Verkeersbesluit aansluiting bustunnel op kruispunt Stationsweg - Oude Stationsweg te Groningen

Kenmerk: 10529084

 

Jurisprudentie

Gelet op de uitspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2024:1486) moet het toepassen of verwijderen van maatregelen op of aan de weg, die volgens de Wegenverkeerswet (WVW) of het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) niet verkeersbesluitplichtig zijn, maar wel rechtsgevolg hebben, worden gezien als een besluit volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb).  Bevoegdheid

Op grond van artikel 160, eerste lid, sub d, van de Gemeentewet is het college van burgemeester en wethouders bevoegd tot het nemen van besluiten.

Op grond van artikel 18, eerste lid, sub d, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) is het college van burgemeester en wethouders bevoegd tot het nemen van verkeersbesluiten.

 

Grondslag

Op grond van artikel 15, eerste lid, van de WVW moet een verkeersbesluit worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) genoemde verkeerstekens, alsmede voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.

 

Adviezen

Conform artikel 24 BABW hebben wij advies gevraagd aan de Politie Eenheid Noord-Nederland, district Groningen, basisteams Groningen - stad. De politie heeft positief geadviseerd op de hieronder beschreven verkeersmaatregel.

Motivering

In het kader van het project Groningen Spoorzone wordt de tijdelijke verkeerssituatie rondom het station gefaseerd omgezet naar de definitieve inrichting. Aan de noordoostzijde ontstaat een nieuwe verkeersstructuur waarin het fietsverkeer, voetgangers en de ontsluiting van de busbaan van en richting de nieuwe bustunnel op een veilige en logische wijze worden ingericht. Dit verkeersbesluit betreft de zone waar het nieuwe fiets- en bromfietspad en de aansluitende routes richting Stationsweg en het UWV-gebouw samenkomen. Door de gewijzigde infrastructuur is het noodzakelijk de geldende ge- en verboden opnieuw vast te stellen en te voorzien van passende verkeerstekens.

Concreet wordt de nieuwe verkeersstructuur aan de noordoostzijde geregeld middels een verkeersregelingsinstallatie (VRI). Met deze VRI worden de verkeersstromen van busverkeer, fietsers en voetgangers gereguleerd, waarmee conflicten tussen met name het busverkeer en het langzaam verkeer zoveel mogelijk worden beperkt en de verkeersveiligheid wordt vergroot.

Daarnaast wordt de fietsoversteek aan de noordzijde van het kruispunt in westelijke richting (naar links) verschoven, zodat deze logischer en rechtlijniger aansluit op de nieuwe kruispuntconfiguratie en de gewenste rijlijnen van het fietsverkeer. Hiermee wordt de overzichtelijkheid verbeterd en worden onverwachte kruisingsbewegingen beperkt.

Tevens wordt het fiets- en bromfietspad doorgetrokken langs de zuidzijde van de Stationsweg, tussen het voormalig busstation en de nieuwe VRI, zodat fietsverkeer zich aan beide zijden van de weg in twee richtingen kan verplaatsen. Hiermee wordt de bereikbaarheid van de aangrenzende percelen en routes verbeterd en ontstaat een samenhangend en herkenbaar fietsnetwerk rondom het stationsgebied.

De realisatie van de nieuwe bustunnel, die leidt naar het nieuwe busstation, maakt onderdeel uit van deze herinrichting. Door het bundelen en ondergronds afwikkelen van het busverkeer ontstaat bovengronds een rustiger, veiliger en overzichtelijker stationsgebied met ruimte voor een kwalitatief hoogwaardige inrichting en verblijfskwaliteit.

De in dit besluit opgenomen maatregelen strekken tot verwezenlijking van meerdere doelstellingen zoals genoemd in artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994.

Lid 1 sub a: het verzekeren van de veiligheid op de weg De inrichting met een verkeersregelingsinstallatie, het verschuiven van de fietsoversteek en het doorzetten van duidelijke rijlijnen beperken potentiële conflicten tussen busverkeer en langzaam verkeer. Tevens wordt gestuurd op een overzichtelijke en conflictarme verkeersafwikkeling, waarmee de verkeersveiligheid structureel wordt vergroot.

Lid 1 sub c: het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan Door het structureren van verkeersstromen en het scheiden van verkeerssoorten wordt oneigenlijk gebruik van infrastructuur voorkomen. De inrichting sluit aan bij de functie en dimensionering van de betrokken wegen en paden, waarmee verkeersonveilige situaties worden tegengegaan.

Lid 1 sub d: het zo veel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer De nieuwe verkeersstructuur bevordert een ordelijke en voorspelbare doorstroming van het verkeer. Door toepassing van verkeerslichten en duidelijke routegeleiding ontstaat een evenwichtige verdeling van verkeersruimte, waarmee de vrijheid van verkeer in gereguleerde vorm blijft gewaarborgd.

Gelet op artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 is mogelijk lid 1 sub d (het zo veel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer) in het geding. De toepassing van een verkeersregelingsinstallatie en de herinrichting van verkeersstromen kunnen leiden tot wachttijden en een minder directe routekeuze voor bepaalde weggebruikers. Dit vormt een beperking van de onbelemmerde verkeersvrijheid zoals bedoeld in sub d.

Gelet op de hiervoor genoemde motivering achten wij de belangen van verkeersveiligheid, bescherming van kwetsbare weggebruikers en verbetering van de kwaliteit en bruikbaarheid van het stationsgebied zwaarder wegen dan de mogelijke beperking van de verkeersvrijheid. De maatregelen zijn proportioneel en noodzakelijk om de beoogde doelen te bereiken en sluiten aan bij de functie van het gebied als hoogwaardig openbaarvervoerknooppunt.

Voor de totstandkoming van dit project is binnen de planologische procedures ook akoestisch onderzoek uitgevoerd. Op basis daarvan is besloten waar verschillende wegen komen te liggen ten opzichte van de bebouwing. Hiermee wordt voldaan aan de geluidsregels vanuit het Besluit kwaliteit leefomgeving. Omdat dit verkeersbesluit voor de nieuwe wegen niet leidt tot een toename van het geluid door een weg in het beheer van de gemeente met meer dan 1,5 dB zijn de voorwaarden van BABW artikel 21a niet van toepassing.

Besluit

Wij besluiten op grond van bovenvermelde overwegingen tot:

 

  • -

    Het plaatsen van bord D4, voorzien van een onderbord met de tekst “uitgezonderd + het symbool van een lijnbus” aan de westzijde van het kruispunt, in oostelijke richting.

  • -

    Het tweemaal plaatsen van bord B1, zowel aan de westzijde als aan de oostzijde van het kruispunt, zoals weergegeven in de situatieschets.

  • -

    Het plaatsen van bord C1, voorzien van een onderbord met de tekst “uitgezonderd + het symbool van een lijnbus’’.

  • -

    Het tweemaal plaatsen van bord C16 aan beide zijden van de Oude Stationsweg.

  • -

    Het plaatsen van bord D2 aan de oostzijde van het kruispunt zoals aangegeven op de situatieschets.

  • -

    Het plaatsen van bord G11 aan de zuidoostzijde van het kruispunt.

  • -

    Het verplaatsen van bord B6 aan de noordzijde van het kruispunt, circa 10 meter ten westen van de oorspronkelijke locatie.

  • -

    Het verplaatsen van bord G11 aan de noordzijde van het kruispunt, circa 10 meter ten westen van de oorspronkelijke locatie.

  • -

    Het verplaatsen van bord D5 aan de noordzijde van het kruispunt, circa 10 meter ten westen van de oorspronkelijke locatie.

  • -

    Het ​instellen​ van een inhaalverbod op de Oude Stationsweg, door het ​aanbrengen​ van een ​doorgetrokken witte streep​ (zoals bedoeld in artikel 76 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) in de as van de Oude Stationsweg aan de zuidzijde van het kruispunt.

  • -

    Het ​instellen​ van een inhaalverbod op de Stationsweg, door het ​aanbrengen​ van een ​doorgetrokken witte streep​ (zoals bedoeld in artikel 76 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) aan de oostzijde van het kruispunt, in westelijke richting.

  • -

    Het plaatsen van bord B6 aan de oostzijde van de zuidelijke toegang van het kruispunt

  • -

    Het aanbrengen van één busmarkering (“BUS”) op het wegdek aan de zuidzijde.

  • -

    Het aanbrengen van twee busmarkeringen (“BUS”) op het wegdek aan de noordoostzijde.

 

Bovenvermelde bebording conform bijlage 1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Bovenvermelde onderborden conform artikel 8 BABW.

 

Tevens besluit het college tot:

 

  • -

    Het aanbrengen van één pijlmarkering naar rechts op het fietspad aan de noordzijde.

  • -

    Het ​aanbrengen​ van een stopstreep (zoals bedoeld in artikel 79 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) aan de zuidzijde van het kruispunt.

  • -

    Het ​aanbrengen​ van een stopstreep (zoals bedoeld in artikel 79 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) aan de westzijde van het kruispunt.

  • -

    Het ​aanbrengen​ van twee voorsorteerpijlen rechtdoor (zoals bedoeld in artikel 78 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) op het wegdek aan de noordoostzijde.

  • -

    Het ​aanbrengen​ van één voorsorteerpijl naar links (zoals bedoeld in artikel 78 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) op het wegdek aan de noordoostzijde.

  • -

    Het plaatsen en in werking stellen van één verkeersregelinstallatie (VRI) bij het kruispunt Stationsweg – Oude stationsweg.

 

Situatieschets:

 

Als u het niet eens bent met dit besluit, dan kunt u daar schriftelijk bezwaar tegen maken. Hoe dit moet, kunt u lezen op https://gemeente.groningen.nl/bezwaar-maken.

Als u dit wilt, kunt u de informatie van de website ook schriftelijk ontvangen. Belt u dan met de afdeling Juridische Zaken, telefoon (050) 367 74 83.

 

Vermeld in uw bezwaarschrift in elk geval:

- uw naam, adres en bij voorkeur uw telefoonnummer

- de datum waarop u het bezwaar indient

- het besluit waartegen u bezwaar maakt (stuur zo mogelijk een kopie van het besluit mee)

- waarom u het niet eens bent met het besluit

- uw handtekening.

 

Let op: het bezwaarschrift moet u indienen binnen zes weken na de dagtekening van dit besluit. Dat is de datum die u bovenaan dit besluit vindt.

 

Heeft u meer tijd nodig? Dan kunt u een voorlopig bezwaarschrift indienen.

In dit bezwaarschrift geeft u aan dat u het niet eens bent met het besluit. Later legt u uit waarom u het er niet mee eens bent. U krijgt daarvoor extra tijd van de gemeente.

 

Stuur uw bezwaarschrift naar:

Het college van burgemeester en wethouders

Postbus 30026

9700 RM Groningen

 

Met vriendelijke groet,

burgemeester en wethouders van Groningen,

namens hen de directeur Stadsontwikkeling,

namens deze,

 

 

 

teamleider Ruimtelijk Beleid en Ontwerp

Naar boven