Gemeenteblad van Nieuwegein
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Nieuwegein | Gemeenteblad 2026, 19706 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Nieuwegein | Gemeenteblad 2026, 19706 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Deze publicatie bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De publicatie wordt standaard getoond met verschilmarkering. Door te kiezen voor ‘Was’ of ‘Wordt’ kunt u de voormalige of vernieuwde tekst op zichzelf bekijken.
Toon versie van document
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst.
Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Nieuwegein
gelezen de tekstinhoud van 'Omgevingsplan gemeente Nieuwegein' d.d. 13‑01‑2026
gelet op de artikelen 2.4 en 2.8 van de Omgevingswet
overwegende dat:
de bekendmaking van de terinzagelegging van de ontwerpwijziging Omgevingsplan in het digitaal gemeenteblad op 14 oktober 2025 en via elektronische weg;
de terinzagelegging van de ontwerpwijziging Omgevingsplan van 15 oktober 2025 tot en met 25 november 2025;
de tijdig ingediende zienswijzen.
Besluit:
De notitie ‘beantwoording zienswijzen ontwerpwijziging omgevingsplan vergunde grondgebonden woningen’ vast te stellen, waarbij naar aanleiding van de zienswijzen de wijziging van het omgevingsplan op de volgende onderdelen is aangepast:
De wijziging omgevingsplan vergunde grondgebonden woningen gewijzigd ten opzichte van de ontwerpwijziging vast te stellen.
"Omgevingsplan gemeente Nieuwegein" opgenomen in Bijlage A wordt vastgesteld.
A
Artikel 4.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De regels waarnaar in deze paragraaf wordt verwezen zijn van toepassing in het werkingsgebied Duurzaamduurzaam bouwen.
B
Artikel 5.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van de regels over parkeren in het tijdelijk deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, gelden in het werkingsgebied ‘ ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen’ de regels in deze subparagraaf.
Het eerste lid is niet van toepassing op de volgende onderdelen van het tijdelijk deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet:
C
Artikel 5.57 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Onverminderd de artikelen 5.52 tot en met 5.56 is bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor of zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden, de afstand niet kleiner dan de afstand, bedoeld in onderstaande tabel.
In afwijking van artikel 5.51 geldt de afstand, bedoeld in het eerste lid, vanaf de gevel van een dierenverblijf.
D
Na afdeling 5.2.2 wordt een afdeling ingevoegd, luidende:
Wonen in een woning is alleen toegestaan in het werkingsgebied wonen.
E
Het opschrift van artikel 5.110 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
F
Het opschrift van artikel 5.111 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
G
Het opschrift van artikel 5.112 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
H
Het opschrift van artikel 5.113 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
I
Artikel 5.114 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In het werkingsgebied ‘ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen’ zijn de regels in deze afdeling niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.
Het eerste lid is niet van toepassing op de regels met betrekking tot het bouwen van bijbehorende bouwwerken zoals opgenomen in artikel 5.1795.182.
J
Artikel 5.115 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De algemene zorgplicht, bedoeld in artikel 5.3 houdt voor de activiteiten, bedoeld in artikel 5.1125.115, in ieder geval in dat
beschadiging van bestaande (bouw)werken zo veel mogelijk wordt voorkomen;
belemmering van het gebruik van bestaande (bouw)werken zo veel mogelijk wordt voorkomen of beperkt; en
bij werkzaamheden alle maatregelen worden getroffen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om de volgende beschadigingen of belemmeringen te voorkomen of niet te laten voortduren:
beschadigingen of belemmeringen van wegen;
beschadigingen of belemmeringen van in de weg gelegen (bouw)werken;
beschadigingen of belemmeringen van andere roerende of onroerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouwterrein grenzende openbare weg;
beschadigingen of belemmeringen van openbaar water; of
beschadigingen of belemmeringen van openbaar groen.
K
Het opschrift van artikel 5.116 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
L
Het opschrift van artikel 5.117 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
M
Het opschrift van artikel 5.118 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
N
Het opschrift van artikel 5.119 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
O
Het opschrift van artikel 5.120 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
P
Het opschrift van artikel 5.121 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Q
Het opschrift van artikel 5.122 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
R
Het opschrift van artikel 5.123 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
S
Het opschrift van artikel 5.124 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
T
Het opschrift van artikel 5.125 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
U
Het opschrift van artikel 5.126 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
V
Het opschrift van artikel 5.127 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
W
Het opschrift van artikel 5.128 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
X
Het opschrift van artikel 5.129 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Y
Het opschrift van artikel 5.130 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Z
Het opschrift van artikel 5.131 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AA
Artikel 5.132 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
een opgave van de bouwkosten;
het beoogde en het huidige gebruik van het hoofdgebouw en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft;
een opgave van de bruto inhoud in m³ en de bruto vloeroppervlakte in m² van het hoofdgebouw waarop de aanvraag betrekking heeft;
een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop:
de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak;
de situering van het hoofdgebouw ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde;
de wijze waarop de locatie wordt ontsloten;
de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en
het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen hoofdgebouw;
de hoogte van het hoofdgebouw ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen;
de inrichting van parkeervoorzieningen;
voor zover dat in het tijdelijk deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de wet, is bepaald: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld;
de volgende gegevens en bescheiden voor de toetsing aan de regels over redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de wet:
tekeningen met maatvoering van alle gevels van het hoofdgebouw, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande hoofdgebouw in de directe omgeving past;
principedetails van gezichtsbepalende delen van het hoofdgebouw;
kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en
een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking;
als de aanvraag betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie:
de onderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 5.1365.139, redelijkerwijs is uit te sluiten; en
als de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 5.1365.139, wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 5.1365.139, redelijkerwijs is uit te sluiten; en
overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.
BB
Het opschrift van artikel 5.133 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CC
Het opschrift van artikel 5.134 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DD
Artikel 5.135 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het college van burgemeester en wethouders wint voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 5.1315.134 schriftelijk advies in bij de Commissie Omgevingskwaliteit Nieuwegein of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 5.1345.137.
Voor zover in de beleidsregels, bedoeld in 5.1345.137 derde lid of in de welstandsnota, bedoeld in 5.1345.137 vierde lid, wordt aangegeven dat de Commissie Omgevingskwaliteit Nieuwegein geen advies hoeft uit te brengen wordt de toets of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 5.1345.137 gedaan door de in de beleidsregel dan wel welstandsnota genoemde personen.
EE
Het opschrift van artikel 5.136 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FF
Artikel 5.137 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 5.1335.136, kan de omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijk deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de wet.
Op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het eerste lid kan worden verleend, zijn van overeenkomstige toepassing:
artikel 8.0b, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
artikel 8.0c, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en
artikel 8.0d, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
GG
Artikel 5.138 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 5.1335.136 wordt de omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw geweigerd als:
een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet, een als voorbereidingsbesluit geldend tracébesluit als bedoeld in artikel 4.49 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als bedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet; of
een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden.
In afwijking van het eerste lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met een in voorbereiding zijnde wijziging van het omgevingsplan respectievelijk een in voorbereiding zijnde wijziging van het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht.
HH
Het opschrift van artikel 5.139 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
II
Het opschrift van artikel 5.140 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJ
Het opschrift van artikel 5.141 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KK
Het opschrift van artikel 5.142 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LL
Het opschrift van artikel 5.143 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MM
Het opschrift van artikel 5.144 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NN
Artikel 5.145 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het college van burgemeester en wethouders wint voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 5.1415.144 schriftelijk advies in bij de Commissie Omgevingskwaliteit Nieuwegein of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 5.1445.147.
Voor zover in de beleidsregels, bedoeld in 5.1445.147 derde lid of in de welstandsnota, bedoeld in 5.1445.147 vierde lid, wordt aangegeven dat de Commissie Omgevingskwaliteit Nieuwegein geen advies hoeft uit te brengen wordt de toets of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 5.1445.147 gedaan door de in de beleidsregel dan wel welstandsnota genoemde personen.
OO
Artikel 5.146 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 5.1435.146 kan de omgevingsvergunning voor het bouwen van een woonark toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijk deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de wet.
Op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het eerste lid kan worden verleend, zijn van overeenkomstige toepassing:
artikel 8.0b, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
artikel 8.0c, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en
artikel 8.0d, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
PP
Artikel 5.147 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 5.1435.146 wordt de omgevingsvergunning voor het bouwen van een woonark geweigerd als:
een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet, een als voorbereidingsbesluit geldend tracébesluit als bedoeld in artikel 4.49 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als bedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet; of
een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden.
In afwijking van het eerste lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met een in voorbereiding zijnde wijziging van het omgevingsplan respectievelijk een in voorbereiding zijnde wijziging van het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht.
Het opschrift van artikel 5.148 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RR
Het opschrift van artikel 5.149 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SS
Het opschrift van artikel 5.150 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TT
Het opschrift van artikel 5.151 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UU
Het opschrift van artikel 5.152 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VV
Het opschrift van artikel 5.153 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WW
Artikel 5.154 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het college van burgemeester en wethouders wint voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 5.1505.153 schriftelijk advies in bij de Commissie Omgevingskwaliteit Nieuwegein of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 5.1535.156.
Voor zover in de beleidsregels, bedoeld in 5.1535.156 derde lid of in de welstandsnota, bedoeld in 5.1535.156 vierde lid, wordt aangegeven dat de Commissie Omgevingskwaliteit Nieuwegein geen advies hoeft uit te brengen wordt de toets of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 5.1535.156 gedaan door de in de beleidsregel dan wel welstandsnota genoemde personen.
XX
Het opschrift van artikel 5.155 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YY
Artikel 5.156 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 5.1525.155 kan de omgevingsvergunning voor het bouwen van een woonwagen toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijk deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de wet.
Op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het eerste lid kan worden verleend, zijn van overeenkomstige toepassing:
artikel 8.0b, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
artikel 8.0c, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en
artikel 8.0d, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
ZZ
Artikel 5.157 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 5.1525.155 wordt de omgevingsvergunning voor het bouwen van een woonwagen geweigerd als:
een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet, een als voorbereidingsbesluit geldend tracébesluit als bedoeld in artikel 4.49 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als bedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet;
of een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden.
In afwijking van het eerste lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht.
AAA
Het opschrift van artikel 5.158 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBB
Het opschrift van artikel 5.159 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCC
Het opschrift van artikel 5.160 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDD
Artikel 5.161 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEE
Het opschrift van artikel 5.162 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFF
Het opschrift van artikel 5.163 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGG
Het opschrift van artikel 5.164 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHH
Artikel 5.165 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het college van burgemeester en wethouders wint voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 5.1605.163 schriftelijk advies in bij de Commissie Omgevingskwaliteit Nieuwegein of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 5.1645.167.
Voor zover in de beleidsregels, bedoeld in 5.1645.167 derde lid of in de welstandsnota, bedoeld in 5.1645.167 vierde lid, wordt aangegeven dat de Commissie Omgevingskwaliteit Nieuwegein geen advies hoeft uit te brengen wordt de toets of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 5.1645.167 gedaan door de in de beleidsregel dan wel welstandsnota genoemde personen.
III
Het opschrift van artikel 5.166 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJ
Artikel 5.167 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 5.1635.166 kan de omgevingsvergunning voor het bouwen van bebouwing op een agrarisch perceel toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijk deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de wet.
Op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het eerste lid kan worden verleend, zijn van overeenkomstige toepassing:
artikel 8.0b, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
artikel 8.0c, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en
artikel 8.0d, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
KKK
Het opschrift van artikel 5.168 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLL
Het opschrift van artikel 5.169 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMM
Het opschrift van artikel 5.170 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNN
Het opschrift van artikel 5.171 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOO
Het opschrift van artikel 5.172 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPP
Het opschrift van artikel 5.173 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQ
Artikel 5.174 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het college van burgemeester en wethouders wint voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 5.1705.173 schriftelijk advies in bij de Commissie Omgevingskwaliteit Nieuwegein of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 5.1735.176.
Voor zover in de beleidsregels, bedoeld in 5.1735.176 derde lid of in de welstandsnota, bedoeld in 5.1735.176 vierde lid, wordt aangegeven dat de Commissie Omgevingskwaliteit Nieuwegein geen advies hoeft uit te brengen wordt de toets of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 5.1735.176 gedaan door de in de beleidsregel dan wel welstandsnota genoemde personen.
RRR
Het opschrift van artikel 5.175 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSS
Het opschrift van artikel 5.176 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTT
Het opschrift van artikel 5.177 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUU
Het opschrift van artikel 5.178 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVV
Artikel 5.179 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod in artikel 5.1785.181 geldt niet als een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan voldoet aan de volgende eisen:
op de grond staand;
gelegen in het achtererfgebied;
op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied;
de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag, alleen op de eerste bouwlaag;
niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte;
voor zover op een afstand van niet meer dan 4 m van het oorspronkelijke hoofdgebouw, niet hoger dan:
voor zover op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijke hoofdgebouw:
als het bijbehorende bouwwerk of de uitbreiding daarvan hoger is dan 3 m: voorzien van een schuin dak, de dakvoet niet hoger dan 3 m, de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, en waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3;
functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg;
de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen in het bebouwingsgebied niet meer dan:
bij een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m²: 50% van dat bebouwingsgebied;
bij een bebouwingsgebied groter dan 100 m² en kleiner dan of gelijk aan 300 m²: 50 m², vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m²; en
bij een bebouwingsgebied groter dan 300 m²: 90 m², vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m², tot een maximum van in totaal 150 m².
WWW
Het opschrift van artikel 5.180 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXX
Artikel 5.181 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de beoordelingsregels als bedoeld in artikel 5.1335.136 dan wel de regels voor hoofdgebouwen in het tijdelijk deel van dit omgevingsplan als bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet;
YYY
Artikel 5.182 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 5.1815.184 wordt de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk buiten het werkingsgebied ‘bouwvlak’ verleend als:
het bijbehorend bouwwerk in het werkingsgebied welstand regulier of welstand bijzonder wordt gebouwd;
het bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied wordt gebouwd;
het bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan op de grond staat;
het bijbehorend bouwwerk alleen een verblijfsgebied in de eerste bouwlaag biedt;
het bijbehorend bouwwerk niet wordt voorzien van een dakterras, balkon of ander niet op de grond gelegen buitenruimte;
het bijbehorend bouwwerk, voor zover gebouwd op een afstand van meer dan 4 meter van het oorspronkelijke hoofdgebouw, functioneel ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg; en
de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied niet meer bedraagt dan:
bij een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m²: 50% van dat bebouwingsgebied;
bij een bebouwingsgebied groter dan 100 m² en kleiner dan of gelijk aan 300 m²: 50 m², vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m²; en
bij een bebouwingsgebied groter dan 300 m²: 90 m², vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m², tot een maximum van in totaal 150.
In het werkingsgebied ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen geldt, in afwijking van het eerste lid dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk ook wordt verleend als aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan als bedoeld in het eerste lid en het bijbehorende bouwwerk buiten een bouwvlak ligt, zoals dat is opgenomen in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de wet.
In het werkingsgebied ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen geldt, in afwijking van het eerste lid, dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk ook wordt verleend als, op basis van het tijdelijk deel van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de wet:
ZZZ
Het opschrift van artikel 5.183 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAA
Artikel 5.184 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het college van burgemeester en wethouders wint voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 5.1785.181 schriftelijk advies in bij de Commissie omgevingskwaliteit of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 5.1835.186.
Voor zover in de beleidsregels, bedoeld in 5.1835.186 derde lid of in de welstandsnota, bedoeld in 5.1835.186 vierde lid, wordt aangegeven dat de Commissie Omgevingskwaliteit Nieuwegein geen advies hoeft uit te brengen wordt de toets of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 5.1835.186 gedaan door de in de beleidsregel dan wel welstandsnota genoemde personen.
BBBB
Het opschrift van artikel 5.185 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCC
Artikel 5.186 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 5.1815.184 kan de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijk deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de wet.
Op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het eerste lid kan worden verleend, zijn van overeenkomstige toepassing:
artikel 8.0b, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
artikel 8.0c, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en
artikel 8.0d, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
DDDD
Artikel 5.187 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 5.1815.184 wordt de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk geweigerd als:
een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet, een als voorbereidingsbesluit geldend Tracébesluit als bedoeld in artikel 4.49 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als bedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet; of
een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden.
In afwijking van het eerste lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht.
EEEE
Het opschrift van artikel 5.188 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFF
Het opschrift van artikel 5.189 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGG
Het opschrift van artikel 5.190 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHH
Het opschrift van artikel 5.191 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIII
Het opschrift van artikel 5.192 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJ
Het opschrift van artikel 5.193 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKK
Het opschrift van artikel 5.194 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLL
Het opschrift van artikel 5.195 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMM
Artikel 5.196 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod als bedoeld in artikel 5.1955.198 geldt niet als een dakkapel voldoet aan de volgende eisen:
de dakkapel in het werkingsgebied welstandsvrij of welstand regulier wordt gebouwd;
de dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak wordt gebouwd;
de dakkapel wordt voorzien van een plat dak;
de dakkapel is, gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m;
de onderzijde van de dakkapel ligt op meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet;
de bovenzijde van de dakkapel ligt op meer dan 0,5 m onder de daknok; en
de zijkanten van de dakkapel liggen op meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak.
NNNN
Het opschrift van artikel 5.197 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOO
Het opschrift van artikel 5.198 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPP
Artikel 5.199 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het college van burgemeester en wethouders wint voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 5.1955.198 schriftelijk advies in bij de Commissie omgevingskwaliteit of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 5.1985.201.
Voor zover in de beleidsregels, bedoeld in 5.1985.201 derde lid of in de welstandsnota, bedoeld in 5.1985.201 vierde lid, wordt aangegeven dat de Commissie Omgevingskwaliteit Nieuwegein geen advies hoeft uit te brengen wordt de toets of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 5.1985.201 gedaan door de in de beleidsregel dan wel welstandsnota genoemde personen.
QQQQ
Het opschrift van artikel 5.200 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRR
Het opschrift van artikel 5.201 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSS
Het opschrift van artikel 5.202 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTT
Artikel 5.203 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod in artikel 5.2025.205 geldt niet als een buitenunit ten behoeve van warmte- of koudeopwekking voldoet aan de volgende eisen:
indien de buitenunit op of in de grond wordt geplaatst: maximaal 1 meter hoog en de oppervlakte kleiner dan 2 m², of;
indien de buitenunit aan een gevel of op een balkon of luifel tegen een gevel wordt geplaatst: maximaal 50 centimeter uitsteekt ten opzichte van de gevel (loodrecht gemeten) en de buitenunit is geplaatst aan de achtergevel of zijgevel die niet naar de openbare ruimte is gekeerd, of;
indien de buitenunit op een dak wordt geplaatst: maximaal 50 centimeter uitsteekt ten opzichte van het dak (loodrecht gemeten bij een plat dak en verticaal gemeten bij een schuin dak) en de buitenunit is geplaatst in het achterdakvlak of zijdakvlak die niet naar de openbare ruimte is gekeerd.
UUUU
Het opschrift van artikel 5.204 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVV
Het opschrift van artikel 5.205 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWW
Artikel 5.206 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het college van burgemeester en wethouders wint voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 5.2025.205 schriftelijk advies in bij de Commissie omgevingskwaliteit of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 5.2055.208.
Voor zover in de beleidsregels, bedoeld in artikel 5.2055.208 derde lid of in de welstandsnota, bedoeld in artikel 5.2055.208 vierde lid, wordt aangegeven dat de Commissie Omgevingskwaliteit Nieuwegein geen advies hoeft uit te brengen wordt de toets of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 5.2055.208 gedaan door de in de beleidsregel dan wel welstandsnota genoemde personen.
XXXX
Het opschrift van artikel 5.207 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYY
Het opschrift van artikel 5.208 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZ
Het opschrift van artikel 5.209 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAA
Het opschrift van artikel 5.210 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBB
Artikel 5.211 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCC
Het opschrift van artikel 5.212 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDD
Het opschrift van artikel 5.213 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEE
Het opschrift van artikel 5.214 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFF
Het opschrift van artikel 5.215 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGG
Het opschrift van artikel 5.216 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHH
Artikel 5.217 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 5.2165.219 mag je een bouwwerk toch veranderen als wordt voldaan aan de volgende eisen:
geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte;
geen uitbreiding van het bouwvolume; en
als het gaat om een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.29, onderdeel c tot en met onderdeel g, van het Besluit bouwwerken leefomgeving, dient het bouwwerk te voldoen aan de eisen die in dit artikel gesteld worden ten aanzien van dit bouwwerk.
IIIII
Het opschrift van artikel 5.218 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJ
Het opschrift van artikel 5.219 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKK
Artikel 5.220 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het college van burgemeester en wethouders wint voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 5.2165.219 schriftelijk advies in bij de Commissie omgevingskwaliteit of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 5.2195.222.
Voor zover in de beleidsregels, bedoeld in 5.2195.222 derde lid of in de welstandsnota, bedoeld in 5.2195.222 vierde lid, wordt aangegeven dat de Commissie Omgevingskwaliteit Nieuwegein geen advies hoeft uit te brengen wordt de toets of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 5.2195.222 gedaan door de in de beleidsregel dan wel welstandsnota genoemde personen.
LLLLL
Het opschrift van artikel 5.221 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMM
Het opschrift van artikel 5.222 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNN
Het opschrift van artikel 5.223 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOO
Artikel 5.224 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod als bedoeld in artikel 5.2235.226 is niet van toepassing op:
erf- of perceelafscheidingen als wordt voldaan aan de volgende eisen:
de te bouwen erf- of perceelafscheiding wordt gebouwd in het werkingsgebied welstandsvrij of welstand regulier;
de bouwhoogte van een erf- of perceelsafscheiding is maximaal 2 meter, voor zover gelegen op een afstand van 1 meter achter de voorgevelrooilijn;
de erf- op perceelsafscheiding staat op een erf of perceel waarop al een hoofdgebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; en
de erf- of perceelsafscheiding grenst niet aan openbaar gebied.
een sport- of speeltoestel anders dan voor alleen particulier gebruik, als wordt voldaan aan de volgende eisen:
PPPPP
Artikel 5.225 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod als bedoeld in artikel 5.2235.226 is niet van toepassing op het bouwen of uitbreiden van de volgende bouwwerken, geen gebouwen zijnde op sportlocaties.
QQQQQ
Artikel 5.226 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod als bedoeld in artikel 5.2235.226 is niet van toepassing op het bouwen of uitbreiden van de volgende bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij woningen:
een containerberging bij een grondgebonden woning in het achtererfgebied;
een containerberging bij een grondgebonden woning in het voorerfgebied als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver op het gebouwerf bij een woning of woongebouw, als deze niet van een overkapping is voorzien.
RRRRR
Het opschrift van artikel 5.227 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSS
Het opschrift van artikel 5.228 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTT
Het opschrift van artikel 5.229 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUU
Artikel 5.230 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het college van burgemeester en wethouders wint voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 5.2235.226 schriftelijk advies in bij de Commissie omgevingskwaliteit of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 5.2295.232.
Voor zover in de beleidsregels, bedoeld in 5.2295.232 derde lid of in de welstandsnota, bedoeld in 5.2295.232 vierde lid, wordt aangegeven dat de Commissie Omgevingskwaliteit Nieuwegein geen advies hoeft uit te brengen wordt de toets of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 5.2295.232 gedaan door de in de beleidsregel dan wel welstandsnota genoemde personen.
VVVVV
Het opschrift van artikel 5.231 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWW
Het opschrift van artikel 5.232 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXX
Het opschrift van artikel 5.233 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYY
Het opschrift van artikel 5.234 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZ
Artikel 5.235 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De omgevingsvergunning voor het in stand houden van een bouwwerk als bedoeld in 5.2345.237 wordt alleen verleend als de activiteit niet in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, met uitzondering van afdeling 5.3.4;
AAAAAA
Het opschrift van artikel 5.236 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBB
Het opschrift van artikel 5.237 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCC
Het opschrift van artikel 5.238 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDD
Het opschrift van artikel 5.239 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEE
Artikel 5.240 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Onverminderd de overige bepalingen van deze afdeling en de bepalingen van titel 5.3 is in ieder geval in overeenstemming met dit omgevingsplan het gebruiken van een bestaand bouwwerk voor huisvesting in verband met mantelzorg.
FFFFFF
Het opschrift van artikel 5.241 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGG
Het opschrift van artikel 5.242 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHH
Het opschrift van artikel 5.243 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIII
Het opschrift van artikel 5.244 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJ
Het opschrift van artikel 5.245 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKK
Het opschrift van artikel 5.246 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLL
Artikel 5.247 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 5.2455.248, eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
een akoestisch onderzoek naar:
het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging of aanleg van de weg of spoorweg ondervinden;
het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied in de toekomst door de weg of spoorweg zouden ondervinden zonder de invloed van maatregelen die de geluidsbelasting beperken;
het geluid door andere wegen of niet te wijzigen delen van de weg, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de wijziging van een weg zal leiden tot een toename van meer dan 2 dB van het geluid op geluidgevoelige gebouwen door die wegen of delen;
de doeltreffendheid van de in aanmerking komende verkeersmaatregelen en andere maatregelen om te voorkomen dat het in de toekomst door de weg optredende geluid op de gebouwen, bedoeld onder 1°, de standaardwaarde, zijnde 53 Lden voor een weg en 55 Lden voor een spoorweg, te boven zou gaan of om te voorkomen dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen toeneemt ten opzichte van het geluid onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging;
een beschrijving van de voorgenomen maatregelen, bedoeld onder a, onder 4°; en
een beschrijving van te treffen geluidwerende maatregelen aan gevels van gebouwen waarvoor het toekomstige geluid hoger wordt dan de standaardwaarde en toeneemt ten opzichte van de situatie voor de wijziging of aanleg, voor zover nodig om te voldoen aan de grenswaarde, bedoeld in tabel 3.53 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
MMMMMM
Artikel 5.248 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.2455.248, eerste lid, wordt alleen verleend als de activiteit er niet toe leidt dat de grenswaarde 70 Lden wordt overschreden.
NNNNNN
Artikel 5.249 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.2455.248, eerste lid, worden voorschriften verbonden die ertoe strekken dat:
maatregelen als bedoeld in artikel 5.2475.250, onder a, onder 4°, worden getroffen, als deze doelmatig zijn; en
maatregelen als bedoeld in artikel 5.2475.250, onder c, worden getroffen.
OOOOOO
Het opschrift van artikel 5.250 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPP
Artikel 5.251 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 5.2525.255, worden aan het bevoegd gezag gegevens en bescheiden verstrekt over:
Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater:
QQQQQQ
Het opschrift van artikel 5.252 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRR
Het opschrift van artikel 5.253 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSS
Het opschrift van artikel 5.254 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTT
Het opschrift van artikel 5.255 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUU
Artikel 5.256 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De algemene zorgplicht, bedoeld in artikel 5.3 houdt specifiek voor de activiteiten, bedoeld in artikel 5.2555.258 in ieder geval in dat:
alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen;
alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen;
de beste beschikbare technieken worden toegepast;
geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt;
alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet;
afvalwater dat wordt geloosd doelmatig kan worden bemonsterd;
metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund;
meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt, en gepresenteerd;
voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft; en
afvalstoffen worden afgevoerd na beëindiging van een activiteit.
Het eerste lid is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
VVVVVV
Het opschrift van artikel 5.257 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWW
Het opschrift van artikel 5.258 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXX
Het opschrift van artikel 5.259 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYY
Artikel 5.260 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 5.2595.262, worden aan het bevoegd gezag gegevens en bescheiden verstrekt over:
Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
ZZZZZZ
Het opschrift van artikel 5.261 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAA
Het opschrift van artikel 5.262 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBB
Het opschrift van artikel 5.263 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCC
Artikel 5.264 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 5.2635.266, worden aan het bevoegd gezag gegevens en bescheiden verstrekt over:
Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Het eerste en tweede lid gelden niet als het lozen niet langer dan 48 uur duurt.
In afwijking van het eerste en tweede lid worden de gegevens en bescheiden ten minste vijf werkdagen voor het begin van het lozen verstrekt, als het lozen langer duurt dan 48 uur maar niet langer dan 8 weken.
DDDDDDD
Het opschrift van artikel 5.265 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEE
Het opschrift van artikel 5.266 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFF
Het opschrift van artikel 5.267 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGG
Het opschrift van artikel 5.268 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHH
Het opschrift van artikel 5.269 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIII
Het opschrift van artikel 5.270 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJ
Artikel 5.271 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKK
Het opschrift van artikel 5.272 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLL
Het opschrift van artikel 5.273 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMM
Het opschrift van artikel 5.274 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNN
Het opschrift van artikel 5.275 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOO
Het opschrift van artikel 5.276 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPP
Artikel 5.277 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQ
Het opschrift van artikel 5.278 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRR
Het opschrift van artikel 5.279 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSS
Het opschrift van artikel 5.280 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTT
Het opschrift van artikel 5.281 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUU
Het opschrift van artikel 5.282 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVV
Het opschrift van artikel 5.283 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWW
Het opschrift van artikel 5.284 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXX
Het opschrift van artikel 5.285 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYY
Het opschrift van artikel 5.286 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZ
Artikel 5.287 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 5.2865.289, worden aan het bevoegd gezag gegevens en bescheiden verstrekt over:
Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
AAAAAAAA
Het opschrift van artikel 5.288 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBB
Het opschrift van artikel 5.289 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCC
Artikel 5.290 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Ten minste vier weken voor het begin van het lozen, bedoeld in de artikelen 5.2935.296 en 5.2945.297 worden aan het bevoegd gezag gegevens en bescheiden verstrekt over:
Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
DDDDDDDD
Het opschrift van artikel 5.291 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEE
Het opschrift van artikel 5.292 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFF
Het opschrift van artikel 5.293 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGG
Het opschrift van artikel 5.294 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHH
Het opschrift van artikel 5.295 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIII
Het opschrift van artikel 5.296 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJ
Artikel 5.297 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKK
Het opschrift van artikel 5.298 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLL
Het opschrift van artikel 5.299 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMM
Het opschrift van artikel 5.300 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNN
Artikel 5.301 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOO
Het opschrift van artikel 5.302 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPP
Het opschrift van artikel 5.303 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQ
Het opschrift van artikel 5.304 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRR
Artikel 5.305 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 5.3045.307 worden aan het bevoegd gezag de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;
gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:
een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en
gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
SSSSSSSS
Het opschrift van artikel 5.306 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTT
Het opschrift van artikel 5.307 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUU
Artikel 5.308 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 5.3075.310 worden aan het bevoegd gezag de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;
gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:
een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en
de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Ten minste vier weken voor de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag
VVVVVVVV
Het opschrift van artikel 5.309 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWW
Het opschrift van artikel 5.310 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXX
Het opschrift van artikel 5.311 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYY
Het opschrift van artikel 5.312 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZ
Artikel 5.313 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 2.15, tweede, tiende of elfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gegevens en bescheiden zijn verstrekt of hadden moeten worden verstrekt, blijven de uit artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, volgende verplichtingen en de verplichtingen volgend uit de regels die bij of krachtens dat artikel in samenhang met artikel 1.7, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn gesteld, tot 1 december 2023 van toepassing.
Op een activiteit waarop het eerste lid van toepassing is, is gedurende de periodes, bedoeld in dat lid, artikel 5.3125.315 niet van toepassing.
AAAAAAAAA
Het opschrift van artikel 5.314 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBB
Het opschrift van artikel 5.315 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCC
Het opschrift van artikel 5.316 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDD
Het opschrift van artikel 5.317 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEE
Het opschrift van artikel 5.318 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFF
Het opschrift van artikel 5.319 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGG
Het opschrift van artikel 5.320 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHH
Het opschrift van artikel 5.321 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIII
Het opschrift van artikel 5.322 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJ
Artikel 5.323 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 5.3225.325 worden aan het bevoegd gezag de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;
gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:
een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en
gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
KKKKKKKKK
Het opschrift van artikel 5.324 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLL
Artikel 5.325 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met het oog op het beperken van verontreiniging van de bodem, vindt traditioneel schieten plaats boven een bodembeschermende voorziening, als bij het schieten hulzen van verschoten munitie vrijkomen.
De voorziening voor het opvangen van afgeschoten kogels, bedoeld in artikel 5.3245.327, is opgesteld boven een bodembeschermende voorziening
MMMMMMMMM
Het opschrift van artikel 5.326 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNN
Het opschrift van artikel 5.327 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOO
Het opschrift van artikel 5.328 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPP
Het opschrift van artikel 5.329 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQ
Het opschrift van artikel 5.330 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRR
Artikel 5.331 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het bevoegd gezag wordt ten minste vijf dagen voor het begin van de herstelwerkzaamheden, bedoeld in artikel 5.3305.333 geïnformeerd over de begindatum.
Het bevoegd gezag wordt ten hoogste vijf dagen na beëindiging van de herstelwerkzaamheden, bedoeld in artikel 5.3305.333 geïnformeerd over de einddatum.
SSSSSSSSS
Het opschrift van artikel 5.332 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTT
Het opschrift van artikel 5.333 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUU
Het opschrift van artikel 5.334 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVV
Het opschrift van artikel 5.335 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWW
Het opschrift van artikel 5.336 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXX
Artikel 5.337 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Ten minste een week voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 5.3365.339, worden aan het bevoegd gezag gegevens en bescheiden verstrekt over:
Onverwijld na het wijzigen van de begrenzing of de verwachte datum van het begin van de activiteit worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Het eerste lid is niet van toepassing:
YYYYYYYYY
Het opschrift van artikel 5.338 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZ
Het opschrift van artikel 5.339 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAA
Het opschrift van artikel 5.340 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBB
Het opschrift van artikel 5.341 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCC
Het opschrift van artikel 5.342 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDD
Het opschrift van artikel 5.343 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEE
Het opschrift van artikel 5.344 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFF
Artikel 5.345 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 5.3445.347, tweede lid, is deze paragraaf ook van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar:
In afwijking van artikel 5.3445.347, eerste lid, is deze paragraaf niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is maar mag worden gebouwd op grond van:
GGGGGGGGGG
Het opschrift van artikel 5.346 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHH
Artikel 5.347 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.3465.349 is niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een slagschaduwgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met de windturbine.
IIIIIIIIII
Artikel 5.348 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij een agrarische activiteit is artikel 5.3465.349 niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat:
op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de wet of een voor de inwerkingtreding van de wet aangevraagde omgevingsvergunning behoort of heeft behoord tot die agrarische activiteit en door een derde bewoond mag worden; of
eerder functioneel verbonden was met die agrarische activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.62 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is bepaald dat regels voor slagschaduw niet van toepassing zijn.
JJJJJJJJJJ
Het opschrift van artikel 5.349 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKK
Het opschrift van artikel 5.350 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLL
Het opschrift van artikel 5.351 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMM
Artikel 5.352 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 5.3515.354, tweede lid, onder b, is deze subparagraaf ook van toepassing op het geluid door een windturbine op of in een geluidgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar:
In afwijking van artikel 5.3515.354 is deze subparagraaf niet van toepassing op het geluid door een windturbine op en in een geluidgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is als:
NNNNNNNNNN
Het opschrift van artikel 5.353 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOO
Het opschrift van artikel 5.354 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPP
Het opschrift van artikel 5.355 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQ
Artikel 5.356 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het opwekken van energie door middel van een windturbine is toegestaan, mits er een geluidonderzoek wordt verricht waaruit blijkt dat de geluidsbelasting voldoet aan de waarden als bedoeld in artikel 5.3545.357.
Uit het rapport van een geluidonderzoek, bedoeld in het eerste lid, blijkt op grond van verrichte geluidsmetingen of geluidsberekeningen wat de geluidbelasting is en of wordt voldaan aan:
In het rapport wordt aangegeven welke voorzieningen en/of maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat de waarden worden overschreden en wanneer deze worden getroffen.
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit als bedoeld in 5.3515.354 wordt het rapport van een geluidonderzoek, verstrekt aan het bevoegd gezag.
Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan op grond van de gegevens in het rapport van het geluidonderzoek, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
RRRRRRRRRR
Artikel 5.357 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSS
Het opschrift van artikel 5.358 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTT
Artikel 5.359 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 5.3585.361 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;
gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:
een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en
gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
UUUUUUUUUU
Artikel 5.360 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater vindt het slachten van dieren en het broeien, koken of pekelen van daarbij vrijkomende dierlijke bijproducten inpandig plaats.
Te lozen afvalwater kan worden geloosd in een vuilwaterriool, als dat afvalwater afkomstig is van:
het bewerken van dierlijke bijproducten; of
het reinigen en desinfecteren van ruimtes waar een activiteit als bedoeld in artikel 5.3585.361 is uitgevoerd.
Het afvalwater wordt niet geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool.
Vethoudend afvalwater dat wordt geloosd, wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door:
een vetafscheider en slibvangput die voldoet aan NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2 met een capaciteit van ten minste 2 l/s;
een vetafscheider en slibvangput die zijn geplaatst voor 14 september 2004 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater die wordt geloosd; of
een flocculatieafscheider die is geplaatst voor 1 januari 2013 en is afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.
In afwijking van NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2 kan met een lagere frequentie van het legen en reinigen dan in die normen vermeld worden volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van de afscheider.
Het afvalwater wordt niet door een biologische zuivering geleid.
Dit artikel is niet van toepassing op afvalwater afkomstig van wonen.
VVVVVVVVVV
Het opschrift van artikel 5.361 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWW
Het opschrift van artikel 5.362 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXX
Het opschrift van artikel 5.363 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYY
Het opschrift van artikel 5.364 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZ
Het opschrift van artikel 5.365 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAA
Het opschrift van artikel 5.366 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBB
Het opschrift van artikel 5.367 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCC
Het opschrift van artikel 5.368 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDD
Het opschrift van artikel 5.369 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEE
Het opschrift van artikel 5.370 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFF
Artikel 5.371 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 5.3705.373 worden aan het bevoegd gezag de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;
gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:
een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl;
gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op het bereiden van voedingsmiddelen voor personen die wonen of werken op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.
GGGGGGGGGGG
Het opschrift van artikel 5.372 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHH
Het opschrift van artikel 5.373 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIII
Het opschrift van artikel 5.374 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJ
Het opschrift van artikel 5.375 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKK
Het opschrift van artikel 5.376 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLL
Het opschrift van artikel 5.377 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMM
Het opschrift van artikel 5.378 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNN
Het opschrift van artikel 5.379 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOO
Het opschrift van artikel 5.380 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPP
Het opschrift van artikel 5.381 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQ
Het opschrift van artikel 5.382 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRR
Het opschrift van artikel 5.383 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSS
Het opschrift van artikel 5.384 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTT
Het opschrift van artikel 5.385 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUU
Het opschrift van artikel 5.386 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVV
Het opschrift van artikel 5.387 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWW
Het opschrift van artikel 5.388 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXX
Het opschrift van artikel 5.389 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYY
Het opschrift van artikel 5.390 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZ
Het opschrift van artikel 5.391 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAA
Het opschrift van artikel 5.392 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBB
Het opschrift van artikel 5.393 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCC
Het opschrift van artikel 5.394 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDD
Het opschrift van artikel 5.395 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEEE
Het opschrift van artikel 5.396 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFF
Het opschrift van artikel 5.397 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGGG
Het opschrift van artikel 5.398 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHH
Het opschrift van artikel 5.399 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIII
Het opschrift van artikel 5.400 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJ
Het opschrift van artikel 5.401 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKK
Het opschrift van artikel 5.402 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLL
Het opschrift van artikel 5.403 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMM
Het opschrift van artikel 5.404 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNN
Het opschrift van artikel 5.405 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOO
Het opschrift van artikel 5.406 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPP
Het opschrift van artikel 5.407 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQ
Het opschrift van artikel 5.408 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRR
Het opschrift van artikel 5.409 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSS
Het opschrift van artikel 5.410 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTT
Het opschrift van artikel 5.411 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUUU
Het opschrift van artikel 5.412 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVV
Het opschrift van artikel 5.413 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWW
Het opschrift van artikel 5.414 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXX
Het opschrift van artikel 5.415 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYY
Het opschrift van artikel 5.416 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZ
Artikel 5.417 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het beginnen of uitbreiden in capaciteit van een activiteit als bedoeld in artikel 5.4165.419 is alleen toegestaan als nieuwe geurhinder op een geurgevoelig gebouw wordt voorkomen.
Het eerste lid is ook van toepassing op het wijzigen van de activiteit, als die wijziging leidt tot een grotere of andere geurbelasting ter plaatse van een geurgevoelig gebouw.
AAAAAAAAAAAAA
Het opschrift van artikel 5.418 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBB
Het opschrift van artikel 5.419 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCC
Het opschrift van artikel 5.420 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDD
Het opschrift van artikel 5.421 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEEEE
Het opschrift van artikel 5.422 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFF
Het opschrift van artikel 5.423 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGGGG
Het opschrift van artikel 5.424 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHH
Het opschrift van artikel 5.425 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIIII
Artikel 5.426 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Op het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteiten bedoeld in artikel 5.4255.428, zijn de beoordelingsregels, bedoeld in de artikelen 8.9 tot en met 8.11 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing.
JJJJJJJJJJJJJ
Het opschrift van artikel 5.427 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKK
Artikel 5.428 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 5.4275.430, tweede lid, is deze paragraaf ook van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw dat voor een duur van niet meer dan tien jaar is toegelaten:
In afwijking van artikel 5.4275.430, eerste lid, is deze paragraaf niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar mag worden gebouwd op grond van:
LLLLLLLLLLLLL
Het opschrift van artikel 5.429 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMM
Het opschrift van artikel 5.430 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNN
Het opschrift van artikel 5.431 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOO
Artikel 5.432 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De waarden, bedoeld in artikel 5.4315.434, eerste lid, zijn niet van toepassing op de geur door het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk waarvoor tot 1 januari 2011 een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking en onherroepelijk was, op geurgevoelige gebouwen die:
PPPPPPPPPPPPP
Artikel 5.433 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het wijzigen van een zuiveringtechnisch werk als bedoeld in de artikelen 5.4315.434, tweede lid, en 5.4325.435, is de waarde van de geur op een geurgevoelig gebouw als gevolg van dat zuiveringtechnisch werk niet hoger dan de waarde voor geur op een geurgevoelig gebouw, voorafgaand aan de verandering, tenzij de waarden, bedoeld in artikel 5.4315.434, eerste lid, niet worden overschreden.
QQQQQQQQQQQQQ
Het opschrift van artikel 5.434 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRR
Het opschrift van artikel 5.435 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSSS
Het opschrift van artikel 5.436 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTT
Artikel 5.437 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In tegenstelling tot artikel 5.1795.182 is het verboden om zonder omgevingsvergunning de activiteit als bedoeld in artikel 5.1785.181 te verrichten als in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de wet, voor de locatie waarop de bouwactiviteit wordt verricht, regels zijn gesteld als bedoeld in artikel 5.4365.439 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, tenzij wordt voldaan aan de voorwaarden in het derde lid.
In tegenstelling tot hetgeen is bepaald in artikel 5.2135.216 is het verboden om zonder omgevingsvergunning een recreatief nachtverblijf te bouwen als in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de wet, voor de locatie waarop de bouwactiviteit wordt verricht, regels zijn gesteld als bedoeld in artikel 5.4365.439 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, tenzij wordt voldaan aan de voorwaarden in het derde lid.
Het bouwwerk waarop de activiteit betrekking heeft een oppervlakte heeft van minder dan 50 m2; of
het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de wet, een verbod bevat om grondwerkzaamheden die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit zonder omgevingsvergunning te verrichten waarop regels als bedoeld in artikel 5.4365.439 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, van toepassing zijn.
UUUUUUUUUUUUU
Het opschrift van artikel 5.438 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVV
Het opschrift van artikel 5.439 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWW
Artikel 5.440 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXX
Artikel 5.441 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Mits aan de regels gesteld in het tweede lid wordt voldaan is de beperking van artikel 5.4405.443 niet van toepassing.
De activiteit als bedoeld artikel 5.4405.443 ziet op:
een Inpandige wijziging;
een wijziging van een achtergevel of achterdakvlak, als die gevel of dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd;
een bouwwerk op een gebouwerf aan de achterkant van een hoofdgebouw, als dat gebouwerf niet ook deel uitmaakt van het gebouwerf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; of
een bouwwerk op een locatie die onderdeel is van openbaar toegankelijk gebied.
YYYYYYYYYYYYY
Artikel 5.442 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4405.443 wordt verleend mits wordt voldaan aan:
ZZZZZZZZZZZZZ
Artikel 5.443 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken in, aan, op of bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument worden de gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 5.1325.135 overlegd.
AAAAAAAAAAAAAA
Artikel 5.444 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Op de activiteiten van artikel 5.4415.444 waarvoor geen omgevingsvergunning vereist is, zijn de redelijke eisen van welstand van toepassing volgens de criteria van de welstandsnota.
BBBBBBBBBBBBBB
Artikel 5.445 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De regels over het vergunningvrij bouwen, in stand houden, gebruiken van bijbehorende bouwwerken, bedoeld in paragraaf 5.3.2.7 en de regels over het gebruiken van een bestaand bouwwerk voor mantelzorg, bedoeld in artikel 5.2385.241, zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht:
op een locatie in een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de wet, opgenomen veiligheidszone, getypeerd als A-zone of B-zone, rondom een munitieopslag of een locatie voor activiteiten met ontplofbare stoffen;
op een locatie waarop de activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de wet, niet is toegestaan vanwege het overschrijden van het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar als gevolg van de aanwezigheid van een locatie voor een vergunningplichtige milieubelastende activiteit, transportroute of buisleiding of vanwege de ligging in een belemmeringenstrook voor het onderhoud van een buisleiding; of
op een locatie binnen een afstand als bedoeld in:
artikel 4.421, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.472c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.484, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.524, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.532, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.542, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.866, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.899, eerste lid, onder b, of derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.905, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.914, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.962, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.963, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is.
artikel 4.1008, eerste lid, onder b, of tweede lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, het tweede lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is; of
artikel 4.1101, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is.
CCCCCCCCCCCCCC
Het opschrift van artikel 5.446 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDD
Artikel 5.447 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel:
is een omgevingsvergunning vereist, indien de bouwactiviteit tevens betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in onderdeel a van artikel 5.4465.449.
In afwijking van van artikel 5.1795.182 en artikel 5.2135.216 is een omgevingsvergunning vereist indien de activiteit, waar deze artikelen betrekking op hebben, tevens betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in onderdeel b van artikel 5.4465.449.
EEEEEEEEEEEEEE
Artikel 5.448 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Op de activiteiten van artikel 5.4475.450 waarvoor geen omgevingsvergunning vereist is, zijn de redelijke eisen van welstand van toepassing volgens de criteria van de welstandsnota.
FFFFFFFFFFFFFF
Artikel 5.449 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4475.450 wordt verleend mits wordt voldaan aan:
GGGGGGGGGGGGGG
Artikel 5.450 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken in, aan, op of bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument worden de gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 5.1325.135 overlegd.
HHHHHHHHHHHHHH
Artikel 12.56 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De aanvraagvereisten voor de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 12.55 tweede lid zijn opgenomen in artikel 5.1325.135.
IIIIIIIIIIIIII
Na afdeling 12.2.2 wordt een afdeling ingevoegd, luidende:
In aanvulling op de bestemmingsomschrijving in het tijdelijk deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is in het werkingsgebied ‘vergunde grondgebonden woningen’ de activiteit wonen toegestaan.
In afwijking van het bepaalde in het tijdelijk deel dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is het in het werkingsgebied 'geen hoofdgebouwen binnen bouwvlak' niet toegestaan om hoofdgebouwen te bouwen.
JJJJJJJJJJJJJJ
Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
/join/id/regdata/gm0356/2024/126553c165a24e45b00bd5f1563becd6/nld@2025‑03‑17;12293113
/join/id/regdata/gm0356/2025/d4f08bc0cd72463696c6c64572a97b14/nld@2025‑11‑10;13593978
/join/id/regdata/gm0356/2025/97e080bcb0cc4e929869e74abe4d1e59/nld@2025‑11‑10;13593978
/join/id/regdata/gm0356/2025/f1224456bcf347a0b0153bfb02c8efa1/nld@2025‑05‑26;08381103
/join/id/regdata/gm0356/2024/d01aa5db6e824fc586eda4780afe70da/nld@2024‑06‑07;08371366
/join/id/regdata/gm0356/2024/d01aa5db6e824fc586eda4780afe70da/nld@2026‑01‑12;14162625
/join/id/regdata/gm0356/2026/f148142fb36040dca9eb63ca4386baa7/nld@2026‑01‑12;14162625
/join/id/regdata/gm0356/2024/85b9d37d96ee4d81bc56e55c095d838a/nld@2025‑03‑17;12293113
/join/id/regdata/gm0356/2024/96904592474b43e4bb5a8a9d7762be28/nld@2025‑03‑17;12293113
/join/id/regdata/gm0356/2024/a3dfb0c8554540859e76118d3b6c8b79/nld@2025‑03‑17;12293113
/join/id/regdata/gm0356/2024/ab0a307396fa4a63969d3c6e52e3fb3f/nld@2025‑03‑17;12293113
/join/id/regdata/gm0356/2024/b40c4db237284b88ae2c4a1cf6243b71/nld@2025‑03‑17;12293113
/join/id/regdata/gm0356/2024/682cae9fb8fc41088da6bc509ae21c58/nld@2025‑03‑17;12293113
/join/id/regdata/gm0356/2024/0d8f4c072e424f5fa255abd1f6fe34a2/nld@2025‑03‑17;12293113
/join/id/regdata/gm0356/2024/dcd5290c622646f7a1873fd3c3b4bef0/nld@2025‑03‑17;12293113
/join/id/regdata/gm0356/2026/667046e8c8574f9db7b072cc21dede68/nld@2026‑01‑12;14162625
/join/id/regdata/gm0356/2025/0206326177174a9698b4b71419d171a1/nld@2025‑11‑10;13593978
/join/id/regdata/gm0356/2025/324f6b383a994635820f64ca20c1dc3c/nld@2025‑11‑10;13593978
/join/id/regdata/gm0356/2025/f97eeca1101b4d328df60b2f75bd1785/nld@2025‑11‑10;13593978
/join/id/regdata/gm0356/2026/9105eae68e6748e9a3da580a572b36c8/nld@2026‑01‑12;14162625
KKKKKKKKKKKKKK
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In dit artikel staat het algemeen toepassingsbereik dat geldt voor de milieubelastende activiteiten, zoals deze waren opgenomen in afdeling 22.3 van de bruidsschat. Dat betekent dat voor beantwoording van de vraag of een regel voor een milieubelastende activiteit wel of niet geldt, naast het specifieke toepassingsbereik voor de betreffende afdeling of paragraaf ook getoetst moet worden of een activiteit valt binnen het algemene toepassingsbereik zoals staat in dit artikel. Als dat niet het geval is, zijn de regels in de betreffende afdeling of paragraaf niet van toepassing, ook niet als de activiteit past binnen de omschrijving van het toepassingsbereik in een van de de betreffende afdeling of paragraaf. Een voorbeeld: In het tweede lid van dit artikel is een uitzondering opgenomen voor wonen. Daaruit volgt dat de regels voor het nemen van energiebesparende maatregelen (zie afdeling 5.3.9) niet van toepassing zijn voor wonen, ook al volgt dit niet expliciet uit het toepassingsbereik in artikel 5.3115.314.
Eerste lid
In het eerste lid zijn milieubelastende activiteiten als bedoeld in de Omgevingswet onder het toepassingsbereik voor milieubelastende activiteiten in dit artikel gebracht. Dit zijn dus alle activiteiten die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken, anders dan lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam, lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werk en wateronttrekkingsactiviteiten.
Tweede lid
De onderdelen a tot en met f van het tweede lid sluiten bepaalde milieubelastende activiteiten uit van het algemene toepassingsbereik voor milieubelastende activiteiten in dit artikel. .
Op grond van artikel 22.2, eerste lid, van de Omgevingswet mogen de omgevingsplanregels van rijkswege alleen gaan over regels die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet bij of krachtens de wet waren gesteld of daaraan gelijkwaardige regels. Het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en de voormalige Wet geurhinder en veehouderij waren alleen van toepassing op inrichtingen als bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Wet milieubeheer. Omdat het begrip milieubelastende activiteit in de Omgevingswet breder is dan dat begrip inrichting, is in dit lid een afbakening van het toepassingsbereik opgenomen.
Bij de overgang naar een nieuwe wetsystematiek en begrippenkader is het niet te voorkomen dat er enkele verschuivingen in de uitvoering van de regelgeving optreden. Aanmerkelijke verschuivingen in het toepassingsbereik zijn door de wetgever niet beoogd. Desondanks zullen er op kleine schaal wel enige verschuivingen optreden, omdat de oude criteria van het begrip inrichting niet één op één zijn overgenomen. De omschrijving van het toepassingsbereik in dit artikel vraagt enige mate van interpretatie. Ook de criteria van het begrip inrichting uit de Wet milieubeheer vroegen om interpretatie, en werden door verschillende bevoegde instanties enigszins verschillend geïnterpreteerd.
Bij de interpretatie van het algemene toepassingsbereik in dit artikel, is het raadzaam om aan te sluiten bij de praktijk van de voormalige regelgeving. Als een activiteit als Wet milieubeheer-inrichting werd beschouwd, kan deze ook onder de regels voor milieubelastende activiteiten vallen, waarnaar in het eerste lid wordt verwezen.
Een beperkte verschuiving is op zich niet bezwaarlijk, als dit er niet toe leidt dat:
activiteiten die eerst niet onder rijksregels vielen door de regels voor milieubelastende activiteiten, zoals genoemd in het eerste lid van dit artikel worden beperkt;
activiteiten die wel onder de regels vielen en reële risico’s voor de fysieke leefomgeving inhouden ongeregeld blijven.
Situaties als bedoeld onder a zullen niet snel voorkomen. Juist aan de ’onderkant’ van het inrichtingenbegrip golden er naast de regels van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer ook andere regels die ervoor zorgen dat ook activiteiten die geen inrichting waren toch aan regels ter bescherming van de leefomgeving waren gebonden. Denk bijvoorbeeld aan de regels van de Algemene Plaatselijke Verordening, maar ook het restrisico-artikel van het Bouwbesluit 2012 (artikel 7.22). Deze regels van de Algemene Plaatselijke Verordening blijven op het moment van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en in de transitieperiode van het omgevingsplan op grond van het algemeen overgangsrecht (artikel 22.4 van de Omgevingswet bepaalt namelijk dat artikel 122 van de Gemeentewet tijdelijk niet van toepassing is) gelden. Het restrisico-artikel van het Bouwbesluit 2012 is ook opgenomen als regel van rijkswege in het omgevingsplan. Bovendien zijn de regels voor activiteiten waarop ze van toepassing zouden worden zelden feitelijk beperkend, omdat bij het op gebruikelijke wijze uitvoeren van de activiteit aan de regels wordt voldaan.
Ook voor situaties als bedoeld onder b hoeft in zijn algemeenheid niet te worden gevreesd. Veelal gold voor de activiteiten aan de onderkant van het inrichtingenbegrip naast de zorgplicht van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 2.1) alleen een beperkt aantal regels, zoals de geluidregels. Een eventuele overtreding van de zorgplicht van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer zal in veel gevallen ook als overtreding van de algemene zorgplicht van de Omgevingswet kunnen worden aangemerkt. En omdat de rijksregels niet gelden, zal ook de Algemene Plaatselijke Verordening veelal een deel van de bescherming overnemen.
Het algemene overgangsrecht in artikel 22.4 van de Omgevingswet en de mogelijkheden voor maatwerk in artikel 5.1 zullen eventuele nadelige gevolgen van de beperkte verschuivingen voldoende ondervangen.
Bij het voorbereiden van afdeling 22.3 van de Bruidsschat door de wetgever zijn al verschillende mogelijke verschuivingen in het toepassingsbereik geïdentificeerd. Belangrijke aandachtspunten worden hieronder benoemd. De onderdelen in het tweede lid beogen de criteria ’een omvang alsof zij bedrijfsmatig is’, ’binnen een zekere begrenzing’ en ’pleegt te worden verricht’ binnen de omschrijving van het begrip inrichting in de Wet milieubeheer te vervangen. De categorieën uit bijlage I bij het Besluit omgevingsrecht zijn niet overgenomen. Sommige ondergrenzen in die categorieën kunnen eventueel terugkomen in het toepassingsbereik van de afdelingen, paragrafen en subparagrafen, waarnaar in het eerste lid verwezen wordt.
Kleine winkels waar geen installaties met meer dan 1,5 kW elektromotorisch vermogen aanwezig zijn, waren bijvoorbeeld meestal geen Wet milieubeheer-inrichting, maar vallen nu wel onder het algemene toepassingsbereik in dit artikel. Alhoewel er geen specifieke voorschriften voor gelden, moeten deze activiteiten wel voldoen aan de specifieke zorgplicht in de artikelen 5.103 en 5.1115.114.
Onderdeel a
De regels voor een milieubelastende activiteit, waarnaar in het eerste lid verwezen wordt, zijn alleen van toepassing op milieubelastende activiteiten, anders dan wonen. Hiermee wordt aangesloten op het toepassingsbereik voor de instructieregels voor geluid, trillingen en geur in het Bkl.
Als een hobby een bepaalde omvang overstijgt kan dit ertoe leiden dat het verrichten van een activiteit niet meer onder wonen valt. Denk hierbij aan het in een bepaalde omvang houden van dieren, sleutelen aan auto’s, meubels maken of bereiden van voedingsmiddelen. Waar de grens ligt, is een grijs gebied. Hetzelfde geldt voor bedrijven aan huis. Overigens was bij de toetsing of er sprake was van een Wet milieubeheer-inrichting het criterium ‘een omvang alsof zij bedrijfsmatig is’ ook altijd een grijs gebied.
Een ander bekend voorbeeld van onduidelijkheid over de vraag of een activiteit een Wet milieubeheer-inrichting was, is het opslaan van huisbrandolie of propaan in tanks bij particulieren. Onder het regime van de Omgevingswet wordt dit afgedekt door het Bal.
Onderdeel b
Het feitelijk verrichten van bouw- en sloopactiviteiten of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein, vallen niet onder het algemene toepassingsbereik voor milieubelastende activiteiten in dit artikel. Ook in het Bbl zijn eisen opgenomen voor zowel geluid als trillingen bij bouw- en sloopactiviteiten. Het Bbl bevat voor het verrichten van die activiteiten ook een specifieke zorgplicht. Verder bevat de BLVC-regeling regels ter voorkoming van hinder door bouw- en sloopgerelateerde activiteiten. Naast deze regels bevat artikel 5.103, tweede lid, van dit omgevingsplan een specifieke zorgplicht voor het gebruik van een bouwwerk. Het is dus niet zo dat er, door de uitzondering in dit onderdeel, voor deze activiteiten geen regels gelden.
Onder het regime van de Wet milieubeheer gebeurde het in bijzondere gevallen wel dat bouwwerkzaamheden die langer duurden dan zes maanden, als een Wet milieubeheer-inrichting werden gezien. Deze activiteiten vallen buiten het algemene toepassingsbereik in dit artikel, maar ook daarvoor geldt dat de hiervoor genoemde regels van toepassing zijn.
Onderdeel c
Deze uitzondering beoogt de activiteiten die in de openbare buitenruimte plaatsvinden uit te sluiten. Voorbeelden zijn kermissen en andere evenementen, weekmarkten, mobiele installaties/activiteiten zoals draaiorgels, ophalen van vuilnis en gevelreiniging (met uitzondering van lozen). Het voor korte periode bezetten van een stukje openbaar toegankelijk terrein, maakt het daarmee niet ontoegankelijk. Activiteiten in een openbaar toegankelijk gebouw, zoals een publieke parkeergarage of het stadhuis, vallen wel onder het toepassingsbereik. Ook het laden en lossen op de openbare weg in de onmiddellijke nabijheid van een winkel, of het verkeer van en naar het bedrijf valt wel onder het algemene toepassingsbereik voor milieubelastende activiteiten in dit artikel.
Voor enkele activiteiten zoals het exploiteren van een mobiele vis-, friet-, oliebollen- of marktkraam of het exploiteren van een terras, was het afhankelijk van de situatie en de interpretatie van het bevoegd gezag of ze gezien werden als een Wet milieubeheer-inrichting. Deze interpretatieverschillen kunnen zich ook nu weer voordoen. Zoals al aangegeven in de inleiding van de toelichting op dit artikel is er in principe geen verschuiving in het algemene toepassingsbereik voor milieubelastende activiteiten in dit artikel ten opzichte van het oude begrip Wet milieubeheer-inrichting beoogd.
Onderdeel d
Doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen valt niet onder het algemene toepassingsbereik voor milieubelastende activiteiten in dit artikel.
Onderdeel e
Dit onderdeel sluit evenementen, waarover geluidregels zijn gesteld in bijvoorbeeld de Algemene Plaatselijke Verordening of een evenementenverordening uit van het algemene toepassingsbereik voor milieubelastende activiteiten in dit artikel. Deels gebeurt dit al met onderdeel c, omdat evenementen vaak plaatsvinden in de openbare buitenruimte. Maar regelmatig zijn evenementen ook besloten of vinden ze plaats in een tijdelijk leegstaand gebouw. Deze uitzondering geldt niet voor activiteiten waarvoor geen geluidregels gelden bij of krachtens een gemeentelijke verordening, maar waarvoor geluidregels waren opgenomen in een omgevingsvergunning voor een inrichting op grond van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of in het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Voorbeelden hiervan kunnen zijn permanente evenemententerreinen of evenementenhallen.
Onderdeel f
Deze uitzondering beoogt vooral het gebruik van landbouwvoertuigen op weilanden en akkers uit te sluiten van het algemene toepassingsbereik voor milieubelastende activiteiten in dit artikel. De opslag van vaste mest op een weiland of akker valt wel onder dit algemene toepassingsbereik. Een installatie die verplaatsbaar is maar gedurende een langere periode achtereen op een weiland of akkers wordt gebruikt, wordt niet gezien als mobiele installatie en valt ook onder de regels voor de milieubelastende activiteiten in dit omgevingsplan. Bijvoorbeeld een antihagelkanon. Ook verplaatsbare mijnbouwwerken vallen onder het algemene toepassingsbereik voor milieubelastende activiteiten in dit artikel.
Onderdeel g
Vaste objecten zoals bruggen, sluizen en tunnels kunnen door de aanwezigheid van elektromotorisch vermogen gezien worden als milieubelastende activiteiten. Bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen vallen niet onder het het algemene toepassingsbereik voor milieubelastende activiteiten in dit artikel.
Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet bleven elektromotoren van bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen buiten beschouwing bij het bepalen of sprake was van een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Dit was bepaald in categorie 1, 1.2, onder c, van bijlage I, onderdeel C, bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat gold voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Derde lid
Lozingen in de bodem en in de riolering die vielen onder het Besluit lozing afvalwater huishoudens of het Besluit lozen buiten inrichtingen (en de daarmee corresponderende artikelen van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer) zijn ook gedecentraliseerd via de Bruidsschat en vallen daarom onder het algemene toepassingsbereik voor milieubelastende activiteiten in dit artikel. Het gaat alleen om de gevolgen van die lozingen voor de bodem, de riolering of het zuiveringtechnisch werk. Zo valt bijvoorbeeld de hoeveelheid en kwantiteit van het lozen van water afkomstig van het ontwateren van een bouwput in de riolering, wel onder de regels voor milieubelastende activiteiten in dit artikel, maar de geluidhinder of geurhinder veroorzaakt door het ontwateren niet.
Vierde lid
De regels voor bodembeheer, zoals opgenomen in de subparagrafen 5.1.2.3.1 en 5.1.2.3.2 en in paragraaf 5.3.15.1 gelden voor alle milieubelastende activiteiten zoals bedoeld in de Omgevingswet. De voorschriften gelden dus ook voor milieubelastende activiteiten buiten voormalige wet milieubeheer-inrichtingen.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.41 van de bruidsschat (tijdelijk deel).
LLLLLLLLLLLLLL
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel vormt een voortzetting van de artikelen 1.1, eerste lid, 3.45, eerste lid, en 3.46, eerste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Die artikelen zagen op het opslaan van agrarische bedrijfsstoffen. Dit artikel ziet niet op alle agrarische bedrijfsstoffen, maar enkel op een deel ervan. De regels voor de andere agrarische bedrijfsstoffen zijn elders in subsubparagraaf 5.1.2.4.1.3 geregeld. Dit artikel geldt voor alle milieubelastende activiteiten die vallen onder het algemene toepassingsbereik van deze afdeling, bedoeld in artikel 5.7, waaronder opslag van vaste mest op een weiland of akker.
Eerste lid, onderdeel a Dit artikel geldt niet voor de opslag van vaste mest afkomstig van andere dieren dan landbouwhuisdieren of paarden en pony’s die gehouden worden in verband met het berijden, zoals honden, dieren op de kinderboerderij of dieren in dierentuinen. Voor de geurhinder, veroorzaakt door die mestopslagen geldt artikel 5.4055.408.
Tweede lid, onderdeel a Bij het opslaan van minder dan 3 m3 vaste mest, champost of dikke fractie gelden geen eisen, anders dan de specifieke zorgplicht.
Tweede lid, onderdeel b Als vaste mest, champost of dikke fractie korter dan twee weken op één plek opgeslagen ligt, dan is dit artikel niet van toepassing. Wel geldt de specifieke zorgplicht.
Tweede lid, onderdeel c Een opslag van meer dan 600 m3 vaste mest valt niet onder het toepassingsbereik van dit artikel. In artikel 5.4255.428 is aanvullend op deze bovengrens een vergunningplicht opgenomen voor de opslag van meer dan 600 m3 vaste mest.
Derde lid De afstanden in dit lid komen overeen met de afstanden in artikel 3.46, eerste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. De maatwerkmogelijkheid in artikel 3.46, achtste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer is niet specifiek overgenomen. Dit valt nu onder de generieke maatwerkbevoegdheid van deze afdeling van dit omgevingsplan.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.114 van de bruidsschat (tijdelijk deel).
MMMMMMMMMMMMMM
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Eerste lid
Met dit artikellid en de begripsomschrijvingen in het Bal zijn de artikelen 3.50, derde lid, en 3.51, elfde lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer omgezet. Het mestbassin is bovengronds gelegen en kan ook uit een mestzak of foliebassin bestaan. Voor de berekening van de gezamenlijke oppervlakte en de gezamenlijke inhoud worden de oppervlakte en inhoud van mestkelders en ondergrondse mestbassins die zijn voorzien van een afdekking die als vloer fungeert niet meegerekend. Is sprake van meerdere bassins, dan worden deze voor de oppervlakte- of inhoudsbepaling dus bij elkaar opgeteld. Een uitgebreide toelichting over het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie is te lezen in de artikelsgewijze toelichting bij artikel 4.855 van het Bal. In het Bal staat geen vergunningplicht voor het opslaan van dierlijke meststoffen die verpompbaar zijn in een of meer mestbassins met een gezamenlijke oppervlakte groter dan 750 m2 of een gezamenlijke inhoud groter dan 2.500 m3 . Deze vergunningplicht komt wel terug in artikel 5.4255.428 van dit omgevingsplan.
Tweede lid
De afstand die ten minste in acht moet worden genomen, is kleiner voor bassins met een (gezamenlijke) oppervlakte kleiner dan 350 m2 dan voor bassins met een (gezamenlijke) oppervlakte van 350 m2 of meer. Verder geldt een kleinere afstand van het bassin tot een geurgevoelig gebouw of een geprojecteerd geurgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met een veehouderij in de directe omgeving dan een te beschermengebouw zonder die functionele binding met een veehouderij. Ondanks dat de afstanden in acht worden genomen, kan toch geuroverlast optreden. Het bevoegd gezag heeft dan de mogelijkheid om aanvullende eisen te stellen met maatwerkvoorschriften. Dit kan bijvoorbeeld voor de situering van het mestbassin, het afdekken ervan en de frequentie en tijdstip van de aan- en afvoer. Dit geldt ook voor mestkelders. Met name het leegpompen van mestkelders kan leiden tot geuroverlast.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.117 van de bruidsschat (tijdelijk deel).
NNNNNNNNNNNNNN
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In dit artikel is een zorgplicht opgenomen voor iedereen die activiteiten verricht die in dit hoofdstuk worden geregeld. Diegene moet zich rekenschap geven van de doelen, met het oog waarop de regels in de hoofdstuk over die activiteit zijn gesteld. Die doelen zijn terug te vinden in de artikelen met het opschrift “oogmerken”. Op iedereen rust de verplichting om alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om nadelige gevolgen voor die doelen te voorkomen of, als dat niet kan, te beperken. Als die nadelige gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt, moet de activiteit achterwege worden gelaten.
Tweede lid:
In dit lid, afkomstig uit de Bruidsschat (artikel 22.18) zijn onderdelen terug te vinden die voorheen waren opgenomen in artikel 1a, tweede lid, van de Woningwet, en de artikelen 7.21 en 7.22 van het Bouwbesluit 2012. Deze zorgplicht (‘kapstokartikel’) heeft betrekking op gebruik van bouwwerken waarin niet is voorzien door de andere voorschriften van dit omgevingsplan en het Bbl. Hiermee heeft het bevoegd gezag een ‘kapstok’ om in een specifiek geval in te grijpen wanneer het gebruik van een bouwwerk leidt tot hinder, overlast, gezondheidsrisico’s en veiligheidsrisico’s anders dan de brandveiligheidsrisico’s die al in het Bbl zijn geregeld.
De zorgplicht opgenomen onder a geldt voor eenieder die een bouwwerk gebruikt. De term gebruiken moet ruim worden uitgelegd en omvat zowel het zelf gebruiken als het door een ander laten gebruiken. Het eerste lid regardeert dus enerzijds degene die (als eigenaar, beheerder, verhuurder of anders) het gebouw laat gebruiken door een ander, evenals degene die (zelf) gebruik maakt van een bouwwerk. Al deze personen zijn gehouden het noodzakelijke te doen, voor zover dat in hun vermogen ligt, om het ontstaan of voortduren van gevaar voor de gezondheid of veiligheid te voorkomen of te beëindigen. Dit vereist adequaat en tijdig optreden waarbij zowel (tijdelijke) beheersmaatregelen als (permanente) eindmaatregelen noodzakelijk kunnen zijn, afhankelijk van de aard en omvang van een bepaald gevaar.
De zorgplicht is steeds van toepassing, ook in het kader van vergund of op een andere manier toegestaan handelen, al zal in de regel het naleven van de reguliere veiligheids- en gezondheidsbepalingen ertoe leiden dat geen gevaar voor de gezondheid of de veiligheid ontstaat of voortduurt.
De geëiste maatregelen op grond van dit lid moeten altijd in verhouding staan tot het te bestrijden risico. De gemeente zal de noodzaak hiervan in het concrete geval moeten kunnen onderbouwen.
Enkele voorbeelden van situaties waarin een beroep op dit zorgplichtartikel gerechtvaardigd kan zijn:
als sprake is van geluidhinder;
als sprake is van ernstige rookhinder door het stoken van hout of andere stoffen;– als stankverwekkende stoffen zijn opgeslagen;
als sprake is van een illegale hennepkwekerij;
als op gevaarlijke wijze materiaal is gestapeld (bijvoorbeeld voor kinderen bereikbare vaten die kunnen gaan rollen);
als asbestbevattende materialen of restanten hiervan zich in een zodanige staat bevinden dat het risico van verspreiding van asbestvezels te vrezen valt. Het Asbestverwijderingsbesluit 2005 ziet op de situatie van sloop en is niet toepasbaar op de situatie van verweren of slijtage.
Met het bepaalde onder b is beoogd dat een bouwwerk in een dusdanig nette staat is dat daardoor geen hinder voor personen ontstaat en dat er geen gevaar voor de veiligheid of gezondheid ontstaat. Op grond van dit artikel kan bijvoorbeeld worden opgetreden wanneer in een woning overmatig veel last is van schadelijk of hinderlijk gedierte of wanneer de algemene reinheid (gezondheid) dat betaamt. Het moet gaan om ernstige gevallen.
Vierde lid
In het vierde lid is een uitzondering opgenomen voor milieubelastende activiteiten die aangewezen zijn in het Besluit activiteiten leefomgeving. Voor deze milieubelastende activiteiten gelden de rijksregels, inclusief de in het Besluit activiteiten leefomgeving genoemde specifieke zorgplicht.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.18 en 22.44 van de bruidsschat (tijdelijk deel).
OOOOOOOOOOOOOO
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Zie de toelichting bij artikel 5.3055.308 voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.
Dit artikel is geschreven op basis van artikel 22.238 uit de bruidsschat.
PPPPPPPPPPPPPP
Na sectie ' Licht' worden drie secties ingevoegd, luidende:
Dit artikel geeft aan op welke activiteiten de regels in deze paragraaf van toepassing zijn: het wonen in een woning en de daarbij behorende voorzieningen zoals parkeervoorzieningen, tuinen, erven en paden. Het wonen in een bedrijfswoning, zorgwoning, op een woonschip of woonark en in een woonwagen valt niet onder de reikwijdte van deze paragraaf.
Dit artikel geeft aan met wel oogmerk de regels in deze paragraaf zijn gesteld.
Dit artikel geeft aan op welke locaties de regels in deze paragraaf van toepassing zijn.
QQQQQQQQQQQQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSSSS
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTTT
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUUUUU
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Tijdens de opbouw van het omgevingsplan, bestaande uit het omzetten van de bestemmingsplannen uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan naar het definitieve deel van het omgevingsplan, kan het voorkomen dat onduidelijkheid ontstaat over welke regels voor bouwen op een bepaalde locatie gelden. Met deze regel wordt hier duidelijkheid voor geschapen. In gevallen waarin de regels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan (bestemmingsplannen en beheersverordeningen) nog niet zijn vervallen gaan deze regels voor op de regels voor bouwen uit het definitieve deel van het omgevingsplan zoals bedoeld in deze afdeling. Dit geldt ook voor de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning. Stel dat u een omgevingsvergunning aanvraagt op grond van het omgevingsplan en er zijn nog beoordelingsregels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, dan gelden die beoordelingsregels.
In het tweede lid wordt hierop een uitzondering gemaakt. Als het gaat om het vergunningsvrij bouwen van een bijbehorend bouwwerk zoals opgenomen in artikel 5.1795.182 gaan de regels uit het definitieve deel van het omgevingsplan voor op de regels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan.
Dit artikel is geschreven op basis van artikel 22.1 eerste lid uit de bruidsschat.
VVVVVVVVVVVVVV
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWWW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYYY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAAAA
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel stelt een eis voor nieuw te bouwen bouwwerken met een verblijfsgebied. Een dergelijk bouwwerk moet zijn aangesloten op het distributienet voor warmte als de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of de aansluitkosten niet hoger zijn dan ze zouden zijn bij een aansluitafstand van 40 m. Die plicht is niet alleen afhankelijk van de aansluitafstand maar ook van de vraag of het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op het distributienet op het moment van het indienen van de aanvraag om vergunning voor het bouwen nog niet is bereikt. Bij een distributienet voor warmte kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een netwerk voor stadsverwarming.
Op grond van het tweede lid zal bij een beroep op een daaraan gelijkwaardige oplossing niet alleen rekening moeten worden gehouden met veiligheid maar ook met energiezuinigheid en milieu. Met het tweede lid wordt de toepassing van het gelijkwaardigheidsbeginsel uit artikel 4.7 van de Omgevingswetop de aansluiting op het distributienet ingekaderd. In dat tweede lid is aangegeven aan welke energiezuinigheids- en milieucriteria een andere oplossing dan een aansluiting op het warmtenet moet voldoen om in een voorkomend geval als gelijkwaardig aan die aansluiting te kunnen worden aangemerkt. Bij de beoordeling van die gelijkwaardigheid moeten de energiezuinigheids- en milieuprestaties van de aangedragen andere oplossing vergeleken worden met de prestaties bij aansluiting op het warmtenet. Referentiekader daarbij is de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu zoals deze in het warmteplan is opgenomen. De prestaties van het warmtenet moeten daarom voldoende concreet in het warmteplan, als onderdeel van het omgevingsplan, zijn opgenomen. Als, bijvoorbeeld, in het warmteplan alleen gegevens over de CO2-uitstoot van het warmtenet zijn opgenomen en niet over NOx-effecten, dan moeten de milieuprestaties van de te beoordelen andere oplossing alleen voor de CO2-uitstoot worden bepaald en mag NOx niet als factor in beschouwing worden genomen.
Als een gemeente voor energiezuinigheid de wettelijk vastgestelde energieprestatiecoëfficiënt (EPC) wil realiseren, dan kan de gemeente in het warmteplan volstaan met de vermelding dat de wettelijke EPC wordt nagestreefd. Aanleg van nieuwe warmtenetten geschiedt veelal in gebieden met een grote bouwopgave (bijvoorbeeld een nieuwe woonwijk met meerdere duizenden woningen). De uitvoering van zo’n bouwopgave en – in samenhang daarmee – van de aanleg van het distributienet voor warmte geschiedt niet in één keer, maar gefaseerd. De uiteindelijke prestatie van het distributienet voor energiezuinigheid en bescherming van het milieu treedt pas op vanaf het moment dat het in het warmteplan aangegeven aantal aansluitingen is bereikt. De beoordeling van de gelijkwaardigheid van een aangedragen andere oplossing moet daarom plaatsvinden op basis van die uiteindelijke energiezuinigheids- en milieuprestaties van het warmtenet, zoals die in het warmteplan zijn aangegeven. Zie verder ook de toelichting op de omschrijvingen van de begrippen distributienet voor warmte en warmteplan.
De in dit artikel opgenomen aansluitplicht op het distributienet voor warmte geldt niet voor het bouwen van drijvende bouwwerken of voor woonfuncties die gebouwd worden in particulier opdrachtgeverschap. Dit sluit aan bij de gelijkluidende uitzonderingen uit het Bouwbesluit 2012. Wanneer er een lokale aansluitplicht gold als bedoeld in het vierde lid van dit artikel, blijft deze aansluitplicht wel van kracht. Uiteraard staat het een initiatiefnemer daarnaast ook vrij om vrijwillig op het distributienet aan te sluiten.
Het overgangsrecht uit artikel 9.2, tiende lid, van het Bouwbesluit 2012 dat behoort bij artikel 6.10, derde lid, van het Bouwbesluit 2012 is inhoudelijk ongewijzigd opgenomen in het vierde lid van dit artikel. Dit lid zet de bestaande overgangsbepaling voort, voor die gebieden waar voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 6.10, derde lid, van het Bouwbesluit 2012 op basis van de gemeentelijke bouwverordening en eventuele daarop gebaseerde nadere afspraken een aansluitplicht op een distributienet voor warmte (stadsverwarming) gold. In die gebieden blijft die aansluitplicht ook met inwerkingtreding van dit omgevingsplan bestaan. Als er na de inwerkingtreding van dit omgevingsplan in een dergelijk gebied wordt bijgebouwd dan geldt de aansluitplicht ook voor deze nieuwe gebouwen. Met dit overgangsrecht wordt rekening gehouden met de bijzondere eigenschappen van een warmtenet. Alleen wanneer in een bepaald gebied de aansluitplicht op een warmtenet over een langere periode is gewaarborgd, is een dergelijk systeem uit het oogpunt van energiezuinigheid en milieu haalbaar. Met gebied wordt bedoeld het gebied waarvoor een gemeente daadwerkelijk een concessie voor de aanleg en exploitatie van een warmtenet aan een netbeheerder heeft gegund. Dit kan ook de hele gemeente zijn. Het eerste lid, is, als het overgangsrecht nog geldt, dus niet van toepassing. Genoemd eerste lid is wel van toepassing op nieuwe bouwwerken in gebieden waar op het moment van inwerkingtreding van dit omgevingsplan nog geen stadsverwarming is aangelegd en ook geen concessie volgens bovenstaande is verleend.
Dit artikel is geschreven op basis van artikel 22.10 uit de bruidsschat.
BBBBBBBBBBBBBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCCCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDDD
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEEEEEE
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFFFF
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGGGGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHHHH
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIIIIII
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKKKK
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLLLLL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMMMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNNNN
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPPPP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQQ
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In het eerste lid van dit artikel wordt de mogelijkheid gegeven om een omgevingsvergunning toch te verlenen als de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen van een hoofdgebouw, maar niet in strijd is met de regels die zijn gesteld voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht. Dit betreft regels die in (van het tijdelijke deel van het omgevingsplan deel uitmakende) bestemmingsplannen of inpassingsplannen kunnen zijn opgenomen op grond van artikel 3.6, eerste lid, onder a en b, van de voormalige Wet ruimtelijke ordening. Voor het voortzetten van de figuren van wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen is niet in overgangsrecht voorzien. Het college van burgemeester en wethouders kan na inwerkingtreding van de Omgevingswet dan ook geen toepassing meer geven aan deze bepalingen. In plaats van deze specifieke wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten, kan toepassing worden gegeven aan de generieke delegatiemogelijkheid op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet. Als vergunningverlening op grond van artikel 5.1335.136 niet mogelijk is, maar een bouwplan niet in strijd is met de regels die zijn gegeven voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, kan de vergunning echter toch binnenplans worden verleend. Hierbij bestaat overigens beslissingsruimte. Onder de werking van de voormalige Wet ruimtelijke ordening moest bij de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of een uitwerkingsplicht (voor zover de bij een uitwerkingsplicht in acht te nemen regels daarvoor de ruimte laten) ook nog zelfstandig beoordeeld worden of het wijzigings- of uitwerkingsplan, los van de daarbij in acht te nemen regels, in overeenstemming was met een goede ruimtelijke ordening. Om die reden is geen imperatief karakter gegeven aan deze aanvullende mogelijkheid om een vergunning voor een bouwplan, dat niet in strijd is met die voor een wijziging- of uitwerking gegeven regels, toch te kunnen verlenen. Het gevolg hiervan is dat, ook al is een bouwplan met de regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht niet in strijd, ook nog een zelfstandige beoordeling moet plaatsvinden of het bouwplan uit een oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar kan worden geacht.
In het tweede lid van dit artikel worden alle instructieregels en instructies waaraan moet worden getoetst bij de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit van overeenkomstige toepassing verklaard op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het eerste lid kan worden verleend. Ook dit vindt zijn oorsprong in de voormalige Wet ruimtelijke ordening. Bij de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of een uitwerkingsplicht moesten, los van de daarbij in acht te nemen regels uit het moederplan, ook de regels uit het voormalige Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de provinciale ruimtelijke verordening in acht worden genomen. Met het tweede lid wordt verzekerd dat ook bij de in het eerste lid geïntroduceerde mogelijkheid om binnenplans een vergunning te verlenen met toepassing van de regels die zijn gesteld voor een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, geen situatie ontstaat die niet is toegelaten op grond van een onder nieuw recht gestelde instructieregel of gegeven instructie.
Dit artikel is geschreven op basis van artikel 22.32 uit de bruidsschat.
RRRRRRRRRRRRRRR
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In het eerste lid van dit artikel wordt de mogelijkheid gegeven om een omgevingsvergunning te weigeren, ook al voldoet hij aan de beoordelingsregels voor het bouwen van een hoofdgebouw. Deze aanvullende beoordelingsregels zien op twee specifieke overgangsrechtelijke situaties die verband houden met het feit dat de Omgevingswet niet langer een aanhoudingsplicht kent zoals die was geregeld in artikel 3.3 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Die aanhoudingsplicht kon gelden vanwege een voorbereidingsbesluit dat was genomen ter voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan of vanwege een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht waarvoor nog geen tot bescherming daarvan strekkend bestemmingsplan gold.
Toepassing van deze beoordelingsregels leidt ertoe dat, ondanks dat aan de beoordelingsregels uit artikel 5.1335.136 wordt voldaan, de vergunning toch moet worden geweigerd als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft een:
nog onder oud recht genomen voorbereidingsbesluit van kracht is;
Tracébesluit of een besluit krachtens de Wet luchtvaart dat op grond van het oude recht gold als een zodanig voorbereidingsbesluit; of
onder oud recht gedane aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht waarvoor nog geen tot bescherming daarvan strekkend omgevingsplan geldt.
Op de plicht om in zo’n geval de vergunning te weigeren bestaat een uitzondering in het geval het bouwplan niet in strijd is met het omgevingsplan dat in voorbereiding is. Dit is vergelijkbaar met de situatie onder oud recht, waarin artikel 3.3, derde en zesde lid, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de mogelijkheid bood de onder oud recht toepasselijke aanhoudingsplicht te doorbreken.
In praktische zin betekent de regeling dat onder nieuw recht aangevraagde omgevingsvergunningen voor het verrichten van een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk in een gebied waar een nog onder oud recht tot stand gekomen regime van voorbereidingsbescherming van toepassing is, respectievelijk dat onder oud recht als beschermd stads- of dorpsgezicht is aangewezen maar waarop nog geen voldragen beschermingsregime van toepassing is, in beginsel moeten worden geweigerd. Zo kan de vergunning dus worden geweigerd voor activiteiten die in de toekomst niet meer wenselijk worden geacht en onmogelijk zullen worden gemaakt met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan. De vergunning kan ook worden geweigerd voor activiteiten waarvan het nog onvoldoende zeker is om te kunnen vaststellen of deze met het toekomstige omgevingsplan aanvaardbaar zullen blijven. Ten tijde van de te nemen beslissing op de aanvraag is het besluit tot wijziging van het omgevingsplan immers nog in voorbereiding en is het mogelijk nog onvoldoende vastomlijnd om te kunnen vaststellen of bepaalde activiteiten daarin uiteindelijk zullen worden toegestaan. Een andere mogelijkheid in zo’n geval kan overigens ook zijn om met instemming van de aanvrager, met toepassing van artikel 4:15, tweede lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht, de beslistermijn op te schorten tot een moment waarop de voorbereiding zich in een zodanig stadium bevindt dat wel kan worden vastgesteld hoe het bouwplan zich verhoudt tot het in voorbereiding zijnde omgevingsplan. Gewezen wordt in dat verband op het tweede lid, dat de mogelijkheid biedt om de vergunning toch te verlenen als kan worden vastgesteld dat de betrokken activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht. In het laatste geval zal een dergelijk omgevingsplan onder meer moeten voorzien in op de karakteristieken van het beschermde stads- of dorpsgezicht afgestemde beoordelingsregels voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Zie ook artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet. Met dit tweede lid wordt een vergelijkbare voorziening getroffen als in het al eerder genoemde artikel 3.3, derde en zesde lid, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Verschil is echter dat met het tweede lid niet de toepasselijke aanhoudingsplicht wordt doorbroken maar dat in plaats van de vergunning te moeten weigeren, de mogelijkheid is gegeven om de vergunning, onder de vergelijkbare condities dat de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan, toch te verlenen.
Dit artikel is geschreven op basis van artikel 22.33 uit de bruidsschat.
SSSSSSSSSSSSSSS
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTTTT
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUUUUUU
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVVVV
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWWWW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXXXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYYYY
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In het eerste lid van dit artikel wordt de mogelijkheid gegeven om een omgevingsvergunning toch te verlenen als de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen van een woonark, maar niet in strijd is met de regels die zijn gesteld voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht. Dit betreft regels die in (van het tijdelijke deel van het omgevingsplan deel uitmakende) bestemmingsplannen of inpassingsplannen kunnen zijn opgenomen op grond van artikel 3.6, eerste lid, onder a en b, van de voormalige Wet ruimtelijke ordening. Voor het voortzetten van de figuren van wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen is niet in overgangsrecht voorzien. Het college van burgemeester en wethouders kan na inwerkingtreding van de Omgevingswet dan ook geen toepassing meer geven aan deze bepalingen. In plaats van deze specifieke wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten, kan toepassing worden gegeven aan de generieke delegatiemogelijkheid op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet. Als vergunningverlening op grond van artikel 5.1435.146 niet mogelijk is, maar een bouwplan niet in strijd is met de regels die zijn gegeven voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, kan de vergunning echter toch binnenplans worden verleend. Hierbij bestaat overigens beslissingsruimte. Onder de werking van de voormalige Wet ruimtelijke ordening moest bij de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of een uitwerkingsplicht (voor zover de bij een uitwerkingsplicht in acht te nemen regels daarvoor de ruimte laten) ook nog zelfstandig beoordeeld worden of het wijzigings- of uitwerkingsplan, los van de daarbij in acht te nemen regels, in overeenstemming was met een goede ruimtelijke ordening. Om die reden is geen imperatief karakter gegeven aan deze aanvullende mogelijkheid om een vergunning voor een bouwplan, dat niet in strijd is met die voor een wijziging- of uitwerking gegeven regels, toch te kunnen verlenen. Het gevolg hiervan is dat, ook al is een bouwplan met de regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht niet in strijd, ook nog een zelfstandige beoordeling moet plaatsvinden of het bouwplan uit een oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar kan worden geacht.
In het tweede lid van dit artikel worden alle instructieregels en instructies waaraan moet worden getoetst bij de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit van overeenkomstige toepassing verklaard op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het eerste lid kan worden verleend. Ook dit vindt zijn oorsprong in de voormalige Wet ruimtelijke ordening. Bij de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of een uitwerkingsplicht moesten, los van de daarbij in acht te nemen regels uit het moederplan, ook de regels uit het voormalige Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de provinciale ruimtelijke verordening in acht worden genomen. Met het tweede lid wordt verzekerd dat ook bij de in het eerste lid geïntroduceerde mogelijkheid om binnenplans een vergunning te verlenen met toepassing van de regels die zijn gesteld voor een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, geen situatie ontstaat die niet is toegelaten op grond van een onder nieuw recht gestelde instructieregel of gegeven instructie.
Dit artikel is geschreven op basis van artikel 22.32 uit de bruidsschat.
ZZZZZZZZZZZZZZZ
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In het eerste lid van dit artikel wordt de mogelijkheid gegeven om een omgevingsvergunning te weigeren, ook al voldoet hij aan de beoordelingsregels voor het bouwen van een hoofdgebouw. Deze aanvullende beoordelingsregels zien op twee specifieke overgangsrechtelijke situaties die verband houden met het feit dat de Omgevingswet niet langer een aanhoudingsplicht kent zoals die was geregeld in artikel 3.3 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Die aanhoudingsplicht kon gelden vanwege een voorbereidingsbesluit dat was genomen ter voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan of vanwege een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht waarvoor nog geen tot bescherming daarvan strekkend bestemmingsplan gold.
Toepassing van deze beoordelingsregels leidt ertoe dat, ondanks dat aan de beoordelingsregels uit artikel 5.1335.136 wordt voldaan, de vergunning toch moet worden geweigerd als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft een:
nog onder oud recht genomen voorbereidingsbesluit van kracht is;
Tracébesluit of een besluit krachtens de Wet luchtvaart dat op grond van het oude recht gold als een zodanig voorbereidingsbesluit; of
onder oud recht gedane aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht waarvoor nog geen tot bescherming daarvan strekkend omgevingsplan geldt.
Op de plicht om in zo’n geval de vergunning te weigeren bestaat een uitzondering in het geval het bouwplan niet in strijd is met het omgevingsplan dat in voorbereiding is. Dit is vergelijkbaar met de situatie onder oud recht, waarin artikel 3.3, derde en zesde lid, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de mogelijkheid bood de onder oud recht toepasselijke aanhoudingsplicht te doorbreken.
In praktische zin betekent de regeling dat onder nieuw recht aangevraagde omgevingsvergunningen voor het verrichten van een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk in een gebied waar een nog onder oud recht tot stand gekomen regime van voorbereidingsbescherming van toepassing is, respectievelijk dat onder oud recht als beschermd stads- of dorpsgezicht is aangewezen maar waarop nog geen voldragen beschermingsregime van toepassing is, in beginsel moeten worden geweigerd. Zo kan de vergunning dus worden geweigerd voor activiteiten die in de toekomst niet meer wenselijk worden geacht en onmogelijk zullen worden gemaakt met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan. De vergunning kan ook worden geweigerd voor activiteiten waarvan het nog onvoldoende zeker is om te kunnen vaststellen of deze met het toekomstige omgevingsplan aanvaardbaar zullen blijven. Ten tijde van de te nemen beslissing op de aanvraag is het besluit tot wijziging van het omgevingsplan immers nog in voorbereiding en is het mogelijk nog onvoldoende vastomlijnd om te kunnen vaststellen of bepaalde activiteiten daarin uiteindelijk zullen worden toegestaan. Een andere mogelijkheid in zo’n geval kan overigens ook zijn om met instemming van de aanvrager, met toepassing van artikel 4:15, tweede lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht, de beslistermijn op te schorten tot een moment waarop de voorbereiding zich in een zodanig stadium bevindt dat wel kan worden vastgesteld hoe het bouwplan zich verhoudt tot het in voorbereiding zijnde omgevingsplan. Gewezen wordt in dat verband op het tweede lid, dat de mogelijkheid biedt om de vergunning toch te verlenen als kan worden vastgesteld dat de betrokken activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht. In het laatste geval zal een dergelijk omgevingsplan onder meer moeten voorzien in op de karakteristieken van het beschermde stads- of dorpsgezicht afgestemde beoordelingsregels voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Zie ook artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet. Met dit tweede lid wordt een vergelijkbare voorziening getroffen als in het al eerder genoemde artikel 3.3, derde en zesde lid, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Verschil is echter dat met het tweede lid niet de toepasselijke aanhoudingsplicht wordt doorbroken maar dat in plaats van de vergunning te moeten weigeren, de mogelijkheid is gegeven om de vergunning, onder de vergelijkbare condities dat de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan, toch te verlenen.
Dit artikel is geschreven op basis van artikel 22.33 uit de bruidsschat.
AAAAAAAAAAAAAAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBBBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCCCCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDDDD
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEEEEEEE
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFFFFF
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGGGGGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHHHHH
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In het eerste lid van dit artikel wordt de mogelijkheid gegeven om een omgevingsvergunning toch te verlenen als de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen van een woonwagen, maar niet in strijd is met de regels die zijn gesteld voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht. Dit betreft regels die in (van het tijdelijke deel van het omgevingsplan deel uitmakende) bestemmingsplannen of inpassingsplannen kunnen zijn opgenomen op grond van artikel 3.6, eerste lid, onder a en b, van de voormalige Wet ruimtelijke ordening. Voor het voortzetten van de figuren van wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen is niet in overgangsrecht voorzien. Het college van burgemeester en wethouders kan na inwerkingtreding van de Omgevingswet dan ook geen toepassing meer geven aan deze bepalingen. In plaats van deze specifieke wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten, kan toepassing worden gegeven aan de generieke delegatiemogelijkheid op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet. Als vergunningverlening op grond van artikel 5.1525.155 niet mogelijk is, maar een bouwplan niet in strijd is met de regels die zijn gegeven voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, kan de vergunning echter toch binnenplans worden verleend. Hierbij bestaat overigens beslissingsruimte. Onder de werking van de voormalige Wet ruimtelijke ordening moest bij de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of een uitwerkingsplicht (voor zover de bij een uitwerkingsplicht in acht te nemen regels daarvoor de ruimte laten) ook nog zelfstandig beoordeeld worden of het wijzigings- of uitwerkingsplan, los van de daarbij in acht te nemen regels, in overeenstemming was met een goede ruimtelijke ordening. Om die reden is geen imperatief karakter gegeven aan deze aanvullende mogelijkheid om een vergunning voor een bouwplan, dat niet in strijd is met die voor een wijziging- of uitwerking gegeven regels, toch te kunnen verlenen. Het gevolg hiervan is dat, ook al is een bouwplan met de regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht niet in strijd, ook nog een zelfstandige beoordeling moet plaatsvinden of het bouwplan uit een oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar kan worden geacht.
In het tweede lid van dit artikel worden alle instructieregels en instructies waaraan moet worden getoetst bij de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit van overeenkomstige toepassing verklaard op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het eerste lid kan worden verleend. Ook dit vindt zijn oorsprong in de voormalige Wet ruimtelijke ordening. Bij de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of een uitwerkingsplicht moesten, los van de daarbij in acht te nemen regels uit het moederplan, ook de regels uit het voormalige Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de provinciale ruimtelijke verordening in acht worden genomen. Met het tweede lid wordt verzekerd dat ook bij de in het eerste lid geïntroduceerde mogelijkheid om binnenplans een vergunning te verlenen met toepassing van de regels die zijn gesteld voor een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, geen situatie ontstaat die niet is toegelaten op grond van een onder nieuw recht gestelde instructieregel of gegeven instructie.
Dit artikel is geschreven op basis van artikel 22.32 uit de bruidsschat.
IIIIIIIIIIIIIIII
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In het eerste lid van dit artikel wordt de mogelijkheid gegeven om een omgevingsvergunning te weigeren, ook al voldoet hij aan de beoordelingsregels voor het bouwen van een woonwagen. Deze aanvullende beoordelingsregels zien op twee specifieke overgangsrechtelijke situaties die verband houden met het feit dat de Omgevingswet niet langer een aanhoudingsplicht kent zoals die was geregeld in artikel 3.3 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Die aanhoudingsplicht kon gelden vanwege een voorbereidingsbesluit dat was genomen ter voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan of vanwege een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht waarvoor nog geen tot bescherming daarvan strekkend bestemmingsplan gold.
Toepassing van deze beoordelingsregels leidt ertoe dat, ondanks dat aan de beoordelingsregels uit artikel 5.1525.155 wordt voldaan, de vergunning toch moet worden geweigerd als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft een:
nog onder oud recht genomen voorbereidingsbesluit van kracht is;
Tracébesluit of een besluit krachtens de Wet luchtvaart dat op grond van het oude recht gold als een zodanig voorbereidingsbesluit; of
onder oud recht gedane aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht waarvoor nog geen tot bescherming daarvan strekkend omgevingsplan geldt.
Op de plicht om in zo’n geval de vergunning te weigeren bestaat een uitzondering in het geval het bouwplan niet in strijd is met het omgevingsplan dat in voorbereiding is. Dit is vergelijkbaar met de situatie onder oud recht, waarin artikel 3.3, derde en zesde lid, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de mogelijkheid bood de onder oud recht toepasselijke aanhoudingsplicht te doorbreken.
In praktische zin betekent de regeling dat onder nieuw recht aangevraagde omgevingsvergunningen voor het verrichten van een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk in een gebied waar een nog onder oud recht tot stand gekomen regime van voorbereidingsbescherming van toepassing is, respectievelijk dat onder oud recht als beschermd stads- of dorpsgezicht is aangewezen maar waarop nog geen voldragen beschermingsregime van toepassing is, in beginsel moeten worden geweigerd. Zo kan de vergunning dus worden geweigerd voor activiteiten die in de toekomst niet meer wenselijk worden geacht en onmogelijk zullen worden gemaakt met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan. De vergunning kan ook worden geweigerd voor activiteiten waarvan het nog onvoldoende zeker is om te kunnen vaststellen of deze met het toekomstige omgevingsplan aanvaardbaar zullen blijven. Ten tijde van de te nemen beslissing op de aanvraag is het besluit tot wijziging van het omgevingsplan immers nog in voorbereiding en is het mogelijk nog onvoldoende vastomlijnd om te kunnen vaststellen of bepaalde activiteiten daarin uiteindelijk zullen worden toegestaan. Een andere mogelijkheid in zo’n geval kan overigens ook zijn om met instemming van de aanvrager, met toepassing van artikel 4:15, tweede lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht, de beslistermijn op te schorten tot een moment waarop de voorbereiding zich in een zodanig stadium bevindt dat wel kan worden vastgesteld hoe het bouwplan zich verhoudt tot het in voorbereiding zijnde omgevingsplan. Gewezen wordt in dat verband op het tweede lid, dat de mogelijkheid biedt om de vergunning toch te verlenen als kan worden vastgesteld dat de betrokken activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht. In het laatste geval zal een dergelijk omgevingsplan onder meer moeten voorzien in op de karakteristieken van het beschermde stads- of dorpsgezicht afgestemde beoordelingsregels voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Zie ook artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet. Met dit tweede lid wordt een vergelijkbare voorziening getroffen als in het al eerder genoemde artikel 3.3, derde en zesde lid, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Verschil is echter dat met het tweede lid niet de toepasselijke aanhoudingsplicht wordt doorbroken maar dat in plaats van de vergunning te moeten weigeren, de mogelijkheid is gegeven om de vergunning, onder de vergelijkbare condities dat de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan, toch te verlenen.
Dit artikel is geschreven op basis van artikel 22.33 uit de bruidsschat.
JJJJJJJJJJJJJJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKKKKK
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLLLLLL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMMMMM
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In dit artikel zijn de bouwwerken aangewezen waarvoor de vergunningplicht, bedoeld in artikel 5.1605.163, niet van toepassing is. Hiermee wordt artikel 3 van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht voortgezet. Zoals ook in afdeling 3.2 van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet toegelicht, geldt voor deze bouwwerken weliswaar niet de vergunningplicht, maar de overige regels uit het omgevingsplan blijven onverminderd van kracht. Dat betekent dat een bouwwerk onverminderd aan de materiële regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van het bouwwerk moet voldoen. Net als bij de werking van artikel 3 van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht, zijn de betrokken bouwwerken dus alleen maar vergunningsvrij als aan alle overige regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken uit dit omgevingsplan wordt voldaan. Als op grond van die andere regels een vergunning nodig is, of als het bouwwerk of het voorgenomen gebruik in strijd is met andere regels uit dit omgevingsplan, moet toch een vergunning worden aangevraagd.
Dit artikel is geschreven op basis van artikel 22.27 onder g uit de bruidsschat.
NNNNNNNNNNNNNNNN
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOOOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPPPPP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRRRRR
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In het eerste lid van dit artikel wordt de mogelijkheid gegeven om een omgevingsvergunning toch te verlenen als de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen van bebouwing op een agrarisch perceel, maar niet in strijd is met de regels die zijn gesteld voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht. Dit betreft regels die in (van het tijdelijke deel van het omgevingsplan deel uitmakende) bestemmingsplannen of inpassingsplannen kunnen zijn opgenomen op grond van artikel 3.6, eerste lid, onder a en b, van de voormalige Wet ruimtelijke ordening. Voor het voortzetten van de figuren van wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen is niet in overgangsrecht voorzien. Het college van burgemeester en wethouders kan na inwerkingtreding van de Omgevingswet dan ook geen toepassing meer geven aan deze bepalingen. In plaats van deze specifieke wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten, kan toepassing worden gegeven aan de generieke delegatiemogelijkheid op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet. Als vergunningverlening op grond van artikel 5.1635.166 niet mogelijk is, maar een bouwplan niet in strijd is met de regels die zijn gegeven voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, kan de vergunning echter toch binnenplans worden verleend. Hierbij bestaat overigens beslissingsruimte. Onder de werking van de voormalige Wet ruimtelijke ordening moest bij de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of een uitwerkingsplicht (voor zover de bij een uitwerkingsplicht in acht te nemen regels daarvoor de ruimte laten) ook nog zelfstandig beoordeeld worden of het wijzigings- of uitwerkingsplan, los van de daarbij in acht te nemen regels, in overeenstemming was met een goede ruimtelijke ordening. Om die reden is geen imperatief karakter gegeven aan deze aanvullende mogelijkheid om een vergunning voor een bouwplan, dat niet in strijd is met die voor een wijziging- of uitwerking gegeven regels, toch te kunnen verlenen. Het gevolg hiervan is dat, ook al is een bouwplan met de regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht niet in strijd, ook nog een zelfstandige beoordeling moet plaatsvinden of het bouwplan uit een oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar kan worden geacht.
In het tweede lid van dit artikel worden alle instructieregels en instructies waaraan moet worden getoetst bij de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit van overeenkomstige toepassing verklaard op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het eerste lid kan worden verleend. Ook dit vindt zijn oorsprong in de voormalige Wet ruimtelijke ordening. Bij de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of een uitwerkingsplicht moesten, los van de daarbij in acht te nemen regels uit het moederplan, ook de regels uit het voormalige Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de provinciale ruimtelijke verordening in acht worden genomen. Met het tweede lid wordt verzekerd dat ook bij de in het eerste lid geïntroduceerde mogelijkheid om binnenplans een vergunning te verlenen met toepassing van de regels die zijn gesteld voor een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, geen situatie ontstaat die niet is toegelaten op grond van een onder nieuw recht gestelde instructieregel of gegeven instructie.
Dit artikel is geschreven op basis van artikel 22.32 uit de bruidsschat.
SSSSSSSSSSSSSSSS
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTTTTT
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUUUUUUU
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVVVVV
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWWWWW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXXXXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYYYYY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZZZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAAAAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBBBBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCCCCCC
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In dit artikel zijn de bouwwerken aangewezen waarvoor de vergunningplicht, bedoeld in artikel 5.1785.181, niet van toepassing is. Hiermee worden artikel 2 en artikel 3 van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht voortgezet. Zoals ook in afdeling 3.2 van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet toegelicht, geldt voor deze bouwwerken weliswaar niet de vergunningplicht, maar de overige regels uit het omgevingsplan blijven onverminderd van kracht. Dat betekent dat een bouwwerk onverminderd aan de materiële regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van het bouwwerk moet voldoen. Net als bij de werking van de artikelen 2 en 3 van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht, zijn de betrokken bouwwerken dus alleen maar vergunningsvrij als aan alle overige regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken uit dit omgevingsplan wordt voldaan. Als op grond van die andere regels een vergunning nodig is, of als het bouwwerk of het voorgenomen gebruik in strijd is met andere regels uit dit omgevingsplan, moet toch een vergunning worden aangevraagd.
Dit artikel is geschreven op basis van artikel 22.27 onder a en 22.36 onder a uit de bruidsschat.
DDDDDDDDDDDDDDDDD
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEEEEEEEE
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFFFFFF
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In het eerste en tweede lid wordt een uitzondering gegeven op de beoordelingsregels van artikel 5.1815.184. Wanneer een bijbehorend bouwwerk wordt gebouwd buiten het werkingsgebied bouwvlak of een bouwvlak aangewezen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan wordt de vergunning toch verleend als aan de gestelde eisen wordt voldaan. In aanvulling hierop wordt in het derde lid nog een uitzondering opgenomen voor gebieden waaraan in het tijdelijk deel van het omgevingsplan geen bouwvlak is toegekend.
GGGGGGGGGGGGGGGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHHHHHH
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIIIIIIII
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJJJJJJ
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In het eerste lid van dit artikel wordt de mogelijkheid gegeven om een omgevingsvergunning toch te verlenen als de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen van een bijbehorend bouwwerk, maar niet in strijd is met de regels die zijn gesteld voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht. Dit betreft regels die in (van het tijdelijke deel van het omgevingsplan deel uitmakende) bestemmingsplannen of inpassingsplannen kunnen zijn opgenomen op grond van artikel 3.6, eerste lid, onder a en b, van de voormalige Wet ruimtelijke ordening. Voor het voortzetten van de figuren van wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen is niet in overgangsrecht voorzien. Het college van burgemeester en wethouders kan na inwerkingtreding van de Omgevingswet dan ook geen toepassing meer geven aan deze bepalingen. In plaats van deze specifieke wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten, kan toepassing worden gegeven aan de generieke delegatiemogelijkheid op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet. Als vergunningverlening op grond van artikel 5.1815.184 niet mogelijk is, maar een bouwplan niet in strijd is met de regels die zijn gegeven voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, kan de vergunning echter toch binnenplans worden verleend. Hierbij bestaat overigens beslissingsruimte. Onder de werking van de voormalige Wet ruimtelijke ordening moest bij de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of een uitwerkingsplicht (voor zover de bij een uitwerkingsplicht in acht te nemen regels daarvoor de ruimte laten) ook nog zelfstandig beoordeeld worden of het wijzigings- of uitwerkingsplan, los van de daarbij in acht te nemen regels, in overeenstemming was met een goede ruimtelijke ordening. Om die reden is geen imperatief karakter gegeven aan deze aanvullende mogelijkheid om een vergunning voor een bouwplan, dat niet in strijd is met die voor een wijziging- of uitwerking gegeven regels, toch te kunnen verlenen. Het gevolg hiervan is dat, ook al is een bouwplan met de regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht niet in strijd, ook nog een zelfstandige beoordeling moet plaatsvinden of het bouwplan uit een oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar kan worden geacht.
In het tweede lid van dit artikel worden alle instructieregels en instructies waaraan moet worden getoetst bij de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit van overeenkomstige toepassing verklaard op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het eerste lid kan worden verleend. Ook dit vindt zijn oorsprong in de voormalige Wet ruimtelijke ordening. Bij de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of een uitwerkingsplicht moesten, los van de daarbij in acht te nemen regels uit het moederplan, ook de regels uit het voormalige Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de provinciale ruimtelijke verordening in acht worden genomen. Met het tweede lid wordt verzekerd dat ook bij de in het eerste lid geïntroduceerde mogelijkheid om binnenplans een vergunning te verlenen met toepassing van de regels die zijn gesteld voor een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, geen situatie ontstaat die niet is toegelaten op grond van een onder nieuw recht gestelde instructieregel of gegeven instructie.
Dit artikel is geschreven op basis van artikel 22.32 uit de bruidsschat.
KKKKKKKKKKKKKKKKK
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In het eerste lid van dit artikel wordt de mogelijkheid gegeven om een omgevingsvergunning te weigeren, ook al voldoet hij aan de beoordelingsregels voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk. Deze aanvullende beoordelingsregels zien op twee specifieke overgangsrechtelijke situaties die verband houden met het feit dat de Omgevingswet niet langer een aanhoudingsplicht kent zoals die was geregeld in artikel 3.3 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Die aanhoudingsplicht kon gelden vanwege een voorbereidingsbesluit dat was genomen ter voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan of vanwege een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht waarvoor nog geen tot bescherming daarvan strekkend bestemmingsplan gold.
Toepassing van deze beoordelingsregels leidt ertoe dat, ondanks dat aan de beoordelingsregels uit artikel 5.1815.184 wordt voldaan, de vergunning toch moet worden geweigerd als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft een:
nog onder oud recht genomen voorbereidingsbesluit van kracht is;
Tracébesluit of een besluit krachtens de Wet luchtvaart dat op grond van het oude recht gold als een zodanig voorbereidingsbesluit; of
onder oud recht gedane aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht waarvoor nog geen tot bescherming daarvan strekkend omgevingsplan geldt.
Op de plicht om in zo’n geval de vergunning te weigeren bestaat een uitzondering in het geval het bouwplan niet in strijd is met het omgevingsplan dat in voorbereiding is. Dit is vergelijkbaar met de situatie onder oud recht, waarin artikel 3.3, derde en zesde lid, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de mogelijkheid bood de onder oud recht toepasselijke aanhoudingsplicht te doorbreken.
In praktische zin betekent de regeling dat onder nieuw recht aangevraagde omgevingsvergunningen voor het verrichten van een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk in een gebied waar een nog onder oud recht tot stand gekomen regime van voorbereidingsbescherming van toepassing is, respectievelijk dat onder oud recht als beschermd stads- of dorpsgezicht is aangewezen maar waarop nog geen voldragen beschermingsregime van toepassing is, in beginsel moeten worden geweigerd. Zo kan de vergunning dus worden geweigerd voor activiteiten die in de toekomst niet meer wenselijk worden geacht en onmogelijk zullen worden gemaakt met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan. De vergunning kan ook worden geweigerd voor activiteiten waarvan het nog onvoldoende zeker is om te kunnen vaststellen of deze met het toekomstige omgevingsplan aanvaardbaar zullen blijven. Ten tijde van de te nemen beslissing op de aanvraag is het besluit tot wijziging van het omgevingsplan immers nog in voorbereiding en is het mogelijk nog onvoldoende vastomlijnd om te kunnen vaststellen of bepaalde activiteiten daarin uiteindelijk zullen worden toegestaan. Een andere mogelijkheid in zo’n geval kan overigens ook zijn om met instemming van de aanvrager, met toepassing van artikel 4:15, tweede lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht, de beslistermijn op te schorten tot een moment waarop de voorbereiding zich in een zodanig stadium bevindt dat wel kan worden vastgesteld hoe het bouwplan zich verhoudt tot het in voorbereiding zijnde omgevingsplan. Gewezen wordt in dat verband op het tweede lid, dat de mogelijkheid biedt om de vergunning toch te verlenen als kan worden vastgesteld dat de betrokken activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht. In het laatste geval zal een dergelijk omgevingsplan onder meer moeten voorzien in op de karakteristieken van het beschermde stads- of dorpsgezicht afgestemde beoordelingsregels voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Zie ook artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet. Met dit tweede lid wordt een vergelijkbare voorziening getroffen als in het al eerder genoemde artikel 3.3, derde en zesde lid, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Verschil is echter dat met het tweede lid niet de toepasselijke aanhoudingsplicht wordt doorbroken maar dat in plaats van de vergunning te moeten weigeren, de mogelijkheid is gegeven om de vergunning, onder de vergelijkbare condities dat de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan, toch te verlenen.
Dit artikel is geschreven op basis van artikel 22.33 uit de bruidsschat.
LLLLLLLLLLLLLLLLL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMMMMMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNNNNNN
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOOOOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPPPPPP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRRRRRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSSSSSSS
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In dit artikel zijn de bouwwerken aangewezen waarvoor de vergunningplicht, bedoeld in artikel 5.1955.198, niet van toepassing is. Hiermee wordt artikel 3 van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht voortgezet. Zoals ook in afdeling 3.2 van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet toegelicht, geldt voor deze bouwwerken weliswaar niet de vergunningplicht, maar de overige regels uit het omgevingsplan blijven onverminderd van kracht. Dat betekent dat een bouwwerk onverminderd aan de materiële regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van het bouwwerk moet voldoen. Net als bij de werking van artikel 3 van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht, zijn de betrokken bouwwerken dus alleen maar vergunningsvrij als aan alle overige regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken uit dit omgevingsplan wordt voldaan. Als op grond van die andere regels een vergunning nodig is, of als het bouwwerk of het voorgenomen gebruik in strijd is met andere regels uit dit omgevingsplan, moet toch een vergunning worden aangevraagd.
Dit artikel is geschreven op basis van artikel 22.27 onder c uit de bruidsschat.
TTTTTTTTTTTTTTTTT
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUUUUUUUU
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVVVVVV
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWWWWWW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXXXXXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYYYYYY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZZZZZZ
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In dit artikel zijn de bouwwerken aangewezen waarvoor de vergunningplicht, bedoeld in artikel 5.2025.205 niet van toepassing is. Een buitenunit mag zonder omgevingsvergunning voor het bouwen worden geplaatst als het voldoet aan de, in dit artikel gegeven, eisen.
AAAAAAAAAAAAAAAAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBBBBBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCCCCCCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDDDDDD
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEEEEEEEEE
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFFFFFFF
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGGGGGGGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHHHHHHH
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIIIIIIIII
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJJJJJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKKKKKKK
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLLLLLLLL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMMMMMMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNNNNNNN
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In dit artikel wordt een uitzondering gemaakt op de vergunningplicht in artikel 5.2165.219. In sub a en b wordt genoemd dat van een verandering van een bouwwerk alleen sprake is als het bebouwde oppervlakte niet toeneemt en er geen uitbreiding van het bouwvolume plaatsvindt. Sub c voorkomt dat vergunningsvrij kan worden afgeweken van de eisen die gesteld worden aan het veranderen van een bouwwerk in artikel 2.29 Bbl.
Dit artikel is geschreven op basis van artikel 22.27 onder i uit de bruidsschat.
OOOOOOOOOOOOOOOOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPPPPPPP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQQQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRRRRRRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSSSSSSSS
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTTTTTTT
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUUUUUUUUU
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In dit artikel zijn de bouwwerken aangewezen waarvoor de vergunningplicht, bedoeld in artikel 5.2235.226, niet van toepassing is. Hiermee worden artikel 2 en artikel 3 van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht voortgezet. Zoals ook in afdeling 3.2 van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet toegelicht, geldt voor deze bouwwerken weliswaar niet de vergunningplicht, maar de overige regels uit het omgevingsplan blijven onverminderd van kracht. Dat betekent dat een bouwwerk onverminderd aan de materiële regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van het bouwwerk moet voldoen. Net als bij de werking van de artikelen 2 en 3 van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht, zijn de betrokken bouwwerken dus alleen maar vergunningsvrij als aan alle overige regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken uit dit omgevingsplan wordt voldaan. Als op grond van die andere regels een vergunning nodig is, of als het bouwwerk of het voorgenomen gebruik in strijd is met andere regels uit dit omgevingsplan, moet toch een vergunning worden aangevraagd.
Dit artikel is geschreven op basis van artikel 22.27 onder d en onder f en artikel 22.36 onder b uit de bruidsschat.
VVVVVVVVVVVVVVVVVV
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In aanvulling op de uitzonderingen in artikel 5.2245.227 worden in dit artikel bouwwerken aangewezen die alleen op sportlocaties zonder vergunning gerealiseerd mogen worden. Sportlocaties zijn locaties die in het tijdelijk deel van dit omgevingsplan (de bestemmingsplannen) de bestemming 'sport(doeleinden)' hebben of waaraan in dit omgevingsplan de activiteit 'sport' is toegekend.
WWWWWWWWWWWWWWWWWW
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In aanvulling op de uitzonderingen in artikel 5.2245.227 worden in dit artikel bouwwerken aangewezen die alleen bij een woning zonder vergunning gerealiseerd mogen worden.
Dit artikel is geschreven op basis van artikel 22.27 onder e uit de bruidsschat.
XXXXXXXXXXXXXXXXXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYYYYYYY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZZZZZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAAAAAAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBBBBBBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCCCCCCCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDDDDDDD
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel heeft betrekking op het repressief welstandstoezicht en was voorheen opgenomen in artikel 12 van de Woningwet. Het uiterlijk van bestaande bouwwerken of te bouwen bouwwerken waar op grond van dit plan geen omgevingsvergunning voor nodig is, mogen niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, in Nieuwegein de Nota ruimtelijke kwaliteit geheten. Op grond van artikel 4.114 van de Invoeringswet Omgevingswet geldt die welstandsnota als een beleidsregel als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.
Op grond van het tweede lid in combinatie met artikel 5.1795.182 onder bis welstandstoezicht niet aan de orde voor door de gemeenteraad aangewezen bouwwerken in daarbij aangewezen (zogenoemde welstandsvrije) gebieden.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.7 van de bruidsschat (tijdelijk deel).
EEEEEEEEEEEEEEEEEEE
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFFFFFFFF
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGGGGGGGGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHHHHHHHH
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIIIIIIIIII
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJJJJJJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKKKKKKKK
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLLLLLLLLL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMMMMMMMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNNNNNNNN
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOOOOOOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPPPPPPPP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQQQQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRRRRRRRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSSSSSSSSS
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De Wet geluidhinder bepaalde dat het college van burgemeester en wethouders in zijn besluit bepaalde welke maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat de geluidbelasting binnen de zone de hoogst toelaatbare waarden te boven zou gaan. Dat is te lezen als een regel over voorschriften. Omdat een binnenplans vergunningstelsel altijd een beoordelingsregel vereist, is deze regel hier uitgesplitst in een beoordelingsregel, inhoudende dat het bevoegd gezag de omgevingsvergunning alleen verleent als binnenplanse omgevingsvergunning als de grenswaarde niet wordt overschreden, en in een regel over voorschriften, die inhoudt dat het bevoegd gezag de maatregelen voorschrijft die nodig zijn om te voorkomen dat niet aan de standaardwaarden wordt voldaan of dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen toeneemt ten opzichte van het geluid direct voorafgaand aan de wijziging. Als de omgevingsvergunning niet kan worden verleend als binnenplanse omgevingsplanactiviteit, kan de aanvraag worden beoordeeld als een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Op die beoordeling zijn de regels van paragraaf 5.1.4.2a.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing. De gehanteerde grenswaarde is niet ontleend aan de normwaarden van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder, maar aan het Besluit kwaliteit leefomgeving zoals dat is gewijzigd door het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet. In de toelichting op artikel 5.2475.250 is ingegaan op de achtergrond hiervan.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.275 van de bruidsschat (tijdelijk deel).
TTTTTTTTTTTTTTTTTTT
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De Wet geluidhinder bepaalde dat het college van burgemeester en wethouders in zijn besluit bepaalde welke maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat de geluidbelasting binnen de zone de hoogst toelaatbare waarden te boven zou gaan. Dat is te lezen als een regel over voorschriften. Omdat een binnenplans vergunningstelsel altijd een beoordelingsregel vereist, is deze regel hier uitgesplitst in een beoordelingsregel, inhoudende dat het bevoegd gezag de omgevingsvergunning alleen verleent als binnenplanse omgevingsvergunning als de grenswaarde niet wordt overschreden, en in een regel over voorschriften, die inhoudt dat het bevoegd gezag de maatregelen voorschrijft die nodig zijn om te voorkomen dat niet aan de standaardwaarden wordt voldaan of dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen toeneemt ten opzichte van het geluid direct voorafgaand aan de wijziging. Als de omgevingsvergunning niet kan worden verleend als binnenplanse omgevingsplanactiviteit, kan de aanvraag worden beoordeeld als een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Op die beoordeling zijn de regels van paragraaf 5.1.4.2a.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing. De gehanteerde grenswaarde is niet ontleend aan de normwaarden van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder, maar aan het Besluit kwaliteit leefomgeving zoals dat is gewijzigd door het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet. In de toelichting op artikel 5.2475.250 is ingegaan op de achtergrond hiervan.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.276 van de bruidsschat (tijdelijk deel).
UUUUUUUUUUUUUUUUUUU
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVVVVVVVV
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWWWWWWWW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXXXXXXXX
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel bevat de meet- en rekenbepalingen op basis waarvan beoordeeld kan worden of aan de algemene regels gesteld in artikel 5.2525.255 kan worden voldaan.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.150 van de bruidsschat
YYYYYYYYYYYYYYYYYYY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZZZZZZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAAAAAAAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBBBBBBBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCCCCCCCCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDDDDDDDD
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEEEEEEEEEEE
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFFFFFFFFF
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGGGGGGGGGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHHHHHHHHH
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIIIIIIIIIII
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJJJJJJJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKKKKKKKKK
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLLLLLLLLLL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMMMMMMMMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNNNNNNNNN
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPPPPPPPPP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQQQQQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRRRRRRRRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSSSSSSSSSS
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTTTTTTTTT
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUUUUUUUUUUU
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVVVVVVVVV
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWWWWWWWWW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYYYYYYYYY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBBBBBBBBBB
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor lozingen vanuit ‘overheids-IBA’s’ geldt dezelfde regeling als voor de lozingen vanuit gemeentelijke rioolstelsels. Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 5.2825.285.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.164 van de bruidsschat (tijdelijk deel).
CCCCCCCCCCCCCCCCCCCCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDDDDDDDDD
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEEEEEEEEEEEE
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFFFFFFFFFF
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGGGGGGGGGGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHHHHHHHHHH
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIIIIIIIIIIII
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKKKKKKKKKK
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLLLLLLLLLLL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMMMMMMMMMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNNNNNNNNNN
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPPPPPPPPPP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRRRRRRRRRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSSSSSSSSSSS
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTTTTTTTTTT
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUUUUUUUUUUUU
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVVVVVVVVVV
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWWWWWWWWWW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYYYYYYYYYY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDD
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze afdeling is niet van toepassing op activiteiten die in afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van het Bal aangewezen zijn als milieubelastende activiteiten. Voor die activiteiten gelden de artikelen van paragraaf 5.4.1 van het Bal.
De milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in afdeling 3.2 van het Bal, de bedrijfstakoverstijgende activiteiten, vallen wel onder deze afdeling van dit omgevingsplan. De activiteiten van afdeling 3.2 van het Bal waren onder het oude recht zelden een zelfstandige inrichting, maar meestal onderdeel van een grotere inrichting. Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn ze meestal onderdeel van een grotere milieubelastende activiteit. Activiteiten, anders dan de activiteiten uit afdeling 3.2 van het Bal, zijn ofwel geregeld in het Bal in de afdelingen 3.3 en verder, ofwel in het omgevingsplan.
Als een richtingaanwijzer in het Bal de energiemodule aanwijst voor een bepaalde activiteit en daarbij ook een activiteit uit afdeling 3.2 van het Bal plaatsvindt, dan is de energiemodule ook van toepassing op de activiteit uit afdeling 3.2, die dan immers een functioneel ondersteunende activiteit is.
De regels van deze afdeling gelden voor milieubelastende activiteiten waarbij het energieverbruik van alle milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die de milieubelastende activiteit functioneel ondersteunen, in het voorafgaande jaar, gezamenlijk gelijk is aan of groter dan 50.000 kWh aan elektriciteit en 25.000 m3 aardgasequivalenten aan brandstoffen. Hierbij moeten de activiteiten die in afdeling 3.2 van het Bal zijn geregeld ook worden meegenomen. Dus als bijvoorbeeld een supermarkt of horecagelegenheid een activiteit uit afdeling 3.2 van het Bal verricht, dan gelden ook daarvoor de energiebesparingsregels van dit omgevingsplan, tenzij het energieverbruik van de activiteiten op de locatie, gezamenlijk niet boven de drempel uitkomt.
Activiteiten uit afdeling 3.2 van het Bal die zelfstandig boven de drempel kunnen uitkomen, zoals de zuiveringsvoorziening uit paragraaf 3.2.17 van het Bal, waren in de regel onder het oude recht een inrichting, zodat het logisch is dat daarvoor de energiebesparingsregels uit dit omgevingsplan gelden.
Overigens heeft het rijk een beleidsvoornemen om in het kader van de voorziene regelgeving over de actualisatie van de energiebesparingsplicht alsnog op rijksniveau ook voor bepaalde milieubelastende activiteiten die niet zijn aangewezen in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van het Bal regels over energiebesparing te stellen. Deze regels lijken op 1 december 2023 van toepassing te worden. Ook de gelding van artikel 5.3135.316, dat betrekking heeft op het overgangsrecht voor de regels over energiebesparing zoals deze golden onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, is gekoppeld aan deze datum. Na 1 december 2023 zal op grond van de geactualiseerde regels over energiebesparing in het Bal moeten worden bezien of deze regels in het omgevingsplan kunnen blijven voortbestaan als maatwerkregel.
De regels in deze paragraaf, die betrekking hebben op zogeheten procesgebonden energiebesparende maatregelen, laten onverlet de regels over de zogeheten gebouwgebonden energiebesparende maatregelen, zoals deze zijn gesteld in de artikelen 3.84, 3.84a en 3.84b van het Bbl.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.51 van de bruidsschat (tijdelijk deel).
EEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEE
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFF
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel bevat overgangsrecht voor milieubelastende activiteiten die onder het toepassingsbereik van paragraaf 5.3.9 van dit omgevingsplan vallen en waarvoor al op grond van het recht voor de Omgevingswet – in concreto artikel 2.15, tweede, tiende of elfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer – door het betrokken bedrijf of de betrokken instelling een rapportage informatieplicht aan het bevoegd gezag is verstrekt of had moeten worden verstrekt.
Dit overgangsrecht heeft in de eerste plaats tot gevolg dat tot 1 december 2023 kan worden volstaan met het treffen van de energiebesparende maatregelen, bedoeld in artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit is inclusief de bijbehorende regels en bijlagen uit afdeling 2.5 van de Activiteitenregeling milieubeheer, zoals de lijst met erkende energiebesparende maatregelen, de rekenmethode voor de terugverdientijd en de rekenmethode voor de hoeveelheid aardgasequivalent. In artikel 5.3135.316, tweede lid, is in dat licht gedurende de periode, bedoeld in het eerste lid van het artikel, artikel 5.3125.315 op de betreffende milieubelastende activiteiten niet van toepassing verklaard.
Daarnaast volgt uit dit overgangsrecht dat als voor een onder het toepassingsbereik vallende milieubelastende activiteit die is gestart voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet door het betrokken bedrijf of de betrokken instelling een rapportage informatieplicht had moeten worden verstrekt, maar dat nog niet is gebeurd, tot 1 december 2023 nog steeds in overeenstemming met de daaraan in artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer gestelde eisen aan de informatieplicht moet worden voldaan.
Met het opnemen van de datum van 1 december 2023 als einddatum voor het overgangsrecht is aansluiting gezocht bij de datum van het van toepassing worden van de geactualiseerde regels over energiebesparing zoals deze is opgenomen in de hiervoor in de toelichting bij artikel 5.3115.314 genoemde voorziene regelgeving.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.52a van de bruidsschat (tijdelijk deel).
GGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHH
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIIIIIIIIIIIII
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het wassen van motorvoertuigen moet in principe plaatsvinden boven een vloeistofdichte bodemvoorziening. Vanwege de aard van de activiteit, waarbij continue bodembedreigende vloeistoffen over de voorziening stromen, zijn niet-vloeistofdichte voorzieningen niet toereikend.
Op de plicht om het wassen van motorvoertuigen plaats te laten vinden boven een vloeistofdichte bodemvoorziening is een uitzondering gemaakt voor het wassen van motorvoertuigen op een mobiele wasinstallatie. Dit soort installaties worden tegenwoordig steeds meer toegepast bij initiatiefnemers die zelf niet beschikken over de vereiste voorzieningen. Mobiele installaties moeten wel voldoende bodembeschermende werking hebben. Daarom is bepaald dat er geen vloeistoffen in de bodem terecht mogen komen.
Ook geldt, in navolging van de artikelen 3.23b, tweede lid, aanhef en onder a, en 3.24, aanhef en onder a, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, een uitzondering voor het per week uitwendig wassen van ten hoogste één motorvoertuig waarmee geen gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast. Artikel 5.3175.320, tweede lid, van dit omgevingsplan regelt in samenhang hiermee dat het water bij het wassen in de bodem mag komen. Dit zal in beperkte mate het geval zijn, als de verharding waarop wordt gewassen niet vloeistofdicht is.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.193 van de bruidsschat
JJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKK
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNN
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPP
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Zie de toelichting bij 5.3055.308 voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.
Met de plaats waar bodembedreigende stoffen worden gebruikt, wordt bedoeld het hele gebied, van de plaats waar wordt geschoten tot de plaats waar de munitie terecht kan komen.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.228 van de bruidsschat
QQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRR
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Eerste lid
Er moet worden voorkomen dat de hulzen van verschoten munitie in of op de bodem terecht komen. Om deze reden wordt in het eerste lid van dit artikel voorgeschreven dat het schieten plaats moet vinden boven een bodembeschermende voorziening. Dit betekent dat de zone rond de standplaats van de schutter dusdanig geconditioneerd moet zijn, dat het verzamelen van de hulzen makkelijk uitvoerbaar is.
Tweede lid
De kogelvanger, bedoeld in artikel 5.3245.327, moet opgesteld worden boven een bodembeschermende voorziening. Dit om te voorkomen dat de kogels die opgevangen worden door de kogelvanger, maar onverhoopt niet in de verzamelbak terecht komen, op of in de bodem terecht kunnen komen. De exploitant van de schietbaan kan een keuze maken voor de toe te passen bodembeschermende voorzieningen (en daarbij horende maatregelen).Doorgaans gaat het om een verharding, kleed of voldoende dik plasticfolie met voldoende oppervlakte onder de kogelvanger. De kogels die niet worden opgevangen in de verzamelbak komen op deze voorziening terecht. Deze kogels, maar ook de kogels die worden opgevangen in de verzamelbak, moeten na afloop van een schietdag worden verwijderd om uitloging naar de bodem te voorkomen.Een andere optie is het treffen van voorzieningen waardoor verzekerd wordt dat alle kogels die worden opgevangen door de kogelvanger terecht komen in de verzamelbak. Dit kan gerealiseerd worden door de kogels, die worden opgevangen door de kogelvanger, met een gesloten buis af te voeren naar een afgesloten verzamelbak.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.230 van de bruidsschat
SSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSS
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTTTTTTTTTTT
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUU
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVVVVVVVVVVV
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWWWWWWWWWWW
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.6 van het Bal.
Eerste lid
Als uit het rapport van het eindonderzoek bodem, blijkt dat de bodem is verontreinigd dan moet op grond van het eerste lid uiterlijk binnen zes maanden na het toezenden van het rapport de bodemkwaliteit zijn hersteld.
Voor het herstellen van de bodemkwaliteit kan uit drie opties worden gekozen. Deze keuze wordt gemaakt door degene die de activiteit verricht. De bodemkwaliteit wordt hersteld tot:
de waarden van een bodemrapport volgens NEN 5740 waarin de bodem- en grondwaterkwaliteit voor aanvang van de activiteit zijn vastgelegd;
de bodemkwaliteit van de zone waarin de activiteit is verricht zoals vastgelegd op een geldende bodemkwaliteitskaart; of
de achtergrondwaarden, vastgesteld op grond van het Besluit bodemkwaliteit.
Wanneer de bodemkwaliteit voor aanvang van de activiteit niet is vastgelegd of wanneer er geen geldende bodemkwaliteitskaart voor dat gebied voor handen is, dan moet herstel plaatsvinden tot de achtergrondwaarden als vastgesteld op grond van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.
Dit artikel regelt dat de bodemkwaliteit hersteld moet worden na beëindiging van de activiteit. Dit doet er niks aan af dat eventuele morsingen of lekkages op een bodembeschermende voorziening direct opgeruimd moeten worden. Het opruimen van gelekte of gemorste (vloei)stoffen is onderdeel van de specifieke zorgplicht in artikel 5.1115.114 van dit omgevingsplan of 2.11 van het Bal. Deze verplichtingen bestaan naast elkaar.
Tweede lid
Het tweede lid bepaalt dat het herstel van de bodemkwaliteit moet worden verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000. Een ‘erkenning bodemkwaliteit’ is in bijlage I bij het Bal omschreven als een erkenning als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit omschrijft een erkenning als beschikking van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat waarbij wordt vastgesteld dat een persoon of een instelling voor een werkzaamheid voldoet aan de bij of krachtens het Besluit bodemkwaliteit geldende voorwaarden.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.235 van de bruidsschat
XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDD
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEE
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFF
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHH
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIII
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKK
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNN
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSS
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel bevat enkele aanvullende regels met betrekking tot het toepassingsbereik, die in feite van overgangsrechtelijke aard zijn. Om die reden is ervoor gekozen ze in een apart artikel op te nemen. Het artikel bevat een tweetal uitzonderingen op de hoofdregel in artikel 5.3515.354.
Eerste lid
Het eerste lid bevat een uitzondering op de uitzondering in artikel 5.3515.354, tweede lid, onder b. De daar opgenomen uitzondering voor een tijdelijk toegelaten geluidgevoelig gebouw geldt alleen voor een geluidgevoelig gebouw dat na inwerkingtreding van de Omgevingswet is toegelaten voor een duur van niet meer dan 10 jaar. Voor een geluidgevoelig gebouw dat al voor inwerkingtreding is toegelaten (onder a) of waarvoor een vergunning is aangevraagd voor de inwerkingtreding en die vervolgens is toegelaten (onder b) geldt de uitzondering niet. Zo’n gebouw valt dus wel binnen het toepassingsbereik van deze subparagraaf en hiervoor blijft wel een waarde gelden voor het geluid op de gevel van een tijdelijk toegelaten geluidgevoelig gebouw. De reden voor het uitzonderen is dat onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer de geluidsnormen wel golden voor gebouwen waarvoor het tijdelijk toegelaten is om ze te gebruiken als geluidgevoelig gebouw.
Tweede lid
Ook het tweede lid bevat uitzonderingen van overgangsrechtelijke aard. Onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer kregen reeds toegelaten, maar nog niet aanwezige geluidgevoelige gebouwen geen bescherming tegen geluid van milieubelastende activiteiten. Dit is bij de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving veranderd. De geluidswaarde geldt dan op de locatie waar volgens het omgevingsplan of de omgevingsvergunning de gevel van het gebouw gebouwd mag worden. Omdat de voormalige bestemmingsplannen van rechtswege zijn overgegaan in het omgevingsplan, zou toetsing op een dergelijk ´geprojecteerd´ gebouw ertoe kunnen leiden dat een bestaande activiteit opeens niet meer voldoet aan de geluideisen. Het is ongewenst dat voor rechtmatige bestaande situaties ineens strengere waarden voor geluid gaan gelden. Daarom is voor situaties die al toegestaan zijn voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, de uitzondering opgenomen dat onder een geluidgevoelig gebouw niet wordt verstaan een nog niet aanwezig geluidgevoelig gebouw.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.55 van de bruidsschat (tijdelijk deel).
TTTTTTTTTTTTTTTTTTTTTTT
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUU
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVVVVVVVVVVVV
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWWWWWWWWWWWW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBB
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een ontgeuringsinstallatie zoals voorgeschreven in het eerste lid, onder b, van dit artikel moet uiteraard doelmatig zijn. Op grond van de specifieke zorgplichten in artikel 5.1115.114 van dit omgevingsplan of artikel 2.11 van het Bal moet bijvoorbeeld de capaciteit van de ontgeuringsinstallatie groot genoeg zijn en moet de ontgeuringsinstallatie voldoende vaak worden gereinigd. Het tweede lid bevat oud overgangsrecht van het Activiteitenbesluit milieubeheer dat is overgenomen.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.205 van de bruidsschat
CCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDD
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.20 van het Bal. Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 5.3585.361, eerste lid verricht houdt in een logboek bij waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties. Dat een logboek beschikbaar moet zijn voor het bevoegd gezag volgt uit de Algemene wet bestuursrecht. Dit mag ook in digitale vorm zijn. Op grond van artikel 5.6, onder d, moet aan het bevoegd gezag informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om nadelige gevolgen van een ongewoon voorval te voorkomen.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.207 van de bruidsschat
EEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEE
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFF
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHH
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Eerste lid
Als uit het rapport van het eindonderzoek bodem blijkt dat de bodem is verontreinigd dan moet op grond van het eerste lid uiterlijk binnen zes maanden na het toezenden van het rapport de bodemkwaliteit zijn hersteld. Voor het herstellen van de bodemkwaliteit kan uit drie opties worden gekozen. Deze keuze wordt gemaakt door degene die de activiteit verricht. De bodemkwaliteit wordt hersteld tot:
De waarden van een bodemrapport volgens NEN 5740 waarin de bodem- en grondwaterkwaliteit voor aanvang van de activiteit zijn vastgelegd.
De bodemkwaliteit van de zone waarin de activiteit is verricht zoals vastgelegd op een geldende bodemkwaliteitskaart.
De achtergrondwaarden, vastgesteld op grond van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit. Wanneer de bodemkwaliteit voor aanvang van de activiteit niet is vastgelegd of wanneer er geen geldende bodemkwaliteitskaart voor dat gebied voorhanden is, dan moet herstel plaatsvinden tot de achtergrondwaarden als vastgesteld op grond van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.
Dit artikel regelt dat de bodemkwaliteit hersteld moet worden na beëindiging van de activiteit. Dit doet er niks aan af dat eventuele morsingen of lekkages op een bodembeschermende voorziening direct opgeruimd moeten worden. Het opruimen van gelekte of gemorste (vloei)stoffen is onderdeel van de specifieke zorgplicht in artikel 5.1115.114 van dit omgevingsplan of artikel 2.11 van het Bal. Deze verplichtingen bestaan naast elkaar.
Tweede lid
Het tweede lid bepaalt dat het herstel van de bodemkwaliteit moet worden verricht door een persoon of onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000. Een ‘erkenning bodemkwaliteit’ is in bijlage I bij het Bal omschreven als een erkenning als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit omschrijft een erkenning als beschikking van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat waarbij wordt vastgesteld dat een persoon of een instelling voor een werkzaamheid voldoet aan de bij of krachtens het Besluit bodemkwaliteit geldende voorwaarden.
De formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.6 van het Bal. Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.211 van de bruidsschat.
IIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIII
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKK
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNN
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSS
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTTTTTTTTTTTTT
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel maakt het kweken van maden van vliegende insecten verboden zonder omgevingsvergunning, waarbij voldaan dient te worden aan de criteria van artikel 5.3815.384.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.261 eerste lid van de bruidsschat.
UUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUU
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVVVVVVVVVVVVV
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWWWWWWWWWWWWW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDD
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEE
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFF
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHH
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIII
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKK
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNN
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSS
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTTTTTTTTTTTTTT
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Eerste lid
Bij het opslaan van minder dan 3 m3 vaste mest gelden geen eisen, anders dan de specifieke zorgplicht. Een opslag van meer dan 600 m3 valt niet onder het toepassingsbereik van deze afdeling. In artikel 5.4255.428 is een vergunningplicht opgenomen voor de opslag van meer dan 600 m3 vaste mest.
Tweede lid, onderdeel a
Als mest korter dan twee weken op één plek opgeslagen ligt, dan is deze paragraaf niet van toepassing. Wel geldt de specifieke zorgplicht.
Tweede lid, onderdeel b
Het opslaan van vaste mest maakt vaak deel uit van bijvoorbeeld een veehouderij, een akkerbouwbedrijf of een agrarisch loonwerkbedrijf die aangewezen zijn als milieubelastende activiteit in het Bal. In dat geval gelden niet de regels uit deze afdeling, maar de regels voor de opslag van vaste mest uit het Bal. De regels uit deze afdeling gelden voor opslagen die behoren bij bijvoorbeeld veehouderijen die minder landbouwhuisdieren houden dan de ondergrenzen, opgenomen in artikel 3.200 van het Bal, kinderboerderijen, dierentuinen of bij maneges.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.240 van de bruidsschat (tijdelijk deel).
UUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUU
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVVVVVVVVVVVVVV
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWWWWWWWWWWWWWW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDD
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Onder de genoemde voorwaarden is het lozen op of in de bodem niet bezwaarlijk en is daarom mogelijk gemaakt. Als aan de voorwaarden niet kan worden voldaan moet afvalwater van de bodembeschermende voorziening samen met de vrijkomende vloeistoffen worden opgevangen en kan dit over onverharde bodem worden verspreid in lijn met artikel 5.4145.417.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.251 van de bruidsschat (tijdelijk deel).
EEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEE
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFF
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHH
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIII
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKK
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNN
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSS
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTTTTTTTTTTTTTTT
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUU
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVVVVVVVVVVVVVVV
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij wijziging van een zuiveringtechnisch werk mag de geur niet toenemen als voor dat zuiveringtechnisch werk rechtmatig een hogere waarde geldt, dan de waarde, bedoeld in artikel 5.4315.434, eerste lid. De geur mag wel toenemen als die binnen de waarden bedoeld in artikel 5.4315.434, eerste lid blijft.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.124 van de bruidsschat.
WWWWWWWWWWWWWWWWWWWWWWWWWW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYY
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel is een voortzetting van artikel 41a van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet, dat een vrijstelling van de archeologische onderzoeksplicht bevatte. Dit artikel voorkomt dat er in dit omgevingsplan een lacune zou ontstaan door het wegvallen van artikel 41a. Het gaat hierbij om bodemverstoringen op huis-tuin-enkeukenniveau. Er worden geen grootschalige projecten mee vrijgesteld. Zie ook de toelichting bij artikel 5.130 van het Bkl .
Het eerste lid bepaalt dat als er in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, regels zijn gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (ook wel: aanlegactiviteit), deze regels niet gelden als de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van minder dan 100 m2 . Deze activiteiten zijn vrijgesteld van het vereiste om bij de aanvraag om een omgevingsvergunning een archeologisch rapport aan te leveren en van eventuele vergunningvoorschriften in het belang van de archeologische monumentenzorg.
In het tweede lid is bepaald dat als er in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, (voor een locatie) voor bodemverstorende activiteiten een maatvoering is vastgesteld voor de vrijstelling van de archeologische onderzoeksplicht, die afwijkende andere maatvoering geldt. In de Erfgoedverordening van Nieuwegein wordt voor de maatvoering zowel gekeken naar oppervlakte van het initiatief en hoe ver de diepte in de grond gegraven wordt. Voor het toepassen van het tweede lid wordt dus qua maatvoering zowel naar oppervlakte als diepte gekeken. In dat verband wordt erop gewezen dat aan een vastgestelde afwijkende maatvoering, voor zover die qua oppervlakte minder dan 50 m2 bedraagt, geen praktische betekenis toekomt als het gaat om het vergunningvrij bouwen van een bijbehorend bouwwerk of een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf dat voldoet aan de in artikelen 5.1795.182 en 5.2135.216, van dit omgevingsplan gestelde eisen. De vergunningplicht voor een bouwactiviteit op grond van artikel 5.1785.181 en 5.2135.216 van dit omgevingsplan geldt dan immers niet. Een archeologische onderzoeksplicht zal voor die gevallen overigens wel kunnen worden opgelegd via andere omgevingsvergunningen die op grond van dit omgevingsplan kunnen zijn vereist, bijvoorbeeld voor het uitvoeren van graafwerkzaamheden ter voorbereiding van de bouwactiviteit. Hiervoor wordt nader verwezen naar artikel 5.4375.440, van dit omgevingsplan en de toelichting daarop.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.22 van de bruidsschat.
ZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDD
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel maakt een uitzondering op de vergunningplicht van artikel 5.4405.443. Activiteiten die voldoen aan de voorwaarden van het tweede lid mogen zonder omgevingsvergunning worden uitgevoerd. Bij het beschermen van een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht gaat het met name om het beschermen van het aanzicht van de voorgevel. De beschreven voorwaarden in het tweede lid zien op bouwactiviteiten die het aanzicht van het rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht niet aantasten.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.28 derde lid van de bruidsschat.
EEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEE
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In dit artikel zijn de beoordelingsregels beschreven waaraan voldaan moet worden om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4405.443 te verkrijgen. In de beoordelingsregels van dit artikel wordt aangesloten bij de beoordelingsregels van de afdeling 5.3.2. Deze afdeling bevat de beoordelingsregels voor alle bouwactiviteiten. De aangevraagde activiteit zal aan de beoordelingsregels van de desbetreffende activiteit met betrekking tot de bouwregels moeten voldoen. Daarnaast dient de aangevraagde activiteit ook te voldoen aan de redelijke eisen van welstand, zoals bepaald in het welstandsbeleid van de gemeente Nieuwegein. Het welstandsbeleid is neergelegd in de Nota ruimtelijke kwaliteit of diens opvolger.
FFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFF
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel beschrijft welke gegevens en bescheiden moeten worden ingediend bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een bouwactiviteit in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht. Voor de benodigde gegevens en bescheiden wordt doorverwezen naar artikel 5.1325.135. In dit artikel zijn de algemene aanvraagvereisten geregeld voor het bouwen van een hoofdgebouw. De gevraagde gegevens en bescheiden voor dit artikel zijn voor veel activiteiten, waarvan op grond van dit omgevingsplan een omgevingsvergunning is vereist, toe te passen.
GGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHH
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel bevat uitzonderingen op de mogelijkheden om vergunningvrije activiteiten als bedoeld in de paragraaf 5.3.2.7 en artikel 5.2385.241, zevende lid te verrichten vanwege het belang van de externe veiligheid. Deze uitzonderingen waren opgenomen in artikel 5, derde lid, van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht. Hieraan ligt ten grondslag de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico van ten hoogste een op de miljoen per jaar voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties die op grond van artikel 5.7 van het Bkl in een omgevingsplan in acht moet worden genomen. Het vergunningvrij bouwen, in stand houden, gebruiken van bijbehorende bouwwerken, bedoeld in de paragraaf 5.3.2.7 en het vergunningsvrij gebruiken van een bestaand bouwwerk voor mantelzorg, bedoeld in artikel 5.2385.241, is niet wenselijk op locaties waar door de bedoelde activiteiten overschrijding van de norm voor het plaatsgebonden risico aan de orde zou kunnen zijn. De locaties waar deze activiteiten niet mogelijk zijn, zijn in de eerste plaats de locaties waarvoor het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, zelf al vanwege de overschrijding van het plaatsgebonden risico bouwmogelijkheden die kunnen leiden tot kwetsbare of zeer kwetsbare gebouwen niet toelaat. Het gaat hier om onderdeel a en b, dat een omzetting is van artikel 5, derde lid, onder a en b, van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht. De verwijzing naar dit omgevingsplan is hier uitdrukkelijk beperkt tot het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, dat kort samengevat bestaat uit de onder het voormalige recht geldende planologische regelingen. Dit omdat die regelingen uitgaan van de in de desbetreffende onderdelen van artikel 5, derde lid, gehanteerde begrippen en systematiek, die onder de Omgevingswet anders zijn.
Onderdeel c zondert daarnaast ook vergunningvrije activiteiten uit, als de beoogde locatie voor die activiteiten is gelegen binnen afstanden die degene die een vergunningvrije milieubelastende activiteit verricht op grond van het Bal in verband met het plaatsgebonden risico in acht moet nemen. Het gaat dan om de afstanden tussen bepaalde installaties of opslagvoorzieningen waar met stoffen wordt gewerkt die een veiligheidsrisico voor de omgeving met zich kunnen brengen en te beschermen gebouwen en locaties. Op grond van het Bal geldt als hoofdregel dat veiligheidsafstanden zoals hier bedoeld gelden tot de begrenzing van de locatie waarop de milieubelastende activiteit wordt verricht. Hierdoor zijn er ook geen beperkingen aan de gebruiksruimte buiten die begrenzing. Maar het Bal staat in een aantal situaties afwijking van deze regel toe. Onderdeel c is alleen voor die gevallen van praktisch belang. De zinsnede ‘voor zover … van toepassing is’ in de verschillende subonderdelen van onderdeel c brengt dat tot uitdrukking. Degene die een milieubelastende activiteit als hier bedoeld verricht, moet op grond van het Bal op het moment dat de veiligheidsafstanden van toepassing worden buiten de locatie waar hij zijn activiteit verricht, het bevoegd gezag daarover informeren. Het bevoegd gezag moet ervoor zorgen dat deze gegevens terecht komen in het landelijk register externe veiligheidsrisico’s en aldus voor eenieder kenbaar zijn.
Bij de opsomming van activiteiten in onderdeel c is aangesloten bij de opsomming van activiteiten in bijlage VII, onder A, bij het Bkl. Dat onderdeel van die bijlage geeft voor de daarin genoemde vergunningvrije milieubelastende activiteiten uit het Bal vastgestelde afstanden waarbij wordt voldaan aan de norm voor het plaatsgebonden risico. De opgesomde activiteiten, zoals die in onderdeel c onder verwijzing naar de desbetreffende artikelen uit het Bal zijn overgenomen, omvatten zes activiteiten die niet worden genoemd in artikel 5, derde lid, onder c, van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht. Het gaat hier om de subonderdelen 2°, 5°, 6°, 7°, 12° en 13°. Voor de activiteit, bedoeld in subonderdeel 2°, heeft dat als achtergrond dat deze activiteit onder het recht voor de Omgevingswet nog vergunningplichtig was. Door de verschuiving van vergunningplichtig naar vergunningvrij moet de activiteit nu aan de opsomming in onderdeel c, worden toegevoegd. Voor de overige toegevoegde activiteiten is gelet op het belang van de externe veiligheid evenmin aanleiding om deze voor de toepassing van onderdeel c buiten beschouwing te laten.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.39 van de bruidsschat.
IIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIII
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKK
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met dit artikel wordt bepaald dat degene die een bouwactiviteit wil gaan uitvoeren in, aan, op of bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument en op basis van artikel 5.4475.450 geen omgevingsvergunning nodig heeft, zich dient te houden aan de redelijke eisen van welstand zoals opgenomen in het welstandsbeleid van de gemeente Nieuwegein. Het welstandsbeleid is neergelegd in de Nota ruimtelijke kwaliteit of diens opvolger.
LLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLL
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In dit artikel zijn de beoordelingsregels beschreven waaraan voldaan moet worden om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4475.450 te verkrijgen. In de beoordelingsregels van dit artikel wordt aangesloten bij de beoordelingsregels van de afdeling 5.3.2. Deze afdeling bevat de beoordelingsregels voor alle bouwactiviteiten. De aangevraagde activiteit zal aan de beoordelingsregels van de desbetreffende activiteit met betrekking tot de bouwregels moeten voldoen. Daarnaast dient de aangevraagde activiteit ook te voldoen aan de redelijke eisen van welstand, zoals bepaald in het welstandsbeleid van de gemeente Nieuwegein. Het welstandsbeleid is neergelegd in de Nota ruimtelijke kwaliteit of diens opvolger.
MMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMM
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel beschrijft welke gegevens en bescheiden moeten worden ingediend bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een bouwactiviteit in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht. Voor de benodigde gegevens en bescheiden wordt doorverwezen naar artikel 5.1325.135. In dit artikel zijn de algemene aanvraagvereisten geregeld voor het bouwen van een hoofdgebouw. De gevraagde gegevens en bescheiden voor dit artikel zijn voor veel activiteiten, waarvan op grond van dit omgevingsplan een omgevingsvergunning is vereist, toe te passen.
NNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNN
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Wat in artikel 5.1385.141 van dit omgevingsplan is geregeld voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, is in artikel 12.3 op vergelijkbare wijze geregeld voor de omgevingsplanactiviteit bestaande uit het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheid (ook wel de aanlegvergunning of aanlegactiviteit genoemd). Net als voor bouwactiviteiten regelde de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in artikel 3.3 een voorbeschermingsregime in de vorm van een aanhoudingsplicht voor de beslissing op aanvragen om een omgevingsvergunning voor de hier bedoelde aanlegactiviteiten. Voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteiten bestaande uit dergelijke aanlegactiviteiten komt artikel 12.3 voor de regeling uit artikel 3.3 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in de plaats. Voor zijn verdere werking is artikel 12.3 identiek aan de werking van artikel 5.1385.141. Voor de toelichting op die werking wordt dan ook verwezen naar de toelichting op artikel 5.1385.141.
Dit artikel is een voortzetting van artikel 22.278, eerste lid van de bruidsschat (tijdelijk deel).
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
Na sectie ' Beoordelingsregel' wordt een sectie ingevoegd, luidende:
Het eerste lid regelt dat op plekken waar grondgebonden woningen vergund zijn, de activiteit wonen is toegestaan.
Op de locaties van deze grondgebonden woningen is vaak nog een 'groot' bouwvlak van bijvoorbeeld een voormalig kantoor aanwezig. Om te voorkomen dat het hele bouwvlak volgebouwd mag worden ten behoeve van de woning, regelt het tweede lid dat er geen hoofdgebouwen groter dan de vergunde hoofdgebouwen gebouwd mogen worden.
PPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPP
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In Bijlage I bij artikel 1.1 van dit omgevingsplan zijn in aanvulling op de begrippen van de Omgevingswet, de AMvB’s en de Omgevingsregeling de overige begripsbepalingen opgenomen die nog nodig zijn. Deze begrippen worden hieronder toegelicht.
Activiteitenbesluit-bedrijventerrein
Het begrip Activiteitenbesluit-bedrijventerrein is opgenomen omdat in artikel 5.85, tweede lid, voor gevoelige objecten die op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein zijn gelegen, hogere geluidswaarden zijn vastgesteld. In de definitie van het begrip Activiteitenbesluit-bedrijventerrein wordt aangesloten bij geldende omgevingsplannen. Het komt vaak voor dat een omgevingsplan dat (in het tijdelijke deel) een bedrijventerrein aanduidt, meer bestemmingen omvat dan alleen bedrijfsbestemmingen. Zo kan een natuurgebied of landelijk gebied deel uitmaken van een gebied dat in een omgevingsplan is begrensd door een grens die een bedrijventerrein aanduidt. Het is niet de bedoeling dat de hogere waarden ook in die gebieden gelden. Anderzijds kan het voorkomen dat er één of enkele percelen zijn met een andere bestemming dan een bedrijfsbestemming, die omsloten zijn door percelen met bedrijfsbestemmingen. Voor die percelen, bijvoorbeeld een burgerwoning op het bedrijventerrein, zijn de hogere waarden wel van toepassing. Om die reden wordt het begrip beperkt tot een cluster percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen. Opgemerkt wordt dat in het nieuwe stelsel de term «bedrijventerrein» zonder definitie wordt gehanteerd.
Deze regel moet worden overgezet van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan naar het nieuwe deel van dit omgevingsplan. In het nieuwe deel wordt concreet aangeduid voor welke locaties de hogere waarde geldt. Er kan dan geen gebruik meer gemaakt worden van het begrip Activiteitenbesluit-bedrijventerrein.
concentratiegebied geurhinder en veehouderij
Het begrip «concentratiegebied geurhinder en veehouderij» voor in de paragraaf over geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden, in dierenverblijven.
Als een gemeente in een geurverordening een concentratiegebied heeft aangewezen, dan wordt deze verordening na inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 4.6, eerste lid, onder e van de Invoeringswet Omgevingswet van rechtswege onderdeel van het tijdelijk deel van dit omgevingsplan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben gemeenten op grond van artikel 5.108 van het Bkl de bevoegdheid om in het omgevingsplan één of meerdere concentratiegebieden aan te wijzen. Bestaande concentratiegebieden geurhinder en veehouderij moeten in de transitieperiode overgezet worden van het tijdelijke deel van het omgevingsplan naar het nieuwe deel van het omgevingsplan.
distributienet voor warmte
Dit begrip is gedefinieerd als «collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater». Onder dit distributienet valt dus zowel een stadsverwarmingssysteem als een «klein» wijk- of buurtverwarmingssysteem. Voor de definitie is voor zover mogelijk aansluiting gezocht bij de begripsomschrijving zoals deze is opgenomen in NVN 7125 van april 2011.
geurgevoelig object
Om geen te groot gat te laten vallen op moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet, wordt er voor geur in de omgevingsplanregels van rijkswege uitgegaan van de begrippen uit de ingetrokken regelgeving.
Onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en de voormalige Wet geurhinder en veehouderij was de groep objecten die beschermd werden tegen geurhinder, anders dan de groep geurgevoelige gebouwen die beschermd worden op grond van en gedefinieerd zijn in het Bkl.
Aan de ene kant is het begrip geurgevoelig object breder dan het begrip geurgevoelig gebouw: onder het begrip geurgevoelig object vallen alle locaties waarbij hoofdzakelijk sprake is van verblijf van mensen. Onder geurgevoelig gebouw op grond van artikel 5.91 van het Bkl vallen kort gezegd alleen gebouwen met een woon-, onderwijs-, of gezondheidzorg- of kinderopvangfunctie.
Onder het begrip geurgevoelig object, valt dus ook het begrip geurgevoelig gebouw.
Overigens biedt het vierde lid van artikel 5.91 van het Bkl wel de mogelijkheid om in dit omgevingsplan ook andere geurgevoelige gebouwen of gedeelten van gebouwen aan te wijzen, mits er hoofdzakelijk sprake is van verblijf van mensen.
Aan de andere kant is het begrip geurgevoelig object smaller dan het begrip geurgevoelig gebouw. Onder het begrip geurgevoelig gebouw, wordt ook verstaan: een gebouw dat nog niet aanwezig is maar op grond van een omgevingsplan of omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gerealiseerd.
Soms is er voor bestaande of nieuwe situaties wel al bewust verwezen naar een geurgevoelig gebouw, zoals bedoeld in het Bkl.
gezoneerd industrieterrein
Onder de voormalige Wet geluidhinder gold een geluidzone rondom bepaalde industrieterreinen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt deze systematiek van zones. In plaats daarvan worden bij omgevingsplan geluidproductieplafonds – als omgevingswaarde – vastgesteld rondom bepaalde industrieterreinen. Het begrip gezoneerd industrieterrein komt dus niet meer voor in de Omgevingswet.
Voor de omgevingsplanregels van rijkswege is het van belang dat er geen wijziging optreedt in de rechtspositie van bedrijven op het gezoneerde industrieterrein en in de bescherming ten opzichte van van de geluidgevoelige objecten daaromheen zoals woningen. Daarom is het begrip gezoneerd industrieterrein nog wel relevant.
De begripsbepaling verwijst naar de betekenis die onder de voormalige Wet geluidhinder aan een gezoneerd industrieterrein werd gegeven. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat het begrip gezoneerd industrieterrein enkel in het omgevingsplan is opgenomen om de bestaande rechtsposities ongewijzigd te handhaven, en dat niet is bedoeld om een inhoudelijke wijziging van het begrip door te voeren.
straatpeil
Het begrip straatpeil was voorheen opgenomen in het Bouwbesluit 2012. Deze definitie is destijds ontleend aan de definitie van dat begrip zoals opgenomen in de Modelbouwverordening van de VNG.
warmteplan
Het begrip «warmteplan» is gedefinieerd als besluit van de gemeenteraad, inzake de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor die periode de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen. Waarbij moet worden uitgegaan van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet. Het warmteplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld voor een periode van ten hoogste 10 jaar.
Daarna moet in ieder geval een nieuw warmteplan worden vastgesteld. Als de ontwikkelingen daar aanleiding toe geven, kan de gemeenteraad het plan wijzigen (tussentijds een nieuw plan vaststellen of het plan aanpassen). Dit zou het geval kunnen zijn wanneer over de energiezuinigheids- en/of milieuprestatie van het warmtenet actuele gegevens beschikbaar zijn gekomen, die substantieel afwijken van de aan het vastgestelde warmteplan ten grondslag liggende gegevens, of wanneer de bouwopgave in het warmteplangebied in de loop der tijd dusdanig wijzigt dat dit gevolgen heeft voor het geplande aantal aansluitingen op het warmtenet. Uit de samenhang met artikel 5.1205.123 «Aansluiting op distributienet voor warmte» volgt dat een warmteplan kan worden vastgesteld door gemeenten die tot aanleg van een nieuw distributienet willen overgaan. Wanneer een gemeente in verschillende gebieden tot aanleg van warmtenetten wil overgaan, moet het warmteplan per distributienet worden vastgesteld. Het gebied moet in het warmteplan zo nauwkeurig mogelijk worden afgebakend, bijvoorbeeld door een van het warmteplan deel uitmakende plankaart. In het warmteplan moet het geplande aantal aansluitingen op het distributienet worden aangegeven. Dat is van belang omdat de aansluitplicht op grond van artikel 5.1205.123, eerste lid, onder a, niet meer van toepassing is op in het warmteplangebied te bouwen bouwwerken wanneer het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen daadwerkelijk is bereikt. Dit wordt beoordeeld op het moment van het indienen van de aanvraag om een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor het bouwen van een bouwwerk. Als aan het geplande aantal aansluitingen is voldaan, is vrijwillige aansluiting niet uitgesloten. In de fase dat het geplande aantal aansluitingen nog niet is bereikt, geldt de aansluitplicht overigens ook wanneer het definitieve distributienet nog niet gereed is en bouwwerken tijdelijk collectief van warmte worden voorzien door transport van in hulpketels opgewekte warmte totdat de definitieve infrastructuur gereed is.
In het warmteplan moet de te bereiken mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu van de aansluiting op het distributienet voor warmte, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, worden aangegeven. Het gaat daarbij om de mate die bereikt wordt wanneer het in het warmteplan aangegeven aantal aansluitingen op dat distributienet is bereikt. Deze mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu moet duidelijk zijn aangegeven, bijvoorbeeld aan de hand van getallen voor CO2, en NOx, zodat eenvoudig kan worden getoetst of sprake is van een aan aansluiting op het warmtenet gelijkwaardige oplossing.
De gemeenteraad is bevoegd het warmteplan vast te stellen. Hiermee is zeker gesteld dat de te maken gemeentelijke keuzen over de aanleg van warmtenetten in een gebied via een voor belanghebbenden transparant en democratisch gelegitimeerd proces tot stand komen. Voor het warmteplan gelden – als onderdeel van het omgevingsplan – geen specifieke inhoudelijke vereisten.
Op grond van artikel 22.27 van dit omgevingsplan (d.d. 2 juli 2025) mag een bijbehorend bouwwerk vergunningsvrij gebouwd worden als het voldoet aan een aantal eisen. Eén van deze eisen is dat het bijbehorende bouwwerk in het achtererfgebied moet worden gebouwd. In het besluit bouwwerken leefomgeving is de definitie van achtererfgebied als volgt:
‘gebouwerf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen, waarbij als op een perceel meer gebouwen aanwezig zijn die noodzakelijk zijn voor het verrichten van de op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel toegestane activiteiten of als het hoofdgebouw geen woning is, maar op het perceel wel een of meer op de grond staande woningen aanwezig zijn, voor het leggen van deze lijn bepalend is het hoofdgebouw, de woning of een van de andere hiervoor bedoelde gebouwen, waarvan de voorkant het dichtst is gelegen bij openbaar toegankelijk gebied'
Uit bovenstaande definitie volgt dat een bijbehorend bouwwerk zonder vergunning op een gebouwerf moet worden gebouwd. In het besluit bouwwerken leefomgeving is de definitie van gebouwerf als volgt:
‘bebouwd of onbebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij het omgevingsplan die inrichting niet verbiedt’
Belangrijk onderdeel uit deze definitie is dat het omgevingsplan de inrichting niet mag verbieden. Dat betekent dat bij woningen, die op basis van een omgevingsvergunning gebouwd zijn op een locatie waar de activiteit wonen nog niet is toegestaan, vergunningsvrij geen bijbehorende bouwwerken mogen worden gebouwd. Voor bijvoorbeeld een uitbouw zal dan een BOPA-procedure doorlopen moeten worden.
In Nieuwegein zijn veel woningen, op basis van een vergunning, in afwijking van het omgevingsplan gebouwd. Doel van deze wijziging is dat ook bij deze woningen vergunningsvrij bijbehorende bouwwerken mogen worden gebouwd.
Deze wijziging van het omgevingsplan omvat locaties waar een onherroepelijke vergunning voor grondgebonden woningen aanwezig is, maar waar op basis van het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan de activiteit wonen nog niet is toegestaan. Het gaat om de volgende locaties:
Edisonbaan 16, 18 en 20;
Havenkwartier Rijnhuizen, plandeel De Beeckhof
Havenkwartier Rijnhuizen, plandeel Rademaker
Rijndael
Rijnfort (Perkinsbaan 1)
Wattbaan 6-22
Aan de Zijdewende
Reinesteijnseweg 4
Utrechtsestraatweg 20
De vergunningen voor de locaties die in deze wijziging zijn opgenomen, zijn nog verleend op basis van de Wet ruimtelijke ordening. Ten behoeve van deze vergunningverlening is voor de verschillende vergunningen een ruimtelijke onderbouwing opgesteld om aan te tonen dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Deze ruimtelijke onderbouwingen zijn in bijlage I Overzicht Documentenbijlagen opgenomen.
De regels in het omgevingsplan moeten leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Een wijziging van het omgevingsplan is dus ook alleen mogelijk als hier sprake van is. De toets of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties komt grotendeels overeen met de toets of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De ruimtelijke onderbouwingen kunnen dan ook gezien worden als een onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
In deze wijziging worden enkel locaties opgenomen waar een onherroepelijke vergunning voor het bouwen van woningen aanwezig is. In het kader van de trajecten van de vergunningverlening van deze woningen heeft al participatie plaatsgevonden. Deze wijziging van het omgevingsplan betreft enkel een technische verwerking van de vergunningen in het omgevingsplan. De betrokken vergunninghouders zullen op de hoogte worden gebracht van de terinzagelegging van de ontwerpwijziging.
Voor deze wijziging van het omgevingsplan worden geen extra financiële middelen aangewend.
/join/id/pubdata/gm0356/2026/1eff80a99da04600bcf9f05526c4de9d/nld@2026‑01‑12;14162625
/join/id/pubdata/gm0356/2026/9165e7f4043d4bf8b676e35462f2fc0f/nld@2026‑01‑12;14162625
/join/id/pubdata/gm0356/2026/88e8e438fe494182b10a3124c7714460/nld@2026‑01‑12;14162625
/join/id/pubdata/gm0356/2026/ce0a4d6e981d44f199d290b408e4164e/nld@2026‑01‑12;14162625
/join/id/pubdata/gm0356/2026/9d24a4723c0c447db1576e9272b06b91/nld@2026‑01‑12;14162625
/join/id/pubdata/gm0356/2026/acebd9a7503040c0927034958f5b8149/nld@2026‑01‑12;14162625
/join/id/pubdata/gm0356/2026/cf88d475b458412d8b406cd1c44c207e/nld@2026‑01‑12;14162625
/join/id/pubdata/gm0356/2026/d8e09bd1dc644d239dfb01a0821c0fda/nld@2026‑01‑12;14162625
/join/id/pubdata/gm0356/2026/77f9da3651444d12bc6d81691e6bdd2c/nld@2026‑01‑12;14162625
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-19706.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.