Gemeenteblad van Helmond
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Helmond | Gemeenteblad 2026, 193668 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Helmond | Gemeenteblad 2026, 193668 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere regels subsidie Versterken Sociale Basis Helmond 2027
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Wat willen we bereiken met de subsidieregeling?
We willen dat alle Helmonders kunnen meedoen, rondkomen en vooruitkomen in onze stad (Externe link: Kadernota sociaal domein 2024-2028). En dat jonge Helmonders kansrijk, gezond en veilig opgroeien, zodat ze – eenmaal volwassen – kunnen meedoen, rondkomen en vooruitkomen (Externe link: Meerjarenprogramma jeugd 2024-2032). Dit zijn onze maatschappelijke doelen.
Deze regeling gaat over aanvragen voor het kalenderjaar 2027. Met deze subsidieregeling:
In deze subsidieregeling staan een aantal woorden die wij graag uitleggen:
Brede basisondersteuning: vrij toegankelijke, eerstelijns hulp en ondersteuning gericht op een breed scala van vragen, uitgevoerd in de directe leefomgeving (bijvoorbeeld in de thuissituatie, op school, in een wijkhuis). Brede basisondersteuning is systemisch (gericht op individu én zijn omgeving) en integraal (betrekt alle relevante leefgebieden). Brede basisondersteuning wordt uitgevoerd door betaalde beroepskrachten. Brede basisondersteuning is meestal een-op-een, maar ook groepswerk met een therapeutisch en systemisch karakter rekenen we tot brede basisondersteuning;
Potentieel bereik: het totaal aantal Helmondse inwoners dat theoretisch in aanmerking komt voor deelname aan een activiteit, gebaseerd op de kenmerken van de doelgroep zoals omschreven in de aanvraag (bijvoorbeeld leeftijd, woonplaats of specifieke behoefte). Het potentieel bereik geeft aan hoeveel inwoners potentieel gebruik zouden kunnen maken van de activiteit, maar betekent niet dat deze inwoners daadwerkelijk deelnemen;
Programma: twee of meer interventies die gezamenlijk één integraal aanbod vormen met een zodanige inhoudelijke en uitvoeringsmatige samenhang dat deze interventies niet afzonderlijk kunnen worden uitgevoerd. Een programma heeft één duidelijke doelstelling en een gezamenlijke opzet en afhankelijkheid waarin de interventies elkaar versterken.
Regulier jongerenwerk: buitenschools aanbod behorende tot de pedagogische basisinfrastructuur van de sociale basis, waarbij vakkundige, gekwalificeerde jongerenwerkers zich focussen op de begeleiding bij het opgroeien in de maatschappij en de ontwikkeling van jongeren in de leeftijd van ongeveer 10 – 23 jaar, waarbij het zwaartepunt ligt op het groepswerk;
Sociale basis: de sociale basis bestaat uit wat inwoners samen doen, met of zonder organisatie. Daarnaast omvat het vrij toegankelijke activiteiten en voorzieningen van professionals, vrijwilligers, ervaringsdeskundigen en lotgenoten, gecoördineerd door een (betaalde) coördinator. Deze activiteiten richten zich op het dagelijks leven – zoals ontmoeten, opvoeden, gezondheid, werk, inkomen, sport, cultuur en veiligheid – en kunnen preventief zijn of dienen als laagdrempelig alternatief of aanvulling op professionele hulp.
Voorziening: een structurele, vrij toegankelijke en laagdrempelige fysieke locatie waar inwoners zonder indicatie of aanmelding binnen kunnen lopen voor ontmoeten, onderlinge steun, persoonlijke ontwikkeling, herstel, meedoen of dagelijks functioneren. Een voorziening betreft een zelfstandig en herkenbaar aanbod met een eigen doel, doelgroep en wijze van uitvoering, dat vanuit een vaste fysieke uitvoeringsplek wordt aangeboden en primair is gericht op versterking van de sociale basis en het bieden van collectieve ondersteuning. Het betreft geen brede basisondersteuning.
Artikel 4 Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
Om in aanmerking te komen voor subsidie moeten activiteiten:
ten minste één van de volgende bepalende factoren op een positieve wijze beïnvloeden:
|
Omvat ook: sociaaleconomische status, (gezins)inkomen, opleidingsniveau, werk, werkloosheid, sociaal juridische ondersteuning |
Mensen zijn arm wanneer ze gedurende langere tijd niet de middelen hebben voor de goederen en voorzieningen die in hun samenleving als minimaal noodzakelijk gelden. Het hebben van problematische en/of niet-problematische financiële schulden, leningen, krediet- of financiële problemen en/of het vertonen van problematisch financieel (leen)gedrag. |
Preventieve activiteiten die bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van negatieve gevolgen van armoede en schulden.
|
|
Omvat opvoedstijl en opvoedgedrag, hardhandig opvoedgedrag, gedragscontrole, ouderlijke warmte, ouderlijke steun |
Omvat verschillende aanpasbare opvoedstijlen die ouders kunnen inzetten zoals ouderlijk toezicht, houding en alcoholgebruik van ouders, ouder-kind communicatie, betrokkenheid en ondersteuning door ouders. |
Preventieve activiteiten die positief opvoedgedrag van ouders en verzorgers bevorderen en negatief opvoedgedrag voorkomen en/of beperken. Zoals het versterken van opvoedvaardigheden en ouderlijke steun, het stimuleren van ouderlijke warmte en sensitief-responsief opvoedgedrag en het beperken en/of voorkomen van inconsequente en hardhandige opvoedstijlen.
|
|
Onder psychische problemen vallen: depressie, PTSS (posttraumatische stressstoornis), psychopathologie, paranoia, schizofrenie, stemmingswisselingen, mentale aandoeningen, mentale gezondheidsproblemen, zelfmoordpogingen/gedachten, slaapproblemen, eetstoornis, dementie, onbegrepen gedrag. |
Preventieve activiteiten die psychische problemen voorkomen en/of (in vroegtijdig stadium) beperken. Behandeling is niet subsidiabel.
|
|
|
De hoeveelheid en kwaliteit van sociale relaties en deelname aan activiteiten van formele en informele groepen |
Preventieve of randvoorwaardelijke activiteiten die sociale verbondenheid, sociale cohesie en sociale steun vergroten en/of eenzaamheid en exclusie beperken. Het gaat bij sociale verbondenheid en steun niet om interventies die primair gericht zijn op cultuur.
|
|
|
Sociaal-emotionele vaardigheden Omvat ook: empathie, sensitiviteit, persoonlijkheidskenmerken, zelfvertrouwen |
De vaardigheden die betrekking hebben op het herkennen en omgaan met eigen emoties en de omgang met anderen. |
Preventieve activiteiten die sociaal-emotionele vaardigheden versterken, zoals self-efficacy empathie, coping, zelfregulatie en zelfvertrouwen.
|
|
Meetbare resultaten met betrekking tot deelname en betrokkenheid op school. Hoge prestaties omvatten actieve deelname aan schoolactiviteiten, het regelmatig bijwonen van lessen en het succesvol voorkomen van schoolverzuim met als einddoel dat een jongere het onderwijs met een kwalificatiediploma (havo, vwo of mbo 2) verlaat. Lage prestaties omvatten frequent schoolverzuim, uitval, of terugkeer naar een lager onderwijsniveau door gebrek aan betrokkenheid, of het verlaten van het onderwijs zonder kwalificatie. |
Preventieve activiteiten binnen het sociaal domein die bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van slechte schoolprestaties en schooluitval en/of bijdragen aan het versterken van goede schoolprestaties.
|
|
|
Fysieke gezondheid en persoonlijke verzorging Omvat ook: conditie, overgewicht, (chronische) ziekten, gezonde voeding en bewegen |
Het gaat om meerdere aspecten van de algehele fysieke staat van mensen, zoals conditie en gewicht. Gezonde voeding is onder meer rijk aan fruit, groente en volkoren granen. Bewegen is het ondernemen van een fysieke activiteit, zoals wandelen of sport; "elke lichamelijke beweging die wordt geproduceerd door de skeletspieren en resulteert in energieverbruik" |
Preventieve activiteiten die bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van fysieke gezondheidsproblemen en/of het versterken van de fysieke gezondheid. Hieronder vallen ook preventieve activiteiten ter bevordering van bewegen en consumptie van gezonde voeding.
|
|
Omvat ook: taalvaardigheden, financiële geletterdheid, gezondheidsvaardigheden, digitale vaardigheden |
Taalbeheersing gaat over de mate van beheersing van taal en omvat ook reken- en digitale vaardigheden. |
Preventieve activiteiten binnen het sociaal domein die bijdragen aan het versterken van taalbeheersing en taalvaardigheid en/of het voorkomen en/of beperken van taalproblemen, zoals leesbevordering voor het jonge kind. VVE (Voor- en Vroegschoolse Educatie) en OAB (Onderwijs Achterstanden Beleid) activiteiten zijn niet subsidiabel onder deze regeling. Dit geldt ook voor volwasseneducatie (Wet Educatie en Beroepsonderwijs, WEB).
|
|
Een langdurige, affectieve relatie tussen ouder en kind. De kwaliteit van de gehechtheidsrelatie kan variëren van veilig tot verschillende vormen van onveilig |
Preventieve activiteiten die bijdragen aan een veilige gehechtheidsrelatie tussen ouders/verzorgers en kinderen en/of bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van een onveilige gehechtheidsrelatie tussen ouders/verzorgers en kinderen.
|
|
|
Meerdere aspecten van het gezinsleven, waaronder communicatie, problemen oplossen, verdeling van werk, conflictmanagement en gehechtheid. Het algemene niveau van kwaliteit, aanpassing of blijheid en tevredenheid van de relatie tussen ouders. |
Preventieve activiteiten die bijdragen aan het versterken van positief gezinsfunctioneren en/of bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van negatief gezinsfunctioneren.
|
|
|
Omvat ook: getuige van huiselijk of relationeel geweld, mishandeling, misbruik, stalking |
Onder blootstelling aan geweld valt: geschiedenis van kindermishandeling en/of getuige van partnergeweld, betrokkenheid van jeugdbescherming, in het verleden getuige/slachtoffer van ander geweld, prevalentie van dating violence onder leeftijdsgenoten |
Preventieve activiteiten die bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van negatieve gevolgen van blootstelling aan geweld, mishandeling, stalking, relationeel en huiselijk geweld.
|
|
Hieronder vallen onder andere: stressvolle gebeurtenissen, misbruik, trauma, verwaarlozing, mishandeling, directe en indirect blootstelling aan rampen, geweld), gedwongen migratie, mensensmokkel, slachtofferschap (intimidatie, geweld, discriminatie) |
Preventieve activiteiten die bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van gevolgen van negatieve en ingrijpende levensgebeurtenissen en trauma.
|
|
|
Het ervaren van discriminatie gebaseerd op de persoonlijke identiteit vanuit de sociale omgeving |
Preventieve activiteiten die gericht zijn op het voorkomen en/of beperken van discriminatie, racisme en exclusie. |
* Genoemde activiteiten zijn voorbeelden die aantoonbaar bijdragen aan bepalende factoren en erkend zijn door één van de landelijke databanken effectieve interventies. Als er geen erkende effectieve interventies zijn, worden hier goed onderbouwde alternatieven genoemd. De gemeente Helmond gebruikt in deze regeling ruimere criteria dan de landelijke databanken, waardoor meer activiteiten als bewezen effectief tellen. Het aanvragen van een van de als voorbeeld genoemde activiteiten, garandeert nog geen subsidie. Dit is afhankelijk van de andere in deze regeling genoemde voorwaarden, overige aanvragen en de totaalscores.
Artikel 6 Aan welke vereisten moet de subsidieaanvraag voldoen?
In aanvulling op de ASV moet de aanvraag voldoen aan de volgende vereisten:
Het college kan naar aanleiding van de aanvraag verduidelijkende vragen stellen. De aanvrager wordt schriftelijk verzocht de vragen schriftelijk te beantwoorden binnen een termijn van 5 werkdagen (of zoveel langer als aangegeven), te rekenen vanaf de eerste dag na de dagtekening van het verzoek. Indien de genoemde termijn is verstreken, zonder dat de gevraagde verduidelijking is ontvangen, wordt de aanvraag beoordeeld zonder de antwoorden mee te nemen.
Artikel 8 Hoeveel subsidie is er?
Het maximale subsidiebedrag voor het kalenderjaar 2027 bedraagt € 8.230.000 per kalenderjaar. Dat is het subsidieplafond. Dit subsidieplafond geldt onder voorbehoud van vaststelling van de begroting door de gemeenteraad. Binnen dit subsidieplafond zijn er deelplafonds. Subsidieaanvragen moeten worden ingediend onder één van de volgende deelplafonds, die worden toegelicht in Bijlage 2 van deze regeling:
Artikel 9 Hoe verdelen wij de subsidie en beoordelen wij de aanvragen?
Als het subsidiedeelplafond is bereikt, vindt verstrekking van subsidie plaats in volgorde van de rangschikking zoals genoemd in lid 1. De hoogst gerangschikte activiteit komt het eerst in aanmerking voor subsidie en daarna in aflopende volgorde de opeenvolgende gerangschikte activiteiten, tot het subsidiedeelplafond wordt bereikt.
Als een subsidiedeelplafond niet volledig is benut, worden de niet-gebruikte middelen verdeeld over de overige subsidiedeelplafonds, voor zover de aanvragen binnen die deelplafonds het plafond overschrijden. De verdeling van niet-gebruikte middelen over de overige deelplafonds vindt plaats in de volgende volgorde: 1) Bestaanszekerheid, 2)Voorzieningen, 3)Sociale cohesie, 4)Basisvaardigheden, 5)Kansrijke start en kansrijk opgroeien, 6)Mentaal en fysiek welzijn, 7)Jongerenwerk en 8)Kinderwerk.
Artikel 10 Wanneer weigeren wij de aanvraag voor subsidie?
In de ASV staan weigeringsgronden.
Daarnaast kunnen wij de subsidie (deels) weigeren als:
Er naar het oordeel van het college al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet. Dit kan betekenen dat na weging van de aanvragen blijkt dat er voor vergelijkbare activiteiten subsidie is aangevraagd en het honoreren hiervan teveel van hetzelfde zou opleveren om in de vraag te voorzien. In dat geval worden de aanvragen die het beste uit de beoordeling komen (deels) gehonoreerd tot aan de vraag is voldaan. De overige aanvragen worden geweigerd omdat die onvoldoende toegevoegde waarde hebben.
Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van gemeente Helmond van 7 april 2026
Burgemeester en wethouders van Helmond,
mr. S.C.C.M. Potters
burgemeester
E.P.H. Koop, MSc
Gemeentesecretaris
We scoren met de formule A + B + C + D.
A. inhoudelijke beoordelingscriteria;
D. Meten, leren en verbeteren.
Om de maximale score te krijgen, kiezen we de hoogste score per categorie:
De hoogste score die je kunt behalen met de gegeven scores is 60 punten.
Onderdeel A – Inhoudelijke beoordelingscriteria (max. 21 punten)
Binnen onderdeel A worden subsidieaanvragen beoordeeld aan de hand van onderstaande inhoudelijke beoordelingscriteria. De beoordeling wordt per deelplafond uitgevoerd door een beoordelingscommissie met expertise op het thema. Per criterium kan een aanvraag de kwalificatie onvoldoende, voldoende of goed krijgen. De criteria zijn gerangschikt naar afnemend gewicht. De scores op alle criteria worden vervolgens opgeteld, wat resulteert in een totaalscore tussen 0 en 21 punten.
Bij onderdeel b van de beoordeling worden punten toegekend op basis van de mate waarin de aangevraagde activiteit(en) aantoonbaar maatschappelijke impact realiseren. Deze maatschappelijke impact wordt uitgedrukt door de bijdrage van de activiteit aan de in deze regeling benoemde bepalende factoren en maatschappelijke doelen, alsmede aangetoonde kwaliteit en effectiviteit van activiteit. Deze twee onderdelen worden via onderstaande
1. Bijdrage van een activiteit aan bepalende factoren
In onderstaande tabel staat toegelicht hoe de score bij dit onderdeel wordt toegekend:
Sterke onderbouwing: Dit betekent dat er bewijs wordt geleverd door de meest betrouwbare onderzoekssoorten, zoals RandomizedControlledTrials (RCT's) (dit zijn experimenten waarbij de deelnemers willekeurig worden toegewezen aan verschillende groepen) en/of meta-analyses (onderzoeken die meerdere studies samenvoegen en analyseren om een algemeen resultaat te vinden).
Goede onderbouwing: Dit betekent dat het bewijs komt uit ander effectonderzoek (onderzoek dat het effect van een interventie meet) en/of systematische reviews (onderzoeken die meerdere studies op een gestructureerde manier samenbrengen) en/of longitudinaal onderzoek (onderzoek dat deelnemers over langere tijd volgt om veranderingen te meten).
2. Effectiviteit en kwaliteit van de activiteit
In onderstaande tabel staat toegelicht hoe de score bij dit onderdeel wordt toegekend.
Sterke aanwijzingen voor effectiviteit: Dit betekent dat er ten minste één studie die in Nederland is uitgevoerd, betrouwbare bewijs toont dat de interventie of aanpak effectief is. Dit zou bijvoorbeeld een Randomized Controlled Trial (RCT) kunnen zijn, waarbij er metingen voor en na de interventie zijn uitgevoerd om de effecten te meten.
Goede aanwijzingen voor effectiviteit: Dit betekent dat er ten minste één studie in Nederland is die redelijk tot goed bewijs levert dat de interventie werkt. Dit kan bijvoorbeeld een quasi-experimenteel onderzoek zijn, wat betekent dat de onderzoekers de effecten van een interventie meten zonder willekeurige toewijzing van deelnemers aan verschillende groepen.
Eerste aanwijzingen voor effectiviteit: Dit betekent dat er ten minste één studie in Nederland is die redelijk bewijs levert voor de effectiviteit van de interventie, bijvoorbeeld onderzoek met metingen voor en na de interventie. Het kan ook onderzoek zijn dat in het buitenland is uitgevoerd, bijvoorbeeld een RCT, maar het bewijs is minder sterk dan in de vorige categorieën.
Theoretisch onderbouwd: Dit betekent dat er een theoretische uitleg is die de activiteit of interventie ondersteunt. Het gaat hierbij niet om goedgekeurde wetenschappelijke studies, maar om een beschrijving van het probleem, de doelgroep, de doelen, de aanpak, en de voorwaarden van de activiteit. De theoretische onderbouwing gebruikt wetenschappelijke theorieën en empirische kennis om uit te leggen waarom de interventie waarschijnlijk effectief is.
Geen aanwijzingen voor effectiviteit en geen theoretische onderbouwing: Dit betekent dat er geen bewijs is dat de interventie effectief is, en ook geen theoretische onderbouwing is gegeven om de werkzaamheid te ondersteunen. Er is dus geen betrouwbare informatie verstrekt om te bewijzen dat de interventie werkt.
Onderdeel C – financiële duurzaamheid – max. 13 punten
Onderdeel C1 – prijs per directe deelnemer max. 7 punten
De score bij C1 wordt bepaald op basis van de prijs per directe deelnemer aan de activiteit. Dit wordt berekend door de prijs per activiteit te delen door het aantal directe deelnemers per activiteit (zoals op het aanvraagformulier bepaald). De meest gunstige categorie scoort 7 punten, die erna 5 punten, daarna 3 punten, vervolgens 2 punten. De activiteit scoort 0 punten wanneer dit in de hoogste categorie valt. De categorieën zijn als volgt:
Onderdeel C2 – reëel subsidiebedrag max. 6 punten
Onderdeel D: meten, leren en verbeteren – max. 10 punten
De manier van meten, leren en verbeteren wordt per activiteit beoordeeld. Dit is verdeeld in niveaus. Het hoogste niveau, waar aan alle criteria van meten, leren en verbeteren wordt voldaan, krijgt de hoogste score. Daarna volgen twee lagere niveaus met lagere scores. Het laagste niveau, waar aan één of geen van de criteria wordt voldaan geeft een score van 0 punten.
Meten leren en verbeteren bestaat op het hoogste niveau uit kwantitatieve en kwalitatieve metingen, een hieraan verbonden methodische wijze van leren en reflecteren en een structureel verbeterplan voor activiteiten.
Kwantitatieve outcome-meting op doel van de activiteit met gevalideerd instrument* voor de doelgroep, voor, na en eventueel tijdens de activiteit
Kwantitatieve meting betekent dat de effecten van de activiteit meetbaar zijn met cijfers of cijfers gebaseerd op data (bijvoorbeeld het aantal mensen dat een bepaalde vaardigheid heeft verworven). Dit moet gedaan worden met een gevalideerd instrument*, wat betekent dat het meetinstrument (bijvoorbeeld een vragenlijst) is getest en bewezen betrouwbaar is voor de specifieke doelgroep. De metingen moeten voor, na en eventueel tijdens de activiteit plaatsvinden om te zien of de activiteit daadwerkelijk invloed heeft gehad.
Kwalitatieve metingen op mechanismen van de activiteit op methodische manier
Kwalitatieve meting betekent dat er vragen worden gesteld aan de deelnemers om te begrijpen hoe en waarom de activiteit werkt. Er wordt gekeken naar de mechanismen van de activiteit. Dat zijn de onderliggende processen die de verandering mogelijk maken. Zo kan geleerd worden of de activiteit werkt zoals deze bedoeld is. Dit moet op een systematische en planmatige manier gebeuren, bijvoorbeeld door focusgroepen, interviews, enquêtes, of observaties. Dit geeft inzicht in de achtergrond van de veranderingen die worden veroorzaakt door de activiteit.
Reflecteren en leren op methodische wijze
Dit betekent dat er planmatig wordt gereflecteerd op de uitvoering van de activiteit: wat goed ging en wat beter kan. Dit gebeurt op basis van de uitkomsten van de metingen (zowel kwantitatieve als kwalitatieve). Het is een continu proces, wat betekent dat er regelmatig wordt geëvalueerd en geleerd van de ervaringen om de activiteit in de toekomst te verbeteren. Dit moet minimaal voldoen aan de reflectiecriteria van de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) of de criteria van het Register voor Sociaal Werkers .
Alle bovenstaande elementen toegepast in een cyclisch proces
Alle bovenstaande onderdelen moeten samen in een herhalend (cyclisch) proces worden toegepast. Dit houdt in dat er continu wordt geëvalueerd, geleerd, verbeterd en de activiteit telkens opnieuw wordt uitgevoerd met verbeteringen. Dit proces zorgt ervoor dat de activiteit steeds effectiever en beter wordt door de tijd heen.
*Indien een gevalideerd instrument niet toepasbaar is binnen de context van de activiteit, motiveert de aanvrager waarom de toepassing niet mogelijk is. Daarnaast beschrijft de aanvrager welke alternatieve methoden worden ingezet om alsnog op systematische en onderbouwde wijze inzicht te verkrijgen in de effecten van de activiteit. Indien deze onderbouwing als voldoende wordt beoordeeld, kan alsnog aan dit criterium worden voldaan.
Deelplafond 1: Kansrijke start en kansrijk opgroeien
Onder dit deelplafond vallen interventies en programma’s die kinderen en/of hun (aanstaande) ouders in een kwetsbare opvoed- en opgroeisituatie ondersteunen en versterken, met als doel een veilige, stabiele en ontwikkelstimulerende omgeving te bevorderen waarin kinderen kansrijk, kunnen opgroeien.
De inzet is preventief, laagdrempelig en aanvullend op brede basisondersteuning en richt zich op (aanstaande) ouders, gezinnen en kinderen tot 12 jaar. Het accent ligt op het versterken van beschermende factoren, het verminderen van risico’s en het tijdig signaleren en voorkomen van ontwikkelachterstanden of daaraan gerelateerde problematiek:
Interventies en programma’s in het kader van bestaanszekerheid, Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) en het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (GOAB) vallen niet onder dit deelplafond.
Interventies en programma’s kunnen onder meer bestaan uit:
Lotgenoten- en praatgroepen voor kinderen: Groepsbijeenkomsten waarin kinderen in een vergelijkbare situatie ervaringen kunnen delen, herkenning vinden en werken aan veerkracht, zelfvertrouwen en omgaan met emoties, bijvoorbeeld bij scheiding, ziekte, beperking of andere ingrijpende gezinsomstandigheden.
Onder dit deelplafond vallen interventies en programma’s die structureel, pedagogisch begeleid naschools aanbod voor kinderen van 4 tot 12 jaar bieden, die plaatsvinden in de vrije tijd en aanvullend zijn op het reguliere onderwijs. De interventies of programma’s zijn gericht op het stimuleren van persoonlijke ontwikkeling, talentontwikkeling, sociale vaardigheden en maatschappelijke oriëntatie. De inzet draagt bij aan kansengelijkheid door kinderen, in het bijzonder kinderen die minder vanzelfsprekend toegang hebben tot buitenschoolse verrijking, toegang te bieden tot ontwikkelingsgericht aanbod. Het betreft interventies en programma’s met een doorlopend en methodisch karakter (geen eenmalige programma’s en interventies), waarin leren, ontdekken en ervaren centraal staan.
Niet onder dit deelplafond vallen interventies en programma’s met een primair gezondheids-, zorg- of sportdoel, zoals leefstijl- of voedingsprogramma’s, mentale gezondheidsinterventies, weerbaarheidstrainingen met een preventief zorgdoel, of sport- en beweeginterventies waarbij fysieke gezondheid of prestatie centraal staat. Ook reguliere schoolactiviteiten of lesvervangend aanbod vallen niet onder dit deelplafond.
Interventies en programma’s kunnen onder meer bestaan uit:
Onder dit deelplafond vallen interventies en programma’s die kwalificeren als regulier jongerenwerk zoals omschreven in artikel 2 van deze regeling. Regulier jongerenwerk ondersteunt jongeren in hun persoonlijke, sociale en maatschappelijke ontwikkeling door middel van outreachend contact, het opbouwen van betekenisvolle relaties, groepswerk, talentontwikkeling, ontmoetingsinterventies en kortdurende, niet‑specialistische begeleiding. Jongerenwerkers sluiten aan bij de leefwereld van jongeren, versterken hun veerkracht en sociale steunbronnen, en dragen bij aan participatie, normalisering en vroegsignalering. Het jongerenwerk vervult een zelfstandige functie naast zorg, onderwijs en veiligheid en maakt geen onderdeel uit van specialistische jeugdhulp.
Onder dit deelplafond valt uitsluitend regulier jongerenwerk; Aanbod binnen specialistisch jongerenwerk en interventies en programma’s die onderdeel zijn van Preventie met Gezag vallen buiten deze regeling.
Interventies en programma’s kunnen onder meer bestaan uit:
Deelplafond 4: Bestaanszekerheid
Onder dit deelplafond vallen interventies en programma’s die Helmondse inwoners ondersteunen bij het voorkomen of verminderen van financiële problemen en het versterken van financiële en sociaaljuridische zelfredzaamheid, met als doel dat inwoners zo financieel zelfstandig mogelijk kunnen participeren in de samenleving.
Het gaat om laagdrempelige en preventieve interventies en programma’s die gericht zijn op het verstrekking van informatie of advies, het begeleiden en ondersteunen bij financiële en sociaaljuridische vragen en het versterken van financiële en administratieve vaardigheden.
Interventies en programma’s die kwalificeren als gemeentelijke schuldhulpverlening, voorzieningen (zoals ruil- of kledingwinkels) of gericht zijn op materiële ondersteuning (zoals voedselbanken, kindpakketten of minimasupermarkten) vallen niet onder deze regeling en daardoor ook niet onder dit deelplafond.
Interventies en programma’s kunnen onder meer bestaan uit:
Deelplafond 5: Mentaal en fysiek welzijn
Onder dit deelplafond vallen interventies en programma’s die gericht zijn op het verbeteren van mentale gezondheid, fysieke gezondheid en leefstijl van inwoners. Het betreft gerichte preventieve interventies en programma’s die werken aan bijvoorbeeld weerbaarheid, mentale gezondheid, beweging, gezonde voeding of vitaliteit.
Het zijn interventies en programma’s die primair mentaal of fysiek welzijn als hoofddoel hebben, waarbij ook andere secundaire doelen van toepassing kunnen zijn. De inzet kan zich richten op verschillende aspecten van gezondheid en welzijn, zoals psychisch welzijn, stressbeheersing en mentale veerkracht, maar ook op beweging, gezonde leefstijl en fysieke fitheid.
Interventies en programma’s kunnen onder meer bestaan uit:
Deelplafond 6: Sociale cohesie
Onder dit deelplafond vallen interventies en programma’s die gericht zijn op het versterken van onderlinge verbondenheid tussen inwoners, het bevorderen van actieve deelname aan de samenleving en het vergroten van sociale inclusie en zelfredzaamheid. De interventies of programma’s dragen bij aan een veerkrachtige en inclusieve gemeenschap door sociale netwerken, onderlinge steun en burgerschap te versterken en inwoners te ondersteunen om mee te doen en eigen regie te vergroten.
Interventies en programma’s kunnen onder meer bestaan uit:
Deelplafond 7: Basisvaardigheden
Onder dit deelplafond vallen interventies en programma’s die gericht zijn op het versterken van basisvaardigheden van volwassen inwoners, met als doel het vergroten van zelfredzaamheid, participatie en kwaliteit van leven. Onder basisvaardigheden verstaan we taalvaardigheid, rekenvaardigheid en digitale vaardigheid. De interventies en programma’s zijn aanvullend op formeel onderwijs en dragen bij aan het normaliseren van leren en ontwikkelen gedurende de gehele levensloop.
Interventies en programma’s die worden gefinancierd vanuit de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) vallen niet onder deze regeling en dus ook niet onder dit deelplafond.
Interventies en programma’s kunnen onder meer bestaan uit:
Onder dit deelplafond vallen lokale laagdrempelige en preventieve voorzieningen, zoals bedoeld in artikel 2 van deze regeling, die gericht zijn op het versterken van onderlinge verbondenheid tussen inwoners, het bevorderen van actieve deelname aan de samenleving en het vergroten van sociale inclusie en zelfredzaamheid. De voorzieningen dragen bij aan een veerkrachtige en inclusieve gemeenschap door sociale netwerken, onderlinge steun en burgerschap te versterken en inwoners te ondersteunen om mee te doen en eigen regie te vergroten. De voorzieningen fungeren tevens als vindplaats en signaleringsplek voor (beginnende) problematiek en als laagdrempelige toegangspoort naar aanvullende ondersteuning, zorg of welzijn.
Wijkhuizen, reguliere voorzieningen binnen de brede basisondersteuning en regionale voorzieningen vallen niet onder deze regeling en daarom ook niet onder dit deelplafond.
Voorzieningen kunnen onder meer bestaan uit:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-193668.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.