Gemeenteblad van Capelle aan den IJssel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Capelle aan den IJssel | Gemeenteblad 2026, 190628 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Capelle aan den IJssel | Gemeenteblad 2026, 190628 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling evenementen Capelle aan den IJssel 2026
Het bepaalde in deze subsidieregeling is alleen van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.
Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor het organiseren van een evenement. Het evenement dient te voldoen aan de volgende criteria:
Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Voor subsidie komen alleen in aanmerking de redelijkerwijs te maken kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 3.
Artikel 10. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Onverminderd het bepaalde in het tweede lid vindt de verdeling van het subsidieplafond plaats op basis van de volgorde van binnenkomst van de aanvragen die voldoen aan de eisen van de ASV en deze subsidieregeling, te rekenen vanaf 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het gemeentelijke begrotingsjaar waarop de aanvraag betrekking heeft. Indien op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één aanvraag wordt ontvangen, wordt de onderlinge rangschikking van de aanvragen vastgesteld door middel van loting.
Artikel 12. Aanvraag tot vaststelling
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 10, 14,15 en 16 van de ASV dient de subsidieontvanger bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie aan te tonen dat in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3, onder b, minimaal 15% respectievelijk 50% van de totale inkomsten voor het evenement heeft bestaan uit andere inkomsten dan de verleende subsidie.
Indien uit de aanvraag tot vaststelling blijkt dat een evenement met een economische impact heeft geleid tot een hogere winst voor de subsidieontvanger dan 10% van de omzet van het evenement, wordt de verleende subsidie bij de subsidievaststelling verminderd met het met de hogere winst corresponderende bedrag. Voor zover als gevolg daarvan aan de subsidieontvanger een te hoog bedrag is betaald wordt het te veel betaalde teruggevorderd.
Capelle aan den IJssel, 31 maart 2026
Het college van burgemeester en wethouders voornoemd,
de secretaris,
de burgemeester,
Deze regeling bevat op onderdelen specifieke aanvullingen of wijzigingen op de ASV.
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Deze subsidieregeling maakt het mogelijk dat vanaf 2026 evenementen worden gesubsidieerd die alleen economische impact hebben. Met deze evenementen mag ook winst worden gemaakt (artikel 3, onder d).
Een evenement met economische impact heeft vier kenmerken:
Deze kenmerken tezamen houden in dat een evenement met economische impact met name draait om het aantrekken van bezoekers met het oog op omzetverhoging voor horeca, detailhandel of andere commerciële partijen in onze gemeente. De economische impact is voorzien, gewenst en gefaciliteerd. Het is dus geen neveneffect.
Naast dat de subsidieontvanger winst mag maken met dit evenement (iets wat bij andere gesubsidieerde activiteiten niet is toegestaan), geldt de voorwaarde dat ook andere partijen profijt moeten hebben van het evenement. Het evenement moet dus bezoekers aantrekken die tijdens of rondom het evenement bestedingen doen binnen de gemeente. Dit kan bijvoorbeeld gaan om uitgaven aan horeca, winkels of andere lokale voorzieningen. Het gaat daarbij om effecten die verder reiken dan de eigen organisatie van het evenement. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat subsidie wordt ingezet ter versterking van alleen het horeca- of detailhandelsbedrijf van de subsidieontvanger.
Tot slot kenmerkt een evenement met economische impact zich doordat er niet primair sprake is van een sportief of cultureel doel. Het evenement dient vooral een economisch doel. Dat verandert niet in een evenement met een sportief of cultureel doel als het evenement ook een sportieve of culturele component heeft. Een jaarmarkt wordt dus niet een evenement met een sportief of cultureel doel, als daarbij ook een hardloopwedstrijd of een tentoonstelling wordt georganiseerd. Een evenement kan wel een cultureel of sportief thema hebben. Maar als uit de opzet en uitvoering blijkt dat het evenement in overwegende mate is gericht op het genereren van economische activiteit, dan wordt het gezien als een evenement met economische impact.
Met de onder b gebruikte term “verplaatsbaar” wordt bedoeld dat een evenement, indien nodig, naar een andere locatie zou kunnen uitwijken.
Dit artikel spreekt voor zichzelf.
Onderdeel a houdt in dat, naast evenementen met een cultureel of sportief doel, ook evenementen die een economische impact hebben in aanmerking kunnen komen voor subsidie. De gemeente vindt het belangrijk om met een divers en aantrekkelijk aanbod van evenementen de levendigheid in de stad te vergroten en een bruisende gemeente te zijn voor inwoners, bezoekers en bedrijven. Hiertoe wil de gemeente niet alleen evenementen met een cultureel of sportief doel subsidiëren, maar ook evenementen met economische impact die bijdragen aan de versterking van de lokale horeca en detailhandel. Hierbij kan gedacht worden aan het organiseren van een jaarmarkt, een culinair feest of een ander evenement dat bijdraagt aan een aantrekkelijke evenementenkalender en de levendigheid van de stad.
Een evenement hoeft niet aan alle criteria genoemd onder a te voldoen maar moet hetzij een sportief doel, hetzij een cultureel doel, hetzij economische impact hebben. Als met een evenement meer dan 1 van deze doelen wordt bereikt kan het uiteraard ook in aanmerking komen voor subsidie.
In artikel 3, onder b, staat de eis dat evenementen meer financieringsbronnen dienen te hebben naast de gevraagde subsidie. De gemeente vindt het belangrijk dat er meerdere financieringsbronnen voor een evenement zijn. Aanvragers van evenementen met een sportief of cultureel doel dienen daarom 15% van de noodzakelijke inkomsten uit andere bronnen te halen. De gemeente voorziet dan in maximaal 85% van de inkomsten. Bij evenementen die niet primair een sportief of cultureel doel hebben en waarbij sprake is van een economische impact, bedraagt dit percentage 50%. Dit staat beschreven in onderdeel b ii.
Rekenvoorbeeld: voor een cultureel evenement is € 10.000,- aan inkomsten nodig. Het college zal maximaal 85% van dat bedrag als subsidie verlenen (€ 8.500,-). De overige 15% (€ 1.500,-) dient de aanvrager uit andere bronnen te verkrijgen. Hierbij kan gedacht worden aan andere fondsen, sponsoring, het verkrijgen van diensten in natura, etc. In natura diensten kunnen een uitgave volledig compenseren of gedeeltelijk verlagen.
Op grond van artikel 3 van de ASV bepaalt het college voor zover van toepassing in een subsidieregeling tevens welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen. In dit artikel wordt voor de Subsidieregeling evenementen vastgelegd aan welke partijen een subsidie kan worden verstrekt.
Een subsidieontvanger kan desgewenst in een jaar subsidie aanvragen voor meer dan één te organiseren evenement.
Ten aanzien van subsidieverstrekking aan (een groep van) natuurlijke personen wordt het volgende opgemerkt:
1. Belang aansprakelijkheidsverzekering
De gemeente is in beginsel niet aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten. Degene die de activiteit uitvoert en daarbij (op onrechtmatige wijze) schade veroorzaakt wel. Voor natuurlijke personen geldt dat zij voor deze schade privé aansprakelijk zijn. Het is daarom van belang dat de subsidieontvanger een aansprakelijkheidsverzekering heeft die dergelijke schade vergoedt. Natuurlijke personen die op individuele basis gesubsidieerde activiteiten ontplooien, hebben in dit kader een andere positie dan natuurlijke personen die in organisatorisch verband actief zijn.
1A. Aansprakelijkheidsverzekering - groep van natuurlijke personen
Indien de subsidieontvanger een groep van natuurlijke personen betreft, kan deze groep vallen onder de dekking van de VNG Vrijwilligersverzekering, waarvoor de gemeente een polis heeft afgesloten bij Centraal Beheer Achmea. Deze verzekering is afgesloten ten behoeve van alle vrijwilligers die in enig organisatorisch verband onverplicht en onbetaald werkzaamheden verrichten ten behoeve van anderen en/of de samenleving en waarbij een maatschappelijk belang wordt gediend. Wat betreft natuurlijke personen bestaat het collectief verzekeringspakket uit:
Het gaat hierbij om een secundaire verzekering. Dit betekent dat deze verzekering alleen van kracht is, voor zover de schade niet is gedekt door een andere verzekering al dan niet van oudere datum.
Men hoeft zich niet als vrijwilliger aan te melden voor de verzekering. Ook hoeft geen urenregistratie te worden bijgehouden.
1B. Aansprakelijkheidsverzekering - natuurlijke personen die niet in organisatorisch verband actief zijn
Indien de subsidieontvanger een natuurlijk persoon is die op individuele basis actief is, zonder dat sprake is van enig organisatorisch verband, dan valt deze subsidieontvanger niet onder de dekking van bovengenoemde verzekering. In dit geval is de subsidieontvanger afhankelijk van een eigen persoonlijke aansprakelijkheidsverzekering, waarbij het de vraag is of de persoonlijke aansprakelijkheidsverzekering schade dekt die voortvloeit uit de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten. Het is de verantwoordelijkheid van de subsidieontvanger om in dit geval contact op te nemen met zijn of haar verzekeraar om na te gaan wat onder de dekking van de verzekering valt en na te gaan wat de mogelijke (financiële) risico’s zijn.
Wie in een groep van natuurlijke personen of als individueel natuurlijk persoon subsidie ontvangt, krijgt dit op persoonlijke titel. Dit betekent dat wanneer de afgesproken prestaties (waarvoor de subsidie is verleend) niet worden geleverd, de subsidie kan worden teruggevorderd. In dit geval is/zijn de subsidieontvanger(s) met zijn of haar privévermogen aansprakelijk.
Indien een natuurlijk persoon een bijstandsuitkering ontvangt en hij of zij voornemens is om een subsidie aan te vragen, dan wordt aangeraden om voorafgaand aan de subsidieaanvraag dit voornemen te bespreken met de betrokken casemanager van Sociale Zaken IJsselgemeenten. Dit om te voorkomen dat de subsidie gezien wordt als inkomsten en mogelijk in mindering worden gebracht op de uitkering, dan wel dat de uitkering later worden teruggevorderd of dat er zelfs een boete wordt opgelegd. Ook zal de betrokken casemanager beoordelen of het is toegestaan om de gesubsidieerde activiteiten uit te voeren met behoud van uitkering en of dit past binnen een eventueel re-integratietraject.
Indien een natuurlijk persoon een uitkering, anders dan een bijstandsuitkering, ontvangt en hij of zij voornemens is om een subsidie aan te vragen, dan wordt aangeraden om voorafgaand aan de subsidieaanvraag dit voornemen te bespreken met de betrokken uitkerende instantie. In overleg met de instantie kan worden bepaald of het ontvangen van een subsidie en het uitvoeren van de gesubsidieerde activiteiten mogelijk is of niet.
Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Kosten die niet direct zijn verbonden met de uitvoering van de te subsidiëren activiteiten en die derhalve niet in aanmerking komen voor subsidie zijn in ieder geval, maar niet uitsluitend:
Artikel 6. Hoogte van de subsidie
In het eerste lid wordt een aantal evenementen genoemd waarvoor jaarlijks een bedrag beschikbaar is. Het gaat hier om evenementen die in de gemeente traditiegetrouw door bepaalde partijen worden georganiseerd en waarvan het college het belangrijk vindt dat deze ieder jaar terugkomen. De in het eerste lid genoemde evenementen en maximum subsidiebedragen staan niet voor altijd vast. Door wijziging van de subsidieregeling kan worden gekozen voor andere evenementen, organisatoren en subsidiebedragen of kunnen de uitgangspunten van het eerste lid zelfs geheel komen te vervallen.
Voor de evenementen genoemd in het eerste lid, dienen de organisatoren nog wel een subsidieaanvraag in te dienen en de subsidie zal vanzelfsprekend alleen worden verstrekt als is voldaan aan alle voorwaarden die voor het verlenen van een subsidie gesteld zijn.
Het tweede lid vermeldt de maximale subsidiebedragen voor andere evenementen. Zoals blijkt uit het bepaalde bij de onderdelen a en b, hangt de hoogte van het subsidiebedrag af van het bereik van het evenement en het aantal bezoekers.
De in het eerste lid genoemde bedragen kunnen jaarlijks aangepast worden op basis van het door het college vastgestelde indexcijfer, zoals opgenomen in de jaarlijkse uitgangspuntenbrief Begroting en Planning & Controlcyclus (2026 = 100).
In artikel 3, onder b, worden eisen gesteld aan de omvang waarin het evenement wordt betaald uit andere financieringsbronnen dan de gevraagde subsidie. Die omvang varieert, afhankelijk van het antwoord op de vraag of het evenement een sportief of cultureel doel heeft of alleen economische impact. In de aanvraag moet worden uiteengezet hoe het relevante percentage aan cofinanciering wordt behaald. Voor de evenementen die bij naam worden genoemd in artikel 3, onder b, geldt geen cofinancieringseis.
Dit artikel spreekt voor zichzelf.
Dit artikel spreekt voor zichzelf.
Artikel 10. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Het subsidieplafond wordt verdeeld op basis van de volgorde van binnenkomst van de aanvragen, waarbij de aanvragen kunnen worden ingediend vanaf 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het gemeentelijke begrotingsjaar waarin het gesubsidieerde evenement zal plaatsvinden, tot uiterlijk zes weken voorafgaand aan het evenement. Als een aanvraag niet compleet is, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om zijn aanvraag aan te vullen. In dat geval geldt de datum waarop de aanvraag is gecompleteerd als ontvangstdatum.
Op grond van het tweede lid hebben de evenementen Koningsdag en Sinterklaasintocht voorrang bij de verdeling van het subsidieplafond. De organisatoren van deze evenementen moeten bij hun aanvraag uiteraard wel de termijnen genoemd in artikel 8, eerste lid, in acht nemen.
Een belangrijk aspect van het creëren van een veilige omgeving voor kinderen is het voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Bij de invulling van het beleid, dat erop gericht is om een veilige omgeving voor kinderen te waarborgen, kan gedacht worden aan het vragen van een Verklaring omtrent het gedrag (VOG) van medewerkers die met kinderen werken.
In het derde lid van dit artikel is een aantal duurzaamheidseisen opgenomen voor grote evenementen. De gemeente verwacht van de subsidieontvanger bij de subsidieaanvraag een duurzaamheidsplan te ontvangen waarin omschreven wordt op welke wijze invulling wordt gegeven aan de eisen genoemd in het derde lid van dit artikel (artikel 7, derde lid).
Artikel 12. Aanvraag tot vaststelling
Artikel 4:46, tweede lid, van de Awb geeft het college de bevoegdheid om in bepaalde gevallen de subsidie lager vast te stellen dan het bedrag van de verleende subsidie. Het college kan dit bijvoorbeeld doen, indien de subsidieaanvrager onjuiste gegevens heeft verstrekt en een lagere subsidie zou zijn verleend als de gegevens wel juist waren geweest. In gevallen waarin de subsidie lager wordt vastgesteld is het college onder andere ook bevoegd om dat deel van het subsidiebedrag terug te vorderen dat, bijvoorbeeld als voorschot, te veel is uitbetaald (artikel 4:57, eerste lid, van de Awb).
Artikel 12, tweede lid, van de Subsidieregeling evenementen werkt deze bevoegdheden van het college uit, voor het geval waarin de aanvrager van een subsidie voor een evenement met economische impact de met het evenement te maken winst verkeerd heeft ingeschat. Als dat aan de orde is zal het college ook in andere gevallen van de hier bedoelde bevoegdheden gebruik maken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-190628.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.