Gemeenteblad van West Betuwe
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| West Betuwe | Gemeenteblad 2026, 215765 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| West Betuwe | Gemeenteblad 2026, 215765 | beleidsregel |
Beleidsregels briefadres gemeente West Betuwe
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe,
gelet op de artikelen 1.1, 2.23, 2.38 tot en met 2.42, 2.45, 2.47, 2.52 en 4.17 van de Wet basisregistratie personen (Wet brp), artikel 29 van het Besluit basisregistratie personen (Besluit brp), de artikelen 17, 18 en 19 van de Regeling basisregistratie personen (Regeling brp), de artikelen 4:5 en 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, de circulaire BRP en briefadres; https://www.rvig.nl/circulaire-brp-briefadres.
overwegende dat het gewenst is om beleidsregels van te stellen met betrekking tot de registratie van briefadressen in de Basisregistratie Personen (BRP), om deze op een rechtmatige manier toe te kennen en te voorkomen dat personen niet zijn geregistreerd als ingezetenen in de BRP;
Artikel 9 Beëindigen briefadres
De briefadresgever is verplicht om direct schriftelijk melding bij het college te doen als de briefadreshouder niet meer bereikbaar is of als de briefadreshouder zijn verplichtingen niet meer nakomt. Het college stelt naar aanleiding van de melding van briefadresgever een adresonderzoek in volgens de Circulaire Adresonderzoek.
Als vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van het bepaalde in deze beleidsregels zou leiden tot een onbillijkheid kan worden afgeweken van deze beleidsregels. Van onbillijkheid kan sprake zijn als het strikt vasthouden aan de beleidsregels als onredelijk kan worden aangemerkt of als er onevenredige schade zou ontstaan.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 28 april 2026
de gemeentesecretaris,
P. Bosman
de burgemeester,
S. Stoop
Toelichting op de beleidsregels briefadres
Deze beleidsregels gaan over het beleid van de gemeente West Betuwe over briefadressen in de BRP. De gemeente heeft niet veel beleidsruimte. De regels zijn grotendeels opgenomen in de Wet brp. Het doel van deze beleidsregels is om registratie op een briefadres mogelijk te maken voor kwetsbare burgers. Daarnaast geven deze beleidsregels handvatten om het misbruik van het registreren op een briefadres tegen te gaan.
Iedere burger moet zich laten inschrijven op een woonadres in de BRP. Via de BRP kan de overheid in contact komen met haar burgers. Als er geen sprake is van een woonadres dan kan de burger zich inschrijven op een briefadres.
Een briefadres is het adres van een andere persoon of van een instelling (de zogenoemde briefadresgever). Met het adres van de briefadresgever is de burger zonder woonadres toch bereikbaar voor de overheid. De briefadresgever zorgt ervoor dat de post overhandigd wordt aan de briefadresnemer. Een briefadres is daarom nooit een postbus. Lukt het de burger niet om een briefadresgever te vinden? Dan is de gemeente sinds 1 januari 2022 verplicht om als briefadresgever op te treden. Het adres van het gemeentehuis wordt dan geregistreerd als briefadres.
Er is één belangrijke uitzondering op dit uitgangspunt. Om privacy en praktische redenen kan een burger die in een zorginstelling of gevangenis verblijft ook een briefadres kiezen.
In deze beleidsregels hebben wij de ervaring verwerkt die wij in de praktijk met de nieuwe wetgeving hebben opgedaan. Ook leggen we vast wanneer de gemeente maatwerk kan leveren bij het verstrekken van briefadressen.
In dit artikel staan de redenen voor een briefadres.
Het college kan een briefadres toekennen als een woonadres ontbreekt genoemd in de artikelen 2.23, 2.40 en art. 17 t/m 19 van de Regeling brp en art. 1.1 van de Wet brp. Hiervan is sprake bij:
Van dakloosheid is sprake bij verblijf op straat of in de nachtopvang. Hiervan kan ook sprake zijn bij een recente ontruiming van een woning.
Voor de beoordeling van briefadressen spreken we van thuisloosheid als een persoon op verschillende adressen verblijft en waarbij de maximale duur van het verblijf op één adres nooit langer is dan twee maanden van een half jaar.
Wie door de uitoefening van een reizend beroep steeds op andere adressen verblijft kan een briefadres kiezen. Ten denken valt aan beroepen als circusartiest of kermisexploitant.
Kort verblijf in het buitenland
De wet schrijft voor wanneer iemand moet worden uitgeschreven uit de BRP. Dat is het geval als iemand langer dan acht maanden per jaar in het buitenland is. Gaat iemand korter dan acht maanden naar het buitenland? Dan is inschrijven op een briefadres mogelijk. Deze situatie doet zich vaak voor bij internationale stages en bij (tijdelijk) verhuur van de woning door kort verblijf in het buitenland.
Overigens is het belangrijk om te vermelden dat de periode van acht maanden niet aaneengesloten hoef te zijn. Iemand die bijvoorbeeld in een jaar twee keer voor langere tijd vertrekt, moet zich inschrijven als dat in totaal langer dan acht maanden is. Dan is een briefadres dus niet mogelijk.
Beroepshalve varen op een schip dat in Nederland thuishaven heeft.
Als de aanvrager beroepshalve vaart op een schip dat in Nederland thuishaven heeft, kan hij een briefadres kiezen. Vaart de aanvrager op internationale wateren? Dan mag het verblijf in het buitenland naar redelijke verwachting niet langer dan twee jaar duren. Dit is ook vastgelegd in art. 29 van het Besluit brp.
In aansluiting op het Besluit brp is in deze beleidsregel uitdrukkelijk opgenomen dat de aanvrager ‘beroepshalve’ vaart. Er is dus geen uitzondering voor de pleziervaart. Als iemand niet-beroepshalve verblijft op een schip, is er in veel gevallen een vaste ligplaats die als woonadres kan worden aangewezen. Vaart iemand niet-beroepshalve voor een korte tijd in het buitenland? Dan is een briefadres mogelijk vanwege kort verblijf in het buitenland.
Woonachtig in een voertuig of vaartuig zonder vaste stand- of ligplaats
In art. 1 van de Wet brp zijn de begripsbepalingen opgenomen. Het woonadres is:
het adres waar betrokkene woont, waaronder begrepen het adres van een woning die zich in een voertuig of vaartuig bevindt, als het voertuig of vaartuig een vaste stand- of ligplaats heeft, of, indien betrokkene op meer dan één adres woont, het adres waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten;
Hieruit blijkt dat als er geen sprake is van een vaste stand of ligplaats de betrokkene kan kiezen voor een briefadres.
Verblijft de aanvrager in een aangewezen instelling? Dan kan er gekozen worden voor een briefadres. Het gaat hierbij om instellingen voor gezondheidszorg, instellingen op het gebied van kinderbescherming en penitentiaire instellingen. In art. 17 t/m 19 van de Regeling brp is verder uitgewerkt om welke instellingen het precies gaat.
Boven op dit landelijk beleid geldt in onze gemeente dat de aanvrager ook een briefadres kan kiezen bij een verblijf in:
Verblijf in een maatschappelijke opvang
Personen die gebruikmaken van een aangewezen locatie voor maatschappelijke opvang kunnen een briefadres krijgen bij één van de opvanginstellingen. Brieven en poststukken komen dan bij de hulpverleners terecht.
Verblijf in een blijf-van-mijn-lijfhuis of vergelijkbare opvanglocaties
In de circulaire BRP en briefadres is geregeld dat personen die verblijven in een opvanghuis met een briefadres ingeschreven kunnen worden op het kantooradres van de instelling. Zo wordt ervoor gezorgd dat het adres van de instelling waar de persoon verblijft geheim blijft.
Als de burgemeester van mening is dat het niet wenselijk is om een burger op zijn of haar woonadres in te schrijven dan kan betrokkene kiezen voor een briefadres. Dit verzoek zal veelal bij het Team publiek terecht komen via de interne kanalen van de gemeente. Is dit niet het geval? Dan vraagt Team publiek de schriftelijke verklaring van de burgemeester op bij Team veiligheid.
Dit artikel biedt extra mogelijkheden voor het toepassen van de menselijke maat. Onder de ‘menselijke maat’ wordt verstaan: recht doen aan de belangen van burgers bij de totstandkoming en uitvoering van beleid.
Is er sprake van één of meer sociaal-maatschappelijke problemen. Dan werk het Team publiek samen met Team sociaal en/of Team zorg en veiligheid. Bij sociaal-maatschappelijke problematiek kan gedacht worden aan psychische problematiek gecombineerd met problemen zoals verslaving, schulden, dakloosheid en werkloosheid. In samenwerking met het Team sociaal wordt naar oplossingen voor inwoners gezocht die niet op grond van bestaande regels ingeschreven kunnen worden op een (brief)adres en daardoor in een schrijnende (financieel en maatschappelijk) situatie verkeren.
Als een burger bij het Team publiek een briefadres aanvraagt en er zijn één of meer (sociaal)-maatschappelijke problemen, dan worden de persoonsgegevens gedeeld met het Multi Disciplinair Overleg (MDO). In het MDO zitten verschillende partijen zoals medewerkers van het Team publiek, Team sociaal, Team zorg en veiligheid, Werkzaak Rivierenland en Veilig Thuis.
Een bespreking in het MDO is niet nodig als de burger al begeleiding krijgt via een hulpverleningstraject.
Het is ook mogelijk dat een collega van het Team sociaal constateert dat de burger recht heeft op een briefadres. Deze medewerker zorgt er dan voor dat de burger alle documenten genoemd in art. 2 inlevert. Vervolgens wordt de aanvraag doorgestuurd naar het Team publiek. De medewerkers van het Team publiek beslissen namens het college over het toekennen van een briefadres. De burger wordt schriftelijk op de hoogte gesteld van deze beslissing.
Een briefadres kan gekozen worden in elke gemeente in Nederland. De burger is dus niet verplicht om een briefadres aan te vragen bij de laatste woongemeente.
Voor een gedetineerde of een persoon die in een psychiatrische inrichting verblijft, is het advies om bij voorkeur een briefadres te kiezen in de laatste woongemeente. Dit is van belang voor de verworven rechten die de briefadreshouder eerder heeft opgebouwd, bijvoorbeeld voor het toekennen van woonruimte.
Het college van burgemeester en wethouders mag een burger niet doorverwijzen naar een andere gemeente. Wel kan de gemeente (in overleg met een andere gemeente) de persoon adviseren om het briefadres bij de andere gemeente te kiezen.
Soms zijn er aanvullende inlichtingen nodig om een aanvraag te beoordelen. Het kan hierbij gaan om het beantwoorden van vragen of het overleggen van documenten, zoals reserveringsbewijzen of een huurovereenkomst.
Ook kan het nodig zijn dat de aanvrager in persoon verschijnt. In dat geval wordt er een afspraak gemaakt met de aanvrager op het gemeentehuis. Op grond van art. 2.45 van de Wet brp is de aanvrager verplicht om aan een degelijk verzoek te voldoen.
Een aanvraag is niet compleet als één van de genoemde documenten uit art. 2 lid 3 ontbreekt.
De aanvrager krijgt 14 dagen de tijd om de aanvraag compleet te maken. De termijn kan eenmalig verlengd worden. Wordt de aanvraag niet aangevuld? Dan wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. Dit betekent dat de aanvraag inhoudelijk niet wordt beoordeeld. Tegen het buiten behandeling stellen van de aanvraag staat bezwaar open.
Hier wordt uiteraard niet lichtvaardig mee omgegaan. Alleen als een essentieel onderdeel ontbreekt en de informatie niet op een andere manier is te verkrijgen, wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld. Denk bijvoorbeeld aan een aanvraag van een briefadres door een persoon die zich komt vestigen of inschrijven vanuit het buitenland. De aanvrager moet dan in persoon verschijnen om zijn identiteit vast te stellen en om na te gaan of hij daadwerkelijk in Nederland verblijft. Als hij niet in persoon verschijnt, dan wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld.
Als de aanvrager geen woonadres heeft dan kiest de aanvrager een briefadres bij een vriend of familielid. Heeft de burger geen briefadresgever? Dan is de gemeente verplicht om de burger de mogelijkheid te geven om zich in te schrijven op het briefadres van de gemeente. Het briefadres van de gemeente is: Kuiperserf 2, 4191 KH Geldermalsen.
Personen die kiezen voor inschrijving op het briefadres van de gemeente hebben toestemming nodig van de gemeente. De gemeente zorgt ervoor dat de post afgegeven worden aan de briefadreshouder.
Als een persoon geen aangifte van adreswijziging doet, maar wel ingeschreven moet worden op een briefadres dan wordt de persoon ambtshalve ingeschreven op het briefadres van de gemeente mits de identiteit kan worden vastgesteld. Deze verplichting, die in de Wet brp is opgenomen, zorgt ervoor dat personen in een kwetsbare situatie gebruik kunnen maken van zorg en andere voorzieningen.
De verplichting om op een briefadres in te schrijven, geldt alleen als een woonadres ontbreekt. Dit is ook in de rechtspraak bevestigd. De verblijfplaats van de burger moet bekend zijn, vóórdat wij kunnen overgaan tot (ambtshalve) inschrijving op een briefadres.
Er is een maximum aan het aantal personen/gezinnen dat op één adres met een briefadres mag worden ingeschreven. Dit om misbruik en adresfraude tegen te gaan. Het maximum geldt uitsluitend voor inschrijving op het adres van een inwoner. Aan het aantal briefadressen op het adres van een rechtspersoon, zoals een instelling of bij de gemeente is geen maximum verbonden.
In dit artikel staan de afwijzingsgronden voor het aanvragen van een briefadres.
Om te voorkomen dat een ingeschrevene ten onrechte ingeschreven blijft staan met een briefadres terwijl deze een woonadres heeft, vindt regelmatig een herbeoordeling van de geregistreerde briefadressen plaats. De termijn voor de herbeoordeling is zes maanden. Hierop zijn uitzonderingen.
De administratie van de briefadressen wordt volledig bijhouden in de BRP-applicatie. Aan de hand hiervan worden controles uitgevoerd. De controles vinden plaats op vooraf vastgestelde signaaldatums. Op die datum neemt de gemeente schriftelijk contact op met de briefadreshouder.
De briefadreshouder moet dan opnieuw een vragenlijst invullen. Op basis daarvan wordt vastgesteld of de burger nog recht heeft op het briefadres.
Uitzonderingen herbeoordeling briefadres:
Vervolgacties na resultaten van het onderzoek.
Van de briefadreshouder wordt verwacht dat hij zelf een nieuw verzoek indient of contact opneemt met de gemeente als de woonsituatie is veranderd. Dit artikel benadrukt de wettelijke verantwoordelijkheid van de briefadreshouder. Als een reactie op de herbeoordeling uitblijft of onvoldoende informatie wordt verstrekt, stelt het college een adresonderzoek in. Dit betekent dat de gemeente onderzoek doet naar de werkelijke woonsituatie van de burger, die op een briefadres staat ingeschreven in de BRP.
Onder de volgende voorwaarden kan een burger uitgeschreven worden:
Het voornemen en het besluit worden bekend gemaakt aan de burger. Daarnaast wordt het besluit ook altijd gepubliceerd op www.overheid.nl (officiële bekendmakingen).
Het is belangrijk dat goede afspraken worden gemaakt, zodat zowel de briefadresgever als de briefadreshouder de op hun rustende verplichtingen nakomen. Daarbij valt te denken dat in ieder de aan de briefadreshouder gerichte post hem ook daadwerkelijk bereikt.
Is er sprake van een gemeentelijk briefadres? Dan gelden er afspraken voor het gebruik maken van het briefadres op het gemeentehuis. Een voorwaarde is dat de burger zich één keer per week persoonlijk moet melden om de post af te halen.
Volgens artikel 4:84 Awb wordt gehandeld overeenkomstig deze beleidsregels, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen. In uitzonderingsgevallen kan het gerechtvaardigd zijn om af te wijzen van deze Beleidsregels.
Deze beleidsregels zijn niet bedoeld om inschrijving te weigeren. Iedere persoon die rechtmatig in Nederland verblijft, moet in beginsel worden ingeschreven in de BRP als ingezetene. Als de gemeente de inschrijving weigert, doet zij dat slechts op basis van de Wet brp.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-215765.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.