Gemeenteblad van Venlo
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Venlo | Gemeenteblad 2026, 218821 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Venlo | Gemeenteblad 2026, 218821 | beleidsregel |
Beleidsregels Algemene bijstand gemeente Venlo 2026
Burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo;
gezien het voorstel van 21 april 2026;
gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en de bepalingen in de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
overwegende, dat het college het nodig vindt kaders te maken voor de algemene bijstand;
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
De begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die we niet apart uitleggen, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 3. Het behandelen van bijstandsaanvragen van jongeren voor afloop van de zoektermijn
Sommige jongeren hoeven niet eerst vier weken te zoeken naar werk of een opleiding. Dat is geregeld in artikel 41, elfde lid Pw. Het college kan de aanvraag meteen in behandeling nemen. Dit doen we als sprake is van ten minste een van de volgende omstandigheden:
Hoofdstuk 3 Geld en bezittingen (middelentoets)
Artikel 10. Vrijlaten van giften
Naast de algemene jaarlijkse vrijlating van giften als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel m Pw, ziet het college de volgende categorieën giften in ieder geval als verantwoord:
Hoofdstuk 5 Vormen van bijstand
Artikel 15. Ingangsdatum normwijziging bij verblijf in inrichting
Als iemand tijdelijk in een inrichting verblijft én de eigen woonruimte wil aanhouden, past het college de bijstand drie maanden na opname aan de nieuwe situatie aan.
Artikel 16. Rente over leenbijstand
Als bijstand in de vorm van een geldlening wordt verstrekt, hoeft daarover geen rente betaald te worden.
Artikel 17. Venlose Hardheidsclausule 'Menselijke Maat'
Het college wijkt af van deze regels ten gunste van de inwoner als strikte toepassing leidt tot onbillijkheid. Hierbij wordt getoetst aan het Venlose principe 'Variëren naar vermogen': maatwerk is geboden waar gelijke behandeling de kansengelijkheid of de stabiliteit van het gezin in de weg staat.
Venlo, 21 april 2026
Burgemeester en wethouders van Venlo
de secretaris, de burgemeester
Twan Beurskens, Antoin Scholten
Op 1 januari 2026 is de Participatiewet (Pw) veranderd door de Participatiewet in balans en door de Verzamelwet SZW 2026.
Deze veranderingen passen bij de strategische koers ‘Fier op Venlo’ en de verdieping daarvan in ‘Fier Verdiept’. Het is een transformatie waarbij de focus verschuift van louter rechtmatigheid naar brede welvaart en kansengelijkheid.
Bij zowel de landelijke herziening van de wet als de Venlose strategische koers zijn de volgende principes leidend:
De nieuwe bevoegdheden uit Participatiewet in balans bieden het college onder voorwaarden de mogelijkheid om:
Deze bevoegdheden worden in de beleidsregels ingevuld. Daarnaast zijn de bestaande artikelen uit de beleidsregels algemene bijstand getoetst aan de strategische koers en toegevoegd.
In deze artikelsgewijze toelichting worden enkel die (onderdelen) van bepalingen behandeld die nadere toelichting behoeven.
In dit artikel zijn de begrippen omschreven die worden gebruikt in de beleidsregel. Voor het overige gelden de definities uit de Participatiewet of de Algemene wet bestuursrecht. Enkele van de begrippen uit de beleidsregel worden hieronder nader toegelicht.
In de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) wordt het begrip ‘probleemschulden’ (of: 'problematische schulden') niet gedefinieerd. Wel wordt aangegeven voor wie schuldhulpverlening is bedoeld. In artikel 1 van de Wgs staat:
‘het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg.’
Voor de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) geldt een vergelijkbaar criterium. In de definitie zijn iets eenvoudigere woorden gebruikt om dit uit te drukken. Daarbij speelt ook de overweging, dat het niet de bedoeling is om exact te gaan boekhouden bij het beoordelen van iemands financiële situatie. Het is voldoende dat ‘naar het oordeel van’ het college iemand zijn schulden niet meer kan aflossen of is gestopt met betalen.
Een schuldregeling is een betaalregeling met schuldeisers voor de aflossing van problematische schulden. De gemeente is verantwoordelijk voor schuldhulpverlening en kan met de schuldeisers en de schuldenaar een schuldregeling treffen, op grond van de Wgs. Daarnaast kan de rechter een wettelijke schuldsanering uitspreken, op grond van de Wsnp. In beide gevallen leidt een schuldregeling ertoe dat na afronding belanghebbende een ‘schone lei’ krijgt.
Artikel 3. Het behandelen van bijstandsaanvragen van jongeren voor afloop van de zoektermijn
Voor alle jongeren tot 27 jaar geldt een zoektermijn van vier weken na de melding voor algemene bijstand. In deze zoektermijn van vier weken wordt van hen verwacht dat zij zoeken naar werk of scholing. Wettelijk is geregeld dat voor jongeren vanuit het praktijkonderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs een uitzondering geldt. Dat geldt ook voor jongeren met een medische urenbeperking of die behoren tot de doelgroep die in aanmerking komt voor loonkostensubsidie. Zij kunnen direct een aanvraag indienen, en de gemeente moet deze aanvraag direct in behandeling nemen.
Aanvullend worden in artikel 3 groepen jongeren genoemd voor wie de zoektermijn in ieder geval ook achterwege blijft, omdat zij zich in kwetsbare omstandigheden bevinden. De genoemde omstandigheden gelden als indicator voor de aanwezigheid van kwetsbare omstandigheden.
Uitgangspunt blijft, dat zelfredzame jongeren werk zoeken of zich voor een opleiding aanmelden. Daarmee investeren zij in hun toekomst. Maar dat is niet voor alle jongeren een realistisch perspectief. Voor jongeren in kwetsbare omstandigheden wordt met deze wetswijziging de mogelijkheid geboden om de zoektermijn achterwege te laten.
Artikel 4. Het volgen van de vereenvoudigde aanvraagprocedure
De aanvraagprocedure voor algemene bijstand is voor veel inwoners ingewikkeld en wordt als (te) lang ervaren. Dit kan een belemmering zijn voor het aanvaarden van werk of bij flexibel werk. Door de vereenvoudigde (of verkorte) aanvraagprocedure, stellen we sneller het recht vast waardoor financiële onzekerheid wordt voorkomen.
Dit nieuwe artikel geeft gemeenten de ruimte om een inwoner die binnen twaalf maanden opnieuw een bijstandsuitkering aanvraagt via een vereenvoudigde aanvraag op korte termijn weer van een uitkering te voorzien. Van deze ruimte is gebruik gemaakt. Het college benut dan de nog aanwezige gegevens over de eerdere bijstandsperiode en vraagt deze niet opnieuw van de belanghebbende.
In het derde lid is benoemd welke gegevens in ieder geval gecheckt worden op eventuele wijzigingen.
Artikel 5. Het verlenen van bijstand met terugwerkende kracht
In de meeste gevallen zal de meldingsdatum de ingangsdatum zijn. Artikel 5 biedt ruimte om de bijstand in individuele omstandigheden met maximaal drie maanden terugwerkende kracht toe te kennen.
In het tweede lid worden een aantal omstandigheden genoemd die de terugwerkende kracht in ieder geval rechtvaardigen. Het gaat vooral om precaire actuele financiële omstandigheden, of problemen die door financiële omstandigheden kunnen zijn veroorzaakt, of daaraan hebben bijgedragen, zoals huisuitzettingen, afsluiting van nutsvoorzieningen of royement van zorgverzekeringen. Als niet met terugwerkende kracht bijstand wordt verleend, moeten de gevolgen voor de inwoner dermate ernstig zijn, dat alleen al om die reden toch terugwerkende kracht wordt toegepast. In dit onderdeel zijn enkele indicatoren genoemd die terugwerkende kracht kunnen rechtvaardigen. Er is ruimte om ook in andere gevallen uit te gaan van terugwerkende kracht.
Artikel 10. Vrijlaten van giften
In artikel 10 zijn regels opgenomen over het vrijlaten van giften in het kader van artikel 31, tweede lid, onderdelen m en s, van de Wet. Het begrip ‘gift’ wordt hier niet nader omschreven. Uit de wetshistorie en jurisprudentie blijkt dat voor het aannemen van een gift het nodig is dat sprake is van een drietal vereisten: de verarming van de gever, de verrijking van de ontvanger, als gevolg van een (onverplichte) handeling uit vrijgevigheid waar partijen zich bewust van zijn.
Als het gaat om giften in natura die bestemd zijn voor kosten waarin de algemene bijstand voorziet, spreken we over ‘bijdragen die leiden tot een kostenbesparing’ (zie ook artikel 18, achtste lid Pw). Deze zgn. besparingsbijdragen worden niet als middel aangemerkt. Bijdragen van voedselbanken worden in het geheel niet in aanmerking genomen. Bijdragen (in geld of in natura) van andere charitatieve instellingen stellen we hiermee gelijk.
Zij kunnen echter wel leiden tot verlaging van de algemene bijstand, vanwege lagere bestaanskosten. Met toepassing van artikel 18, eerste lid Pw wordt de bijstand dan afgestemd op die lagere bestaanskosten (individualiseringsbeginsel). Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij de regelmatige ontvangst van boodschappen of het betalen van de zorgpremie of huur door derden. Zulke besparingsbijdragen van derden vallen ook onder de giftenvrijlating van thans maximaal € 1.200 per kalenderjaar. Zij vallen echter niet onder de surplus-regeling voor giften, die in het individuele geval gelet op artikel 31, tweede lid, onderdeel s Pw, vrijgelaten kunnen worden bovenop de algemene vrijlating van € 1.200 per kalenderjaar.
In de Participatiewet geldt een gift als middel dat vrijgelaten wordt als dat in het individuele geval verantwoord is in het kader van de bijstandsverlening (artikel 31, tweede lid, onderdeel s). Dit artikel blijft ongewijzigd, maar ingevoegd wordt, dat giften en kostenbesparingen tot een bedrag van € 1.200,- per kalenderjaar in ieder geval niet tot de middelen worden gerekend (artikel 31, tweede lid, onderdeel m). Dit bedrag wordt periodiek aangepast. De wetgever heeft niet beoogd beleidsruimte te bieden om dat bedrag categoriaal te verhogen of te verlagen.
Volgens jurisprudentie kan de gemeente bij de beoordeling in hoeverre een vergoeding voor immateriële schade kan worden vrijgelaten niet meer volstaan met de vuistregel van 1/3-2/3. In plaats daarvan moet de gemeente een op de persoon toegesneden afweging maken. Daar spelen de oorzaak van de schade (letsel of iets anders?), of de schade blijvend van aard is en de leeftijd van betrokkene een rol. Daarbij is niet van belang hoe dit bedrag individueel is of kan worden aangewend. Ook is niet van belang hoe dat zich verhoudt tot andere personen met leed die geen (letsel)schadevergoeding hebben ontvangen.
Artikel 17. Venlose hardheidsclausule
Voor het gebruik van de hardheidsclausule kan het volgende afwegingskader worden gebruikt:
Bij elke casus waar de professional twijfelt over de uitkomst, dient dit kader als moreel kompas. Als de uitkomst van een strikte juridische toets (de 'systeemwereld') botst met de antwoorden in dit afwegingskader (de 'leefwereld'), dan biedt de hardheidsclausule de juridische ruimte om af te wijken ten gunste van de inwoner.
Het doel is om 'mens-zijn' in de uitvoering te legitimeren: regels zijn er voor de mensen, niet andersom. Hiermee borgen we dat de transformatie van 'Fier op Venlo' geen papieren werkelijkheid blijft, maar in elk contact met de inwoner voelbaar is.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-218821.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.