Integrale verordening sociaal domein gemeente Drimmelen 2025

De raad van de gemeente Drimmelen;

 

gelezen het voorstel van het college van 18 november 2025:

 

gelet op:

  • -

    de artikelen 2.1.3, 2.1.4 lid 1,2,4 en 7, 2.1.5 lid 1, 2.1.6, 2.3.6 lid 4 en 2.6.6 lid 1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

  • -

    de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1 lid 4 van de Jeugdwet;

  • -

    de artikelen 6, tweede lid, 8, 8a, 8b, 10b, vijfde lid, en 47 van de Participatiewet;

  • -

    artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;

  • -

    artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;

  • -

    artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs;

  • -

    artikel 4 van de Wet op de expertisecentra;

  • -

    artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs;

  • -

    artikel 13 tot en met 17, 22, 23 en 26 van de Wet Inburgering 2021 en

  • -

    de artikelen 121, 122, 147 en 150 van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de Integrale verordening sociaal domein gemeente Drimmelen 2025:

 

Hoofdstuk 1. Inleiding verordening sociaal domein

Het is de taak van de gemeente om inwoners te ondersteunen op het gebied van zorg, meedoen in de samenleving, zelfredzaamheid, werk en jeugdhulp. We richten ons daarbij op zelf- en samenredzaamheid. Samen met u zoeken we naar oplossingen voor ondersteuningsvragen. Daarbij wordt ook de ondersteuning die uw familie, vrienden en uw sociale netwerk kan bieden in kaart gebracht en zo nodig versterkt. Daar waar mogelijk en nodig biedt de gemeente ondersteuning-op-maat. We kijken samen breed naar uw vraag en persoonlijke situatie. Dit betekent dat we ook zaken onderzoeken die niet direct met uw hulpvraag te maken lijken te hebben. Wij zorgen voor een goede aansluiting met andere ondersteuning.

 

1.1 Waarom deze regels?

We vinden het belangrijk dat:

  • U actief mee kunt doen aan het maatschappelijk leven en/of aan het werk kunt gaan;

  • U genoeg en voorspelbaar inkomen hebt;

  • U uw financiën op orde hebt;

  • U een huishouding kunt voeren en voor uzelf kunt zorgen;

  • Uw woonruimte geschikt en schoon is, zodat u zelfstandig en veilig kunt wonen; en

  • Uw kind gezond en veilig kan opgroeien.

Het is onze taak u hierbij te ondersteunen als dit (tijdelijk) niet zelfstandig lukt. De wetgever heeft wetten gemaakt om dit te bereiken. Het gaat om de:

  • Gemeentewet;

  • Algemene wet bestuursrecht (Awb);

  • Participatiewet (PW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);

  • Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs);

  • Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo);

  • Jeugdwet;

  • Wet op het primair onderwijs, Wet op het voortgezet onderwijs en Wet op de expertisecentra;

  • Wet Inburgering 2021 (Wi2021).

De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels en andere regelgeving van het Rijk aan. Het zijn regels op hoofdlijnen die de gemeenteraad heeft vastgesteld. Door dit bij elkaar te brengen in één verordening Sociaal Domein ontstaat een goede basis om de inwoner beter en passender te helpen als er een ondersteuningsvraag ligt. Daarnaast zijn er regels nodig om de wettelijke taken goed te kunnen uitvoeren, zoals uitvoeringsregels.

 

1.2 Uitgangspunten

Deze verordening is geschreven vanuit een aantal uitgangspunten. In deze verordening:

  • staat de (ondersteuningsvraag van de) inwoner centraal;

  • vertalen we de ondersteuningsvraag naar het te bereiken effect van de inwoner;

  • zijn de regels onderling afgestemd op elkaar;

  • respecteren wij de wettelijke regels;

  • gebruiken we zoveel mogelijk duidelijke taal.

1.3 Kernwaarden Beleidskader Sociaal Domein

Naast de doelen van de verschillende wetten in het sociaal domein sluiten we aan bij de ambities van het lokale Beleidsplan Sociaal Domein. Daarin hebben we drie kernwaarden geformuleerd, die niet individueel gelezen kunnen worden, maar in samenhang met elkaar en in samenhang met de doelen uit de verschillende wetten richting geven aan de uitvoering van de verordening. Het gaat om de volgende kernwaarden:

 

  • 1.

    Zelf- en samenredzaamheid

    Definitie

    Iedereen doet naar vermogen mee aan het sociaal, maatschappelijk en economisch verkeer. Dat is een gedeelde verantwoordelijkheid tussen inwoners en gemeente. Inwoners werken aan zelfredzaamheid en zijn weerbaar. Door samen te werken met inwoners en maatschappelijke partners maken we een omgeving waarin niemand wordt uitgesloten en die de mensen in die omgeving helpt om problemen samen op te lossen.

    Wat betekent dit voor de inwoner?

    Als inwoner voel ik me gehoord en word ik met respect en zonder waardeoordeel behandeld. Als inwoner heb ik eigenaarschap, verantwoordelijkheid voor mezelf en mijn omgeving en houd ik regie op het eigen leven. Dit betekent dat ik eerst zelf een oplossing zoek voor mijn problemen. Als dat niet lukt dan vraag ik in mijn omgeving om hulp. Als dat niet lukt dan kan ik mijn vraag stellen aan de gemeentelijke toegang voor eventuele ondersteuning.

    Wat moet de gemeente daarvoor doen?

    We bieden inwoners en professionals structuur waarin zij zelf en samen hun verantwoordelijkheid willen en kunnen nemen. Daarbij geven we professionals de ruimte en het vertrouwen om hun werk te kunnen uitvoeren en te komen tot een juiste beslissing binnen de kaders van de vakinhoudelijke richtlijnen en wettelijke kaders.

  • 2.

    Preventie- en vroegsignalering

    Definitie

    Met preventie en vroegsignalering voorkomen we problemen of verergering van problematiek. Door in te zetten op preventie en de sociale basis bieden we inwoners kansen om zich te ontwikkelen en hun bestaanszekerheid te vergroten.

    Wat betekent dit voor de inwoner?

    Als inwoner ben ik zelf verantwoordelijk en maak ik bewuste keuzes om zo gezond mogelijk te leven. Daarbij kan ik op plekken terecht om mensen te ontmoeten om mijn netwerk te versterken. Dit ondersteunt me om een gezond en actief leven te leiden en me steeds voor te bereiden op volgende levensfasen. Ik voel me daar zelf verantwoordelijk voor en lever een actieve bijdrage aan het oplossen van situaties wanneer ik dat niet helemaal zelf kan.

    Wat doet de gemeente daarvoor?

    We bieden een structuur waarin inwoners hun verantwoordelijkheid willen en kunnen nemen. We faciliteren onder andere in welzijn, sport, accommodaties en ontmoetingsplekken. Dat is de verbinding tussen inwoners, welzijn en gemeente. Het zorgt dat mensen laagdrempelig meedoen en de weg vinden naar elkaar en naar organisaties. Daarbij investeren we ongelijk voor gelijke kansen.

  • 3.

    Ondersteuning

    Definitie

    Het is niet realistisch om te verwachten dat inwoners al hun problemen op eigen kracht of met elkaar kunnen oplossen. Voor problemen die niet zelf opgelost kunnen worden, bieden we, binnen de gestelde kaders, ondersteuning aan.

    Wat betekent dit voor de inwoner?

    Eerst kijk ik in mijn eigen omgeving wat de mogelijkheden zijn als ik problemen ondervind. Mocht dit niet genoeg zijn. Dan ga ik in gesprek met de gemeente en zoeken we samen naar passende ondersteuning die het gewenste effect heeft.

    Wat doet de gemeente daarvoor?

    Het leven van de inwoner staat centraal. Melden inwoners zich met een vraag om ondersteuning bij gemeente of professional? Dan luisteren wij naar inwoners en nemen hen serieus. We voorkomen willekeur en gaan uit van eigen kracht en verantwoordelijkheid van onze inwoners. We kijken naar het duurzame effect dat we willen bereiken en hebben daarbij oog voor de doelen van de wetgeving en zijn daarbij kostenbewust.

1.3 Artikel en wet

Deze verordening is gebaseerd op de wetten die bij 1.1 zijn genoemd. Die wetten vormen de wettelijke basis voor de artikelen in deze verordening. Maar niet voor alle artikelen geldt dat in iedere wet daarover iets is terug te vinden. Dat verschilt per artikel. Daarom is per artikel aangegeven op welke wetten dat artikel is gebaseerd. Waar de Gemeentewet als grondslag wordt genoemd, wordt daarmee de bevoegdheid van de gemeenteraad bedoeld om regels vast te stellen (artikel 121 Gemeentewet). Bij een aantal artikelen wordt ook ‘Awb’ (de Algemene wet bestuursrecht) genoemd. Die verwijzing staat erin als er in de Awb specifieke bepalingen zijn opgenomen die op dat artikel van toepassing zijn.

Hoofdstuk 2. Hulpvraag

In dit hoofdstuk leest u hoe u hulp kunt aanvragen voor één of meerdere onderwerpen uit deze verordening. We leggen uit hoe u een hulpvraag indient, hoe de afhandeling verloopt en wat wij van u verwachten. Wij bekijken uw vraag in samenhang met uw persoonlijke situatie en informeren u over de bijhorende procedures. Voor jeugdhulpvragen geldt een andere procedure. Dit leest u vanaf paragraaf 2.6.

 

2.1 Melding bij de gemeente

[Wmo, PW, IOAW, IOAZ]

  • -

    Als u hulp nodig heeft, kunt u dit melden bij de gemeente. U kunt dit schriftelijk, fysiek (loket), telefonisch of digitaal doen.

  • -

    Het doel van de melding is dat wij uw ondersteuningsvraag onderzoeken. De medewerker van de gemeente maakt samen met u de vraag helder en spreekt af hoe het verder gaat.

  • -

    Als u hulp nodig heeft vanuit de PW, IOAW of IOAZ, kunt u meteen schriftelijk een aanvraag doen.

2.1.1

[Wmo]

  • 1.

    Wij bevestigen uw hulpvraag meestal per brief of e-mail. In de bevestiging kunnen wij u uitnodigen voor een gesprek met een medewerker. In die uitnodiging staat:

    • a.

      waar en wanneer het gesprek plaatsvindt en waarover het gesprek zal gaan;

    • b.

      informatie over de mogelijkheid om gratis hulp te krijgen van een (onafhankelijke) cliëntondersteuner;

    • c.

      informatie over de mogelijkheid om zelf een plan op te stellen. In dit plan legt u uit hoe uw persoonlijke situatie is en wat u wilt bereiken met uw hulpvraag.

  • 2.

    In sommige situaties kunnen we afzien van een gesprek.

  • 3.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

2.1.2 Gegevens

[Wmo, PW, IOAW, IOAZ,]

Wij verzamelen alle gegevens over uw situatie die nodig zijn voor uw hulpvraag. Soms hebben we gegevens nodig die we niet zelf hebben of kunnen inzien. Dan vragen wij u, om die ontbrekende gegevens binnen een redelijke termijn bij ons aan te leveren. Bij de uitnodiging voor het gesprek maken we duidelijk welke gegevens dat zijn. We geven in deze uitnodiging ook aan binnen welke termijn u deze gegevens moet indienen.

 

2.2 Het gesprek

[Wmo, PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    Het doel van het gesprek is om een goed beeld te krijgen van de hulpvraag, van het effect dat u wilt bereiken en van uw persoonlijke situatie.

  • 2.

    Het gesprek vindt binnen een redelijke termijn plaats na de melding voor de hulpvraag.

  • 3.

    Als u zelf een plan heeft gemaakt, dan betrekt de medewerker dit bij het gesprek.

  • 4.

    Als u dat wilt, kunt u iemand vragen om bij dit gesprek aanwezig te zijn. Dit kan iemand uit uw sociale netwerk zijn of een onafhankelijke cliëntondersteuner.

2.2.1. Inhoud gesprek

[Wmo]

  • 1.

    In het gesprek onderzoeken wij:

    • a.

      uw behoefte: wat is er nodig om het gewenste effect te bereiken?

    • b.

      uw persoonlijke situatie: hoe ziet die eruit en wat betekent dit voor het gewenste effect?

    • c.

      uw eigen (on)mogelijkheden: (hoe) kunt u zelf bijdragen aan de oplossing van het probleem?

    • d.

      uw omgeving: welke hulp kan uw sociale netwerk of kunnen andere organisaties bieden?

  • 2.

    Wij informeren u over de (on)mogelijkheden van de gemeente om uw persoonlijke situatie te verbeteren. Als u een hulpvraag doet informeert de medewerker u ook over de mogelijkheden van een persoonsgebonden budget (pgb). Wij betrekken deze zaken bij het onderzoek naar de hulpvraag als dat passend is in uw situatie.

  • 3.

    Wij informeren u over het vervolg.

  • 4.

    In het kader van de hulpvraag bent u verplicht om persoonsgegevens en documentatie te verstrekken.

2.3 Het verslag

[Wmo]

  • 1.

    U krijgt van ons een verslag. In dit verslag staan de uitkomsten van het onderzoek naar uw hulpvraag.

  • 2.

    Soms hebben we meer informatie nodig voor het onderzoek. Hierdoor kan het onderzoek en verslag niet altijd binnen de wettelijk gestelde onderzoekstermijn van 6 weken klaar zijn. Als het langer duurt krijgt u een brief.

  • 3.

    Uit het verslag blijkt welk effect u wilt bereiken en hoe dit gerealiseerd kan worden.

  • 4.

    Als u ondersteuning-op-maat nodig heeft dan staat in het verslag om welke voorziening het gaat en voor welke effecten deze wordt ingezet.

2.4 Aanvraag

[Wmo, PW, IOAW, IOAZ]

Na de melding van de hulpvraag en het eventuele gesprek met een medewerker van de gemeente, kunt u een aanvraag indienen volgens de regels die daarvoor gelden. Het doel van de aanvraag is te bepalen of de gemeente hulp verleent en welke vorm die hulp dan heeft.

2.4.1 Aanvraag van een voorziening

[Wmo]

  • 1.

    Vraagt u om ondersteuning-op-maat (Wmo) dan kunnen we de hulp toekennen in de volgende situatie:

    • a.

      U heeft geen mogelijkheden om het gewenste effect op eigen kracht te bereiken. U kunt dit effect ook niet bereiken met:

      • hulp van huisgenoten;

      • hulp vanuit uw sociale netwerk;

      • behulp van andere voorzieningen of organisaties; en

    • b.

      De voorziening past bij het door u gewenste effect en persoonlijke situatie.

  • 2.

    De voorziening is voldoende in inzet en kwaliteit, zodat u het gewenste effect kunt bereiken.

  • 3.

    We kunnen nadere regels stellen over voorzieningen die op grond van de Wmo beschikbaar zijn.

2.4.2 Eigen kracht en gebruikelijke hulp

[Wmo]

  • 1.

    U komt, binnen de gestelde kaders, in aanmerking voor ondersteuning-op-maat als uzelf geen oplossing kan vinden voor de hulpvraag met gebruikelijke hulp.

  • 2.

    Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van:

    • a.

      de inwonende echtgenoot

    • b.

      inwonende ouders

    • c.

      inwonende kinderen

    • d.

      of andere huisgenoten

  • Het is de normale, dagelijkse hulp die huisgenoten elkaar onderling moeten bieden, omdat ze samen een duurzaam huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden en voor elkaar.

  • 3.

    Wij maken bij de beoordeling of de (gebruikelijke) hulp van de huisgenoot verwacht mag worden onderscheid tussen kortdurende en langdurende situaties:

    • a.

      Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende beperkingen in de zelfredzaamheid en/of participatie van de cliënt. Het gaat hierbij over een periode van maximaal zes maanden in één jaar.

    • b.

      Langdurend: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de hulp bij de zelfredzaamheid en/of participatie langer dan zes maanden nodig is.

  • 4.

    Wij verwachten van huisgenoten dat zij in kortdurende situaties de benodigde hulp bieden. Het gaat hierbij ook om hulp die meer omvat dan alleen de gangbare gebruikelijke hulp.

  • 5.

    Wij verwachten van huisgenoten dat zij in langdurende situaties de gebruikelijke hulp bieden. Wat gebruikelijke hulp is, wordt bepaald aan de hand van de onderdelen 6, 7 en 8 van dit artikel.

  • 6.

    Bij de beoordeling of sprake is van gebruikelijke hulp in langdurende situaties houden wij in ieder geval rekening met de volgende factoren betreffende de cliënt:

    • a.

      De aard van de relatie met de huisgenoot

    • b.

      De mate van hulp die cliënt nodig heeft

    • c.

      De aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit

    • d.

      De mate van planbaarheid van de hulp

    • e.

      De behoeften en mogelijkheden van de cliënt

  • 7.

    Bij de beoordeling of sprake is van gebruikelijke hulp in langdurende situaties houden wij in ieder geval rekening met de volgende factoren betreffende de huisgenoot:

    • a.

      De leeftijd van de huisgenoot

    • b.

      De woonsituatie

    • c.

      De beschikbaarheid om de hulp te bieden

    • d.

      De kennis, kunde en leerbaarheid van de huisgenoot om de noodzakelijke hulp te bieden

    • e.

      De lichamelijke en mentale belastbaarheid van de huisgenoot

    • f.

      Of er sprake is van problematiek bij de huisgenoot (zoals relationele problemen of schulden)

    • g.

      Welke verplichtingen de huisgenoot heeft, bijvoorbeeld voor werk en sociale verplichtingen

    • h.

      Het belang van de huisgenoot om een inkomen uit arbeid te krijgen

    • i.

      De vraag of financiële problemen (kunnen) ontstaan door het bieden van de hulp

  • 8.

    Bij de belastbaarheid en bij (dreigende) overbelasting geldt bovendien het volgende:

    • -

      Er moet een verband zijn tussen de (dreigende) (over)belasting en de hulp aan de cliënt.

    • -

      Als de (over)belasting ziet op spanningen door het werk (bijvoorbeeld door te veel uren werken of stress) of door andere factoren buiten de hulpverlening aan de cliënt om, moet de huisgenoot eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen.

    • -

      Bij een aanvraag voor ondersteuning-op-maat bekijken wij wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen.

    • -

      Als de (dreigende) (over)belasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten wordt dit eerst van de huisgenoot verwacht.

  • 9.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

2.4.3 Beoordelen van uw aanvraag

[Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Awb]

  • 1.

    Om te bepalen of wij hulp verlenen, nemen we de volgende stappen:

    Stap 1: Wij stellen eerst vast wat uw hulpvraag is.

    Stap 2: Wij stellen hierna vast welke problemen, beperkingen en/of stoornissen u precies heeft.

    Stap 3: Wij bepalen welke hulp, en hoeveel hulp u nodig heeft.

    Stap 4: Wij onderzoeken wat u zelf kunt doen om uw probleem op te lossen (eigen kracht). Wij betrekken hierbij: de hulp van huisgenoten, hulp van anderen uit uw sociale netwerk/sociale omgeving en de inzet van algemene voorzieningen.

    Stap 5: Wij bepalen, binnen de gestelde kaders, welke aanvullende hulp u nodig heeft om uw probleem op te lossen en het gewenste effect te bereiken.

2.4.4 Advies

[Wmo, PW, IOAW, IOAZ, AWB]

Bij iedere stap, zoals in artikel 2.4.3 is genoemd, kan de gemeente een (externe) deskundige advies vragen. Dit advies betrekken we bij de beoordeling van uw aanvraag. We stellen u vooraf op de hoogte welke deskundigheid we op welk moment nodig vinden en om advies vragen.

2.4.5 Voorwaarden ondersteuning-op-maat

(Wmo)

  • 1.

    Voor ondersteuning-op-maat gelden in ieder geval de volgende voorwaarden:

    • a.

      Ondersteuning is noodzakelijk om uw vraag te beantwoorden.

    • b.

      U bent niet in staat om het gewenste effect op eigen kracht te bereiken. Ook niet met gebruikelijke hulp van huisgenoten, mantelzorg of hulp vanuit het sociale netwerk, met algemeen gebruikelijke voorzieningen of met behulp van andere voorzieningen of organisaties.

    • c.

      De ondersteuning past bij het gewenste effect en uw persoonlijke situatie.

    • d.

      U woont in de gemeente Drimmelen.

  • 2.

    We verstrekken geen voorziening:

    • a.

      als u om het gewenste effect te bereiken een beroep kunt doen op een andere wet;

    • b.

      als de voorziening algemeen gebruikelijk is;

    • c.

      als u de gevraagde voorziening zelf al aanschaft voordat u een beschikking heeft van de gemeente. Deze regel geldt niet voor een acute noodsituatie.

    • d.

      Als er meerdere voorzieningen passend zijn, verstrekken we de goedkoopste adequate voorziening.

    • e.

      Het om vervanging gaat van een voorziening die technisch nog niet is afgeschreven.

    • f.

      Als u de gevraagde voorziening al eerder van ons heeft ontvangen en de normale afschrijvingstermijn van die voorziening nog niet is verstreken. Dit geldt niet als de voorziening verloren is gegaan terwijl dit niet uw schuld is.

  • 3.

    We verstekken geen woonvoorziening als:

    • a.

      de beperkingen komen:

      • door de aard van de in de woning gebruikte materialen,

      • door slecht onderhoud, of

      • doordat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen;

    • b.

      u niet woont in de woning waarvoor u de melding doet;

    • c.

      u woont in een vakantiewoning, hotel, pension, klooster, trekkerswoning of een tweede woning.

    • d.

      het gaat om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten die bij het gebouw horen waarin u woont;

    • e.

      de noodzaak voor de voorziening het gevolg is van een verhuizing

      • waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie, en

      • er geen belangrijke reden voor de verhuizing is;

    • f.

      u niet verhuist naar de voor uw beperkingen meest geschikte beschikbare woning. Deze regel geldt niet als we daarvoor vooraf schriftelijk toestemming hebben gegeven;

    • g.

      u een indicatie hebt voor verhuizing naar een zorginstelling op grond van de Wet langdurige zorg;

    • h.

      u de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kan meenemen in de plannen.

    • i.

      De voorziening langdurig noodzakelijk is.

2.5 Besluit

2.5.1 Inhoud van het besluit

(Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Awb)

  • 1.

    Wij stellen u per brief op de hoogte van ons besluit. Als we wel hulp geven, staat in ieder in het besluit in welke vorm we de hulp geven, welke voorwaarden en verplichtingen gelden, motivatie van het besluit en hoe u bezwaar kunt maken. Vormen van hulp zijn:

    • a.

      hulp in natura;

    • b.

      pgb;

    • c.

      geld.

  • 2.

    Geven we hulp in natura, dan staat in het besluit in ieder geval:

    • a.

      wat de hulp inhoudt en waarvoor u de hulp krijgt;

    • b.

      wanneer de hulp ingaat en hoe lang de hulp duurt;

    • c.

      of u een eigen bijdrage moet betalen;

  • 3.

    Geven we hulp in de vorm van een pgb, dan staat in het besluit in ieder geval:

    • a.

      waarvoor u het pgb krijgt;

    • b.

      hoe hoog het pgb is;

    • c.

      wanneer het pgb ingaat en wanneer het pgb eindigt;

    • d.

      hoe u de besteding van het pgb moet verantwoorden;

    • e.

      hoogte van de eventuele eigen bijdrage

  • 4.

    Geven we hulp in de vorm van geld, dan staat in het besluit in ieder geval:

    • a.

      voor welk doel we het geld geven;

    • b.

      hoeveel geld u krijgt;

    • c.

      wanneer we het geld betalen;

    • d.

      hoe vaak we het geld betalen;

  • 5.

    Geven we geen hulp, dan staat in het besluit in ieder geval:

    • a.

      motivatie waarom we geen hulp geven, en

    • b.

      hoe u bezwaar kunt maken tegen het besluit.

2.5.2 Buiten behandeling stellen

Als uw aanvraag niet aan de gestelde voorwaarden voldoet en u heeft de hersteltermijn niet gebruikt (artikel 4:5 van de Awb) dan stellen wij uw aanvraag buiten behandeling.

2.5.3 Verval van recht

Het recht op ondersteuning vervalt als u niet binnen zes maanden na het besluit begint met het gebruiken van de ondersteuning. Dit gebeurt niet als u dit op tijd meldt en als het u niet te verwijten valt. Woningaanpassingen moeten binnen twee jaar na het besluit uitgevoerd worden.

2.5.4 Spoedeisende gevallen

[Wmo]

  • 1.

    Bij een spoedeisend geval krijgt u de (tijdelijke) ondersteuning die nodig is, zonder de normale procedure te volgen.

  • 2.

    Het is een spoedeisende situatie als wij vinden dat de uitkomst van de normale procedure niet afgewacht kan worden.

2.6 Jeugd

[Jeugdwet]

Deze paragraaf gaat over jeugdhulpvragen. Voor jeugdhulpvragen moet de ouder en/of jeugdige bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) zijn. Het CJG is de organisatie die voor de gemeente zorgt voor de jeugdhulp.

 

2.7 Melding hulpvraag

2.7.1. Indienen hulpvraag bij het CJG

[Jeugdwet]

Wanneer een jeugdige en/of ouders/verzorgers hulp nodig hebben, kunnen zij zich melden bij het CJG.

2.7.2 Gegevens

[Jeugdwet]

Wij verzamelen alle gegevens over uw situatie, die nodig zijn voor het gesprek. Wanneer gegevens ontbreken, dan vragen wij u om die binnen een redelijke termijn te geven.

 

2.8 Aanvraag en gesprek na aanvraag

2.8.1 Eerste brede uitvraag

[Jeugdwet]

Zodra u zich heeft gemeld dan bellen we u om een goed beeld te krijgen van de situatie. Wat is het effect dat u wilt bereiken en wat is uw persoonlijke situatie? Daarna kunnen we een intakegesprek plannen.

2.8.2 Uitnodiging voor (intake)gesprek

[Jeugdwet]

Na melding bij het CJG kunt u een uitnodiging krijgen voor een gesprek met een professional.

In die uitnodiging staat waar en wanneer het gesprek is, wie hierbij mag aansluiten en waarover het gesprek gaat. U kunt gratis hulp van een onafhankelijk cliëntondersteuner krijgen, als u dat wilt.

2.8.3 Aanvraag

[Jeugdwet]

Na de melding en het eerste telefonisch gesprek met de professional, kunt u een aanvraag doen. Dat kan schriftelijk door het aanvraagformulier in te vullen, te ondertekenen en terug te sturen naar het CJG. Of door dit samen in te vullen tijdens het intakegesprek met de professional.

 

2.8.4 Inhoud gesprek en onderzoek

[Jeugdwet]

  • 1.

    De professional bespreekt welk effect u wil bereiken. We bespreken:

    • a.

      uw ondersteuningsvraag: wat is er nodig? Welke behoefte heeft u?

    • b.

      uw persoonlijke situatie: hoe ziet die eruit en wat betekent dit voor het gewenste effect?

    • c.

      uw eigen mogelijkheden (eigen kracht): wat kunt u zelf bijdragen aan de oplossing van uw hulpvraag?

    • d.

      uw omgeving: wie willen meedenken of helpen mee bij de ondersteuningsvraag? Hoe kunnen zij bijdragen aan het effect?

    • e.

      andere partijen of organisaties die kunnen bijdragen aan het bereiken van het effect?

  • 2.

    De professional informeert u over de mogelijkheden om uw ondersteuningsvraag te beantwoorden. U krijgt informatie over mogelijkheden van een persoonsgebonden budget (pgb). De professional betrekt dit bij het onderzoek naar uw vraag.

  • 3.

    We vragen u om een identificatiedocument van de jeugdige (artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht).

  • 4.

    U geeft aan het CJG alle gegevens en informatie die nodig zijn voor het onderzoek.

2.8.5 Eigen kracht

[Jeugdwet]

  • 1.

    U komt pas in aanmerking voor een individuele voorziening als u zelf geen oplossing kunt vinden voor uw ondersteuningsvraag binnen uw eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht). Hieronder verstaan wij:

    • -

      gebruikelijke hulp van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders;

    • -

      bovengebruikelijke hulp van ouders, voor zover zij beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden, als dit geen (dreigende) overbelasting geeft en als hierdoor geen grote problemen in het gezin ontstaan;

    • -

      ondersteuning vanuit het sociale netwerk.

  • 2.

    Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. Zij zijn namelijk verplicht om minderjarige jeugdigen behorende tot hun gezin, te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening, beperking of ander problematiek heeft. Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Dit geldt ook bij gescheiden ouders. We houden ook rekening met gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont.

  • 3.

    Om vast te stellen of er sprake van gebruikelijke hulp is, beoordelen wij of de benodigde hulp uitgaat boven de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek nodig heeft. Wij houden daarbij rekening met:

    • a.

      de leeftijd van de jeugdige;

    • b.

      de mate van zorg bij activiteiten en handelingen, de mate van toezicht en de mate van begeleiding/stimulans die een jeugdige van die leeftijd nodig heeft;

    • c.

      de aard en de duur van de hulp en de nodige ondersteuning van de jeugdige;

    • d.

      de mate van planbaarheid van de hulp;

    • e.

      de behoeften en mogelijkheden van de jeugdige.

  • 4.

    Als er sprake is van gebruikelijke hulp, geven wij geen individuele voorziening tot jeugdhulp. Een (tijdelijke) uitzondering kan er zijn als de ouders door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen geven. Er moet een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.

  • 5.

    Gaat het om hulp die de gebruikelijke hulp overstijgt, zijn de ouders in eerste instantie nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke hulp. Wij beoordelen of we van ouders mogen verwachten dat ze deze hulp geven (lid 1).

  • 6.

    Bij de beoordeling bij bovengebruikelijke hulp houden wij rekening met:

    • a.

      de aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige;

    • b.

      de mate van planbaarheid van de hulp;

    • c.

      zijn ouders in staat om zelf hulp te bieden;

    • d.

      hoe gaan ouders om met de problemen van de jongere;

    • e.

      welke verplichtingen hebben de ouders;

    • f.

      het belang van ouders om inkomen uit arbeid te krijgen en het eventueel ontstaan van financiële problemen;

    • g.

      de woonsituatie;

    • h.

      de samenstelling van het gezin en de relatie tussen de gezinsleden;

    • i.

      is er een sociaal netwerk? Wat zijn mogelijkheden en bereidheid van het sociaal netwerk om de jeugdige of de ouders te ondersteunen;

    • j.

      andere persoonlijke omstandigheden van de jeugdige en ouders.

  • Als a t/m j niet tot problemen leiden bij het verlenen van hulp door de ouders, krijgen zij geen Individuele voorziening tot jeugdhulp.

  • 8.

    Als ouders een beroep kunnen doen op het sociale netwerk voor ondersteuning bij de nodige hulp aan de jeugdige dan verwachten wij van hen dat ze hier gebruik van maken. De ondersteuning van het sociale netwerk valt onder eigen kracht. Wij verstrekken hiervoor geen individuele voorziening tot jeugdhulp.

  • 9.

    Als de jeugdige en/of de ouders een aanvullende zorgverzekering hebben die de hulp (deels) vergoedt, dan verwachten wij van ouders dat zij deze aanspreken. Wij verstrekken dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp of alleen een aanvullende voorziening voor het deel dat niet vergoed wordt.

  • 10.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

2.8.9 Ondersteuningsplan

[Jeugdwet]

  • 1.

    Na het onderzoek maakt de professional een ondersteuningsplan. In het plan staat de onderbouwing van het onderzoek, of ondersteuning-op-maat wel of niet nodig is, om welke ondersteuning-op-maat het gaat en wat de gewenste effecten zijn.

  • 2.

    Tegen een ondersteuningsplan is het niet mogelijk om bezwaar te maken. Bent u het niet eens met het ondersteuningsplan? Geef dit dan bij ons aan. Eventuele opmerkingen komen als bijlage bij het ondersteuningsplan.

2.8.10 Deskundig onderzoek, deskundige toeleiding en beoordeling

[Jeugdwet]

  • 1.

    Bij een aanvraag voor jeugdhulp zetten we voor het onderzoek de benodigde specifieke deskundigheid in. We zorgen ervoor dat de deskundigheid bekend is bij de aanvrager. Het onderzoek vindt plaats door of onder verantwoordelijkheid van SKJ- of BIG-geregistreerde professionals. Als dat nodig is, vragen we extern (medisch) advies.

  • 3.

    De uitvoeringstaken in het kader van de Jeugdwet zijn extern belegd. De besluiten op aanvragen voor jeugdhulp zijn gemandateerd. In deze gevallen zorgen we ervoor dat er geen rolvermenging is bij advisering, gemandateerde besluitvorming en levering van individuele voorzieningen door deze partijen.

  • 4.

    Wat hierboven staat geldt ook voor heronderzoek (artikel 8.1.3 van de Jeugdwet).

2.8.11 Beslistermijn

[Awb, Jeugdwet]

  • 1.

    Wij beslissen zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen acht weken nadat we de aanvraag ontvangen.

  • 2.

    De beslistermijn schorten we schriftelijk op als u onvoldoende gegevens heeft verstrekt. Wij vragen u dan om die ontbrekende gegevens binnen een redelijke termijn te verstrekken.

  • 3.

    De beslistermijn kan verlengd worden als wij meer tijd nodig hebben voor het onderzoek naar uw ondersteuningsvraag.

  • 4.

    Besluiten we niet binnen de vastgestelde termijn? Dan stellen wij een nieuwe redelijke termijn vast waarbinnen we een besluit nemen.

2.9 Beslissing

2.9.1 Inhoud besluit

[Jeugdwet]

  • 1.

    U krijgt een brief met ons besluit. Zo weet u of er wel of geen ondersteuning-op-maat wordt toegekend. Krijgt u ondersteuning-op-maat? Dan staat in de brief of de ondersteuning in natura of in de vorm van een pgb wordt gegeven.

  • 2.

    Krijgt u ondersteuning in natura? Dan staat in het besluit in ieder geval:

    • a.

      wat de ondersteuning inhoudt en waarvoor deze bedoeld is (gewenst effect en doelen);

    • b.

      wanneer de ondersteuning ingaat en hoelang deze duurt;

    • c.

      hoe (en eventueel door wie) de ondersteuning wordt gegeven;

    • d.

      welke voorwaarden en verplichtingen gelden voor ondersteuning.

  • 3.

    Krijgt u een pgb? Dan staat in het besluit in ieder geval:

    • a.

      waarvoor het pgb bedoeld is (gewenst effect en doelen);

    • b.

      welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;

    • c.

      hoe hoog het pgb is en waarom het deze hoogte heeft;

    • d.

      wanneer het pgb ingaat en eindigt;

    • e.

      hoe de besteding van het pgb verantwoord wordt;

    • f.

      welke voorwaarden en verplichtingen gelden voor het pgb.

  • 5.

    Krijgt u geen ondersteuning-op-maat? Dan staat in het besluit een toelichting waarom dit zo is.

  • 6.

    In het besluit staat wat u kunt doen in het geval dat u het niet eens bent met het besluit.

2.9.2 Buiten behandeling stellen

[Awb]

Wij kunnen een aanvraag buiten behandeling stellen wanneer de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden en u de hersteltermijn niet benut heeft (artikel 4:5, eerste lid, onder a, van de Awb).

2.9.3 Uitzonderingen

[Jeugdwet]

Jeugdhulp via huisarts, medisch specialist of jeugdarts

  • 1.

    Wij zorgen dat u ook ondersteuning-op-maat krijgt bij doorverwijzing naar een aanbieder door huisarts, jeugdarts, medisch specialist of Gecertificeerde Instelling (GI).

  • 2.

    Wij maken afspraken met huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten, GI’s en zorgverzekeraars over deze doorverwijzingen.

2.9.4 Spoedeisende gevallen

[Jeugdwet]

  • 1.

    In spoedeisende gevallen zorgen wij ervoor dat u de nodige ondersteuning-op-maat krijgt die nodig is, zonder de normale procedure te volgen. Het kan dan gaan om de volgende ondersteuning:

    • a.

      het bieden van ondersteuning en zorg aan ouders en hun kinderen;

    • b.

      het vragen van een machtiging aan de kinderrechter voor gesloten jeugdhulp

  • 2.

    Een geval is spoedeisend als de normale procedure voor een aanvraag om ondersteuning niet afgewacht kan worden.

Hoofdstuk 3. Werk en Participatie

Wij vinden het belangrijk dat u duurzaam en passend werk vindt. Dat u zo goed mogelijk meedoet in de samenleving, het liefst in een gewone betaalde baan. Heeft u een arbeidsbeperking? Dan ondersteunen wij u bij het krijgen en behouden van werk. Is betaald werk voor u (nog) niet haalbaar? Dan kijken we hoe u wel kunt meedoen in de samenleving. Bijvoorbeeld met zogenaamde voorzieningen. Welke dat zijn, staat in dit hoofdstuk. Het hoofdstuk gaat ook over de tegenprestatie die wij van u kunnen vragen. Verder gaat het over meedoen aan activiteiten in de samenleving als u een beperking heeft. Meedoen is een verantwoordelijkheid van de inwoner zelf en de mensen om de inwoner heen (omkijken naar elkaar), maar ook van de gemeente.

 

3.1 Doelgroep

[PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    U bent in de eerste plaats zelf, met hulp van de mensen om u heen of met de hulp van uitzendbureaus en andere organisaties, verantwoordelijk om werk te vinden.

  • 2.

    Als u dat niet lukt, kunnen wij u helpen. Daarbij gebruiken wij de voorzieningen genoemd in dit hoofdstuk. Wij kunnen u een voorziening aanbieden als;

    • a.

      u een uitkering van ons ontvangt en niet zelf de weg naar werk vindt;

    • b.

      u geen uitkering van ons ontvang en geen hulp krijgt van instanties zoals UWB, SVB of werkgevers;

    • c.

      u jonger dan 27 jaar bent, geen werk heeft en geen mbo-diploma vanaf niveau 2, havo of vwo-diploma heeft.

3.1a Niet-uitkeringsgerechtigde

[PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    Bij uw re-integratie als niet-uitkeringsgerechtigde geldt:

    • a.

      u bent minimaal twintig uur per week beschikbaar voor werk;

    • b.

      wij beoordelen of ondersteuning nodig is;

    • c.

      het doel van de ondersteuning is altijd krijgen van betaald werk;

    • d.

      u schrijft zich in als werkzoekende bij het UWV.

  • 2.

    De voorzieningen die wij niet inzetten voor de niet-uitkeringsgerechtigde staan in de artikelen 3.4.1 (detachering), 3.4.5 (participatieplaats) en 3.4.8 (incidentele loonkostensubsidie).

  • 3.

    De voorziening in artikel 3.4.1 zetten we soms in voor de niet-uitkeringsgerechtigde. Bijvoorbeeld als u jonger bent dan 27 jaar, geen onderwijs kunt volgen waarvoor u studiefinanciering kunt krijgen en eerder onderstaand onderwijs volgde:

    • a.

      praktijkonderwijs (artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs);

    • b.

      voortgezet speciaal onderwijs (artikel 2 van de Wet op de expertisecentra);

    • c.

      entreeopleiding (artikel 7.2.2., eerste lid, onder a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs).

  • 4.

    U krijgt geen ondersteuning als er een voorziening is, die voldoende bijdraagt aan uw re-integratie.

3.2 Samenwerking

[PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    Wij werken samen met UWV, regiogemeenten en andere organisaties om u te ondersteunen bij het vinden van passend en duurzaam werk.

  • 2.

    Wij ondersteunen werkgevers als zij inwoners in deze doelgroep werk aanbieden.

3.3 Subsidie- en Budgetplafond

[PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    We kunnen een of meer subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor verschillende voorzieningen.

  • 2.

    We kunnen een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening.

  • 3.

    Een vastgesteld plafond zoals benoemd in het eerste en tweede lid van dit artikel vormt een weigeringsgrond bij aanspraak op een specifieke voorziening.

  • 4.

    Dit artikel geldt niet voor de voorziening genoemd in artikel 3.4.13a.

3.4 Voorzieningen – werk

[PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    Wij kijken welke hulp u nodig heeft.

  • 2.

    Wij beoordelen, binnen de gestelde kaders, welke voorziening passend is voor u.

  • 3.

    Wij bepalen welke voorziening we inzetten en voor hoelang.

  • 4.

    Wij kijken daarbij naar uw omstandigheden, uw mogelijkheden en eventuele beperkingen, zorg voor kinderen, mantelzorg, wettelijke verplichtingen en het beschikbare budget.

  • 5.

    Wij stemmen de hulp aan u af gelet op uw positie op de arbeidsmarkt.

  • 6.

    Het doel van de voorziening is het vinden of behouden van passend werk.

  • 7.

    Wij kunnen de volgende voorzieningen inzetten:

    • -

      detachering;

    • -

      proefplaatsing;

    • -

      werkstage;

    • -

      sociale activering;

    • -

      participatieplaats;

    • -

      beschut werk;

    • -

      persoonlijke ondersteuning bij interne werkbegeleiding en jobcoaching;

    • -

      incidentele loonkostensubsidie;

    • -

      structurele loonkostensubsidie;

    • -

      scholing.

  • 8.

    In een plan van aanpak leggen wij vast welke hulp u krijgt en welke afspraken wij met u maken.

  • 9.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

3.4.1 Detachering

[PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    U kunt via een andere organisatie werken bij een werkgever. Dit heet detachering. Die detachering staat in een overeenkomst tussen u, ons, de werkgever en de andere organisatie.

  • 2.

    Het doel van detachering is om u na afloop betaald werk aan te bieden onder dezelfde voorwaarden als aan een werknemer die in dienst is van de werkgever.

  • 3.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

3.4.2 Proefplaats

[PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    U kunt op proef tijdelijk en met behoud van uitkering werken bij een werkgever om werkervaring op te doen.

  • 2.

    Een voorwaarde is dat de proefplaats leidt tot een dienstverband van minimaal zes maanden, als u geschikt bent voor het werk. Bij bijzondere omstandigheden wijken we hier soms van af.

  • 3.

    De proefplaatsing is zo kort mogelijk en niet langer dan nodig is. Dit kan voor twee maanden, met een mogelijke verlenging van maximaal vier maanden.

  • 4.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

3.4.3 Werkstage

[PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    Wij kunnen u een werkstage aanbieden. Een werkstage leggen we vast in een overeenkomst tussen u, ons en de werkgever.

  • 2.

    Het werk is vooral gericht op uw ontwikkeling en minder op productieve arbeid.

  • 3.

    Tijdens de werkstage moet de werkgever u goed begeleiden. De werkgever zorgt ervoor dat u meer vaardigheden of kennis opdoet van het vakgebied.

  • 4.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

3.4.4 Sociale activering

[PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    Wij kunnen u, als u nog niet toe bent aan werken, activiteiten aanbieden die u dichter bij betaald werk brengen.

  • 2.

    Wij houden rekening met uw mogelijkheden en capaciteiten.

  • 3.

    Sociale activering is er om u te helpen problemen te overwinnen, op weg naar betaald werk.

  • 4.

    Het doel van sociale activering is uw sociaal isolement te doorbreken, het (verder) ontwikkelen van sociale vaardigheden en/of ervaring op te doen met werkritme.

  • 5.

    We kunnen uitvoeringsregels opstellen.

3.4.5 Participatieplaats

[PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    Als u een uitkering heeft, u 27 jaar of ouder bent en u weinig kans op betaald werk hebt, dan is een participatieplaats misschien iets voor u. Een participatieplaats is te combineren met scholing, opleiding en/of andere activiteiten voor uitstroom naar betaald werk. De participatieplaats staat in een overeenkomst tussen u, de gemeente en de werkgever.

  • 2.

    Het doel van een participatieplaats is om uw kans op betaald werk te vergroten. U werkt met behoud van uitkering op een bepaalde werkplek. Zo doet u werkervaring op. Het werk moet passend zijn. Scholing of opleiding krijgt u als u dit werk minimaal zes maanden doet en als u geen startkwalificatie heeft. Scholing of opleiding vergroot uw kans op werk.

  • 3.

    Na elke zes maanden kunt u een premie krijgen van € 100. Een voorwaarde voor de premie is dat u voldoende meewerkt aan uw grotere kans op werk. Uw inzet moet meer zijn dan vier uur per week.

3.4.6 Beschut werk

[PW]

  • 1.

    Wij kunnen u een beschutte werkplek aanbieden, als het UWV heeft vastgesteld dat u alleen kan werken als het werk en de omgeving zijn aangepast aan uw mogelijkheden. Hierbij gelden de voorwaarden van de Participatiewet.

  • 2.

    Wij hebben voorzieningen zodat u beschut kan werken:

    • a.

      Aanpassing van de werkplek of de werkomgeving;

    • b.

      uitsplitsing van taken; of

  • aanpassingen in het werktempo, de arbeidsduur of de werkbegeleiding.

  • 5.

    Als u in aanmerking komt voor beschut werk, dan kunnen wij u voorafgaand, een voorziening bieden, zoals sociale activering. Dit maakt de stap naar beschut werk makkelijker.

  • 6.

    Wij zetten ons in om iedereen die voor beschut werk in aanmerking komt te plaatsen. We streven er naar om in ieder geval het door het rijk opgelegde minimum aantal beschutte werkplaatsen per jaar te realiseren.

  • 7.

    Wij bieden niet meer plaatsen beschut werk aan dan het aantal waarvoor de gemeente middelen ontvangt van het Rijk en zoals dit wordt vastgesteld bij ministeriële regeling als genoemd in artikel 10b, lid 4, van de wet.

  • 8.

    Wij maken een wachtlijst als het verplicht aantal beschutte werkplekken voor dat jaar vol is. De eerst geplaatste van de wachtlijst krijgt voorrang.

  • 9.

    Van lid 8 kan worden afgeweken indien er voor de persoon die het langst op de wachtlijst staat geen beschut werkplaats meer beschikbaar is die past binnen de arbeidsmogelijkheden van deze persoon.

  • 10.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

3.4.7 Persoonlijke ondersteuning bij werk

[PW, IOAW, IOAZ]

U kunt, binnen de gestelde kaders, persoonlijke ondersteuning krijgen om u te helpen uw werk goed te doen.

3.4.8 Incidentele loonkostensubsidie

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

  • 1.

    Als uw werkgever u in dienst neemt, dan kan deze een eenmalige loonkostencompensatie/subsidie ontvangen.

  • 2.

    Zo stimuleren wij werkgevers om inwoners in dienst te nemen. De subsidie is voor extra kosten die werkgevers maken voor het begeleiden van inwoners.

  • 3.

    De incidentiele loonkostensubsidie wordt alleen dan verstrekt als er voor dezelfde werknemer geen structurele loonkostensubsidie wordt verstrekt.

  • 4.

    Een incidentele loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkoming in verband met de indiensttreding van de werknemer.

  • 5.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

3.4.9 Scholing

[PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    U kunt, binnen de gestelde kaders, zo nodig scholing krijgen om de stap naar duurzaam en passend werk te maken. U bent dan niet jonger dan 27 jaar en kunt geen studiefinanciering krijgen.

  • 2.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

3.4.10 Verdringing en concurrentie

[PW, IOAW, IOAZ]

Een voorwaarde voor elke ondersteuning-op-maat is dat werk geen andere werknemers bij dezelfde werkgever verdringt en ook geen oneerlijke concurrentie betekent voor andere organisaties. Dit geldt bij de proefplaats, werkstage, incidentele loonkostensubsidie en sociale activering.

3.4.13a Structurele loonkostensubsidie

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

  • 1.

    Wij kunnen de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie toekennen als u bij de werkgever in dienst komt, maar niet het wettelijk minimum loon kan verdienen (overeenkomstig artikel 10d, van de Participatiewet).

  • 2.

    Zowel u als uw werkgever kunnen hiervoor een aanvraag doen. Uw werkgever krijgt altijd een schriftelijke bevestiging hiervan en u ook als u zelf de aanvraag heeft gedaan.

  • 3.

    Het doel van deze subsidie is werkgevers te stimuleren inwoners met een arbeidsbeperking in dienst te nemen en productverlies te vergoeden.

  • 4.

    De loonkostensubsidie aan de werkgever hangt af van de loonwaarde.

  • 5.

    De hoogte van de loonkostensubsidie hangt af van de loonwaarde en is maximaal 70% van het wettelijk minimumloon, inclusief wettelijke vakantietoeslag en vergoeding voor werkgeverslasten.

  • 6.

    Tot dat de loonwaarde is gemeten, kunnen wij de werkgever maximaal zes maanden een vaste maandelijkse loonkostensubsidie toekennen. Dit is 50% van het wettelijk minimumloon, inclusief vakantietoeslag en vergoeding werkgeverslasten.

  • 7.

    Bij het bepalen van de loonkostensubsidie volgen wij het preferent werkproces.

  • 8.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen..

3.4.13b Voorwaarden persoonlijke ondersteuning bij werk en andere voorzieningen

[PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    Wij kunnen persoonlijke ondersteuning bij werk en overige ondersteuning verstrekken als u een arbeidsbeperking heeft. U moet dan voldoen aan de volgende voorwaarden:

    • a.

      U bent minimaal achttien jaar oud of u komt van het VSO/PRO-onderwijs;

    • b.

      u kunt niet werken zonder deze ondersteuning;

    • c.

      de werkgever geeft u werk voor minimaal zes maanden, met een minimale arbeidsduur van twaalf uur per week;

    • d.

      het is geen Arbo-taak, waarvoor de werkgever verantwoordelijk is. Het gaat niet om een meeneembare voorziening in de standaarduitrusting van de werkgever of algemeen gebruikelijk in een organisatie;

    • e.

      het gaat niet om een werkplekaanpassing die we van de werkgever kunnen vragen;

    • f.

      de investering/ kosten van de voorziening wegen op tegen de (maatschappelijke) opbrengsten van uitstroom naar werk.

3.4.13d Persoonlijke ondersteuning bij werk

(PW, IOAW,IOAZ)

  • 1.

    Wij kunnen u persoonlijke ondersteuning bij werk in natura geven. Bijvoorbeeld door een jobcoach. Deze is in dienst bij de gemeente of doet dit in opdracht van ons.

  • 2.

    Uw werkgever kan een vergoeding krijgen voor:

    • a.

      jobcoaching door een interne of externe jobcoach;

    • b.

      begeleiding door een interne werkbegeleider.

  • 3.

    Persoonlijke ondersteuning bij werk kan ook bij het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaats.

  • 4.

    De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen zes maanden na de ingangsdatum van de dienstbetrekking binnen zijn. Behalve als vooraf of bij start van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning nog niet bekend was.

3.4.13e Interne jobcoaching

[PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    Een interne jobcoach moet voldoen aan kwaliteitseisen:

    • -

      een hbo-opleiding of hbo werk- en denkniveau;

    • -

      een afgeronde opleidingsmodule voor jobcoaching

  • 2.

    Bij de interne jobcoach zijn er twee begeleidingsniveaus: licht en midden. Wij sluiten voor de termen licht en midden aan bij de definitie van het UWV.

  • 3.

    Wij gebruiken een maximum bedrag bij een arbeidsovereenkomst van 24 uur of meer. Bij een arbeidsovereenkomst van minder dan 24 uur stellen we het bedrag vast naar rato. Dit staat in de uitvoeringsregels.

  • 4.

    Wij zetten een interne jobcoach in:

    • a.

      tijdens de proefplaats;

    • b.

      gedurende de eerste zes maanden van de arbeidsovereenkomst.

  • 5.

    Wij kunnen, voor zover noodzakelijk, de inzet van een jobcoach met zes maanden tot maximaal twee jaar verlengen. Wij kunnen dan opnieuw het begeleidingsniveau toetsen. In individuele omstandigheden zetten we jobcoaching langer in.

  • 6.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen..

3.4.13f Externe jobcoaching

[PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    Een externe jobcoach moet voldoen aan de kwaliteitseis:

    • -

      erkenning door het UWV op grond van het actuele ‘Erkenningskader uitvoering persoonlijke ondersteuning UWV’.

  • 2.

    Bij inzet van de externe jobcoach zijn er standaard twee begeleidingsniveaus: licht en midden. Wij sluiten voor de termen licht en midden aan bij de definitie van het UWV. We kunnen uitvoeringsregels opstellen voor de hanteren tarieven.

  • 3.

    Wij zetten een externe jobcoach in:

    • a.

      tijdens de proefplaats;

    • b.

      gedurende de eerste zes maanden van de arbiedsovereenkomst.

  • 4.

    Wij kunnen, voor zover noodzakelijk, de inzet van een jobcoach met zes maanden tot maximaal twee jaar verlengen. Wij kunnen dan opnieuw het begeleidingsniveau toetsen. In individuele omstandigheden zetten we jobcoaching langer in.

3.4.13g Vergoeding voor jobcoaching

[PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    Wij kunnen ambtshalve, of op aanvraag jobcoaching in natura aanbieden.

  • 2.

    Wij kunnen een vergoeding geven aan de werkgever voor het organiseren van jobcoaching. Dit kan als wordt voldaan aan alle onderstaande voorwaarden:

    • a.

      er een coachingsplan is, met een trainings- of inwerkingprogramma en systematische begeleiding bij het uitvoeren van uw taken;

    • b.

      de omvang en kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is;

    • c.

      de continuïteit van de jobcoaching geborgd is;

    • d.

      de persoon voor wie de subsidie is weet ervan en stemt schriftelijk in met het organiseren van jobcoaching door de werkgever.

  • 3.

    In de uitvoeringsregels kunnen we het volgende vastleggen:

    • a.

      aan welke eisen het coachingsplan moet voldoen;

    • b.

      welke activiteiten een jobcoach moet doen;

    • c.

      hoe de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; of

    • d.

      hoe de evaluatie van de jobcoaching plaats vindt.

3.4.13h Interne werkbegeleiding

[PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    Als u voor werk bent aangewezen op begeleiding die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, dan kunnen wij een vergoeding geven aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten van interne werkbegeleiding.

  • 2.

    Wij kunnen de werkgever een training bieden voor een of meer medewerkers. Dit stelt hen in staat om aan personen behorende tot de doelgroep interne werkbegeleiding te bieden.

  • 3.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

3.4.13i Specifieke voorwaarden bij vervoer

[PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    Als u door uw beperking niet zelfstandig naar uw werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen, dan ondersteunen wij u, binnen de gestelde kaders, bij het vervoer. Dit kan in natura of in een vergoeding in geld.

  • 2.

    Hiervoor gelden voorwaarden:

    • a.

      U kunt door uw beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en

    • b.

      het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer.

  • 3.

    De hoogte van de vergoeding hangt af van het aantal werkdagen. Wij kijken of ondersteuning bij vervoer noodzakelijk is en of de kosten in verhouding staan tot het effect.

  • 4.

    Als u een bijdrage van uw werkgever ontvangt, dan brengen wij deze in mindering op onze ondersteuning bij vervoer.

  • 5.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

3.4.13j Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire voorzieningen

[PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    Wij kunnen een voorziening toekennen voor vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende lichaamsfunctie.

  • 2.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

3.4.13K Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen

[PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    Wij kunnen een meeneembare voorziening toekennen, als dit voor u noodzakelijk is om te werken en het een meerwaarde creëert in de werksfeer.

  • 2.

    U krijgt deze voorziening in bruikleen. In bijzondere gevallen krijgt u deze in eigendom.

  • 3.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

3.4.14 Werkplekaanpassing

[PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    Er is een vergoeding voor de werkgever voor eenmalige noodzakelijke kosten van de aanpassing. Dit zijn kosten die hij moet maken zodat u uw werk kunt doen. Uw werkgever moet u dan een arbeidsovereenkomst aanbieden voor minimaal zes maanden.

  • 2.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

3.4.15 Overige vergoedingen

[PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    Wij kunnen een vergoeding verstrekken voor noodzakelijke kosten die gemaakt zijn in het kader van de arbeidsinschakeling.

  • 2.

    Geen aanspraak op de in het eerste lid genoemde vergoeding bestaat indien een beroep gedaan kan worden op een voorliggende voorziening die gezien haar aard en doel wordt geacht voor u toereikend en passend te zijn.

  • 3.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

3.4.16 Combinatie van vergoedingen

[PW, IOAW, IOAZ]

Wij kunnen zo nodig meerdere voorzieningen tegelijk voor u inzetten. Hierbij wegen wij af of deze combinatie van voorzieningen noodzakelijk is en of de totale kosten hiervan voldoende opwegen ten het te verwachten effect.

3.4.17 Weigering en beëindigen van een voorziening

[PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    Wij kunnen een voorziening weigeren als u niet voldoet aan één van onderstaande situaties:

    • a.

      u niet tot de doelgroep behoort;

    • b.

      u onvoldoende meewerkt aan het onderzoek dat nodig is;

    • c.

      u een voorziening kunt gebruiken op basis van een andere wettelijke regeling (voorliggende voorziening);

    • d.

      wij vinden dat de voorziening onvoldoende bijdraagt aan het gewenste effect;

    • e.

      u niet in aanmerking komt voor de voorziening omdat u niet voldoet aan de voorwaarden.

  • 2.

    Wij kunnen een voorziening beëindigen als:

    • a.

      u uw verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de Participatiewet, de artikelen 13 en 37 van de IOAW of de artikelen 13 en 37 van de IOAZ niet nakomt;

    • b.

      u niet meer tot de doelgroep behoort;

    • c.

      u gaat werken waarvoor u de voorziening niet meer nodig hebt, tenzij u behoort tot de doelgroep van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2◦, van de wet;

    • d.

      wij van mening zijn dat de voorziening onvoldoende bijdraagt aan het gewenste effect;

    • e.

      wij van mening zijn dat de voorziening niet meer geschikt is voor u;

    • f.

      u niet meer naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; of

    • g.

      u niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.

3.5 Maatschappelijke participatie

3.5.1. Doel van de maatschappelijke participatie

[PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    Wij kunnen u een plicht tot maatschappelijke participatie opleggen als u een uitkering krijgt.

  • 2.

    Het doel van maatschappelijke participatie is het vergroten van uw zelfredzaamheid en/of het vergroten van uw kans op werk.

3.5.2 Duur en omvang

[PW, IOAW, IOAZ]

De tegenprestatie die wij van u verwachten duurt maximaal 12 dagen per jaar en maximaal 16 uur per week. Dit is om de volgende redenen:

  • a.

    De tegenprestatie mag het vinden van betaald werk niet in de weg zitten.

  • b.

    de tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing van werknemers en oneerlijke concurrentie.

  • c.

    Het moet gaan om activiteiten die maatschappelijk nuttig zijn, maar waarvoor u geen beloning kunt vragen.

3.5.3 Voorwaarden tegenprestatie

[PW,IOAW,IOAZ]

  • 1.

    Bij het opleggen van een tegenprestatie houden wij rekening met uw persoonlijke omstandigheden, zoals gezinssituatie, duur van de werkloosheid, eventuele beperkingen en sociale activering.

  • 2.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

3.5.4 Geen tegenprestatie

[PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    Wij leggen geen tegenprestatie op bij een grote kans op betaalde arbeid. De reden is dat de focus gericht is en blijft op betaalde arbeid.

  • 2.

    Wij leggen geen tegenprestatie op als u mantelzorg geeft die hiermee niet te combineren is.

  • 3.

    Wij leggen geen tegenprestatie op, als u een re-integratievoorziening gebruikt. De reden is dat de focus gericht is en blijft op re-integratie en betaald werk.

3.6 Kinderopvang sociaal medische indicatie

  • 1.

    Wij kunnen een vergoeding geven voor de kosten van kinderopvang als er sprake is van een sociaal medische indicatie.

  • 2.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen..

 

3.7 Meedoen in samenleving

  • 1.

    Als u door een beperking, een psychisch of psychosociaal probleem hulp nodig heeft om mee te doen in de samenleving (participatie) en blijkt uit het onderzoek dat u voldoet aan de voorwaarden van artikel 2.2.1. van deze verordening, dan kunt u op aanvraag ondersteuning-op-maat krijgen.

  • 2.

    U kunt hulp krijgen als u de hulp langdurig nodig heeft en deze een passende bijdrage voor u betekent. Zo bent u in staat om mee te doen in de samenleving en kunt u zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving blijven wonen.

  • 3.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

3.7.1 Dagbesteding

[Wmo]

Wij zorgen ervoor dat inwoners die vanwege een beperking onvoldoende in staat zijn om de dag goed in te vullen, ondersteuning-op-maat kunnen krijgen. De activiteiten variëren van arbeidsmatige tot recreatieve activiteiten en andere groepsactiviteiten voor één of meer dagdelen per week. Ze dragen bij aan uw zelfredzaamheid en meedoen in de samenleving. De activiteiten sluiten aan op wat u (nog) kunt leren/ontwikkelen en/of bijdragen in de samenleving.

3.7.2 Begeleiding

[Wmo}

Wij zorgen ervoor dat inwoners die hulp nodig hebben bij de dagelijkse activiteiten, ondersteuning-op-maat in de vorm van begeleiding kunnen krijgen. De begeleiding kan een-op-een of in een groep plaatsvinden. Het betekent, dat de begeleider helpt bij de dagelijkse gang van zaken en u helpt om op een goede manier met uw omgeving om te gaan.

Voor zover mogelijk is de individuele begeleiding bedoeld om toe te werken naar een situatie waarin deze niet meer nodig is. U maakt dan voor het meedoen in de samenleving en zelfredzaamheid gebruik van andere voorzieningen en organisaties. De focus ligt op trainen en coachen.

3.7.3. Contact met anderen (vervoer)

[Wmo]

De gemeente zorgt ervoor dat dat inwoners die zich vanwege een beperking niet voldoende kunnen verplaatsen in en om de woning, ondersteuning-op-maat kunnen krijgen. Zij moeten wel voldoen aan de voorwaarden in artikel 2.2.1.

3.7.4 Rolstoel

[Wmo]

Als u door een beperking niet in staat bent om u voldoende te verplaatsen in en om uw woning, dan kunt u ondersteuning-op-maat krijgen. De ondersteuning-op-maat is een rolstoel voor dagelijks zittend gebruik.

3.7.5 Verplaatsen over korte afstand

[Wmo]

  • 1.

    Als u door een beperking niet in staat bent om binnen redelijke grenzen contact met anderen te hebben, dan kunt u ondersteuning-op-maat krijgen. Dit betekent hulp bij het vervoer dichtbij huis zodat u bijvoorbeeld mee kunt doen aan recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten en zelf dagelijkse boodschappen kunt doen.

  • 2.

    De ondersteuning op maat kan bestaan uit reizen met het collectief vervoer of een vervoermiddel.

  • 3.

    Het moet gaan om:

    • a.

      het verplaatsen rondom de woning;

    • b.

      het verplaatsen over een langere afstand dichtbij huis, binnen een straal van maximaal 25 kilometer rond uw woning.

    • c.

      het vervoer naar de plek waar u meedoet aan een activiteit van de gemeente om de dag in te vullen.

  • 4.

    De gemeente wil het collectief taxivervoer voor inwoners die dat nodig hebben beschikbaar en betaalbaar houden. Daarom kijk de gemeente eerst of een vervoersprobleem opgelost kan worden met collectief taxivervoer, voordat andere ondersteuning-op-maat voorzieningen aan de orde kunnen komen. Het collectief taxivervoer is gericht op het verplaatsen in de directe woon- en leefomgeving. We gaan er daarom vanuit dat maximaal 1.500 kilometer per jaar voldoende is om te kunnen meedoen.

  • 5.

    Bij de (elektrisch aangedreven) individuele vervoersvoorziening geldt voor een stallingsplek:

    Er moet een brandveilige stallingsplek beschikbaar zijn.

    U moet meewerken aan het realiseren van een geschikte individuele of gezamenlijke stalling.

  • 6.

    Wij kunnen een aanvraag voor een individuele vervoersvoorziening weigeren als er geen geschikte stalling in of rond de woning mogelijk is.

3.7.6 Vervanging vervoersvoorziening over korte afstand en rolstoel

[Wmo]

Wilt u ondersteuning-op-maat en gaat het gaat om vervanging van een eerder verstrekte rolstoel of vervoersvoorziening over korte afstand? Wij doen dit alleen als deze:

  • technisch is afgeschreven;

  • verloren is gegaan buiten uw schuld;

  • u geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten;

  • geen oplossing meer is voor uw problemen bij het verplaatsen in en om de woning of bij het vervoer dichtbij huis.

Hoofdstuk 4. Gezond en veilig opgroeien

Jeugdigen moeten zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Dit is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de ouders/opvoeders, jeugdigen, hun netwerk en onze samenwerkingspartners in de maatschappij. Als zij dit zelf niet kunnen, dan kunnen zij om hulp vragen bij de gemeente. Daarbij staat het versterken van eigen kracht van de ouders, de jeugdigen, hun netwerk en het systeem om hen heen voorop. Wanneer ouders en jeugdigen ons vragen om ondersteuning wijzen wij hen eerst op de voorliggende voorzieningen. De gemeente zorgt voor passende ondersteuning als dat echt nodig is.

 

4.1 Uitgangspunten bij ondersteuning

[Jeugdwet]

  • 1.

    Tegenslagen zijn onderdeel van het leven. De ontwikkeling van kinderen verloopt vaak met hobbels. Lastig gedrag hoort daar soms bij. Ondersteuning-op-maat is daar niet altijd de oplossing voor.

  • 2.

    De ondersteuning is gericht op het versterken van de eigen mogelijkheden, het probleemoplossend vermogen en het sociale netwerk.

  • 3.

    Bij het onderzoek en het bepalen van passende ondersteuning houden we rekening met de persoonlijke wensen voor de keuze aan ondersteuning. We houden redelijkerwijs rekening met geloof, levensovertuiging en culturele achtergrond.

  • 4.

    Wij betrekken uw wensen bij de keuze voor de ondersteuning.

  • 5.

    Voor het gewenste effect kijken we eerst of dit bereikbaar is op eigen kracht of met het sociale netwerk. Kan dit niet? Dan kijken we of het mogelijk is met algemene voorzieningen (artikel 4.3). Kan daarmee het gewenste effect niet bereikt worden? Dan is er ondersteuning-op-maat.

4.2 verantwoordelijkheid ouders

[Jeugdwet, Burgerlijk Wetboek]

  • 1.

    U heeft als ouder een zorgplicht voor uw kind(eren), ook voor een kind met een ziekte, aandoening of beperking. Dit hoort bij de plicht van de ouder om zijn kind te verzorgen en op te voeden.

  • 2.

    Uitgangspunt van de Jeugdwet en deze verordening is dat wij alleen ondersteuning-op-maat geven, als u er niet uitkomt op eigen kracht en met het sociale netwerk. Wat eigen kracht is staat in artikel 2.4.2 op vergelijkbare wijze.

4.3 Algemene voorzieningen

[Jeugdwet]

  • 1.

    We zetten ons in voor een positieve ontwikkeling van onze jeugd, mede door een integrale aanpak en versterking van algemene voorzieningen. Om dat te bereiken, ondersteunen wij alle jeugdigen, ouders en hun sociale netwerk met:

    • a.

      Het versterken van de opvoed- en opgroeiomgeving, waar gezinnen, wijken, scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen samenwerken en elkaar aanvullen;

    • b.

      Informatie en advies over opvoeden en opgroeien;

    • c.

      Lichte ondersteuning en gezinsbegeleiding op alle leefgebieden gericht op:

      • -

        veranderen of leren hanteren van gedrag;

      • -

        versterken van opvoedvaardigheden van ouders;

      • -

        versterken van zelfredzaamheid en weerbaarheid;

      • -

        creëren van goede pedagogische omstandigheden in het gezin;

      • -

        voorkomen van onveiligheid;

    • d.

      Meedoen in de samenleving;

    • e.

      Jeugdgezondheidszorg (GGD, consultatiebureau, schoolarts);

    • f.

      Activiteiten voor jongeren voor optimale ontwikkeling;

    • e.

      Advies- en meldpunt Veilig Thuis;

    • g.

      Jeugd- en jongerenwerk.

  • 2.

    Wij vangen zo vroeg mogelijk signalen op over zorgen bij opgroei- en opvoedingsproblemen. Op die manier bieden we ook zo vroeg mogelijk ondersteuning.

4.4 Ondersteuning-op-maat

[Jeugdwet]

  • 1.

    Wij kunnen in ieder geval, binnen de gestelde kaders, de volgende ondersteuning-op-maat bieden:

    • a.

      Ondersteuning bij het dagelijkse leven en persoonlijke verzorging;

    • b.

      Respijtzorg;

    • c.

      Ambulante behandeling van ontwikkelingsproblematiek;

    • d.

      Ambulante behandeling van psychische/psychiatrische problematiek;

    • e.

      Diagnostiek en ambulante behandeling van Ernstige Dyslexie (ED);

    • f.

      Ambulante behandeling van problematiek door verstandelijke beperking;

    • g.

      Verblijfszorg;

    • h.

      Jeugdzorg Plus;

    • i.

      Pleegzorg;

    • j.

      Crisisinterventie.

  • 2.

    Vervoer van de jeugdige van en naar de ondersteuning-op-maat voor zover:

    • a.

      dit noodzakelijk is vanwege een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid (artikel 2.3, tweede lid van de Jeugdwet). In de afweging over welke voorziening wordt toegekend gaan we uit van de mate van zelfredzaamheid van de jeugdige en de ouders en de eigen kracht (artikel 2.6).

    • b.

      de regionale inkoopafspraken hier niet in voorzien;

  • 3.

    Wij kunnen uitvoeringsregels stellen over de voorwaarden waaronder een ondersteuning-op-maat voor vervoer wordt toegekend.

  • 4.

    Ondersteuning-op-maat is niet vrij toegankelijk. U heeft een besluit van ons nodig of een verwijzing van een huisarts, jeugdarts of medisch specialist.

4.5 Geen ondersteuning-op-maat

De onderstaande voorzieningen worden niet gezien als ondersteuning-op-maat en worden dus niet door ons toegekend, tenzij de voorzieningen noodzakelijk zijn voor het behalen van het beoogde effect van een jeugdhulpverleningstraject:

  • 1.

    Alle ondersteuningsvormen die horen bij de Wet passend onderwijs (niet limitatief):

    • -

      Meting cognitief niveau;

    • -

      Klassenobservaties;

    • -

      Trainingen in sociale vaardigheden;

    • -

      Interventies voor klassenmanagement (zoals Taakspel en Beter bij de Les);

    • -

      Schrijfoefeningen;

    • -

      Ondersteuning bij ernstige lees-, spellings- en/of rekenproblemen;

    • -

      Ondersteuning bij hoogbegaafdheid;

    • -

      Logopedisch onderzoek;

    • -

      Diagnostiek en behandeling van niet-ernstige dyslexie en dyscalculie;

    • -

      Begeleiding van leerkrachten en stagebegeleiding;

    • -

      Hulp bij plannen van schoolwerk;

    • -

      Huiswerkbegeleiding/ trainen van executieve functies.

  • 2.

    Alle ondersteuningsvormen die horen bij algemene voorzieningen en/ of kunnen worden uitgevoerd door de Toegang of de Jeugdgezondheidszorg.

  • 3.

    Alle ondersteuningsvormen die geboden worden ten behoeve van de Kinderopvang.

  • 4.

    Gemeentelijke regelingen die vanwege financiële problemen benut kunnen worden voor kinderen en jongeren om deel te nemen aan een sport, dans, muziek, beeldende kunst of theater.

  • 5.

    Alle ondersteuningsvormen die alleen gericht zijn op de eigen problematiek van ouders.

  • 6.

    Alle ondersteuningsvormen die vergoed worden door een (aanvullende) zorgverzekering.

  • 7.

    Diergeleide interventies.

4.6 Overgang naar volwassenheid (18- naar 18+)

[Jeugdwet, Wmo]

  • 1.

    Krijgt uw kind ondersteuning-op-maat? Dan zorgen we samen met u voor een soepele overgang van 18- naar 18+ als er nog een noodzaak voor ondersteuning-op-maat bestaat. In samenspraak met de aanbieder maken we hiervoor een plan. Dit plan besteedt aandacht aan:

    • a.

      scholing, werk of participatie;

    • b.

      wonen;

    • c.

      inkomen;

    • d.

      zorg en ondersteuning;

    • e.

      vrije tijd;

    • f.

      het netwerk van uw kind.

  • 2.

    Het is mogelijk dat ten behoeve van uw kind ondersteuning op grond van de Wmo of zorg op grond van de Zorgverzekeringswet nodig is. Dit hoort ook in het plan, net als de financiële gevolgen die een beroep op deze voorzieningen met zich meebrengt, zoals het wettelijk verplicht eigen risico (Zvw) en de eigen bijdrage Wmo.

  • 3.

    Is er sprake van pleegzorg? Dit loopt tot de dag dat de jeugdige 21 jaar is. Tenzij de jeugdige achttien jaar of ouder is en op eigen benen wil (kan?) staan. De ondersteuning verlengen we soms totdat de jeugdige 23 jaar is.

4.7 Afstemming met andere vormen van ondersteuning

[Jeugdwet]

Wij zorgen dat ondersteuning-op-maat aansluit bij andere vormen van ondersteuning aan u of uw kind. Om dat te bereiken maken wij afspraken met hulpverleners, instellingen, onderwijs, zorgverzekeraars en/of andere personen of organisaties. De afspraken leggen we vast en kunnen gaan over onder andere:

  • procedures die gelden bij doorverwijzing naar hulp;

  • communicatie met andere organisaties;

  • afbakening van taken en verantwoordelijkheden;

  • aansluiting tussen algemene voorzieningen en ondersteuning-op-maat.

4.8 Klachten over CJG

[Awb, Jeugdwet]

Een klacht over de toegang tot jeugdhulp vanuit het CJg , of over de jeugdhulpverlening door het CJG dient u in bij het CJG.. Voor deze klachten geldt de Klachtenregeling Jeugdhulp BVO CJG Drimmelen Geertruidenberg.

 

4.9 Vertrouwenspersoon Jeugd

[Jeugdwet]

U kunt voor een vertrouwenspersoon terecht bij het Advies- en Klachtbureau Jeugdzorg (AKJ). Deze vertrouwenspersoon helpt u of uw ouders op verzoek bij problemen, klachten en vragen. Bijvoorbeeld bij ondersteuning door ons, de jeugdhulpaanbieder, de gecertificeerde instelling jeugdbescherming en jeugdreclassering en het Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis).

Hoofdstuk 5. Wonen in een veilige en gezonde omgeving

Inwoners met een beperking en/of langdurige psychische of psychosociale problemen hebben soms hulp nodig om zo lang en zelfstandig mogelijk in hun eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. Wij ondersteunen u als u niet zelf of met mensen in uw omgeving oplossingen kunt vinden voor knelpunten in uw woning, bij normale dagelijkse activiteiten en in de huishouding. Wij kijken niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar te verwachten ontwikkelingen. Wij verwachten dat u zelf ook rekening houdt met de toekomst en dat u hierop inspeelt om problemen te voorkomen. In dit hoofdstuk staan regels over de ondersteuning die wij u kunnen bieden.

 

5.1 Uitgangspunten

[Wmo]

  • 1.

    Het is belangrijk dat u zo lang mogelijk zelfstandig woont, de normale dagelijkse activiteiten doet en uw eigen huishouden voert. Dat is in de eerste plaats uw eigen verantwoordelijkheid. Het kan zijn dat u hulp nodig heeft, vanwege een beperking of door een langdurig psychisch of psychosociaal probleem. U kunt ons om ondersteuning vragen als u zelf geen oplossing kunt vinden voor uw problemen.

  • 2.

    De ondersteuning heeft verschillende vormen. De voorwaarden voor ondersteuning-op-maat staan in artikel 2.4.5 van deze verordening.

  • 3.

    Heeft u ondersteuning nodig bij (zelfstandig) wonen of opvang? Dan moet onze ondersteuning eraan bijdragen dat u zich zo snel mogelijk weer zelf redt in de samenleving. Inwoners worden zo dichtbij mogelijk en in hun eigen omgeving geholpen.

  • 4.

    Wij willen u op een aanvaardbaard niveau van meedoen en zelfredzaamheid brengen, dat past bij uw situatie. Hierbij is uw situatie voordat u beperkingen had van belang. Net als de situatie van mensen in vergelijkbare omstandigheden en in dezelfde leeftijdscategorie zonder beperkingen. Aanvaardbaar wil soms ook zeggen dat u zich er misschien bij moet neerleggen dat er belemmeringen of beperkingen blijven. De ondersteuning beperkt zich tot wat noodzakelijk is voor versterking of behoud van zelfredzaamheid en meedoen. De ondersteuning gaat niet zo ver dat wij rekening kunnen en moeten houden met al uw wensen, waaronder persoonlijke voorkeuren, smaak, luxe en gewoontes.

5.2 Zelfstandig en veilig wonen

5.2.1 Geschikte woning

[Wmo]

  • 1.

    Als het normale gebruik van uw woning niet meer mogelijk is door een beperking en u voldoet aan de voorwaarden in artikel 2.4.5 dan kunt u ondersteuning-op-maat krijgen.

  • 2.

    De ondersteuning-op-maat houdt in dat we uw woning bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar maken.

  • 3.

    Soms kunnen wij uw woning niet of slechts tegen zeer hoge kosten aan laten passen. Dan verwachten wij van u dat u verhuist naar een geschikte(re) woning, als deze beschikbaar is. Uw huidige woning passen wij dan niet aan.

  • 4.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

5.2.2 Afschrijvingsregeling woningaanpassing

[Wmo]

  • 1.

    Als u uw koopwoning verkoopt en u kreeg hiervoor eerder een (vaste) bouwkundige woningaanpassing en u verkoopt de woning binnen vijf jaren na de datum van gereedmelding van de werkzaamheden, dan moet u dit schriftelijk melden bij de gemeente. Dit moet u doen binnen één week na het passeren van de akte.

  • 2.

    Als de afschrijvingsregeling voor u geldt, dan staat in de beschikking dat u de Wmo-middelen voor de voorziening gedeeltelijk moet terugbetalen bij verkoop van de woning, zoals bedoeld in het eerste lid. We stellen in uitvoeringsregels vast boven welk bedrag de afschrijvingsregeling van toepassing is.

  • 3.

    De terugbetaling als bedoeld in het tweede lid is:

    • a.

      bij verkoop in eerste jaar 70% van de uitbetaalde verbouwingskosten;

    • b.

      bij verkoop in tweede jaar 60% van de uitbetaalde verbouwingskosten;

    • c.

      bij verkoop in derde jaar 50% van de uitbetaalde verbouwingskosten;

    • d.

      bij verkoop in vierde jaar 40% van de uitbetaalde verbouwingskosten;

    • e.

      bij verkoop in vijfde jaar 30% van de uitbetaalde verbouwingskosten.

  • In alle gevallen min het bedrag dat u al aan eigen bijdragen via het CAK betaalde.

5.2.3 Een schone en leefbare woning

[Wmo}

  • 1.

    U kunt ondersteuning-op-maat krijgen als u als gevolg van een beperking uw woning niet schoon een leefbaar kan houden en u voldoet aan de voorwaarden in artikel 2.4.5.

  • 2.

    De ondersteuning-op-maat betekent dat u mogelijk de voorziening ‘huishoudelijke ondersteuning’ krijgt. De hulp bij het huishouden maakt, waar mogelijk samen met u, het huis schoon. Als er in uw huishouden minderjarige kinderen zijn, dan is ondersteuning-op-maat soms ook het overnemen van de gebruikelijke zorg voor de kinderen. Deze hulp is vooral bedoeld om de periode te overbruggen tot er andere hulp is.

  • 3.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

5.2.4 Beschermd wonen

[Wmo]

Als u ondersteuning-op-maat in de vorm van beschermd wonen nodig heeft, gelden de regels die zijn vastgelegd in de Verordening maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Breda. Dit gaat om inwoners met psychische of psychosociale problemen die problemen hebben met zelfstandig wonen.

5.2.5 Maatschappelijke opvang

[Wmo]

Wij zorgen voor ondersteuning-op-maat in de vorm van tijdelijke (maatschappelijke) opvang. Dit doen wij als u de thuissituatie heeft verlaten als gevolg van psychische of psychosociale problemen of dreiging van huiselijk geweld en u zich niet op eigen kracht kan handhaven in de samenleving. Voor maatschappelijke opvang gelden de regeling in de Verordening maatschappelijke ondersteuning Breda en de daarop gebaseerde Uitvoeringsregels.

 

5.3 Mantelzorg

5.3.1 Ondersteuning mantelzorg

[Wmo]

  • 1.

    Als u mantelzorg verleent en u niet meer in staat bent om dit vol te houden of om te voorkomen dat u overbelast raakt, dan kunt u ondersteuning-op-maat krijgen.

  • 2.

    Ondersteuning-op-maat betekent meestal dagbesteding of logeerzorg.

Hoofdstuk 6. De vorm van ondersteuning

Als wij u ondersteunen, kan dat in verschillende vormen. In dit hoofdstuk vindt u de regels daarvoor. Wij kunnen ondersteuning bieden in de vorm van een dienst, zoals hulp in de huishouding. Maar we kunnen u ook ondersteunen met behulp van een hulpmiddel, zoals bijvoorbeeld een rolstoel. Een uitkering of minimaregeling noemen wij ondersteuning in de vorm van geld.

Ondersteuning in natura is ondersteuning die u van een instelling of professional krijgt die een

contract heeft met de gemeente. Onder ondersteuning valt ook het persoonsgebonden budget (pgb). Dit is geld waarmee u zelf de ondersteuning inkoopt die u nodig heeft. Wij bieden u de ondersteuning die noodzakelijk is om het gewenste effect te bereiken.

 

6.1 Ondersteuning in natura (een dienst of een product)

[Jeugdwet, Wi2021, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet]

  • 1.

    Als u in aanmerking komt voor ondersteuning, krijgt u deze ondersteuning in natura (een dienst of een product), tenzij dit niet passend is. Als u in aanmerking komt voor een hulpmiddel, dan verstrekken we dit in bruikleen of in eigendom.

  • 2.

    Wij zien erop toe dat de aanbieder van een dienst of een product de wettelijke bepalingen en contractuele afspraken over garantie en kwaliteit nakomt en u ook informeert over alles wat belangrijk is om te weten over de dienst of het product.

6.2 Ondersteuning in geld

[PW, IOAZ, Gemeentewet, Awb]

  • 1.

    In de wet, deze verordening en uitvoeringsregels staat wanneer u ondersteuning kunt krijgen in de vorm van geld.

  • 2.

    Ondersteuning in de vorm van geld hoeft u meestal niet terug te betalen, behalve als de wet of deze verordening anders bepaalt.

  • 3.

    De betaling gebeurt op het bankrekeningnummer dat u hebt doorgegeven, tenzij anders is afgesproken.

  • 4.

    Wij kunnen beslissen om het geld niet te betalen, maar te verrekenen met een bedrag dat u nog moet terugbetalen aan de gemeente. Dat is een verrekening van een vordering. Wij kunnen dit alleen doen als dit volgens de wettelijke regels kan. En het moet gaan om een vordering op grond van een van de wetten waarover deze verordening gaat.

6.3 Persoonsgebonden budget

[Jeugdwet, Wmo]

6.3.1 Voorwaarden

[Jeugdwet, Wmo]

  • 1.

    In plaats van ondersteuning in natura kunt u een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen. U moet wel voldoen aan de voorwaarden uit de Wmo, de Jeugdwet, deze verordening en de uitvoeringsregels.

  • 2.

    U kunt pas een pgb krijgen als u motiveert dat het aanbod ondersteuning in natura niet passend is.

  • 3.

    U maakt een plan voor de besteding van het pgb. In het pgb-plan schrijft u onder andere welke ondersteuning u met het pgb wilt betalen en wie de ondersteuning gaat geven en welke effect ermee bereikt gaat worden.

  • 4.

    U moet de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kunnen uitvoeren. Daarom kunt u pas een pgb krijgen als wij vinden dat u (of uw wettelijk- of pgb-vertegenwoordiger) in staat bent uw belangen voldoende te behartigen. Wij toetsen dit met een 10-puntenlijst “Pgb-vaardigheid” van het Ministerie van VWS.

  • 5.

    U of uw wettelijk vertegenwoordiger kan een pgb-vertegenwoordiger aanstellen. Deze persoon beheert het pgb namens u. Wij toetsen of de pgb-vertegenwoordiger voldoet aan de eisen als bedoeld in het eerste lid. Als deze voldoet, registreren wij de pgb-vertegenwoordiger en we kunnen deze aanmelden bij de SVB

  • 6.

    U kunt pas een pgb krijgen als wij vinden dat de ondersteuning-op-maat die wordt ingekocht veilig, doeltreffend en cliëntgericht is. Ook moet deze bijdragen aan het bereiken van het beoogde effect dat in het Pgb-plan is opgenomen. Voor de Jeugdwet beoordelen we ook nog of u voldoet aan alle genoemde voorwaarden in artikel 8.1.1 Jeugdwet.

  • 7.

    U kunt pas een pgb krijgen als er op geen enkele manier door een aanbieder of persoon druk op u is uitgeoefend om de ondersteuning-op-maat, in welke vorm dan ook, van deze aanbieder of persoon in te kopen.

  • 8.

    Het pgb is bedoeld voor ondersteuning, maar kunt u niet voor alle kosten die daarmee te maken hebben gebruiken. Het pgb is er niet voor:

    • a.

      kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers;

    • b.

      het voeren van een pgb-administratie;

    • c.

      ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie;

    • d.

      kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s);

    • e.

      reiskosten van de zorgverlener.

  • 9.

    Wij kunnen een pgb niet verstrekken als u niet voldoet aan één van onderstaande voorwaarden:

    • a.

      De kosten zijn gemaakt vóórdat de aanvraag is ingediend en het is niet meer is na te gaan of die ondersteuning nodig was.

    • b.

      Het gaat om kosten voor vervoer, maar u kunt het collectief taxivervoer gebruiken.

    • c.

      Uit het door u ingediende pgb-plan blijkt niet dat de kwaliteit van de ondersteuning voldoende gewaarborgd is. Voor jeugdhulp geldt bij een weigeringsgrond artikel 8.1.1, het vierde lid, van de Jeugdwet.

    • d.

      U kunt het pgb niet zelf beheren en er is geen geschikte pgb-vertegenwoordiger.

    • e.

      De beoogde pgb-vertegenwoordiger is dezelfde persoon is als de beoogde hulpverlener.

    • f.

      Voor pleegzorg.

6.3.2 Professionele hulp of niet-professionele hulp

[Jeugdwet, Wmo]

  • 1.

    Bij het vaststellen van de hoogte van een pgb, maken we onderscheid tussen professionele en niet-professionele hulp.

  • 2.

    Sociaal netwerk is niet-professionele hulp. Ondersteuning door een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad, wordt altijd als ondersteuning door iemand uit het sociale netwerk gezien.

  • 3.

    Bij de beoordeling van inzet vanuit het sociale netwerk moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

    • a.

      De ondersteuning is veilig, doeltreffend en cliëntgericht;

    • b.

      de ondersteuning leidt niet tot overbelasting van de persoon/personen die de ondersteuning biedt/bieden.

  • 4.

    De inzet van het sociaal netwerk met een pgb vanuit de Jeugdwet is passend, bij één of meerdere van de volgende omstandigheden:

    • a.

      de ondersteuning is vooraf niet goed te plannen;

    • b.

      de ondersteuning is nodig op ongebruikelijke tijden;

    • c.

      de ondersteuning is nodig op veel korte momenten per dag;

    • d.

      de ondersteuning is nodig op verschillende locaties;

    • e.

      de ondersteuning moet 24 uur per dag en op afroep beschikbaar zijn (Jeugdwet);

    • f.

      de ondersteuning moet vanwege de aard van de beperking worden geboden door een persoon met wie de jeugdige/ inwoner vertrouwd is en goed contact heeft.

  • 5.

    Voor de beoordeling van de gemiddelde tijd en frequentie van persoonlijke verzorging bij Jeugdhulp gebruiken we de tabel Gemiddelde tijd en frequentie persoonlijke verzorgings-activiteiten van het CIZ.

  • 6.

    Van professionele hulp voor jeugdhulp is sprake als deze voldoet aan de kwaliteitseisen in hoofdstuk 4 van de Jeugdwet. Om in aanmerking te komen voor een maximum van het gecontracteerde tarief van ZIN, moet de aanbieder een SKJ- of BIG-registratie hebben. Is dit niet het geval? Dan moet er minimaal voldaan worden aan alle volgende eisen:

    • a.

      De aanbieder heeft een VOG;

    • b.

      er is sprake van e en andere beroepsregistratie binnen de jeugdzorg;

    • c.

      de aanbieder is aangesloten bij een klachtenprocedure;

    • d.

      de aanbieder is aangesloten bij een erkende beroepsvereniging;

    • e.

      de aanbieder gebruikt (bij-)scholing;

    • f.

      de aanbieder gebruikt de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling;

    • g.

      de aanbieder gebruikt een privacyverklaring;

    • h.

      de aanbieder heeft een passende opleiding.

  • 7.

    Bij een professionele aanbieder vanuit de Jeugdwet, verwachten wij een dossier per jeugdige voor verlening van jeugdhulp (artikel 7.3.8 van de Jeugdwet). Verder verwachten wij een evaluatieverslag met doelen van de jeugdhulp.

  • 8.

    Een professionele aanbieder vanuit de Wmo moet voldoen aan de voor de functie vereiste deskundigheid, vaardigheden en wettelijke eisen.

  • 9.

    De met het pgb ingekochte professionele ondersteuning vanuit de Wmo voldoet minimaal aan de kwaliteitseisen voor gecontracteerde aanbieders van vergelijkbare ondersteuning.

6.3.3 Hoogte en tarief pgb Wmo

[Wmo]

  • 1.

    De hoogte van een pgb:

    • a.

      wordt vastgesteld aan de hand van een door u opgesteld plan waarin in ieder geval is beschreven:

      • ◦1.

        welke ondersteuning u met het pgb wilt betalen

      • ◦2.

        indien van toepassing, welke hiervan de cliënt wil betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk;

    • b.

      wordt berekend op basis van een prijs of tarief:

      • ◦1.

        waarmee het pgb hoog genoeg is om tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede ondersteuning, van derden te ontvangen;

      • ◦2.

        waarbij rekening is gehouden met redelijke overheadkosten van derden van wie u ondersteuning wil inzetten;

      • ◦3.

        wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering;

    • c.

      bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare ondersteuning in natura

  • 2.

    De hoogte van een pgb wordt vastgesteld voor:

    • a.

      Taxi- en rolstoeltaxivervoer: dit wordt vergoed volgens het tarief dat in de regio gebruikelijk is. U ontvangt een vergoeding voor maximaal 1500 kilometer per jaar. Volgens de Wmo 2015 ontvangt u geen vergoeding voor het gewone gebruik van eigen auto of (rolstoel)taxi;

    • b.

      een autoaanpassing: als u dit nodig hebt, ontvangt u een vergoeding voor de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor wordt gebruikt door een door ons goedgekeurde leverancier, of op basis van een kostenraming door een onafhankelijk adviesbureau;

    • c.

      aanschaf en onderhoud van andere voorzieningen zoals een sportrolstoel: u ontvangt een vergoeding op basis van de laagste prijs en het laagste tarief die hiervoor wordt gehanteerd door een door ons gecontracteerde leverancier, of op basis van een kostenraming door een onafhankelijk adviesbureau, of op basis van de kosten voor de voorziening als deze op andere wijze (in overleg met de gemeente) ontvangen kan worden;

    • d.

      het bezoekbaar maken van een woning: op basis van de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor wordt gebruikt door een ons goedgekeurde aannemer, of op basis van een kostenraming door een onafhankelijk adviesbureau.

  • 3.

    Een inwoner aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen, binnen de gestelde kaders, onder de volgende voorwaarden ontvangen van een persoon die behoort tot het sociale netwerk van de cliënt of een andere niet-professionele ondersteuner als:

    • a.

      deze persoon de werkzaamheden niet onbetaald wil verrichten;

    • b.

      deze persoon hiervoor een tarief hanteert dat maximaal 60% bedraagt van het laagste toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder, en

    • c.

      het tarief of de prijs, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, onder 1°, minimaal het wettelijke minimumloon bedraagt of zoveel meer, tot ten hoogste 60% van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate maatwerkvoorziening in natura, als noodzakelijk is om:

      • ◦1.

        te verzekeren dat het budget de inwoner in staat stelt tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief ondersteuning, van derden te betrekken, en

      • ◦2.

        op gepaste wijze rekenschap te geven van de gezinssituatie en van de relevante werkervaring en kwalificaties van deze persoon;

    • d.

      tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald.

6.3.4 Hoogte en tarief pgb Jeugdwet

[Jeugdwet]

  • 1.

    U maakt een pgb-plan voor de besteding van het pgb. Hierin staat welke ondersteuning u met het pgb betaalt en wie de ondersteuning geeft. Nadat we het plan goedgekeurd hebben, stellen we het pgb vast. Wij baseren de hoogte van het pgb bij een professionele aanbieder op de tarieven van de contracten bij zorg in natura (ZIN). Een pgb mag maximaal de kosten van ZIN bedragen. De pgb tarieven voor jeugdhulp zijn gebaseerd op de tariefstelling van deze aanbieder met een maximum van het gecontracteerde tarief van ZIN (100%).

  • 2.

    Bij jeugdhulp door een niet-professionele aanbieder, bijvoorbeeld iemand uit het sociaal netwerk, is het tarief maximaal € 20 per uur. Voor logeerzorg door een niet-professionele aanbieder is er een onkostenvergoeding van maximaal € 30 per etmaal.

6.3.5 Verantwoording en uitbetaling pgb

[Jeugdwet, Wmo]

  • 1.

    Wij kunnen u op elk moment vragen om duidelijk te maken hoe u het pgb heeft besteed en welke effecten de ondersteuning heeft. De budgetbeheerder zal daarom een duidelijke en volledige administratie moeten bijhouden. Voor dat verslag kunnen we een formulier verplicht stellen.

  • 2.

    U mag uit het pgb alleen de ondersteuning betalen die de hulpverlener ook daadwerkelijk heeft geleverd.

  • 3.

    Een pgb voor ondersteuning-op-maat moet u binnen zes maanden na toekenning besteden om de ondersteuning te bekostigen. Bij woningaanpassing is dat 24 maanden.

  • 4.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

6.3.6 Opschorten pgb

[Jeugdwet, Wmo]

Wij kunnen aan de SVB vragen om de uitbetaling uit het pgb geheel of gedeeltelijk stop te zetten, totdat er een besluit is om het pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kunnen we doen als er sprake is van één van de volgende situaties:

  • a.

    u gaf onjuiste of onvolledige informatie, terwijl het geven van juiste of volledige informatie zou leiden tot een andere beslissing;

  • b.

    u voldoet niet aan de voorwaarden voor een pgb;

  • c.

    u gebruikte het pgb niet of voor een ander doel.

6.4 Wat is uw bijdrage in de kosten?

[Wmo]

  • 1.

    U betaalt een eigen bijdrage in de kosten van ondersteuning-op-maat.

  • 2.

    We passen daarbij de wettelijke regels van het Uitvoeringsbesluit Wmo2015 toe. De hoogte van deze periodieke bijdrage is gelijk aan het bedrag dat u maximaal betaalt op. De maximale eigen bijdrage mag niet meer zijn dan de kostprijs van de voorziening.

  • 3.

    De kostprijs van de ondersteuning-op-maat in natura is bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder.

  • 4.

    De kostprijs van ondersteuning-op-maat in pgb is gelijk aan de hoogte van dat pgb.

  • 5.

    Wanneer het gaat om kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige gaat dan betalen de onderhoudsplichtige ouders de bijdrage. Dat geldt ook voor de ouder tegen wie een vaderschapsactie is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft toegewezen (artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek). En voor degene die als niet-ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige inwoner.

  • 6.

    Voor het gebruik van collectief taxivervoer geldt een eigen bijdrage per rit. Deze wordt regionaal bepaald en vastgelegd in uitvoeringsregels.

  • 7.

    De eigen bijdrage kan gepauzeerd worden als u langer dan zes weken niet thuis bent en de ondersteuning-op-maat niet gebruikt. Dit geldt alleen voor ondersteuning-op-maat in de vorm van een dienst.

  • 8.

    Als u gebruik maakt van maatschappelijke opvang of beschermd wonen betaalt u een bijdrage in de kosten aan de centrumgemeente Breda.

Hoofdstuk 7. Inkomen en schulden

Heeft u een laag inkomen en weinig vermogen om de dagelijkse kosten te betalen? Dan kunt u mogelijk gebruikmaken van een financieel vangnet, zoals een bijstandsuitkering. Daarnaast zijn er verschillende aanvullende regelingen en uitkeringen beschikbaar. In dit hoofdstuk leest u voor wie dit geldt, hoe wij u hierbij kunnen helpen en wat wij van u verwachten.

 

7.1 Armoedebeleid

[PW, Gemeentewet, Wgs]

In deze paragraaf staat waar wij rekening mee houden bij het maken en uitvoeren van beleid, om bij te dragen aan het voorkomen van armoede en schulden en verergering tegen te gaan.

 

7.2 Bijzondere bijstand

[PW]

  • 1.

    U kunt bijzondere bijstand aanvragen voor extra uitgaven die noodzakelijk zijn, die door bijzondere omstandigheden zijn ontstaan en die u niet kunt betalen uit uw maandelijkse inkomen of andere aanwezige middelen.

  • 2.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

7.3 Studietoeslag

[PW]

  • 1.

    Studenten die door een structurele ziekte of gebrek naast hun studie niet in staat zijn eigen inkomsten te verwerven, kunnen in aanmerking komen voor studietoeslag.

  • 2.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

7.4 Individuele inkomenstoeslag

[PW]

  • 1.

    U kunt recht hebben op individuele inkomenstoeslag als u al langere tijd een laag inkomen heeft en geen uitzicht heeft op verbetering van uw inkomenssituatie. Dit is een extra bedrag om het inkomen aan te vullen. Dit kunt u jaarlijks aanvragen. In artikel 7.4.1 van deze verordening staat voor wie de inkomenstoeslag is bedoeld en wat aanvullende voorwaarden zijn.

  • 2.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

7.4.1 Doelgroep

[PW]

  • 1.

    U krijgt de individuele inkomenstoeslag als u:

    • -

      23 jaar of ouder bent en jonger dan de AOW-leeftijd

    • -

      geen vermogen hebt (artikel 34 PW)

    • -

      in een ononderbroken periode van 60 maanden een inkomen had, lager dan 101% van de bijstandsnorm.

  • 2.

    Wij stellen de hoogte van uw inkomen en vermogen vast.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid verstaan we onder inkomen niet:

    • a.

      het bedrag dat tijdens een WSNP-traject (Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen) gereserveerd is voor de aflossing van schulden;

    • b.

      het bedrag dat tijdens een minnelijke schuldsanering volgens de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening voor de aflossing van schulden is gereserveerd;

    • c.

      het bedrag van het inkomen waarop beslag is gelegd en het beslag op juiste wijze en op grond van uw gegevens is vastgesteld.

7.4.2 Hoogte van de toeslag

[PW]

  • 1.

    De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar:

    • a.

      voor gehuwden 39% van de gehuwdennorm;

    • b.

      voor een alleenstaand ouder 35% van de gehuwdennorm;

    • c.

      voor een alleenstaande 27% van de gehuwdennorm;

    • d.

      voor een persoon in een inrichting wordt de toeslag onder a t/m c gehalveerd.

  • 2.

    De hoogte van de individuele inkomenstoeslag bepalen we jaarlijks in januari. Dit doen we op grond van de bijstandsnormen die gelden op 1 januari van dat jaar. Afgerond op hele euro's naar boven. Dit geldt het gehele kalenderjaar.

  • 3.

    Bij gehuwden en samenwonenden geldt dat als één van de partners geen recht op inkomenstoeslag heeft de ander het bedrag krijgt voor een alleenstaande of alleenstaande ouder. Als één van de partners niet voldoet aan de voorwaarden bestaat er geen recht voor beide partners.

  • 4.

    Bij co-ouderschap wordt het bedrag onder lid 1 sub b aangepast op het aantal dagen dat in de verzorging van de kinderen wordt voorzien.

  • 5.

    De gezinssituatie op de aanvraagdatum bepaalt de hoogte van de toeslag.

7.4.3 Uitsluiting

[PW]

U heeft geen recht op de individuele inkomenstoeslag als:

  • a.

    u voltijds studeert;

  • b.

    u voltijds gestudeerd hebt en binnen vijf jaar na beëindiging van uw studie een aanvraag indient voor de toeslag.

7.5 Overige regelingen

Wij kunnen aanvullende regelingen en vergoedingen voor inwoners met een laag inkomen en weinig vermogen opstellen.

7.5.1 Tegemoetkoming meer kosten Chronisch zieken en personen met een beperking

[Gemeentewet]

  • 1.

    Als u een beperking of langdurig psychische of psychosociale problemen heeft, daardoor extra kosten maakt en een inkomen heeft lager is dan 110% of 130% van het sociaal minimum. Dan kunt u een bijdrage aanvragen. Deze bijdrage is bedoeld om uw zelfredzaamheid en deelname aan de samenleving te ondersteunen.

  • 2.

    De hoogte van de tegemoetkoming kunnen we jaarlijks bepalen.

  • 3.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

7.6 Schuldhulpverlening

[Wgs]

  • 1.

    Wij hebben de taak om inwoners met schuldproblemen te ondersteunen. Ondersteuning kan bijvoorbeeld zijn: advies, schuldbemiddeling, saneringskrediet, budgetbeheer.

  • 2.

    We beslissen binnen 8 weken na het eerste gesprek of iemand schuldhulp krijgt.

  • 3.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

Hoofdstuk 8. Afspraken tussen inwoner en gemeente

Dit hoofdstuk gaat over afspraken tussen gemeente en inwoners. Het gaat over wat u van ons mag verwachten en wat er van u wordt verwacht. Als u rechten hebt, dan staan daar vaak plichten tegenover. Als die niet worden nagekomen, dan kunnen wij de uitkering of voorziening beëindigen, terugvorderen of verlagen.

 

8.1 Afspraken en verplichtingen

8.1.1 Afstemming op houding en gedrag van de inwoner

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

  • 1.

    Als u zich niet aan bepaalde afspraken of verplichtingen uit de wet en deze verordening houdt, dan verlagen wij uw uitkering. Dit kan ook als uw houding of gedrag hier aanleiding toe geven.

  • 2.

    Bij een besluit om een uitkering te verlagen houden wij rekening met:

    • a.

      De ernst van het gedrag;

    • b.

      de mate waarin het gedrag aan u te verwijten is;

    • c.

      uw persoonlijke situatie.

  • 3.

    Voordat we een uitkering verlagen, geven wij u de mogelijkheid om uw reactie te geven.

  • 4.

    Wij kunnen besluiten om u niet de gelegenheid te geven een reactie te geven zoals bedoeld in lid 5.

  • 5.

    Dit doen wij als:

    • a.

      Er sprake is van spoed en er dus geen tijd voor is;

    • b.

      u al eerder uw reactie heeft kunnen geven en de feiten en omstandigheden sindsdien niet zijn veranderd;

    • c.

      u dit niet wilt;

    • d.

      wij voldoende informatie hebben.

8.1.2 Geen schuld en verjaring

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

  • 1.

    Wij verlagen uw uitkering niet als:

    • a.

      elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt;

    • b.

      als uw gedrag meer dan twaalf maanden geleden plaatsvond.

  • 2.

    Wij zien af van een verlaging als daarvoor dringende redenen zijn.

8.1.3 Ingangsdatum en periode verlaging

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

  • 1.

    U krijgt een brief over het besluit tot verlaging. De verlaging gaat in vanaf de kalendermaand na de datum van dit besluit. Soms gaat de verlaging al in dezelfde maand in of geldt deze over eerdere maanden. Dat kan als de uitkering voor die maand(en) nog niet is betaald.

  • 2.

    Soms verlagen wij de uitkering niet of maar voor een deel, omdat we deze beëindigen. Dan leggen wij het overgebleven deel van de verlaging alsnog op als u binnen zes maanden na de beëindiging opnieuw een uitkering krijgt.

  • 3.

    Als wij uw uitkering voor meer dan drie maanden verlagen, dan beoordelen wij uiterlijk binnen drie maanden na de datum van de brief of de omstandigheden en uw gedrag reden zijn om de beslissing te herzien.

8.1.4 Berekening verlaging

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

  • 1.

    De verlaging is een percentage van uw uitkeringsnorm of een vast bedrag.

  • 2.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

8.1.5 Niet nakomen wettelijke arbeidsverplichtingen (geüniformeerde verplichtingen voor arbeidsinschakeling)

[PW, Awb]

  • 1.

    Wij verlagen de uitkering voor één maand als u een arbeidsverplichting niet nakomt (artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet). Die verlaging is 100% van de uitkeringsnorm.

  • 2.

    De verlaging verdelen we in gelijke stukken over maximaal twee maanden bij bijzondere omstandigheden.

8.1.6A Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen Participatiewet (niet- geüniformeerde verplichtingen voor de arbeidsinschakeling)

Gedragingen Participatiewet

[PW, Awb]

  • 1.

    We onderscheiden categorieën gedragingen, waardoor u geen algemeen geaccepteerde arbeid krijgt of een verplichting niet of onvoldoende nakomt (artikelen 9, 9a, 55 en 56a van de Participatiewet):

    • a.

      eerste categorie:

      • 1°.

        U laat zich niet tijdig registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of u verlengt de registratie niet op tijd;

      • 2°.

        U komt uw verplichtingen niet na (artikel 56a, tweede lid, van de Participatiewet) om zes maanden lang mee te werken aan betalingen uit de bijstand van huur, gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering, gerekend vanaf de dag waarop u recht heeft op bijstand.

    • b.

      tweede categorie:

      • 1°.

        U werkt niet of onvoldoende mee aan opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak (artikel 44a van de Participatiewet);

      • 2°.

        U verricht geen of onvoldoende tegenprestatie naar vermogen (artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet);

      • 3°.

        U voldoet onvoldoende aan de verplichtingen (artikelen 9, eerste lid, of 55 van de Participatiewet), voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding (artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet), voor zover deze verplichtingen niet staan in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet;

      • 4°.

        Met uw houding en gedrag laat u duidelijk merken dat u de verplichtingen niet wilt nakomen (artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet). Dat leidde tot intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder (artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet);

      • 5°.

        U komt niet opdagen op de taaltoets of stopte er voortijdig mee. De toets is daardoor niet afgenomen;

      • 6°.

        U levert geen bewijsstukken aan voor de taaleis, terwijl we mogen aannemen dat u dit wel kunt;

    • c.

      derde categorie: u probeert onvoldoende om werk te krijgen of te behouden, voor zover dit niet voortvloeit uit gedrag als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet.

  • 2.

    Wij verlagen de bijstandsuitkering met:

    • a.

      5% van de uitkeringsnorm voor één maand bij gedrag van de eerste categorie;

    • b.

      20% van de uitkeringsnorm voor één maand bij gedrag van de tweede categorie;

    • c.

      100% van de uitkeringsnorm voor één maand bij gedrag van de derde categorie.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid kunt u een waarschuwing krijgen bij gedrag van de eerste of tweede categorie.

8.1.6B Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen (niet- geüniformeerde verplichtingen voor arbeidsinschakeling)

Gedragingen IOAW en IOAZ

[IOAW, IOAZ, Awb]

  • 1.

    Er zijn categorieën van gedrag, waardoor u geen werk krijgt of een verplichting niet of niet genoeg nakomt (artikelen 37 en 38 van de IOAW of de IOAZ):

    • a.

      eerste categorie:

      • 1°.

        U laat zich niet tijdig registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of u verlengt niet tijdig de registratie;

    • b.

      tweede categorie:

      • 1°.

        U werkt niet of onvoldoende mee aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling;

      • 2°.

        U gebruikt niet of onvoldoende de aangeboden voorziening (artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAW of IOAZ), als dit leidt tot niet doorgaan of tot voortijdige beëindiging van die voorziening;

      • 3°.

        Met uw houding en gedrag laat u duidelijk merken dat u de verplichtingen niet wilt nakomen (artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAW of de IOAZ). Dat leidde tot intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder (artikel 38, eerste lid, van de IOAW of de IOAZ);

      • 4°.

        U voldoet niet of onvoldoende aan de tegenprestatie (artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de IOAW of de IOAZ).

    • c.

      derde categorie:

      • 1°.

        U probeert onvoldoende om werk te krijgen;

      • 2°.

        U accepteert geen werk;

      • 3°.

        door uw schuld raakt u uw werk kwijt;

      • 4°.

        U gebruikt niet of onvoldoende de voorziening om werk te krijgen (artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAW of de IOAZ), voor zover dit leidde tot niet doorgaan of voortijdige beëindiging van die voorziening.

  • 2.

    Wij verlagen de IOAW- of IOAZ-uitkering met:

    • a.

      5% van de uitkeringsnorm voor één maand bij gedrag van de eerste categorie;

    • b.

      20% van de uitkeringsnorm voor één maand bij gedrag van de tweede categorie;

    • c.

      100% van de uitkeringsnorm voor één maand bij gedrag van de derde categorie;

    • d.

      in afwijking van het tweede lid kunt u een waarschuwing krijgen bij gedraging van de eerste of tweede categorie.

8.1.7 Te weinig besef van verantwoordelijkheid

[PW, Awb]

  • 1.

    Volgens de wet bent u zelf verantwoordelijk voor de kosten van uw leven. U moet zorgen dat u zo weinig mogelijk bijstand nodig heeft. Heeft u bijstand nodig, terwijl u dat kon voorkomen? Dan heeft u te weinig besef van verantwoordelijkheid voor uw levensonderhoud. Dat geldt bijvoorbeeld als u:

    • a.

      eigenlijk recht had op een andere regeling of uitkering, maar door uw schuld deze regeling of uitkering niet (meer) krijgt;

    • b.

      vermogen te snel opmaakte of er iets van heeft betaald dat niet echt nodig was.

  • 2.

    De gemeente verlaagt uw uitkering als u te weinig inzet of verantwoordelijkheid laat zien voor uw levensonderhoud. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onterecht heeft uitbetaald. Dit is het benadelingsbedrag.

  • 3.

    De verlaging duurt een maand en is:

    • a.

      30% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag tot € 4.000;

    • b.

      100% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000;

    • c.

      30% van de uitkeringsnorm, als het benadelingsbedrag niet vast te stellen is.

  • 4.

    De gemeente verlaagt de uitkering met 100% voor een maand als u een uitkering aanvraagt, omdat u door eigen toedoen betaald werk niet behield.

  • 5.

    De gemeente kan bijstand in de vorm van een lening verstrekken, op het moment dat u door toepassing van lid 2 en 4 van dit artikel geen of te weinig geld heeft voor de noodzakelijke kosten van levensonderhoud.

8.1.8 Onacceptabel gedrag

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

  • 1.

    De gemeente verlaagt uw uitkering als u zich onacceptabel gedraagt tegenover personen en instanties die de Participatiewet, de IOAW en IOAZ uitvoeren.

  • 2.

    Wij verstaan onder onacceptabel gedrag:

    • a.

      Categorie A:

      • -

        belediging of schelden (mondeling en schriftelijk);

      • -

        discriminatie.

    • b.

      Categorie B:

      • -

        intimidatie (psychische druk uitoefenen);

      • -

        fysiek geweld tegen spullen (vernielingen)

    • c.

      Categorie C:

      • -

        fysiek geweld tegen medewerkers of dreigen met geweld.

  • 3.

    Wij verlagen de uitkering (PW) met:

    • a.

      25% van de uitkeringsnorm bij gedrag uit categorie A;

    • b.

      50% van de uitkeringsnorm bij gedrag uit categorie B;

    • c.

      100% van de uitkering voor een maand bij gedrag uit categorie C.

  • 4.

    Wij verlagen de uitkering (IOAW en IOAZ) met:

    • a.

      25% van de uitkeringsnorm bij gedrag uit categorie A;

    • b.

      50% van de uitkeringsnorm bij gedrag uit categorie B;

    • c.

      100% van de uitkering voor een maand bij gedrag uit categorie C.

8.1.9 Niet nakomen van de medewerkeringsverplichting (rechtmatigheid)

[PW, Awb]

  • 1.

    Als u de medewerkingsverplichting niet of onvoldoende nakomt (artikel 17 lid 2 van de Participatiewet), verlagen wij uw bijstandsuitkering. De verlaging is: 20% van de uitkeringsnorm voor één maand.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kunt u een waarschuwing krijgen.

8.1.10 Niet nakomen van andere verplichtingen

[PW, Awb]

Als u een verplichting niet of onvoldoende nakomt zoals bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet, verlagen wij uw bijstandsuitkering. De verlaging is:

  • a.

    10% van de uitkeringsnorm voor één maand, als u de verplichtingen om werk te vinden niet of onvoldoende nakomt;

  • b.

    20% van de uitkeringsnorm voor één maand als u uw verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, die horen bij een bepaalde vorm van bijstand;

  • c.

    40% van de uitkeringsnorm voor één maand, als u niet of onvoldoende uw verplichtingen nakomt, waardoor u minder bijstand nodig heeft;

  • d.

    100% van de uitkeringsnorm voor één maand, als u niet of onvoldoende uw verplichtingen nakomt, waardoor u geen bijstand meer nodig heeft.

8.1.11 Samenloop van gedrag

[PW, IOAW, IOAZ, Wi2021, Awb]

  • 1.

    Gedrag waardoor u meerdere verplichtingen uit dit hoofdstuk of artikel 18 lid 4 Participatiewet niet nakomt, leidt tot één verlaging. Wij leggen u de hoogste verlaging op, inclusief de duur van de verlaging die daarbij hoort.

  • 2.

    Leiden meerdere gedragingen ertoe dat u één of meer verplichtingen niet nakomt? Dan krijgt u een afzonderlijke verlaging voor iedere gedraging. Deze verlagingen krijgt u gelijktijdig of - als dat niet mogelijk is - na elkaar.

  • 3.

    Als er voor één gedraging een verlaging en een bestuurlijke boete gelden, dan krijgt u de boete en verlagen wij uw uitkering niet.

  • 4.

    Als voor hetzelfde gedrag zowel uw uitkering kan worden verlaagd (artikel 18 of 18b Participatiewet) en u een boete kan worden opgelegd (Wet inburgering 2021), dan verlagen wij uw uitkering en krijgt u geen boete.

8.1.12 Herhaling (recidive)

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

De duur van de verlaging wordt verdubbeld als de uitkering binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee de verlaging is opgelegd, voor dezelfde gedraging, opnieuw wordt verlaagd. Als u daarna binnen twaalf maanden nogmaals dezelfde gedraging vertoont, volgen wij voor de volgende verlaging van uw uitkering de wet.

 

8.2 Terugvorderen uitkering

8.2.1 Terugvordering en incasso

[PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    Wij vorderen uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven. We doen dat volgens de regels van de wet, de uitvoeringsregels en de beleidsregels. Wij vorderen niet terug als dit voor u onaanvaardbare gevolgen heeft.

  • 2.

    Bij de incasso zorgen wij dat u een inkomen blijft houden, dat past bij uw persoonlijke situatie. Dit is in ieder geval gelijk aan de beslagvrije voet.

8.3 Beëindigen en terugvorderen voorziening

8.3.1 Herzien en intrekken voorziening

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ,]

  • 1.

    Wij kunnen een voorziening herzien of intrekken als:

    • a.

      U de voorziening kreeg op basis van onjuiste of onvolledige gegevens;

    • b.

      de voorziening niet langer passend of nodig is;

    • c.

      u zich niet houdt aan de voorwaarden en verplichtingen die we aan de voorziening hebben verbonden;

    • d.

      als u onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening. En we hierdoor niet langer kunnen vaststellen of we een voorziening kunnen voortzetten;

    • e.

      u de voorziening voor een ander doel gebruikt dan bedoeld;

    • f.

      u de voorziening niet gebruikt binnen de afgesproken termijn, tenzij dat u niet te verwijten is.

    • g.

      u niet meer bij de doelgroep hoort.

  • 2.

    Wij kunnen de voorziening achteraf herzien of intrekken.

8.3.2 Terugvordering voorziening

[Wmo, Jeugdwet, PW, IOAW, IOAZ]

Wij kunnen de voorziening of de waarde daarvan van u of uw wettelijk vertegenwoordiger terugvorderen. Dat kan vanaf het moment waarop u voldoet aan één of meer van de redenen voor beëindiging 8.4.1. Dit kunnen wij regelen in uitvoeringsregels.

 

8.4 Hoe controleert de gemeente of u de afspraken nakomt?

8.4.1 Controle

[Wmo, PW, IOAW, IOAZ]

  • 1.

    Wij controleren regelmatig of u recht hebt op een uitkering of voorziening en of u het juiste heeft aangevraagd of ontvangt. Wij controleren dit onder andere door:

    • a.

      Huisbezoeken;

    • b.

      waarnemingen;

    • c.

      buurtonderzoek;

    • d.

      gegevens te vergelijken met andere organisaties;

    • e.

      signalen en tips van organisaties of particulieren.

    • f.

      andere passende onderzoeksmethoden.

  • 2.

    Wij doen de controles van de voorzieningen ook om de kwaliteit te beoordelen en te kijken of u de voorziening op de juiste manier gebruikt.

  • 3.

    Bij controle van uitkeringen en voorzieningen zorgen we ervoor dat we de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten naleven.

  • 4.

    Bij stopzetten van de uitkering of voorziening op uw verzoek, onderzoeken wij de reden van beëindiging. Daarnaast controleren wij of we de uitkering of voorziening tot de einddatum terecht hebben verstrekt.

  • 5.

    We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

8.4.2 Voorkomen van misbruik

[Jeugdwet, Wmo, Wi2021, PW, IOAW, IOAZ]

Wij proberen misbruik te voorkomen (preventie). Daarom informeren wij u duidelijk en volledig over uw rechten en plichten. Ook over de gevolgen van misbruik en onterecht gebruik van uitkeringen en voorzieningen.

8.4.3 Privacy

[Algemene Verordening Gegevensbescherming, Jeugdwet, Wet inburgering 2021, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz]

  • 1.

    Wij verwerken uw gegevens volgens de regels van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

  • 2.

    Bij het uitvoeren van onderzoek zorgen wij ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten niet verder gaan dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is.

8.4.4 Toezichthouders

[Jeugdwet, Wmo, Wi2021; PW, IOAW, IOAZ, Awb]

Wij wijzen één of meer ambtenaren of instanties aan als toezichthouder. Zij zien erop toe dat de wetten en regels worden nageleefd. Het toezicht richt zich op de kwaliteit en rechtmatigheid bij ondersteuning-op-maat en persoonsgebonden budget. De toezichthouder mag handhaven. Wij kunnen uitvoeringsregels opstellen over de bevoegdheden van de toezichthouder.

 

8.5 Meldingsregeling calamiteiten en geweld

[Wmo]

  • 1.

    Wij hebben een regeling voor het melden van calamiteiten en geweldsincidenten bij verstrekking van een voorziening door een aanbieder. We wijzen een toezichthoudende ambtenaar aan.

  • 2.

    Aanbieders melden elke calamiteit en elk geweldsincident dat zich voordoet bij verstrekking van een voorziening. Dit gebeurt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen drie werkdagen aan de toezichthoudende ambtenaar.

  • 3.

    De toezichthoudende ambtenaar (artikel 6.1 van de wet Wmo 2015), onderzoekt de calamiteiten en geweldsincidenten. Hij of zij adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld.

8.6 Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning

[Wmo]

  • 1.

    Aanbieders moeten een regeling hebben voor de medezeggenschap van cliënten. Dit gaat over voorgenomen besluiten van de aanbieder die belangrijk zijn voor gebruikers van de voorzieningen die zij van hen krijgen. Deze verplichting geldt alleen voor instellingen met meer dan tien medewerkers.

  • 2.

    Wij letten op de naleving van medezeggenschapsregelingen. Bijvoorbeeld in periodiek overleg met aanbieders en met een jaarlijks onderzoek naar cliëntervaring.

Hoofdstuk 9. Kwaliteit, inkoop en aanbesteding

De diensten en producten die wij toekennen, moeten van goede kwaliteit zijn. Wij moeten ons bij de inkoop van diensten en producten houden aan bepaalde regels en zijn daarbij kostenbewust. Wij maken vaak samen met andere gemeenten in de regio afspraken met aanbieders om de kwaliteit van bestaande producten en diensten te verbeteren en vernieuwingen te stimuleren. Dit hoofdstuk gaat over kwaliteit, inkoop en aanbesteding van diensten en producten in het sociaal domein.

 

9.1 Kwaliteit

[Jeugdwet, Wmo, PW, Wi2021, Gemeentewet, Wgs]

  • 1.

    Alle diensten en producten die wij toekennen in het kader van deze verordening zijn van goede kwaliteit, zodat ze het gewenste effect kunnen hebben.

  • 2.

    Wij zorgen voor een goede prijs-kwaliteitsverhouding door:

    • a.

      Zoveel mogelijk een vaste prijs te bepalen. Die prijs geldt voor inschrijving op een aanbesteding en voor de daaropvolgende overeenkomst met een aanbieder; of

    • b.

      een reële prijs vast te stellen. Die geldt als ondergrens voor een inschrijving en voor een daaropvolgende overeenkomst met een aanbieder; of

    • c.

      een maatwerktarief per aanbieder per product, gebaseerd op reële kostprijselementen die de aanbieder naar waarheid invult.

  • 3.

    De diensten en producten:

    • a.

      Passen bij wat voor u nodig is;

    • b.

      zijn veilig, doeltreffend en cliëntgericht voor u;

    • c.

      voldoen aan normen en eisen van de beroepsgroep of het vakgebied;

    • d.

      zijn afgestemd op andere diensten of producten die we aan u toekennen;

    • e.

      krijgt u met een doel waarvan u op de hoogte bent.

  • 4.

    Wij waarborgen verdere eisen aan de kwaliteit van voorzieningen, inclusief eisen aan deskundigheid van beroepskrachten, in onze criteria voor de inkoop van voorzieningen.

  • 5.

    Wij letten op de naleving van eisen, bijvoorbeeld in periodieke overleggen, met een jaarlijks onderzoek naar cliëntervaring of met een controle ter plaatse van de voorziening.

  • 6.

    Gebruikt een aanbieder een onderaannemer? Dan is de hoofdaannemer ervoor verantwoordelijk dat de onderaannemer voldoet aan onze kwaliteitseisen.

9.2 Inkoop en aanbesteding

[Jeugdwet, Wmo, PW, Wi2021, Gemeentewet, Wgs]

  • 1.

    Wij zorgen dat de kwaliteit van de diensten en producten in deze verordening gegarandeerd is. Bij inkoop en aanbesteding verwachten wij dat aanbieders rekening houden met de voorwaarden (artikel 9.1, tweede en derde lid).

  • 2.

    Bij inkoop en aanbesteding verwachten wij van aanbieders dat zij:

    • a.

      Diensten en producten leveren tegen de afgesproken kostprijs, zonder dat de kwaliteit en levering in gevaar komen;

    • b.

      als zij personeel hebben, zij zich houden aan de regels van het arbeidsrecht.

  • 3.

    Wij kunnen een aanbieder uitsluiten als deze geregistreerd staat bij het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ). Bij aanbestedingen kunnen wij ook de Bibob-toets inzetten.

  • 4.

    Wij houden bij het vaststellen van prijzen rekening met:

    • a.

      Het soort dienst of product;

    • b.

      het salaris en andere arbeidvoorwaarden van beroepskrachten;

    • c.

      een redelijke toeslag voor overheadkosten;

    • d.

      andere personeelskosten die niet direct met de dienstverlening te maken hebben, zoals kosten voor bijscholing, ziekte en verlof van personeel;

    • e.

      reis- en opleidingskosten;

    • f.

      jaarlijks aanpassen van de kostprijs door stijging van de kosten;

    • g.

      andere kosten als gevolg van verplichtingen voor aanbieders, zoals rapportage- en administratieve verplichtingen.

Hoofdstuk 10. Van oud naar nieuw

In dit hoofdstuk staan welke verordeningen we vervangen door deze verordening en wanneer dit ingaat. Hier staat ook dat wij bepalingen uit deze verordening kunnen uitwerken of verder invullen. Wat de officiële naam is van de verordening. En dat wij van deze verordening kunnen afwijken als dit echt nodig is.

 

10.1 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule)

[Gemeentewet]

Wij werken volgens onze verordening. Maar wij kunnen afwijken van een bepaling als toepassing van deze bepaling in bijzondere omstandigheden een onredelijke uitkomst heeft voor u of voor iemand anders die direct bij het besluit betrokken is. Een uitkomst is onredelijk als de doelen van de in 1.1 genoemde wetten of de doelen van deze verordening door het toepassen van de regels niet worden gehaald.

 

10.2 Overgangsrecht

[Gemeentewet]

  • 1.

    Een voorziening of uitkering, verstrekt op grond van een ingetrokken verordening, blijft ook na de ingangsdatum van deze verordening doorlopen. Deze voorziening of uitkering loopt door totdat wij een nieuw besluit nemen over die voorziening of uitkering.

  • 2.

    Dient u een aanvraag in vóór de ingangsdatum van deze verordening en nemen wij pas later hierover een besluit? Dan handelen wij deze af volgens de ingetrokken verordening. Pakt de nieuwe verordening gunstiger uit? Dan passen wij deze voor u toe.

  • 3.

    Maakte u bezwaar of diende u een beroepschrift in vóór of op de datum van inwerkingtreding van deze verordening? Was uw bezwaar of beroep tegen een besluit op basis van een ingetrokken verordening? Was er op die datum nog niet onherroepelijk beslist? Dan passen wij die ingetrokken verordening toe.

10.3 Ingangsdatum nieuwe verordening en intrekking oude verordening

Deze verordening wordt aangehaald als de Integrale verordening sociaal domein gemeente Drimmelen 2025 en treedt in werking op 1 januari 2026, onder gelijke intrekking van de:

  • -

    Verordening jeugdhulp gemeente Drimmelen 2022;

  • -

    Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 gemeente Drimmelen 2025

  • -

    Verordening tegenprestatie Sociale Zekerheid 2015, gemeente Drimmelen

  • -

    Verordening Reintegratie Participatiewet 2024, gemeente Drimmelen

  • -

    Verordening Afstemming Sociale Zekerheid 2015, gemeente Drimmelen

  • -

    Verordening handhaving Sociale Zekerheidswetten 2015, gemeente Drimmelen

  • -

    Verordening cliëntenparticipatie Sociale Zekerheid 2017, gemeente Drimmelen

  • -

    Verordening beslistermijn schuldhulpverlening 2021, gemeente Drimmelen

Hoofdstuk 11. Begrippenlijst

In deze verordening gebruiken we allerlei begrippen. Deze hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. Soms staan bepaalde begrippen in meerdere wetten en hebben ze in deze wetten een andere betekenis. Hier staat wat de betekenis van deze begrippen in deze verordening is. Voor een aantal begrippen geldt dat ze in deze verordening een ruimere betekenis hebben dan in de genoemde wetten, omdat we zoveel mogelijk aansluiten bij het dagelijkse taalgebruik. Ook staan er voor de duidelijkheid enkele wettelijke begrippen in de lijst, die in deze verordening wel dezelfde betekenis hebben, maar die we hier in eenvoudigere woorden omschrijven. In deze verordening gebruiken we ook begrippen die niet in wetten staan. Ook die omschrijven we.

 

Aanbieder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert op basis van een besluit van de gemeente.

 

Activeringsplaats: werken met behoud van uitkering voor personen met een (zeer) grote afstand tot de arbeidsmarkt die wel het perspectief hebben dat zij met langere begeleiding weer inzetbaar zijn in reguliere arbeid.

 

Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening:

  • -

    die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking;

  • -

    die gewoon verkrijgbaar is;

  • -

    die niet veel duurder is dan vergelijkbare producten;

  • -

    die bijdraagt aan zelfredzaamheid of meedoen;

  • -

    waarover iedereen in dezelfde situatie kan beschikken, en kan betalen met een inkomen op minimumniveau.

Algemene voorziening: dienst of activiteit die zonder indicatie van de gemeente vrij toegankelijk is.

 

AOW-leeftijd: leeftijd waarop uw uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet ingaat.

 

Arbeidsinschakeling: aan het werk (kunnen) gaan.

 

Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan arbeidsinschakeling of het leveren van een tegenprestatie (artikel 9 van de Participatiewet, artikel 37 IOAW en artikel 37 IOAZ).

 

Benadelingsbedrag: netto-uitkering (inclusief vakantietoeslag) waarop iemand eerder, langer of tot een hoger bedrag een beroep doet als gevolg van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid om in het bestaan te voorzien. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid wil zeggen dat u bijstand of een voorziening nodig heeft, terwijl u dat had kunnen voorkomen.

 

Beslagvrije voet: Het bedrag dat u moet overhouden van uw inkomen.

 

Bestaanszekerheid: het hebben van voldoende (financiële) middelen.

 

Bestuurlijke boete: een boete van een bestuursorgaan, bijvoorbeeld de gemeente of het UWV.

 

BIG: Beroepen in de individuele Gezondheidszorg. De wet BIG geeft regels voor beroepen in de gezondheidszorg en beschermt patiënten tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen. Het BIG-register is een onderdeel van de Wet BIG.

 

Bijdrage: bijdrage zoals bedoeld in artikelen 2.1.4, en 2.1.4a van de wet (Wmo).

 

Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering (artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet). De hoogte hangt af van uw woon- en leefsituatie en uw leeftijd.

 

Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud (artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet). Bent u een jongere van 18 tot 21 jaar? Dan bedoelen we met bijstandsuitkering de algemene bijstand plus aanvullende bijzondere bijstand op basis van artikel 12 van de Participatiewet.

 

CAK: Centraal Administratie Kantoor is de organisatie die in de zorg financiële regelingen uitvoert en burgers informeert.

 

CIZ: Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).

 

CJG: Bedrijfsvoeringsorganisatie Centrum voor Jeugd en Gezin Drimmelen Geertruidenberg.

 

Cliëntondersteuning: professionals of vrijwilligers die gratis met u mee kunnen denken over zorg en ondersteuning.

 

Duurzaam werk: werk waarbij iemand met een uitkering voor een periode van ten minste een halfjaar onafgebroken werkt.

 

Effect: het resultaat of doel.

 

Financiële buffer: vermogen (de waarde van geld en bezittingen). Een goede financiële buffer is een vermogen op of boven de vermogensgrens (artikel 34, lid 3 van de Participatiewet), dat past bij uw leefsituatie.

 

Gebruikelijke hulp: de hulp die u over het algemeen mag verwachten van uw echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. In beleidsregels staat een nadere uitleg over wat we bedoelen met gebruikelijke hulp.

 

Gemeente: de gemeente Drimmelen.

 

Gezin: de gehuwden, samenlevenden of alleenstaande ouder met kinderen tot 18 jaar, waarvoor u volgens de wet financieel verantwoordelijk bent.

 

Inburgeringsplichtige: inwoner die verplicht moet inburgeren (artikel 3 van de Wet inburgering 2021).

 

Inkomen: uw inkomsten (artikel 32, eerste lid, van de Participatiewet).

 

Inspraak: Met inspraak bedoelen we in hoofdstuk 9 van deze verordening ook het recht om invloed uit te oefenen en over iets mee te beslissen (artikel 150 van de Gemeentewet).

 

Interne werkbegeleiding: een collega die u dagelijkse helpt bij uw werk op de werkvloer, omdat u anders niet uw werk kunt doen. Dit is meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek.

 

Invorderen: het innen van een schuld die u bij ons heeft.

 

Inwoner: Het begrip inwoner heeft in verschillende wetten een andere betekenis. In deze verordening gebruiken we de definities die in de wet staan. Een persoon met een woonplaats binnen de gemeente, die daar rechtmatig is, volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek (titel 3, Boek 1 BW).

 

Gaat het om:

  • -

    Wmo-hulp, dan is het de ingezetene van de gemeente (artikel 1.2.1 Wmo) en de ingezetene van Nederland die zich bij de gemeente meldt voor maatschappelijke opvang of hulp bij (zelfstandig) wonen;

  • -

    jeugdhulp, dan is het de jeugdige die zijn woonplaats in de gemeente heeft op basis van artikel 1.1 Jeugdwet;

  • -

    schuldhulpverlening, dan is het degene die als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen van de gemeente.

Voor de toepassing van hoofdstuk 8 verstaan we onder inwoner ook: de persoon die hulp van de gemeente kreeg maar zijn woonplaats niet meer daar heeft. Onder rechtmatig verblijf verstaan we: verblijf zonder wettelijke belemmering voor hulp door de gemeente.

 

IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.

 

IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

 

Jeugdhulp: hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

 

Jeugdige: als bedoelt in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

 

Jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk.

 

Jongere: Als het om werk en inkomen gaat, de inwoner in de leeftijd tot 27 jaar.

 

Jongerenwerk: basisaanbod van sociaal-culturele voorzieningen voor jongeren, zoals kinderwerk, tiener- en jongerenwerk, buurtsportcoach en jongereninformatie. Het basisaanbod bevat ook activiteiten die de ontwikkeling stimuleren of problemen voorkomen bij jongeren.

 

Kalenderjaar: een kalenderjaar begint op 1 januari om 0:00:00 uur en eindigt op 31 december om 23:59:59 uur.

 

Kostendelersnorm: norm voor de hoogte van een uitkering volgens artikel 22a van de Participatiewet. Als er meer inwoners in een huis wonen, krijgt iedere afzonderlijke uitkeringsgerechtigde een lagere uitkering, omdat zij de kosten kunnen delen.

 

Kostprijs: de waarde van een voorziening in euro’s, eventueel aangevuld met bijkomende kosten zoals onderhoud en bijzondere aanpassingen. Ook de prijs die we gebruiken voor aanmelding bij het CAK voor uitvoering van de eigen bijdrage.

 

Levensonderhoud: de dagelijkse kosten van uw bestaan, zoals kosten voor eten, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen.

 

Maatschappelijke ondersteuning:

  • 1.

    Bevorderen van sociale samenhang, mantelzorg en vrijwilligerswerk, toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, veiligheid en leefbaarheid in de gemeente en het voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld.

  • 2.

    Ondersteunen van de zelfredzaamheid en het meedoen van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen, zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving.

  • 3.

    Bieden van beschermd wonen en opvang.

Maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen:

  • 1.

    Voor zelfredzaamheid, inclusief kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, daarvoor noodzakelijk vervoer, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen.

  • 2.

    Voor meedoen, inclusief daarvoor noodzakelijk vervoer, hulpmiddelen en andere maatregelen.

  • 3.

    Voor beschermd wonen en opvang.

Mantelzorg: langdurige, vrijwillige en onbetaalde zorg aan een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, (schoon)ouder, kind of ander familielid, vriend of kennis. Deze zorg wordt niet-beroepsmatig, voor minimaal acht uur per week en langer dan drie maanden verleend.

 

MAP: de Module Arbeidsmarkt en Participatie (artikel 6, eerste lid onder b van de Wet inburgering 2021).

 

Melding: het kenbaar maken van een ondersteuningsvraag aan de gemeente.

 

Misbruik: onjuiste en/of onvolledige gegevens geven, verzwijgen of niet (op tijd) gegevens doorgeven. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of u recht heeft op een uitkering of een voorziening. En om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Als gevolg hiervan krijgt u geheel of gedeeltelijk onterecht een uitkering of voorziening.

 

Niet uitkeringsgerechtigde:

Een persoon die:

  • -

    Jonger is dan de pensioenleeftijd,

  • -

    als werkloze werkzoekende is geregistreerd bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) en

  • -

    geen recht heeft op een uitkering of arbeidsondersteuning op basis van de PW, WW, Wajong, WIA, ANW of een vergelijkbare regeling.

Ouder(s): gezaghebbende ouder, adoptieouder, stiefouder of een ander die een jeugdige in zijn gezin verzorgt en opvoedt, en die geen pleegouder is.

 

Ondersteuning in natura: bij ondersteuning of zorg in natura regelen wij ondersteuning voor u. Wij geven opdracht aan de aanbieder, die het product bij u aflevert of de dienst uitvoert.

 

Ondersteuning-op-maat: een op u afgestemde voorziening van de gemeente.

  • -

    Als het gaat om een Wmo-voorziening: een maatwerkvoorziening.

  • -

    Als het gaat om een voorziening van de Participatiewet: een voorziening bij arbeidsinschakeling, bijstand in de kosten van levensonderhoud of bijzondere bijstand.

  • -

    Als het gaat om een voorziening van de IOAW en IOAZ: ondersteuning bij arbeidsinschakeling of een uitkering.

  • -

    Als het gaat om ondersteuning van het Bbz 2004: bijstand in de kosten van levensonderhoud en bijstand in de behoefte van bedrijfskapitaal.

  • -

    Als het gaat om schuldhulpverlening in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening: op de inwoner afgestemde hulp om schulden af te lossen.

  • -

    Als het gaat om een voorziening van de Jeugdwet: gespecialiseerde jeugdhulp, afgestemd op een jeugdige of zijn ouders (artikel 2.3 van de Jeugdwet).

Opvang: onderdak en begeleiding voor mensen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid bij huiselijk geweld, en die zich niet op eigen kracht kunnen redden in de samenleving;

 

Participatie: meedoen in de samenleving.

 

Passend onderwijs: zoals bedoeld in de Wet passend onderwijs.

 

Passend werk: werk dat past bij uw opleiding, ervaring, kwaliteiten en persoonlijke situatie. Afhankelijk van wat er aan werk is en de haalbaarheid van uw ambities, verwachten we dat u openstaat voor andere mogelijkheden, die misschien minder goed passen.

 

Peildatum: datum waarop een inwoner een voorziening aanvraagt.

 

Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn.

 

Pgb: persoonsgebonden budget.

 

Preferent werkproces loonkostensubsidie: landelijk werkproces voor loonkostensubsidie dat het makkelijker maakt voor werkgevers om mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen.

 

Samenwonenden: inwoners met een gemeenschappelijke huishouding (artikel 3 van de Participatiewet).

 

SKJ: Stichting Kwaliteitskader Jeugd is het beroepsregister voor professionals in de jeugdsector.

 

Sociaal netwerk: familieleden, huisgenoten of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie heeft.

 

SVB: Sociale verzekeringsbank.

 

Terugvorderen: terugvragen wat u eerder onterecht kreeg.

 

Uitkering: de bijstandsuitkering, de IOAW- of de IOAZ-uitkering, de bijzondere bijstand die u kreeg (artikel 12 van de Participatiewet).

 

Uitkeringsnorm: maximale hoogte van een uitkering in de persoonlijke situatie van de inwoner; dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag in de IOAW of IOAZ. Gaat het om een jongere van achttien tot 21 jaar? Dan bedoelen we met uitkeringsnorm de bijstandsnorm plus aanvullende bijzondere bijstand op basis van artikel 12 van de Participatiewet.

 

Uitvoeringsregels: zijn nadere regels of beleidsregels die de toepassing van de verordening in de praktijk specificeren.

 

Verhalen: vragen van een bijdrage in de door ons betaalde kosten van levensonderhoud aan uw ex-partner of uw kinderen, waarvoor u volgens de wet onderhoudsplicht heeft.

 

Vermogen: totaal aan bezit in geld en goederen (artikel 34 van de Participatiewet).

 

Verzamelinkomen: Het totaal van uw jaarinkomen uit de 3 boxen van de belastingdienst. De belastingdienst stelt uw verzamelinkomen vast.

 

VOG: Verklaring Omtrent het Gedrag, is een verklaring dat laat zien dat je (justitiële) verleden geen bezwaar vormt voor een bepaalde baan of functie.

 

Voorliggende voorziening: een voorziening vanuit een andere regeling of organisatie.

 

Weerbaarheid: dat je voor je eigen wensen, grenzen en behoeften kunt opkomen en daarbij rekening houdt met de wensen en grenzen van een ander.

 

Werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer voor een bepaalde periode in te zetten in zijn organisatie.

 

Werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever (artikel 10d eerste of tweede lid van de Participatiewet) met wie de werkgever een dienstbetrekking heeft of dit van plan is.

 

Wet: in deze verordening verstaan we hieronder de volgende wetten: Participatiewet, IOAW, IOAZ, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, Wet maatschappelijke ondersteuning, Jeugdwet, Algemene wet bestuursrecht, Wet op het primair onderwijs, Wet op het voortgezet onderwijs, Wet op de expertisecentra of Gemeentewet.

 

Wettelijk minimumloon: het minimumloon per maand (Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag). Voor een werknemer jonger dan 21 jaar: het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand (artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van die wet). De vorige zin geldt niet bij het toepassen van artikel 7.3.3 van deze verordening (studietoeslag) op grond van het Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag.

 

Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

 

Wko: Wet kinderopvang.

 

Wlz: Wet langdurige zorg.

 

Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

 

Wmo-hulp: maatschappelijke ondersteuning (artikel 1.1.1 van de Wmo).

 

Woning: woonruimte waar de inwoner zijn hoofdverblijf heeft.

 

Woningaanpassing: aanduiding van een bouwkundige ingreep (een verbouwing) of een woontechnische ingreep in of aan een woonruimte (aanbrengen van speciale voorzieningen, bijvoorbeeld een traplift in de woning zonder aantasting van het gebouw). Losse voorzieningen, zoals een tillift of een douchestoel vallen hier niet onder.

 

Wij, we of ons: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drimmelen.

 

Zelfredzaamheid: in staat zijn om jezelf te redden op alle levensterreinen.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Drimmelen op 18 december 2025.

F.M.C. Ronde

Griffier

B.H.G. Scholtze

Voorzitter

Naar boven