richtlijnen uit het CROW een uitrit kan voldoen aan het bestemmingscriteria of aan de inrichtingscriteria;

 

dat door de in/uitritconstructie op het kruispunt Oosterstraat - Noord Esmarkerrondweg in te richting volgens de richtlijnen van het CROW, een inritconstructie te realiseren;

 

dat deze maatregel tevens bijdraagt aan het met lagere snelheid naderen van het kruispunt door het gemotoriseerde verkeer en op deze manier bijdraagt aan het verbeteren van de verkeersveiligheid op dit punt;

 

dat overleg is geweest met bewoners en overige belanghebbenden aangaande de inrichting van de Oosterstraat;

 

dat een aantal digitale communicatie momenten hebben plaatsgevonden waarbij belanghebbenden een reactie konden achterlaten op het ontwerp;

 

dat deze reacties zoveel als mogelijk zijn meegenomen bij het tot stand komen van het ontwerp;

 

dat het nemen van een verkeersbesluit is volgens artikel 15 van de WVW 1994 vereist indien:

  • door plaatsing of verwijdering van verkeerstekens, en onderborden, een gebod of verbod wordt ingesteld of aangepast, of fysieke voorzieningen op de weg worden aangebracht of verwijderd.

  • of de inrichting van de weg wordt aangepast waardoor het aantal categorieën weggebruikers, dat van de weg gebruik kan maken, wordt beperkt of uitgebreid.

 

dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het plaatsen en verwijderen van de verkeersborden B6, B7, E1 G11 van bijlage 1 van het RVV 1990 en het plaatsen en verwijderen van haaientanden zoals bedoeld in artikel 80 van het RVV 1990 een verkeersbesluit is vereist;

 

dat gelet op artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994 het college van burgemeester en wethouders van Enschede bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor deze wegen;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de hiervoor genoemde verkeersmaatregelen strekken tot het;

  • het verzekeren van de veiligheid op de weg;

  • het beschermen van weggebruikers en passagiers;

 

dat bij de afweging van de diverse belangen deze doelstellingen zwaarder zijn bevonden dan andere met dit besluit betrokken doelstellingen en belangen;

 

dat het treffen van een dergelijke verkeersmaatregelen een normale maatschappelijke ontwikkeling is waarmee een ieder kan worden geconfronteerd en waarvan de nadelige gevolgen in beginsel voor rekening van betrokkenen behoren te blijven;

 

dat de in dit verkeersbesluit genoemde maatregelen niet leiden tot een toename van de geluidsbelasting afkomstig van het wegverkeerslawaai, zoals bedoeld in artikel 21a van het BABW, op geluidsgevoelige gebouwen;

 

dat met betrekking tot het uitvoeren van deze verkeersmaatregelen overleg is gevoerd met de gemandateerde verkeersadviseur van de politie ingevolge artikel 24 van het BABW 1990, deze een positief advies heeft afgegeven en de handhaafbaarheid van de maatregelen als gevolg daarvan gewaarborgd is.

 

Besluit

  • Door middel van het verwijderen van borden E1 van bijlage 1 van het RVV 1990, het parkeerverbod op de Oosterstraat (zuidzijde) tussen Oostveenweg en Hoge Boekelerweg op te heffen;

  • Door middel van het plaatsen van bord B6 van bijlage 1 van het RVV 1990, inclusief het aanbrengen van haaientanden, een voorrangsregeling in te stellen waarbij bestuurders op de Hoge Boekelerweg, voorrang dienen te verlenen aan bestuurders op de Oosterstraat;

  • Door middel van het verwijderen van borden G11 van bijlage 1 van het RVV 1990, een verplicht fietspad aan de zuidzijde van de Oosterstraat tussen Edo Bergsmabrug en Noord Esmarkerrondweg op te heffen.

  • Door middel van het verwijderen van bord B7 van bijlage 1 van het RVV 1990, inclusief stopstreep, een gebod te stoppen op de aangegeven locatie op te heffen.

 

Situatieschets

Aldus vastgesteld op 15 januari 2026 te Enschede

Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede,

J. Kara,

technisch medewerker Vergunnen

Bezwaar

Dit besluit treedt in werking na bekendmaking in het Gemeenteblad. Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na publicatie van dit besluit in het Gemeenteblad bezwaar maken bij burgemeester en wethouders van Enschede, postbus 20, 7500 AA te Enschede. Door het indienen van het bezwaarschrift wordt dit besluit niet opgeschort.

Het bezwaarschrift moet de volgende gegevens bevatten:

  • uw naam en adres;

  • de datum waarop u het bezwaarschrift schrijft;

  • Het kenmerk van het besluit (0153Z2026011400017);

  • een omschrijving van het besluit waartegen u bezwaar maakt;

  • de reden waarom u het er niet mee eens bent;

  • uw handtekening.

 

Naar boven