Wijzigingsverordening Algemene plaatselijke verordening Coevorden

De raad van de gemeente Coevorden;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 maart 2026 en bijlagenummer 2101;

 

gelet op

  • -

    artikel 149, van de Gemeentewet;

  • -

    de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties;

  • -

    de artikelen 2, 2a en 3 van de Opiumwet

BESLUIT:

De wijzigingsverordening Algemene plaatselijke verordening Coevorden vast te stellen, met de volgende wijzigingen:

Artikel I  

A.

De intitulé van de Algemene Plaatselijke Verordening Coevorden (APV) (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:

 

Algemene Plaatselijke Verordening Coevorden 2026

 

De raad van de gemeente Coevorden;

 

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 maart 2026 bijlagenummer 2101;

 

Gelet op artikel 149,

 

b e s l u i t:

vast te stellen de wijzigingsverordening: Algemene Plaatselijke Verordening Coevorden 2026.

 

B.

In artikel 2:3 eerste lid wordt ’24 uur’ vervangen door ’48 uur’.

 

C.

In artikel 2:42 tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 2.

    Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:

    • a.

      een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, of op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;

    • b.

      met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen (dit geldt niet voor spelende kinderen met stoepkrijt).

D.

Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur (vervallen) wordt vervangen door:

 

Artikel 2:54 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats

  • i.

    Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden:

    • a.

      tussen zonsondergang en zonsopgang in door het college aan te wijzen gebieden

    • b.

      in andere gevallen dan bedoeld onder a voor zover:

      • 1°.

        sprake is van overlast of hinder voor de omgeving;

      • 2°.

        er gevaar is of dreigt voor de omgeving; of

      • 3°.

        het woon- of leefklimaat wordt aangetast.

  • 2.

    Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  • 3.

    Het verbod geldt niet:

    • a.

      voor vaartuigen en woonboten die een ligplaats innemen waar dit op grond van artikel 5:25 of het omgevingsplan is toegestaan;

    • b.

      voor woonwagens met een woonbestemming;

    • c.

      op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd;

    • d.

      op kampeerplaatsen die op grond van artikel 4:18 zijn aangewezen.

E.

In de artikelen 2:74 en 2:74a van de Algemene plaatselijke verordening Coevorden wordt ‘middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet’ vervangen door ‘middelen of substanties als bedoeld in de artikelen 2, 2a of 3 van de Opiumwet’.

 

F.

Artikel 6:7 wordt als volgt gewijzigd:

 

Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Coevorden 2026.

 

G.

Ondertekening van het wijzigingsbesluit wordt als volgt gewijzigd:

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering d.d. 21 april 2026.

 

De voorzitter, R. Bergsma

 

De griffier, M. Lucassen

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking op de dag na de bekendmaking.

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 21 april 2026

De raad voornoemd,

De voorzitter

R. Bergsma

De griffier

M. Lucassen

Toelichting

Artikelsgewijs

 

Artikel I, onderdeel A (Wijziging intitulé)

De wijziging spreekt voor zich.

 

Artikel I, onderdeel B (Wijziging artikel 2:3 eerste lid Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen

In de model VNG-APV is een termijn van 48 uur opgenomen om een schriftelijke kennis bij de burgemeester in te dienen voordat de betoging wordt gehouden. In de APV Coevorden is een termijn van 24 uur opgenomen. De wijziging van 24 uur naar 48 uur is volgens het VNG -model en zorgt voor betere aansluiting bij de wetten en regels, waaronder de Wom.

 

Artikel 2:3 is een uitwerking van enkele artikelen uit de Wet openbare manifestaties (Wom). De Wom laat de gemeenteraad vrij in het stellen van regels betreffende het tijdstip waarop de kennisgeving voor het houden van een manifestatie moet zijn gedaan.

Volgens artikel VI van de Wom dient ten minste 48 uur voor de aanvang van een betoging op een openbare plaats schriftelijk kennis te worden gegeven aan de burgemeester door degene die het voornemen heeft deze te houden. De wetgever gaat er blijkens de parlementaire geschiedenis van uit dat gemeenten de kennisgevingstermijn zo kort mogelijk houden. Uit de Memorie van Toelichting (MvT) bij de Wom blijkt dat de wetgever daarbij 24 of 48 uren in gedachten had. Het merendeel van de Nederlandse gemeenten hanteert een kennisgevingstermijn van 48 uren. Ook internationaalrechtelijke organisaties bevelen aan een niet te lange kennisgevingstermijn te hanteren. Een termijn van 48 uren wordt genoemd als een redelijke termijn. Langere termijnen hebben vanuit het perspectief van de grondwettelijk en verdragsrechtelijk beschermde betogingsvrijheid niet de voorkeur

 

Artikel I, onderdeel C (Nieuw artikel 2:54 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats)

Het verbod heeft als doel het voorkomen en tegengaan van hinder en overlast, brandgevaar, verontreiniging van de openbare ruimte en risico's voor de volksgezondheid. Het slapen op openbare plaatsen draagt bij aan de verloedering van onze gemeente. Ook het ontbreken van sanitaire voorzieningen ter plekke draagt daaraan bij.

Tussen zonsondergang en zonsopgang geldt daarom een verbod in aangewezen gebieden. De raad verleent de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen waar het verbod van toepassing is aan het college (lid 1, aanhef en onder a).

In andere gevallen –’s nachts in niet aangewezen gebieden en overdag – geldt het verbod voor zover het gebruik als slaapplaats leidt tot overlast of hinder, gevaar voor de omgeving of aantasting van het woon- en leefklimaat (lid 1, aanhef en onder b).

 

Bij het toezicht op de naleving van het verbod moet de opsporingsambtenaar of toezichthouder afwegen welk handhavingsmiddel hij in de concrete situatie proportioneel acht. In de meeste gevallen zal kunnen worden volstaan met een waarschuwing, tenzij sprake is van recidive. Het is weinig zinvol om dakloze mensen te beboeten als zij noodgedwongen buiten moeten slapen of om mensen te beboeten die dat niet kunnen betalen. Dan fungeert het verbod meer als stok achter de deur voor toeleiding naar ondersteuning of (maatschappelijke) opvang.

 

Op grond van het tweede lid kan het college in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het verbod. Een ontheffing is denkbaar in het kader van overnachten in een voertuig door aanbieders van een in de gemeente te houden evenement.

 

Het derde lid bakent de verbodsbepaling af. Voor het innemen van een ligplaats met een vaartuig of woonboot (hieronder begrepen ook woonark en woonschip) (a) of voor woonwagens met een woonbestemming (b) bestaan afzonderlijke voorschriften. Ook is nachtverblijf toegestaan op daartoe bestemde kampeerterreinen (c) of door het college op grond van artikel 4:19 aangewezen kampeerplaatsen buiten een kampeerterrein (d).

 

Artikel I, onderdeel D (Wijziging artikelen 2:74 Drugshandel op straat en artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik)

Met ingang van 1 juli 2025 is artikel 2a (en lijst Ia) aan de Opiumwet toegevoegd. Daarin zijn nieuwe psychoactieve stoffen (zogenaamde designerdrugs) onder de werking van de Opiumwet gebracht. Het betreft een aantal groepen stoffen dat sterk lijkt op middelen die op lijst I van de Opiumwet zijn geplaatst. De artikelen 2:74 en 2:74a van de APV zijn erop gericht hinder, overlast en gevoelens van onveiligheid door drugshandel en drugsgebruik op straat te voorkomen. Hoewel deze designerdrugs kunnen worden aangemerkt als ‘daarop gelijkende waar’ in de APV-artikelen, is het wenselijk hierin ook substanties als bedoeld in artikel 2a van de Opiumwet expliciet te noemen.

 

Artikel I, onderdeel E (Wijziging artikel 6:4 Intrekking oude verordening)

De wijziging spreekt voor zich.

 

Artikel I, onderdeel F (Wijziging artikel 6:7 Citeertitel)

De wijziging spreekt voor zich.

 

Artikel I, onderdeel G (Wijziging ondertekening)

De wijziging spreekt voor zich.

Naar boven