Subsidieregeling klimaat adaptatie maatregelen gemeente Olst-Wijhe 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Olst-Wijhe;

 

Gelet op:

Titel 4.2. van de Algemene wet bestuursrecht; en

Algemene subsidieverordening gemeente Olst-Wijhe

 

overwegende:

  • dat het college bevoegd is nadere regels te stellen dan wel specifieke nadere regelingen vast te stellen;

  • dat het gewenst is klimaatadaptatie maatregelen te stimuleren;

BESLUITEN:

 

Vast te stellen de Subsidieregeling klimaat adaptatie maatregelen gemeente Olst-Wijhe 2026:

 

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    afkoppelen: hemelwater van een dakoppervlak aangesloten op het rioolstelsel via fysieke ingrepen loskoppelen;

  • b.

    Asv: Algemene subsidieverordening gemeente Olst-Wijhe;

  • c.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • d.

    BAG: Basisregistraties Adressen en Gebouwen;

  • e.

    bijgebouw: losstaande of aansluitende gebouwen met een dak, zonder woon- of verblijfsbestemming. Hieronder vallen tuinhuisjes, schuren, garages, dierenverblijfplaatsen, fietsenhokken, etc.;

  • f.

    collectief: minimaal drie natuurlijke personen of rechtspersonen die eigenaar of gebruiker zijn van ten minste drie verschillende panden, waarvan één als penvoerder namens dit collectief optreedt. Aan een collectief worden gelijkgesteld een Vereniging van Eigenaren (VVE) en woningbouwcorporatie;

  • g.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Olst-Wijhe;

  • h.

    containerombouw: roerende zaak, ontworpen om vuilniscontainers netjes en uit het zicht te plaatsen;

  • i.

    dakoppervlak: horizontale projectie van een overdekking van een gebouw of een onderdeel daarvan;

  • j.

    gebruik hemelwater: buffering en filtering van hemelwater ten behoeve van laagwaardig gebruik ter vervanging van drinkwater, niet zijnde voor gebruik van consumptiedoeleinden;

  • k.

    groen dak: dak bestaande uit minimaal drie lagen, zijnde: een wortelkerende laag, een substraatlaag en een vegetatielaag, hoofdzakelijk bestaand uit levende planten, zeer traag groeiend en sterk ‘zelfvoorzienend’;

  • l.

    hemelwater: water dat uit de hemel valt zoals regen, sneeuw, hagel en dauw;

  • m.

    infiltratie: het op eigen terrein infiltreren van hemelwater in de bodem, door middel van bijvoorbeeld een infiltratiekrat of grindput;

  • n.

    infiltratiekrat/infiltratietoepassing: een geperforeerde en dus sterk waterdoorlatende box, met een interne structuur en bij voorkeur gemaakt van een natuurlijk materiaal, die in de grond wordt geplaatst om hemelwater op te vangen en geleidelijk te infiltreren in een waterdoorlatende bodem, of een daarmee te vergelijken systeem;

  • o.

    ontstenen: verwijderen van verharding in de vorm van asfalt, beton, steen of ander slecht waterdoorlatend materiaal;

  • p.

    openbare ruimte: ruimte tussen de particuliere kavels die in bezit is van de overheid en die voor iedereen vrij toegankelijk is;

  • q.

    oppervlaktewater: water dat zich boven de grond bevindt: het water in rivieren, sloten, kanalen, meren en dergelijke;

  • r.

    pand: gebouw inclusief aanbouw, uitbouw en bijgebouwen, alle met bijbehorend erf, tuin, terrein en ondergrond en opgenomen in de BAG en legaal gebouwd, niet zijnde openbare ruimte;

  • s.

    vergroenen: aanbrengen van een vruchtbare bodem en het planten van beplanting als gras, planten, struiken of bomen;

  • t.

    voorziening voor berging: een voorziening bestemd om hemelwater tijdelijk te bergen waarbij grond wordt verwijderd om de voorziening te plaatsen. Dit kan een wadi, infiltratiekratten of ondergrondse regenwatertank zijn;

  • u.

    wadi: verlaging op eigen terrein waar hemelwater naartoe geleid wordt, bestemd om hemelwater tijdelijk te bergen, voorzien van waterdoorlatende, filterende bodem waardoor water langzaam in de bodem kan wegzakken. De toplaag bestaat uit beplante, verbeterde grond.

Artikel 1.2 Toepasselijkheid Asv

De Asv is van toepassing, tenzij daarvan in deze subsidieregeling nadrukkelijk wordt afgeweken.

Artikel 1.3 Doel subsidie

Het doel van de regeling is om inwoners, bedrijven en organisaties te stimuleren zelf klimaatadaptatie- en biodiversiteitsversterkende maatregelen te treffen op of bij een pand.

Artikel 1.4 Subsidiabele activiteiten

Het college kan aan een aanvrager een stimuleringsbijdrage verstrekken voor de volgende activiteiten:

  • a.

    het planten van bomen - PB;

  • b.

    het ontstenen in combinatie met vergroenen - OV;

  • c.

    het aanleggen van een groen dak - GD;

  • d.

    het afkoppelen zonder voorziening voor berging of infiltratie - AZ;

  • e.

    het aanleggen van een voorziening voor berging en infiltratie voor afgekoppeld hemelwater - BI;

  • f.

    het plaatsen van een voorziening voor regenwateropslag - RW;

Artikel 1.5 Aanvrager

  • 1.

    Subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onder a tot en met f, wordt verstrekt aan een eigenaar, huurder of pachter van een pand of aan een collectief.

Artikel 1.6 Algemene criteria

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4 in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende algemene criteria:

  • a.

    Een subsidie als bedoeld in artikel 1.4, sub a tot en met f, wordt slechts verstrekt als de activiteit plaatsvindt:

    • i.

      op of bij het pand van de aanvrager, gesitueerd in de gemeente Olst-Wijhe;

    • ii.

      bij een collectief of inwonersinitiatief: op of bij het pand van de natuurlijke of rechtspersonen namens wie de penvoerder de aanvraag doet, gesitueerd in de gemeente Olst-Wijhe.

Artikel 1.7 Algemene weigeringsgronden

In aanvulling op de weigeringsgronden van artikel 9 van de Asv wordt subsidie geweigerd als:

  • a.

    voor de activiteit, bedoeld in artikel 1.4, al subsidie is verstrekt voor het pand;

  • b.

    voor een vergelijkbare activiteit, als bedoeld in artikel 4 van de Subsidieregeling Klimaatadaptatie gemeente Olst-Wijhe, al subsidie is verstrekt.

Artikel 1.8 Verplichtingen

In aanvulling van artikel 12 van de Asv wordt aan de subsidie de volgende verplichting(en) verbonden:

  • a.

    ontwerp, aanleg of installatie zijn volgens de gebruiksvoorschriften uitgevoerd;

  • b.

    de uit te voeren activiteit voldoet aan de geldende wet- en regelgeving ;

  • c.

    de aanvrager dient de uitgevoerde activiteit te onderhouden.

Artikel 1.9 Subsidieplafond en verdeelregels

  • 1.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond, als bedoeld in artikel 4:22 van de Awb vast.

    • a.

      Hiervoor per kalenderjaar €30.000,- beschikbaar te stellen.

      • i.

        Hiervan geldt een subsidieplafond van €25.000,- voor de maatregelen (b, d, e, f), afkomstig uit de rioolheffing. En een subsidieplafond van €5.000,- voor de maatregelen (a en c), afkomstig uit budget groen.

  • 2.

    Toekenning van subsidie vindt plaats op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvraag, waarbij de datum waarop de aanvraag volledig is geldt als datum van binnenkomst.

  • 3.

    Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting.

Artikel 1.10 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Voor subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 1.4, onder a t/m f, komen de kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteit.

  • 2.

    Niet tot de subsidiabele kosten behoren:

    • a.

      de kosten gerelateerd aan het indienen van de subsidieaanvraag;

    • b.

      BTW welke kan worden teruggevorderd of op enigerlei wijze kan worden gecompenseerd.

    • c.

      de kosten die verband houden met de aanvraag van de benodigde vergunningen voor de uitvoering of gemoeid met de aangebrachte voorziening.

Artikel 1.11 Aanvraag en aanvraagtermijn

  • 1.

    De aanvraag wordt, in afwijking van artikel 7 ingediend uiterlijk zes maanden na afronding van de activiteit.

  • 2.

    De aanvraag wordt ingediend op een door het college vastgesteld aanvraagformulier.

  • 3.

    In afwijking van artikel 6 van Asv overlegt de aanvrager bij aanvraag:

    • a.

      een factuur of aankoopbewijs met datum, waaruit de subsidiabele activiteit blijkt. Indien er geen materialen zijn gekocht, moet de aanvrager aantonen dat de maatregel binnen zes maanden voorafgaand aan de subsidieaanvraag is gerealiseerd.

    • b.

      minimaal twee foto’s, waarbij één foto de situatie voor en één foto de situatie na het realiseren van de subsidiabele activiteit laat zien.

    • c.

      als het een aanvraag betreft voor een activiteit als bedoeld in artikel 1.4, onder e: een berekening van de inhoud van de voorziening;

    • d.

      als deze is vereist voor de uitvoering van de activiteit de voor de realisatie van de activiteit benodigde vergunning;

    • e.

      schriftelijke toestemming van de eigenaar als de aanvrager een huurder of pachter is of toestemming van de gemeente als het om de openbare ruimte gaat;

    • f.

      schriftelijke toestemming van de buren als er sprake is van een activiteit welke plaatsvindt op een erfscheiding;

    • g.

      Indien sprake is van een aanvraag door een collectief of een inwonersinitiatief met een penvoerder: een machtiging van de natuurlijke personen of rechtspersonen aan de penvoerder, waaruit blijkt dat de penvoerder gerechtigd is om de subsidieaanvraag te doen en alle overige correspondentie en communicatie over de aanvraag met het college te voeren.

Artikel 1.12 Beslissing op aanvraag

  • 1.

    Het college neemt binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag een beslissing.

  • 2.

    Het college kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengen.

Artikel 1.13 Uitbetaling

Na vaststelling van de subsidie wordt, ingeval van een penvoerder bij een collectief of een inwonersinitiatief, de subsidie aan de penvoerder uitbetaald.

 

Paragraaf 2 Het planten van bomen - PB

Artikel 2.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel a, gelden de volgende criteria:

  • a.

    de stamomtrek (gemeten op 1 m hoogte bij aanschaf) is minimaal 12 cm of de stam is minimaal 150 cm hoog, ten tijde van de aanvraag;

  • b.

    de boom staat in de volle grond.

Artikel 2.2 Weigeringsgrond

Subsidie wordt geweigerd:

  • a.

    indien de volwassen boom binnen 2 meter van de erfgrens is geplant;

  • b.

    de aangeplante boom op de zwarte lijst met invasieve exoten staat, zoals opgenomen in bijlage 1.

Artikel 2.3 Hoogte subsidie

  • 1.

    De subsidie voor het planten van bomen bedraagt € 35,- per boom met een maximum van € 175.

  • 2.

    Bij een aanvraag door een collectief is de subsidie 25% hoger dan de bedragen genoemd in het eerste lid van dit artikel.

     

Paragraaf 3 Het ontstenen in combinatie met vergroenen - OV

Artikel 3.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel b, gelden de volgende criteria:

  • a.

    de beplanting bestaat uit grassen, planten, struiken of bomen;

  • b.

    er is sprake van minimaal 5 m² ontstenen in combinatie met vergroenen.

Artikel 3.2 Weigeringsgrond

Subsidie wordt geweigerd:

  • a.

    indien de volwassen boom binnen 2 meter van de erfgrens is geplant;

  • b.

    de aangeplante boom op de zwarte lijst met invasieve exoten staat, zoals opgenomen in bijlage 1.

Artikel 3.3 Hoogte subsidie

  • 1.

    De subsidie bedraagt € 5,- per m² verwijderde verharding tot een maximum van € 500.

  • 2.

    Bij een aanvraag door een collectief is de subsidie 25% hoger dan de bedragen genoemd in het eerste lid van dit artikel.

  •  

Paragraaf 4 Het aanleggen van een groen dak - GD

Artikel 4.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel c, geldt het volgende criterium:

  • a.

    in aanvulling op artikel 1.6 kan de activiteit ook uitgevoerd worden op een containerombouw van de aanvrager;

Artikel 4.2 Hoogte subsidie

  • 1.

    De subsidie bedraagt € 20,- per m² aangelegd groen dak met een maximum van € 2.000,- per adres.

  • 2.

    Bij een aanvraag door een collectief is de subsidie 25% hoger dan de bedragen genoemd in het eerste lid van dit artikel.

 

Paragraaf 5 Het afkoppelen zonder voorziening voor berging of infiltratie - AZ

Artikel 5.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel d, gelden de volgende criteria:

Artikel 5.2 Hoogte subsidie

  • 1.

    De subsidie voor het afkoppelen zonder voorziening voor berging of infiltratie bedraagt € 60,- per pand.

  • 2.

    Bij een aanvraag door een collectief is de subsidie 25% hoger dan de bedragen genoemd in het eerste lid van dit artikel.

 

Paragraaf 6 Het aanleggen van een voorziening voor berging of infiltratie voor afgekoppeld hemelwater - BI

Artikel 6.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel e, gelden de volgende criteria:

Artikel 6.2 Weigeringsgrond

Subsidie wordt geweigerd indien er sprake is van een afgekoppeld dakoppervlak van meer dan 250 m².

Artikel 6.3 Hoogte subsidie

  • 1.

    De subsidie bedraagt € 200,- per m3 waterberging van de aangelegde voorziening, met een maximum van € 500.

  • 2.

    Bij een aanvraag door een collectief is de subsidie 25% hoger dan de bedragen genoemd in het eerste lid van dit artikel.

 

Paragraaf 7 Het plaatsen van een voorziening voor regenwateropslag (regenton, -schutting of – zuil) - RW

Artikel 7.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel f, gelden de volgende criteria:

  • a.

    de regenwateropslag heeft een minimale capaciteit van 100 liter;

  • b.

    het regenwater moet via de regenpijp vanaf het dak in de voorziening voor regenwateropslag terechtkomen.

Artikel 7.2 Hoogte subsidie

  • 1.

    De subsidie voor het plaatsen van een voorziening voor regenwateropslag bedraagt, met een maximum van twee voorzieningen voor regenwateropslag:

    • a.

      € 25,- per voorziening bij een opvangcapaciteit van 100 tot 200 liter.

    • b.

      € 50,- per voorziening bij een opvangcapaciteit van 200 liter of meer.

  • 2.

    Bij een aanvraag door een collectief is de subsidie 25% hoger dan de bedragen genoemd in het eerste lid van dit artikel.

Artikel 8 Slotbepalingen

 

Artikel 8.1 Onvoorziene gevallen en hardheidsclausule

  • 1.

    In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.

  • 2.

    Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in deze regeling indien onverkorte toepassing zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 8.2 Overgangsrecht

Op ingediende aanvragen, verleende subsidies en nog in te dienen verantwoordingen, aan te vragen subsidievaststellingen en daarop te nemen besluiten, alsmede in verband met voorgaande mogelijke bezwaar- en beroepsprocedures, blijft de Stimuleringsregeling klimaatadaptatie Gemeente Olst-Wijhe 2025 – 2028 van kracht.

Artikel 8.3 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De Stimuleringsregeling klimaatadaptatie Gemeente Olst-Wijhe 2025 – 2028 wordt ingetrokken.

  • 2.

    Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2026.

  • 3.

    Deze regeling wordt aangehaald als ‘Subsidieregeling klimaat adaptatie maatregelen gemeente Olst-Wijhe 2026’.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders d.d. 9 december 2025

de secretaris,

S. van den Berg

de burgemeester,

S. Poepjes

Bijlage 1. Zwarte lijst boomsoorten

 

Latijnse naam

Nederlanse naam

Acacia saligna

Wilgacacia

Acer negundo

Vederesdoorn

Acer rufinerve

Grijze streepjesbastesdoorn

Ailanthus altissima

Hemelboom

Amelanchier lamarckii

Amerikaans krentenboompje

Amelanchier spicata

Krentenboompje

Caragana arborescens

Erwtenboompje

Cornus sericea

Canadese kornoelje

Cotoneaster ×watereri

Dwergmispel

Cotoneaster ambiguus

Dwergmispel

Cotoneaster boisianus

Dwergmispel

Cotoneaster bullatus

Grote boogcotoneaster

Cotoneaster rehderi

Rimpelige cotoneaster

Cotoneaster salicofolius

Wilgbladige cotoneaster

Elaeagnus angustifolia

Smalle olijfwilg

Elaeagnus commutata

Zilverwilg

Elaeagnus multiflora

Langstelige olijfwilg

Elaeagnus umbellata

Schermolijfwilg

Fraxinus pennsylvanica

Pennsylvaasne es

Paulownia tomentosa

Anna Paulownaboom

Pinus strobus

Weymouthden

Populus ×canadensis

Canadapopulier

Populus alba

Witte abeel

Prosopis juliflora

Mesquite

Prunus serotina

Amerikaanse vogelkers

Prunus virginiana

Kleine vogelkers

Quercus rubra

Amerikaanse eik

Rhus typhina

Azijnboom

Robinia pseudoacacia

Valse acacia

Syringa vulgaris

Sering

Tetradium daniellii

Bijenboom

Triadica sebifera

Talgboom

Tsuga heterophylla

Westelijke hemlockspar

 

Bron: https://natuurenmilieu.nl/app/uploads/Bomenonderzoek-Nederlandse-gemeenten-Natuur-Milieu.pdf

Naar boven