Gemeenteblad van Reimerswaal
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Reimerswaal | Gemeenteblad 2026, 196620 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Reimerswaal | Gemeenteblad 2026, 196620 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere regels behorende bij de Verordening jeugdhulp gemeente Reimerswaal 2025
Algemene bepalingen en begripsbepalingen.
De Verordening jeugdhulp gemeente Reimerswaal 2025 regelt de belangrijkste zaken rond jeugdhulpvoorzieningen. In die verordening heeft de gemeenteraad het college van B&W de bevoegdheid gegeven om voor bepaalde onderdelen nadere regels te stellen, namelijk met betrekking:
Alleen ten aanzien van deze bepaalde onderdelen treft men hierna nadere regels aan, al het andere is vastgelegd in de Verordening jeugdhulp gemeente Reimerswaal 2025.
In deze nadere regels wordt verstaan onder:
Gesprek: het gesprek dat plaatsvindt wanneer een jeugdige of zijn ouders een aanvraag voor jeugdhulp doen, waarbij een deskundige van het lokaal team/Centrum Jeugd en Gezin namens het college, met degene die jeugdhulp vraagt zijn gehele situatie bespreekt ten aanzien van de ondervonden problemen, de gevolgen daarvan en de gewenste resultaten van de te kiezen oplossingen;
Eigen kracht: de weerbaarheid, eigen mogelijkheden en probleem oplossend vermogen van de jeugdige en/of ouders/opvoeders en personen uit het sociale netwerk. Om enerzijds te aanvaarden dat problemen onderdeel zijn van het normale leven maar ook om de benodigde ondersteuning en hulp bij opgroei- en/of opvoedingsproblemen en/of psychische problemen en/of stoornissen zelf te bieden of te organiseren.
Alle begrippen welke in deze nadere regels worden gebruikt, hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet, de verordening jeugdhulp gemeente Reimerswaal 2025 of de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Begrippen die al in de Jeugdwet, de genoemde verordening of Awb zijn toegelicht worden hier niet opnieuw uitgelegd.
Artikel 2. Beschikbare Algemene of overige vrij toegankelijke voorzieningen. Aanvullend op artikel 2 van de verordening.
Algemene voorzieningen welke ondersteuning bieden aan kinderen, ouders en netwerken zijn gericht op:
Algemene of overige vrij toegankelijke voorzieningen zijn, in aanvulling onder andere:
Artikel 3. Beschikbare Individuele voorzieningen. Aanvullend op artikel 3 van de verordening.
Individuele voorzieningen zijn gericht op:
het oplossen van de hulpvraag van de jeugdige en/of ouder(s) die niet kunnen worden opgelost door de jeugdige en/of ouder(s) zelf, met ondersteuning van het sociale netwerk, met een algemene voorziening of met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen;
Artikel 3 van de Verordening geeft aan welke individuele voorzieningen beschikbaar (gecontracteerd) zijn. Deze voorzieningen zijn alleen beschikbaar binnen de inkoopafspraken via Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (IJZ). Via deze organisatie kopen de 13 Zeeuwse gemeenten hun jeugdhulp in via gecontracteerde aanbieders. Buitenom gecontracteerde partijen zijn er geen voorzieningen in natura beschikbaar. Uiteraard biedt een pgb wel de mogelijkheid om een individuele voorziening in te kopen naar eigen inzicht. Om voor een pgb in aanmerking te kunnen komen moet aan de voorwaarden worden voldaan als beschreven in de verordening.
Op basis van wetgeving, andere voorzieningen en ‘de bedoeling van de Jeugdwet’ past onze gemeente een afbakening toe ten aanzien van waar wij op basis van de jeugdwet wel een voorziening treffen en wanneer niet. Een overzicht treft u aan in bijlage 1 bij deze nadere regels. Deze lijst samengesteld door Wolters Kluwer van april 2024) is niet absoluut en kan door wetswijzigingen of nieuwe inzichten wijzigen.
Artikel 4. Toegang en aanvraag jeugdhulp via het gemeentelijk lokaal team. Aanvullend op artikel 4 van de verordening.
Artikel 5. Start van de (aanvraag) procedure. Aanvullend op artikel 4 van de Verordening.
Wanneer een jeugdige en/of zijn ouders aangeven dat zij een noodzaak ervaren om ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3 van de jeugdwet, kunnen zij zich rechtstreeks wenden tot een algemene of vrij toegankelijke jeugdhulpvoorziening, zoals vermeld in artikel 2. van de Verordening, of zich met de hulpvraag wenden tot het Lokaal Team of een aanvraag voor een individuele voorziening (jeugd)hulp indienden bij het lokaal team.
De ouder(s) en/of jeugdige dienen, zo mogelijk, zelf een familiegroepsplan opstellen, waarin zij samen met hun netwerk aangeven hoe ze de opvoed- en opgroeisituatie kunnen verbeteren. En waarin zij een oplossing kunnen aandragen om de problemen van de jeugdige in eigen kring op te lossen. De gemeente informeert de ouder(s) en/of jeugdige over deze mogelijkheid en geeft hen gelegenheid het plan te overhandigen. Als de ouder(s) en/of jeugdige daarom vragen, zorgt het college voor advies en/of ondersteuning bij het opstellen van het familiegroepsplan.
Artikel 6. Gesprek, onderzoek en opstellen ondersteuningsplan. Aanvullend op artikel 7 van de verordening.
Het college onderzoekt in een gesprek met de jeugdige en/of ouders de hulpvraag. Het onderzoek is erop gericht een volledig en juist beeld te krijgen en samen te doorgronden welke vraag er ligt en hoe deze tot stand is gekomen (de vraag achter de vraag). De aspecten welke in elk geval aan de orde komen zijn beschreven artikel 7 lid 1 sub a tot en met i van de verordening.
Het college waarborgt dat het onderzoek en de voorbereiding ter besluitvorming via de gemeente zorgvuldig plaatsvindt. Dit om tot een zo objectief mogelijke onafhankelijke beoordeling te komen. Zo wil men ook voorkomen dat organisaties die zelf de jeugdhulp bieden of mogelijk gaan bieden zelfstandig een advies geven over het al dan niet toekennen van jeugdhulp of het besluit daartoe neemt. Uiteraard is het wel de bedoeling om gebruik te maken van de professionaliteit van zorgorganisaties om te komen tot dat zorgvuldig gemeentelijk besluit.
Het college legt de uitkomsten van het onderzoek vast in een ondersteuningsplan. Dit ondersteuningsplan bevat ten minste de volgende elementen:
afspraken over het moment en de wijze waarop de resultaten van de jeugdhulp met de jeugdige of zijn ouders en de jeugdhulpaanbieder geëvalueerd worden. Uitgangspunt is met regelmaat te evalueren, dit kan digitaal/telefonisch of in een gesprek en is m.b.t. de frequentie afhankelijk van de problematiek/casus.
Artikel 8. Aanvullende criteria pgb. Aanvullend op artikel 17 van de verordening kan het college nadere regels vaststellen.
Artikel 9. Hoogte pgb. Aanvullend op artikel 21 van de verordening.
De hoogte van het pgb voor formele hulp bedraagt 75% van het tarief voor gecontracteerde jeugdhulp in natura, tenzij op basis van het door de jeugdige en/of ouder(s) ingediende budgetplan passende en toereikende jeugdhulp voor een lager tarief kan worden ingekocht. In dat geval past het college de hoogte aan naar dat lagere tarief.
Als het op basis van het eerste lid vastgestelde pgb in een individueel geval onvoldoende blijkt te zijn om passende jeugdhulp te kunnen inkopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat de hulp hiermee bij ten minste één jeugdhulpaanbieder kan worden ingekocht.
Als de zorg die een cliënt of diens ouders zelf inkoopt duurder is dan ondersteuning in natura of tegen een lager tarief ingekocht kan worden, zal het college niet meer te betalen dat wat die zorg in natura of bij die andere aanbieder middels het pgb kost. In dat geval kan cliënt of diens ouders ervoor kiezen zelf het verschil bij te betalen. Als dit laatste niet gebeurt zal het college het PGB weigeren, omdat in zo’n situatie de noodzakelijke zorg in kwaliteit, omvang en duur niet is gegarandeerd.
De hoogte van het pgb voor informele hulp is bij het bestaan van een arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht gelijk aan het dan geldende minimum uurloon, inclusief vakantiebijslag, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 21 jaar of ouder met een 36-urige werkweek.
Aanvullend op de Verordening Jeugdhulp, artikel 9, beschrijft de pgb-houder in het budgetplan ook:
Artikel 11. Betrekken ingezetenen bij ontwikkelen beleid. Aanvullend op artikel 38 van de verordening.
Het college stelt de jeugdige en/of ouder(s) en vertegenwoordigers van cliëntgroepen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp, en voorziet hen van (ambtelijke) ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 17 april 2026.
Burgemeester en Wethouders van Reimerswaal
De secretaris
Mr. F.L.A.R. Marquinie MBA
De burgemeester
J.J. Luteijn
Bijlage 1: Afbakening Jeugdwet.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-196620.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.