Gemeenteblad van Bladel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bladel | Gemeenteblad 2026, 2035 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bladel | Gemeenteblad 2026, 2035 | beleidsregel |
Beleidskader Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Bladel 2026-2030
De Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (Wmo 2015) heeft als doel dat inwoners zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen, en dat zij daarbij naar vermogen participeren in de samenleving. De Wmo gaat hierbij eerst uit van de eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid van de inwoner. Daarna van hulp vanuit het netwerk en ondersteuning door algemene of collectieve voorzieningen. Pas als hier onvoldoende oplossing voor de ervaren problemen wordt gevon-den, wordt een maatwerkvoorziening ingezet. Gemeenten zijn wettelijk verplicht om een periodiek plan te maken over hoe maatschappelijke ondersteuning in de gemeente wordt georganiseerd. In gemeente Bladel noemen we dit periodieke plan het Beleidskader Maatschappelijke Ondersteuning. Met het beleidskader stelt de gemeenteraad een kader waarbinnen het college in de komende jaren uitvoering geeft aan de taken die wij als gemeente hebben op het gebied van maatschappelij-ke ondersteuning. Dit kader geeft de gemeente richting, maakt budget vrij voor beleidsontwikkeling en zorgt voor transparantie richting inwoners en maatschappelij-ke partners.
Sinds de invoer van de Wmo 2015 heeft gemeente Bladel twee eerdere beleidskaders gekend. Tijdens de looptijd van het eerste beleidskader (2016-2021) waren de eerste jaren vooral gericht op een soepele overgang van taken vanuit het Rijk naar gemeente, waarna ervaring werd opgedaan om de taken verder uit te wer-ken, door te ontwikkelen en te transformeren. Tijdens de looptijd van het tweede beleidskader (2022-2025) is verder ingegaan op ontwikkelingen binnen de maat-schappelijke ondersteuning zoals toename in aantallen en complexiteit, vergrijzing, invoering van het abonnementstarief, multiprobleem casuïstiek, multidisciplinaire samenwerking, integraliteit en zorg en veiligheid. Ontwikkelingen die, zoals we zien in de evaluatie van die beleidskader (bijlage 1), in 2025 nog steeds in meer of mindere mate het werkveld van de Wmo bepalen.
Bij het opstellen van de Brede Visie Welzijn in 2024 is de wens uitgesproken om te werken met minder losse kleinere beleidsstukken. 1Eerder werd bij de evaluatie van het mantelzorgbeleid in 2022 al de aanbeveling gedaan om bij het herzien van het beleidskader Maatschappelijke Ondersteuning in 2025 het mantelzorgbeleid hierin op te nemen2. Uit de recente evaluatie van het ouderenbeleid (bijlage 2) blijkt dat ook dit beleid niet op zichzelf staat. Het heeft verbinding met onderdelen die in het beleidskader Maatschappelijke Ondersteuning aan bod komen. Door de aanbevelingen vanuit het ouderenbeleid over te nemen in dit beleidskader, ontstaat een totaaloverzicht van beleid dat elkaar raakt en versterkt. Veel raakvakken en verbindingen zien we daarnaast bij het vrijwilligersbeleid. Het nieuwe Beleidskader Maatschappelijke Ondersteuning 2026-2030 borduurt daarom niet alleen voort op de ontwikkelingen uit het vorige beleidskader, aangevuld met nieuwe ontwikkelin-gen, maar neemt de relevante inhoud van het mantelzorgbeleid, ouderenbeleid en vrijwilligersbeleid op. Het beleidskader sluit inhoudelijk aan bij de Brede Visie Wel-zijn door het gebruik van de zelfredzaamheidspiramide en de link met de visielijnen en uitvoeringslijnen3. Hierdoor komen we tot een beknopt beleidsstuk met een integrale kijk op de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en aangrenzende thema’s.
Hoofdstuk 1 is de inleiding die u zojuist gelezen hebt. Hoofdstuk 2 vertelt meer over de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (Wmo), maar ook bij het VN-verdrag Handicap en de Brede Visie Welzijn gemeente Bladel. Hoofdstuk 3 gaat aan de hand van de zelfredzaamheidspiramide in op de ambities van gemeente Bladel op het gebied van Wmo en hoofdstuk 4 vult dit aan vanuit overkoepelende thema’s. Hoofdstuk 5 laat zien hoe het beleidskader uitgevoerd en gemonitord zal worden.
2. De Wmo, het VN-verdrag Handicap en de Brede Visie Welzijn
Dit beleidskader sluit natuurlijk aan bij de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (Wmo), maar ook bij het VN-verdrag over rechten van mensen met een beper-king en de Brede Visie Welzijn gemeente Bladel. In dit hoofdstuk wordt uitleg gegeven over deze documenten.
2.1 De Wet Maatschappelijke Ondersteuning
De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) heeft als doel dat inwoners zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen, en dat zij daarbij naar vermogen participeren in de samenleving. De Wmo gaat hierbij eerst uit van de eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid van de inwoner. Welke eigen moge-lijkheden heeft de inwoner om de ervaren problemen zelf op te lossen? Indien deze mogelijkheden niet toereikend zijn, wordt er gekeken naar oplossingen binnen het sociaal netwerk van de inwoner. Is er iemand die de inwoner kan helpen met de door hem/haar ervaren problemen? Als ook hier geen oplossing gevonden wordt, wordt er gekeken of de inwoner gebruik kan maken van voorliggende voorzieningen (vrij toegankelijk). Als ook hier geen oplossing in gevonden kan worden wordt pas gekeken wat de gemeente aan ondersteuning kan bieden in de vorm van een maatwerkvoorziening waarvoor een indicatie nodig is. Niet langer wordt uitgegaan van “recht” op zorg of ondersteuning, maar er wordt gekeken naar wat nodig is om (naar vermogen) mee te kunnen doen. Samen met de gemeente wordt in kaart gebracht wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn en welke ondersteuning daardoor noodzakelijk is.
De verantwoordelijkheid van gemeenten op het gebied van de Wmo gaat echter verder dan het bieden van maatwerkvoorzieningen en het voeren van de ‘keukenta-felgesprekken’. Gemeenten hebben een brede verantwoordelijkheid voor de deelname van mensen met een beperking of psychische problematiek aan het maat-schappelijke verkeer (participatie). Daarnaast dienen gemeenten passende ondersteuning te bieden, waarmee mensen met een bepaalde vorm van kwetsbaarheid in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden (zelfredzaamheid). Met de decentralisatie in 2015 is de term maatwerkvoorziening geïntroduceerd. De verplichting voor gemeenten om maatwerk te leveren staat sindsdien centraal. Een maatwerkvoorziening is aanvullend op wat iemand zelf kan bijdragen en vormt samen met de inzet uit het sociaal netwerk een samenhangend ondersteunings-aanbod, ofwel maatwerk. Het gebruik van een algemene, voorliggende voorziening kan, afhankelijk van de omstandigheden, ook tot het vereiste maatwerk leiden.
Het uitgangspunt volgens de wet is dat ‘zelfredzaamheid en meedoen de verantwoordelijkheid zijn van mensen zelf’, maar gemeenten zijn verplicht om beleid te maken ter ondersteuning van mensen die niet volledig zelf kunnen voorzien in hun zelfredzaamheid en participatie of behoefte hebben aan beschermd wonen of opvang. Waar voorheen vrij strikte prestatievelden voor gemeenten in de wet waren opgenomen, staat in de Wmo 2015 een begripsomschrijving van maatschappe-lijke ondersteuning als algemeen uitgangspunt. Dit maakt dat gemeenten meer vrijheden en mogelijkheden hebben om maatschappelijke ondersteuning aan te bie-den, welke past bij en kan worden afgestemd op het lokale karakter van de gemeenschap (denk aan voorliggende voorzieningen, burgerinitiatieven etc.).
2.2 VN-verdrag over rechten van mensen met een beperking
Iedere gemeente in Nederland heeft de opdracht om zoveel mogelijk te voorkomen dat mensen met een beperking worden uitgesloten. Die opdracht komt voort uit het VN-verdrag over rechten van mensen met een beperking. Nederland ondertekende dit verdrag in 2016 met de bedoeling om zo weinig mogelijk obstakels op te werpen voor mensen met een beperking en om inclusie en participatie van mensen met een beperking zoveel als mogelijk te bevorderen. Dit is samengevat in 22 regels, de zogenaamde Agenda 22. Deze regels gelden voor een breed aantal terreinen, zoals arbeid, onderwijs, wonen, verkeer en vervoer, zorg, ondersteuning, sport, cultuur en vrijetijdsbesteding.
Het kunnen ‘meedoen’ (naar vermogen) is het centrale thema in de Wmo. Mensen die dat nodig hebben worden daarbij geholpen.” Zowel de wet als dit beleidska-der zijn gebouwd op een visie van inclusie, meedoen en participatie (naar vermogen). De wet stelt dat gemeenten verplicht zijn beleid te maken ter ondersteuning van mensen die niet volledig zelf kunnen voorzien in hun zelfredzaamheid en participatie. Waar in het verleden vaak aparte voorzieningen en (vaak professionele) ondersteuning werd geboden aan mensen met een beperking, werken we tegenwoordig aan het zo laagdrempelig mogelijk inzetten van ondersteuning en het nor-maliseren hiervan. We proberen dit zoveel mogelijk binnen de reguliere structuren, waarvan ook mensen zonder beperking gebruik maken. Door met name in te zetten op de toegankelijkheid van vrij toegankelijke algemene en voorliggende voorzieningen kunnen mensen met een beperking nog beter op een gelijkwaardige manier aan de samenleving deelnemen.
Sinds 2025 hebben we in gemeente Bladel een Lokale Inclusie Agenda (LIA)4. De LIA is één integraal plan voor het hele sociale domein, dus ook de plannen uit de Jeugdwet, de Wmo en de Participatiewet zijn hierin opgenomen. In de LIA staan aan de hand van 8 onderwerpen beschreven wat we al doen en welke ambities we hebben: Onderwijs & ontwikkeling, Thuis, Werk & inkomen, Vrije tijd, Vervoer, Welzijn, gezondheid & ondersteuning, Communicatie en dienstverlening en Bewust-wording.
In 2024 is in gemeente Bladel de Brede Visie Welzijn vastgesteld. Deze visie is opgesteld om beleidsterreinen binnen het welzijnsdomein met elkaar te verbinden. Een van de uitgangspunten voor de Brede Visie is de zelfredzaamheidspiramide, met daarin eigen kracht, sociaal netwerk, algemene en voorliggende voorzieningen en maatwerk.
Figuur 1: Zelfredzaamheidspiramide.
In de Brede Visie Welzijn staat geschreven: “Ondanks preventieve inzet op het welzijnsvlak kan bij inwoners toch een hulpvraag ontstaan of blijven. Voordat een hulpvraag vraagt om een maatwerkvoorziening (Wmo, Jeugdwet of Participatiewet) kan deze in veel gevallen voorkomen dan wel opgelost worden door in te zetten op eigen kracht, het sociale netwerk en het voorliggend veld (zoals geïllustreerd in de ‘Zelfredzaamheidspiramide’). Investeren in deze lagen is een belangrijke voorwaarde om de zorg ook in de toekomst beschikbaar te houden voor alle inwoners die dit nodig (zullen) hebben. Om dit te bereiken is het nodig om verder te kijken dan de drie wetten in het sociaal domein; het vraagt een welzijnsbrede benadering. Wanneer geïnvesteerd wordt in de onderste lagen van de zelfredzaam-heidspiramide, zal er minder beroep gedaan worden op professionele ondersteuning. Het draagt daarnaast bij aan een fijn woon- en leefklimaat in de gemeente.”
De Brede Visie Welzijn is opgesteld aan de hand van vier visielijnen: Opgroeien in Bladel, Vitaal Bladel, Inclusief Bladel en De omgeving. Met name in de lijnen Vitaal Bladel en Inclusief Bladel zijn veel ambities te vinden die goed aansluiten bij de Wmo, maar ook in de lijnen Opgroeien in Bladel en De omgeving zijn aansluitende ambities te vinden. De koppeling met deze ambities wordt gemaakt in hoofdstuk 3 van het beleidskader. In 2025 is een uitvoeringsplan vastgesteld bij de Brede Visie Welzijn. Het uitvoeringsplan heeft 6 uitvoeringslijnen: Lokale Inclusie Agenda, Optimaliseren toegang, Informatievoorziening en (digitale) sociale kaart, Pro-grammamanagers gemeenschapshuizen, Jongerenwerk: De basis op orde, en Mentale gezondheid en psychische problematiek. Enkele van deze uitvoeringslijnen (Lokale Inclusie Agenda, Optimaliseren toegang, Informatievoorziening en (digitale) sociale kaart) bevatten doorontwikkelingen van acties die eerder in het Beleids-kader Maatschappelijke Ondersteuning stonden. Omdat deze acties in het uitvoeringsplan Brede Visie Welzijn zijn opgenomen en hier in brede context bekeken worden, worden ze in hoofdstuk 3 van dit beleidskader alleen kort benoemd.
3. Ambitie Maatschappelijke Ondersteuning
De ambities op het gebied van Maatschappelijke Ondersteuning worden in dit hoofdstuk uiteengezet aan de hand van de zelfredzaamheidspiramide die ook gebruikt is voor de Brede Visie Welzijn (hoofdstuk 2.3, figuur 1). We benaderen de piramide in dit beleidsstuk van onder naar boven. Op soortgelijke wijze wordt een hulp-vraag van een inwoner ook bekeken door wmo-consulenten. Eerst wordt gekeken naar de eigen kracht, vervolgens naar het eigen netwerk en algemene en voorlig-gende voorzieningen en wanneer dit de inwoner niet voldoende ondersteunt pas naar maatwerkvoorzieningen. Binnen de treden van de zelfredzaamheidspiramide wordt ook de koppeling gemaakt met het subsidiejaarprogramma, met de visielijnen en uitvoeringslijnen van de Brede Visie Welzijn en indien van toepassing met andere visiedocumenten zoals de woonzorgvisie en omgevingsvisie.
Definitie: Wat verstaan we onder eigen kracht?
Eigen kracht betekent dat iemand (en de mensen om hem of haar heen) zelf oplossingen zoekt voor problemen. Dat kan zonder hulp van de gemeente of met zo weinig mogelijk hulp. Dit gaat vaak over zelfredzaamheid: zelf de dagelijkse dingen doen en een huishouden runnen. Soms helpt een partner, ouder, kind of huisge-noot mee. Dit noemen we gebruikelijke hulp.
Wat willen we (blijven) bereiken?
Definitie: Wat verstaan we onder sociaal netwerk?
Een sociaal netwerk zijn de mensen om iemand heen: familie, vrienden of kennissen. Zij kunnen helpen met zorg of ondersteuning, bijvoorbeeld door mantelzorg te geven. Dit kan gaan om hulp bij het zelfstandig wonen, meedoen in de samenleving, tijdelijk verblijf, jeugdhulp of zorg vanuit de zorgverzekering. Het gaat altijd om hulp uit persoonlijke relaties, niet om professionele hulp.
Wat willen we (blijven) bereiken ?
3.3 Algemene en voorliggende voorzieningen
Definitie: Wat verstaan we onder algemene en voorliggende voorzieningen?
Algemene voorzieningen zijn diensten of activiteiten die voor iedereen toegankelijk zijn. Hiervoor is geen onderzoek nodig naar iemands persoonlijke situatie en ook geen Wmo-indicatie.
Wat willen we (blijven) bereiken?
Definitie: wat verstaan we onder maatwerkvoorzieningen?
Een maatwerkvoorziening is hulp die speciaal wordt afgestemd op iemands persoonlijke situatie. Dit kan gaan om hulpmiddelen of aanpassingen in huis, vervoer dat nodig is om mee te doen in de samenleving, tijdelijk verblijf om een mantelzorger te ontlasten en beschermd wonen of opvang. Voor een maatwerkvoorziening is een Wmo-indicatie nodig.
Wat willen we (blijven) bereiken?
Welke overkoepelende thema’s mogen we niet vergeten?
Naast thema’s die aansluiten bij de lagen van de zelfredzaamheidspiramide, zijn er thema’s door alle lagen heenlopen. Dat maakt deze thema’s niet minder belang-rijk. Daarom gaat dit hoofdstuk in op Complexe Casuïstiek, Zorg en veiligheid, Wet verplichte GGZ, Inclusie en toegankelijkheid, Dementievriendelijke gemeente, Vrijwilligers, Samenwerking in het sociaal domein en de Adviesraad Sociaal Domein.
Wat willen we (blijven) bereiken?
Niet alle bovengenoemde ambities komen terug in het financieel kader. Sommige acties worden namelijk al op andere wijze gefinancierd, bijvoorbeeld via het subsi-diejaarprogramma, specifieke uitkeringen (SPUK), losse projecten of de doorbelasting van Maatschappelijke Dienstverlening. De totale kosten aan specifieke finan-ciële inzet voor het beleidskader Maatschappelijke Ondersteuning zijn gelijk gebleven aan voorgaande jaren. Wel zijn sommige budgetten anders verdeeld, zodat ze effectiever in te zetten zijn en door het jaar heen in de P&C-cyclus duidelijk te zien is welke inzet op welke onderwerpen wordt geleverd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-2035.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.