Beleidsregels briefadres gemeente West Betuwe

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe,

 

gelet op de artikelen 1.1, 2.23, 2.38 tot en met 2.42, 2.45, 2.47, 2.52 en 4.17 van de Wet basisregistratie personen (Wet brp), artikel 29 van het Besluit basisregistratie personen (Besluit brp), de artikelen 17, 18 en 19 van de Regeling basisregistratie personen (Regeling brp), de artikelen 4:5 en 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, de circulaire BRP en briefadres; https://www.rvig.nl/circulaire-brp-briefadres.

 

overwegende dat het gewenst is om beleidsregels van te stellen met betrekking tot de registratie van briefadressen in de Basisregistratie Personen (BRP), om deze op een rechtmatige manier toe te kennen en te voorkomen dat personen niet zijn geregistreerd als ingezetenen in de BRP;

 

besluit vast te stellen:

 

Beleidsregels briefadres gemeente West Betuwe

Artikel 1 Redenen briefadres

Een briefadres kan worden verstrekt om deze redenen:

  • 1.

    Het ontbreken van een woonadres.

  • 2.

    Verblijf in een instelling:

    • a.

      blijf-van-mijn-lijfhuis of vergelijkbare opvanglocatie;

    • b.

      een aangewezen instelling voor gezondheidszorg;

    • c.

      een aangewezen instelling op het gebied van de kinderbescherming;

    • d.

      een aangewezen penitentiaire instelling;

    • e.

      een aangewezen instelling waarin opvang en beschermd wonen wordt verstrekt als bedoeld in art. 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

  • 3.

    Verblijf op een adres waarvan het opnemen van dat woonadres naar het oordeel van de burgemeester om veiligheidsredenen niet wenselijk is.

  • 4.

    Het voorkomen van schrijnende situaties, waarbij inzet of voortzetting van hulpverlening noodzakelijk is onder voorwaarde dat:

    • a.

      er sprake is van één of meer sociaal-maatschappelijke problemen;

    • b.

      de maatwerkoplossing erop gericht is om de burger de kans te geven om weer grip op zijn leven te krijgen en;

    • c.

      de burger instemt met of al meewerkt aan het hulpverleningstraject.

Artikel 2 Voorwaarden briefadres

  • 1.

    De aangifte van een briefadres wordt aangevraagd in de gemeente waar de briefadresgever woonachtig is. Als een burger geen briefadres(gever) heeft, moet de gemeente waar hij zich meldt voor het briefadres zorgen.

  • 2.

    Het college behandelt de aanvraag binnen acht weken nadat de aanvraag compleet is.

  • 3.

    De aanvrager is in ieder geval verplicht om de volgende documenten te overleggen.

    • a.

      een volledig ingevuld formulier ‘Aanvraag briefadres’;

    • b.

      een volledig ingevuld formulier ‘Toestemming voor een briefadres’;

    • c.

      een geldig identiteitsbewijs van de aanvrager;

    • d.

      een geldig identiteitsbewijs van de briefadresgever.

    • e.

      een verklaring van de burgemeester als er sprake is van art. 1 lid 3.

Artikel 3 Aanvullende inlichtingen en verschijnen in persoon

  • 1.

    Het college kan de aanvrager verzoeken om inlichtingen te geven of aanvullende documenten te overleggen.

  • 2.

    Het college kan de aanvrager verzoeken om in persoon te verschijnen.

Artikel 4 Procedure als de aanvraag niet compleet is

  • 1.

    Een aanvraag is niet compleet als:

    • a.

      de benodigde stukken aangegeven in art. 2 lid 3 niet of niet volledig zijn ingeleverd;

    • b.

      de aanvrager niet voldoet aan een verzoek om in persoon te verschijnen of om inlichtingen te verstrekken;

  • 2.

    Als de aanvraag niet compleet is, moet de aanvrager deze binnen veertien dagen aanvullen. Deze termijn kan eenmalig met veertien dagen worden verlengd als de aanvrager binnen zeven dagen verzoekt om verlenging.

  • 3.

    Als de aanvraag niet wordt aangevuld, besluit het college om een aanvraag buiten behandeling te stellen als bedoeld in art. 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 5 Briefadres op adres van de gemeente

  • 1.

    Wanneer er geen briefadresgever is, kan het college op verzoek een briefadres toekennen op het adres van de gemeente. Het college treedt dan zelf op als briefadresgever.

  • 2.

    Kiest een burger in zijn aangifte voor een briefadres het adres van de gemeente dan zal het college uitsluitend toestemming verlenen wanneer zich een situatie voordoet als genoemd in art. 1 van deze Beleidsregels.

  • 3.

    Het college kan op grond van de Wet brp ook ambtshalve een briefadres van een persoon opnemen. Dat doet het college als het woonadres ontbreekt en die persoon zelf geen aangifte van een briefadres doet. In dat geval neemt het college het adres van de gemeente op als briefadres.

Artikel 6 Maximum aantal briefadressen op één adres

  • 1.

    Op één adres kunnen maximaal twee gezinnen of alleenstaande personen een briefadres houden.

  • 2.

    Het maximum geldt niet als de briefadresgever een rechtspersoon is, die door het college is aangewezen om als briefadresgever op te treden.

  • 3.

    Het maximum geldt niet voor briefadressen op het adres van de gemeente.

Artikel 7 Afwijzing aangifte briefadres

Het college wijst de aangifte af als:

  • a.

    er is sprake van een woonadres.

  • b.

    er is sprake van een andere reden voor het aanvragen van een briefadres zoals vermeld in art. 1 lid 2 t/m 4.

  • c.

    de aangifte incompleet is.

  • d.

    het maximumaantal briefadressen op één adres wordt overschreden.

  • e.

    er een onderzoek loopt naar de verblijfplaats van de briefadresgever.

  • f.

    de briefadreshouder niet voldoet aan zijn inlichtingenplicht of verschijningsplicht.

  • g.

    er is aantoonbaar sprake van fraude.

Artikel 8 Monitoring briefadres

  • 1.

    Na toekenning van een briefadres controleert het college na zes maanden opnieuw of de burger nog in een aanmerking komt voor het geregistreerde briefadres in de BRP.

  • 2.

    De beoordeling vindt plaats met behulp van de BRP-applicatie van deze gemeente.

  • 3.

    De beoordeling wordt gedaan met inachtneming van deze beleidsregels. Aan de burger kan gevraagd worden om opnieuw inlichtingen te verstrekken. Zo nodig stelt het college een adresonderzoek in volgens de Circulaire Adresonderzoek.

Artikel 9 Beëindigen briefadres

  • 1.

    De ingezetene die een briefadres heeft is verplicht om binnen de wettelijke termijn van de Wet brp het briefadres te beëindigen als de reden voor het briefadres is vervallen. De briefadreshouder beëindigt het briefadres door aangifte te doen van adreswijziging of vertrek naar het buitenland.

  • 2.

    De briefadresgever is verplicht om direct schriftelijk melding bij het college te doen als de briefadreshouder niet meer bereikbaar is of als de briefadreshouder zijn verplichtingen niet meer nakomt. Het college stelt naar aanleiding van de melding van briefadresgever een adresonderzoek in volgens de Circulaire Adresonderzoek.

Artikel 10 Hardheidsclausule

Als vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van het bepaalde in deze beleidsregels zou leiden tot een onbillijkheid kan worden afgeweken van deze beleidsregels. Van onbillijkheid kan sprake zijn als het strikt vasthouden aan de beleidsregels als onredelijk kan worden aangemerkt of als er onevenredige schade zou ontstaan.

Artikel 11 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na de dagtekening van het gemeenteblad waarin zij wordt gepubliceerd.

  • 2.

    De regeling briefadres gemeente West Betuwe van 30 juni 2020 wordt bij de inwerkingtreding van deze beleidsregels ingetrokken.

Artikel 12 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels briefadres gemeente West Betuwe.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 28 april 2026

de gemeentesecretaris,

P. Bosman

de burgemeester,

S. Stoop

Toelichting op de beleidsregels briefadres

Inleiding

Deze beleidsregels gaan over het beleid van de gemeente West Betuwe over briefadressen in de BRP. De gemeente heeft niet veel beleidsruimte. De regels zijn grotendeels opgenomen in de Wet brp. Het doel van deze beleidsregels is om registratie op een briefadres mogelijk te maken voor kwetsbare burgers. Daarnaast geven deze beleidsregels handvatten om het misbruik van het registreren op een briefadres tegen te gaan.

 

Iedere burger moet zich laten inschrijven op een woonadres in de BRP. Via de BRP kan de overheid in contact komen met haar burgers. Als er geen sprake is van een woonadres dan kan de burger zich inschrijven op een briefadres.

 

Een briefadres is het adres van een andere persoon of van een instelling (de zogenoemde briefadresgever). Met het adres van de briefadresgever is de burger zonder woonadres toch bereikbaar voor de overheid. De briefadresgever zorgt ervoor dat de post overhandigd wordt aan de briefadresnemer. Een briefadres is daarom nooit een postbus. Lukt het de burger niet om een briefadresgever te vinden? Dan is de gemeente sinds 1 januari 2022 verplicht om als briefadresgever op te treden. Het adres van het gemeentehuis wordt dan geregistreerd als briefadres.

 

Er is één belangrijke uitzondering op dit uitgangspunt. Om privacy en praktische redenen kan een burger die in een zorginstelling of gevangenis verblijft ook een briefadres kiezen.

 

In deze beleidsregels hebben wij de ervaring verwerkt die wij in de praktijk met de nieuwe wetgeving hebben opgedaan. Ook leggen we vast wanneer de gemeente maatwerk kan leveren bij het verstrekken van briefadressen.

 

Toelichting art. 1 lid 1

In dit artikel staan de redenen voor een briefadres.

 

Het college kan een briefadres toekennen als een woonadres ontbreekt genoemd in de artikelen 2.23, 2.40 en art. 17 t/m 19 van de Regeling brp en art. 1.1 van de Wet brp. Hiervan is sprake bij:

  • a.

    dak- of thuisloosheid;

  • b.

    de uitoefening van een ambulant beroep;

  • c.

    kort verblijf in het buitenland voor minder dan acht maanden gedurende een jaar;

  • d.

    korter dan twee jaar verblijf in het buitenland én beroepshalve varend op een schip dat de thuishaven in Nederland heeft.

  • e.

    het adres waar betrokkene woont een voertuig of vaartuig is zonder vaste standplaats of ligplaats.

Dakloosheid

Van dakloosheid is sprake bij verblijf op straat of in de nachtopvang. Hiervan kan ook sprake zijn bij een recente ontruiming van een woning.

 

Voor de beoordeling van briefadressen spreken we van thuisloosheid als een persoon op verschillende adressen verblijft en waarbij de maximale duur van het verblijf op één adres nooit langer is dan twee maanden van een half jaar.

 

Ambulant beroep

Wie door de uitoefening van een reizend beroep steeds op andere adressen verblijft kan een briefadres kiezen. Ten denken valt aan beroepen als circusartiest of kermisexploitant.

 

Kort verblijf in het buitenland

De wet schrijft voor wanneer iemand moet worden uitgeschreven uit de BRP. Dat is het geval als iemand langer dan acht maanden per jaar in het buitenland is. Gaat iemand korter dan acht maanden naar het buitenland? Dan is inschrijven op een briefadres mogelijk. Deze situatie doet zich vaak voor bij internationale stages en bij (tijdelijk) verhuur van de woning door kort verblijf in het buitenland.

 

Overigens is het belangrijk om te vermelden dat de periode van acht maanden niet aaneengesloten hoef te zijn. Iemand die bijvoorbeeld in een jaar twee keer voor langere tijd vertrekt, moet zich inschrijven als dat in totaal langer dan acht maanden is. Dan is een briefadres dus niet mogelijk.

 

Beroepshalve varen op een schip dat in Nederland thuishaven heeft.

Als de aanvrager beroepshalve vaart op een schip dat in Nederland thuishaven heeft, kan hij een briefadres kiezen. Vaart de aanvrager op internationale wateren? Dan mag het verblijf in het buitenland naar redelijke verwachting niet langer dan twee jaar duren. Dit is ook vastgelegd in art. 29 van het Besluit brp.

 

In aansluiting op het Besluit brp is in deze beleidsregel uitdrukkelijk opgenomen dat de aanvrager ‘beroepshalve’ vaart. Er is dus geen uitzondering voor de pleziervaart. Als iemand niet-beroepshalve verblijft op een schip, is er in veel gevallen een vaste ligplaats die als woonadres kan worden aangewezen. Vaart iemand niet-beroepshalve voor een korte tijd in het buitenland? Dan is een briefadres mogelijk vanwege kort verblijf in het buitenland.

 

Woonachtig in een voertuig of vaartuig zonder vaste stand- of ligplaats

In art. 1 van de Wet brp zijn de begripsbepalingen opgenomen. Het woonadres is:

  • 1°.

    het adres waar betrokkene woont, waaronder begrepen het adres van een woning die zich in een voertuig of vaartuig bevindt, als het voertuig of vaartuig een vaste stand- of ligplaats heeft, of, indien betrokkene op meer dan één adres woont, het adres waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten;

  • 2°.

    het adres waar, bij het ontbreken van een adres als bedoeld onder 1, betrokkene naar redelijke verwachting gedurende drie maanden ten minste twee derde van de tijd zal overnachten.

Hieruit blijkt dat als er geen sprake is van een vaste stand of ligplaats de betrokkene kan kiezen voor een briefadres.

 

Toelichting art. 1 lid 2

Verblijft de aanvrager in een aangewezen instelling? Dan kan er gekozen worden voor een briefadres. Het gaat hierbij om instellingen voor gezondheidszorg, instellingen op het gebied van kinderbescherming en penitentiaire instellingen. In art. 17 t/m 19 van de Regeling brp is verder uitgewerkt om welke instellingen het precies gaat.

 

Boven op dit landelijk beleid geldt in onze gemeente dat de aanvrager ook een briefadres kan kiezen bij een verblijf in:

  • een aangewezen instelling waarin beschermd wonen of opvang wordt verstrekt (maatschappelijke opvang);

  • een blijf-van-mijn-lijfhuis of vergelijkbare opvanglocaties.

Verblijf in een maatschappelijke opvang

Personen die gebruikmaken van een aangewezen locatie voor maatschappelijke opvang kunnen een briefadres krijgen bij één van de opvanginstellingen. Brieven en poststukken komen dan bij de hulpverleners terecht.

 

Verblijf in een blijf-van-mijn-lijfhuis of vergelijkbare opvanglocaties

In de circulaire BRP en briefadres is geregeld dat personen die verblijven in een opvanghuis met een briefadres ingeschreven kunnen worden op het kantooradres van de instelling. Zo wordt ervoor gezorgd dat het adres van de instelling waar de persoon verblijft geheim blijft.

 

Toelichting art. 1 lid 3

Als de burgemeester van mening is dat het niet wenselijk is om een burger op zijn of haar woonadres in te schrijven dan kan betrokkene kiezen voor een briefadres. Dit verzoek zal veelal bij het Team publiek terecht komen via de interne kanalen van de gemeente. Is dit niet het geval? Dan vraagt Team publiek de schriftelijke verklaring van de burgemeester op bij Team veiligheid.

 

Toelichting art. 1 lid 4

Dit artikel biedt extra mogelijkheden voor het toepassen van de menselijke maat. Onder de ‘menselijke maat’ wordt verstaan: recht doen aan de belangen van burgers bij de totstandkoming en uitvoering van beleid.

 

Is er sprake van één of meer sociaal-maatschappelijke problemen. Dan werk het Team publiek samen met Team sociaal en/of Team zorg en veiligheid. Bij sociaal-maatschappelijke problematiek kan gedacht worden aan psychische problematiek gecombineerd met problemen zoals verslaving, schulden, dakloosheid en werkloosheid. In samenwerking met het Team sociaal wordt naar oplossingen voor inwoners gezocht die niet op grond van bestaande regels ingeschreven kunnen worden op een (brief)adres en daardoor in een schrijnende (financieel en maatschappelijk) situatie verkeren.

 

Als een burger bij het Team publiek een briefadres aanvraagt en er zijn één of meer (sociaal)-maatschappelijke problemen, dan worden de persoonsgegevens gedeeld met het Multi Disciplinair Overleg (MDO). In het MDO zitten verschillende partijen zoals medewerkers van het Team publiek, Team sociaal, Team zorg en veiligheid, Werkzaak Rivierenland en Veilig Thuis.

 

Een bespreking in het MDO is niet nodig als de burger al begeleiding krijgt via een hulpverleningstraject.

 

Het is ook mogelijk dat een collega van het Team sociaal constateert dat de burger recht heeft op een briefadres. Deze medewerker zorgt er dan voor dat de burger alle documenten genoemd in art. 2 inlevert. Vervolgens wordt de aanvraag doorgestuurd naar het Team publiek. De medewerkers van het Team publiek beslissen namens het college over het toekennen van een briefadres. De burger wordt schriftelijk op de hoogte gesteld van deze beslissing.

 

Toelichting art. 2, lid 1

Een briefadres kan gekozen worden in elke gemeente in Nederland. De burger is dus niet verplicht om een briefadres aan te vragen bij de laatste woongemeente.

 

Voor een gedetineerde of een persoon die in een psychiatrische inrichting verblijft, is het advies om bij voorkeur een briefadres te kiezen in de laatste woongemeente. Dit is van belang voor de verworven rechten die de briefadreshouder eerder heeft opgebouwd, bijvoorbeeld voor het toekennen van woonruimte.

 

Het college van burgemeester en wethouders mag een burger niet doorverwijzen naar een andere gemeente. Wel kan de gemeente (in overleg met een andere gemeente) de persoon adviseren om het briefadres bij de andere gemeente te kiezen.

 

Toelichting art. 3

Soms zijn er aanvullende inlichtingen nodig om een aanvraag te beoordelen. Het kan hierbij gaan om het beantwoorden van vragen of het overleggen van documenten, zoals reserveringsbewijzen of een huurovereenkomst.

 

Ook kan het nodig zijn dat de aanvrager in persoon verschijnt. In dat geval wordt er een afspraak gemaakt met de aanvrager op het gemeentehuis. Op grond van art. 2.45 van de Wet brp is de aanvrager verplicht om aan een degelijk verzoek te voldoen.

 

Toelichting art. 4

Een aanvraag is niet compleet als één van de genoemde documenten uit art. 2 lid 3 ontbreekt.

 

De aanvrager krijgt 14 dagen de tijd om de aanvraag compleet te maken. De termijn kan eenmalig verlengd worden. Wordt de aanvraag niet aangevuld? Dan wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. Dit betekent dat de aanvraag inhoudelijk niet wordt beoordeeld. Tegen het buiten behandeling stellen van de aanvraag staat bezwaar open.

 

Hier wordt uiteraard niet lichtvaardig mee omgegaan. Alleen als een essentieel onderdeel ontbreekt en de informatie niet op een andere manier is te verkrijgen, wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld. Denk bijvoorbeeld aan een aanvraag van een briefadres door een persoon die zich komt vestigen of inschrijven vanuit het buitenland. De aanvrager moet dan in persoon verschijnen om zijn identiteit vast te stellen en om na te gaan of hij daadwerkelijk in Nederland verblijft. Als hij niet in persoon verschijnt, dan wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld.

 

Toelichting art. 5

Als de aanvrager geen woonadres heeft dan kiest de aanvrager een briefadres bij een vriend of familielid. Heeft de burger geen briefadresgever? Dan is de gemeente verplicht om de burger de mogelijkheid te geven om zich in te schrijven op het briefadres van de gemeente. Het briefadres van de gemeente is: Kuiperserf 2, 4191 KH Geldermalsen.

 

Personen die kiezen voor inschrijving op het briefadres van de gemeente hebben toestemming nodig van de gemeente. De gemeente zorgt ervoor dat de post afgegeven worden aan de briefadreshouder.

 

Ambtshalve inschrijving

Als een persoon geen aangifte van adreswijziging doet, maar wel ingeschreven moet worden op een briefadres dan wordt de persoon ambtshalve ingeschreven op het briefadres van de gemeente mits de identiteit kan worden vastgesteld. Deze verplichting, die in de Wet brp is opgenomen, zorgt ervoor dat personen in een kwetsbare situatie gebruik kunnen maken van zorg en andere voorzieningen.

 

De verplichting om op een briefadres in te schrijven, geldt alleen als een woonadres ontbreekt. Dit is ook in de rechtspraak bevestigd. De verblijfplaats van de burger moet bekend zijn, vóórdat wij kunnen overgaan tot (ambtshalve) inschrijving op een briefadres.

 

Toelichting art. 6

Er is een maximum aan het aantal personen/gezinnen dat op één adres met een briefadres mag worden ingeschreven. Dit om misbruik en adresfraude tegen te gaan. Het maximum geldt uitsluitend voor inschrijving op het adres van een inwoner. Aan het aantal briefadressen op het adres van een rechtspersoon, zoals een instelling of bij de gemeente is geen maximum verbonden.

 

Toelichting art. 7

In dit artikel staan de afwijzingsgronden voor het aanvragen van een briefadres.

 

Toelichting art. 8

Om te voorkomen dat een ingeschrevene ten onrechte ingeschreven blijft staan met een briefadres terwijl deze een woonadres heeft, vindt regelmatig een herbeoordeling van de geregistreerde briefadressen plaats. De termijn voor de herbeoordeling is zes maanden. Hierop zijn uitzonderingen.

 

De administratie van de briefadressen wordt volledig bijhouden in de BRP-applicatie. Aan de hand hiervan worden controles uitgevoerd. De controles vinden plaats op vooraf vastgestelde signaaldatums. Op die datum neemt de gemeente schriftelijk contact op met de briefadreshouder.

 

De briefadreshouder moet dan opnieuw een vragenlijst invullen. Op basis daarvan wordt vastgesteld of de burger nog recht heeft op het briefadres.

 

Uitzonderingen herbeoordeling briefadres:

  • Inwoners die in een verpleegtehuis of verzorgingstehuis wonen en die een briefadres hebben worden niet opnieuw beoordeeld.

  • Voor dak- en thuislozen geldt een herbeoordelingstermijn van één jaar.

  • Voor binnenvaartschippers geldt een herbeoordelingstermijn van twee jaar.

  • Als van tevoren bekend is dat een burger een bepaalde periode in het buitenland zal verblijven dan kan een briefadres worden verleend voor maximaal de periode van het verblijf in het buitenland. Na terugkeer in Nederland moet de burger zich weer inschrijven op het woonadres.

  • Voor personen die continue varen geldt een herbeoordelingstermijn van één jaar.

  • Voor personen die gestart zijn met een hulpverleningstraject geldt een herbeoordelingstermijn van drie maanden.

Vervolgacties na resultaten van het onderzoek.

  • Uit de herbeoordeling kan blijken dat de briefadreshouder nog steeds hetzelfde briefadres heeft en dat de situatie niet veranderd is. De burger blijft na een zorgvuldige afweging ingeschreven staan op dit briefadres.

  • Als er een nieuw briefadres is, moet de briefadresgever aangifte doen van verhuizing naar het nieuwe briefadres.

  • Na controle kan blijken dat de briefadreshouder een woonadres heeft en geen recht meer heeft op een briefadres. De burger moet dan aangifte doen van verhuizing naar het nieuwe woonadres.

  • Het kan ook zijn dat de burger naar het buitenland vertrekt of is vertrokken. In dat geval moet de inwoner aangifte doen van emigratie.

Toelichting art. 9

Van de briefadreshouder wordt verwacht dat hij zelf een nieuw verzoek indient of contact opneemt met de gemeente als de woonsituatie is veranderd. Dit artikel benadrukt de wettelijke verantwoordelijkheid van de briefadreshouder. Als een reactie op de herbeoordeling uitblijft of onvoldoende informatie wordt verstrekt, stelt het college een adresonderzoek in. Dit betekent dat de gemeente onderzoek doet naar de werkelijke woonsituatie van de burger, die op een briefadres staat ingeschreven in de BRP.

 

Onder de volgende voorwaarden kan een burger uitgeschreven worden:

  • De burger haalt zijn post binnen één maand niet op

  • De burger is onvindbaar

  • Uit onderzoek blijkt dat de burger in het buitenland verblijft.

Het voornemen en het besluit worden bekend gemaakt aan de burger. Daarnaast wordt het besluit ook altijd gepubliceerd op www.overheid.nl (officiële bekendmakingen).

 

Afspraken

Het is belangrijk dat goede afspraken worden gemaakt, zodat zowel de briefadresgever als de briefadreshouder de op hun rustende verplichtingen nakomen. Daarbij valt te denken dat in ieder de aan de briefadreshouder gerichte post hem ook daadwerkelijk bereikt.

 

Is er sprake van een gemeentelijk briefadres? Dan gelden er afspraken voor het gebruik maken van het briefadres op het gemeentehuis. Een voorwaarde is dat de burger zich één keer per week persoonlijk moet melden om de post af te halen.

 

Toelichting art. 10

Volgens artikel 4:84 Awb wordt gehandeld overeenkomstig deze beleidsregels, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen. In uitzonderingsgevallen kan het gerechtvaardigd zijn om af te wijzen van deze Beleidsregels.

 

Deze beleidsregels zijn niet bedoeld om inschrijving te weigeren. Iedere persoon die rechtmatig in Nederland verblijft, moet in beginsel worden ingeschreven in de BRP als ingezetene. Als de gemeente de inschrijving weigert, doet zij dat slechts op basis van de Wet brp.

Naar boven