Gemeenteblad van Sittard-Geleen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Sittard-Geleen | Gemeenteblad 2026, 191545 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Sittard-Geleen | Gemeenteblad 2026, 191545 | beleidsregel |
Toewijzingsbeleid nieuwe woonwagenstandplaatsen Westelijke Mijnstreek
Burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen
in het ‘Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onder meer bepaald is dat rekening gehouden dient te worden met de mensenrechten en woonbehoeften van woonwagenbewoners en daarbij zo mogelijk tegemoet wordt gekomen aan de wens om in familieverband samen te leven;
vast te stellen het ‘toewijzingsbeleid nieuwe woonwagenstandplaatsen Westelijke Mijnstreek’.
In dit beleidskader wordt verstaan onder:
Standplaats: Een kavel dat bestemd is voor het plaatsen van een woonwagen waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, van andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten, zoals omschreven in de Woningwet, artikel 1 onder woongelegenheid, sub. C.
Woonwagen: Een voor bewoning bestemd zijnde gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst, als omschreven in de Woningwet, artikel 1 onder woongelegenheid, sub. B. Een prefab woning, chalet of houtskeletbouwwoning wordt in dit beleid ook gezien als woonwagen.
Om bij een nieuwe standplaats transparant, uitlegbaar en stabiel te kunnen handelen hanteren we een aantal uitgangspunten.
Onderstaande volgorde wordt toegepast voor het toewijzen van een standplaats:
Kinderen vanaf 18 jaar die aantoonbaar minimaal 5 jaar feitelijk inwonen én ingeschreven staan bij hun ouder(s) op de woonwagenlocatie. Zijn er meerdere inwonende kinderen op de woonwagenlocatie die in aanmerking komen voor een standplaats, dan wordt geselecteerd op leeftijd (van oud naar jong).
Kinderen vanaf 18 jaar die voorheen aantoonbaar feitelijk bij hun ouder(s) op de woonwagenlocatie hebben gewoond én ingeschreven hebben gestaan. Zij zijn in een andere woonvorm gaan wonen, omdat er geen uitzicht was op een standplaats. Zijn er meerdere uitwonende kinderen op de woonwagenlocatie die in aanmerking komen voor een standplaats, dan wordt geselecteerd op leeftijd (van oud naar jong).
Kleinkinderen vanaf 18 jaar die aantoonbaar minimaal 5 jaar feitelijk inwonen en ingeschreven staan bij hun grootouder(s) op de woonwagenlocatie. Zijn er meerdere inwonende kleinkinderen op de woonwagenlocatie die in aanmerking komen voor een standplaats, dan wordt geselecteerd op leeftijd (van oud naar jong).
3.4 Uitwonende kleinkinderen/Spijtoptanten
Kleinkinderen/spijtoptanten vanaf 18 jaar die aantoonbaar feitelijk bij hun grootouder(s)/op de woonwagenlocatie hebben gewoond én ingeschreven hebben gestaan. Zij zijn in een andere woonvorm gaan wonen, omdat er geen uitzicht was op een standplaats. Zijn er meerdere uitwonende kleinkinderen op de woonwagenlocatie die in aanmerking komen voor een standplaats, dan wordt geselecteerd op leeftijd (van oud naar jong).
Spijtoptanten zijn voormalige bewoners van een woonwagenlocatie die voorheen een standplaats/woonwagenwoning bewoonden, maar vrijwillig vertrokken zijn naar een andere woonvorm. Hierbij heeft de spijtoptant met de meeste woonhistorie/ familiebanden op locatie voorrang ten opzichte van de ander. Als er spijtoptanten zijn met dezelfde woonhistorie dan heeft de spijtoptant met de meeste familiebanden voorrang ten opzichte van de ander. Als er dan nog sprake is van gelijkheid dan bepaalt de gemeente op welke wijze en aan wie de standplaats wordt toegewezen. Wie de meeste rechten heeft wordt bepaald door de gemeente.
Ouders van bewoners van een woonwagenlocatie. Hierbij heeft de ouder met de meeste familiebanden op locatie voorrang ten opzichte van de ander. Als beide gelijke familiebanden hebben op de locatie dan bepaalt de gemeente op welke wijze en aan wie de standplaats wordt toegewezen. Wie de meeste rechten heeft wordt bepaald door de gemeente.
Broers of zussen van bewoners van een woonwagenlocatie. Hierbij heeft de broer/zus met de meeste woonhistorie/familiebanden op locatie voorrang ten opzichte van de ander. Als er broers/zussen zijn met dezelfde woonhistorie dan heeft de broer/zus met de meeste familiebanden voorrang ten opzichte van de ander. Als er dan nog sprake is van gelijkheid dan bepaalt de gemeente op welke wijze en aan wie de standplaats wordt toegewezen. Wie de meeste rechten heeft wordt bepaald door de gemeente.
Ooms of tantes van bewoners van een woonwagenlocatie. Hierbij heeft de oom/tante met de meeste woonhistorie/familiebanden op locatie voorrang ten opzichte van de ander. Als er ooms/tantes zijn met dezelfde woonhistorie dan heeft de oom/tante met de meeste familiebanden voorrang ten opzichte van de ander. Als er dan nog sprake is van gelijkheid dan bepaalt de gemeente op welke wijze en aan wie de standplaats wordt toegewezen. Wie de meeste rechten heeft wordt bepaald door de gemeente.
Neven of nichten van bewoners van een woonwagenlocatie. Hierbij heeft de neef/nicht met de meeste woonhistorie/familiebanden op locatie voorrang ten opzichte van de ander. Als er neven/nichten zijn met dezelfde woonhistorie dan heeft de neef/nicht met de meeste familiebanden voorrang ten opzichte van de ander. Als er dan nog sprake is van gelijkheid dan bepaalt de gemeente op welke wijze en aan wie de standplaats wordt toegewezen. Wie de meeste rechten heeft wordt bepaald door de gemeente.
Als er geen kandidaten zijn uit bovenstaande genoemde familierelaties wordt er in goed overleg bepaald aan wie de vrijkomende standplaats/woonwagenwoning vervolgens zal worden toegewezen. We bekijken wie volgens de wachtlijst/inschrijving Thuis in Limburg in aanmerking komt. We houden hierbij rekening met de dan zijnde familieverhoudingen en hanteren hierin een hardheidsclausule.
Indien er naar het oordeel van de gemeente en andere organisaties (zoals de woningcorporatie, veiligheidsinstanties en betrokken maatschappelijke organisaties) er sprake is van een medische en/of in sociaal aantoonbare urgente situatie, kan in afwijking van bovenstaande, aan een standplaatszoekende voorrang worden verleend.
(Het gaat hier om een ‘collectieve’, gezamenlijke afweging tussen partijen waarbij hier ook het uitgangspunt dient te gelden dat e.e.a. beargumenteerd uitlegbaar dient te zijn).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-191545.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.