Gemeenteblad van Deurne
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Deurne | Gemeenteblad 2026, 215312 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Deurne | Gemeenteblad 2026, 215312 | beleidsregel |
Beleidsregel leerlingenvervoer gemeente Deurne 2025
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deurne;
gelet op artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, gelet op artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs en gelet op het bepaalde in de Verordening leerlingenvervoer gemeente Deurne 2014 en Verordening leerlingenvervoer gemeente Deurne 2025;
vast te stellen de volgende beleidsregel:
Leerlingenvervoer gemeente Deurne 2025
De voorliggende beleidsregels zijn een uitwerking van de verordening leerlingenvervoer gemeente Deurne 2025 en bieden uitleg over de manier waarop het college van burgemeester en wethouders uitvoering geven aan de verordening. Het zijn zowel handvatten voor de uitvoering als leidraad voor de eenduidige motivering van besluiten.
De in deze beleidsregels opgenomen kaders worden toegepast bij de uitvoering van zowel de Verordening leerlingenvervoer Deurne 2014 als de Verordening leerlingenvervoer Deurne 2025.
Het college hanteert bij de uitvoering van de verordening de volgende uitgangspunten:
Waar mogelijk stimuleren we het (gedeeltelijk) zelfstandig reizen lopend, per fiets of met openbaar vervoer. Beoordeeld wordt of de leerling in staat is zelfstandig naar school te lopen, fietsen of dat dit onder begeleiding mogelijk is. Ook wordt er gekeken in hoeverre de zelfredzaamheid van de leerling kan worden vergroot. Bijvoorbeeld door het leren van de verkeersregels of het oefenen met reizen. Doel is dat de leerling zo zelfstandig mogelijk naar school reist. Aangepast vervoer is niet het uitgangspunt, maar het vergroten van de eigen zelfstandigheid.
De verantwoordelijkheid voor het van en naar school brengen van de leerling ligt wettelijk gezien bij de ouder(s)/verzorger(s). Het is aan hen om eventueel samen met hun sociale netwerk of met behulp van andere ouders hun kind zelf te (laten) vervoeren of te leren zelf naar school te reizen. Het leerlingenvervoer is niet bedoeld om ouders te ontlasten van hun verantwoordelijkheid voor een goede schoolgang van de leerling.
(uitwerking van hoofdstuk 2 artikel 7 van de verordening 2025)
Het college bepaalt voor hoe lang een indicatie Leerlingenvervoer wordt verstrekt. Als duidelijk is dat een leerling de komende schooljaren geen of nauwelijks progressie zal doormaken in zijn/haar ontwikkeling, kan de indicatie voor meerdere schooljaren worden afgegeven. Onderbouwing van deskundige is daarbij nodig.
1.3. Toetsing vervoersvoorziening
(uitwerking van hoofdstuk 2, artikel 8 van de verordening 2025)
Tijdens de behandeling van de aanvraag onderzoekt het college of voldaan wordt aan de criteria gesteld in de verordening. Het moet gaan om schoolvervoer. Dat betekent: vervoer van thuis of opstapplaats naar en van school. In de volgende situaties is er geen sprake van leerlingenvervoer in de zin van de verordening:
2. Begrip ‘gehandicapte leerling’
(uitwerking van hoofdstuk 1, artikel 1 van verordening 2025)
Een leerling wordt niet als gehandicapte leerling beschouwd wanneer hij of zij, ondanks een aanwezige beperking, wel zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken. De beperking moet structureel zijn, dat wil zeggen: naar verwachting langer dan drie maanden voortduren. Beperkingen die met medicatie of behandeling voldoende kunnen worden verholpen, worden niet als structureel beschouwd.
(uitwerking van hoofdstuk 2 artikel 4 van de verordening 2025)
Wanneer de specifieke handicap van de leerling daarom vraagt kan advies worden ingewonnen van deskundigen als de huisarts van de leerling, de jeugdgezondheidsdienst, de geneeskundige dienst, een sociaal-medische adviesdienst, een medicus gespecialiseerd in de betreffende handicap, een orthopedagoog, kinderpsycholoog en dergelijke. Een onafhankelijk onderzoek is soms noodzakelijk. De kosten hiervan komen voor rekening van de gemeente.
(uitwerking van hoofdstuk 2 artikel 9 van de verordening 2025)
Voor de berekening van de afstand tussen de woning van de leerling en de school en het bepalen of het de dichtstbijzijnde school betreft, wordt de ANWB routeplanner op www.anwb.nl gebruikt, instelling ‘kortste route’ met de auto en/of fiets.
Er wordt geen afstandsgrens gehanteerd wanneer aan het college genoegzaam is aangetoond dat het een gehandicapte leerling betreft. Zo nodig kan het college hierover advies vragen aan een onafhankelijk deskundige. De deskundige betrekt in zijn advies de mogelijkheden van de gehandicapte leerling om zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen.
4.2. Reistijd OV woning- school
(uitwerking van hoofdstuk 3 artikel 22 van de verordening 2025)
Om de reistijd tussen de woning en de school per openbaar vervoer te bepalen wordt de reisplanner 9292 (Externe link:www.9292.nl) gebruikt.
4.3. Loopafstand woning – opstapplaats
(uitwerking van hoofdstuk 3 artikel 11 van de verordening 2025)
4.4. Fietsafstand woning – school
(uitwerking van hoofdstuk 3 artikel 19 van de verordening 2025)
Deze afstanden gelden voor kinderen zonder beperking die naar het reguliere onderwijs gaan. Voor kinderen die naar het speciaal basisonderwijs (SBO), speciaal onderwijs (SO) of voortgezet speciaal onderwijs (VSO) gaan, worden de afstanden bijgesteld op basis van informatie, die door ouders en of medisch adviseur aangeleverd worden.
5.1. Bekostiging openbaar vervoer
(uitwerking van hoofdstuk 3 artikel 19 van de verordening 2025)
Als de leerling in aanmerking komt voor een vergoeding voor het openbaar vervoer, dan worden de kosten berekend met de website: Externe link:www.9292.nl. De vergoeding wordt gebaseerd op het goedkoopste tarief voor de gemeente Deurne voor het openbaar vervoersabonnement.
5.2. Bekostiging andere passende vervoersvoorziening
(uitwerking van hoofdstuk 3 artikel 23 van de verordening 2025)
(uitwerking van hoofdstuk 3 artikel 8 van de verordening 2025)
Begeleiding is primair een taak van de ouders. Zij dienen ook voor alternatieve begeleiding te zorgen als zij bijvoorbeeld door ziekte of een andere reden, tijdelijk niet in staat zijn om hun kind niet zelf naar school te begeleiden. Als ouders er zelf niet in slagen begeleiding te leveren, kunnen zij daarvoor hun netwerk inschakelen, zoals bijvoorbeeld een oppas, buren, familie of vrijwilligers. In de verordening is het mogelijk om naast de vervoerskosten van de leerling ook die van de begeleider te vergoeden voor zover hij met de leerling meereist.
In sommige situaties lukt het ouders en het netwerk niet om de begeleiding vorm te geven of leidt dit tot ernstige benadeling van het gezin. Ouders moeten in dat geval voldoende aantonen dat het voor hen of anderen in het netwerk onmogelijk is de leerling te begeleiden of, dat de begeleiding tot ernstige benadeling van het gezin zou leiden en een andere oplossing niet mogelijk is. Van een ernstige benadeling van het gezin is naar het oordeel van het college sprake als één van de volgende situatie van toepassing is:
(uitwerking van hoofdstuk 5 artikel 27 van de verordening 2025)
Het college kan een herziend besluit nemen of het besluit intrekken als bij herhaling gebleken is dat de leerling of de ouder/verzorger van de leerling door agressief gedrag of anderszins de orde in de taxi verstoort of de veiligheid van de taxi en inzittenden in gevaar brengt. Hierbij worden de volgende stappen gehanteerd:
Fase 1: Incidenten worden in beginsel door de vervoerder opgelost. Het doel is om gezamenlijk met ouders en eventueel school een oplossing te zoeken voor het incident. De vervoerder onderzoekt samen met ouders of de leerling een andere plek in de taxi kan krijgen of dat er andere afspraken gemaakt moeten worden.
Fase 3: Als voorgaande stappen niet het gewenste resultaat hebben kan een schorsing per direct volgen, voor een periode van één volle schoolweek. Tijdens de schorsing is de Leerplichtwet onverkort van kracht. Ouders dienen zelf voor het vervoer van hun kind zorg te dragen. De kosten die hieraan verbonden zijn, zijn voor de verantwoordelijkheid van de ouders.
(uitwerking van hoofdstuk 3 artikel 13 van de verordening 2025)
Het vervoer bij wisselende of afwijkende schooltijden behoort niet tot de gemeentelijke taak, maar is de verantwoordelijkheid van ouders zelf. Ook voor uitvaluren, bij examens en proefwerkweken of bij halve vrije dagen bijvoorbeeld vanwege studiedagen of vakanties worden geen (extra) taxiritten ingezet, tenzij dit in de schoolgids is aangegeven.
8.1. Aangepast lesrooster vanwege structurele handicap
(uitwerking van hoofdstuk 3 artikel 13 van de verordening 2025)
Uitsluitend wanneer de structurele handicap van een leerling noodzaakt tot het volgen van slechts een deel van het onderwijsprogramma, dient de gemeente het vervoer tijdens de schooltijd te bekostigen. De ouders dienen hun verzoek om een vervoersvoorziening op deze afwijkende tijden te onderbouwen door:
(uitwerking van hoofdstuk 3 artikel 22 van de verordening 2025)
Met individueel vervoer wordt bedoeld, dat een leerling om medische en/of psychosociale reden niet samen met andere leerlingen kan worden vervoerd. Gemeente Deurne hanteert het uitgangspunt dat aangepast vervoer gecombineerd vervoer is met ander leerlingen. In zeer uitzonderlijke gevallen kan een leerling, tijdelijk, individueel vervoerd worden als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
14. Inwerkingtreding en citeertitel
Deze beleidsregel treedt in werking per 1 april 2026 en geldt voor aanvragen leerlingenvervoer vanaf schooljaar 2026-2027. Voor de uitvoering van de Verordening leerlingenvervoer gemeente Deurne 2014 worden deze beleidsregels gehanteerd als interpretatieve leidraad, voor zover niet in strijd daarmee.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-215312.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.