Gemeenteblad van Rijswijk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijswijk | Gemeenteblad 2026, 198664 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijswijk | Gemeenteblad 2026, 198664 | beleidsregel |
Beleidsregels Leerlingenvervoer Schooljaar 2026-2027 Rijswijk
HOOFDSTUK 1 – ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1.2 – Verantwoordelijkheid ouders
Het vervoer van leerlingen van huis naar school en terug en de begeleiding van de leerling in het vervoer van huis naar school en terug is een verantwoordelijkheid van de ouders.
Artikel 1.3 – vervoer met begeleiding
Indien door het college een tegemoetkoming in de kosten van het leerlingenvervoer wordt toegekend in de vorm van een fietsvergoeding met begeleiding of openbaar vervoer met begeleiding dan dienen de ouders zelf zorg te dragen voor deze begeleiding. Indien zij niet zelf deze begeleiding kunnen bieden dan organiseren zij dit op een andere, voor hen passende manier.
Het enkele feit dat ouders beiden werken en/of er andere kinderen in het gezin zijn die zorg en begeleiding nodig hebben, is zonder andere bijkomende bijzondere omstandigheden die een belemmering zijn om zelf te begeleiden of anderen namens hen te laten begeleiden, geen reden om aangepast vervoer toe te kennen.
HOOFDSTUK 2 –AANVRAAG EN BEOORDELING AANVRAAG
Artikel 2.1 - Aanvraagprocedure
Een aanvraag kan worden ingediend, op een daartoe door burgemeester en wethouders beschikbaar gesteld (digitaal) formulier, door de ouders van een leerling. Het formulier is volledig ingevuld en de gevraagde bewijsstukken zijn toegevoegd. Indien blijkt dat er sprake is van een incomplete aanvraag wordt de aanvrager gevraagd de aanvraag binnen 4 weken compleet te maken.
Artikel 2.3 Buiten behandeling laten van aanvraag
Indien binnen de gestelde termijn van art. 2.2 de aanvraag niet compleet is gemaakt en de gemeente niet over de noodzakelijke gegevens beschikt om de aanvraag te kunnen beoordelen, wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. Hiervan wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.
Op basis van de aanvraag wordt door de medewerkers van het team Jeugd, Onderwijs en Sport beoordeeld of het inwinnen van medisch, ergonomisch of sociaal advies noodzakelijk is.
Artikel 2.5 – Dichtstbijzijnde school
Ouders kiezen de school waarop ze de leerling willen inschrijven. Indien er recht bestaat op een tegemoetkoming in de kosten van het leerlingenvervoer dan wordt die toegekend naar de dichtstbijzijnde school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige- of levensbeschouwelijk richting. Dit ongeacht of de leerling deze school ook daadwerkelijk bezoekt.
Ouders kunnen kiezen voor een verder weg gelegen school, echter voor de beoordeling van de aanvraag en de berekening van de tegemoetkoming in de kosten van het leerlingenvervoer wordt uitgegaan van vervoer naar die dichtstbijzijnde school.
Artikel 2.6 – Afstandscriterium
Een tegemoetkoming in de kosten van het leerlingenvervoer kan worden toegekend als de afstand tussen de woning en de dichtstbijzijnde school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige- of levensbeschouwelijk richting 6 kilometer of meer bedraagt gemeten over de kortste afstand per auto.
Voor het vaststellen van de kortste afstand wordt gebruik gemaakt van de routeplanner van de ANWB, via de website: www.anwb.nl.
Wanneer de afstand exact of rond de kilometergrens ligt, wordt de route nogmaals berekend via een tweede routeplanner, Google Maps. De gemiddelde afstand tussen deze twee routeplanners zal worden aangehouden.
Artikel 2.8 - Feitelijk verblijfadres
Om vast te kunnen stellen of iemand in de gemeente woonachtig is, volstaat doorgaans het raadplegen van de Basisregistratie Personen (BRP). Soms komt het voor dat een leerling staat ingeschreven in een andere woongemeente, maar een gedeelte van de week feitelijk in Rijswijk verblijft (bijvoorbeeld bij co-ouderschap). In zo’n geval wordt voor deze dagen het adres in Rijswijk als feitelijk verblijfadres aangemerkt en kan de ouder, ondanks dat de leerling niet staat ingeschreven in Rijswijk, voor die dagen bij de gemeente Rijswijk een tegemoetkoming in de kosten van het leerlingenvervoer van het Rijswijkse adres aanvragen.
Artikel 2.9 – Leeftijd leerling
De leeftijd waarop een leerling toegelaten mag worden tot het (speciaal) onderwijs is 4 jaar. Met een uitzondering naar 3 jaar indien de leerling toelaatbaar is verklaard. De leeftijd waarop de leerling het voortgezet speciaal onderwijs moet verlaten is 20 jaar. Doorgaans gaan leerlingen vanaf 12 jaar over naar het voortgezet (speciaal) onderwijs.
Leerlingen van 9 jaar en ouder worden geacht in staat te zijn om zelfstandig met het openbaar vervoer of de fiets van huis naar school en terug te reizen.
Is de stage een onderdeel van het onderwijsprogramma (opgenomen in de schoolgids) en krijgt de ouder van de leerling een tegemoetkoming in de kosten van het leerlingenvervoer van en naar de school, dan bestaat de mogelijkheid tot aanspraak op ook deze tegemoetkoming naar het stageadres. Het stageadres wordt dan ook als school aangemerkt.
Hier geldt echter ook de dichtstbijzijnde toegankelijke stage. Stageplaatsen moeten in de gemeente Rijswijk, op de route naar of dichtbij het schooladres liggen. Ook moeten de stagetijden aansluiten op de reguliere schooltijden. Op die manier kan het stagevervoer worden gecombineerd met het reguliere schoolvervoer. Als er een tegemoetkoming in de kosten in de vorm van het aangepast vervoer wordt verstrekt geldt tevens dat de vervoerder niet of in geringe mate hoeft om te rijden naar het stageadres.
HOOFDSTUK 3 – TEGEMOETKOMING KOSTEN VERVOER
Artikel 3.1 – vormen tegemoetkoming in de kosten
Als er is vastgesteld dat er een recht bestaat op een tegemoetkoming in de kosten van het leerlingenvervoer dan kan de gemeente verschillende vormen toekennen. De gemeente kent de goedkoopste vorm van vergoeding toe. Daarbij wordt er altijd gekeken naar de afstand, de route naar school en de mogelijkheden van het kind.
De standaard vergoeding is een vergoeding op basis van de kosten van het openbaar vervoer.
Als de leerling in staat is om zelfstandig of onder begeleiding met de fiets te reizen kan een vergoeding voor het gebruik van de fiets worden toegekend. Eventueel kan ook een vergoeding voor het gebruik van de bromfiets verstrekt worden.
Als de leerling beperkingen heeft waardoor het onmogelijk is om zelfstandig of onder begeleiding met het openbaar vervoer of met de fiets te reizen, dan kan een tegemoetkoming op basis van het aangepast vervoer worden toegekend. De gemeente regelt dan voor deze leerling vervoer via het collectieve groepsvervoer per (taxi)busje). Ouders ontvangen bij deze vorm geen financiële tegemoetkoming.
Artikel 3.2 – Kosten openbaar vervoer
Voor het vaststellen van de kosten van een enkele rit, maandkaart of jaarkaart voor het openbaar vervoer wordt gebruik gemaakt van de tarieven van de HTM (inclusief de gelende kortingen), via de website: www.htm.nl. Voor verre ritten waarbij ook gebruik gemaakt wordt van de trein, worden de kosten berekend via de website: www.OV9292.nl. In de regel worden de kosten voor een jaarkaart voor de leerling (en de eventuele noodzakelijke begeleiding) voor de betreffende ov-zones.
Artikel 3.3 – Reisduur met het openbaar vervoer
Wanneer de reistijd met openbaar vervoer meer is dan 1,5 uur en deze reistijd met het aangepast vervoer (meer dan) gehalveerd kan worden, komt de leerling in aanmerking voor aangepast vervoer.
Artikel 3.4 – Kosten eigen vervoer per auto
Ouders kunnen ervoer kiezen de leerling(en) met de eigen auto te vervoeren of te carpoolen met andere ouders. Een verzoek hiertoe wordt ingediend bij de gemeente.
Als de gemeente hier toestemming voor verleend dan worden de kosten vergoed op basis van de kosten van het openbaar vervoer als de leerling in aanmerking kwam voor deze vorm van tegemoetkoming.
Als de leerling in aanmerking kwam voor het aangepast vervoer, dan wordt een bedrag per kilometer, zoals genoemd in het hoofdstuk 5 Financiële bepalingen, vergoed. Dat geldt ook als de ouder meerdere leerlingen vervoerd die recht hebben op een tegemoetkoming in de kosten van het leerlingenvervoer in de vorm van het openbaar vervoer.
HOOFDSTUK 4 – AANGEPAST VERVOER
Artikel 4.1 – Overdracht leerling
Indien ouders wensen af te wijken van de overdracht van de leerlingen door de chauffeur aan een volwassene, kunnen zij dit verzoek bij de gemeente indienen. De gemeente maakt van deze afspraak een melding in het communicatiesysteem tussen gemeente, vervoerder en contractbeheerder, zodat de vervoerder en chauffeur hiervan op de hoogte zijn.
Artikel 4.2 – Medische begeleiding
Indien een leerling medische begeleiding nodig heeft tijdens het vervoer, zijn deze kosten niet voor rekening van de gemeente. Medische begeleiding valt dus niet onder het leerlingenvervoer.
Artikel 4.3 – Buitenschoolse opvang, naschoolse opvang
Instellingen en/of instanties voor buitenschoolse- of naschoolse opvang (BSO, NSO) of een Boddaertcentrum al dan niet met behandeling of therapie zijn geen scholen zoals bedoeld in artikel 1 van de verordening. Het vervoer naar en van deze opvang komt dus niet in aanmerking voor vergoeding.
Echter als een leerling in aanmerking komt voor aangepast vervoer, dan kan een ouder een verzoek indienen bij de gemeente of de terugrit van school naar huis ingewisseld kan worden voor een rit van school naar een opvanglocatie. Dit wordt echter alleen gehonoreerd indien dit een vaste locatie is voor het gehele schooljaar en het opvangadres ligt binnen de gemeentegrens van Rijswijk of het opvangadres ligt op de route: met andere woorden waarvoor door de vervoerder niet of in geringe mate hoeft te worden omgereden. De rit terug ’s avonds van de opvanglocatie naar huis is altijd de verantwoordelijkheid van en voor rekening van de ouder(s).
Artikel 4.4 – Overige adressen
Naast het adres van de woning zoals bedoeld in artikel 1 van de verordening mag maximaal één ander adres worden doorgegeven voor ophalen/thuisbrengen van de leerling. Het tweede adres dient structureel op vaste dagen per week gedurende het gehele schooljaar gebruikt te worden. Het tweede adres dient binnen de gemeentegrenzen te liggen.
Artikel 4.5 – Uitvoering en bemiddeling
Voor de uitvoering van het aangepast vervoer heeft de gemeente met een aantal vervoersbedrijven een contract afgesloten. Het contractbeheer is uitbesteed aan een externe partij. Deze partij bemiddelt en organiseert namens de gemeente het vervoer van de leerling. Deze partij is zowel voor de ouders als voor de gemeente de contactpartij.
Artikel 4.6 – Gedragsregels en ontzegging aangepast vervoer
De gemeente Rijswijk verwacht gepast gedrag van ouders en leerlingen in het aangepast vervoer. Wat hieronder verstaan wordt, is terug te vinden in ‘Het Handboekje Leerlingenvervoer’. Dit handboek wordt aan alle ouders uitgereikt voor de start van het schooljaar. De gemeente Rijswijk onderschrijft deze gedragsregels.
Bij ontoelaatbaar gedrag van de leerling kan deze (tijdelijk) van het aangepast vervoer geweerd worden. Op welke manier de gemeente reageert als de leerling de veiligheid van de andere passagiers en de chauffeur in gevaar brengt, vraagt om maatwerk waarbij individuele omstandigheden worden meegewogen.
Voordat overgegaan wordt tot een ontzegging, worden de volgende stappen ondernomen:
Artikel 4.7 – Bevorderen zelfstandig reizen van en naar school
Ter bevordering van de zelfstandigheid van de leerling kan een leerling door ouders via de gemeente aangemeld worden voor het project Mee op Weg. Mee op Weg beoordeelt samen met ouders, kind en school of het traject haalbaar is en of er dus werkelijk gestart zal worden. Na de start wordt er tussentijds geëvalueerd over continueren of stoppen van het traject.
Mocht na dit traject blijken dat een leerling geen gebruik meer maakt van het aangepast vervoer, maar wel gebruik maakt van het openbaar vervoer (OV) of fietsvervoer, ontvangt de ouder(s) voor de duur van het lopende schooljaar een vergoeding OV of fietsvervoer. Deze bijdrage eindigt in ieder geval, indien de leerling geen onderwijs meer volgt of van school wisselt.
HOOFDSTUK 5 – FINANCIËLE BEPALINGEN
Artikel 5.3 - Pleegouders en financiële verplichtingen
Pleegouders worden als ‘ouders’ in de zin van de verordening worden aangemerkt. Aan pleegouders mogen dus eventuele financiële verplichtingen opgelegd worden zoals het drempelbedrag of een bedrag in het kader van financiële draagkracht.
Echter in de gemeente Rijswijk wordt aan pleegouders geen financiële verplichting opgelegd. Pleegouders krijgen een pleegvergoeding. Hiervan kunnen ze de basiskosten voor het pleegkind voldoen. De basisvergoeding is echter niet toereikend voor de kosten van leerlingenvervoer. Pleegouders kunnen kosten verhalen bij de onderhoudsplichtige ouders maar uit de praktijk blijkt dat deze ouders vaak een laag inkomen hebben.
Artikel 5.4 – Vergoeding openbaar vervoer
In de regel worden de kosten voor een jaarkaart voor de leerling (en de eventuele noodzakelijke begeleiding) voor de betreffende ov-zones die gereisd moeten worden, vergoed.
De vergoeding voor het schooljaar 2026-2027 is vastgesteld op € 0,11 per gereden kilometer gemeten over de kortste route.
Artikel 5.6 – Bromfietsvergoeding
De vergoeding voor het schooljaar 2026-2027 is vastgesteld op € 0,23 per gereden kilometer gemeten over de kortste route.
HOOFDSTUK 6 – Overige bepalingen
Indien er sprake is van een crisisopvang of noodopvang van een Rijswijkse leerling in een andere gemeente dan Rijswijk is het volgende van toepassing.
Als de leerling voor het moment van de crisis- of noodopvang in aanmerking kwam voor een tegemoetkoming in de kosten van het leerlingenvervoer, dan vergoedt de gemeente Rijswijk ook de kosten van vervoer van en naar school vanaf de crisis- of noodopvang. De vergoeding voor crisis- of noodopvang is maximaal 6 weken, met de mogelijkheid om éénmaal te verlengen met 6 weken.
Als de leerling voor het moment van de crisis- of noodopvang niet in aanmerking kwam voor een tegemoetkoming in de kosten van het leerlingenvervoer, dan vergoedt de gemeente waar de crisisopvang gevestigd is de kosten van vervoer van en naar school. De huidige school wordt dan als meest passend onderwijs beschouwd.
Artikel 6.2 – Hardheidsclausule
Afwijken van wat bepaald is in de verordening en deze beleidsregels kan alleen plaatsvinden ten gunste van een leerling en nooit ten nadele. In zeer uitzonderlijke omstandigheden zal de hardheidsclausule worden toegepast. In verband met precedentwerking moet duidelijk worden aangegeven, waarom in een bepaalde situatie van de verordening is afgeweken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-198664.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.