Gemeenteblad van Zuidplas
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zuidplas | Gemeenteblad 2026, 212607 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zuidplas | Gemeenteblad 2026, 212607 | beleidsregel |
Handboek kabels en leidingen Gemeente Zuidplas 2025
Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Zuidplas,
Artikel 3 van in de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Zuidplas (“AVOI”) waarin is opgenomen dat het college nadere regels vaststelt in de vorm van een handboek over de wijze van voorbereiding en uitvoering bij het leggen van kabels en leidingen in openbare gronden en medegebruik van voorzieningen;
Nadere regels vast te stellen inzake de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur gemeente Zuidplas (AVOI) in de vorm van voorliggend Handboek kabels en leidingen gemeente Zuidplas 2025 waarin standaardbepalingen staan opgenomen voor het opnemen van de sleufverharding, het graven, aanvullen en verdichten van sleuven en het leggen van kabels en leidingen in openbare gronden die in eigendom en/of beheer zijn bij de gemeente Zuidplas.
1.2 Handboek kabels en leidingen
Het Handboek kabels en leidingen gemeente Zuidplas 2025 (“het Handboek”) geeft invulling aan de bevoegdheid van het college om nadere regels vast te stellen aan de voorbereiding en uitvoering bij het ontwerp, aanleg, onderhoud, verlegging en verwijdering van kabels en leidingen en het medegebruik van voorzieningen.
Het Handboek kabels en leidingen is door de gemeente Zuidplas van toepassing verklaard in alle gevallen waarin de gemeente, al dan niet op grond van een geldende verordening, overeenkomst of regeling, een graaftoestemming verleent voor werkzaamheden aan of ten behoeve van kabels en leidingen en bijbehorende bovengrondse voorzieningen.
Het bereiken en handhaven van deze doelstellingen wordt ondersteund door gedetailleerd uitgewerkte en uniforme voorschriften voor voorbereiding, aanvraag- en uitvoering ten behoeve van werken in het beheergebied van gemeente Zuidplas.
Het Handboek kabels en leidingen is van toepassing op alle leidingen, zowel buisleidingen als kabels en bijbehorende bovengrondse voorzieningen en geldt ook voor werken in/op nieuwbouwprojecten, voor zover deze onder de gemeentelijke verantwoordelijkheid vallen.
De graaftoestemmingverlening is het gemeentelijke instrument om zorg te dragen voor de veiligheid, de beperking van overlast, het voorkomen van schade en het borgen van de kwaliteit van de openbare ruimte.
Het verband tussen de wetten, verordeningen en handboek wordt in rangbepaling als volgt worden weergegeven:
In de praktijk kan er een rolverdeling bestaan tussen netbeheerder - instemminghouder - en grondroerder. Ook kan het zijn dat deze rollen door één en dezelfde partij worden vervuld.
Voor de gemeente is echter alleen de instemminghouder zowel financieel, operationeel als juridisch te allen tijde aansprakelijk en verantwoordelijk voor het (doen) opvolgen van de bepalingen in het Handboek. Dit ongeacht hoe de relatie tussen instemminghouder enerzijds en een eventuele net-beheerder en grondroerder anderzijds.
De gemeente behoudt zich het echter het recht voor om in dringende gevallen handhavingsmaatregelen rechtstreeks met grondroerder af te handelen en de instemminghouder pas later daarvan in kennis te stellen.
In dit Handboek wordt op diverse onderdelen verwezen naar wetten, normen, richtlijnen e.d. Hieronder is een beknopte omschrijving weergegeven welke deze betreffen.
3. GRAAFTOESTEMMING(EN) EN OVERIGE TOESTEMMING(EN) VOOR (GRAAF)WERKZAAMHEDEN
3.1 Vergunning en/of instemmingsbesluit
Voor groot geprogrammeerd werk in openbare grond dient voorafgaand aan de(graaf)werkzaamheden een vergunning en/of instemmingsbesluit te worden aangevraagd. Onder groot geprogrammeerd werk wordt verstaan:
De vergunning of instemming geldt voor openbare gronden in (aankomend) eigendom/beheer van gemeente. Aanvrager moet zelf onderzoeken en vaststellen wie de eigenaar/beheerder is van de gronden waarin (graaf)werkzaamheden verricht moeten worden. Ten aanzien van (graaf)werkzaamheden in gronden waarvan de Gemeente geen eigenaar/beheerder is, dient door aanvrager zelf aanvraag van de toestemming(en) en/of aanvraag van de instemming(en) en/of vergunning(en) te worden aangevraagd bij de betreffende grondeigenaar/beheerder. Indien dergelijke gronden aansluiten aan het bij de Gemeente aan te vragen tracé, moet aanvrager een afschrift van de aanvraag van de (particuliere) instemming(en) en/of vergunning(en) van de overige beheerders van de openbare ruimte zoals bijvoorbeeld het Waterschap, Rijks- en provinciale waterstaat, Dunea, Oasen, of Gasunie, Stedin, Liander bij te voegen.
Bij de aanvraag van de graaftoestemming, dient de aanvrager zelf onderzoek te verrichten naar (eventueel) verdachte locaties ten aanzien van bodemverontreiniging. Over (eventueel) ernstig of vermoedelijk ernstig verontreinigde locaties kan de aanvrager informatie inwinnen bij het bodemloket. Indien sprake is van een verdachte locatie/bodemverontreiniging zie hoofdstuk 8 van dit Handboek.
3.3 Voorwaarden voor melding of aanvraag
Bij de melding van een instemmingsbesluit of aanvraag vergunning moeten conform het bepaalde in de AVOI, in ieder geval de volgende gegevens worden verstrekt:
Een afschrift van de aanvraag van de (particuliere) instemming(en) en/of vergunning(en) van de overige beheerders van de openbare ruimte zoals bijvoorbeeld het Waterschap, Rijks- en provinciale waterstaat, Dunea, Oasen, of Gasunie, Stedin, Liander waarvoor de aanvrager of melder zelf moet inventariseren of dergelijke overige vergunningen en instemmingen nodig zijn en ze ook tijdig aan moet vragen;
Een uitvoeringsplan, in ieder geval inhoudende:
Een verkeersplan conform CROW-publicatie 96b; dit plan kan ook nodig zijn voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning; de aanvrager of melder pleegt ten behoeve van dit verkeersplan zelf overleg met onder andere politie, verzorgings- en hulpdiensten, particuliere en openbare vervoerders en met de gemeente ten einde zorgvuldige afstemming en voorinformatie te bereiken. Het verkeersplan dient minimaal 14 dagen van tevoren ingediend te zijn. Een vooraankondiging dient minimaal 5 dagen van tevoren gezet te zijn;
De netbeheerder, dan wel diens grondroerder, is op grond van het algemene aansprakelijkheidsrecht gehouden tot het, op basis van redelijkheid en billijkheid, vergoeden van alle schade, geleden en te lijden door de gemeente, voortvloeiende uit de door of vanwege de netbeheerder uit te voeren (graaf)werkzaamheden. De berekening van de schadevergoeding is gebaseerd op vijf kostensoorten: herstel-, onderhouds-, beheers- en degeneratiekosten of werkelijke kosten, met als uitgangspunt kostendekkendheid voor de gemeente.
Voor de berekening van de schadevergoeding voor degeneratie worden de tarieven gehanteerd conform de landelijke ‘Richtlijn tarieven (graaf)werkzaamheden (telecom): Richtlijn voor gemeenten ten behoeve van het berekenen van tarieven voor herstel-, onderhouds-, beheer- en degeneratiekosten bij (graaf)werkzaamheden door aanbieders in openbare gronden die in eigendom of beheer zijn van gemeenten’ (meest recente versie) en volgens de laatst vastgestelde landelijke tarieven, welke toepasselijkheid op termijn geëvalueerd wordt, waarna mogelijke aanpassing plaatsvindt.
Voor het herstel van groenvoorzieningen hanteert de gemeente project specifieke tarieven. Voorafgaand aan het verlenen van de graaftoestemming dient netbeheerder, dan wel diens graaftoestemmingshouder, hiertoe een offerte aan te vragen bij gemeente. Schadeberekening aan bomen geschiedt middels schadetaxatie volgens de methode van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB)
Aanvrager moet zelf inventariseren of naast de graaftoestemming een aparte omgevingsvergunningnoodzakelijk is en moet deze bij de Gemeente separaat en tijdig aan vragen. In het algemeen kan worden gesteld dat voor (graaf)werkzaamheden die strikt binnen de door de Gemeente vastgesteld kabel en leidingstroken worden uitgevoerd vrijstelling kan worden verkregen voor de omgevingsvergunning.
Aanvrager moet zelf inventariseren welke toestemming(en) en/of instemming(en) en/of vergunning(en) er van overige beheerders van openbare ruimte zoals bijvoorbeeld het waterschap, Rijks- en provinciale Waterstaat, Dunea, Oasen, Stedin, Liander of Gasunie nodig zijn voor het betreffende werk en deze separaat en tijdig aan vragen. Een afschrift van de bedoelde aanvraag van de toestemming(en) en/of instemming(en) en/of vergunning(en) moet bij de aanvraag graaftoestemming worden gevoegd.
In het geval de (graaf)werkzaamheden ten behoeve van doorgaande kabels en leidingen particuliere eigendommen doorkruisen, moet de aanvrager vooraf toestemming voor het leggen en liggen van betreffende grondeigenaar hebben verkregen. Een afschrift van deze aanvraag van toestemming(en) moet bij de aanvraag graaftoestemming worden gevoegd. Deze bepaling geldt niet voor de eigen klantaansluiting van de betreffende grondeigenaar.
Ten behoeve van het verkrijgen van een omgevingsvergunning en/of graaftoestemming, kan het noodzakelijk zijn om vooraf verkeersplannen in te dienen. Aanvrager pleegt daartoe zelf overleg met onder andere politie, verzorging- en hulpdiensten, particuliere- en openbare vervoerders alsmede met de betreffende wegbeheerder van de gemeente teneinde zorgvuldige afstemming en voorinformatie te bereiken. Verkeersmaatregelen dienen via de applicatie Melvin aangevraagd te worden. Zonder toestemming via Melvin mogen de werkzaamheden waarvoor verkeermaatregelen noodzakelijk zijn niet starten.
Alle (graaf)werkzaamheden die uitgevoerd worden in openbare gronden binnen de gemeente moeten door graaftoestemminghouder en/of Netbeheerder of zijn rechtsgeldig gemandateerde grondroerder uiterlijk één werkdag na beëindiging van het werk worden afgemeld via het gemeentelijk registratiesystem/ MOOR.
Graaftoestemminghouder ontvangt van de Gemeente via het digitale loket een schriftelijke reactie op zijn aanmelding. Indien de aanmelding is gehonoreerd, moet de goedkeuring, samen met een kopie van het aanmeldingsformulier en eventueel de graaftoestemming, gedurende het werk op de werklocatie aanwezig zijn, evenals de benodigde toestemmingen en vergunningen van derden.
De exacte startdatum en doorloopplanning van het werk moeten bij de aanmelding worden opgegeven en mogen daarna niet meer worden gewijzigd. Indien op de aangegeven datum niet gestart is met het werk vervalt de goedkeuring, tenzij de graaftoestemminghouder aan kan tonen dat het werk niet kon worden gestart door weersomstandigheden of onverwachte en door graaftoestemminghouder niet te voorkomen of te voorziene hinder op de werklocatie.
3.5 Procedure werkzaamheden van niet ingrijpende aard
Voorwaarde voor het verkrijgen van een graaftoestemming voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard, is wel dat het werk betrekking heeft op het onderhouden, wijzigen en/of uitbreiden van een reeds rechtsgeldig in de openbare ruimte van de gemeente aanwezige ondergrondse nuts- en/of telecommunicatie-infrastructuur.
3.6 Uitzonderingsprocedure spoedeisend werk/calamiteit
Spoedeisende werkzaamheden, noodzakelijk in verband met een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening via het betreffende net en waarvan uitstel niet mogelijk is, of niet kan worden afgewacht moeten direct na signalering en altijd voor aanvang van de uitvoering worden gemeld in het gemeentelijk registratiesysteem en gemeld worden aan de GTKL
Wanneer de calamiteit van dusdanige aard en/of omvang is dat hulpdiensten moeten worden ingeschakeld, is de netbeheerder hiervoor verantwoordelijk. Hiervoor kan het landelijke alarmnummer 112 worden gebruikt. Tevens moet (daarna) ook het gemeentelijke meldpunt worden gewaarschuwd via telefoonnummer 0180330300.
3.7 Voorschriften en beperkingen bij de graaftoestemming
Ter bescherming van haar belangen kan het college in ieder geval aan de graaftoestemming voorschriften en beperkingen verbinden over het medegebruik van voorzieningen, zoals kabelsleuven, kabelgoten en geleidingen alsmede het inpassen van zogenaamde weesleidingen en een borgstelling eisen voor de nakoming van verplichtingen die gesteld zijn bij de voorschriften en beperkingen aan de graaftoestemming.
3.8 Tijdelijk opschorten van de graaftoestemming
Door of namens het college kan een tijdelijk breekverbod worden ingesteld bij bepaalde weersomstandigheden, zoals wateroverlast, zware sneeuwval of vorst, waarbij de uitvoering van de werkzaamheden tot overlast voor de bewoners of schade kan leiden.
In geval van extreme weersomstandigheden (bijvoorbeeld wateroverlast, zware sneeuwval of ijzel en vorst), waarbij de uitvoering van de (graaf)werkzaamheden tot overlast voor de bewoners en/of schade voor de gemeente door bijvoorbeeld breuk van vastgevroren bestrating materiaal en/of niet goed te verdichten ondergrond leidt, zal de gemeente overgaan tot het tijdelijk opschorten van een verleende graaftoestemming (“opbreekverbod”). De graaftoestemminghouder en grondroerder zijn gehouden zich aan onderstaande richtlijnen te houden, ook al heeft de gemeente (nog) geen expliciete melding van een opbreekverbod gemaakt:
Op het weerstation KNMI in De Bilt gelden de volgende condities:
Indien netbeheerder en gemeente vooraf overeenkomen dat, tijdens een opschortingsperiode zoals bedoeld in lid 1, reguliere werkzaamheden aan netwerken voor levering van gas, water en/of elektriciteit niet langer kunnen worden uitgesteld, kan de gemeente onder strikte voorwaarden een ontheffing voor het betreffende werk verlenen. Uitgangspunten hierbij zijn in ieder geval:
Direct na het opheffen van het algemene opbreekverbod moet de ontheffinghouder op zijn kosten zorgen voor het, naar genoegen van de gemeente, weer in oorspronkelijke staat (wegprofiel, verharding, verhardingselementen alsmede laagopbouw en verdichting van de ondergrond) brengen van de doorgraven openbare ruimte.
3.9 Coördinatie periode uitvoering werkzaamheden en graafrust
Als een aanvrager niet urgente planbare werkzaamheden wil uitvoeren, op een locatie waar in een periode van 12 maanden voor of 12 maanden na, de in de aanvraag genoemde uitvoeringsperiode, de weg was of wordt opgebroken, of een groenvoorziening was of wordt verstoord en geen sprake is geweest van een reconstructie of groot onderhoud zoals bedoeld in artikel 8 lid 9 van de AVOI (alternatief: ofwel in geval van een uitgevoerde reconstructie of groot onderhoud een periode van 5 jaar) , kan de gemeente besluiten de in de aanvraag voorgestelde tijdstip voor de aanvang van de werkzaamheden te verschuiven tot de hier bedoelde periode van 12 maanden of vijf jaar na de eerder uitgevoerde werkzaamheden.
Daarbij hanteert de Gemeente de volgende uitgangspunten:
De gemeente wenst te voorkomen dat een weg of groenvoorziening, kort na aanleg, of kort nadat een weg of groenvoorziening vanwege werkzaamheden is opgebroken, (opnieuw) wordt opgebroken of verstoord, waardoor nodeloos overlast voor omwonenden ontstaat. Een tweede doel is het voorkomen of beperken van schade aan een gemeentelijke weg of groenvoorziening, doordat een weg of groenvoorziening zonder noodzaak (opnieuw) wordt opgebroken of verstoord. Voorts kan het gezamenlijk uitvoeren of goed coördineren van de uitvoering van werkzaamheden tot aanzienlijke kostenbesparingen voor netbeheerders en de Gemeente leiden. De komende jaren wordt een sterke toename verwacht van graafwerkzaamheden in de openbare grond o.a. als gevolg van de energietransitie. Dit maakt een tijdige afstemming van werkzaamheden in de openbare grond nog belangrijker. Om deze redenen wil de Gemeente de afstemming van die werkzaamheden verbeteren. De Gemeente wil samen met de netbeheerders afspraken maken over de afstemming in de tijd en de wijze van uitvoering van werkzaamheden, ook op programmaniveau.
Het algemene uitgangspunt is dat er geen tweede (of volgende) vergunning wordt verleend of een tweede instemmingsbesluit wordt afgegeven, als dit ertoe leidt dat een weg binnen een periode van 12 maanden opnieuw wordt opgebroken of een groenvoorziening opnieuw wordt verstoord (graafrust). Zoals eerder beschreven neemt de Gemeente per aanvraag een beslissing over de verschuiving van de termijn c.q. het opleggen van een graafrust, waarbij de omstandigheden van het geval en de belangen van omwonenden, de netbeheerders en de Gemeente worden meegenomen.
Het gaat bij het verschuiven van de uitvoeringsperiode, of de toepassing van graafrust, steeds om planmatige werkzaamheden van kabels en leidingen (waar vaak een meerjarige planning aan ten grondslag ligt). Incidentele aanleg vanwege verzoeken van nieuwe klanten om op een netwerk te worden aangesloten, calamiteiten of spoedeisende werkzaamheden zijn niet planbaar. Voor deze werkzaamheden zal de Gemeente in beginsel bij het vaststellen van de uitvoeringsperiode niet afwijken van de aanvraag en geen graafrust opleggen.
Ter wille van de afstemming van werkzaamheden tussen netbeheerders en de Gemeente worden de netbeheerders verzocht hun meerjarenplanning met de Gemeente en elkaar te delen. Op basis van die planning wordt overleg gevoerd tussen de netbeheerders en de Gemeente waarbij afspraken worden gemaakt over het tijdstip en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden. Het verschuiven van het uitvoeringstijdstip van een aanvraag, en het zo nodig opleggen van graafrust, is daarbij een ondersteunend instrument.
Als netbeheerders (en indien van toepassing de beheerder van de openbare weg en de riolering) onderling geen overeenstemming bereiken, kan de Gemeente zelf de uitvoeringstijdvakken (afwijkend van een aanvraag) vaststellen. In artikel 6 van de AVOI is voor vergunningen aangegeven dat het tijdstip niet later mag liggen dan 12 maanden na de datum van de verlening van de vergunning, voor telecomkabels geldt artikel 5.4 lid 2 Telecommunicatiewet. De Gemeente kan echter om zwaarwichtige redenen van publiek belang een langere periode opleggen (in beginsel nooit langer dan twee jaar). Er kan sprake zijn van zulke zwaarwichtige redenen van publiek belang als een weg of een groenvoorziening binnen een termijn van 24 maanden na de aanleg of het opbreken van de weg of het verstoren van de groenvoorziening, (opnieuw) wordt opgebroken of verstoord ten behoeve van de aanleg, onderhoud, instandhouding of opruiming van een kabel of leiding. De laatstgenoemde termijn van 24 maanden ziet zowel op opbrekingen of nieuwe aanleg die reeds hebben plaatsgevonden, als op opbrekingen die nog moeten plaats vinden (toekomstige opbrekingen).
De optimale vorm van samenwerking is die waarin netbeheerders voor de uitvoering van graafwerkzaamheden dezelfde (onder)aannemer inschakelen, of de inzet van hun (onder)aannemers goed op elkaar afstemmen (waarbij de ene aannemer de sleuf openmaakt en de andere aannemer de sleuf dicht maakt). Hier zijn goede mogelijkheden voor als de Gemeente zelf in het kader van herinrichting de weg opbreekt. De Gemeente kan dan zelf het initiatief nemen haar werkzaamheden en de werkzaamheden van de netbeheerders op elkaar af te stemmen (koppelkansen). Ook als een netbeheerder de initiatiefnemer is, is het gewenst dat de werkzaamheden van de netbeheerders de werkzaamheden van hun (onder)aannemers die in hetzelfde tijdvak (of kort voor of na elkaar) hetzelfde deel van de weg opbreken op elkaar afstemmen. De netbeheerders voor elektra, gas en water liggen grotendeels in het trottoir in een relatief grote sleuf, in hetzelfde deel van het standaardprofiel en hebben een relatief lange periode nodig om hun werkzaamheden uit te voeren. Dit geeft veel benutbare mogelijkheden voor samenwerking tussen deze netbeheerders.
Telecom-netbeheerders liggen grotendeels in het trottoir, in een ander deel van het standaardprofiel, werken in een smalle sleuf en kunnen de uitvoering van hun werkzaamheden afstemmen met andere telecom-netbeheerders. De ervaring leert echter dat de marktomstandigheden (concurrentiepositie op de markt) de samenwerking tussen telecom-netbeheerders onderling en met de andere netbeheerders sterk bemoeilijkt. Dit is echter uit het oogpunt van het openbaar belang geen reden af te zien van de eis dat telecom-bedrijven zoveel mogelijk samenwerken, de hinder zoveel mogelijk beperken, en zoveel mogelijk gelijktijdig samen aanleggen met andere netbeheerders om de hinder te beperken. Als het gaat om activiteiten van twee telecombedrijven is het wenselijk dat ze hun kabels gelijktijdig in één sleuf leggen. Het uitwisselen van informatie over de aanleg van nieuwe netwerken ligt gevoelig bij telecombedrijven omdat die elkaars concurrenten zijn. Het telecombedrijf kan die informatie echter wel delen met de Gemeente die deze informatie vertrouwelijk zal behandelen. Voor werkzaamheden aan het riool moet de weg worden opengebroken. Vaak wordt dit gecombineerd met het herstraten van de gehele weg. Dit laatste geeft veel mogelijkheden voor de afstemming met werkzaamheden aan elektra, gas, warmte en water en telecom kabels en leidingen. Hetzelfde geldt als de Gemeente de weg of groenvoorziening herinricht.
De Gemeente zal de netbeheerders stimuleren onderling samen te werken. De netbeheerders dienen echter ook zelf actief de onderlinge samenwerking te zoeken. Zij kunnen daartoe onder meer periodiek hun jaarplanningen naar elkaar toe sturen, en actief (per project) de andere netbeheerders vragen of die in hetzelfde gebied in dezelfde periode werkzaamheden willen uitvoeren (programmeringen afstemmen). Dit geldt niet voor telecom-bedrijven als het om concurrentiegevoelige informatie gaat, de informatie moet wel aan de Gemeente worden verstrekt, die de informatie vertrouwelijk zal behandelen. De gemeentelijke beheerders van de riolering en de weg zullen hun planning van de riolerings- en wegwerkzaamheden naar de netbeheerders toesturen en deelnemen aan het overleg over de samenwerking.
In het geval door de Gemeente ter plaatse geconstateerd wordt dat een werk in uitvoering is zonder dat de vereiste instemming of vergunning is verleend en het werk niet valt onder spoedeisend werk/calamiteit, geldt de volgende procedure:
Het doen van een mondelinge mededeling aan grondroerder, waarna de grondroerder direct de (graaf)werkzaamheden moet staken en gestaakt houden alsook het opleggen van de verplichting aan betreffende grondroerder om de ondergrond, verharding en openbare ruimte weer in de oorspronkelijke staat terug te brengen. Dit kan inhouden dat reeds gelegde voorzieningen weer moeten worden verwijderd.
De betreffende medewerker doet hiervan melding bij de Beheerder Kabels & Leidingen en legt feiten en omstandigheden vast door middel van foto’s.
De netbeheerder of de grondroerder die in opdracht van een netbeheerder werkt treedt terstond in overleg met de Beheerder Kabels & Leidingen waarna de Beheerder Kabels & Leidingen aanwijzingen geeft ten aanzien van het te volgen proces.
In het geval door de gemeente achteraf geconstateerd wordt dat een werk in uitvoering is, of is uitgevoerd zonder dat de vereiste instemming of vergunning is verleend en het werk is niet bij de gemeente aangemeld als spoedeisend werk/calamiteit, kan de gemeente de verplichting vorderen aan de netbeheerder voor wie het uitgevoerde bedoeld is om de ondergrond, verharding en openbare ruimte weer in de oorspronkelijke staat terug te brengen. Dit kan inhouden dat reeds gelegde voorzieningen weer moeten worden verwijderd.
Indien de grondroerder die het betreffende werk uitvoert, bij de onder lid 4 genoemde vordering op eerste aanzegging in gebreke blijft bij het opvolgen van de door de gemeente uitgebrachte aanwijzingen of verplichtingen, kan de gemeente de voor het in oorspronkelijke staat terugbrengen van de openbare ruimte benodigde werkzaamheden (laten) uitvoeren.
Indien de netbeheerder bij de onder lid 5 genoemde vordering op eerste aanzegging in gebreke blijft bij het opvolgen van de door de gemeente uitgebrachte aanwijzingen of verplichtingen, kan de gemeente de voor het in oorspronkelijke staat terugbrengen van de openbare ruimte benodigde werkzaamheden (laten) uitvoeren.
De geconstateerde tekortkomingen moeten binnen veertien kalenderdagen door graaftoestemminghouder en/of grondroerder worden hersteld. Zodra het herstel is voltooid, moeten graaftoestemminghouder en/of grondroerder het herstel gereed melden bij de GTKL. Deze zal op het betreffende herstel een hernieuwde opleveringsbeproeving (schouw) uitvoeren of laten uitvoeren.
Na de acceptatie van de herstelde openbare ruimte zijn graaftoestemminghouder en/of grondroerder gedurende een onderhoudstermijn van twaalf maanden, gerekend na het moment van de ondertekening van het proces verbaal van oplevering door de gemeente, verantwoordelijk voor het in standhouden van de hoedanigheid en kwaliteit van de geaccepteerde herstelde ondergrond en verharding.
Eventuele, tijdens de onderhoudstermijn door de GTKL geconstateerde gebreken zullen door de GTKL of Beheerder Kabels & Leidingen schriftelijk worden gemeld aan de graaftoestemminghouder en/of grondroerder. De aangegeven gebreken moeten binnen zeven kalenderdagen door graaftoestemminghouder en/of grondroerder worden hersteld. Zodra het herstel is voltooid moeten graaftoestemminghouder en/of grondroerder het herstel gereed melden bij de GTKL.
4. RICHTLIJNEN TEN BEHOEVE VAN DE TRACE ENGINEERING
4.1 Eisen ten aanzien van de tracébepaling
De Beheerder Kabels en Leidingen dient het voorgenomen tracé goed te keuren.
Bij de tracébepaling van leidingen zijn drie aspecten van belang:
Deze aspecten worden beschouwd vanuit;
Optimaliseren van de veiligheid.
In het tracé, bij een standaard tracé breedte zonder bomen en gerekend vanaf erfgrens/gevel, worden de distributieleidingen volgens een vaste volgorde (zie bijlage 1) ingedeeld. In het overig deel van de openbare weg liggen de transportleidingen. Met nadruk wordt erop gewezen dat bovengenoemd basisprincipe moet worden nagestreefd. De werkelijke situatie kan echter afwijken, waardoor de gemeente genoodzaakt is een andere indeling te bepalen. Bij gebrek aan beschikbare ruimte kan de gemeente ook een verticale spreiding vaststellen.
Uitgangspunten bij verticale ligging:
Strook tussen 0,75 meter en 0,90 meter beneden het (toekomstige) maaiveld voor de (huis)aansluitingen van het riool vrijhouden.
Bij boringen/persingen, in welke vorm ook, is de diepteligging afhankelijk van de situatie ter plaatse. De minimale verticale dagmaat ten opzichte van de te kruisen leidingen bedraagt tenminste 0,50 meter, waarbij de te boren/persen leiding onder de bestaande leiding moet worden gevoerd. Genoemde minimale verticale dagmaat moet aantoonbaar worden gegarandeerd om afwijkingen tijdens de uitvoering op te vangen.
Indien de aanwezige bodem van de watergang lager ligt dan de ontwerpdiepte moet een gronddekking van 2,00 meter ten opzichte van de aanwezige bodem worden aangehouden. Een en ander conform de eisen van het vigerende waterschap.
Objecten die kunnen worden beïnvloed door de tracering en aanleg van leidingen moeten vooraf door de aanvrager worden geïdentificeerd. Objecten kunnen onder meer zijn: bestaande wegen, spoorwegen, waterlopen, voetpaden, primaire- en secundaire waterkeringen, kademuren, viaducten, tunnels, naastliggende leidingen, lichtmasten, bomen en gebouwen.
In een tracé kunnen secties voorkomen waarvoor door derden toestemming(en) en/of instemming(en) en/of vergunning(en) moet worden verleend. Deze secties kunnen onder meer zijn: kruisingen van rijks-, provinciale- en waterschap wegen, kruisingen van waterwegen, kruisingen van primaire- en secundaire waterkeringen of kruisingen van particuliere eigendommen. De gemeente zal pas overgaan tot behandeling van de aanvraag graaftoestemming als deze compleet is, wat in ieder geval inhoudt dat door alle betreffende derde belanghebbenden schriftelijk toestemming is aangevraagd en/of toestemming(en) en/of instemming(en) en/of vergunning(en) is verleend.
4.2 Bepalingen ten aanzien van de engineering/werkvoorbereiding
De aanvrager is verplicht om in zijn werkvoorbereiding te inventariseren welke netbeheerders belangen hebben in het beoogde tracé, deze te informeren over de voorgenomen(graaf)werkzaamheden en gegevens over de aard en ligging van die belangen op te vragen. In ieder geval zal er een oriëntatiemelding moeten worden gedaan bij het Kadaster, sectie KLIC.
Van de gemaakte proefsleuven en de maatvoeringen van de daarin aangetroffen kabels en leidingen houdt aanvrager een actuele registratie bij die op eerste aanzeggen aan de Beheerder Kabels en Leidingen wordt overhandigd. Indien afwijkingen van het vigerende standaard dwarsprofiel, dan wel het door gemeente aangewezen standaard tracé, worden geconstateerd zal de GTKL in overleg met aanvrager een nieuw beoogd tracé aanwijzen.
Kabels en leidingen van de netbeheerder die, door het graaftoestemming plichtige werk, blijvend buiten gebruik worden gesteld, dan wel kabels en leidingen die de afgelopen 10 jaar geen dienst hebben gedaan/niet in gebruik zijn genomen, moeten in het vergunde werk worden verwijderd als zij in de te ontgraven sleuf liggen. De van toepassing zijnde wettelijke overgangsregelingen zullen hierbij worden gerespecteerd.
Koppelbalken van funderingen mogen alleen worden gekruist als de afstand tussen de bovenkant van de koppelbalken en het maaiveld tenminste 2,00 meter bedraagt en de te overbruggen ruimte tussen de koppelbalken is voorzien van een gewapende betonplaat waarboven de leidingen een veilige ligging verkrijgen.
Tijdelijk aan te brengen voorzieningen in de openbare ruimte moeten de goedkeuring hebben van de beheerder van de openbare ruimte. Deze tijdelijke voorzieningen, waaronder damwanden en heipalen moeten na voltooiing van de (graaf)werkzaamheden worden verwijderd. Mocht dit om welke reden dan ook niet mogelijk zijn, dan kan door de beheerder van de openbare ruimte besloten worden deze voorzieningen tot een nader te bepalen maat onder het maaiveld te verwijderen. In de regel is deze maat minimaal 2,50 meter.
Er kan sprake zijn van voorbereide (huis)aansluitingen, waarbij de voor de (huis)aansluitingen bedoelde buis, kabel of leiding al op de volledig benodigde lengte vanaf de hoofdleiding tot aan de klantaansluiting in de openbare grond tijdelijk moet worden opgeborgen (voornamelijk bij CAI-, FTTH- en datanetten). In die gevallen moet deze voorbereiding zo strak mogelijk opgerold en gebundeld, evenwijdig aan de erfgrens en op de profieldiepte worden weggezet tegen de erfgrens van het perceel waar de voorziening voor bedoeld is. Het hiervoor eventueel benodigde tracé en/of de wegkruisingen moeten tegelijk met de aanleg van de hoofdsleuf worden aangebracht.
Voor aanleg van handhole(s) en/of ondergrondse lasmof(fen), gelijktijdig met de aanleg van de bijbehorende leidingtracés, moet in de aanvraag iedere handhole en/of ondergrondse lasmof specifiek genoemd worden. De locatie van de handhole(s) en/of ondergrondse lasmof(fen) moet middels een detailtekening apart aangegeven zijn. De handhole(s) en/of ondergrondse lasmof(fen)worden in de te verlenen graaftoestemming specifiek benoemd.
Aanvrager moet een spitprofiel maken waaruit de ligging van alle aanwezige kabels en leidingen blijkt op de plaats waar de handhole(s) en/of ondergrondse lasmof(fen) is/zijn geprojecteerd. Dit ingetekende profiel, aangevuld met een (digitale) foto(‘s), moet bij gereedmelding van het werk aan de Beheerder kabels en leidingen worden overhandigd.
Tijdens de uitvoering kan alsnog de instemming/vergunning voor de aangevraagde locatie(s) worden ingetrokken als blijkt dat plaatsing tot onoverkomelijke problemen voor de gemeente of derden leidt. De graaftoestemminghouder zal in die gevallen samen met de Beheerder kabels en leidingen een alternatief zoeken.
De handhole(s) en/of ondergrondse lasmof(fen) moeten geplaatst worden op een, naar oordeel van de gemeente, maatschappelijk verantwoorde plaats. In geen geval zal/zullen handhole(s) geplaatst mogen worden in kabel- en leidingtracés, parkeerplaatsen, uitwegen, op kruisingen, ter plaatse van de aansluitlocatie van woningen en binnen een afstand van drie meter vanaf bomen.
Afgaande en inkomende buizen en kabels moeten onder de eventueel aanwezige kabels en/of leidingen van derden worden gelegd. De in- en uitgaande buizen van handhole(s) moet(en) onderlangs het tracé uitgebogen worden naar de handhole(s) toe. Verweving van het kabel- en/of buizenstelsel moet zoveel mogelijk worden voorkomen.
Handhole(s) en/of ondergrondse lasmof(fen) mogen niet geplaatst worden nabij (hoofd)rioleringen, (hoofd)leidingen en/of huis- en bedrijfsaansluitingen van de nuts-/telecombedrijven. Minimale afstand is 1,00 meter. Wanneer niet aan deze voorwaarden kan worden voldaan, moet aanvrager zelf contact op nemen met de betreffende eigenaar van de aansluiting teneinde van hem schriftelijke toestemming te verkrijgen voor een belemmering van zijn rechten. Deze toestemming is onderdeel van de aanvraag graaftoestemming.
De handhole(s) waarvan, ter beoordeling van de gemeente, aangenomen kan worden dat deze bij normale bedrijfsvoering maximaal twee keer per jaar geopend gaan worden moeten zodanig aangebracht worden dat het deksel van de handhole een minimale dekking heeft van 0,5 meter onder maaiveld. Verder moet de handhole ingebed en afgedekt worden met straatzand conform de vigerende RAW-bepalingen.
De handhole(s) waarvan, ter beoordeling van de gemeente, aangenomen kan worden dat deze bij normale bedrijfsvoering meer dan twee keer per jaar geopend gaan worden moeten voorzien zijn van een zwart gecoate, geprofileerd stalen putdekselconstructie van de ter plaatse vereiste verkeersklasse. De handhole moet zodanig aangebracht worden dat het deksel van de handhole na zetting van het omringende straatwerk gelijk ligt met het peil van het omringende maaiveld (bovenkant elementenverharding). Verder moet de elementenverharding rond de handhole ingeknipt worden in het bestaande verband.
De maximaal toegestane uitwendige breedte van de handhole is 0,70 meter. Indien dit niet toepasbaar is door ruimtegebrek, moet een andere locatie worden bepaald of meerdere handholes van een kleiner formaat worden toegepast. Bij handholes van afwijkend formaat moeten de specificaties daarvan vooraf ter goedkeuring aan de Beheerder kabels en leidingen worden voorgelegd.
Bij plaatsing in de rijweg, of een onderdeel daarvan, moet de handhole worden voorzien van een deksel dat bestand is voor belastingen conform verkeersklasse D400 volgens NEN-EN 124. De handhole(s) moet(en) zodanig aangebracht worden dat het deksel van de handhole na zetting van het omringende straatwerk gelijkligt met het peil van het omringende maaiveld (bovenkant elementenverharding). Verder moet de elementenverharding rond de handhole ingeknipt worden in het bestaande verband.
De handhole(s) en/of ondergrondse lasmof(fen) blijft/blijven eigendom van de graaftoestemminghouder. De graaftoestemminghouder draagt zorg voor het beheer van de handhole(s) en/of ondergrondse lasmof(fen), waartoe behoort het op eerste aanzegging van de Beheerder kabels & leidingen op de juiste hoogte stellen van de handhole.
4.4 Bovengrondse voorzieningen behorend bij kabel- /leidingnet
Bovengrondse voorzieningen worden in overleg met het de toezichthouder zoveel mogelijk uit het zicht – bij voorkeur inpandig of ondergronds- geplaatst of direct naast andere, reeds aanwezige, bovengrondse voorzieningen. Voorwaarde is steeds dat de voorziening goed inpasbaar is in de openbare ruimte.
De exacte locaties van handholes c.q. distributiepunten en bovengrondse voorzieningen worden in overleg met de toezichthouder bepaald en mogen alleen worden geplaatst in aanwezigheid van de toezichthouder. Indien de toezichthouder constateert, óf dat op een later moment blijkt, dat een handholes c.q. distributiepunten of bovengrondse voorziening bezwarend is geplaatst dan verplaatst de netbeheerder deze binnen 5 werkdagen.
Bij plaatsing van bovengrondse voorzieningen van grotere afmeting in of nabij een groenvoorziening kan de gemeente nadere eisen stellen. Er kan bijvoorbeeld aanplant van extra beplanting gewenst zijn om de bovengrondse voorziening zoveel als mogelijk aan het zicht te onttrekken. Voorwaarde is steeds dat de voorziening goed inpasbaar is in de openbare ruimte, en het de voorkeur heeft, en soms gelet op het effect op de openbaar ruimte, naar het oordeel van de Gemeente noodzakelijk kan zijn de voorzieningen inpandig of ondergronds te plaatsen. Deze extra voorwaarden worden door de gemeente opgenomen in de vergunning of het instemmingsbesluit.
5. VOORSCHRIFTEN TEN AANZIEN VAN DE UITVOERING
5.1 Inventariseren bestaande kabels en leidingen
Dit moet gebeuren door het tijdig opvragen van de leidinggegevens en overige voorwaarden bij het Kadaster, sectie KLIC, dan wel bij de betreffende netbeheerders. Op de werklocatie moeten, naast een kopie van de graaftoestemming en de gewaarmerkte graaftoestemmingtekening(en), eveneens de maatvoeringtekeningen met leidinggegevens van alle in de ondergrond aanwezige kabels- en leidingen aanwezig zijn.
Van de gemaakte proefsleuven en de maatvoeringen van de daarin aangetroffen kabels en leidingen houdt graaftoestemminghouder een actuele registratie bij die op eerste aanzeggen van de Beheerder kabels & leidingen wordt overhandigd. Indien afwijkingen van het vigerende standaard dwarsprofiel dan wel het door gemeente aangewezen tracé worden geconstateerd zal de GTKL in overleg met graaftoestemminghouder een nieuw tracé uitzetten.
5.2 Informatie en communicatie
Namens de graaftoestemminghouder moet er altijd één aan te spreken verantwoordelijke persoon op het werk aanwezig zijn. De naam van deze persoon moet bij alle betrokken partijen bekend zijn. Deze persoon heeft tot taak te controleren en te verifiëren dat alle gespecificeerde materialen worden toegepast en dat de constructiewerkzaamheden worden uitgevoerd volgens het bestek, de specificaties, de tekeningen en de gemaakte afspraken, alsmede dat de uitvoering geschiedt overeenkomstig het gestelde in de graaftoestemming. Hij moet de door GTKL en andere toezichthouders gevraagde informatie verstrekken en de nodige medewerking verlenen om hun werk mogelijk maken.
De voertaal op het werk is Nederlands. Graaftoestemminghouder moet ervoor zorgdragen dat de sleutelfunctionarissen in zijn projectorganisatie, dan wel van zijn grondroerder deze taal voldoende beheersen. Op de werklocatie dient tijdens de werkzaamheden minimaal één persoon aanwezig te zijn die de Nederlandse taal goed beheerst in woord en geschrift .
Bij (graaf)werkzaamheden waarbij de bereikbaarheid van belanghebbenden en/of omwonenden tijdelijk wordt verminderd, alsmede bij grotere wegafzettingen, moet de grondroerder namens de graaftoestemminghouder minimaal één week voor aanvang van de (graaf)werkzaamheden de belanghebbenden en omwonenden schriftelijk op de hoogte stellen van de werkzaamheden, op welke schrijven de gemeentelijk Beheerder kabels & leidingen vooraf akkoord dient te geven. Daarbij dient in ieder geval vermeld te worden:
De gemeente heeft de verordening Participatie vastgesteld welke als leidraad geldt voor de mate waarin en wijze waarop grondroerder of toestemminghouder de omgeving dient te betrekken bij haar voorgenomen werkzaamheden. De Beheerder kabels en leidingen onthoudt de toestemming of wijst de vergunning af indien de uitgangspunten vanuit de verordening niet worden gehanteerd. Uitgangspunten kunnen worden gevonden op de website www.maakzuidplas.nl of opgevraagd via gemeente@zuidplas.nl.
5.3 Door de gemeente ter beschikking te stellen bouwstoffen
De gemeente stelt in principe geen bouwstoffen ter beschikking. Graaftoestemminghouder moet zelf zorgen voor het leveren en aanbrengen van de benodigde bouwstoffen en verhardingselementen. De GTKL kan op verzoek de specificaties van elementenverharding aanleveren.
Indien de gemeente besluit dat het esthetisch fraaier is om uitsluitend oude materialen te gebruiken voor het herstel van de verharding stelt de gemeente een kleine hoeveelheid van deze materialen (indien voorradig) op de gemeentewerf om niet ter beschikking. Indien veel oude materialen benodigd zijn, dient graaftoestemminghouder zelf voor het verkrijgen en de aanvoer zorg te dragen. Indien de benodigde materialen niet op voorraad zijn, zal graaftoestemminghouder het werk moeten uitstellen, dan wel voor eigen kosten het werk tijdelijk dichtmaken met andere materialen naar genoegen van de gemeente. Zodra te leveren materialen zijn afgeleverd zal graaftoestemminghouder op zijn kosten het werk met deze materialen definitief herstellen.
5.4 Verkeersmaatregelen en bereikbaarheid
In geval van doodlopende straten of woonerven moet graaftoestemminghouder er zorg voor dragen, middels tijdelijke verkeersmaatregelen en/of aan te brengen tijdelijke voorzieningen (bijvoorbeeld rijplatenbanen, tijdelijke waterkruisingen en doorsteken door groenstroken), dat de bereikbaarheid per auto van aanliggende woningen en bedrijven tijdens de uitvoering van de (graaf)werkzaamheden zoveel mogelijk is gegarandeerd. De bereikbaarheid voor hulpdiensten dient altijd te worden gegarandeerd. Het aanbrengen, opruimen en weer in oorspronkelijke staat brengen van de openbare ruimte geschiedt door en voor rekening van de graaftoestemminghouder.
Ter zake van het gestelde in lid 2, stelt aanvrager een gedetailleerde verkeers-, werk- en tijdplanning op die onderdeel uitmaakt van de (deel)aanvraag graaftoestemming. Gemeente kan verlangen dat separaat nog meer verkeersplanningen worden vervaardigd. Verkeersmaatregelen worden aangevraagd via het platform “Melvin”
Indien de gemeente het noodzakelijk acht, met name bij afsluiten van belangrijke verkeerswegen, kan graaftoestemminghouder worden verplicht zoveel mogelijk ´s nachts of in de avonduren de (graaf)werkzaamheden uit te voeren. Dit zal indien vooraf bekend bij graaftoestemming schriftelijk worden medegedeeld.
De noodzakelijke verkeersvoorzieningen ter plaatse van de uit te voeren werken moeten in overleg met de GTKL, door graaftoestemminghouder worden verzorgd. De kosten van de maatregelen komen ten laste van de graaftoestemminghouder. Een overzicht van de voorgenomen voorzieningen en maatregelen moet ten minste drie weken voor aanvang van de (graaf)werkzaamheden door de grondroerder bij de Beheerder kabels & leidingen worden ingediend, tenzij anders is overeengekomen.
Als de door graaftoestemminghouder uit te voeren (graaf)werkzaamheden begeleid moeten worden door (een) tijdelijke verkeersregelinstallatie(s) (VRI), dan moet de graaftoestemminghouder dit drie weken van tevoren melden bij de Beheerder kabels & leidingen. Binnen vijf werkdagen na aanlevering zal door de gemeente het een en ander beoordeeld worden. Eventuele opmerkingen zullen door aannemer verwerkt moeten worden alvorens de tijdelijke VRI in gebruik te nemen. Incidenteel kan het voorkomen dat, voor een tijdelijke VRI in gebruik kan worden genomen, het noodzakelijk is dat de gemeente eerst een tijdelijk verkeersbesluit vaststelt.
Verkeersvoorzieningen die tijdelijk geen dienst doen, moeten door graaftoestemminghouder direct worden verwijderd, dan wel afgedekt worden tot het tijdstip dat deze weer nodig zijn. Het afvoeren van deze voorzieningen moet op een zodanig zorgvuldige wijze gebeuren dat er geen beschadigingen optreden aan gemeentelijke en particuliere eigendommen.
Indien de tijdelijke verkeersvoorzieningen in een verharding aangebracht moeten worden, moet het te verwijderen verhardingsmateriaal door en voor rekening van graaftoestemminghouder worden afgevoerd en na verwijderen van de verkeersvoorziening weer terug aangebracht worden in de oorspronkelijke staat.
Graaftoestemminghouder draagt zorg voor een regelmatige en voldoende controle op de instandhouding van verkeersborden, wegbebakening en -afzettingen, ook buiten de normale werktijden en moet zorgen voor het zo spoedig mogelijke herstel van in het ongerede geraakte verkeersvoorzieningen. Dit geldt ook voor de door de gemeente geplaatste verkeersvoorzieningen. Eventuele aanwijzingen door de GTKL, met betrekking tot verkeersmaatregelen moeten direct worden opgevolgd.
De verkeersmaatregelen en voorzieningen mogen maximaal 72 uur voor aanvang van de (graaf)werkzaamheden, buiten functie (afgedraaid), worden aangebracht. Het in functie brengen (omdraaien) mag niet eerder dan twee uur voorafgaande aan de aanvang van de (graaf)werkzaamheden gebeuren. Na afloop van de (graaf)werkzaamheden moeten de verkeersvoorzieningen, direct zodra de situatie dit toelaat, weer buiten functie worden gesteld (afgedraaid). Indien de (graaf)werkzaamheden worden onderbroken en de situatie laat dit toe dan moeten de verkeersvoorzieningen buiten functie worden gesteld gedurende het staken van de (graaf)werkzaamheden. Twee uur voor de hernieuwde opstart van het werk moeten de verkeersvoorzieningen weer in functie worden gesteld.
Graaftoestemminghouder houdt het gemotoriseerde bestemmingsverkeer naar woningen, winkels, bedrijven, bouwwerken, landerijen en dergelijke, in overleg met de betrokkenen, zoveel mogelijk in stand. Indien met de betrokkenen geen overeenstemming kan worden bereikt over de beperking van de bereikbaarheid, verzoekt de grondroerder tijdig bemiddeling van de gemeente.
Bij (graaf)werkzaamheden waarbij de bereikbaarheid van belanghebbenden en/of omwonenden tijdelijk wordt verminderd, alsmede bij grotere wegafzettingen, moet graaftoestemminghouder uiterlijk drie weken van tevoren een verkeersplan op stellen en via Melvin (op dit moment) door de gemeente laten goedkeuren. In het plan moet aangegeven worden op welke wijze de bereikbaarheid van panden, woonerven en dergelijke tijdens de (graaf)werkzaamheden wordt gegarandeerd, welke omleidingsroutes er worden uitgezet en welke voorzieningen hiervoor tijdelijk worden getroffen, dan wel aangebracht. Minimaal twee weken voor aanvang van de (graaf)werkzaamheden moeten de belanghebbenden en/of omwonenden schriftelijk en tevens door middel van informatieborden langs alle aanliggende wegen op de hoogte worden gebracht. De gemeente zal de wijze waarop dit moet gebeuren vaststellen, waarbij de gemeente de omvang en de gevolgen van het werk in haar beoordeling zal betrekken.
Graaftoestemminghouder moet alles doen wat op grond van de meest actuele inzichten redelijkerwijs mogelijk is en verwacht mag worden om hinder als gevolg van bijvoorbeeld lawaai, stank, modder en dergelijke veroorzaakt door voertuigen, machines, apparaten en dergelijke tot een aanvaardbaar niveau te beperken. Dit houdt onder meer in dat de te gebruiken graafmachines, aggregaten, compressoren etc. op ruime afstand van de bestaande bebouwing worden opgesteld en zodanig afgeschermd, dat de geluidssterkte van 7.00 uur tot 17.00 uur op de gevels van de woningen niet meer is dan 80 dB(A) en van 17.00 uur tot 7.00 uur niet meer is dan 40 dB(A) op de gevel van de dichtstbijzijnde woning of ander geluidsgevoelig gebouw. Daarnaast dient er rekening te worden gehouden met de maximale blootstellingstijd in dagen.
Tevens is in dat kader in verband met overlast (oa de verspreiding van fijnstof ) het droog slijpen van verhardingsmaterialen niet toegestaan.
Indien graaftoestemminghouder bij hoge uitzondering door de gemeente wordt toegestaan ’s avonds en/of ‘s nachts te werken, is graaftoestemminghouder verplicht de in verband hiermee gegeven aanwijzingen door de gemeente op te volgen en zelf zorg te dragen voor de benodigde aanvullende instemmingen en/of vergunningen en/of ontheffingen. Op meldingen en of klachten van omwonenden of andere belanghebbenden dient binnen 3 uren gereageerd te worden. (24/7)
6. VOORSCHRIFTEN WERKEN IN OPENBARE RUIMTE
Tenzij anders is voorgeschreven, mag per dag geen grotere sleuflengte worden gemaakt dan op die dag kan worden gedicht en afgetrild. Volledig herstellen van bestrating moet binnen 24 uur na afloop van de (graaf)werkzaamheden gebeuren. Op de werkdagen voorafgegaan aan een zaterdag of nationale feestdag moet de bestrating nog diezelfde dag voor 16.00 uur volledig zijn hersteld zijn en dient de werkomgeving opgeruimd te worden verlaten.
Dwarssleuven in trottoir, fietspad en/of rijweg, alsmede langssleuven ter hoogte van in/opritten naar parkeergelegenheden op eigen erf, garageboxen, erven en terreinen van bedrijven, moeten dezelfde dag worden bestraat en afgewerkt. Indien een en ander niet mogelijk is, moeten maatregelen worden getroffen zodat de bereikbaarheid en veiligheid van de weggebruikers van genoemde objecten dezelfde dag weer gegarandeerd is.
Bij het graven van een sleuf in de lengterichting langs een gefundeerde weg dient minimaal een afstand van 0,50 meter tussen de rand van de sleuf en de rand van de wegfundering te worden aangehouden, waarbij de afstand minimaal gelijk aan de diepte van de sleuf ten opzichte van de band of wegdek dient te zijn.
Het herstel van de openbare ruimte zal in beginsel door of in opdracht van de graaftoestemminghouder en/of Netbeheerder voor diens rekening geschieden. In bijzondere omstandigheden kan de gemeente aangeven dat zij het herstel van de openbare ruimte in eigen beheer zal laten uitvoeren voor rekening van de graaftoestemminghouden en/of netbeheerder. Uitgezonderd hiervan zijn beplantingen en asfalt, deze worden altijd door de gemeente, voor rekening van graaftoestemminghouder en/of grondroerder hersteld.
Het herstel van de openbare ruimte dient direct na voltooiing van het werk te worden uitgevoerd. In overleg met de GTKL kan hier zo nodig van worden afgeweken. Totdat de openbare ruimte geheel is hersteld, dient de graaftoestemminghouder en/of grondroerder de afzettingen en verkeersvoorzieningen in stand houden.
In het geval van verhardingen niet ouder dan vijf jaar, moet met de gemeente overlegd worden over de wijze waarop de vereiste kwaliteit bereikt gaat worden. In het geval dat de door de gemeente gewenste kwaliteit niet kan worden bereikt, kan zij verzoeken om de kabels en leidingen via een ander tracé te leggen dan wel de verharding over de volle breedte opnieuw te leggen.
Ter plaatse van nieuwbouw-, reconstructie- en herbestratingprojecten kunnen er tussen de gemeente en civiele aannemers garantie afspraken bestaan inzake de aanwezige verharding. In die gevallen kan gemeente van de graaftoestemminghouder en/of grondroerder verlangen dat het herstel van de verharding, op kosten van graaftoestemminghouder en/of grondroerder door betreffende contractpartij wordt uitgevoerd.
Voor het aanvullen van de sleuf of een pers-, dan wel montage- of lasgat moet(en) de netbeheerder(s) van de vrij gegraven naastliggende en/of kruisende kabel(s) en/of leiding(en) altijd in de gelegenheid worden gesteld om zijn/hun kabel(s) en leiding(en) te inspecteren. Graaftoestemminghouder is verplicht om de informatieverstrekking en coördinatie terzake uit te voeren.
Tenzij vooraf schriftelijk anders is voorgeschreven, mag nimmer meer dan 40,00 meter straat of erf moeilijk bereikbaar zijn voor gemotoriseerde hulpdiensten zoals brandweer en/of ambulance. Indien een en ander niet mogelijk is moet graaftoestemminghouder in overleg met- en ter goedkeuring van betreffende hulpdiensten noodmaatregelen treffen.
6.2 Ontgraven en verdichten sleuf en/of montage-/lasgat
Indien er in een te graven sleuf meerdere lagen grondsoorten zijn moeten deze apart worden ontgraven en op dezelfde diepte weer terug worden gebracht. De lagen moeten afzonderlijk worden verdicht. Indien er worteldoek of ander constructiemateriaal aanwezig is en kapot getrokken is moet dit, in overleg met de gemeente, met een overlap van 0,50 meter aan weerszijde van de sleuf hersteld worden. De verschillende lagen dienen gescheiden ontgraven en opgeslagen te worden. Als dit niet (aantoonbaar) gebeurt kan GTKL eisen dat dit op kosten van de grondroerder hersteld wordt
De plaats van een eventuele opslag van uitgekomen sleufmateriaal moet vooraf in overleg met GTKL worden bepaald. Na beëindiging van het werk of bij de eerste aanzegging van de gemeente moeten deze materialen zijn verwijderd. Voor de opslaglocatie dient ontheffing aangevraagd te worden conform de Algemene Plaatselijke Verordening.
Onder de verharding moet het oorspronkelijke zandbed weer worden hersteld. Indien de oorspronkelijke dikte van het zandbed kleiner is dan 0,10 meter, zal de graaftoestemminghouder het te kort komende zand leveren en aanbrengen, waarbij de kosten van het nieuw zand voor rekening van de gemeente is mits dit voor uitvoering wordt gemeld en overeengekomen met de GTKL.
Indien de uitkomende grond en/of bouwstoffen door de GTKL niet geschikt wordt geacht om terug aan te brengen, dan zal de graaftoestemminghouder voor rekening van de gemeente de aanvulling moeten uitvoeren met zand. De overtollige grond en/of bouwstoffen moeten in overleg met de GTKL en op kosten van de graaftoestemminghouder afgevoerd worden naar een erkende verwerker. Indien er mogelijkheden zijn om de overtollige grond en/of bouwstoffen elders te verwerken dient dit altijd in overleg te gaan met de GTKL.
De geroerde grond in berm of onverharde grond moet over de volle breedte worden aangevuld en verdicht conform de in dit hoofdstuk gestelde eisen. Het uitgegraven materiaal moet, vrij van stenen en dergelijke, met zorg in de juiste volgorde worden ingebracht om de oorspronkelijke profielopbouw zoveel mogelijk te herstellen. Daar waar nodig aanvullen met schone teelaarde.
6.3 Meten en registreren verdichtingsgraad geroerde grond
De graaftoestemminghouder moet door middel van vastgelegde verdichtingsmetingen aan de GTKL aantonen dat de verdichting zoals aangegeven in de in dit hoofdstuk genoemde normen is bereikt. Per meting moet in ieder geval aan weerszijden van de grondroering twee referentiemetingen zijn genomen tot de diepte van de ontgraving en een doelmeting in de verdichte ontgraving in de as tussen de twee referentiemetingen.
De graaftoestemminghouder moet de verdichtingswaarden aan het begin en vervolgens iedere 50,00 strekkende meter sleuf alsmede bij ieder gemaakt montage-/lasgat meten elektronisch vastleggen door middel van beeldmateriaal. Deze gegevens moeten op verzoek van de GTKL onmiddellijk aan de gemeente ter beschikking worden gesteld. De graaftoestemminghouder moet een registratiesysteem aanleggen en onderhouden waaruit op verzoek de locatie en waarden van de metingen zijn te verkrijgen, voor de zowel de Beheerder kabels en leidingen als de GTKL.
6.4 Herstel elementenverharding
De wegverharding moet door de graaftoestemminghouder en/of grondroerder in minimaal dezelfde staat worden teruggebracht als aanwezig voordat de ontgraving werd uitgevoerd. Uitzondering hierop zijn situaties waarbij in gezamenlijke, schriftelijk vastgelegde vooropname van het tracé met de GTKL nadere afspraken zijn gemaakt. Voor tegelverharding wordt een breedte van minimaal 0,45 meter gehanteerd, voor klinkerverharding een breedte van minimaal 0,33 meter (1,5x de element-maat). Voor bijzonder verhardingen zal de gemeente het straten zelf (laten)uitvoeren, de gemeente bepaalt wat bijzondere verhardingen zijn. De kosten worden hiervoor bij de graaftoestemminghouder en/of Netbeheerder in rekening gebracht.
Alle materialen en elementen moeten onbeschadigd worden opgeleverd. De graaftoestemminghouder moet bij beschadiging zelf zorgen voor herstel en zorgen voor vervangend materiaal. Uitzondering hierop zijn situaties waarbij in gezamenlijke vooropname van het tracé met de GTKL nadere afspraken zijn gemaakt.
6.5 Herstel bijzondere wegfundaties
Indien de wegverharding niet op zand maar op een fundatie is gelegd moet door de graaftoestemminghouder en/of grondroerder deze fundatie in minimaal dezelfde staat worden teruggebracht als aanwezig voordat de ontgraving werd uitgevoerd. Hiervoor kan het noodzakelijk zijn om nieuw beton of menggranulaat aan te voeren, dan wel cement toe te voegen aan het her te gebruiken granulaat. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan het herstel van trottoirbanden die op beton zijn gefundeerd en wegfundatie met een infiltratiefunctie.
Indien een sleuf door een voorziening voor infiltratie van regenwater (Wadi) of daarmee gelijkgestelde constructie wordt gegraven, dient na afloop van de (graaf)werkzaamheden door graaftoestemminghouder en/of grondroerder de gehele Wadi constructie weer in de oorspronkelijke vorm, hoedanigheid en functionaliteit te worden hersteld. Indien noodzakelijk dient graaftoestemminghouder en/of grondroerder op haar kosten de gehele Wadi opnieuw te construeren.
Het is niet toegestaan asfalt te zagen binnen 25 m1 uit een gebouw. In specifieke gevallen kan de Beheerder kabels & leidingen eisen het tijdelijke herstel met asfalt te doen. Het asfalt dient machinaal te worden aangebracht. De minimale sleufbreedte moet 0,30 cm zijn anders kan het niet verdicht worden.
De ontstane sleuf in de asfaltverharding moet over de volle breedte worden opgevuld en verdicht tot 0,40 meter onder de oppervlakte met zand en een toplaag van 0,5 meter menggranulaat, sortering 0/31.5 mm. De ondergrond van de fundering en de funderingslaag moeten hersteld en verdicht zijn volgens de vigerende RAW-standaard.
Direct aansluitend aan de verdichting moet de sleuf in de asfaltverharding worden dicht gestraat in ten minste 0,05 meter brekerzand met betonstenen in blokverband in een ligging die geen gevaar oplevert. De bovenzijde van de stenen moeten gelijkliggen met het ingezaagde asfalt. De betonstenen moeten door de graaftoestemminghouder voor diens rekening worden geleverd.
7. AANSPRAKELIJKHEID EN SCHADE
De gemeente is niet aansprakelijk voor schade die netbeheerder en/of graaftoestemminghouder en/of grondroerder of derden lijden, ingeval kabels en/of leidingen van verschillende netbeheerders, door afwijking van de door gemeente gegeven aanwijzingen en richtlijnen, in lengterichting boven elkaar of te dicht bij elkaar zijn of worden gelegd.
Kabels en/of leidingen die zijn gelegd op eigen initiatief van netbeheerder en/of graaftoestemminghouder en/of grondroerder en die liggen in afwijking van aanwijzingen, richtlijnen en dergelijke van de Gemeente moeten op eerste aanzegging van de Gemeente door en voor rekening van de betreffende graaftoestemminghouder worden verlegd naar de door de Gemeente aan te geven plaats en/of hoogte. Bovendien vergoed de netbeheerder/graaftoestemminghouder eventuele stagnatiekosten die door afwijkende ligging ontstaan.
Behoudens opzet of grove schuld van de gemeente, kan de gemeente geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor vorderingen van derden wegens schade, die het gevolg is van het uitvoeren van werkzaamheden van netbeheerder en/of graaftoestemminghouder en/of grondroerder. De netbeheerder/graaftoestemminghouder/grondroerder vrijwaart de Gemeente voor dergelijke claims van derden.
De graaftoestemminghouder en, indien wordt gegraven zonder graaftoestemming, de betreffende netbeheerder, is aansprakelijk voor alle schade aan gemeente-eigendommen die het gevolg is van het (ver)leggen, verwijderen repareren en dergelijke van kabels en/of leidingen. Bij gecombineerde kabel– en/of leidingaanleg zijn de deelhebbende bedrijven hoofdelijk aansprakelijk jegens de gemeente.
Indien tijdens (graaf)werkzaamheden schade ontstaat aan gemeentelijke eigendommen en/of eigendommen van derden, dient dit direct, doch uiterlijk binnen 24 uur na het ontstaan van de schade, door de betreffende graaftoestemminghouder en/of Netbeheerder: per telefoon en per e-mail (gemeente@zuidplas.nl) te worden gemeld aan de GTKL en aan de eigenaar van het beschadigde object.
Het herstel van opgetreden schade vindt plaats in overleg met en voor rekening van de veroorzaker. Uitgangspunt bij het herstel van de (voorziene) schade als gevolg van de (graaf)werkzaamheden is dat de betreffende netbeheerder en/of graaftoestemminghouder de situatie in oorspronkelijke staat herstelt.
In geval van schade aan of vervanging van groenvoorzieningen zal de graaftoestemminghouder en/of Netbeheerder hiervan in kennis worden gesteld en 7 dagen de gelegenheid krijgen om de schade te beoordelen. De gemeente zal voor herstel en/of vervanging zorgen. De kosten hiervan worden doorbelast aan de graaftoestemminghouder en/of Netbeheerder.
In deze gevallen zullen al vóór het verstrekken van de graaftoestemming specifieke afspraken orden vastgelegd. Afhankelijk van de omvang van het werk kan in de voorwaarden "het eerstejaars onderhoud groen" en "inboet beplanting na het eerste groeiseizoen" in rekening worden gebracht. De schade aan bomen wordt vastgesteld op basis van de vigerende richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB).
Bij ontstane schade buiten de sleuf en/of het werkgebied ten gevolge van (graaf)werkzaamheden zal de betreffende netbeheerder en/of graaftoestemminghouder en/of grondroerder aansprakelijk worden gesteld. Hieronder vallen onder andere schade aan voet-/fietspaden, groenstroken en dergelijke als gevolg van rijden/parkeren door voertuigen en/of ander materieel. Afhankelijk van de situatie kan het wenselijk zijn voorafgaand aan de (graaf)werkzaamheden een (gezamenlijke) schouw uit te voeren waarbij de bestaande situatie wordt nagegaan en vastgesteld. Eventueel aanwezige schades voor aanvang dienen door de netbeheerder/graaftoestemminghouder vastgelegd te worden. Nieuw ontstane schades zullen door de GTKL worden vastgelegd in een schaderapport voorzien van fotomateriaal.
Het personeel dat bij de (graaf)werkzaamheden is betrokken, moet zijn geïnstrueerd met betrekking tot de op de werklocatie geldende wetten en regels ten aanzien van de uitvoering en veiligheid. Leidinggevend personeel van de grondroerder en de graaftoestemminghouder moeten erop toezien dat de van toepassing zijnde voorschriften worden nageleefd.
Voor de aanvang van de (graaf)werkzaamheden moet een veiligheids- en gezondheidsinstructie zijn opgesteld door graaftoestemminghouder en/of Netbeheerder en aan de GTKL zijn overhandigd en gemaild. In deze instructie moet minimaal het volgende zijn opgenomen:
De wijze waarop de afhandeling van calamiteiten (met name schade aan gas en/of waterleidingen waarbij uitstroming van gas of water plaatsvindt en elektriciteitsleidingen waarbij vuur of vonken vrijkomen dan wel de omgeving onder elektrische spanning komt of kan komen te staan) worden voorkomen respectievelijk beheerst;
De gemeente hanteert voor het leggen van kabels en leidingen een standaard dwarsprofiel (zie bijlage 1a en bijlage 1b). Deze zijn voor de leidingtracés leidend. Indien het standaard dwarsprofiel niet haalbaar is moet vooraf met de GTKL een alternatief profiel bepaald worden. Hierbij wordt verticale stapeling van data nadrukkelijk overwogen.
In geval van aanleg van kabels en leidingen in een nieuwbouwsituatie waarbij (nog) geen woningen en dergelijke aanwezig zijn om als vaste punten voor maatvoering voor K&L tracering en revisie te dienen, zal de gemeente op aanvraag en kosten van de graaftoestemminghouder en/of Netbeheerder een digitale plantekening aanleveren.
De aanwijzing door de gemeente zal zich in de in artikel 3 genoemde situatie verder beperken tot het aangeven van digitale coördinaten en de locatie en hoogtegegevens van de nabijgelegen peilbouten, zodat de graaftoestemminghouder door middel van eigen meetwerk in horizontale en in verticale zin zelfstandig de tracés in detail kan uitzetten.
8. VOORWAARDEN EN EISEN TEN AANZIEN VAN VERVUILDE GROND
8.1 Voorschriften voor werken in verontreinigde grond
Voor graafwerkzaamheden, al dan niet in een sterke verontreiniging, gelden de regels uit de Omgevingswet, vastgelegd in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), als het geen overgangsrechtige locatie is:
Voor activiteiten op een locatie waar overgangsrecht Wet bodembescherming (Wbb) van toepassing is, geldt hoofdstuk 3 van de Aanvullingswet bodem. Voor tijdelijke uitname van ernstig verontreinigde grond moet er altijd een BUS-melding tijdelijke uitplaatsing (BUS-TUP) ingediend worden bij het bevoegd gezag Wbb. Voor Zuidplas is dat de ODMH.
In de Atlas bodeminformatie Midden-Holland is onder ‘omgevingswet’ te zien of er sprake is van overgangsrecht en/of kleinschalig graven op een locatie.
Voorafgaand aan het werken in grond moet aan de vereiste plichten zijn voldaan. Meldingen moeten worden ingediend bij het Omgevingsloket (Home - Omgevingsloket). Hiertoe moet de correspondentie met de betrokken instanties en/of bedrijven worden overhandigd aan de Beheerder kabels en leidingen.
Voor het afvoeren en verwerken van vervuilde grond en het leveren en aanvoeren van schone grond in regulier werk grond en/of bouwstoffen die vrijkomen uit de sleuf blijven eigendom van de gemeente en zijn te onderscheiden naar:
Schone grond (klasse Landbouw/natuur) kan hergebruikt worden binnen de eigen gemeente of in de regio op basis van de bodemkwaliteitskaart en het gebiedsspecifieke grondstromenbeleid. De niet elders toe te passen, overtollige grond en/of bouwstoffen moeten in overleg met de GTKL en op kosten van graaftoestemminghouder worden afgevoerd naar een gecertificeerde verwerker. De bijkomende kosten, zoals acceptatie-en beheerskosten komen eveneens voor de rekening van de graaftoestemminghouder. Bij afvoer van de grond is verplicht dat de grond ook op PFAS wordt onderzocht. PFAS zit niet in het standaardstoffenpakket. De Bodemkwaliteitskaart kan als bewijsmiddel voor alle stoffen dienen, ook PFAS, bij hergebruik in de regio.
Grond met van klasse Wonen kan hergebruikt worden binnen de eigen gemeente of in de regio op basis van de bodemkwaliteitskaart en het gebiedsspecifieke grondstromenbeleid op alle locaties met functie wonen of industrie. De niet elders toe te passen, overtollige grond en/of bouwstoffen moeten in overleg met de GTKL en op kosten van graaftoestemminghouder worden afgevoerd naar een gecertificeerde verwerker. De bijkomende kosten, zoals acceptatie-en beheerskosten komen eveneens voor de rekening van de graaftoestemminghouder. Bij afvoer van de grond is verplicht dat de grond ook op PFAS wordt onderzocht. PFAS zit niet in het standaardstoffenpakket. De Bodemkwaliteitskaart kan als bewijsmiddel voor alle stoffen dienen, ook PFAS, bij hergebruik in de regio.
Licht verontreinigde grond die valt binnen Klasse Industrie kan op grond van de bodemkwaliteitskaart en het grondstromenbeleid hergebruikt worden op locaties met de functie industrie. Indien grond niet toegepast kan worden, of als de grond sterker verontreinigd is, moet graaftoestemminghouder na overleg met de gemeente de grond en/of bouwstoffen op eigen kosten, afvoeren naar een gecertificeerde verwerker. Kosten in verband met aantoonbare stagnatie in het door graaftoestemminghouder uit te voeren werk komen niet voor rekening van de gemeente. De acceptatiekosten voor het storten en/of verwerken van deze grond en/of bouwstoffen, alsmede de werkelijke onderzoekskosten, komen eveneens voor rekening van graaftoestemminghouder. Bij afvoer van de grond is verplicht dat de grond ook op PFAS wordt onderzocht. PFAS zit niet in het standaardstoffenpakket. De Bodemkwaliteitskaart kan als bewijsmiddel voor alle stoffen dienen, ook PFAS, bij hergebruik in de regio.
Als er bij het verhelpen van een calamiteit buiten kantooruren grond vrijkomt, dan moet betreffende netbeheerder er zorg voor dragen dat grond op milieu hygiënisch verantwoorde wijze op haar kosten tijdelijk wordt opgeslagen. De tijdelijk opgeslagen grond moet daarna, indien deze vervuild blijkt, op kosten van de betreffende netbeheerder op een milieu hygiënische verantwoorde wijze worden afgevoerd naar een erkende, gecertificeerde verwerker. Indien bij het verhelpen van een calamiteit grondwater moet worden onttrokken, moet altijd, voorafgaand aan het onttrekken, contact worden opgenomen met het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.
Grond, (technisch) niet geschikt voor sleufaanvulling en/of verdichting; moet na aanwijzing van de gemeente door graaftoestemminghouder op haar kosten worden afgevoerd naar een gecertificeerde verwerker. De bijkomende kosten, zoals acceptatiekosten, komen voor rekening van graaftoestemminghouder. Bij afvoer van de grond is verplicht dat de grond ook op PFAS wordt onderzocht. PFAS zit niet in het standaardstoffenpakket. De Bodemkwaliteitskaart kan als bewijsmiddel voor alle stoffen dienen, ook PFAS, bij hergebruik in de regio.
10. VOORWAARDEN EN EISEN TEN AANZIEN VAN GROENVOORZIENINGEN
10.2 Eisen en uitvoering werkzaamheden bomen
De wijze van graven binnen de wortelzone van te handhaven bomen dient vooraf te worden overlegd met de groenbeheerder van de gemeente. Goedkeuring van de groenbeheerder is benodigd alvorens kan worden gestart met de graafwerkzaamheden. Uitgangspunt is dat graven in deze zone alleen machinaal mag geschieden wanneer handmatig graven niet mogelijk is. Tussen aanvraag van de goedkeuring en de start van de werkzaamheden dient minimaal 5 werkdagen te zitten.
10.3 Maatregelen in verband met bescherming te handhaven bomen
Bij het verlagen van de grondwaterspiegel ten tijde van de uitvoering, binnen de wortelzone van bomen die gehandhaafd blijven, in het groeiseizoen (april tot december) geldt dat door een deskundige (ETW' er) dient te worden bepaald of de bodem voldoende vochtig is of een watergift en hoeveel nodig is.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-212607.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.