Gemeenteblad van De Fryske Marren
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| De Fryske Marren | Gemeenteblad 2026, 211011 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| De Fryske Marren | Gemeenteblad 2026, 211011 | beleidsregel |
Beleidsregels terugwerkende kracht bij bijstandsverlening gemeente De Fryske Marren
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Fryske Marren;
gelet op de titel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 44, vijfde lid van de Participatiewet en artikel 16a, vierde lid van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
besluit vast te stellen de Beleidsregels terugwerkende kracht bij bijstandsverlening gemeente De Fryske Marren.
Artikel 2 Doel en reikwijdte van de beleidsregels
Deze beleidsregels geven invulling aan artikel 44, vijfde lid, Participatiewet en artikel 16a, vierde lid, van de Ioaw en geven aan onder welke omstandigheden bijstand met terugwerkende kracht kan worden toegekend. Zo ontstaat een helder kader voor de uitvoering en meer rechtszekerheid voor onze inwoners.
Artikel 3 Het verlenen van bijstand met terugwerkende kracht
In afwijking van lid 1 van dit artikel kan het college bij wijze van uitzondering en als dit naar het oordeel van het college door individuele omstandigheden van belanghebbende noodzakelijk is, bijstand met terugwerkende kracht verlenen tot maximaal drie maanden voor de dag waarop belanghebbende zich voor het eerst heeft gemeld voor een aanvraag;
Het college kan de bepalingen gesteld bij of krachtens deze beleidsregels buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing, gelet op de doelstelling van deze beleidsregels, naar haar oordeel leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels terugwerkende kracht bij bijstandsverlening gemeente De Fryske Marren
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van gemeente De Fryske Marren,
Een bijstandsuitkering gaat in op de dag dat het recht ontstaat, maar niet eerder dan de meldingsdatum (art. 44, eerste lid, van de Wet). In de meeste gevallen zal de meldingsdatum daarom de ingangsdatum zijn. Dat betekent dat het niet mogelijk is om een uitkering met terugwerkende kracht toe te kennen. Volgens vaste rechtspraak kan dit bij uitzondering wél als er sprake is van bijzondere omstandigheden. Hierbij kan gedacht worden aan de situatie dat iemand om medische redenen niet in staat was om zich eerder te melden en een aanvraag in te dienen. Omdat deze uitzondering als te beperkt werd ervaren, zijn de mogelijkheden om bijstand met terugwerkende kracht te verstrekken verruimd op grond van artikel 44, vijfde lid:
‘In afwijking van het eerste lid kan het college bijstand toekennen vanaf de dag die maximaal drie maanden gelegen is voor de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld, indien individuele omstandigheden hiertoe noodzaken.’
Met dit nieuwe lid (kan-bepaling) krijgt het college de ruimte om de bijstand in individuele omstandigheden met maximaal drie maanden terugwerkende kracht toe te kennen. Van die ruimte is in deze beleidsregels gebruik gemaakt.
In deze artikelsgewijze toelichting worden enkel die (onderdelen) van bepalingen behandeld die nadere toelichting behoeven.
In dit artikel zijn de begripsbepalingen omschreven die worden gebruikt in de beleidsregel. Voor het overige gelden de definities uit de Participatiewet of de Algemene wet bestuursrecht.
Hier wordt het doel van de beleidsregels omschreven: het bieden van een kader voor het toekennen van bijstand met terugwerkende kracht. De reikwijdte is beperkt tot situaties waarin artikel 44 lid 5 van de Participatiewet of artikel 16a, vierde lid van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers van toepassing is.
In lijn met de Memorie van Toelichting bij de Wet (Kamerstukken II 2023/24, 36 582, nr. 3, p. 46-47) kunnen twee situaties worden onderscheiden:
De wetgever heeft vooral het oog gehad op situaties waarbij het de belanghebbende niet te verwijten was dat de aanvraag (te) laat is ingediend en waarbij de effecten daarvan (te) ernstig zijn. Door terugwerkende kracht toe te passen, kunnen de nadelige effecten worden beperkt, en kunnen bijvoorbeeld verdere betalingsachterstanden en het oplopen van schulden worden voorkomen.
Hier worden omstandigheden genoemd die naar het oordeel van het college wijzen op een niet verwijtbare te late melding. Voor de onderdelen 1, 2 en 5 geldt, dat het (vooral) gaat om omstandigheden van persoonlijke aard (niet in staat zijn om, bijv. door ziekenhuisopname, en onvoldoende ‘doenvermogen’). Voor de onderdelen 3, 4 en 6 geldt dat het meer om systeemtechnische omstandigheden gaat (bijv. eerst een aanvraag voor WW, daarna, na afwijzing, richting bijstand). De bijstand werkt dan terug tot het moment waarop de inwoner in de betreffende omstandigheden is geraakt (maximaal drie maanden, zie ook het tweede lid). Uiteraard moet dan wel vanaf dat eerdere moment voldaan zijn aan de voorwaarden voor de bijstandverlening.
Als niet met terugwerkende kracht bijstand wordt verleend, kunnen de gevolgen voor de inwoner dermate ernstig zijn, dat alleen al om die reden toch terugwerkende kracht wordt toegepast. In dit onderdeel zijn enkele indicatoren genoemd die terugwerkende kracht kunnen rechtvaardigen. Het gaat vooral om precaire actuele financiële omstandigheden (onderdeel 1) of problemen die door financiële omstandigheden kunnen zijn veroorzaakt, of daaraan hebben bijgedragen, zoals (dreigende) huisuitzettingen, afsluiting van nutsvoorzieningen of royement van zorgverzekeringen (onderdeel 2). Een ongeluk komt zelden alleen, vaak is er meer aan de hand dan uitsluitend financiële problematiek, daarom is van belang te benadrukken dat het gaat om indicatoren. Er is ruimte om ook in andere gevallen uit te gaan van terugwerkende kracht.
Artikel 44, vijfde lid, van de Participatiewet geeft het college de bevoegdheid om bijstand toe te kennen vanaf de dag die maximaal drie maanden gelegen is voor de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld. Met dit artikellid in de beleidsregel stelt het college vast wat de maximale termijn voor terugwerkende kracht is.
De voorgaande leden zijn ook van toepassing op uitkeringen op grond van de Ioaw. De tekst van het nieuwe artikel 44, vijfde lid, van de Wet, is woordelijk herhaald en overgenomen in artikel 16a, vierde lid, van de Ioaw. Uit oogpunt van eenduidigheid is aan het derde lid toegevoegd, dat de beleidsregel die op dit punt geldt voor algemene bijstand, ook van toepassing is op een uitkering op grond van de Ioaw. Er zijn geen inhoudelijke argumenten om voor de Ioaw op dit punt een andere koers te varen dan voor de Participatiewet.
In dit artikel is een algemene hardheidsclausule opgenomen. In een individueel geval zou toepassing van de beleidsregel kunnen leiden tot een onredelijk nadelig gevolg voor een belanghebbende. Dit artikel geeft de mogelijkheid om in zo’n geval af te wijken van de regels ten gunste van de belanghebbende.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-211011.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.