Gemeenteblad van Ooststellingwerf
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ooststellingwerf | Gemeenteblad 2026, 189729 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ooststellingwerf | Gemeenteblad 2026, 189729 | beleidsregel |
Beleidsregels Participatiewet, Ioaw, Ioaz en Bbz Ooststellingwerf 2026
Artikel 3. Bijstandsaanvragen van jongeren voor afloop van de zoektermijn
Artikel 5. Inlichtingen- en/of meldingsplicht
Bij een lopende uitkering worden inlichtingen en gegevens onmiddelijk/ zonder uitstel aangeleverd. Hiermee wordt bedoeld dat de inlichtingen in ieder geval worden vermeld op het mutatieformulier/wijzigingsformulier in de maand waarin de wijziging plaatsvindt. Wanneer dit niet kan dan moet de wijziging in ieder geval schriftelijk te worden doorgegeven. Wijzigingen moeten voor de 1e dag van de eerstvolgende maand zijn doorgegeven.
Het college maakt gebruik van haar bevoegdheid verkregen uit artikel 43a van de wet of 15a, eerste lid van de Ioaw om minder gegevens te vragen als na het eindigen van de algemene bijstand binnen twaalf maanden een nieuwe aanvraag wordt gedaan. Voorafgaand aan het gegevensgebruik gaat het college bij een belanghebbende ten minste na of er wijzigingen zijn in de volgende gegevens:
Artikel 6. Ingangsdatum na afwijzing Bbz- of Ioaw/Ioaz
Wanneer overeenkomstig artikel 43 zesde lid van de wet een aanvraag voor een Bbz- of Ioaw/Ioaz-uitkering wordt afgewezen en er alsnog onmiddellijk/ zonder uitstel een bijstandsaanvraag wordt ingediend, dan geldt de datum waarop de belanghebbende zich heeft gemeld voor de Bbz- of Ioaw/Ioaz-uitkering als meldingsdatum voor de bijstandsaanvraag.
Artikel 8. Ingangsdatum normwijziging bij opname in inrichting
In afwijking van het eerste en tweede lid geldt bij gehuwden dat wanneer één van de partners in een inrichting wordt opgenomen de norm wijzigt met ingang van de datum opname. De norm voor beide partners is dan de som van de norm die voor ieder van hen als alleenstaande of alleenstaande ouder zouden gelden.
Artikel 9. Ingangsdatum met terugwerkende kracht wegens individuele omstandigheid
Van individuele omstandigheden zoals bedoeld in het eerste lid is in ieder geval sprake als:
Er omstandigheden zijn die erop wijzen dat het ernstige gevolgen voor de belanghebbende heeft als de bijstand niet wordt toegekend voorafgaand aan de melding. Dit is het geval als de belanghebbende aantoonbaar schulden of betalingsachterstanden heeft gemaakt die betrekking heeft op de periode drie maanden voorafgaand aan de melding.
Als er, zoals bedoeld in artikel 27 van de wet geen woonkosten zijn verschuldigd of er wordt geen woning bewoond, wordt de van toepassing zijnde bijstandsnorm verlaagd met 20% van de gehuwdennorm.
Als er, zoals bedoeld in artikel 28 van de wet, sprake is van een schoolverlater wordt de bijstandsnorm niet verlaagd.
Artikel 12. Het kunnen volgen van onderwijs
Hoofdregel is dat een jongere uitgesloten wordt van het recht op algemene bijstand als er mogelijkheden zijn in het onderwijs en hij kan daarvoor studiefinanciering kan krijgen. Als een jongere geen studiefinanciering kan krijgen, maar hij wel regulier onderwijs kan volgen en dat nalaat wordt hij ook uitgesloten.
Het college kan een uitzondering op de scholingsplicht van het eerste lid maken wanneer een jongere op basis van een individuele afweging geobjectiveerd aantoont dat hij geen regulier onderwijs kan volgen of wanneer dit in redelijkheid (nog) niet gevergd kan worden. Uitzondering is mogelijk als de jongere:
Artikel 13. 18 jaar en kinderbijslag
In het geval een 18-jarige bijstand aanvraagt kunnen de ouders nog kinderbijslag ontvangen. Deze wordt niet als middel zoals bedoeld in artikel 31 van de wet aangemerkt.
Artikel 14. Commerciële relaties
Het eerste lid is alleen van toepassing als er sprake is van een commerciële (onder)huurrelatie of kostgangersrelatie. Hiervan is sprake als:
Kunnen deze bewijsstukken niet overgelegd worden, dan wordt niet aannemelijk geacht dat er een commerciële relatie aanwezig is. Zonder aantoonbaar bewijs wordt uitgegaan van kostendeling.
Artikel 15. Voedingsgeld en was budget in inrichting
Voedingsgeld en was budget wordt als middel in aanmerking genomen als het voedingsgeld en was budget vrijelijk beschikbaar is en er voor het verblijf in de inrichting geen kosten zijn verbonden aan het nuttigen en krijgen van voeding of het laten wassen van het wasgoed.
Artikel 16. Specifieke regels vermogensvaststelling
Bij een wijziging in de gezinssituatie vindt een nieuwe vermogensbepaling plaats. Daarbij geldt de vermogensgrens die van toepassing is in de nieuwe situatie met inachtneming van de op dat moment aanwezige bezittingen en schulden. Tijdens de bijstandsperiode gespaarde gelden blijven bij de wijziging buiten beschouwing.
Een auto en/of motor/scooter/brommer met een (gezamenlijke) dagwaarde van maximaal € 5.000 enerzijds en een boot en/of caravan met een (gezamenlijke) dagwaarde van maximaal € 2.500 anderzijds worden als algemeen gebruikelijke bezittingen in de zin van artikel 34 lid 2 onder a van de wet aangemerkt. Wordt de gezamenlijke waarde overschreden dan wordt het meerdere van de gehele waarde van de gezamenlijke bezittingen als vermogen meegenomen.
Artikel 18. Specifieke regels over inkomen
Een eenmalige gift wordt niet tot de middelen van belanghebbende gerekend als deze bestemd is voor een specifiek doel en vanuit het oogpunt van bijstandsverlening redelijk is en niet meer bedraagt dan het wettelijke vastgestelde bedrag per kalenderjaar zoals omschreven in artikel 31 tweede lid onder m van de wet. Hiertoe wordt in ieder geval gerekend:
Artikel 21. Verantwoordelijkheid inlichtingenverplichting
De belanghebbende is er verantwoordelijk voor om inlichtingen zoals bedoeld in artikel 17 van de wet en bewijsstukken aan te leveren. De verwijtbaarheid ten aanzien van het niet, niet tijdig of onvolledig verstrekken van inlichtingen of aanleveren van bewijsstukken wordt altijd individueel beoordeeld.
Naar aanleiding van de melding bedoeld in het tweede lid onder b wordt achteraf gecontroleerd of de belanghebbende niet langer dan de toegestane verblijfsduur in het buitenland is geweest. De belanghebbende is daarom verplicht vóór de eerste dag van de volgende maand volgend op de maand van terugkeer van het verblijf in het buitenland zijn terugkomst schriftelijk te melden.
Artikel 22. Budgetteringsplicht
Het college kan een budgetteringsplicht opleggen als er sprake is van schulden waardoor de betaling van de maandelijkse vaste lasten in het gedrang kan komen.
Artikel 24. Periode te overleggen bankafschriften tijdens de bijstand
Bij onderzoek naar de rechtmatigheid van een bijstandsuitkering is de hoofdregel dat bankafschriften over een periode van minimaal 3 maanden voorafgaande aan de meldingsdatum worden opgevraagd. Op basis van het doel van het onderzoek kan hiervan (naar boven) worden afgeweken.
Hoofdstuk 5 Bijzondere bijstand
Als de belanghebbende algemene bijstand voor levensonderhoud ontvangt op grond van een krediethypotheek wordt de toegekende bijzondere bijstand ten laste gebracht van de krediethypotheek.
Artikel 32. Draagkrachtperiode
In afwijking van het tweede lid wordt het draagkrachtjaar bij enkel een aanvraag bijzondere bijstand voor bewindvoering- en/of curatele- en/of mentorschapskosten en aanverwante kosten vastgesteld tot en met de laatste dag van het betreffende kalenderjaar, tenzij dit (financiële) nadelige gevolgen heeft.
5.3 Algemene regels medische kosten
Artikel 33. Voorliggende voorziening
De Wlz, Wmo en Zvw en alle overige voorzieningen zijn voor alle medisch noodzakelijke kosten een passende en toereikende voorliggende voorziening en staan in de basis bijstandsverlening in de weg. Dit tenzij er sprake is van een zeer dringende reden zoals bedoeld in artikel 16 van de wet.
Artikel 34. Waar en wanneer medisch advies vragen
Hoofdregel voor een aanvraag bijzondere bijstand voor medische kosten is dat de noodzaak van medische kosten vastgesteld moet worden met een medisch advies van een externe onafhankelijke deskundige. Bij periodieke jaarlijks terugkerende kosten moet bij een eerste beoordeling altijd een medisch advies worden opgevraagd.
De Zvw (met het Besluit Zorgverzekering en de Regeling Zorgverzekering) en de Wlz zijn passende en toereikende voorliggende voorzieningen voor medische behandelingen, zorg, medicijnen en hulpmiddelen (basisverzekering). Een eigen bijdrage die voortvloeit uit een vergoeding vanuit de basisverzekering of uit de Wlz komt voor bijzondere bijstand in aanmerking.
In afwijking van het tweede lid kunnen medische behandelingen, medicijnen en hulpmiddelen die niet (volledig) worden vergoed vanuit een aanvullende zorgverzekering, in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. Dit is mogelijk in de situatie dat:
Dit alleen tot ten hoogste het bedrag dat voor eigen rekening (eigen bijdragen) zou zijn gebleven als hij zich collectief aanvullend verzekerd had bij de door het college gekozen zorgverzekeraar. Dit onder aftrek van de premiebesparing die de belanghebbende heeft door geen of een andere aanvullende verzekering te hebben t.o.v. de premie die geldt voor de aanvullende AV Frieso Compleet. Dit is de zogeheten “rechtsgelijkheidsdrempel”.
5.4 Bijzondere bijstand per kostensoort
Artikel 36. Brillen en contactlenzen
In afwijking van het eerste lid is bijzondere bijstand wel mogelijk als er sprake is van een situatie dat de sterkte van de ogen binnen 3 jaar na aanschaf van de laatste bril of contactlenzen dermate is gewijzigd dat andere glazen/contactlenzen noodzakelijk zijn. Dit moet met een bewijsstuk aangetoond worden.
Artikel 46. Reiskosten bijwonen uitvaart
Er wordt geen bijzondere bijstand voor reiskosten voor het bijwonen van een uitvaart toegekend.
Artikel 47. Reiskosten schoolgaande kinderen
Voor reiskosten van ten laste komende schoolgaande minderjarige kinderen kan bijzondere bijstand worden verleend. Hoofdregel is hierbij dat scholing van ten laste komende kinderen jonger dan 18 jaar altijd noodzakelijk is. In deze gevallen moet beoordeeld worden of de gekozen schoolsoort noodzakelijk is. Voorwaarden zijn:
Artikel 53. Kosten van woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen
In de situatie dat nagelaten is geheel of gedeeltelijk te reserveren of een niet-noodzakelijke lening af te sluiten kan in afwijking van het vijfde lid de aflossingstermijn op maximaal 60 maanden worden gesteld. Dit is afhankelijk van de mate van het ongenoegzaam betoond besef van verantwoordelijkheid.
Voor een noodzakelijke verhuizing waarvoor een lening woninginrichting is verstrekt kan ook een vergoeding voor overige inrichtingskosten worden verstrekt voor niet duurzame gebruikersgoederen. Het gaat om kosten zoals verf, behang en vloerbedekking. Er wordt éénmalig een bedrag van € 500,00 zonder hiervoor een tegenprestatie te vragen verstrekt.
Artikel 54. Eerste maand huur en administratiekosten
In afwijking van het eerste lid kan de eerste maand en administratiekosten als bijzonder noodzakelijk worden aangemerkt en dus voor vergoeding in aanmerking komen. Dit kan wanneer er sprake is van een bijzondere omstandigheid. Uitgangspunt is dat de bijzondere bijstand zonder hiervoor een tegenprestatie te vragen wordt verstrekt. Dit tenzij er sprake is van een situatie zoals omschreven in artikel 48 tweede lid van de wet.
Er wordt bijzondere bijstand tot maximaal € 3.500,00 verstrekt, waarbij de volgende voorwaarden gelden:
De belanghebbende is aantoonbaar verantwoordelijk voor de uitvaart en uitvaartkosten. Dit is het geval indien de belanghebbende de hoedanigheid van erfgenaam heeft aangenomen of als de belanghebbende behoort tot de bloed- en aanverwanten op wie een verhaalsrecht voor deze kosten bestaat op grond van artikel 22 van de Wet op de lijkbezorging;
Artikel 63. Schuldhulpverlening
Voor de kosten van schuldhulpverlening wordt geen bijzondere bijstand verstrekt.
Artikel 66. Kosten kinderopvang
Kinderen in de leeftijd van 0 t/m 4 jaar, die een ontwikkelingsachterstand hebben ontwikkeld of dreigen te ontwikkelen, kunnen via Stichting Scala deelnemen aan een Opstapprogramma. Ouders moeten een eigen bijdrage betalen voor materiaalkosten. Voor inwoners van de gemeente met een inkomen op bijstandsniveau is verstrekking van bijzondere bijstand in de eigen bijdrage mogelijk.
Artikel 68. Reiskosten in verband met omgangsregeling
Voor reiskosten in verband met een omgangsregeling wordt geen bijzondere bijstand verstrekt.
Hoofdstuk 6 Vormen van bijstand
Artikel 70. Aflossing leenbijstand eigen woning
Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot het vestigen van een krediethypotheek als bedoeld in artikel 48 derde lid van de wet. Dit wanneer bijstand in de vorm van een geldlening wordt verstrekt vanwege overwaarde in de eigen woning als bedoeld in artikel 50 van de wet. Belanghebbende is verplicht mee te werken aan het vestigen van een krediethypotheek.
Als binnen een periode van twee jaar na beëindiging van een bijstandsuitkering in de vorm van een geldlening opnieuw recht op bijstand ontstaat, wordt deze verstrekt met toepassing van de laatst vastgestelde waarde van de woning en de laatst gevestigde krediethypotheek. Ook wordt er pas een nieuwe geldlening/ krediethypotheek afgesloten als er minimaal € 10.000,00 aan nieuw vermogen is ontstaan in de woning.
Artikel 71. Aflossing leenbijstand vanwege op korte termijn beschikbare middelen
In afwijking van derde lid voert het college op verzoek van belanghebbende een berekening uit volgens artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering om de beslagvrije voet te bepalen. Het college past de hoogte van het verrekende bedrag aan met ingang van de eerste dag van de maand die volgt op die van de beschikking.
Artikel 72. Aflossing leenbijstand tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot het verlenen van bijstand in de vorm van een lening als bedoeld in artikel 48 tweede lid van de wet. Dit wanneer er sprake is van tekortschietend besef voor de voorzieningen van het bestaan. De lening wordt direct opeisbaar als de bijstandsuitkering wordt beëindigd of de leenbijstand wordt omgezet in bijstand ‘om niet’.
Als belanghebbende onvoldoende middelen heeft om de lening ineens af te lossen dan wordt overgegaan op maandelijkse aflossing. Dit met inachtneming van het derde en vierde lid en vanaf het moment dat de lening is verstrekt of vindt aflossing plaats vanaf de eerste maand nadat de lening opeisbaar is geworden.
Artikel 74. Aflossing meerdere geldleningen of betalingsnood
In individuele gevallen moet beoordeeld worden of de nieuwe lening zoals bedoeld in het derde lid achtergesteld wordt of dat de nieuwe lening bijvoorbeeld wordt vastgesteld door het restbedrag van de bestaande lening en het bedrag van de nieuwe lening bij elkaar op te tellen en er een nieuwe lening periode vastgesteld wordt.
Als er sprake is van noodzakelijk te achten extra financiële lasten of de belanghebbende niet in staat is om de aflossingsverplichtingen na te komen kan op individuele gronden de hoogte van het aflossingsbedrag worden gematigd en de looptijd verlengd worden. Dit met als doel belanghebbende tegemoet te komen in zijn of haar betalingsverplichtingen.
Artikel 75. Bijstand in Natura
Er kan in uitzonderlijke gevallen bijstand in natura verstrekt worden als en zolang er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat belanghebbende niet in staat is tot een verantwoorde besteding van zijn bestaansmiddelen en de andere vormen van bijstand geen oplossing bieden.
Artikel 77. Uitbetaling algemene bijstand
De algemene bijstand wordt achteraf uitbetaald op uiterlijk de 5e van de maand volgend op de maand waarop de bijstand betrekking heeft. Dit tenzij het recht op bijstand niet vastgesteld kan worden.
Artikel 79. Voorschotten tijdens de bijstandsaanvraag
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-189729.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.