Gemeenteblad van Pekela
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Pekela | Gemeenteblad 2026, 19579 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Pekela | Gemeenteblad 2026, 19579 | beleidsregel |
Reclamenota Gemeente Pekela 2025
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.2 Juridische grondslag
De Reclamenota is gebaseerd op artikel 2:16, 3:1 lid 3 en 4:13 van de Verordening Fysieke Leefomgeving Pekela 2025. Deze bepalingen geven de grondslag voor het stellen van nadere regels inzake reclame-uitingen.
Hoofdstuk 2. Categorieën reclame-uitingen
Alle reclame-uitingen als bedoeld in dit hoofdstuk dienen te voldoen aan de beoordelings- en weigeringscriteria, zoals opgenomen in artikel 4.2.
1. Gevelreclame is toegestaan onder de volgende voorwaarden:
2. Op gemeentelijke monumenten is gevelreclame verboden, tenzij aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Artikel 2.2 Lichtreclame (stilstaand en bewegend niet-digitaal)
1. Lichtreclame is toegestaan vanaf 7.00 uur tot 23:00 uur of tot het sluitingstijdstip van de betreffende inrichting, tenzij sprake is van een 24-uursbedrijf.
2. De volgende vormen van lichtreclame zijn niet toegestaan:
3. Lichtreclame is verboden in de volgende gebieden:
Artikel 2.3 Vrijstaande reclameobjecten
1. Vrijstaande reclameobjecten, zoals sandwichborden, zijn uitsluitend toegestaan bij de ingang van het betreffende perceel;
2. De vrijstaande reclameobjecten mogen niet breder zijn dan 80 cm en niet hoger dan 120 cm.
3. Vrijstaande reclameobjecten zijn niet toegestaan:
Artikel 2.4 Tijdelijke reclame-uitingen
1. Tijdelijke reclame-uitingen zijn toegestaan voor evenementen, maatschappelijke campagnes en commerciële acties, mits daarvoor vooraf vergunning is verleend conform hoofdstuk 4.
2. Politieke reclame valt ook onder tijdelijke reclame, tenzij in hoofdstuk 3 afwijkende regels zijn opgenomen.
3. Vergunningaanvragen voor tijdelijke reclame dienen uiterlijk vier weken voor de geplande plaatsing te zijn ingediend.
4. Tijdelijke reclame mag niet eerder dan vier weken voorafgaand aan een evenement of actie worden geplaatst en moet uiterlijk drie dagen na afloop verwijderd zijn.
5. Het is verboden tijdelijke reclame te bevestigen aan bomen, verkeersborden, brugleuningen en lantaarnpalen, tenzij schriftelijke toestemming is verkregen van het college van burgemeester en wethouders.
6. Bij commerciële of charitatieve doeleinden moet duidelijk vermeld worden wie de afzender is en wat het doel van de campagne is.
7. Driehoeks- en sandwichborden mogen uitsluitend worden geplaatst op door het college aangewezen lantaarnpalen of locaties.
8. Driehoeks- en sandwichborden moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:
9. Spandoeken, posters en banners mogen uitsluitend worden geplaatst op daartoe door het college aangewezen aanplakzuilen, locaties of op eigen terrein.
10. Spandoeken en banners over de openbare weg zijn verboden, tenzij hiervoor expliciet een vergunning is verleend.
11. Het formaat van spandoeken, posters en banners bedraagt ten hoogste 6 m² per uiting.
Artikel 2.5 Reclame op vaartuigen
1. Reclame op vaartuigen is verboden indien:
2. Een uitzondering op het verbod geldt indien:
Artikel 2.6 Digitale reclame en bewegende digitale reclame
1. Digitale schermen zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden:
2. Bewegende beelden, livestreams of videoreclame zijn niet toegestaan op openbare terreinen, tenzij ze worden ingezet tijdens specifieke evenementen waarvoor een vergunning is verleend.
Hoofdstuk 3. Reclame-uitingen bij verkiezingen
Artikel 3.1 Tijdelijke politieke reclame
1. Tijdelijke politieke reclame is toegestaan gedurende:
2. Toegestane middelen voor politieke reclame zijn:
3. Politieke reclame is verboden op gemeente-eigendommen, zoals brugleuningen, bomen, openbare verlichting of prullenbakken, tenzij:
Hoofdstuk 5. Handhaving en sancties
1. De controle op naleving van dit beleid wordt uitgevoerd door buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s).
2. Jaarlijks vinden gerichte controles plaats op risicolocaties, waaronder winkelgebieden, doorgaande wegen en plekken waar eerder overtredingen zijn vastgesteld.
Indien reclame-uitingen in strijd zijn met het reclamebeleid, kunnen de volgende sancties worden opgelegd:
1. Bestaande reclame-uitingen die vóór de inwerkingtreding van deze nota zijn geplaatst mogen in stand worden gelaten voor een periode van maximaal drie jaar na inwerkingtreding.
2. Het college kan in bijzondere gevallen, gelet op de redelijke terugverdientijd van investeringen, ontheffing verlenen voor een langere periode, mits dit niet leidt tot onaanvaardbare hinder of aantasting van de openbare orde, verkeersveiligheid of ruimtelijke kwaliteit.
3. Indien bestaande reclame-uitingen worden gewijzigd of verplaatst na inwerkingtreding, dienen zij onmiddellijk te voldoen aan de regels van deze nota.
4. Voor reclame-uitingen die evident gevaar opleveren voor de verkeersveiligheid of onevenredige hinder veroorzaken, kan het college besluiten dat geen overgangstermijn geldt.
Artikel 6.2 Legaliseringsregeling bestaande reclame-uitingen
1. Reclame-uitingen die vóór de inwerkingtreding van deze nota zijn geplaatst, maar die volledig voldoen aan de inhoudelijke bepalingen van deze nota (waaronder afmetingen, locatie, materiaalgebruik, verkeersveiligheid en welstand), kunnen door het college worden gelegaliseerd zonder dat een vergunning hoeft te worden aangevraagd.
2. De eigenaar of gebruiker van de reclame-uiting dient binnen twaalf maanden na inwerkingtreding van deze nota een melding in bij het college van burgemeester en wethouders. De melding bevat:
3. Het college beoordeelt of de gemelde reclame-uiting voldoet aan de gestelde eisen van deze nota en geen aanleiding geeft tot bezwaar op grond van verkeersveiligheid, openbare orde of ruimtelijke kwaliteit.
4. Indien het college vaststelt dat aan de voorwaarden is voldaan, ontvangt de melder een schriftelijke bevestiging dat voor de betreffende reclame-uiting geen vergunningplicht meer geldt.
5. Indien geen melding wordt gedaan binnen de gestelde termijn van twaalf maanden, vervalt de mogelijkheid tot legalisatie en dient alsnog een reguliere vergunning te worden aangevraagd. Indien geen melding wordt gedaan binnen de in dit lid bedoelde termijn, geldt voor de betreffende reclame-uiting de overgangstermijn als bedoeld in artikel 6.1.
De doelstelling vormt de kern van deze nota. Er moet een balans gevonden worden tussen economische belangen (zichtbaarheid voor ondernemers), de kwaliteit van de leefomgeving, verkeersveiligheid en de bescherming van cultuurhistorische waarden. In de praktijk helpt een duidelijke doelstelling bij consistente toepassing en handhaving van nadere regels.
Artikel 1.2 – Juridische grondslag
De nota rust op artikel 2:16, 3:1, lid 3 en 4:13 van de Verordening Fysieke Leefomgeving Pekela 2025. Deze artikelen geven het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om nadere regels te stellen. Door de expliciete juridische basis zijn deze regels rechtmatig en goed handhaafbaar.
Artikel 1.3 – Begripsbepalingen
De begripsbepalingen verduidelijken kernbegrippen als lichtreclame, bewegende verlichting, digitale reclame en tijdelijke reclame. Dit voorkomt interpretatieverschillen en maakt vergunningverlening en handhaving transparant.
Artikel 2.0 – Algemene bepaling
Deze bepaling voorkomt herhaling door te bepalen dat álle reclame-uitingen moeten voldoen aan de beoordelings- en weigeringscriteria (art. 4.2). Zo wordt duidelijk dat naast de specifieke regels per categorie altijd een algemene toets geldt.
Gevelreclame is vaak noodzakelijk voor ondernemers, maar kan het straatbeeld verstoren. Daarom gelden strikte regels voor de plaatsing, omvang en inpassing in de architectuur. Bij monumenten is extra zorgvuldigheid vereist; hier is vooraf advies van de monumentencommissie verplicht. Zo wordt de cultuurhistorische waarde beschermd.
Artikel 2.2 – Lichtreclame (stilstaand en bewegend niet-digitaal)
Lichtreclame verhoogt de zichtbaarheid in de avonduren, maar kan ook leiden tot hinder of verkeersonveilige situaties. Daarom zijn knipperende en geluid producerende reclame in die situaties verboden. Verder zijn woongebieden en natuurgebieden uitgesloten om overlast en aantasting van de leefomgeving te voorkomen. Artikel 2.2 regelt zowel stilstaande lichtreclame als bewegende niet-digitale lichtreclame (zoals knipperende neonlichten). Digitale reclame valt onder artikel 2.6.
Artikel 2.3 – Vrijstaande reclameobjecten
Vrijstaande objecten, zoals sandwichborden, kunnen het straatbeeld en de verkeersveiligheid sterk beïnvloeden. Door deze te beperken tot de perceelsingang en door maximale afmetingen te stellen, wordt verrommeling van de openbare ruimte tegengegaan.
Artikel 2.4 – Tijdelijke reclame-uitingen
Tijdelijke reclame is van belang voor evenementen, acties en campagnes, maar moet beperkt blijven in tijd en omvang. Daarom geldt een maximale plaatsingsduur van vier weken voorafgaand en drie dagen na afloop. Voor politieke reclame gelden afwijkende termijnen, zoals bepaald in hoofdstuk 3.
Voor driehoeks- en sandwichborden zijn nadere regels gesteld over formaat (max. 1 m² per zijde), materiaal (weerbestendig, geen reflectie) en aantal (max. 15 per evenement, totaalplafond 45). Zo wordt wildgroei en verkeersonveiligheid voorkomen.
Spandoeken, posters en banners zijn toegestaan op aangewezen plekken of eigen terrein, met een maximale omvang van 6 m². Spandoeken over de openbare weg zijn slechts toegestaan met vergunning, om hinder en rommelige situaties te voorkomen.
Door een vergunningplicht en aanvraagtermijnen kan de gemeente de plaatsing plannen, controleren en handhaven.
Politieke reclame valt onder tijdelijke reclame, tenzij anders is bepaald in Hoofdstuk 3.
Artikel 2.5 – Reclame op vaartuigen
Reclame op vaartuigen kan leiden tot visuele vervuiling of nautische hinder. Daarom is dit in beginsel verboden. Alleen bij evenementen kan hiervan tijdelijk worden afgeweken, mits met toestemming van het college.
Artikel 2.6 –Digitale reclame en bewegende digitale reclame
Digitale reclame kan storend zijn in de openbare ruimte. Daarom is het gebruik beperkt tot winkels en aangewezen reclamemasten buiten de bebouwde kom. Bewegende beelden zijn alleen toegestaan bij evenementen met vergunning. Zo wordt het straatbeeld beschermd en de verkeersveiligheid gewaarborgd.
Artikel 2.6 regelt digitale schermen en bewegende digitale reclame, terwijl artikel 2.2 (stilstaande en niet-digitale bewegende) lichtreclame regelt. Door deze scheiding worden alle categorieën afgedekt en wordt overlap voorkomen.
Artikel 2.7 – Raam- en etalageruimte
Reclame achter ramen is toegestaan, maar beperkt tot 25% van het ruitoppervlak. Dit voorkomt dat winkelstraten een gesloten karakter krijgen. Knipperende of bewegende elementen zijn verboden, om afleiding en onrust in het straatbeeld te vermijden.
Artikel 3.1 – Tijdelijke politieke reclame
In verkiezingstijd is politieke reclame onmisbaar om partijen zichtbaar te maken. Door een termijn van zes weken vooraf en drie dagen na afloop wordt verrommeling voorkomen. Toegestane middelen zijn verkiezingsborden, spandoeken op eigen terrein en sandwichborden met toestemming. Verbodsbepalingen voor bomen, brugleuningen en lantaarnpalen voorkomen schade en overlast.
De regels uit artikel 2.4 over tijdelijke reclame zijn aanvullend van toepassing voor zover niet anders bepaald in dit hoofdstuk.
Artikel 3.2 – Nadere eisen bij politieke uitingen
De in lid 1, sub b genoemde beperking is bedoeld om te waarborgen dat uitingen niet in strijd zijn met de wet, zoals bij haatzaaiende, beledigende of discriminerende boodschappen. Dit voorkomt dat de gemeente pas kan handelen nadat er onrust is ontstaan. Hiermee blijft de nota in lijn met artikel 7 van de Grondwet, artikel 10 EVRM en de landelijke richtlijnen van de VNG en het Ministerie van BZK.
In afwijking van artikel 2.4, lid 3 geldt voor politieke reclame een ruimere termijn van zes weken voorafgaand aan de verkiezingen. De beperking tot 2 m² per spandoek voorkomt dat politieke reclame een onevenredige impact heeft op het straatbeeld en sluit aan bij landelijke richtlijnen.
Voor tijdelijke politieke reclame geldt geen vergunningplicht, omdat dit valt onder de vrijheid van meningsuiting en het eigendomsrecht. Hiervoor geldt uitsluitend een toestemmingsstelsel op grond van artikel 3.1. De in artikel 3.2 opgenomen voorwaarden zijn bedoeld om de leefbaarheid en veiligheid te beschermen, zonder de uitoefening van dit grondrecht te belemmeren. Voor niet-politieke tijdelijke reclame in de openbare ruimte blijft een vergunning of toestemming van het college vereist zoals geregeld in artikel 2.4.
Artikel 4.1 – Vergunningsplicht
De vergunningsplicht zorgt voor zorgvuldige toetsing van aanvragen. Door standaardvereisten voor situatietekeningen, materialen en termijnen wordt transparantie en uniformiteit in de procedure bevorderd.
Artikel 4.2 – Beoordelings- en weigeringscriteria
Alle aanvragen worden getoetst aan deze criteria. Het gaat om de visuele inpassing, verkeersveiligheid, ruimtelijke kwaliteit en bescherming van monumenten. Ook hinder en overlast worden meegewogen. Een vergunning wordt geweigerd als een uiting strijdig is met deze normen.
Handhaving door BOA’s is essentieel om het beleid geloofwaardig te maken. Door jaarlijks risicolocaties te controleren, wordt toezicht gericht en effectief ingezet.
Er is gekozen voor een stapsgewijze aanpak: waarschuwing, dwangsom, bestuursdwang en uiteindelijk verwijdering op kosten van de overtreder. Zo blijft de handhaving proportioneel.
Artikel 5.3 – Intrekking van vergunning
Als omstandigheden wijzigen of de aanvrager zich niet aan de voorwaarden houdt, kan de vergunning worden ingetrokken. Dit geeft het college de mogelijkheid om in te grijpen bij misbruik of overlast.
Bestaande reclame-uitingen mogen nog maximaal drie jaar blijven staan. Het college kan in bijzondere gevallen een langere termijn toestaan, gelet op investeringskosten. Gevaarlijke of hinderlijke uitingen vallen buiten de overgangsregeling. Dit artikel beschermt ondernemers tegen plotselinge lasten, maar waarborgt tegelijkertijd de veiligheid.
Artikel 6.2 – Legaliseringsregeling
Deze legaliseringsregeling (door middel van een meldingssysteem) vormt een tijdelijke uitzondering op het reguliere vergunningensysteem zoals bedoeld in artikel 4.1 van deze nota. Zij is uitsluitend van toepassing op bestaande reclame-uitingen die zijn geplaatst vóór de inwerkingtreding van deze nota en die aantoonbaar voldoen aan alle inhoudelijke eisen. Ondernemers hoeven dan geen volledige vergunningprocedure te doorlopen. Deze regeling voorkomt onnodige lasten en handhaving en vergroot de rechtszekerheid.
Indien geen melding wordt gedaan binnen de termijn van twaalf maanden, blijft het overgangsrecht uit artikel 6.1 van toepassing, waarna de reclame uiterlijk na afloop van die termijn moet worden aangepast of verwijderd.
De combinatie van overgangsrecht in artikel 6.1 en legalisering in artikel 6.2 zorgt voor een evenwichtige invoering van het nieuwe reclamebeleid. Ondernemers krijgen de tijd om zich aan te passen, terwijl de gemeente de mogelijkheid behoudt om ongewenste situaties snel te beëindigen.
Nieuwe reclame-uitingen blijven vergunningplichtig, tenzij expliciet vrijgesteld
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-19579.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.