Gemeenteblad van Gooise Meren
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gooise Meren | Gemeenteblad 2026, 194127 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gooise Meren | Gemeenteblad 2026, 194127 | beleidsregel |
Beleidsregels inkomen Participatiewet Gooise Meren 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren;
gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 31, tweede lid, onderdeel s, 41, elfde lid, 43a, eerste lid, en 44, vijfde lid, van de Participatiewet en de artikelen 15a, eerste lid, en 16a, vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
besluit vast te stellen de volgende beleidsregel:
Giften en kostenbesparingen tot het drempelbedrag worden in ieder geval niet tot de middelen gerekend (art. 31, tweede lid, onderdeel m, Pw). Bij de beoordeling of giften in een individueel geval en uit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel s, van de Wet, beschouwt het college de volgende categorieën giften boven het drempelbedrag in ieder geval als verantwoord:
Artikel 3. Het behandelen van bijstandsaanvragen van jongeren voor afloop van de zoektermijn
Jongeren die in een kwetsbare situatie zitten, hebben minder kansen om binnen 4 weken werk of scholing te vinden. Het college maakt in ieder geval gebruik van de bevoegdheid een aanvraag voor algemene bijstand voor het verstrijken van de zoektermijn in behandeling te nemen als bedoeld in artikel 41, elfde lid, van de Wet, wanneer sprake is van ten minste een van de volgende omstandigheden:
Artikel 5. Het verlenen van bijstand met terugwerkende kracht
Bijstand gaat in op de dag van melding. Het college kan bijstand toekennen met terugwerkende kracht tot maximaal drie maanden vóór de melding als individuele omstandigheden dat noodzakelijk maken (art. 44, vijfde lid, Pw / art. 16a, vierde lid, Ioaw).
Wanneer er aan één of meerdere van onderstaande individuele omstandigheden wordt voldaan, dan ligt het voor de hand dat dit reden is voor toekenning met terugwerkende kracht tot maximaal 3 maanden voor de meldingsdatum. Dit wordt per geval beoordeeld waarbij er rekening wordt gehouden met de individuele omstandigheden van de aanvrager. Voor de beoordeling van de aanvraag met terugwerkende kracht kan er om bewijstukken worden gevraagd, die deze beoordeling mogelijk maakt.
Artikel 6. Situaties waarin deze regeling niet voorziet
Het college kan in bijzondere individuele gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze regeling als deze regeling tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Burgemeester en wethouders van Gooise Meren
de secretaris
M. Voorhorst
burgemeester
drs. H.M.W. ter Heegde
Op 1 januari 2026 is de Participatiewet (de Wet) gewijzigd door de Participatiewet in balans en door de Verzamelwet SZW 2026. De wijzigingen door de Participatiewet in balans treden gefaseerd in werking. Deze beleidsregel ziet op het invullen van de beleids- en uitvoeringsruimte van het college op een viertal bevoegdheden uit de eerste fase. Deze bevoegdheden bieden het college onder voorwaarden de mogelijkheid om:
In deze artikelsgewijze toelichting worden enkel die (onderdelen) van bepalingen behandeld die nadere toelichting behoeven.
In dit artikel zijn de begrippen omschreven die worden gebruikt in de beleidsregel. Voor het overige gelden de definities uit de Participatiewet of de Algemene wet bestuursrecht. Enkele van de begrippen uit de beleidsregel worden hieronder nader toegelicht.
In de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) wordt het begrip ‘probleemschulden’ (of: 'problematische schulden') niet gedefinieerd. Wel wordt aangegeven voor wie schuldhulpverlening is bedoeld. In artikel 1 van de Wgs staat:
‘het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg.’
Voor de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) geldt een vergelijkbaar criterium. In de definitie zijn iets eenvoudiger woorden gebruikt om dit uit te drukken. Daarbij speelt ook de overweging, dat het niet de bedoeling is om exact te gaan boekhouden bij het beoordelen van iemands financiële situatie. Het is voldoende dat ‘naar het oordeel van’ het college iemand zijn schulden niet meer kan aflossen of is gestopt met betalen.
Een schuldregeling is een betaalregeling met schuldeisers voor de aflossing van problematische schulden. De gemeente is verantwoordelijk voor schuldhulpverlening en kan met de schuldeisers en de schuldenaar een schuldregeling treffen, op grond van de Wgs. Daarnaast kan de rechter een wettelijke schuldsanering uitspreken, op grond van de Wsnp. In beide gevallen leidt een schuldregeling ertoe dat na afronding belanghebbende een ‘schone lei’ krijgt.
Onder ‘zoektermijn’ wordt verstaan: de termijn van vier weken nadat een jongere (tot 27 jaar) zich heeft gemeld om algemene bijstand aan te vragen. Pas na die termijn kan een aanvraag worden ingediend en door het college in behandeling worden genomen (enkele uitzonderingen daargelaten, zie artikel 41, vierde lid, van de Wet).
Artikel 2. Vrijlaten van giften in individuele gevallen
In artikel 2 zijn regels opgenomen over het vrijlaten van giften in het kader van artikel 31, eerste lid, onderdelen m en s, van de Wet. Het begrip ‘gift’ wordt hier niet nader omschreven. Uit de wetshistorie van achtereenvolgende bijstandswetten en de jurisprudentie daaromtrent blijkt dat het bij een gift moet gaan om een bevoordeling van de ontvanger, met een onverplicht karakter (vrijgevigheid), zie bijv. ECLI:NL:CRVB:2016:1160. Daarmee wordt aangesloten bij de omschrijving van ‘gift’ in artikel 7:186, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek: Een gift is iedere handeling die ertoe strekt dat degene die de handeling verricht, een ander ten koste van het eigen vermogen verrijkt’. Voor het aannemen van een gift is het dus nodig dat sprake is van een drietal vereisten: de verarming van de gever, de verrijking van de ontvanger, als gevolg van een (onverplichte) handeling uit vrijgevigheid waar partijen zich bewust van zijn (zie ook Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:HR:AD7272).
Artikel 3. Het behandelen van bijstandsaanvragen van jongeren voor afloop van de zoektermijn
Voor alle jongeren tot 27 jaar geldt een zoektermijn van vier weken na de melding voor algemene bijstand. In deze zoektermijn van vier weken wordt van hen verwacht dat zij zoeken naar werk of scholing. Op de zoektermijn zijn uitzonderingen mogelijk voor jongeren in knellende situaties. In die situaties kan de jongere meteen zijn aanvraag indienen, zonder eerst naar andere mogelijkheden voor arbeid of scholing te zoeken.
Het uitgangspunt van de wetgever blijft, ook na deze versoepeling, onverminderd dat van een naar het oordeel van het college (de ISD) zelfredzame jongere mag worden verwacht dat hij zijn mogelijkheden om via werk of opleiding verder in zijn toekomst te investeren intensief onderzoekt, voordat hij bijstand aanvraagt. Dit draagt bij aan de eigen verantwoordelijkheid. De afweging om van dit uitgangspunt af te wijken is en blijft maatwerk. Om het voor toepassing in de praktijk efficiënter te maken wordt hier een aantal voorbeelden gegeven waarin het voor de hand ligt om af te wijken van de zoektermijn. Deze voorbeelden zijn niet limitatief.
In artikel 3 worden groepen jongeren genoemd voor wie de zoektermijn achterwege blijft, omdat zij zich in kwetsbare omstandigheden bevinden. De genoemde omstandigheden gelden als indicator voor de aanwezigheid van kwetsbare omstandigheden.
Artikel 4. Het volgen van de vereenvoudigde aanvraagprocedure
De aanvraagprocedure voor algemene bijstand is voor veel inwoners ingewikkeld en wordt als (te) lang ervaren. Vooral bij een korte periode van werk of bij flexibel werk moet de – behoorlijk uitgebreide - aanvraagprocedure steeds weer opnieuw doorlopen worden en zit men lang in financiële onzekerheid. Door de combinatie van een aantal maatregelen wordt de (behandeling van de) aanvraag sneller en eenvoudiger. Eén van die maatregelen is de vereenvoudigde (of verkorte) aanvraagprocedure, op grond van het nieuwe artikel 43a.
Voor een vereenvoudigde aanvraag geldt in beginsel een termijn van 9 maanden. De termijn van 9 maanden ligt het meest voor de hand, omdat dit aansluit op de WW termijn van 3 maanden na 6 maanden arbeid in loondienst. Er hoeft dan slechts beperkt gegevens te worden opgevraagd en de verwachting is dat dit in de praktijk het makkelijkst uitvoerbaar is. We vragen alleen gegevens op die echt nodig zijn en die we zelf niet kunnen raadplegen.
Voor de vereenvoudigde aanvraag wordt een verkort aanvraagformulier opgesteld waarbij de voornaamste focus is of er wijzigingen zijn sinds de laatste maand waarin er recht op bijstand was. We vragen zo min mogelijk stukken op en alleen stukken die echt nodig zijn.
Artikel 5. Het verlenen van bijstand met terugwerkende kracht
Artikel 6. Situaties waarin deze regeling niet voorziet
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-194127.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.