Gemeenteblad van Barneveld
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Barneveld | Gemeenteblad 2026, 206487 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Barneveld | Gemeenteblad 2026, 206487 | beleidsregel |
Beleidsregels minimaregelingen gemeente Barneveld
Artikel 9 Culturele of sportactiviteiten
De belanghebbende komt bij een inkomenspercentage tot 110% van de geldende bijstandsnorm voor de eigen deelname aan culturele of sportactiviteiten, of voor de deelname van inwonende ten laste komende kinderen van 5 tot en met 17 jaar, in aanmerking voor een vergoeding van de contributie van één activiteit per jaar.
De belanghebbende komt bij een inkomenspercentage tot 120% voor de eigen deelname aan zwemlessen voor het behalen van zwemdiploma A, of voor de deelname van ten laste komend(e) kind(eren) vanaf 5 jaar, in aanmerking voor een eenmalige vergoeding van de kosten van zwemlessen bij zwembad De Veluwehal of zwembad De Heuvelrand.
Aldus vastgesteld op 21 april 2026,
Burgemeester en wethouders voornoemd,
W. Wieringa
Secretaris
J. van der Tak,
Burgemeester
Deze beleidsregels geven invulling aan de gemeentelijke bevoegdheid om belanghebbenden met een laag inkomen te ondersteunen bij maatschappelijke participatie. De regels zijn geherstructureerd zodat per onderwerp duidelijk is welke voorwaarden gelden, hoe het inkomen en vermogen worden vastgesteld en welke regeling voor welke doelgroep openstaat. De uitvoering vindt plaats via het Meedoenplatform. Met één digitale aanvraag kan het college in één beoordeling vaststellen voor welke regelingen de belanghebbende (en zijn gezinsleden) in aanmerking komt. Daardoor hoeft de belanghebbende niet voor iedere regeling afzonderlijk een aanvraag in te dienen, worden dubbele gegevens uitvragen zoveel mogelijk voorkomen en ontstaat een meer uniforme en efficiënte uitvoering.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Het artikel bevat de begrippen die voor de toepassing van deze beleidsregels het meest relevant zijn. De definitie van het Meedoenplatform is expliciet opgenomen, omdat dit platform een centrale plaats inneemt in de uitvoering van de regelingen.
De aanvraag verloopt via het Meedoenplatform. Dat bevordert de doelmatigheid van de uitvoering op drie manieren. Ten eerste hoeft de belanghebbende slechts één aanvraag te doen. Ten tweede kan het college in één keer het inkomen, vermogen en de gezinssamenstelling beoordelen. Ten derde kan per gezinslid direct worden vastgesteld voor welke regelingen aanspraak bestaat. Daarmee wordt voorkomen dat voor iedere afzonderlijke voorziening opnieuw een volledige beoordeling moet plaatsvinden.
Het uitgangspunt is om te werken vanuit vertrouwen en met de ondersteuning aansluiting te zoeken bij de individuele situatie van de belanghebbende. Daarom is het passend om de inkomens- en vermogensvaststelling maximaal ééns per jaar uit te voeren en te werken met één aanvraag per jaar voor alle regelingen samen. Wel wordt van de belanghebbende verwacht dat hij alle informatie verstrekt die nodig is om de aanvraag te kunnen beoordelen.
Een belanghebbende die in een minnelijk- of wettelijk schuldhulptraject zit en die rondkomen van een vrij te laten bedrag (VTLB), wordt het inkomen gelijkgesteld aan een inkomen op- of gelijk aan bijstandsniveau. Het VTLB is het absolute minimumbedrag dat iemand nodig heeft voor noodzakelijke kosten van levensonderhoud en vaste lasten. Van het hogere inkomen dan het VTLB worden de schulden afbetaald. Aangezien dit bedrag vaak rond de 95% van de bijstandsnorm ligt (plus specifieke correcties), bevindt iemand met een VTLB zich feitelijk in dezelfde financiële positie als iemand met een bijstandsuitkering.
Bij zelfstandigen staat het inkomen niet vooraf vast. Daarom wordt gewerkt met een voorlopige vaststelling op basis van beschikbare jaarcijfers en volgt na afloop van het kalenderjaar een definitieve beoordeling. Deze systematiek maakt deelname aan de minimaregelingen mogelijk, terwijl achteraf kan worden getoetst of de toekenning in overeenstemming was met het werkelijke inkomen.
Het inkomenspercentage is het instrument waarmee het inkomen van de belanghebbende wordt afgezet tegen de toepasselijke bijstandsnorm. De berekening is:
(inkomen van de belanghebbende / toepasselijke bijstandsnorm x 100 = inkomenspercentage
Door het inkomenspercentage voor een jaar vast te leggen, is gedurende die periode duidelijk voor welke regelingen aanspraak kan bestaan. Dat ondersteunt ook de werking van het Meedoenplatform, omdat niet voor iedere afzonderlijke voorziening opnieuw een volledige inkomenstoets hoeft plaats te vinden.
Elke regeling kent een ‘eigen’ inkomenspercentage. Het inkomenspercentage dat van toepassing is, wordt bij de regeling vermeld. Hierdoor is voor de uitvoering en de belanghebbenden direct zichtbaar welke regeling voor welke inkomensgroep openstaat.
De schoolkostenregeling is toegankelijk voor een belanghebbende met een inkomenspercentage tot 120% van de geldende bijstandsnorm. Daarmee is deze regeling ruimer toegankelijk dan sommige andere voorzieningen. Dat is gerechtvaardigd, omdat het belang van kinderen voorop staat. De belanghebbende kan de tegemoetkoming, naar behoefte, in een keer opnemen of in delen opnemen. De regie ligt bij de belanghebbende. Dit uitgangspunt sluit aan bij het Meedoenplatform.
Er wordt geen tegemoetkoming verstrekt bij BBL, hbo of wo. Bij BBL is sprake van een combinatie van leren en werken. Bij hbo en wo bestaat doorgaans toegang tot studiefinanciering.
Om de uitvoering via het Meedoenplatform laagdrempelig te houden, wordt niet standaard een bewijs van inschrijving gevraagd. De belanghebbende vermeldt wel de onderwijssoort en de onderwijsinstelling. Het college kan aanvullende bewijsstukken opvragen als dat voor de beoordeling nodig is.
Artikel 8 Bibliotheekabonnement
Het bibliotheekabonnement is een laagdrempelige voorziening die bijdraagt aan taalontwikkeling, informatievoorziening en participatie. De verstrekking vindt in natura plaats. Daardoor is duidelijk waaraan de voorziening wordt besteed en blijft de uitvoering eenvoudig en controleerbaar.
Artikel 9 Culturele- of sportactiviteiten
De regeling ziet op de contributie voor één culturele of sportieve activiteit per jaar. Voor sportactiviteiten geldt een maximum van € 350 per (verenigings)jaar en voor culturele activiteiten een maximum van € 600 per verenigingsjaar. De vergoeding wordt rechtstreeks aan de aanbieder betaald.
Bij een start gedurende het verenigingsjaar wordt alleen het resterende deel vergoed. Voor activiteiten zonder verenigingsjaar geldt de startdatum als fictieve ingangsdatum. Onder culturele activiteiten worden in elk geval beeldende activiteiten, muziek en theater verstaan. Dans wordt voor de uitvoering van deze beleidsregels als sportactiviteit aangemerkt.
Artikel 10 Gezondheid- en vrijetijdsbudget
Dit artikel biedt ruimte voor kleinschalige uitgaven die wel bijdragen aan gezondheid of vrijetijdsbesteding, maar niet passen binnen de contributieregeling van artikel 9. Met het verstrekken van een budget, ondersteunen we de belanghebbende om naar eigen inzicht ‘meedoen’ vorm te geven. Dat kan bijvoorbeeld door het volgen van een cursus/workshop, aanschaf van sportkleding en attributen of een culturele activiteit. Door de regeling voor drie jaar toe te kennen en aan belanghebbende beschikbaar te stellen via het Meedoenplatform, houdt de belanghebbende zelf de regie over dit budget. De belanghebbende bepaalt immers zelf of het bedrag ineens of in delen moet worden uitgekeerd.
De gemeente vindt het belangrijk dat belanghebbenden met een laag inkomen in de gelegenheid zijn om basis-zwemvaardigheden op te doen. Die gelegenheid wordt gegeven door een vergoeding te verstrekken voor het volgen van zwemlessen en het behalen van zwemdiploma A bij het zwembad De Veluwehal of het zwembad De Heuvelrand. De vergoeding wordt door de gemeente rechtstreeks aan het betreffende zwembad betaald.
Het zwembad garandeert dat de belanghebbende en/of het ten laste komend kind het zwemdiploma A haalt.
Het zwembad bewaakt de voortgang maar bij veelvuldig verzuim worden de zwemlessen gestaakt en garandeert het zwembad het behalen van het diploma niet langer als:
Als sprake is van langere tijd afwezigheid wegens ziekte wordt apart op individuele basis door de gemeente een regeling getroffen.
Artikel 11 Zomerzwemabonnement
De aanvraagperiode sluit aan bij de reguliere verkoopperiode van het zomerzwemabonnement. Ook hier wordt het abonnement in natura verstrekt en wordt de toegangspas eenmaal vergoed. Dat maakt de uitvoering eenvoudig en beperkt de kans op besteding aan andere doelen.
Dit artikel voorkomt dat lopende toekenningen of al vastgestelde draagkrachtperioden door de nieuwe beleidsregels tussentijds worden doorbroken. De nieuwe beleidsregels gelden voor nieuwe aanvragen na de datum van inwerkingtreding.
Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel
Dit artikel regelt het moment waarop de nieuwe beleidsregels gaan gelden, welke eerdere regeling vervalt en onder welke naam naar deze beleidsregels kan worden verwezen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-206487.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.