Gemeenteblad van 's-Hertogenbosch
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Hertogenbosch | Gemeenteblad 2026, 21286 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Hertogenbosch | Gemeenteblad 2026, 21286 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Huisvestingsverordening ’s-Hertogenbosch 2026
De gemeenteraad van de gemeente ’s-Hertogenbosch,
In zijn vergadering van 27 januari 2026,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 december 2025, met reg.nr. 18698225,
gelet op de Huisvestingswet 2014, de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) en het raadsbesluit van 7 oktober 2025 over de verlenging van de selectieve woningtoewijzing,
besluit tot het vaststellen de Huisvestingsverordening ‘s-Hertogenbosch 2026 met inwerkingtreding op 1 februari 2026.
De Huisvestingsverordening ’s-Hertogenbosch 2026 regelt:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
Huishouden: een persoon, of groep personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voert. Indien het huishouden uit 2 of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid. Kamerverhuur valt niet onder het begrip 'huishouden'.
Mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond.
Onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij in ieder geval als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt: keuken, toilet, badkamer en douche.
Toegelaten Instelling: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet: verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid en stichtingen die zich ten doel stellen uitsluitend op het gebied van de volkshuisvesting werkzaam te zijn en beogen hun financiële middelen uitsluitend in het belang van de volkshuisvesting in te zetten.
Woning: een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, al dan niet in combinatie met inwoning door maximaal twee personen. Een woning heeft een eigen toegang en de bewoner(s) kan/kunnen deze bewonen, zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woning.
Woningzoekende: de persoon of personen die op het tijdstip van de aanvraag van een huisvestingsvergunning de leeftijd van 18 jaar heeft of hebben bereikt en voornemens is of zijn zich te huisvesten in de woonruimte waarvoor een huisvestingsvergunning wordt aangevraagd. De leeftijdsgrens ligt op 16 jaar en ouder als de woningzoekende zich inschrijft voor een (on)zelfstandige woonruimte specifiek aangewezen voor studenten. De leeftijdsgrens ligt op 16 jaar en ouder voor personen die zich later bijschrijven in een aangewezen gebied waar selectief toegewezen wordt op basis van de aard van het inkomen.
Hoofdstuk 2 De huisvestingsvergunning
Dit hoofdstuk is van toepassing op:
zelfstandige woonruimten en standplaatsen in bezit of beheer van de woningcorporaties welke zijn gelegen in de Sprookjesbuurt (CBS-buurtcode BU07960910), de Muziekinstrumentenbuurt (CBS-buurtcode BU07960911) en de Edelstenenbuurt (CBS-buurtcode BU07960912)de Hambaken (CBS-buurtcode BU07960909), Hinthamerpoort-Zuid (als onderdeel van CBS-buurtcode BU07960301) en de Gestelse buurt (CBS-buurtcode BU07960205) van de gemeente ’s-Hertogenbosch.
Artikel 2.2 Vergunningsvereiste huisvestingsvergunning
Het is verboden een in artikel 2.1 aangewezen standplaats of woonruimte zonder een huisvestingsvergunning in gebruik te nemen of te geven voor bewoning.
Artikel 2.3 Aanvraag en beslissing huisvestingsvergunning
Artikel 2.4 Criteria voor verlening huisvestingsvergunning
Artikel 2.5 Voorrangsregeling voor vergunningverlening standplaatsen
Vrijkomende standplaatsen worden volgens onderstaande voorrangsregeling toegewezen;
Artikel 2.6 Wachtlijst voor vergunningverlening standplaatsen
De verleende vergunning is persoonsgebonden en niet overdraagbaar, tenzij sprake is van medehuurderschap of voortzetting van de huurovereenkomst van de standplaats bij overlijden. In dat geval gelden naar analogie de bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek ten aanzien van medehuurderschap en voortzetting van de huurovereenkomst (van de standplaats) bij overlijden van de hoofdbewoner.
Artikel 2.7 Selectieve woningtoewijzing ter beperking van overlastgevend en crimineel gedrag
Als sprake is van een in artikel 2.1, tweede lid aangewezen woonruimte/standplaats, komt de aanvrager slechts in aanmerking voor een huisvestingsvergunning, indien op grond van onderzoek op basis van politiegegevens, bedoeld in artikel 10a van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, blijkt dat er geen gegrond vermoeden is, dat het huisvesten van de personen van 16 jaar en ouder die zich in de woonruimte willen huisvesten, zal leiden tot een toename van overlast of criminaliteit in het complex, die straat of dat gebied.
Een persoon van 16 jaar en ouder die op een later tijdstip bij de houder van een huisvestingsvergunning als bedoeld in het eerste lid, wil wonen, dient voor de bewoning van de woonruimte zelf eveneens over een huisvestingsvergunning te beschikken. Zulk een huisvestingsvergunning wordt niet verleend, indien op grond van het in het eerste lid bedoeld onderzoek blijkt, dat er een gegrond vermoeden is dat de huisvesting van deze persoon zal leiden tot een toename van overlast of criminaliteit in het complex, de straat of het gebied waarin de woonruimte is gelegen.
Bij een onderzoek als bedoeld in het eerste en het tweede lid kan uitsluitend rekening worden gehouden met de in de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek aangewezen gedragingen of feiten, bij vaststelling van deze Huisvestingsverordening zijnde uit politiegegevens of uit andere wettelijk toegestane bronnen gebleken gedragingen van:
radicaliserende, extremistische of terroristische gedragingen die strafbaar zijn gesteld op grond van het Wetboek van Strafrecht.
Een onderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 10b van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek. Indien de in dat artikel bedoelde woonverklaring van de burgemeester negatief is, wordt de huisvestingsvergunning geweigerd, behoudens de gevallen als bedoeld in artikel 4.1 van deze huisvestingsverordening.
Artikel 3.2 Gevallen waarin de verhuurvergunning wordt verleend
Als artikel 43, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014 (bibob-weigering) niet van toepassing is, wordt de verhuurvergunning opkoopbescherming op grond van artikel 41, eerste lid van de Huisvestingswet 2014 in elk geval verleend als:
De eigenaar na de datum van inschrijving, ten minste 12 maanden zijn woonadres als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel o, onder 1°, van de Wet basisregistratie personen, in die woonruimte heeft en de eigenaar met een woningzoekende schriftelijk overeenkomt dat de woningzoekende de woonruimte voor een termijn van ten hoogste 12 maanden, anders dan voor toeristische verhuur, in gebruik neemt; of
In de gevallen genoemd in het eerste lid onder a. en b. wordt de persoon aan wie de beschermde woonruimte wordt verhuurd en die de huurder is op grond van wiens hoedanigheid er recht is op de vergunning, in de vergunning genoemd. De vergunning vervalt zodra deze huurder niet langer in de beschermde woonruimte verblijft.
Artikel 3.3 Gevallen waarin de verhuurvergunning kan worden verleend
Artikel 3.4 Aanvraag en inhoud verhuurvergunning opkoopbescherming
Artikel 3.5 Intrekken van de verhuurvergunning opkoopbescherming
Naast de intrekking op grond van artikel 44, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014 (bibob-intrekking), kan een verhuurvergunning opkoopbescherming in elk geval ook worden ingetrokken als blijkt dat de vergunning is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens en zou zijn geweigerd als de juiste of de volledige gegevens bekend waren geweest.
Hoofdstuk 4 Overige bepalingen
Indien vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van het bepaalde in deze verordening zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, kan het college afwijken van het bepaalde in deze verordening.
Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de daartoe door het college op grond van artikel 33, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014 aangewezen ambtenaren.
Deze huisvestingsverordening heeft enerzijds tot doel om onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarse woonruimte te bestrijden door op basis van de Huisvestingswet 2014 regels te stellen aan het verdelen van standplaatsen. Anderzijds heeft het tot doel om op basis van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (ook wel Wbmgp of Rotterdamwet genoemd) woningen en standplaatsen selectief toe te wijzen in een aantal gebieden.
Artikel 2.5 Huisvestingsvergunning voor standplaats woonwagens
Woonwagenbewoners hebben een eigen cultuur. Het belangrijkste kenmerk is dat zij samen wonen en leven in bij voorkeur familieverband in woonwagens op een woonwagencentrum. Daarbij is belangrijk dat kinderen ook een standplaats kunnen krijgen dichtbij hun ouders en/of grootouders. Soms wijken ze nu noodgedwongen even uit naar een woning of wonen ze in bij een familielid dat plaats heeft. Regionaal is afgesproken dat eerst kinderen en kleinkinderen voorrang krijgen op een vrijgekomen standplaats. Daarna woonwagenbewoners die inwonen bij iemand op het betreffende centrum en dan standplaatszoekenden uit de eigen gemeente. Dan overige familieleden (ooms, tantes, neven en nichten) die wat verder weg wonen en dan woonwagenbewoners uit de regio. Als laatste standplaatszoekenden die geen woonwagenbewoner zijn. Door deze voorrangsvolgorde wordt maximaal ingezet op behoud van de cultuur van woonwagenbewoners die het wonen in familieverband inhoudt. Kan dat niet op het centrum waar ouders of grootouders wonen dan tenminste wel in de gemeente of in een regiogemeente. Binnen een voorrangsgroep gaat degene met de langste inschrijftijd voor. Daarvoor hanteren we de inschrijftijd op de wachtlijst.
De huisvestingsvergunning voor een standplaats is in principe persoonsgebonden en niet overdraagbaar. In geval van medebewoning regelt het Burgerlijk Wetboek de huurbescherming in geval van overlijden van de hoofdbewoner. Essentieel voor medehuurderschap of het kunnen voorzetten van de huurovereenkomst door een medebewoner bij overlijden van de hoofdbewoner, is dat er sprake moet zijn van een gemeenschappelijke huishouding. Bij de beoordeling of sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding (in eerste instantie door de verhuurder of bij afwijzing door de rechter) wordt naar verschillende zaken gekeken (zoals de duur de gemeenschappelijke huishouding, maar ook of er sprake was van het verlenen van mantelzorg bijvoorbeeld). Als sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding krijgt de betreffende persoon medehuurderschap of het recht op voortzetting van de huurovereenkomst van de standplaats bij overlijden van de hoofdhuurder. De tenaamstelling van de huisvestingsvergunning voor standplaatsen zal dan conform gewijzigd worden.
Artikel 2.7 Selectieve woningtoewijzing op basis van de Wbmgp
De gemeente ’s-Hertogenbosch werkt aan het behoud en versterken van de leefbaarheid en veiligheid van buurten en wijken. Het toepassen van selectieve woningtoewijzing als onderdeel van een breder maatregelenpakket in de wijkaanpak draagt bij aan dat doel. Selectieve woningtoewijzing op basis van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek vormt een inperking van de vrijheid van vestiging en het recht op privacy. Het inzetten van het instrument is dan ook zorgvuldig afgewogen. En de toepassing is bij wet aan een aantal vereisten en waarborgen gebonden. Selectieve woningtoewijzing kan slechts in daartoe op verzoek van de gemeenteraad door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen gebieden.
De gemeenteraad heeft op 7 oktober 2025 besloten een aanvraag voor een gebiedsaanwijzing bij de Minister in te dienen. Een volledige onderbouwing en beschrijving van de gebieden waar de selectieve woningtoewijzing van toepassing is, is terug te vinden in het betreffende raadsvoorstel.
De inzet van artikel 10 (selectie ter beperking van overlast gevend en crimineel gedrag) van de Wbmgp is er op gericht personen die op grond van hun verleden een risico met zich meebrengen voor het creëren van woonoverlast en het ontplooien van criminele activiteiten uit de buurt worden geweerd. In combinatie met andere maatregelen draagt dit bij aan het leef- en woonklimaat in de aangewezen kwetsbare buurten.
In artikel 2.7 van de huisvestingsverordening zijn de selectiecriteria opgenomen. Voor de volgende buurten wordt selectieve woningtoewijzing op basis van artikel 10 van de Wbmgp toegepast: Sprookjesbuurt (CBS-buurtcode BU07960910), Muziekinstrumentenbuurt (CBS-buurtcode BU07960911), Edelstenenbuurt (CBS-buurtcode BU07960912), De Hambaken (CBS-buurtcode BU07960909), Hinthamerpoort-Zuid (als onderdeel van CBS-buurtcode BU07960301) en Gestelse Buurt (CBS-buurtcode BU07960205).
Artikel 3.1 Aanwijzing beschermde woonruimte
Dit artikel vormt de basis voor de invoering van de opkoopbescherming als bedoeld in artikel 41 van de Huisvestingswet 2014. Opkoopbescherming geeft gemeenten de mogelijkheid om koopwoningen in het betaalbare segment gedurende een vaste periode uitsluitend beschikbaar te houden voor eigenaar-bewoning. Hiermee wordt voorkomen dat betaalbare koopwoningen worden opgekocht door beleggers om te verhuren, waardoor starters en middeninkomens moeilijker een woning kunnen kopen.
In deze verordening worden als beschermde woonruimte aangewezen:
Indien een woning pas na 1 januari 2024 voor het eerst een WOZ-waarde heeft gekregen (bijvoorbeeld bij recente nieuwbouw), geldt de eerstvolgende beschikbare WOZ-vaststelling na deze datum. Daarmee wordt aangesloten bij het prijssegment waar starters en middeninkomens het meest worden verdrongen door opkoop voor verhuur.
Periode van verhuurverbod zonder vergunning
De opkoopbescherming geldt gedurende vier jaar na de datum van inschrijving in de openbare registers. Gedurende die periode is verhuur zonder vergunning verboden, tenzij een van de in artikel 3.2 of 3.3 genoemde uitzonderingen van toepassing is.
Artikel 3.2 Gevallen waarin de verhuurvergunning wordt verleend (verplichte vergunningverlening)
Dit artikel beschrijft de situaties waarin het college verplicht is een verhuurvergunning te verlenen, mits artikel 43 van de Huisvestingswet (Bibob-weigering) niet van toepassing is.
De verplichte verlening geldt in drie situaties:
De vergunning is gekoppeld aan de specifieke huurder op grond van wiens hoedanigheid de vergunning is verleend. Verlaat deze persoon de woning, dan vervalt de vergunning automatisch.
Artikel 3.3 Gevallen waarin de verhuurvergunning kan worden verleend (discretionaire bevoegdheid)
Naast de verplichte gevallen kan het college de verhuurvergunning naar eigen beoordeling verlenen in de volgende situaties:
De woning wordt aangekocht met het doel deze planologisch te splitsen, én de splitsing leidt tot een toevoeging van één of meer zelfstandige woonruimten (dus een echte uitbreiding van de woningvoorraad). Het moet nadrukkelijk gaan om de toevoeging van extra zelfstandige woningen die voldoen aan het geldende bestemmingsplan of waarvoor een omgevingsvergunning is verleend. Niet uitgezonderd zijn:
Het college kan voorwaarden verbinden aan de vergunning, waaronder:
Artikel 3.4 Aanvraag en inhoud verhuurvergunning opkoopbescherming
Dit artikel regelt welke gegevens bij de aanvraag moeten worden ingediend. Deze gegevens zijn noodzakelijk om te beoordelen of een verplichte of facultatieve verleningsgrond van toepassing is.
Bij familieverhuur moeten bewijsstukken over het bloed- of aanverwantschap worden overgelegd (voor zover niet al bekend in de BRP). Bij tijdelijke verhuur door een eigenaar-bewoner moet een schriftelijke overeenkomst worden overgelegd die voldoet aan de voorwaarden uit artikel 3.2. Bij integrale bedrijfsruimten is aanvullende documentatie nodig om aan te tonen dat de woning niet zelfstandig functioneert.
Indien nodig kan het college aanvullende informatie opvragen om de aanvraag volledig te beoordelen.
Artikel 3.5 Intrekken van de verhuurvergunning opkoopbescherming
Naast de gronden die voortvloeien uit artikel 44 van de Huisvestingswet 2014 (Bibob-intrekking), kan de vergunning worden ingetrokken wanneer blijkt dat deze is verleend op basis van onjuiste of onvolledige gegevens.
Dit borgt dat de opkoopbescherming effectief blijft en niet wordt ondermijnd door misbruik of oneigenlijke aanvragen. Zou de vergunning bij volledige informatie zijn geweigerd, dan moet deze worden ingetrokken.
Artikel 5.1 Intrekking oude verordening en overgangsrecht
Met het tweede lid wordt de huidige wachtlijst voor standplaatsen gehandhaafd. De volgorde van de wachtlijst en de daarmee opgebouwde ‘rechten’ blijven bestaan. Echter wel met inachtneming van de voorrangsbepaling; de volgorde op de wachtlijst is van belang binnen een voorrangsgroep.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-21286.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.