Regeling tot wijziging van de Subsidieregeling ontwikkeling voor makers Den Haag 2024

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,

 

gelet op artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020,

 

besluit vast te stellen de Regeling tot wijziging van de Subsidieregeling ontwikkeling voor makers Den Haag 2024:

Artikel I  

De Subsidieregeling ontwikkeling voor makers Den Haag 2024 wordt gewijzigd als volgt.

  • A

    In artikel 1:1 worden, in alfabetische volgorde, twee nieuwe begripsomschrijvingen ingevoegd die luiden als volgt:

    • -

      instelling voor beroepsonderwijs:

    een instelling voor hoger beroepsonderwijs zoals bedoeld in artikel 1.1, aanhef en onder d, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en een instelling waar beroepsonderwijs zoals bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs wordt gegeven;

    • -

      persoonlijke artistieke ontwikkeling:

    het leren van vaardigheden die bijdragen aan de artistieke groei en ontwikkeling van de professionele maker van kunst en cultuur;

  • B

    In artikel 1:3 wordt ‘artistieke ontwikkeling’ vervangen door: ‘persoonlijke artistieke ontwikkeling’.

  • C

    In artikel 1:4 wordt ‘artistieke ontwikkeling’ vervangen door: ‘persoonlijke artistieke ontwikkeling’.

  • D

    Artikel 1:6 wordt als volgt gewijzigd:

    • 1

      Het tweede lid, onderdeel c, komt te luiden: kosten voor de aanschaf van muziekinstrumenten, audiovisuele apparatuur, computers of overige goederen met een verwachte levensduur van meer dan twee jaar tot maximaal 20% van de aanschafwaarde van deze goederen tot een maximum van € 1.500,-;

    • 2

      Onder vernummering van het huidige onderdeel d naar onderdeel e van het tweede lid wordt een nieuw onderdeel d ingevoegd luidende: kosten die voor de tijdelijke huur van een werkruimte van derden noodzakelijk zijn voor uitvoering van de activiteiten genoemd in artikel 1:4, niet zijnde een werkruimte in een eigen gehuurde of aangekochte woning;

    • 3

      In het derde lid wordt ‘huur, hypotheek of aankoop van de woning of de werkruimte van de subsidieaanvrager’ gewijzigd naar: ‘internationale reis- en verblijfskosten, huur, hypotheek of aankoop van een woning of de werkruimte van de subsidieaanvrager met het oog op structurele bewoning of structurele werkzaamheden die verder reiken dan de uitvoering van de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd’.

  • E

    Artikel 2:1 wordt als volgt gewijzigd:

    • 1

      Het eerste lid, onderdeel a, komt te luiden: een plan van aanpak van maximaal 1200 woorden dat een inhoudelijke omschrijving van de activiteiten, de leerdoelen van de maker, een tijdsplanning van activiteiten, en, indien van toepassing, de samenwerking met de culturele instelling bevat;

    • 2

      Het vierde lid komt te luiden: De aanvrager ontvangt binnen zes weken na de datum van ontvangst van de volledige aanvraag een uitnodiging voor een kennismakingsgesprek, mits de aanvraag in aanmerking komt en niet wordt geweigerd. Dit gesprek vindt plaats binnen vier weken na de datum waarop de uitnodiging verzonden is.

  • F

    Artikel 2:2 komt te luiden:

    Artikel 2:2 Aanvraagtermijn

    In afwijking van artikel 9, tweede lid, van de ASV wordt een aanvraag om subsidie ingediend:

    • a.

      voor de periode van 1 januari tot en met 30 juni vanaf 1 november in het daaraan voorafgaande jaar, tot uiterlijk acht weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      voor de periode van 1 juli tot en met 31 december vanaf 1 mei, tot uiterlijk acht weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; of

    • c.

      aanvragen kunnen op 1 mei en 1 november niet eerder dan om 12.00 uur worden ingediend. Een aanvraag die op die datum vóór dat tijdstip wordt ingediend geldt als ingediend buiten de aanvraagtermijn.

  • G

    In artikel 3:1, onderdeel d, wordt ‘binnen het bestaande curriculum van de instelling voor hoger onderwijs;’ vervangen door: ‘binnen het bestaande curriculum van de instelling voor beroeps- en hoger onderwijs;’.

Artikel II  

De bepalingen die op grond van deze regeling worden gewijzigd blijven van kracht voor de tijdvakken waarvoor zij hebben gegolden.

Artikel III  

Deze regeling treedt in werking op 30 april 2026.

Den Haag, 21 april 2026

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,

Ilma Merx

de burgemeester,

Jan van Zanen

Naar boven