Gemeenteblad van Krimpenerwaard
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Krimpenerwaard | Gemeenteblad 2026, 194572 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Krimpenerwaard | Gemeenteblad 2026, 194572 | beleidsregel |
Participatiebeleid gemeente Krimpenerwaard 2026
In de gemeente Krimpenerwaard beschikken inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties over een schat aan kennis, inzichten en ervaring. Hun betrokkenheid bij de leefomgeving is van grote waarde. Als gemeentebestuur willen we die betrokkenheid actief benutten bij het maken van keuzes die onze gemeente raken. Participatie helpt ons om beter zicht te krijgen op belangen, wensen en zorgen in de samenleving en draagt bij aan zorgvuldige en gedragen besluitvorming.
In 2021 heeft de gemeenteraad het eerste participatiebeleid vastgesteld. In de jaren daarna hebben we waardevolle ervaringen opgedaan in de praktijk, zowel binnen het sociaal als het ruimtelijk domein. Op basis daarvan hebben we het beleid geëvalueerd. Ook vond er een visiesessie plaats met de gemeenteraad over participatie en de rolverdeling tussen raad, college en samenleving. De inzichten en aanbevelingen uit die evaluatie en sessie vormen de basis voor deze herziene versie van het participatiebeleid.
De belangrijkste aanpassingen in dit nieuwe beleid zijn:
Dit participatiebeleid biedt een flexibel kader dat richting geeft zonder rigide voorschriften. Participatie is immers contextafhankelijk: wat in het ene traject effectief is, werkt mogelijk niet in een andere situatie. Het beleid combineert duidelijke uitgangspunten, voorbeelden en beoordelingscriteria met voldoende ruimte voor afweging en maatwerk.
2. Participatie in de gemeente Krimpenerwaard
2.1 Waarom participatie steeds belangrijker wordt
De samenleving verandert snel: inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties zijn beter geïnformeerd en mondiger, en verwachten betrokken te worden bij besluitvorming die hun leefomgeving raakt.
Tegelijkertijd worden maatschappelijke vraagstukken complexer en vragen nauwe samenwerking tussen overheid en samenleving. Participatie stelt ons in staat om samen met inwoners beleid te ontwikkelen en besluiten te nemen.
De gemeente Krimpenerwaard ziet participatie als een middel om tot betere, breed gedragen besluitvorming te komen. De uiteenlopende perspectieven van betrokkenen leveren waardevolle inzichten op, die zorgvuldig moeten worden meegenomen in beleid en uitvoering.
De Omgevingswet en de Wet versterking participatie op decentraal niveau onderstrepen dit belang. Zij schrijven voor dat inwoners en belanghebbenden in een vroeg stadium worden betrokken bij planvorming en besluitvorming, zowel in het fysieke als in het sociale domein. De gemeente geeft hier invulling aan via de participatieverordening en dit participatiebeleid.
Ook binnen veiligheidsvraagstukken is participatie cruciaal. Voorbeelden zijn WhatsApp-buurtpreventiegroepen, werkgroepen Samen Veilig Ondernemen, en samenwerking met horeca en evenementen. Participatie versterkt het veiligheidsgevoel én de onderlinge verbondenheid.
Langlopende trajecten, gesprekken via accounthouders, advies- en cliëntenraden, en evaluaties zoals klanttevredenheidsonderzoeken worden structureel erkend als waardevolle vormen van participatie.
Visie: plan- en besluitvorming is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Participatie moet herkenbaar, toegankelijk en betekenisvol zijn. De gemeente biedt ruimte om mee te denken, mee te doen en initiatief te nemen, en zorgt voor een zorgvuldig proces met duidelijke verwachtingen, rollen en invloed.
2.2 Definities van participatie
Binnen de gemeente Krimpenerwaard onderscheiden we drie vormen van participatie. Deze indeling helpt om helderheid te geven over de rolverdeling en het initiatief in een participatietraject.
De gemeente neemt het initiatief en betrekt inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties actief bij beleid, plannen of projecten. Het doel is dat beleid beter aansluit bij de behoeften van de samenleving. Voorbeelden zijn: bewonersbijeenkomsten over mantelzorgondersteuning, inspraak bij de herinrichting van een dorpsplein, en wijkavonden over ervaren onveiligheid, waarbij samen met bewoners en politie veiligheidsmaatregelen worden opgesteld.
Het initiatief komt vanuit inwoners, organisaties of samenwerkingsverbanden. De gemeente sluit aan, denkt mee en ondersteunt waar mogelijk, bijvoorbeeld met kennis, netwerk of middelen. Voorbeelden zijn: een bewonersgroep die een ontmoetingsplek voor jongeren start, of een energiecoöperatie die een plan voor een zonneveld ontwikkelt, waarbij de gemeente ondersteunt bij vergunningen, afstemming met omwonenden en ruimtelijke inpassing.
2.2.3 Initiatievenparticipatie
Het initiatief komt van inwoners, bedrijven of organisaties. De initiatiefnemer organiseert zelf de participatie; de gemeente ziet toe op zorgvuldigheid. Initiatiefnemers kunnen niet publiekrechtelijk verplicht worden tot participatie, maar bij grootschalige projecten kunnen via privaatrechtelijke overeenkomsten afspraken worden gemaakt over uitvoering en kwaliteit, conform het participatiebeleid. Voorbeelden zijn: een zorgaanbieder die een nieuwe woonvorm voor ouderen ontwikkelt en bewoners betrekt, of een projectontwikkelaar die woningen bouwt en in gesprek gaat met omwonenden, waarbij de gemeente het proces toetst.
In de gemeente Krimpenerwaard streven we met participatie naar de volgende doelen:
Vergroten van draagvlak en legitimiteit
Door belanghebbenden actief te betrekken bij beleid en plannen groeit vaak het begrip voor gemaakte keuzes, wat draagvlak en legitimiteit kan versterken. Draagvlak is echter geen noodzakelijk eindresultaat; ook een zorgvuldig en transparant participatietraject is waardevol, ongeacht instemming. Succes wordt gemeten aan de kwaliteit van het proces en de wijze waarop belangen zijn opgehaald en meegewogen.
Ook op het gebied van openbare orde en veiligheid dragen participatieprocessen bij aan deze doelen. Samenwerking met bewonersgroepen of ondernemers kan leiden tot betere afstemming van maatregelen, meer draagvlak en een sterker gevoel van gezamenlijke verantwoordelijkheid. Of het nu gaat om verkeersveiligheid, het tegengaan van overlast, het organiseren van veilige evenementen of het versterken van sociale cohesie: participatie maakt beleid en uitvoering effectiever en verbindt inwoners met het gemeentelijk handelen.
Participatie is voor de gemeente Krimpenerwaard geslaagd wanneer het proces zichtbaar, transparant en zorgvuldig verloopt, en inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties ervaren dat hun inbreng serieus wordt genomen. Dit betekent concreet:
Door deze uitgangspunten te volgen, wordt participatie niet alleen een formeel proces, maar een betekenisvol instrument dat bijdraagt aan kwalitatieve besluitvorming, draagvlak en een constructieve relatie tussen de gemeente en haar inwoners.
2.5 Wat is participatie wel en wat is participatie niet?
Participatie heeft niet als hoofddoel om onvoorwaardelijk draagvlak te creëren of juridische procedures te voorkomen. Het gaat erom een zorgvuldige afweging te maken tussen algemene, maatschappelijke en individuele belangen, zodat besluiten goed onderbouwd en gemotiveerd tot stand komen. Deze aanpak versterkt de kern van onze representatieve democratie: de democratisch gekozen gemeenteraad behoudt het mandaat om uiteindelijke keuzes te maken, maar doet dit mét de input en perspectieven van inwoners. Participatie is dan ook geen vervanging van, maar een verrijking van het vertegenwoordigend bestuur.
Een besluit hoeft niet door iedereen gedragen te worden, maar een transparant en zorgvuldig participatieproces draagt wel bij aan de acceptatie ervan. Cruciaal hierbij is dat de gemeente duidelijk terugkoppelt hoe belangen zijn meegewogen en waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. Zo blijft de verbinding tussen raad en samenleving levend: inwoners zien dat hun inbreng serieus wordt genomen, terwijl de raad zijn verantwoordelijkheid neemt om – na afweging van alle belangen – een besluit te nemen in het algemeen belang. Door dit proces open en toegankelijk te verantwoorden, blijft het vertrouwen in de besluitvorming intact – ook als niet iedereen het eens is met het uiteindelijke resultaat.
Participatie is voor de gemeente Krimpenerwaard niet alleen een ambitie, maar ook een wettelijke verplichting. Belangrijke wetten zijn de Omgevingswet en de Wet versterking participatie op decentraal niveau, die vastleggen hoe en wanneer inwoners en organisaties betrokken moeten worden bij beleid, projecten en ruimtelijke initiatieven. Omdat de participatieverordening over overheidsbeleid gaat en het participatiebeleid zelfbindend is, hebben beide geen directe doorwerking naar omgevingsvergunningen van initiatiefnemers. Participatie door private partijen bij vergunningaanvragen is formeel vrijwillig.
3.1 De wet Versterking participatie op decentraal niveau
Deze wet verplicht gemeenten om inwoners actief te betrekken bij beleid, zowel bij voorbereiding als uitvoering. Het uitdaagrecht is hierin ook opgenomen. Volgens artikel 3.1 van de participatieverordening bepaalt het bestuursorgaan bij de start van elk beleidsvoornemen of project hoe participatie wordt toegepast met gebruik van het participatiebeleid van Krimpenerwaard, en maakt dit bekend via geschikte kanalen.
3.2 Omgevingswet en participatie
De Omgevingswet bevat instrumenten voor beleid over de fysieke leefomgeving, zoals de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning. Participatie speelt bij elk instrument een belangrijke rol.
Met de komst van de Omgevingswet geldt bij alle aanvragen voor een omgevingsvergunning de aanvraagvereiste participatie. Dit houdt in dat de initiatiefnemer bij de aanvraag moet aangeven of er participatie heeft plaatsgevonden, en zo ja, hoe inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.
De doelstelling hiervan is niet het voorschrijven van de vorm van participatie. Initiatiefnemers hebben volledige vrijheid in hoe zij participatie vormgeven, maar worden gestimuleerd om het gemeentelijke participatiebeleid als leidraad te gebruiken.
Als een initiatiefnemer aangeeft geen participatie te hebben uitgevoerd, is dit geen reden om de vergunning te weigeren. De gemeente kan deze informatie echter wel meenemen in de integrale belangenafweging bij de besluitvorming. Daarnaast kan de gemeente gebruikmaken van bevoegdheden uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb), bijvoorbeeld het horen van belanghebbenden, om aanvullende informatie te verkrijgen.
Verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA)
Voor sommige activiteiten die buiten het Omgevingsplan vallen (zogenaamde BOPA-activiteiten) heeft de gemeenteraad participatie verplicht gesteld via de Lijst verplichte participatie Omgevingswet gemeente Krimpenerwaard 2024. Voor reguliere activiteiten blijft participatie door initiatiefnemers formeel vrijwillig.
Als geen participatie heeft plaatsgevonden bij een BOPA-activiteit, kan de gemeente de initiatiefnemer verzoeken om alsnog informatie aan te leveren over de uitgevoerde participatie en de resultaten daarvan. Indien deze informatie niet wordt aangeleverd, kan de gemeente de aanvraag buiten behandeling laten.
Mogelijke interventies van de gemeente bij onvoldoende participatie
Wanneer participatie door een initiatiefnemer onvoldoende blijkt, kan de gemeente verschillende aanvullende stappen ondernemen om de belangen van de omgeving alsnog te borgen:
Toepassen van de uitgebreide voorbereidingsprocedure
Indien de aanvraag daarvoor in aanmerking komt, kan het college besluiten de uitgebreide voorbereidingsprocedure toe te passen (artikel 16.36 Omgevingswet). In dat geval wordt een ontwerpbesluit ter inzage gelegd en kunnen belanghebbenden formele zienswijzen indienen. Een aanvraag komt in aanmerking voor de uitgebreide voorbereidingsprocedure wanneer dit wettelijk verplicht is (bijvoorbeeld bij m.e.r.-plichtige activiteiten), of wanneer het college, gelet op de aard, omvang, locatie of gevolgen van de activiteit, dit nodig acht om een zorgvuldige belangenafweging mogelijk te maken.
Door deze instrumenten bewust in te zetten, kan de gemeente waarborgen dat de omgeving ook bij onvoldoende participatie door initiatiefnemers op een passende en transparante manier wordt betrokken. Participatie blijft dan een krachtig middel om draagvlak, betrokkenheid en kwaliteit in de besluitvorming te versterken.
3.2.5 Relatie tussen omgevingsvergunning en wijziging van het omgevingsplan
Een aanvraag omgevingsvergunning kan leiden tot een wijziging van het omgevingsplan, maar een omgevingsvergunning wijzigt het omgevingsplan zelf niet. Indien wordt gekozen om het omgevingsplan daadwerkelijk te wijzigen, geldt dat hiervoor een afzonderlijk besluitvormingsproces wordt doorlopen. De gemeente is in dat geval wettelijk verplicht om participatie te organiseren. Dat betekent ten minste: een kennisgeving van het voornemen tot wijziging, het bieden van gelegenheid voor belanghebbenden en inwoners om een reactie te geven, en een gemotiveerde terugkoppeling over wat met deze input is gedaan.
Het proces om een vergunning te krijgen voor een activiteit die niet in het omgevingsplan past, moet goed aansluiten op het aanpassen van het omgevingsplan zelf. Zo voorkomen we dat inwoners en andere betrokkenen twee keer om hun mening wordt gevraagd, en voldoen we tegelijkertijd aan de wettelijke regels.
Belangrijke uitgangspunten bij deze koppeling zijn:
Rolverdeling en verantwoordelijkheid: een samenwerkingspartner kan participatie rondom een ontwikkelplan uitvoeren, maar de gemeente blijft altijd verantwoordelijk voor de participatie en besluitvorming rondom de wijziging van het omgevingsplan. De gemeenteraad motiveert uiteindelijk welke belangen zijn afgewogen en hoe participatieresultaten zijn verwerkt in de regels van het omgevingsplan.
3.2.6 Participatie externe initiatiefnemers via privaatrecht
De Omgevingswet verplicht alleen de gemeente tot participatie bij een wijziging van het omgevingsplan; initiatiefnemers zijn daartoe formeel niet verplicht. Voor grootschalige projecten is het echter wenselijk participatie zoveel mogelijk in lijn met gemeentelijk beleid te organiseren. Dit kan via het privaatrecht geregeld worden.
Privaatrechtelijke afspraken met initiatiefnemers (bijvoorbeeld in samenwerkingsovereenkomsten) kunnen vastleggen:
Deze afspraken ondersteunen de uitvoering van participatie en zorgen dat deze aansluit bij gemeentelijke kaders. Ze vervangen echter niet de wettelijke verplichtingen van de gemeente. De gemeente blijft verantwoordelijk voor naleving van de Omgevingswet en motiveert hoe resultaten in besluiten zijn verwerkt.
4. Uitgangspunten participatie
De gemeenteraad van Krimpenerwaard stelt uitgangspunten vast om participatieprocessen te versterken. Deze uitgangspunten zijn bindend en beantwoorden aan actuele kansen en uitdagingen in de gemeente.
5.2 Richtlijnen stakeholderanalyse
De gemeente Krimpenerwaard hanteert de volgende richtlijnen bij het uitvoeren van een stakeholderanalyse:
De uitkomsten van de stakeholderanalyse vormen het fundament voor het participatieplan. Zij bieden een afwegingskader voor de mate en vorm van participatie en worden afgestemd met het projectteam.
6.3 Relatie met de participatieladder
De uitkomst van het afwegingskader wordt vertaald naar een trede op de participatieladder. Het afwegingskader bepaalt de omstandigheden en speelruimte, de participatieladder geeft de passende vorm van invloed die daaruit volgt. Deze ladder kent vijf treden, die oplopen in de mate van invloed voor inwoners en partners:
Meebeslissen / Zelforganisatie
Bij de hoogste trede ligt de regie grotendeels bij inwoners of maatschappelijke partijen. De gemeente faciliteert en ondersteunt, maar het eigenaarschap ligt bij de samenleving.
Voorbeeld: Een bewonerscollectief organiseert zelf de aanleg van een buurtmoestuin of start een zorgcoöperatie.
Een hogere trede is niet automatisch beter; de keuze hangt af van de aard, fase en haalbaarheid van het initiatief.
7. Rollen en verantwoordelijkheden
Een zorgvuldig en geloofwaardig participatieproces vereist dat vooraf duidelijk is wie welke rol vervult. Onheldere verantwoordelijkheden kunnen leiden tot verwarring, onrealistische verwachtingen en verlies van vertrouwen. Eigendom en financiële verantwoordelijkheid zijn hierbij bepalend: wie eigenaar is van grond en wie de kosten draagt, heeft automatisch de meest bepalende rol. Anderen kunnen worden geraadpleegd, maar er is dan geen sprake van cocreatie of advisering. Voorbeelden hiervan zijn: Gemeente bouwt school op eigen grond: cocreatie met school; buren worden vooral geraadpleegd of ontwikkelaar benut kavel: ontwikkelaar bepaalt het ontwerp; buren kunnen worden geraadpleegd, advisering gaat al ver.
Met dit hoofdstuk stelt de gemeenteraad de kaders en richtlijnen vast voor rolverdeling bij participatieprocessen. Deze gelden voor alle vormen van participatie – van overheidsparticipatie tot burger- en initiatiefparticipatie – en vormen het uitgangspunt voor praktische uitwerking en uitvoering door het college, ambtenaren en externe partijen.
7.1 Participatievormen en rollen
Let op: Het beleidsstuk is zelfbindend en legt geen verplichtingen op aan externe initiatiefnemers. De gemeente stelt kaders en faciliteert, maar externe partijen organiseren participatie zelfstandig.
8. Communicatierichtlijnen gemeente
Actief streven naar alle doelgroepen, met aandacht voor moeilijk bereikbare groepen.
Moeilijk bereikbare groepen: taal- of cultuurbarrières, sociaal isolement, wantrouwen of beperkte toegang.
Voorbeeld: Voor een jongerenproject samenwerken met scholen en jongerenwerk in plaats van alleen brieven te sturen.
9. Beoordeling van participatie
De gemeenteraad van Krimpenerwaard stelt in dit beleidsstuk niet alleen de uitgangspunten voor participatie vast, maar geeft ook richting aan hoe de kwaliteit van participatietrajecten wordt beoordeeld. Beoordeling is geen “cijferlijst”, maar een leerinstrument dat helpt participatie zorgvuldig, transparant en betekenisvol vorm te geven – en continu te verbeteren.
De beoordeling sluit aan op de twaalf uitgangspunten zoals opgenomen in dit beleid.
9.5 Wat doen we met de uitkomst?
Een lage beoordeling betekent niet dat participatie is mislukt, maar wijst op verbeterpunten.
Door structurele en open evaluatie wordt participatie een lerend onderdeel van beleid en bestuur, waarmee het vertrouwen van inwoners wordt versterkt en de kans op gedragen, uitvoerbare plannen toeneemt.
Bij participatietrajecten kan weerstand ontstaan bij inwoners, ondernemers of maatschappelijke organisaties. Dit uit zich in het stellen van kritische vragen, het uiten van zorgen, het indienen van bezwaren of in emotionele of agressieve reacties
Belangrijk uitgangspunt: weerstand is geen teken van mislukking, maar vaak juist een indicatie van betrokkenheid en verantwoordelijkheid. Het kan waardevolle inzichten bieden voor betere besluiten en groter draagvlak.
Deze richtlijn is een vaste basis binnen het beleid van de gemeente Krimpenerwaard. De praktische toepassing en voorbeelden worden continu aangevuld op basis van ervaringen in de praktijk.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-194572.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.