Wijziging Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Drechterland 2026

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21 april 2026;

 

besluit vast te stellen de volgende gewijzigde Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Drechterland 2026

Artikel I Wijziging Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Drechterland 2026

De Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Drechterland 2026 wordt als volgt gewijzigd.

 

Artikel 3.1 In aanmerking te nemen middelen komt te luiden:

 

De voor de draagkracht in aanmerking te nemen middelen bestaan uit:

  • middelen uit inkomen;

  • middelen uit vermogen.

Het in aanmerking te nemen inkomen

Het college hanteert, voor de beoordeling van bijzondere bijstand, dezelfde inkomensbronnen als de algemene bijstand. Dat betekent dat het inkomen gelijk is aan het totaal van alle netto inkomsten waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Dit is vastgelegd in artikelen 31 t/m 33 Participatiewet. Uitzondering hierop zijn artikel 31 lid 2 onder M en artikel 31 lid 2 onder O. Giften worden voor de bijzondere bijstand wel aangemerkt als inkomen. Daarnaast wordt de eenmalige energietoeslag niet vrijgelaten. Verondersteld wordt dat deze inmiddels is besteed aan de energiekosten.

 

De Inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt niet aangemerkt als inkomen. Dit omdat de hoogte pas achteraf kan worden vastgesteld en vooraf niet kan worden vastgesteld of het drempelbedrag wordt gehaald.

 

Het college rekent ontvangsten van kosten delende medebewoners niet tot het inkomen, voor zover deze ontvangsten gezamenlijk niet meer bedragen dan 20% van de gehuwdennorm, als bedoeld in artikel 21, onderdeel b, van de Participatiewet. Deze ontvangsten worden aangemerkt als bijdragen die zijn bedoeld om de gezamenlijke kosten van het huishouden te delen. Het college gaat ervan uit dat deze bijdragen worden aangewend voor vaste lasten, zoals huur, energie en boodschappen.

 

Het college rekent met het netto inkomen inclusief vakantietoeslag per maand. Bij een wisselend inkomen wordt er gerekend met het gemiddelde inkomen over de afgelopen drie maanden, tenzij een langere periode gerechtvaardigd is.

 

Het inkomen boven 120% van de bijstandsnorm wordt volledig in aanmerking genomen als draagkracht.

 

Verlaging bijstandsnorm

De verlaging van de hoogte van de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 27 Participatiewet bedraagt;

20% van de gehuwdennorm indien een woning wordt bewoond waaraan voor belanghebbende geen woonlasten zijn verbonden.

 

20% van de gehuwdennorm wanneer geen woning wordt bewoond, ook wanneer hierbij gebruik wordt gemaakt van kortdurende opvang van een zorgaanbieder (bijvoorbeeld het Leger des Heils).

 

10% van de gehuwdennorm wanneer er geen huur of hypotheek wordt betaald maar er wel andere woonlasten zijn zoals gas, energie, licht, water en gemeentebelastingen.

 

Voor de verlagingen wordt eveneens gerekend met de van gehuwdennorm bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag.

 

Bovenstaande verlagingen worden niet toegepast wanneer er sprake is van een kostendelersnorm als gesteld in artikel 19a en 22a Participatiewet.

 

Schulden

Bij de berekening van de draagkracht in het kader van bijzondere bijstand kan het college alleen rekening houden met de middelen waarover een belanghebbende redelijkerwijs kan beschikken. Dat betekent dat de middelen waarover een belanghebbende vanwege een uitgesproken schuldsaneringsregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) niet feitelijk kan beschikken, niet kunnen worden meegenomen in een draagkrachtberekening bij een aanvraag om bijzondere bijstand.

 

Als de WSNP van toepassing is, dan kan een belanghebbende alleen daadwerkelijk beschikken over de middelen die buiten de boedel vallen. Met betrekking tot betalingen aan belanghebbende hanteert de CRvB het uitgangspunt dat deze alleen buiten de boedel vallen voor zover die op grond van artikel 295 lid 2 Fw buiten de boedel worden gelaten. Het gaat dan om het vtlb. Het vrij te laten bedrag bestaat uit de beslagvrije voet en verhogingen daarvan op grond van het vtlb-rapport. Voor de berekening van de hoogte van de draagkracht wordt het vtlb-rapport opgevraagd. Bij het bepalen van de draagkracht van een belanghebbende die deelneemt aan een minnelijke schuldregeling wordt aansluiting gezocht bij de bepaling van de draagkracht van een belanghebbende in de WSNP.

Artikel 3.1 Het in aanmerking te nemen vermogen wordt vernummerd naar artikel 3.2.

Artikel II  

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.

  • 2.

    Deze beleidsregel wordt aangehaald als Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Drechterland 2026.

Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drechterland,

gehouden op 21 april 2026

De secretaris,

M.N. Schroor

De burgemeester,

B.W. Diepstraten

Naar boven