Gemeenteblad van Heusden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Heusden | Gemeenteblad 2026, 214401 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Heusden | Gemeenteblad 2026, 214401 | beleidsregel |
Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heusden;
gelet op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2026;
overwegende dat de raad in de hiervoor genoemde verordening heeft bepaald dat het college nadere regels dient te stellen;
onder de opschortende voorwaarde dat de raad op 16 december 2025 de ‘Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2026’ vaststelt,
vast te stellen de navolgende:
Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2026
Met inwerkingtreding van dit besluit komen de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2024, vastgesteld op 31 oktober 2023 te vervallen.
Aldus besloten in de vergadering van het college van Heusden, gehouden op 31 maart 2026.
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen
Artikel 2. (Boven) gebruikelijke hulp
Gebruikelijke hulp is de normale, dagelijkse hulp, zorg of begeleiding die partners, ouders, inwonende kinderen en/of andere huisgenoten geacht worden elkaar te bieden. Gebruikelijke hulp valt niet onder de Wmo of de jeugdwet. Van partners, (volwassen) kinderen en huisgenoten mag verwacht worden dat zij elkaar hulp, begeleiding en persoonlijke verzorging geven. Redenen als “niet gewend zijn om” of “het niet kunnen”, leiden niet tot aanspraak op ondersteuning. In die situaties kan wel, wanneer het aanleren niet binnen het sociale netwerk of een voorliggende voorziening tot stand kan komen, een tijdelijke ondersteuning afgegeven worden voor het aanleren hiervan. De taak wordt dan niet overgenomen maar via instructies gestuurd. Indien de verzorgende huisgenoot overbelast dreigt te raken dan wordt hier incidenteel rekening mee gehouden door middel van maatwerk.
Gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter. Dit houdt in dat er zowel van volwassen als jonge huisgenoten een bijdrage wordt verlangd in het huishouden. Hierbij dient echter wel rekening te worden gehouden met de ontwikkelingsfase van kinderen.
Voor gezonde jonge huisgenoten geldt:
huisgenoten tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan het huishouden;
huisgenoten van 5 tot en met 12 jaar worden naar eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden (bv. opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, een boodschap doen en kleding in de wasmand gooien);
huisgenoten van 13 tot en met 17 jaar worden geacht te kunnen helpen bij lichte huishoudelijke werkzaamheden (bv. opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, een boodschap doen, kleding in de wasmand gooien) en hun eigen kamer op orde houden (rommel opruimen, stofzuigen en bed verschonen);
huisgenoten van 18 tot en met 22 jaar kunnen een eenpersoonshuishouden voeren. Dit wil zeggen; schoonhouden van sanitaire ruimte, keuken en een kamer, de was doen, boodschappen doen, maaltijd verzorgen, afwassen en opruimen. Indien nodig kan ook de opvang en/of verzorging van jongere gezinsleden tot hun taken behoren;
huisgenoten vanaf 23 jaar kunnen de huishoudelijke taken volledig overnemen wanneer de inwoner uitvalt.
Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen, zowel bij gezondheid als ziekte. Zij dienen te zorgen voor opvoeding van hun kinderen, het geestelijk en lichamelijk welzijn, het bevorderen van de ontwikkeling van hun persoonlijkheid, te zorgen voor een veilige plek om te wonen en hen financieel te ondersteunen. Bij uitval van één van de ouders, dient de andere ouder de zorg voor de kinderen over te nemen. Hierbij dienen zij zelf naar oplossingen voor problemen in de zorg te zoeken. Zorgverlof, mantelzorg of andere voorliggende voorzieningen als kinderopvang, kunnen een oplossing bieden. Een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo kan alleen aanvullend op de mogelijkheden van deze voorliggende voorzieningen toegewezen worden.
Artikel 3. Algemeen gebruikelijke en voorliggende voorzieningen
Een voorziening of ondersteuning die algemeen gebruikelijk is, wordt niet verstrekt vanuit Wmo. Een voorziening is algemeen gebruikelijk als deze:
Voorliggende voorzieningen zijn voorzieningen die op grond van een andere wet verstrekt worden, algemeen gebruikelijk of vrij toegankelijk beschikbaar zijn. Een voorliggende voorziening gaat voor op verstrekking van een maatwerkvoorziening voor zover deze voorliggende voorziening een passende en toereikende oplossing biedt en/of de maatwerkvoorziening als niet noodzakelijk is aangemerkt (op basis van de andere wet). Dat laatste is bijvoorbeeld het geval bij een rollator die in de Zorgverzekeringswet als niet noodzakelijk is aangemerkt.
Per individuele situatie wordt beoordeeld of de voorliggende voorziening toereikend en passend is. Is dat niet of deels het geval, dan wordt een (aanvullende) maatwerkvoorziening geboden.
Indien de inwoner geen gebruik wil maken van een voorliggende voorziening, leidt dat niet tot het verstrekken van een maatwerkvoorziening. Of de inwoner daadwerkelijk de betreffende voorliggende voorziening gebruikt, is de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner.
Er is geen complete lijst van voorzieningen die algemeen gebruikelijk/ voorliggend zijn, maar voorbeelden zijn:
Hoofdstuk 2: Integrale benadering
Artikel 4. Onderzoek ondersteuning vanuit Wmo
Maatschappelijke ondersteuning is een maatwerkvoorziening. De consulent voert na melding een onderzoek uit naar de hulpvraag en passende ondersteuning. In het onderzoek wordt de hulpvraag vergeleken met de situatie van personen in vergelijkbare omstandigheden in dezelfde leeftijdscategorie die geen beperkingen hebben. Persoonlijke normen worden meegenomen, maar zijn nooit leidend bij het bepalen van de juiste ondersteuning. Bij het onderzoek wordt rekening gehouden met de gebruikelijke hulp zoals beschreven in artikel 2 en algemeen gebruikelijke en voorliggende voorzieningen zoals beschreven in artikel 3.
Door middel van een gesprek met een inwoner wordt individueel onderzocht welke vorm van ondersteuning passend is bij de hulpvraag. Het gesprek richt zich op alle leefdomeinen van de inwoner en zijn huishouden. Aspecten zoals wonen, financiële situatie, gezondheid, daginvulling, leefsituatie, sociaal netwerk en talenten zijn onderdeel van het onderzoek. De inzet van de inwoner, het sociaal netwerk, de algemeen gebruikelijke of voorliggende voorzieningen en de ondersteuning vanuit Wmo worden vermeld in het integraal plan van aanpak. De inzet kan zich richten op een gedeelte van het resultaat, maar is in lijn met het integrale resultaat.
De onderbouwing van de toegewezen ondersteuning bij het gewenste resultaat wordt vastgelegd in het integraal plan van aanpak. In het integraal plan van aanpak staat tevens beschreven welke resultaten behaald moeten worden. Het integraal plan van aanpak wordt aangevuld met bijlagen zoals de bijlage persoonlijk plan, een ondersteuningsplan, budgetplan en/of overeenkomst voor persoonlijk passend pakket.
Artikel 5. Toekenning Zorg in Natura (ZiN)
afstemmen van de inrichting van de woning aan de ondersteuning (waaronder opgeruimd, en /of functioneel);
afstemmen van de eigen planning aan de planning van de ondersteuning;
nakomen van gemaakte afspraken/ opvolgen van de adviezen die voortvloeien uit de ondersteuning;
meewerken aan afstemming met sociaal netwerk, andere betrokken partijen e.d..
Artikel 6. Algemene uitgangspunten schoon en leefbaar huis
Er kan binnen de maatwerkvoorziening voor een schoon en leefbaar huis ingezet worden op reablement. Reablement is een vorm van ondersteuning gericht op het behouden of vergroten van zelfredzaamheid. Reablement heeft als doel inwoners vaardigheden (weer) aan te leren, eventueel met inzet van hulpmiddelen.
Voor de onderbouwing van de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning wordt gebruik gemaakt van de meest recente versie van het HHM-normenkader. De cliënt moet gebruik kunnen maken van een schone woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimtes en gang/ trap/ overloop. Als resultaat wordt gewerkt met ‘een schoon en leefbaar huis’. De definitie hiervan luidt als volgt: Een huis is schoon en leefbaar indien het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen. Schoon staat voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen. Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen.
Activiteiten die onder andere geen onderdeel zijn van huishoudelijke ondersteuning:
Het normenkader ziet toe op maatwerk voor de inwoner. In het normenkader is aangegeven hoeveel tijd nodig is als sprake is van volledige overname van het huishouden bij de omschreven ‘gemiddelde cliëntsituatie’ en op grond waarvan minder als mogelijk of meer als nodig ondersteuning wordt geboden.
Wanneer een woningaanpassing noodzakelijk is, bepaalt de consulent welke aanpassingen noodzakelijk zijn. De hoogte van de financiële tegemoetkoming wordt bepaald op basis van:
De vastgestelde financiële tegemoetkoming betreft een maximum bedrag en wordt achteraf betaald op basis van facturen.
Het primaat van verhuizen betekent dat het verstrekken van een voorziening voor verhuizing voorrang heeft op andere woonvoorzieningen, wanneer verhuizen goedkoper is dan het aanpassen van de woning en dit ook een compenserende oplossing is. Het primaat van verhuizen is een uitwerking van het principe van de goedkoopst compenserende oplossing. De achterliggende gedachte bij het primaat van verhuizing is dat er zo efficiënt mogelijk met de beschikbare middelen en de woningvoorraad wordt omgegaan.
Het college moet onderzoeken of het primaat van verhuizen aan inwoner mag worden tegengeworpen, gelet op de individuele omstandigheden van inwoner. Dus bij iedere casus moet het college de belangen afwegen en beoordelen of het primaat van verhuizen een compenserende voorziening is. Als dat niet het geval is, moet het college afwijken van het verhuisprimaat en een andere compenserende woonvoorziening verstrekken. Bij die belangenafweging tussen verhuizen of het aanpassen van de huidige woning, kunnen de volgende factoren een rol spelen:
Er wordt een kostenvergelijking gemaakt tussen een verhuizing en een aanpassing van de bestaande woning om te bepalen wat de goedkoopst compenserende oplossing is. Bij het maken van een kostenvergelijking moeten wel alle kosten worden betrokken. Dat houdt in dat het college de aanpassingskosten van de huidige woning moet afzetten tegen:
Als een 'nieuwe' aangepaste woning leeg staat, moet het college om een totale kostenvergelijking te kunnen maken ook rekening houden met een eventuele ‘voorziening voor huurderving’. Daarbij gaat het om de huurprijs van de te betrekken woning.
Sociale omstandigheden van de inwoner spelen een rol bij de afweging tussen wel of niet verhuizen. De sociale omstandigheden worden in kaart gebracht. Daarbij valt te denken aan:
Niet alleen de kosten spelen een rol bij de uiteindelijke keuze van een voorziening. Ook belangen op het gebied van huisvesting kunnen een rol spelen. Als een aangepaste woning beschikbaar is, kan het ondoelmatig zijn om ook een andere woning aan te passen. Niet alle aangepaste woningen zullen namelijk even goed verhuurbaar zijn. Als een geschikte kandidaat voor die woning gevonden wordt, kan verhuizen de voorkeur hebben, ook al leidt dit niet direct tot lagere kosten. Het is in beginsel aan de inwoner om te onderzoeken of de woningbouwvereniging een aangepaste woning beschikbaar heeft of krijgt.
Een belangrijk aspect bij het wel of niet toepassen van het verhuisprimaat is de termijn waarbinnen de verhuizing kan plaatsvinden en de vraag of die termijn medisch aanvaardbaar is. Dat zal veelal moeten blijken uit medisch advies. Indien binnen de medisch aanvaardbare termijn geen woning beschikbaar is, kan niet worden gezegd dat verhuizen een compenserende oplossing is.
Voor het maken van de keuze is afstemming met overige voorzieningen van belang. Vooral afstemming met eventuele vervoersvoorzieningen kan van groot belang zijn. Criteria die hierbij een rol spelen zijn de afstand tot openbaar vervoerhaltes en de aanwezigheid van voorzieningen als winkelcentra, ziekenhuizen, et cetera. Als een woning dicht bij dergelijke voorzieningen ligt, kan het college tot de conclusie komen dat het adequater is om de huidige woning aan te passen dan de inwoner te laten verhuizen. De bereikbaarheid van voorzieningen blijft daardoor beter en op het gebied van vervoersvoorzieningen hoeven wellicht minder aanvullende maatregelen te worden genomen.
Ook de werksituatie van de inwoner kan van invloed zijn op de beslissing om al dan niet te verhuizen. Als de inwoner door de verhuizing dichter bij zijn werk kan komen te wonen, verdient verhuizing wellicht de voorkeur. Dat houdt echter niet in dat verhuizen om dichterbij het werk te wonen op zichzelf een reden is om een verhuiskostenvergoeding te verstrekken.
Het college zal bij de afweging tussen het aanpassen van de huidige woning en verhuizen naar een andere woning rekening houden met de woonlastenconsequenties van deze opties. Daarbij wordt een vergelijking gemaakt tussen de woonlasten bij het blijven wonen in de huidige woning en het verhuizen naar een andere woning. Van belang is dat de financiële gevolgen van een verhuizing binnen aanvaardbare grenzen vallen.
Bij de afweging of het primaat van verhuizing kan worden toegepast, wordt door het college ook rekening houden met het wooncomfort. Van inwoners kan niet verwacht worden dat zij er qua wooncomfort op achteruitgaan.
Indien de inwoner eigenaar van de woning is, zal een verhuizing of aanpassing van de woning andere gevolgen met zich meebrengen dan wanneer de inwoner de woning huurt. Het verhuizen vanuit een koopwoning kan meer consequenties hebben dan verhuizen vanuit een huurwoning, met name in financiële zin. Zo is vaak sprake van een hypotheek op het huis en ontbreekt bij een eigen woning de mogelijkheid van huurtoeslag.
Het ligt voor de hand dat mensen die een beperking krijgen in de meeste gevallen moeite zullen hebben om te accepteren dat zij bepaalde dingen niet meer zelfstandig kunnen doen. Als daarbij ook de woonsituatie ingrijpend verandert, kan dat op extra bezwaren stuiten om mee te willen werken aan een verhuizing. Ondanks dat een verhuizing uiteindelijk een hele goede oplossing kan zijn, is de inwoner het hier in eerste instantie vaak niet mee eens.
Het college kan op grond van de belangenafweging tot de conclusie komen dat verhuizen de meest compenserende oplossing is en om deze reden het aanpassen van de huidige woning niet vergoeden.
Als alle factoren in de overweging zijn meegenomen en het college beslist dat verhuizen de goedkoopst compenserende voorziening is, dan is dat de voorziening die wordt verleend. Door het primaat bij verhuizen te leggen heeft het college juridisch gezien een aanknopingspunt om niet de huidige woning aan te passen als inwoner niet wil verhuizen. Het college kan dan niet worden verweten dat ze niet aan de compensatieplicht voldoet. Er is immers een compenserende voorziening aangeboden, die niet door de inwoner geaccepteerd is. Als inwoner ondanks dat het primaat van verhuizen kan worden toegepast toch niet wil verhuizen, dan kan een bedrag ter hoogte van een verhuiskostenvergoeding worden verstrekt aan inwoner. Hiermee kan hij de huidige woning deels aanpassen en neemt hij de meerkosten voor eigen rekening. Het college heeft dan voldaan aan haar compensatieplicht.
Voor verhuiskosten die gemaakt worden om naar een passende woning te verhuizen kan een financiële tegemoetkoming worden toegekend. De vergoeding kan ook gebruikt worden voor de inrichting van de nieuwe woning. Bij de inrichting kan rekening gehouden worden met de leefbaarheid van de woning en de medisch noodzakelijke inrichting.
Artikel 10. Bezoekbaar maken woning
Het college kan een maatwerkvoorziening verstrekken voor het bezoekbaar maken van een woning, voor:
Een maatwerkvoorziening voor het bezoekbaar maken van een woning wordt niet toegekend voor incidentele logeerbezoeken. In aansluiting bij de landelijke afspraken over wmo hulpmiddelen bij verhuizing naar Wlz-instelling wordt hiervoor een minimum van 18 dagen per jaar gehanteerd. Het college verstrekt voor het bezoekbaar maken van de woning de goedkoopst compenserende maatwerkvoorziening waarmee de woning en de woonkamer bereikbaar en betreedbaar kunnen worden gemaakt, en gebruik gemaakt kan worden van het toilet of een toiletgelegenheid.
Artikel 11. Vergoeding van autoaanpassingen
Wanneer de consulent vaststelt dat vervoer met eigen auto de goedkoopst compenserende oplossing is voor lokale verplaatsingen kunnen aanpassingen aan de auto noodzakelijk zijn. In deze situaties hanteert het college de volgende uitgangspunten:
de auto waar de autoaanpassing voor bestemd is, moet nog ten minste zeven jaar te gebruiken zijn. Daarvoor doet het college onderzoek naar de gemiddelde levensduur van de auto. Bij twijfel kan een technische keuring van de auto door een onafhankelijke instantie (bijvoorbeeld de ANWB) nodig zijn;
Meerkosten voor wegenbelasting, onderhoud, reparatie en verzekering worden meegenomen bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding.
Hoofdstuk 3: Aanvullende regels Persoonsgebonden budget (pgb)
Een inwoner kan kiezen voor een pgb, maar moet hiervoor wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Het is van belang dat de inwoner de keuze voor een pgb bewust en weloverwogen maakt. Hiervoor nemen we de volgende stappen:
Om een pgb toegekend te krijgen moet de inwoner pgb vaardig zijn. De pgb vaardigheid wordt getoetst op basis ‘10 punten pgb-vaardigheid’, zoals gepubliceerd door het ministerie van VWS en opgesteld op basis van het kader van de VNG, het ministerie van VWS, ZN en Per Saldo en de handreiking voor toetsing op (minimale) pgb-vaardigheid. Wanneer een pgb, vanwege het niet voldoen aan deze voorwaarden, wordt afgewezen, wordt dit altijd goed onderbouwd en in het integraal plan van aanpak vastgelegd.
De ‘10 punten pgb-vaardigheid’ beschrijft onderstaande punten en zijn de basis voor de toets op pgb-vaardigheid:
Artikel 15. Kwaliteit ondersteuning formeel pgb
Om in aanmerking te kunnen komen voor een persoonsgebonden budget voor begeleiding individueel, dagbesteding, kortdurend verblijf, persoonlijke verzorging en/of hulp bij het huishouden moet de zorgaanbieder aan kwaliteitseisen te voldoen. De zorgaanbieder dient in het budgetplan te verklaren te voldoen aan de onderstaande (kwaliteits)eisen.
zorgt voor een ondersteuningsplan waaruit blijkt welke kansen/mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften de inwoner heeft en welke voorziening er wordt geboden;
zorgt ervoor dat de voorziening passend is bij de doelen van de inwoner op basis waarvan de maatwerkvoorziening is afgegeven;
legt de beoogde doelen (of subdoelen) met de inwoner vast in het ondersteuningsplan met daarbij de wijze waarop deze doelen behaald worden en binnen welke termijn;
evalueert tussentijds op basis van het ondersteuningsplan de verleende ondersteuning en stelt deze waar nodig bij. Indien een evaluatie leidt tot bijstelling wordt dit vastgelegd in het ondersteuningsplan;
maakt afspraken met de inwoner over de bereikbaarheid, verlof en ziekte;
draagt zorg voor continuïteit op het gebied van personele inzet en voldoende ondersteuning;
zorgt ervoor dat de medewerkers de inwoners passend en correct bejegenen;
brengt de fysieke en sociale veiligheid van inwoners in kaart en houdt daarmee rekening bij de geboden voorziening
hanteert de meldcode Huiselijk geweld en (kinder)mishandeling volgens de wettelijk gestelde eisen;
draagt er zorg voor dat medewerkers op de hoogte zijn van de meldcode en weten hoe zij hier naar moeten handelen;
houdt zich aan het meest recente protocol toezicht en onderzoek van calamiteiten en geweldsincidenten;
Is verplicht het bij de toezichthouder te melden wanneer zich een calamiteit heeft voorgedaan of wanneer er sprake was van geweld bij de verstrekking van een voorziening (artikel 3.4. lid 1 Wmo 2015). De calamiteit of geweldsincident dient binnen 3 dagen gemeld te worden via www.ggdhvb.nl/toezichtWmo;
verstrekt bij en naar aanleiding van een melding aan de toezichthoudende ambtenaar de gegevens die voor het onderzoeken van de melding noodzakelijk zijn. Hieronder ook begrepen de persoonsgegevens, gegevens betreffende de gezondheid en andere bijzondere persoonsgegevens (als bedoeld in de Algemene Verordening Gegevensbescherming);
is bekend met en handelt conform de Nederlandse wet- en regelgeving, richtlijnen, verdragen en de geldende verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden;
wordt niet onderzocht (lopend onderzoek) door het college of de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Tevens mag er geen sprake zijn van een justitiële maatregel. Indien er sprake is van een lopend onderzoek dient toestemming voor het leveren van zorg te worden overlegd bij de aanvraag voor het pgb;
meldt bij de inwoner en het college indien hij in de afgelopen 5 jaar een maatregel opgelegd heeft gekregen door een instantie;
staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel waarbij de activiteiten bij de inschrijving overeenkomen met de te verlenen ondersteuning die past binnen de kaders van de te verlenen ondersteuning.
treft een regeling voor de medezeggenschap van inwoners over voorgenomen besluiten van de zorgverlener die voor de gebruikers van belang zijn;
heeft een toegankelijke klachtenregeling die onafhankelijke afhandeling van klachten garandeert;
zorgt ervoor dat de inwoner en/of zijn vertegenwoordiger en de mantelzorger op de hoogte zijn van de klachtenregeling, neemt eventuele klachten in behandeling en handelt deze tijdig en passend af;
zorgt ervoor dat hij/zij en/of de aangewezen medewerker vakbekwaam is, dat wil zeggen dat hij/zij beschikt over ervaringen en kwalificaties en/of opleidingen die passend zijn bij de te verrichten activiteiten, complexiteit en aard van de problematiek van de inwoner;
zorgt ervoor dat hij c.q. de medewerkers zich houden aan de voor hen geldende beroepscode;
zorgt ervoor dat indien vrijwilligers en/of ervaringsdeskundigen en/of stagiairs worden ingezet zij een aanvulling zijn en begeleid worden door het gekwalificeerde personeelsbestand;
beschikt over een geldige Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) voor alle personeelsleden (ook vrijwilligers en stagairs) die in contact komen met inwoners. Bij indiensttreding/aanvang
van de werkzaamheden mag de VOG niet ouder zijn dan drie maanden. Deze dient elke vijf jaar te worden vernieuwd;
draagt zorgt voor dat medewerkers hun taalgebruik afstemmen op de inwoner. De zorgverlener beheerst minstens de Nederlandse taal in woord en geschrift. Minimaal op het Europees Referentiekader niveau A2;
zorgt ervoor dat door de inwoner en inwonervertegenwoordiger geaccordeerde verslagen van evaluatiegesprekken worden vastgelegd en bewaard gedurende de wettelijke termijn voor zorgdossiers (15 jaar na begeleiding);
hanteert de Governance Code Zorg 2022. Als inwoner of het college hierom vraagt, licht de aanbieder toe hoe de Governance Code wordt toegepast in de organisatie;
voert een deugdelijke administratie, waarbij in ieder geval inkomsten, uitgaven, verplichtingen, inwonerdossiers en verantwoording te herleiden zijn naar bron en bestemming;
geeft desgevraagd het college volledig inzicht in de boekhouding en bedrijfsvoering, inclusief gelieerde ondernemingen of instellingen (waar via eigendom of zeggenschap een zakelijke relatie mee bestaat).
Artikel 16. Onderscheid formele ondersteuning en informele ondersteuning
In het kader van het toekennen van een pgb, wordt er onderscheid gemaakt tussen formele ondersteuning en informele ondersteuning. Een pgb voor formele ondersteuning kan alleen worden toegekend als de zorg wordt verleend door iemand die hiervoor opgeleid is. Dit kan bepaald worden op basis van de te overleggen diploma’s of certificaten.
Wanneer er geen diploma’s of certificaten zijn, of de hulpverlener een familielid is (eerste of tweede graad) is het per definitie informele ondersteuning.
Een pgb is bedoeld voor zorg en ondersteuning. Het pgb kent geen vrij besteedbaar bedrag. Eventuele reiskosten van de inwoner of zorgaanbieder mogen uit het pgb worden betaald. Hier mag maximaal 10% van het totale pgb budget aan worden uitgegeven. Er mag een vast maandbedrag worden afgesproken met de zorgaanbieder. De volgende kosten mogen niet uit een pgb betaald worden:
Hoofdstuk 4: Kwaliteit en controle
Artikel 18. Opmerkzaam zijn en melden
De professional die de ondersteuning levert kan verandering van leven en/of leefomgeving constateren bij de inwoner. Als een professional veranderingen opmerkt tijdens de werkzaamheden die van invloed zijn (positief of negatief) op de ondersteuning die geboden wordt, dient deze hiervan melding te maken bij zijn/haar leidinggevende/coördinator. De leidinggevende maakt de afweging of dit invloed heeft op de geboden ondersteuning. De leidinggevende meldt dit in geval van Wmo begeleiding bij Siem en in de andere gevallen bij de consulent. Siem of de consulent kan dan beoordelen of er aanleiding is voor een wijziging in de toewijzing en eventueel een heronderzoek uit voeren. De wijziging in de situatie kan aanleiding zijn om de toewijzing te beëindigen, bij te stellen of een andere vorm van ondersteuning toe te wijzen.
Artikel 19. Kwaliteit en controle zorg in natura
Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van Zorg in Natura wordt in het integraal plan van aanpak in ieder geval vastgelegd voor welk resultaat de maatwerkvoorziening wordt aangewend. In het integraal plan van aanpak kunnen tevens aanvullende voorwaarden worden gesteld aan (de kwaliteit van) de ondersteuning die ingezet wordt om dit resultaat te behalen. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van het vastgelegde resultaat door overleggen met de aanbieders, een cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de inwoner ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.
Artikel 20. Kwaliteit en controle pgb
Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in het integraal plan van aanpak en het budgetplan in ieder geval vastgelegd voor welk resultaat de maatwerkvoorziening wordt aangewend en hoe het budget daarvoor wordt ingezet. In het integraal plan van aanpak kunnen tevens aanvullende voorwaarden worden gesteld aan (de kwaliteit van) de ondersteuning die ingezet wordt om dit resultaat te behalen. Daarnaast wordt vastgelegd dat de inwoner de facturen en de betalingsbewijzen van de maatwerkvoorziening dient te bewaren. Deze moeten bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) of, in geval van eenmalige pgb bij de gemeente worden aangeleverd. Het college toetst pgb zorgverlener op de kwaliteitseisen uit artikel 15. Door de benodigde zorgovereenkomst tussen inwoner en aanbieder te accorderen, op basis van controle van de ingediende facturen en uitbetaalde pgb’s, en door controle op de behaalde resultaten, controleert het college of het pgb rechtmatig is uitgegeven.
Artikel 21. Toetsing van afspraken en klanttevredenheid
Om te toetsen of de aanbieders voldoen aan de gemaakte afspraken in het integraal plan van aanpak (incl. de bijlagen), wordt er steekproefsgewijs gecontroleerd of de ondersteuning effectief en efficiënt bijdraagt aan het gewenste resultaat. Daarnaast wordt de ervaring van de inwoners gemeten met het cliëntervaringsonderzoek en met klanttevredenheidsonderzoeken van aanbieders.
Hoofdstuk 5: Overige bepalingen
Artikel 22. Meldingsregeling calamiteiten en geweld
Wanneer er sprake is van calamiteiten of geweld bij de levering van een voorziening door een aanbieder, dient hiervan melding te worden gedaan via het agressie- en geweldprotocol gemeente Heusden. Meldingen moeten worden doorgegeven aan de aangewezen toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, van de Wmo. Deze doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-214401.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.