Gemeenteblad van Drimmelen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Drimmelen | Gemeenteblad 2026, 2006 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Drimmelen | Gemeenteblad 2026, 2006 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Integrale verordening sociaal domein gemeente Drimmelen 2025
Hoofdstuk 1. Inleiding verordening sociaal domein
Het is de taak van de gemeente om inwoners te ondersteunen op het gebied van zorg, meedoen in de samenleving, zelfredzaamheid, werk en jeugdhulp. We richten ons daarbij op zelf- en samenredzaamheid. Samen met u zoeken we naar oplossingen voor ondersteuningsvragen. Daarbij wordt ook de ondersteuning die uw familie, vrienden en uw sociale netwerk kan bieden in kaart gebracht en zo nodig versterkt. Daar waar mogelijk en nodig biedt de gemeente ondersteuning-op-maat. We kijken samen breed naar uw vraag en persoonlijke situatie. Dit betekent dat we ook zaken onderzoeken die niet direct met uw hulpvraag te maken lijken te hebben. Wij zorgen voor een goede aansluiting met andere ondersteuning.
Het is onze taak u hierbij te ondersteunen als dit (tijdelijk) niet zelfstandig lukt. De wetgever heeft wetten gemaakt om dit te bereiken. Het gaat om de:
De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels en andere regelgeving van het Rijk aan. Het zijn regels op hoofdlijnen die de gemeenteraad heeft vastgesteld. Door dit bij elkaar te brengen in één verordening Sociaal Domein ontstaat een goede basis om de inwoner beter en passender te helpen als er een ondersteuningsvraag ligt. Daarnaast zijn er regels nodig om de wettelijke taken goed te kunnen uitvoeren, zoals uitvoeringsregels.
1.3 Kernwaarden Beleidskader Sociaal Domein
Naast de doelen van de verschillende wetten in het sociaal domein sluiten we aan bij de ambities van het lokale Beleidsplan Sociaal Domein. Daarin hebben we drie kernwaarden geformuleerd, die niet individueel gelezen kunnen worden, maar in samenhang met elkaar en in samenhang met de doelen uit de verschillende wetten richting geven aan de uitvoering van de verordening. Het gaat om de volgende kernwaarden:
Iedereen doet naar vermogen mee aan het sociaal, maatschappelijk en economisch verkeer. Dat is een gedeelde verantwoordelijkheid tussen inwoners en gemeente. Inwoners werken aan zelfredzaamheid en zijn weerbaar. Door samen te werken met inwoners en maatschappelijke partners maken we een omgeving waarin niemand wordt uitgesloten en die de mensen in die omgeving helpt om problemen samen op te lossen.
Wat betekent dit voor de inwoner?
Als inwoner voel ik me gehoord en word ik met respect en zonder waardeoordeel behandeld. Als inwoner heb ik eigenaarschap, verantwoordelijkheid voor mezelf en mijn omgeving en houd ik regie op het eigen leven. Dit betekent dat ik eerst zelf een oplossing zoek voor mijn problemen. Als dat niet lukt dan vraag ik in mijn omgeving om hulp. Als dat niet lukt dan kan ik mijn vraag stellen aan de gemeentelijke toegang voor eventuele ondersteuning.
Wat moet de gemeente daarvoor doen?
We bieden inwoners en professionals structuur waarin zij zelf en samen hun verantwoordelijkheid willen en kunnen nemen. Daarbij geven we professionals de ruimte en het vertrouwen om hun werk te kunnen uitvoeren en te komen tot een juiste beslissing binnen de kaders van de vakinhoudelijke richtlijnen en wettelijke kaders.
Preventie- en vroegsignalering
Met preventie en vroegsignalering voorkomen we problemen of verergering van problematiek. Door in te zetten op preventie en de sociale basis bieden we inwoners kansen om zich te ontwikkelen en hun bestaanszekerheid te vergroten.
Wat betekent dit voor de inwoner?
Als inwoner ben ik zelf verantwoordelijk en maak ik bewuste keuzes om zo gezond mogelijk te leven. Daarbij kan ik op plekken terecht om mensen te ontmoeten om mijn netwerk te versterken. Dit ondersteunt me om een gezond en actief leven te leiden en me steeds voor te bereiden op volgende levensfasen. Ik voel me daar zelf verantwoordelijk voor en lever een actieve bijdrage aan het oplossen van situaties wanneer ik dat niet helemaal zelf kan.
Wat doet de gemeente daarvoor?
We bieden een structuur waarin inwoners hun verantwoordelijkheid willen en kunnen nemen. We faciliteren onder andere in welzijn, sport, accommodaties en ontmoetingsplekken. Dat is de verbinding tussen inwoners, welzijn en gemeente. Het zorgt dat mensen laagdrempelig meedoen en de weg vinden naar elkaar en naar organisaties. Daarbij investeren we ongelijk voor gelijke kansen.
Het is niet realistisch om te verwachten dat inwoners al hun problemen op eigen kracht of met elkaar kunnen oplossen. Voor problemen die niet zelf opgelost kunnen worden, bieden we, binnen de gestelde kaders, ondersteuning aan.
Wat betekent dit voor de inwoner?
Eerst kijk ik in mijn eigen omgeving wat de mogelijkheden zijn als ik problemen ondervind. Mocht dit niet genoeg zijn. Dan ga ik in gesprek met de gemeente en zoeken we samen naar passende ondersteuning die het gewenste effect heeft.
Wat doet de gemeente daarvoor?
Het leven van de inwoner staat centraal. Melden inwoners zich met een vraag om ondersteuning bij gemeente of professional? Dan luisteren wij naar inwoners en nemen hen serieus. We voorkomen willekeur en gaan uit van eigen kracht en verantwoordelijkheid van onze inwoners. We kijken naar het duurzame effect dat we willen bereiken en hebben daarbij oog voor de doelen van de wetgeving en zijn daarbij kostenbewust.
Deze verordening is gebaseerd op de wetten die bij 1.1 zijn genoemd. Die wetten vormen de wettelijke basis voor de artikelen in deze verordening. Maar niet voor alle artikelen geldt dat in iedere wet daarover iets is terug te vinden. Dat verschilt per artikel. Daarom is per artikel aangegeven op welke wetten dat artikel is gebaseerd. Waar de Gemeentewet als grondslag wordt genoemd, wordt daarmee de bevoegdheid van de gemeenteraad bedoeld om regels vast te stellen (artikel 121 Gemeentewet). Bij een aantal artikelen wordt ook ‘Awb’ (de Algemene wet bestuursrecht) genoemd. Die verwijzing staat erin als er in de Awb specifieke bepalingen zijn opgenomen die op dat artikel van toepassing zijn.
In dit hoofdstuk leest u hoe u hulp kunt aanvragen voor één of meerdere onderwerpen uit deze verordening. We leggen uit hoe u een hulpvraag indient, hoe de afhandeling verloopt en wat wij van u verwachten. Wij bekijken uw vraag in samenhang met uw persoonlijke situatie en informeren u over de bijhorende procedures. Voor jeugdhulpvragen geldt een andere procedure. Dit leest u vanaf paragraaf 2.6.
Wij verzamelen alle gegevens over uw situatie die nodig zijn voor uw hulpvraag. Soms hebben we gegevens nodig die we niet zelf hebben of kunnen inzien. Dan vragen wij u, om die ontbrekende gegevens binnen een redelijke termijn bij ons aan te leveren. Bij de uitnodiging voor het gesprek maken we duidelijk welke gegevens dat zijn. We geven in deze uitnodiging ook aan binnen welke termijn u deze gegevens moet indienen.
Wij informeren u over de (on)mogelijkheden van de gemeente om uw persoonlijke situatie te verbeteren. Als u een hulpvraag doet informeert de medewerker u ook over de mogelijkheden van een persoonsgebonden budget (pgb). Wij betrekken deze zaken bij het onderzoek naar de hulpvraag als dat passend is in uw situatie.
Na de melding van de hulpvraag en het eventuele gesprek met een medewerker van de gemeente, kunt u een aanvraag indienen volgens de regels die daarvoor gelden. Het doel van de aanvraag is te bepalen of de gemeente hulp verleent en welke vorm die hulp dan heeft.
2.4.2 Eigen kracht en gebruikelijke hulp
2.4.3 Beoordelen van uw aanvraag
[Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Awb]
Om te bepalen of wij hulp verlenen, nemen we de volgende stappen:
Stap 1: Wij stellen eerst vast wat uw hulpvraag is.
Stap 2: Wij stellen hierna vast welke problemen, beperkingen en/of stoornissen u precies heeft.
Stap 3: Wij bepalen welke hulp, en hoeveel hulp u nodig heeft.
Stap 4: Wij onderzoeken wat u zelf kunt doen om uw probleem op te lossen (eigen kracht). Wij betrekken hierbij: de hulp van huisgenoten, hulp van anderen uit uw sociale netwerk/sociale omgeving en de inzet van algemene voorzieningen.
Stap 5: Wij bepalen, binnen de gestelde kaders, welke aanvullende hulp u nodig heeft om uw probleem op te lossen en het gewenste effect te bereiken.
Bij iedere stap, zoals in artikel 2.4.3 is genoemd, kan de gemeente een (externe) deskundige advies vragen. Dit advies betrekken we bij de beoordeling van uw aanvraag. We stellen u vooraf op de hoogte welke deskundigheid we op welk moment nodig vinden en om advies vragen.
2.5.2 Buiten behandeling stellen
Als uw aanvraag niet aan de gestelde voorwaarden voldoet en u heeft de hersteltermijn niet gebruikt (artikel 4:5 van de Awb) dan stellen wij uw aanvraag buiten behandeling.
2.8 Aanvraag en gesprek na aanvraag
Zodra u zich heeft gemeld dan bellen we u om een goed beeld te krijgen van de situatie. Wat is het effect dat u wilt bereiken en wat is uw persoonlijke situatie? Daarna kunnen we een intakegesprek plannen.
2.8.2 Uitnodiging voor (intake)gesprek
Na melding bij het CJG kunt u een uitnodiging krijgen voor een gesprek met een professional.
In die uitnodiging staat waar en wanneer het gesprek is, wie hierbij mag aansluiten en waarover het gesprek gaat. U kunt gratis hulp van een onafhankelijk cliëntondersteuner krijgen, als u dat wilt.
Na de melding en het eerste telefonisch gesprek met de professional, kunt u een aanvraag doen. Dat kan schriftelijk door het aanvraagformulier in te vullen, te ondertekenen en terug te sturen naar het CJG. Of door dit samen in te vullen tijdens het intakegesprek met de professional.
Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. Zij zijn namelijk verplicht om minderjarige jeugdigen behorende tot hun gezin, te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening, beperking of ander problematiek heeft. Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Dit geldt ook bij gescheiden ouders. We houden ook rekening met gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont.
Als er sprake is van gebruikelijke hulp, geven wij geen individuele voorziening tot jeugdhulp. Een (tijdelijke) uitzondering kan er zijn als de ouders door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen geven. Er moet een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.
Als ouders een beroep kunnen doen op het sociale netwerk voor ondersteuning bij de nodige hulp aan de jeugdige dan verwachten wij van hen dat ze hier gebruik van maken. De ondersteuning van het sociale netwerk valt onder eigen kracht. Wij verstrekken hiervoor geen individuele voorziening tot jeugdhulp.
2.8.10 Deskundig onderzoek, deskundige toeleiding en beoordeling
Bij een aanvraag voor jeugdhulp zetten we voor het onderzoek de benodigde specifieke deskundigheid in. We zorgen ervoor dat de deskundigheid bekend is bij de aanvrager. Het onderzoek vindt plaats door of onder verantwoordelijkheid van SKJ- of BIG-geregistreerde professionals. Als dat nodig is, vragen we extern (medisch) advies.
Hoofdstuk 3. Werk en Participatie
Wij vinden het belangrijk dat u duurzaam en passend werk vindt. Dat u zo goed mogelijk meedoet in de samenleving, het liefst in een gewone betaalde baan. Heeft u een arbeidsbeperking? Dan ondersteunen wij u bij het krijgen en behouden van werk. Is betaald werk voor u (nog) niet haalbaar? Dan kijken we hoe u wel kunt meedoen in de samenleving. Bijvoorbeeld met zogenaamde voorzieningen. Welke dat zijn, staat in dit hoofdstuk. Het hoofdstuk gaat ook over de tegenprestatie die wij van u kunnen vragen. Verder gaat het over meedoen aan activiteiten in de samenleving als u een beperking heeft. Meedoen is een verantwoordelijkheid van de inwoner zelf en de mensen om de inwoner heen (omkijken naar elkaar), maar ook van de gemeente.
Als u een uitkering heeft, u 27 jaar of ouder bent en u weinig kans op betaald werk hebt, dan is een participatieplaats misschien iets voor u. Een participatieplaats is te combineren met scholing, opleiding en/of andere activiteiten voor uitstroom naar betaald werk. De participatieplaats staat in een overeenkomst tussen u, de gemeente en de werkgever.
Het doel van een participatieplaats is om uw kans op betaald werk te vergroten. U werkt met behoud van uitkering op een bepaalde werkplek. Zo doet u werkervaring op. Het werk moet passend zijn. Scholing of opleiding krijgt u als u dit werk minimaal zes maanden doet en als u geen startkwalificatie heeft. Scholing of opleiding vergroot uw kans op werk.
3.4.7 Persoonlijke ondersteuning bij werk
U kunt, binnen de gestelde kaders, persoonlijke ondersteuning krijgen om u te helpen uw werk goed te doen.
3.4.10 Verdringing en concurrentie
Een voorwaarde voor elke ondersteuning-op-maat is dat werk geen andere werknemers bij dezelfde werkgever verdringt en ook geen oneerlijke concurrentie betekent voor andere organisaties. Dit geldt bij de proefplaats, werkstage, incidentele loonkostensubsidie en sociale activering.
3.4.16 Combinatie van vergoedingen
Wij kunnen zo nodig meerdere voorzieningen tegelijk voor u inzetten. Hierbij wegen wij af of deze combinatie van voorzieningen noodzakelijk is en of de totale kosten hiervan voldoende opwegen ten het te verwachten effect.
3.5 Maatschappelijke participatie
De tegenprestatie die wij van u verwachten duurt maximaal 12 dagen per jaar en maximaal 16 uur per week. Dit is om de volgende redenen:
Wij zorgen ervoor dat inwoners die vanwege een beperking onvoldoende in staat zijn om de dag goed in te vullen, ondersteuning-op-maat kunnen krijgen. De activiteiten variëren van arbeidsmatige tot recreatieve activiteiten en andere groepsactiviteiten voor één of meer dagdelen per week. Ze dragen bij aan uw zelfredzaamheid en meedoen in de samenleving. De activiteiten sluiten aan op wat u (nog) kunt leren/ontwikkelen en/of bijdragen in de samenleving.
Wij zorgen ervoor dat inwoners die hulp nodig hebben bij de dagelijkse activiteiten, ondersteuning-op-maat in de vorm van begeleiding kunnen krijgen. De begeleiding kan een-op-een of in een groep plaatsvinden. Het betekent, dat de begeleider helpt bij de dagelijkse gang van zaken en u helpt om op een goede manier met uw omgeving om te gaan.
Voor zover mogelijk is de individuele begeleiding bedoeld om toe te werken naar een situatie waarin deze niet meer nodig is. U maakt dan voor het meedoen in de samenleving en zelfredzaamheid gebruik van andere voorzieningen en organisaties. De focus ligt op trainen en coachen.
3.7.3. Contact met anderen (vervoer)
De gemeente zorgt ervoor dat dat inwoners die zich vanwege een beperking niet voldoende kunnen verplaatsen in en om de woning, ondersteuning-op-maat kunnen krijgen. Zij moeten wel voldoen aan de voorwaarden in artikel 2.2.1.
Als u door een beperking niet in staat bent om u voldoende te verplaatsen in en om uw woning, dan kunt u ondersteuning-op-maat krijgen. De ondersteuning-op-maat is een rolstoel voor dagelijks zittend gebruik.
3.7.5 Verplaatsen over korte afstand
Als u door een beperking niet in staat bent om binnen redelijke grenzen contact met anderen te hebben, dan kunt u ondersteuning-op-maat krijgen. Dit betekent hulp bij het vervoer dichtbij huis zodat u bijvoorbeeld mee kunt doen aan recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten en zelf dagelijkse boodschappen kunt doen.
De gemeente wil het collectief taxivervoer voor inwoners die dat nodig hebben beschikbaar en betaalbaar houden. Daarom kijk de gemeente eerst of een vervoersprobleem opgelost kan worden met collectief taxivervoer, voordat andere ondersteuning-op-maat voorzieningen aan de orde kunnen komen. Het collectief taxivervoer is gericht op het verplaatsen in de directe woon- en leefomgeving. We gaan er daarom vanuit dat maximaal 1.500 kilometer per jaar voldoende is om te kunnen meedoen.
Hoofdstuk 4. Gezond en veilig opgroeien
Jeugdigen moeten zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Dit is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de ouders/opvoeders, jeugdigen, hun netwerk en onze samenwerkingspartners in de maatschappij. Als zij dit zelf niet kunnen, dan kunnen zij om hulp vragen bij de gemeente. Daarbij staat het versterken van eigen kracht van de ouders, de jeugdigen, hun netwerk en het systeem om hen heen voorop. Wanneer ouders en jeugdigen ons vragen om ondersteuning wijzen wij hen eerst op de voorliggende voorzieningen. De gemeente zorgt voor passende ondersteuning als dat echt nodig is.
4.6 Overgang naar volwassenheid (18- naar 18+)
Het is mogelijk dat ten behoeve van uw kind ondersteuning op grond van de Wmo of zorg op grond van de Zorgverzekeringswet nodig is. Dit hoort ook in het plan, net als de financiële gevolgen die een beroep op deze voorzieningen met zich meebrengt, zoals het wettelijk verplicht eigen risico (Zvw) en de eigen bijdrage Wmo.
4.7 Afstemming met andere vormen van ondersteuning
Wij zorgen dat ondersteuning-op-maat aansluit bij andere vormen van ondersteuning aan u of uw kind. Om dat te bereiken maken wij afspraken met hulpverleners, instellingen, onderwijs, zorgverzekeraars en/of andere personen of organisaties. De afspraken leggen we vast en kunnen gaan over onder andere:
U kunt voor een vertrouwenspersoon terecht bij het Advies- en Klachtbureau Jeugdzorg (AKJ). Deze vertrouwenspersoon helpt u of uw ouders op verzoek bij problemen, klachten en vragen. Bijvoorbeeld bij ondersteuning door ons, de jeugdhulpaanbieder, de gecertificeerde instelling jeugdbescherming en jeugdreclassering en het Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis).
Hoofdstuk 5. Wonen in een veilige en gezonde omgeving
Inwoners met een beperking en/of langdurige psychische of psychosociale problemen hebben soms hulp nodig om zo lang en zelfstandig mogelijk in hun eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. Wij ondersteunen u als u niet zelf of met mensen in uw omgeving oplossingen kunt vinden voor knelpunten in uw woning, bij normale dagelijkse activiteiten en in de huishouding. Wij kijken niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar te verwachten ontwikkelingen. Wij verwachten dat u zelf ook rekening houdt met de toekomst en dat u hierop inspeelt om problemen te voorkomen. In dit hoofdstuk staan regels over de ondersteuning die wij u kunnen bieden.
Het is belangrijk dat u zo lang mogelijk zelfstandig woont, de normale dagelijkse activiteiten doet en uw eigen huishouden voert. Dat is in de eerste plaats uw eigen verantwoordelijkheid. Het kan zijn dat u hulp nodig heeft, vanwege een beperking of door een langdurig psychisch of psychosociaal probleem. U kunt ons om ondersteuning vragen als u zelf geen oplossing kunt vinden voor uw problemen.
Wij willen u op een aanvaardbaard niveau van meedoen en zelfredzaamheid brengen, dat past bij uw situatie. Hierbij is uw situatie voordat u beperkingen had van belang. Net als de situatie van mensen in vergelijkbare omstandigheden en in dezelfde leeftijdscategorie zonder beperkingen. Aanvaardbaar wil soms ook zeggen dat u zich er misschien bij moet neerleggen dat er belemmeringen of beperkingen blijven. De ondersteuning beperkt zich tot wat noodzakelijk is voor versterking of behoud van zelfredzaamheid en meedoen. De ondersteuning gaat niet zo ver dat wij rekening kunnen en moeten houden met al uw wensen, waaronder persoonlijke voorkeuren, smaak, luxe en gewoontes.
5.2 Zelfstandig en veilig wonen
5.2.2 Afschrijvingsregeling woningaanpassing
Als u uw koopwoning verkoopt en u kreeg hiervoor eerder een (vaste) bouwkundige woningaanpassing en u verkoopt de woning binnen vijf jaren na de datum van gereedmelding van de werkzaamheden, dan moet u dit schriftelijk melden bij de gemeente. Dit moet u doen binnen één week na het passeren van de akte.
Als de afschrijvingsregeling voor u geldt, dan staat in de beschikking dat u de Wmo-middelen voor de voorziening gedeeltelijk moet terugbetalen bij verkoop van de woning, zoals bedoeld in het eerste lid. We stellen in uitvoeringsregels vast boven welk bedrag de afschrijvingsregeling van toepassing is.
5.2.3 Een schone en leefbare woning
De ondersteuning-op-maat betekent dat u mogelijk de voorziening ‘huishoudelijke ondersteuning’ krijgt. De hulp bij het huishouden maakt, waar mogelijk samen met u, het huis schoon. Als er in uw huishouden minderjarige kinderen zijn, dan is ondersteuning-op-maat soms ook het overnemen van de gebruikelijke zorg voor de kinderen. Deze hulp is vooral bedoeld om de periode te overbruggen tot er andere hulp is.
Als u ondersteuning-op-maat in de vorm van beschermd wonen nodig heeft, gelden de regels die zijn vastgelegd in de Verordening maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Breda. Dit gaat om inwoners met psychische of psychosociale problemen die problemen hebben met zelfstandig wonen.
Wij zorgen voor ondersteuning-op-maat in de vorm van tijdelijke (maatschappelijke) opvang. Dit doen wij als u de thuissituatie heeft verlaten als gevolg van psychische of psychosociale problemen of dreiging van huiselijk geweld en u zich niet op eigen kracht kan handhaven in de samenleving. Voor maatschappelijke opvang gelden de regeling in de Verordening maatschappelijke ondersteuning Breda en de daarop gebaseerde Uitvoeringsregels.
Hoofdstuk 6. De vorm van ondersteuning
Als wij u ondersteunen, kan dat in verschillende vormen. In dit hoofdstuk vindt u de regels daarvoor. Wij kunnen ondersteuning bieden in de vorm van een dienst, zoals hulp in de huishouding. Maar we kunnen u ook ondersteunen met behulp van een hulpmiddel, zoals bijvoorbeeld een rolstoel. Een uitkering of minimaregeling noemen wij ondersteuning in de vorm van geld.
Ondersteuning in natura is ondersteuning die u van een instelling of professional krijgt die een
contract heeft met de gemeente. Onder ondersteuning valt ook het persoonsgebonden budget (pgb). Dit is geld waarmee u zelf de ondersteuning inkoopt die u nodig heeft. Wij bieden u de ondersteuning die noodzakelijk is om het gewenste effect te bereiken.
Wij kunnen beslissen om het geld niet te betalen, maar te verrekenen met een bedrag dat u nog moet terugbetalen aan de gemeente. Dat is een verrekening van een vordering. Wij kunnen dit alleen doen als dit volgens de wettelijke regels kan. En het moet gaan om een vordering op grond van een van de wetten waarover deze verordening gaat.
U moet de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kunnen uitvoeren. Daarom kunt u pas een pgb krijgen als wij vinden dat u (of uw wettelijk- of pgb-vertegenwoordiger) in staat bent uw belangen voldoende te behartigen. Wij toetsen dit met een 10-puntenlijst “Pgb-vaardigheid” van het Ministerie van VWS.
U of uw wettelijk vertegenwoordiger kan een pgb-vertegenwoordiger aanstellen. Deze persoon beheert het pgb namens u. Wij toetsen of de pgb-vertegenwoordiger voldoet aan de eisen als bedoeld in het eerste lid. Als deze voldoet, registreren wij de pgb-vertegenwoordiger en we kunnen deze aanmelden bij de SVB
U kunt pas een pgb krijgen als wij vinden dat de ondersteuning-op-maat die wordt ingekocht veilig, doeltreffend en cliëntgericht is. Ook moet deze bijdragen aan het bereiken van het beoogde effect dat in het Pgb-plan is opgenomen. Voor de Jeugdwet beoordelen we ook nog of u voldoet aan alle genoemde voorwaarden in artikel 8.1.1 Jeugdwet.
6.3.2 Professionele hulp of niet-professionele hulp
Van professionele hulp voor jeugdhulp is sprake als deze voldoet aan de kwaliteitseisen in hoofdstuk 4 van de Jeugdwet. Om in aanmerking te komen voor een maximum van het gecontracteerde tarief van ZIN, moet de aanbieder een SKJ- of BIG-registratie hebben. Is dit niet het geval? Dan moet er minimaal voldaan worden aan alle volgende eisen:
6.3.3 Hoogte en tarief pgb Wmo
De hoogte van een pgb wordt vastgesteld voor:
aanschaf en onderhoud van andere voorzieningen zoals een sportrolstoel: u ontvangt een vergoeding op basis van de laagste prijs en het laagste tarief die hiervoor wordt gehanteerd door een door ons gecontracteerde leverancier, of op basis van een kostenraming door een onafhankelijk adviesbureau, of op basis van de kosten voor de voorziening als deze op andere wijze (in overleg met de gemeente) ontvangen kan worden;
6.3.4 Hoogte en tarief pgb Jeugdwet
U maakt een pgb-plan voor de besteding van het pgb. Hierin staat welke ondersteuning u met het pgb betaalt en wie de ondersteuning geeft. Nadat we het plan goedgekeurd hebben, stellen we het pgb vast. Wij baseren de hoogte van het pgb bij een professionele aanbieder op de tarieven van de contracten bij zorg in natura (ZIN). Een pgb mag maximaal de kosten van ZIN bedragen. De pgb tarieven voor jeugdhulp zijn gebaseerd op de tariefstelling van deze aanbieder met een maximum van het gecontracteerde tarief van ZIN (100%).
6.4 Wat is uw bijdrage in de kosten?
Wanneer het gaat om kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige gaat dan betalen de onderhoudsplichtige ouders de bijdrage. Dat geldt ook voor de ouder tegen wie een vaderschapsactie is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft toegewezen (artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek). En voor degene die als niet-ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige inwoner.
Hoofdstuk 7. Inkomen en schulden
Heeft u een laag inkomen en weinig vermogen om de dagelijkse kosten te betalen? Dan kunt u mogelijk gebruikmaken van een financieel vangnet, zoals een bijstandsuitkering. Daarnaast zijn er verschillende aanvullende regelingen en uitkeringen beschikbaar. In dit hoofdstuk leest u voor wie dit geldt, hoe wij u hierbij kunnen helpen en wat wij van u verwachten.
7.4 Individuele inkomenstoeslag
U kunt recht hebben op individuele inkomenstoeslag als u al langere tijd een laag inkomen heeft en geen uitzicht heeft op verbetering van uw inkomenssituatie. Dit is een extra bedrag om het inkomen aan te vullen. Dit kunt u jaarlijks aanvragen. In artikel 7.4.1 van deze verordening staat voor wie de inkomenstoeslag is bedoeld en wat aanvullende voorwaarden zijn.
Wij kunnen aanvullende regelingen en vergoedingen voor inwoners met een laag inkomen en weinig vermogen opstellen.
7.5.1 Tegemoetkoming meer kosten Chronisch zieken en personen met een beperking
Als u een beperking of langdurig psychische of psychosociale problemen heeft, daardoor extra kosten maakt en een inkomen heeft lager is dan 110% of 130% van het sociaal minimum. Dan kunt u een bijdrage aanvragen. Deze bijdrage is bedoeld om uw zelfredzaamheid en deelname aan de samenleving te ondersteunen.
Hoofdstuk 8. Afspraken tussen inwoner en gemeente
Dit hoofdstuk gaat over afspraken tussen gemeente en inwoners. Het gaat over wat u van ons mag verwachten en wat er van u wordt verwacht. Als u rechten hebt, dan staan daar vaak plichten tegenover. Als die niet worden nagekomen, dan kunnen wij de uitkering of voorziening beëindigen, terugvorderen of verlagen.
8.1 Afspraken en verplichtingen
8.1.5 Niet nakomen wettelijke arbeidsverplichtingen (geüniformeerde verplichtingen voor arbeidsinschakeling)
8.1.6A Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen Participatiewet (niet- geüniformeerde verplichtingen voor de arbeidsinschakeling)
We onderscheiden categorieën gedragingen, waardoor u geen algemeen geaccepteerde arbeid krijgt of een verplichting niet of onvoldoende nakomt (artikelen 9, 9a, 55 en 56a van de Participatiewet):
U voldoet onvoldoende aan de verplichtingen (artikelen 9, eerste lid, of 55 van de Participatiewet), voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding (artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet), voor zover deze verplichtingen niet staan in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet;
8.1.6B Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen (niet- geüniformeerde verplichtingen voor arbeidsinschakeling)
8.1.7 Te weinig besef van verantwoordelijkheid
Volgens de wet bent u zelf verantwoordelijk voor de kosten van uw leven. U moet zorgen dat u zo weinig mogelijk bijstand nodig heeft. Heeft u bijstand nodig, terwijl u dat kon voorkomen? Dan heeft u te weinig besef van verantwoordelijkheid voor uw levensonderhoud. Dat geldt bijvoorbeeld als u:
8.1.10 Niet nakomen van andere verplichtingen
Als u een verplichting niet of onvoldoende nakomt zoals bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet, verlagen wij uw bijstandsuitkering. De verlaging is:
De duur van de verlaging wordt verdubbeld als de uitkering binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee de verlaging is opgelegd, voor dezelfde gedraging, opnieuw wordt verlaagd. Als u daarna binnen twaalf maanden nogmaals dezelfde gedraging vertoont, volgen wij voor de volgende verlaging van uw uitkering de wet.
8.3 Beëindigen en terugvorderen voorziening
8.3.2 Terugvordering voorziening
[Wmo, Jeugdwet, PW, IOAW, IOAZ]
Wij kunnen de voorziening of de waarde daarvan van u of uw wettelijk vertegenwoordiger terugvorderen. Dat kan vanaf het moment waarop u voldoet aan één of meer van de redenen voor beëindiging 8.4.1. Dit kunnen wij regelen in uitvoeringsregels.
8.4 Hoe controleert de gemeente of u de afspraken nakomt?
[Jeugdwet, Wmo, Wi2021, PW, IOAW, IOAZ]
Wij proberen misbruik te voorkomen (preventie). Daarom informeren wij u duidelijk en volledig over uw rechten en plichten. Ook over de gevolgen van misbruik en onterecht gebruik van uitkeringen en voorzieningen.
[Algemene Verordening Gegevensbescherming, Jeugdwet, Wet inburgering 2021, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz]
[Jeugdwet, Wmo, Wi2021; PW, IOAW, IOAZ, Awb]
Wij wijzen één of meer ambtenaren of instanties aan als toezichthouder. Zij zien erop toe dat de wetten en regels worden nageleefd. Het toezicht richt zich op de kwaliteit en rechtmatigheid bij ondersteuning-op-maat en persoonsgebonden budget. De toezichthouder mag handhaven. Wij kunnen uitvoeringsregels opstellen over de bevoegdheden van de toezichthouder.
Hoofdstuk 9. Kwaliteit, inkoop en aanbesteding
De diensten en producten die wij toekennen, moeten van goede kwaliteit zijn. Wij moeten ons bij de inkoop van diensten en producten houden aan bepaalde regels en zijn daarbij kostenbewust. Wij maken vaak samen met andere gemeenten in de regio afspraken met aanbieders om de kwaliteit van bestaande producten en diensten te verbeteren en vernieuwingen te stimuleren. Dit hoofdstuk gaat over kwaliteit, inkoop en aanbesteding van diensten en producten in het sociaal domein.
Hoofdstuk 10. Van oud naar nieuw
In dit hoofdstuk staan welke verordeningen we vervangen door deze verordening en wanneer dit ingaat. Hier staat ook dat wij bepalingen uit deze verordening kunnen uitwerken of verder invullen. Wat de officiële naam is van de verordening. En dat wij van deze verordening kunnen afwijken als dit echt nodig is.
10.1 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule)
Wij werken volgens onze verordening. Maar wij kunnen afwijken van een bepaling als toepassing van deze bepaling in bijzondere omstandigheden een onredelijke uitkomst heeft voor u of voor iemand anders die direct bij het besluit betrokken is. Een uitkomst is onredelijk als de doelen van de in 1.1 genoemde wetten of de doelen van deze verordening door het toepassen van de regels niet worden gehaald.
In deze verordening gebruiken we allerlei begrippen. Deze hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. Soms staan bepaalde begrippen in meerdere wetten en hebben ze in deze wetten een andere betekenis. Hier staat wat de betekenis van deze begrippen in deze verordening is. Voor een aantal begrippen geldt dat ze in deze verordening een ruimere betekenis hebben dan in de genoemde wetten, omdat we zoveel mogelijk aansluiten bij het dagelijkse taalgebruik. Ook staan er voor de duidelijkheid enkele wettelijke begrippen in de lijst, die in deze verordening wel dezelfde betekenis hebben, maar die we hier in eenvoudigere woorden omschrijven. In deze verordening gebruiken we ook begrippen die niet in wetten staan. Ook die omschrijven we.
Aanbieder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert op basis van een besluit van de gemeente.
Activeringsplaats: werken met behoud van uitkering voor personen met een (zeer) grote afstand tot de arbeidsmarkt die wel het perspectief hebben dat zij met langere begeleiding weer inzetbaar zijn in reguliere arbeid.
Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening:
Algemene voorziening: dienst of activiteit die zonder indicatie van de gemeente vrij toegankelijk is.
AOW-leeftijd: leeftijd waarop uw uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet ingaat.
Arbeidsinschakeling: aan het werk (kunnen) gaan.
Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan arbeidsinschakeling of het leveren van een tegenprestatie (artikel 9 van de Participatiewet, artikel 37 IOAW en artikel 37 IOAZ).
Benadelingsbedrag: netto-uitkering (inclusief vakantietoeslag) waarop iemand eerder, langer of tot een hoger bedrag een beroep doet als gevolg van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid om in het bestaan te voorzien. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid wil zeggen dat u bijstand of een voorziening nodig heeft, terwijl u dat had kunnen voorkomen.
Beslagvrije voet: Het bedrag dat u moet overhouden van uw inkomen.
Bestaanszekerheid: het hebben van voldoende (financiële) middelen.
Bestuurlijke boete: een boete van een bestuursorgaan, bijvoorbeeld de gemeente of het UWV.
BIG: Beroepen in de individuele Gezondheidszorg. De wet BIG geeft regels voor beroepen in de gezondheidszorg en beschermt patiënten tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen. Het BIG-register is een onderdeel van de Wet BIG.
Bijdrage: bijdrage zoals bedoeld in artikelen 2.1.4, en 2.1.4a van de wet (Wmo).
Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering (artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet). De hoogte hangt af van uw woon- en leefsituatie en uw leeftijd.
Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud (artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet). Bent u een jongere van 18 tot 21 jaar? Dan bedoelen we met bijstandsuitkering de algemene bijstand plus aanvullende bijzondere bijstand op basis van artikel 12 van de Participatiewet.
CAK: Centraal Administratie Kantoor is de organisatie die in de zorg financiële regelingen uitvoert en burgers informeert.
CIZ: Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).
CJG: Bedrijfsvoeringsorganisatie Centrum voor Jeugd en Gezin Drimmelen Geertruidenberg.
Cliëntondersteuning: professionals of vrijwilligers die gratis met u mee kunnen denken over zorg en ondersteuning.
Duurzaam werk: werk waarbij iemand met een uitkering voor een periode van ten minste een halfjaar onafgebroken werkt.
Effect: het resultaat of doel.
Financiële buffer: vermogen (de waarde van geld en bezittingen). Een goede financiële buffer is een vermogen op of boven de vermogensgrens (artikel 34, lid 3 van de Participatiewet), dat past bij uw leefsituatie.
Gebruikelijke hulp: de hulp die u over het algemeen mag verwachten van uw echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. In beleidsregels staat een nadere uitleg over wat we bedoelen met gebruikelijke hulp.
Gemeente: de gemeente Drimmelen.
Gezin: de gehuwden, samenlevenden of alleenstaande ouder met kinderen tot 18 jaar, waarvoor u volgens de wet financieel verantwoordelijk bent.
Inburgeringsplichtige: inwoner die verplicht moet inburgeren (artikel 3 van de Wet inburgering 2021).
Inkomen: uw inkomsten (artikel 32, eerste lid, van de Participatiewet).
Inspraak: Met inspraak bedoelen we in hoofdstuk 9 van deze verordening ook het recht om invloed uit te oefenen en over iets mee te beslissen (artikel 150 van de Gemeentewet).
Interne werkbegeleiding: een collega die u dagelijkse helpt bij uw werk op de werkvloer, omdat u anders niet uw werk kunt doen. Dit is meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek.
Invorderen: het innen van een schuld die u bij ons heeft.
Inwoner: Het begrip inwoner heeft in verschillende wetten een andere betekenis. In deze verordening gebruiken we de definities die in de wet staan. Een persoon met een woonplaats binnen de gemeente, die daar rechtmatig is, volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek (titel 3, Boek 1 BW).
Voor de toepassing van hoofdstuk 8 verstaan we onder inwoner ook: de persoon die hulp van de gemeente kreeg maar zijn woonplaats niet meer daar heeft. Onder rechtmatig verblijf verstaan we: verblijf zonder wettelijke belemmering voor hulp door de gemeente.
IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.
IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
Jeugdhulp: hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Jeugdige: als bedoelt in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk.
Jongere: Als het om werk en inkomen gaat, de inwoner in de leeftijd tot 27 jaar.
Jongerenwerk: basisaanbod van sociaal-culturele voorzieningen voor jongeren, zoals kinderwerk, tiener- en jongerenwerk, buurtsportcoach en jongereninformatie. Het basisaanbod bevat ook activiteiten die de ontwikkeling stimuleren of problemen voorkomen bij jongeren.
Kalenderjaar: een kalenderjaar begint op 1 januari om 0:00:00 uur en eindigt op 31 december om 23:59:59 uur.
Kostendelersnorm: norm voor de hoogte van een uitkering volgens artikel 22a van de Participatiewet. Als er meer inwoners in een huis wonen, krijgt iedere afzonderlijke uitkeringsgerechtigde een lagere uitkering, omdat zij de kosten kunnen delen.
Kostprijs: de waarde van een voorziening in euro’s, eventueel aangevuld met bijkomende kosten zoals onderhoud en bijzondere aanpassingen. Ook de prijs die we gebruiken voor aanmelding bij het CAK voor uitvoering van de eigen bijdrage.
Levensonderhoud: de dagelijkse kosten van uw bestaan, zoals kosten voor eten, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen.
Maatschappelijke ondersteuning:
Maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen:
Mantelzorg: langdurige, vrijwillige en onbetaalde zorg aan een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, (schoon)ouder, kind of ander familielid, vriend of kennis. Deze zorg wordt niet-beroepsmatig, voor minimaal acht uur per week en langer dan drie maanden verleend.
MAP: de Module Arbeidsmarkt en Participatie (artikel 6, eerste lid onder b van de Wet inburgering 2021).
Melding: het kenbaar maken van een ondersteuningsvraag aan de gemeente.
Misbruik: onjuiste en/of onvolledige gegevens geven, verzwijgen of niet (op tijd) gegevens doorgeven. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of u recht heeft op een uitkering of een voorziening. En om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Als gevolg hiervan krijgt u geheel of gedeeltelijk onterecht een uitkering of voorziening.
Ouder(s): gezaghebbende ouder, adoptieouder, stiefouder of een ander die een jeugdige in zijn gezin verzorgt en opvoedt, en die geen pleegouder is.
Ondersteuning in natura: bij ondersteuning of zorg in natura regelen wij ondersteuning voor u. Wij geven opdracht aan de aanbieder, die het product bij u aflevert of de dienst uitvoert.
Ondersteuning-op-maat: een op u afgestemde voorziening van de gemeente.
Opvang: onderdak en begeleiding voor mensen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid bij huiselijk geweld, en die zich niet op eigen kracht kunnen redden in de samenleving;
Participatie: meedoen in de samenleving.
Passend onderwijs: zoals bedoeld in de Wet passend onderwijs.
Passend werk: werk dat past bij uw opleiding, ervaring, kwaliteiten en persoonlijke situatie. Afhankelijk van wat er aan werk is en de haalbaarheid van uw ambities, verwachten we dat u openstaat voor andere mogelijkheden, die misschien minder goed passen.
Peildatum: datum waarop een inwoner een voorziening aanvraagt.
Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn.
Preferent werkproces loonkostensubsidie: landelijk werkproces voor loonkostensubsidie dat het makkelijker maakt voor werkgevers om mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen.
Samenwonenden: inwoners met een gemeenschappelijke huishouding (artikel 3 van de Participatiewet).
SKJ: Stichting Kwaliteitskader Jeugd is het beroepsregister voor professionals in de jeugdsector.
Sociaal netwerk: familieleden, huisgenoten of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie heeft.
SVB: Sociale verzekeringsbank.
Terugvorderen: terugvragen wat u eerder onterecht kreeg.
Uitkering: de bijstandsuitkering, de IOAW- of de IOAZ-uitkering, de bijzondere bijstand die u kreeg (artikel 12 van de Participatiewet).
Uitkeringsnorm: maximale hoogte van een uitkering in de persoonlijke situatie van de inwoner; dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag in de IOAW of IOAZ. Gaat het om een jongere van achttien tot 21 jaar? Dan bedoelen we met uitkeringsnorm de bijstandsnorm plus aanvullende bijzondere bijstand op basis van artikel 12 van de Participatiewet.
Uitvoeringsregels: zijn nadere regels of beleidsregels die de toepassing van de verordening in de praktijk specificeren.
Verhalen: vragen van een bijdrage in de door ons betaalde kosten van levensonderhoud aan uw ex-partner of uw kinderen, waarvoor u volgens de wet onderhoudsplicht heeft.
Vermogen: totaal aan bezit in geld en goederen (artikel 34 van de Participatiewet).
Verzamelinkomen: Het totaal van uw jaarinkomen uit de 3 boxen van de belastingdienst. De belastingdienst stelt uw verzamelinkomen vast.
VOG: Verklaring Omtrent het Gedrag, is een verklaring dat laat zien dat je (justitiële) verleden geen bezwaar vormt voor een bepaalde baan of functie.
Voorliggende voorziening: een voorziening vanuit een andere regeling of organisatie.
Weerbaarheid: dat je voor je eigen wensen, grenzen en behoeften kunt opkomen en daarbij rekening houdt met de wensen en grenzen van een ander.
Werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer voor een bepaalde periode in te zetten in zijn organisatie.
Werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever (artikel 10d eerste of tweede lid van de Participatiewet) met wie de werkgever een dienstbetrekking heeft of dit van plan is.
Wet: in deze verordening verstaan we hieronder de volgende wetten: Participatiewet, IOAW, IOAZ, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, Wet maatschappelijke ondersteuning, Jeugdwet, Algemene wet bestuursrecht, Wet op het primair onderwijs, Wet op het voortgezet onderwijs, Wet op de expertisecentra of Gemeentewet.
Wettelijk minimumloon: het minimumloon per maand (Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag). Voor een werknemer jonger dan 21 jaar: het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand (artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van die wet). De vorige zin geldt niet bij het toepassen van artikel 7.3.3 van deze verordening (studietoeslag) op grond van het Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag.
Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.
Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Wmo-hulp: maatschappelijke ondersteuning (artikel 1.1.1 van de Wmo).
Woning: woonruimte waar de inwoner zijn hoofdverblijf heeft.
Woningaanpassing: aanduiding van een bouwkundige ingreep (een verbouwing) of een woontechnische ingreep in of aan een woonruimte (aanbrengen van speciale voorzieningen, bijvoorbeeld een traplift in de woning zonder aantasting van het gebouw). Losse voorzieningen, zoals een tillift of een douchestoel vallen hier niet onder.
Wij, we of ons: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drimmelen.
Zelfredzaamheid: in staat zijn om jezelf te redden op alle levensterreinen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-2006.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.