Gemeenteblad van Venlo
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Venlo | Gemeenteblad 2026, 218813 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Venlo | Gemeenteblad 2026, 218813 | beleidsregel |
Beleidsregels krediethypotheek en pandrecht gemeente Venlo 2026
Burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo;
gezien het voorstel van 21 april 2026;
gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 32, 34, 35, 48 en 50 Participatiewet;
overwegende, dat het college het nodig vindt kaders te maken voor de krediethypotheek en het pandrecht;
Beleidsregels krediethypotheek en pandrecht gemeente Venlo 2026
Artikel 2. Bijstand als geldlening met hypotheek of pandrecht
Als iemand eigenaar is van de woning waar hij of zijn gezin woont, en recht heeft op bijstand (artikel 50 PW), dan krijgt hij die bijstand als geldlening. Aan die lening wordt een hypotheek of stil pandrecht gekoppeld. Dit geldt als:
Artikel 5. Voorwaarden in de hypotheekakte
De lening heeft altijd de voorwaarden uit artikel 6 en artikel 7. Die voorwaarden worden – samen met de gebruikelijke afspraken – opgenomen in de hypotheekakte of de pandovereenkomst.
Artikel 9. Opnieuw bijstand binnen twee jaar
Heeft iemand opnieuw recht op bijstand binnen twee jaar na de vorige bijstand met hypotheek of pandrecht? Dan gaat die nieuwe bijstand door als voortzetting van de vorige lening. De eerder gevestigde hypotheek of pandovereenkomst blijft gelden.
Venlo, 21 april 2026
Burgemeester en wethouders van Venlo
de secretaris, de burgemeester
Twan Beurskens, Antoin Scholten
Een hypotheek wordt gevestigd op registergoederen. Bij niet-registergoederen is er sprake van pandrecht (artikel 3:227 lid 1 BW). Registergoederen zijn goederen waarvoor inschrijving in een openbaar register verplicht is bij overdracht of vestiging van rechten (artikel 3:10 BW)..
Niet-registergoederen zijn alle goederen die géén registergoederen zijn.
Of op een woonwagen een hypotheekrecht of stil pandrecht gevestigd moet worden, hangt af
van de vraag of de woonwagen roerend of onroerende is.
Onroerende zaken zijn: grond, en gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verbonden (artikel 3:3 BW). Alles wat niet onroerend is, is roerend..
Vestiging van hypotheek op een woonschip is aan de orde als het schip ingeschreven is in de openbare registers of als het woonschip een onroerende zaak is (artikel 3:3 BW).
Is het schip niet ingeschreven en ook geen onroerende zaak? Dan vestigen we een pandrecht.
Artikel 2. Bijstand als geldlening met hypotheek of pand
Als een woningeigenaar bijstand aanvraagt, moet de gemeente nagaan of de bijstand als geldlening moet worden verstrekt (artikel 50 PW). Dat is het geval als aan alle vier de volgende voorwaarden is voldaan:
Op grond van artikel 48 lid 3 PW mag het college bepalen of de lening wordt gedekt door een hypotheek of een pandovereenkomst. Door dit altijd te doen, verkleint de gemeente haar financiële risico's. Daarom geldt als vast uitgangspunt: bij bijstand als geldlening wordt altijd een hypotheekrecht of stil pandrecht gevestigd.
Artikel 3. Meewerken aan hypotheek of pandrecht
Als het college besluit om bijstand te verlenen als geldlening met hypotheek of stil pandrecht, kan het college op grond van artikel 48 lid 3 PW de verplichting opleggen om mee te werken aan het vestigen van dat recht. In de praktijk doet het college dit vrijwel altijd.
Dit is nodig omdat de eigenaar van de woning de hypotheekakte of de pandakte bij de notaris moet ondertekenen (op grond van het BW). Zonder die handtekening kan de gemeente geen hypotheek of pandrecht vestigen. Daarom moet de iemand een bereidverklaring en daarna een verklaring van instemming ondertekenen.
Weigert iemand mee te werken? Dan kan de gemeente de al verleende bijstand terugvorderen op grond van artikel 58 lid 1 onderdeel b PW (lid 2). Let op: weigering bij een aanvraag kan nooit reden zijn om de aanvraag af te wijzen.
Artikel 4. Hoogte van de lening, taxatie, kosten
De hoogte van de krediethypotheek wordt berekend door de woningwaarde te verminderen met de schulden die op de woning rusten en het vrijgelaten vermogen (artikel 34 lid 2 onderdeel d PW).
De waarde van de woning wordt bepaald op basis van de meest recente WOZ-waarde. De belanghebbende mag een recent taxatierapport (niet ouder dan een half jaar) van een erkende, onafhankelijke taxateur gebruiken als tegenbewijs.
"Schulden die op de woning rusten" zijn alleen schulden die zijn aangegaan voor de woning zelf, zoals een hypotheek voor de aankoop of een verbouwing. Consumptieve kredieten waarvoor de woning als zekerheid is gesteld, of opnames van overwaarde die niet zijn gebruikt voor de woning, tellen niet mee.
De kosten van het vestigen van het hypotheek- of pandrecht, en de bijkomende kosten, kunnen voor bijzondere bijstand in aanmerking komen. Die bijstand hoeft niet te worden terugbetaald.
Stijgt de waarde van de woning na de taxatie? Dan heeft dat geen invloed op de al vastgestelde lening. Uit rechtspraak blijkt dat het in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel om een lening achteraf te verhogen. Dat is alleen eventueel mogelijk bij een volledig heronderzoek naar het recht op bijstand, als er nog geen hypotheek kon worden gevestigd.
Artikel 5. Voorwaarden in de hypotheekakte
De lening moet aan een aantal voorwaarden voldoen, ongeacht of er een hypotheek of pandrecht wordt gevestigd. Een voorbeeld van een gebruikelijk beding in de hypotheekakte is de beperking van de bevoegdheid om de woning te verhuren of te verpachten.
Artikel 6. Terugbetalen van de lening
De terugbetalingsperiode is maximaal tien jaar. Door die periode te beperken, is de situatie voor iedereen overzichtelijk. De hoogte van de aflossing wordt vastgesteld conform de "Beleidsregels terug- en invordering PW, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 gemeente Venlo 2026".
De periode van tien jaar begint op het moment dat de bijstand stopt. Het inkomen van de belanghebbende kan reden zijn om een lager maandelijks bedrag vast te stellen, conform de beleidsregels terug- en invordering.
Betaalt iemand niet wat is afgesproken? Dan is het resterende bedrag meteen opeisbaar. De gemeente zal eerst proberen een regeling te treffen. Lukt dat niet doordat de belanghebbende niet wil meewerken, dan zijn in het uiterste geval middelen beschikbaar zoals beslag op inkomen of executoriale verkoop van de woning.
Artikel 7. Restschuld na tien jaar
Als de aflossingen lager waren dan verwacht en dit niet is gecompenseerd door hogere aflossingen in dezelfde periode, dan is tien jaar niet genoeg om de hele lening terug te betalen. Het resterende bedrag wordt verrekend bij verkoop of vererving van de woning.
In de praktijk betekent dit dat de gemeente uitstel geeft voor het resterende deel. De belanghebbende mag zelf kiezen of hij toch wil blijven aflossen. De renteverplichting na tien jaar werkt daarbij als stimulans.
Na tien jaar is het redelijk om rente te vragen. Er is immers al tien jaar de gelegenheid geweest om rentevrij af te lossen en vermogen op te bouwen. De rente is de wettelijke rente (artikel 6:119 BW), verminderd met 3 procent en altijd minimaal 0 procent. Kan de rente niet worden betaald? Dan wordt ze bijgeschreven bij de schuld. Over bijgeschreven rente is geen rente verschuldigd.
Het bijschrijven van rente kent geen grens. De totale schuld kan daardoor oplopen. Er zijn echter tien jaar rentevrij gegeven om dit te voorkomen.
Kan iemand wel rente betalen maar nog niet aflossen? Dan wordt de betaling eerst gezien als aflossing, tot het bedrag van de maandrente. De rente die daardoor niet wordt betaald, wordt bijgeschreven. Zo voorkomt de gemeente dat de renteverplichting het aflossen belemmert. Omdat er wel wordt afgelost, zal de bijgeschreven rente op termijn afnemen. Omdat over bijgeschreven rente geen rente wordt berekend, loopt de totale schuld niet oneindig op.
Als de lening volledig is afgelost, is de rente op dat moment nul. De tot dan bijgeschreven rente wordt op de gebruikelijke manier afgehandeld. Kan die niet worden betaald, dan wordt dit verrekend bij verkoop van de woning. De terugbetalingsperiode van maximaal tien jaar begint na het stoppen van de bijstand, ook als er tijdelijk geen of een lagere aflossing wordt opgelegd wegens een laag inkomen. Na tien jaar bekijkt de gemeente alleen nog of de rente kan worden betaald.
Artikel 8. Verkoop van de woning
Een verkoop hoeft niet meteen te leiden tot financiële afwikkeling. Dat gebeurt doorgaans bij de overdracht van de woning. Zodra de belanghebbende de verkoopopbrengst ontvangt, moet hij de resterende lening in een keer terugbetalen aan de gemeente.
Wordt de woning bewust voor minder dan de marktwaarde verkocht? Dan is er geen reden om de resterende lening kwijt te schelden.
Wordt de woning wel voor een eerlijke marktprijs verkocht? Dan moet de volledige verkoopopbrengst worden gebruikt voor de hypothecaire schulden, inclusief de krediethypotheek. Alleen als dat niet genoeg is, wordt het resterende bedrag kwijtgescholden.
Koopt de belanghebbende na de verkoop een goedkopere woning? Dan mag het afgeloste deel van de lening worden gebruikt voor de financiering van de nieuwe woning. De gemeente weegt dit altijd zorgvuldig af.
Artikel 9. Opnieuw bijstand binnen twee jaar
De gemeente heeft de vrijheid om bij een nieuwe bijstandsaanvraag uit te gaan van de actuele marktwaarde van de woning op dat moment. Toch kiest deze beleidsregel voor aansluiting bij het vroegere Besluit krediethypotheek bijstand: bij een onderbreking van minder dan twee jaar geldt de eerder vastgestelde lening als vertrekpunt. Dit geeft zekerheid voor de belanghebbende en beperkt de administratieve lasten.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-218813.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.