Gemeenteblad van Beek
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Beek | Gemeenteblad 2026, 190787 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Beek | Gemeenteblad 2026, 190787 | beleidsregel |
Beleidsregels gebiedsontzegging en verwijderingsbevelen gemeente Beek 2026
Wat houdt deze beleidsregel in?
Deze beleidsregel vindt haar formele grondslag in artikel 2:1, tweede lid, en artikel 2:79 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Beek. Op grond van artikel 2:1, tweede lid, kan de burgemeester ter beëindiging van samenscholing of ander groepsgedrag op of aan een openbare plaats dat de openbare orde verstoort of dreigt te verstoren, een verwijderingsbevel geven aan één of meer personen. Dit bevel strekt ertoe dat betrokkene zich onmiddellijk verwijdert en verwijderd blijft, teneinde een (dreigende) ordeverstoring te beëindigen.
Artikel 2:79 van de APV Beek biedt de burgemeester de bevoegdheid om een gebiedsontzegging op te leggen. Dit betreft een verdergaande bestuurlijke maatregel, inhoudende dat betrokkene gedurende een bepaalde periode een aangewezen gebied niet mag betreden, veelal in reactie op herhaald of ernstig overlastgevend of ordeverstorend gedrag en ter voorkoming van nieuwe ordeverstoringen.
Namens de burgemeester van de gemeente Beek kunnen politieagenten aan personen een gebiedsontzegging (meerdere dagen tot weken) of een verwijderingsbevel (12 uur) opleggen. Het is een verbod om gedurende deze periode in een aangewezen gebied of meerdere gebieden aanwezig te zijn.
Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Beek houdende regels omtrent gebiedsontzegging en verwijderingsbevelen;
(Beleidsregels gebiedsontzegging en verwijderingsbevelen gemeente Beek 2026).
gelet op artikel 4:81 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 2:1, tweede lid en 2:79 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Beek en artikel 170 van de Gemeentewet.
Een gebiedsontzegging wordt opgelegd aan personen die de openbare orde hebben verstoord. Hierbij wordt onder meer, doch niet-limitatief, gedoeld op: samenscholing, intimiderend groepsgedrag, handel in drugs, openlijk drugsgebruik, geweldpleging, doelloos ophouden in of rondom portieken van woningen en/of in of rondom winkels en/of horecazaken, belemmering van de vrije doorgang, schreeuwen, urineren, onvoorspelbare agressiviteit, voetballen op of tegen niet daarvoor bestemde plaatsen (zoals een voetbalveld) en het anderszins lastig vallen van inwoners of bezoekers. Hoe zwaarder de feiten, hoe langer de gebiedsontzegging geldt. Ook bij recidive (herhaalde overtreding) wordt de duur van de ontzegging langer.
Landelijk zijn de gebiedsontzeggingen in de loop van de jaren een zeer effectief middel gebleken om hinderlijk en openbare orde verstorend gedrag stevig aan te pakken. De ontzegging kan direct na de verstorende gedraging op straat worden gegeven. Waarbij de overtreder meteen zijn zienswijzen kan geven. Het besluit wordt aan de hand van een voorgedrukt besluit ingevuld en meteen fysiek uitgereikt. Het effect is groot omdat de maatregel meestal direct na de gedraging volgt.
Afhankelijk van onder meer de gedraging en de impact daarvan op de omgeving, de locatie en het tijdstip kan er ook gekozen worden om een verwijderingsbevel te geven. Dit is de meest milde vorm van een gebiedsontzegging omdat de tijdsduur (in beginsel 12 uur) beperkt is en daarmee de bewegingsvrijheid van de overtreder minimaal beperkt wordt. Of andersom, een stevige en niet vrijblijvende waarschuwing.
Onder openbare orde wordt in ieder geval aangemerkt de normale gang van het maatschappelijk leven op een bepaalde plaats en onder de gegeven omstandigheden. Wat in de ene buurt als redelijk of normaal gezien wordt, kan op een andere locatie wel als verstorend ervaren worden.
De toepassing van de beleidsregels beperkt zich niet tot de openbare ruimte. Zo kunnen gedragingen in een winkel of een horeca-inrichting wel degelijk relevant zijn voor de openbare orde en ten grondslag kunnen liggen aan een gebiedsontzegging. Tevens kunnen strafbare feiten die zich afspelen in een voor het publiek toegankelijke inrichting (zoals een café of discotheek) de basis zijn voor een gebiedsontzegging. De feiten hoeven dus niet per definitie op straat plaats te vinden, maar er moet wel een relatie zijn met de openbare orde.
In deze beleidsregel staan verschillende begrippen. Hier leest u van de meeste begrippen wat ze betekenen.
Gedragingen: onder gedragingen wordt verstaan het handelen of nalaten van een persoon dat kan worden aangemerkt als een overtreding of misdrijf. Dit begrip is niet beperkt tot strafbare feiten in het Sr, maar omvat tevens overtredingen en misdrijven op grond van andere wet- en regelgeving, waaronder begrepen (maar niet beperkt tot) de Algemene Plaatselijke Verordening, bijzondere wetten en overige toepasselijke regelgeving.
Afwijkingsbevoegdheid: Artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat ‘het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen’.
Het doel van een verwijderingsbevel en een gebiedsontzegging is het handhaven en herstellen van de openbare orde en het voorkomen van (verdere) ordeverstoringen. Het betreft bestuurlijke ordemaatregelen met een preventief karakter: zij zijn erop gericht een actuele of dreigende verstoring te beëindigen en herhaling te voorkomen en strekken niet tot bestraffing.
Teneinde de effectiviteit en doelmatigheid te vergroten, wordt het opleggen van een gebiedsontzegging en het verwijderingsbevel gemandateerd aan de politie en buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam voor de gemeente Beek. De burgemeester blijft te allen tijde bevoegd zelf gebruik te maken van deze bevoegdheden.
Artikel 6 Gebiedsontzegging gedurende 48 uur
Indien ten aanzien van een betrokkene die een bestuurlijke waarschuwing heeft ontvangen nogmaals een strafbaar feit en/of een openbare orde verstorende handeling wordt geconstateerd, wordt aan die betrokkene in beginsel, conform artikel 2:79 eerste lid van de onderhavige APV, een gebiedsontzegging opgelegd voor de duur van 48 uur.
Artikel 7 Gebiedsontzegging gedurende ten hoogste 12 weken
Aan een betrokkene die zich binnen zes maanden na het opleggen van een eerdere gebiedsontzegging in hetzelfde gebied opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit of een openbare orde verstorende handeling, wordt in beginsel een gebiedsontzegging opgelegd voor de duur van het in bijlage 2 bij deze beleidsregel genoemde tijdvak. Deze ontzegging heeft betrekking op de in het besluit aangewezen plaatsen waar, of in de nabijheid waarvan, het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling heeft plaatsgevonden.
Artikel 8 Uitgangspunt opleggen gebiedsontzegging
Een gebiedsontzegging geldt in beginsel voor het gebied waarbinnen het strafbare feit en/of de openbare orde verstorende handeling heeft plaatsgevonden. Dit gebied wordt in de gebiedsontzegging nader beschreven en/of er wordt een kaart van het gebied waarvoor de ontzegging geldt bij de gebiedsontzegging gevoegd.
Artikel 9 Zienswijze betrokkene
Voordat een gebiedsontzegging wordt opgelegd, wordt de betrokkene in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze over het voorgenomen besluit kenbaar te maken. De mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze wordt geboden direct nadat het strafbare feit en/of de openbare orde verstorende handeling is geconstateerd. De zienswijze wordt schriftelijk vastgelegd.
Artikel 10 Uitzonderingsgrond gebiedsontzegging
Indien de betrokkene kan aantonen dat hij een zwaarwegend belang heeft om zich op een bepaalde plaats in het gebied op te houden, dan kan de burgemeester voorzien in een beperkte uitzondering of route, voor zover dit verenigbaar is met het doel van de maatregel en de openbare orde. Het is de betrokkene in dat geval slechts toegestaan om de desbetreffende locatie via de aangegeven looproute te bereiken. Het is betrokkene nadrukkelijk niet toegestaan om zich langer dan strikt noodzakelijk op deze route te begeven, zich hier onnodig op te houden en/of anderszins overlastgevend te gedragen.
Artikel 11 Inwerkingtreding en cumulatie gebiedsontzegging
In geval van een betrokkene die individueel of in groepsverband de openbare orde ernstig heeft verstoord of bij groepsgewijze ernstige verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad, dan wel herhaaldelijk individueel of in groepsverband de openbare orde heeft verstoord of bij groepsgewijze verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad, bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde, kan de burgemeester in afwijking van de gebiedsontzegging uit artikel 2:79 van de APV rechtstreeks toepassing geven aan artikel 172a en artikel 172b van de Gemeentewet. Ook na een gebiedsontzegging op grond van de APV voor de duur van twaalf weken, kan de burgemeester een gebiedsverbod opleggen op grond van de Gemeentewet. De mogelijkheid voor een gebiedsverbod op grond van de Gemeentewet wordt in deze beleidsregel verder buiten beschouwing gelaten.
Voor de bestuurlijke waarschuwing en de gebiedsontzegging van 48 uur wordt de bevoegdheid gemandateerd aan de ambtenaren van de politie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder a van de Politiewet 2012 en aan buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam voor de gemeente Beek. Ook de bevoegdheid om namens de burgemeester mondeling een voornemen te uiten tot het opleggen van een gebiedsontzegging voor een langere periode dan 48 uur en het opnemen van de zienswijze, wordt gemandateerd aan de genoemde ambtenaren.
Voor het opleggen van een gebiedsontzegging voor de duur van twee weken of langer levert de politie een dossier aan bij de gemeente Beek. Dit dossier dient in ieder geval te bevatten:
een op ambtsbelofte/ambtseed opgemaakt proces-verbaal van bevindingen of een bestuurlijke rapportage waarin alle relevante bij de politie bekende en geregistreerde gedragingen van de betrokkene zijn vastgelegd met als doel om een totaalbeeld van de gedragingen van betrokkene te schetsen en inzicht te geven in de wijze van de totstandkoming van de gebiedsontzegging;
Artikel 14 Bevoegdheid afwijken van deze beleidsregels
In deze beleidsregel heeft de gemeente Beek omschreven in welke gevallen de burgemeester de bevoegdheid heeft om een gebiedsontzegging op te leggen. De burgemeester zal doorgaans handelen conform het geldende beleid, maar behoudt het recht om hiervan af te wijken in overeenstemming met artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht. Van deze discretionaire bevoegdheid zal enkel gebruik worden gemaakt als door het toepassen van de beleidsregel één of meer belanghebbenden gevolgen zouden ervaren die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot het met deze beleidsregel te dienen doel.
Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking in het elektronische Gemeenteblad op www.overheid.nl.
BIJLAGE 1: Strafbare feiten en openbare orde verstorende handelingen
BIJLAGE 2: Tabel duur ontzegging
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-190787.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.