Gemeenteblad van Westervoort
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Westervoort | Gemeenteblad 2026, 205467 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Westervoort | Gemeenteblad 2026, 205467 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling peuteropvang gemeente Westervoort 2026
Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 4 bedoelde activiteiten.
Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan de doelen zoals hierboven.
In aanvulling op de bepalingen in de Algemene Subsidieverordening moet aan de volgende eisen zijn voldaan:
De inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker van het geregistreerd kindcentrum is ten behoeve van de verhoging van de kwaliteit van voorschoolse educatie en betreft de totstandkoming en implementatie van beleidsvoornemens met betrekking tot voorschoolse educatie en coaching van beroepskrachten voorschoolse educatie.
Artikel 6. De hoogte van de subsidie voor VVE-peuters en reguliere niet-KOT peuters
De subsidie bestaat uit een bijdrage per geplaatste peuter. In de van deze regeling deel uitmakende bijlage ‘Opbouw kostprijs peuteropvang’ wordt de gemeentelijke subsidie per uur peuteropvang en dagopvang beschreven. Het college stelt jaarlijks voor 15 oktober de bijlage als bedoeld in het eerste lid vast. Hierbij wordt als volgt bepaald:
De hoogte van de ouderbijdrage wordt door het geregistreerd kindcentrum bepaald aan de hand van het meest recente verzamelinkomen van de ouder(s). Dit verzamelinkomen wordt bepaald aan de hand van een door de ouders te overleggen inkomensverklaring of door een recente jaaropgave, als er geen aangifte hoeft te worden gedaan voor de inkomensbelastingen.
De aanbieder kan voor VE-locaties met gemiddeld meer dan 40% VVE-geïndiceerde peuters een beroep doen op een extra subsidie. Uitgangspunt hierbij is dat de gemeente Westervoort 8 uur per week extra subsidieert voor een periode van 40 weken. Hierbij wordt uitgegaan van loonkosten à € 43,72 per uur, op basis van trede 23, schaal 6 uit de CAO Kinderopvang, inclusief werkgeverslasten. Dit komt neer op een bedrag van € 13.990,00 per locatie per jaar.
Artikel 7. Verlening extra subsidie voor locaties met minimaal 40% VVE-geïndiceerde kinderen
De gemeente subsidieert een tegemoetkoming voor aanbieders met een relatief hoog aandeel VVE-geïndiceerde peuters. Het gaat hierbij om de volgende criteria en doelen:
De aanbieder kan voor VE-locaties met gemiddeld meer dan 40% VVE- geïndiceerde peuters een beroep doen op een extra subsidie. Dit percentage betreft de verhouding op basis van het gemiddelde aantal unieke kinderen met en zonder VVE-indicatie. Meetmomenten vinden plaats in de eerste drie kwartalen van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar. Als houders reguliere peuters niet (allemaal) uploaden in de Peutermonitor, leveren zij bij de gemeente gelijktijdig met het uploaden van kwartaalcijfers in de Peutermonitor geanonimiseerde lijsten aan van het totaal aantal reguliere peuters per VE-groep.
Het aantal VVE-peuters is te verifiëren via de Peutermonitor.
Als het subsidieplafond voor reguliere peuters wordt overschreden, wordt subsidie onder kinderopvangaanbieders verdeeld naar rato van het financiële marktaandeel voor subsidie voor reguliere peuters in de maanden januari t/m september voorafgaand aan het betreffende jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd (te verifiëren via de Peutermonitor).
Indien een organisatie voor het eerst subsidie aanvraagt, wordt voor de berekening van het relatieve financiële marktaandeel uitgegaan van een bedrag van € 4.500 per VE-groep (berekend over de eerste drie kwartalen). Dit bedrag is gebaseerd op het gemiddelde subsidiebedrag voor reguliere niet-KOT peuters per VE-groep over 2024.
Indien een organisatie het aantal VE-groepen uitbreidt, wordt voor de berekening van het relatieve financiële marktaandeel uitgegaan van een bedrag van € 4.500 per nieuwe VE-groep (eveneens berekend over de eerste drie kwartalen). Indien een nieuwe VE-groep reeds gedurende het voorafgaande kalenderjaar is gestart, wordt het extra bedrag van € 4.500 naar rato toegepast, overeenkomstig het aantal kwartalen waarin de betreffende VE-groep nog niet operationeel was binnen de eerste drie kwartalen van dat jaar.
Voor de subsidie zoals bedoeld in artikel 7 geldt een jaarlijks subsidieplafond van € 41.970,00. Als het subsidieplafond voor subsidie zoals bedoeld in dit artikel wordt overschreden, wordt de beschikbare subsidie evenredig verdeeld onder het aantal zware doelgroep-locaties, tenzij het college besluit dat er alsnog ruimte beschikbaar komt binnen het subsidieplafond.
In aanvulling op de Algemene Subsidieverordening geldt dat subsidieverstrekking tevens geweigerd wordt indien gegronde reden bestaat aan te nemen dat:
Artikel 12. Verantwoording en vaststelling
Het college toetst aan de hand van de verantwoording als bedoeld in dit artikel of de aanvrager heeft voldaan aan de verplichtingen uit deze regeling. Het college beslist binnen drie maanden na ontvangst van de verantwoording over de vaststelling van de subsidie. De subsidie wordt vastgesteld op de daadwerkelijk bestede uren per peuter aan de hand van het afgesproken uurtarief en onderverdeling naar de verschillende categorieën.
Als het geregistreerd kindcentrum onderdeel is van een rechtspersoon (de houder), dan kan het college bij de aanvraag tot subsidievaststelling tevens de jaarrekeningen van alle gelieerde groepsmaatschappijen, voorzien van een accountantsverklaring overeenkomstig artikel 393 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, opvragen.
Artikel 13. Toezicht en kwaliteit
De Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) en De Onderwijsinspectie houden in opdracht van de gemeente toezicht op de kwaliteit van het aanbod in het kader van deze subsidieregeling.
Artikel 14. Afwijkingsmogelijkheid
Het College kan in zeer bijzondere gevallen ten gunste van een aanvrager afwijken van een of meerdere bepalingen van deze regeling.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-205467.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.