Gemeenteblad van Aalsmeer
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Aalsmeer | Gemeenteblad 2026, 191614 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Aalsmeer | Gemeenteblad 2026, 191614 | ander besluit van algemene strekking |
Besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer tot vaststelling van de Budgethoudersregeling Aalsmeer 2026
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Budget: de middelen die via de programmabegrotingen of afzonderlijk genomen raadsbesluiten van Aalsmeer door de gemeenteraad beschikbaar zijn gesteld op programma’s, taakvelden, projecten of als investeringskredieten voor het realiseren van een aantal doelstellingen, resultaat- en/of presta-tieafspraken.
Budgetbeheerder: een door de budgethouder aangewezen medewerker die onder de verantwoorde-lijkheid van de budgethouder budgetbevoegdheid is toegekend.
Budgethouder: degene die bevoegd is ten laste van het aan hem toegekende budget en krediet uitgaven te doen of ten gunste van zijn budget inkomsten te genereren en die verantwoordelijk is voor het financieel beheer van de toegekende budgetten.
College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer.
Financiële verplichting: het aangaan van een overeenkomst voor de inkoop van een dienst, levering of werk, het toekennen van een subsidie dan wel elke andere onherroepelijke handeling die leidt tot een definitieve juridische binding van de gemeente Aalsmeer tot het doen van een uitgave evenals het vastleggen daarvan in de financiële administratie.
Hoofdbudgethouder: degene die ambtelijk eindverantwoordelijk is voor het totale beheer van de gemeentelijke financiële middelen. Dit betreft de gemeentesecretaris.
Loco-gemeentesecretaris: oefent bij gelijktijdige tijdelijke afwezigheid of verhindering van de ge-meentesecretaris het mandaat en de volmacht van de gemeentesecretaris bij wijze van waarne-ming volledig uit.
Medewerker: eenieder die werkzaam is bij de gemeente Aalsmeer op basis van een arbeidsover-eenkomst naar burgerlijk recht dan wel op andere basis en bij de gemeente Aalsmeer verantwoor-delijkheid draagt voor doelen, resultaten en prestaties.
(Senior) Strategisch adviseur: Functionaris ressorterend onder de gemeentesecretaris integraal verantwoordelijk voor de strategische advisering aan college en gemeenteraad voor een bepaald beleidsveld.
Strategisch adviseur concernfinanciën: functionaris ressorterend onder de gemeentesecretaris ver-antwoordelijk voor: de strategische advisering op financieel gebied aan de Kernorganisatie, college en raad.
Transactiebedrag: het bedrag in euro (exclusief btw) dat voortvloeit uit een financiële verplichting.
Vierogen-principe: maatregel waarbij geldt dat voor het uitvoeren van een handeling minimaal twee medewerkers nodig zijn zodat zij elkaar kunnen controleren.
Hoofdstuk 3 Aanwijzingen en verantwoordelijkheid budgethouders en budgetbeheerders
Hoofdstuk 5 Aangaan Financiële verplichtingen
Artikel 5 Algemene bepalingen aangaan financiële verplichtingen
Uitsluitend medewerkers die een mandaat hebben kunnen binnen de toekende financiële limiet voor het aangaan privaatrechtelijke overeenkomsten een contract of financiële verplichtingen aangaan. De mandaten zijn benoemd in het Mandaatbesluit kernorganisatie gemeente Aalsmeer 2022 en dienen te passen binnen de kaders van dit mandaatbesluit of latere actualisaties en het aanbestedingsbeleid.
Artikel 6 Bevoegdheden en verplichtingen budgethouder en budgetbeheerder
De budgethouder is bevoegd financiële verplichtingen aan te gaan onder de volgende randvoorwaarden:
Artikel 7 Budgetverschuivingen
De budgethouder is bevoegd binnen de aan hem/haar toegekende budgetten verschuivingen aan te brengen:
De budgethouder legt verantwoording af over de realisatie van de beleidsdoelstellingen en de besteding van middelen conform hetgeen is vastgelegd in de ‘Financiële Verordening 2025’ of later vastgestelde Financiële verordeningen met inachtneming van de bepaling uit de Financiële Verordening inzake de actieve informatieplicht.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 31 maart 2026.
De secretaris,
P. Simonse
De voorzitter,
mr. G.E. Oude Kotte
Bijlage 1 Toelichting op de budgethoudersregeling
Het doel van het hebben van een budgethoudersregeling is te komen tot:
De budgethoudersregeling moet een evenwichtige match zijn van enerzijds het geven van vertrouwen en anderzijds het overleggen van voldoende bewijslast dat processen hebben gewerkt zoals ze zijn opgezet alsmede snel en effectief dit kan worden aangetoond.
Hoe zijn in algemene zin de bevoegdheden verdeeld
De gemeenteraad is het kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende orgaan binnen de gemeente. De gemeenteraad oefent het formele budgetrecht uit. Deze expliciet in de Gemeentewet genoemde bevoegdheid komt onder andere tot uitdrukking in het feit dat de raad jaarlijks op het niveau van de thema’s per programma de begroting vaststelt. Hiermee stelt de raad vast welk beleid het komend jaar wordt uitgevoerd en autoriseert de raad ook de (financiële) middelen die nodig zijn om dat beleid te kunnen uitvoeren.
Met het vaststellen van de programmabegroting verkrijgt het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om het in de begroting opgenomen beleid van de gemeente uit te voeren. Daarbij mag het college tevens de middelen inzetten die op programma- en themaniveau daarvoor beschikbaar zijn gesteld. Het college wordt hierin ondersteund door de ambtelijke organisatie en is daartoe opdrachtgever van de directie. De directie houdt zich bezig met het managen van de organisatie als geheel, strategische ontwikkeling en advisering, het versterken van een integrale aanpak, concernsturing, het opdrachtgeverschap van kernorganisatie specifieke projecten en de optimalisering van de bedrijfsvoering.
Het college geeft in de vorm van de budgethoudersregeling opdracht aan de gemeentesecretaris om het budgethouderschap namens het college uit te oefenen. De gemeentesecretaris kent op zijn/ haar beurt de budgetverantwoordelijkheid toe aan de directeur bedrijfsvoering en (senior) strategisch adviseurs.
Met het accepteren van het budgethouderschap door een budgethouder neemt de budgethouder tevens de verantwoordelijkheid op zich om al het mogelijke te doen om het beoogde doel op een zo efficiënt en effectief mogelijke wijze te bereiken, de afgesproken prestaties te verrichten en tevens binnen het gestelde budget te blijven. Het is aan de budgethouder gevraagd en ongevraagd aan te tonen dat deze verantwoordelijkheid genomen is. Deze afspraken zijn ook van toepassing als je budgetbeheerder bent.
Artikelsgewijze toelichting budgethoudersregeling
Dit artikel beschrijft de belangrijkste begrippen uit de regeling.
Artikel 2 Samenstelling budget
Het is de verantwoordelijkheid van de budgethouder om de beschikbaar gestelde budgetten zodanig te specificeren dat per begrotingsactiviteit inzichtelijk is welke budgetten daarvoor beschikbaar zijn.
Artikel 3 Aanwijzing budgethouder en budgetbeheerder, Artikel 4 Verantwoordelijkheid budgethouder en budgetbeheerder en artikel 9 Maximaal toegestaan transactiebedrag
De hoofdbudgethouder is de gemeentesecretaris. Deze functionaris bepaalt wie in de organisatie budgetverantwoordelijkheid krijgt en is dus verantwoordelijk voor de wijze waarop het budgethou-derschap binnen de kernorganisatie wordt vormgegeven en wie als budgethouder kan fungeren. De hoofdbudgethouder benoemt één of meer vervangers.
Binnen de organisatie hebben de (senior) strategisch adviseurs een centrale rol. Zij zijn degenen die binnen hun domein verantwoordelijk zijn voor de resultaten. Gelet hierop worden de (senior) strategisch adviseurs aangewezen als budgethouder.
Budgethouders kunnen uitvoering en beheer van (deel)budgetten lager in de organisatie neerleggen bij een budgetbeheerder. De budgetbeheerder legt verantwoording af aan budgethouder. Budgetbeheerders dienen in het financieel systeem bekend te zijn. Vanaf 2022 geldt voor alle financiële handelingen het “vier-ogenprincipe” met een maximum tot € 50.000 voor budgetbeheerders, € 500.000 voor budgethouders. De hoofdbudgethouder heeft onbeperkte bevoegdheid. Met ingang van 1 januari 2026 is een directeur bedrijfsvoering benoemd. Voor alle financiële handelingen het “vier-ogenprincipe” is een maximum tot € 1.000.000 vastgelegd.
De budgethouder is bevoegd om aan budgetbeheerders een deel van de uitvoering lager in de organisatie te beleggen mits dat passend is binnen zijn/haar functie.
Lid 5 Overzicht van budgethouders en -beheerders
Voor een goed inzicht van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden wordt een overzicht bijgehouden van budgethouders en budgetbeheerders.
Als een budgetbeheerder initiator is van een verplichting, tekent de budgethouder deze af.
Artikel 4 Verantwoordelijkheid budgethouder en budgetbeheerder
Budgethouders leggen verantwoording af conform afspraken m.b.t. de P&C cyclus, aan de hoofdbudgethouder en college. Ben je budgetbeheerder dan leg je verantwoording af aan de budgethouder.
Iedere budgethouder en budgetbeheerder heeft bepaalde bevoegdheden en bijbehorende verantwoordelijkheden. De budgethouder en budgetbeheerder zijn degenen die er ambtelijk voor verantwoordelijk zijn om op een goede manier “als rentmeester” om te gaan met de toevertrouwende budgetten.
De verantwoordelijkheden van de budgethouder bestaat uit de volgende zaken (niet uitputtend):
Voor de budgetbeheerder gelden dezelfde verantwoordelijkheden als voor de budgethouder met dien verstande dat de budgethouder via de P&C cyclus verantwoording aflegt aan hoofdbudgethouder en college en de budgetbeheerder verantwoording aflegt aan de budgethouder. Ook de coördinatie van de informatie m.b.t. de P&C cyclus verloopt via de budgethouder.
Artikel 5 Algemene bepalingen aangaan financiële verplichtingen en artikel 6 Bevoegdheden en verplichtingen budgethouder en budgetbeheerder
We passen het “vier-ogenprincipe” toe. Voor het aangaan van een verplichting (en het afdoen van facturen zonder dat een verplichting is aangegaan) wordt een actieve check gedaan. Deze check betreft enerzijds dat deze verplichtingen passen binnen de doelstelling waarvoor het budget beschikbaar is gesteld en het juiste inkoopproces is gevolgd en anderzijds dat voldoende budget aanwezig is in de begroting.
Op het aangaan van verplichtingen en het afhandelen van facturen is het vier ogen van toepassing waarbij het tweede paar ogen altijd een budgethouder is.
De hoofdbudgethouder kan onbeperkt een nieuwe verplichting aangaan mits deze in de begroting is opgenomen en het College van B&W hier expliciet een besluit over heeft genomen.
Daarnaast moet, voordat een betaling plaatsvindt, worden vastgesteld dat de prestatie is geleverd. Documentatie waarop beoordeling van de prestatielevering plaatsvindt, wordt altijd digitaal opgeslagen. Bijvoorbeeld: vastleggen contract, verplichting, prestatieverklaring of een opmerking van de wijze van prestatielevering in het opmerkingenveld bij de factuur.
Artikel 7 Budgetverschuivingen
In de spelregels staat dat we niet meer prestatie leveren dan afgesproken en budgethouders ernaar streven om onontkoombare afwijkingen gedurende het uitvoeringsjaar binnen programma's op te lossen conform de budgetregeling. Dat vraagt een actieve samenwerking waarbij budgethouders onderling met elkaar ook in gesprek gaan en elkaar scherp houden.
Omdat we kiezen om deze afwijkingen direct in een bestuursrapportage te verankeren, moeten we tekstueel blijk geven van politiek/bestuurlijke sensitiviteit en gezond verstand en dat we dat we in de bestuursrapportages alleen financiële harde afwijkingen (die ondanks aantoonbare beheersmaatregelen onontkoombaar zijn) en autonome ontwikkelingen melden. Als er namelijk nog geen beheersmaatregelen zijn toegepast, moet dat eerst.
Aard van de wijziging Bevoegdheid
|
Verschuiving in de lasten en/of baten binnen één kostenplaats of product |
|||
|
Verschuiving in de lasten en/of baten tussen kostenplaats / product binnen één programma |
|||
Structurele product- en/of programmabudgetten en structurele bedrijfsvoeringsbudgetten worden niet overgeheveld. Onderbestedingen vloeien terug naar de algemene middelen. Daarbij is wel de spelregel van kracht dat de organisatie (tijdig en met een onderbouwing) moet en kan aankloppen bij het bestuur als in enig jaar blijkt dat er incidenteel extra middelen nodig blijken. Dat kan via de bestuursrapportage of, indien sprake is van urgentie, tussentijds.
Incidentele budgetten kunnen alleen overgeheveld worden als de prestatie niet in het begrotingsjaar is geleverd en deze prestatielevering in een volgend jaar nog wel gaat plaatsvinden. Een incidenteel budget is maximaal voor 3 jaar toegekend.
Budgetoverheveling is in beginsel een uitzondering, zijn tijdig in beeld en is geen automatisme. Het bestuur neemt hierover een apart besluit. Bij het uitkomen van de 2e Bestuursrapportage worden de over te hevelen budgetten in beeld gebracht.
Voor incidentele bedrijfsvoeringsbudgetten geldt dat budgetoverheveling alleen kan als het overhe-velingsvoorstel met een concreet plan is onderbouwd. Overheveling vindt alleen plaats als er objectieve factoren zijn die uitloop naar een volgend jaar veroorzaakt en een voorstel, met onderbouwing, wordt ingediend aan het bestuur.
De budgethouder dient verantwoording af te leggen over de realisatie van de beleidsdoelstellingen en de besteding van middelen conform hetgeen is vastgelegd in de Financiële Verordening.
Artikel 10 Vervanging van de budgethouder
Inzake de vervanging kunnen budgethouders zich horizontaal laten vervangen. Budgetbeheerder kunnen zich laten vervangen door een collega bij afwezigheid als deze door de budgethouder is aangewezen. Ingeval horizontale vervanging niet mogelijk is bepaalt dit artikel de tweede en derde keuze voor vervanging van de budgethouder.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-191614.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.