Gemeenteblad van Arnhem
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Arnhem | Gemeenteblad 2026, 18660 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Arnhem | Gemeenteblad 2026, 18660 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling Impulsregeling Cultuur Arnhem 2026 t/m 2028
HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN ARNHEM;
Gelet op artikel 4:23 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 Algemene subsidieverordening Arnhem 2016;
Gezien ‘Standplaats Arnhem: Uitgangspuntennota Cultuurbeleid 2025 -2028’;
BESLUIT: vast te stellen: Subsidieregeling Impulsregeling Cultuur Arnhem 2026 t/m 2028
Deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 4 genoemde activiteiten.
Artikel 3. Doel van de regeling
Een van de uitgangspunten van het huidige Arnhemse cultuurbeleid, is dat in Arnhem professionele makers (van startend, via mid-career, naar end-career) kunnen werken vanuit artistieke vrijheid. Het geven van ruimte aan onderzoek, verdieping, reflectie en experiment leidt tot vernieuwing binnen en tussen de disciplines en verrijkt zo het aanbod in de stad, en zorgt voor dynamiek in de Arnhemse kunst- en cultuursector. Deze regeling draagt daaraan bij door relatief nieuwe cultuurorganisaties die zich richten op het ondersteunen van beginnende makers bij de professionalisering van hun beroepspraktijk de mogelijkheid te bieden hun activiteiten verder te ontplooien en zich verder te ontwikkelen en te professionaliseren op zakelijk vlak.
Artikel 8 Hoogte van de subsidie
De gevraagde subsidie bedraagt per aanvrager ten minste € 20.000 per jaar en maximaal € 35.000 per jaar. Onderdeel hiervan zijn de kosten voor eventuele ontwikkelactiviteiten: deze bedragen maximaal 12,5% van de totaal aan te vragen subsidie. Dit betekent dat voor een periode van 3 jaar per aanvrager maximaal € 105.000,-- aan subsidie kan worden verstrekt.
De subsidieverstrekking kan naast de in artikel 4:25 en 4:35 van de Awb en artikel 10 van de Asv genoemde gevallen in ieder geval geweigerd worden indien:
Op basis van een verleende subsidie kan door het college een voorschot van maximaal € 35.000,-- per jaar worden verstrekt.
Artikel 15 Eindverantwoording van verleende subsidie
De eindverantwoording van op grond van deze regeling verleende subsidie vindt plaats conform het bepaalde in de artikelen 14 tot en met 16 van de Asv.
Het cultuurbeleid van de gemeente Arnhem ‘Standplaats Arnhem: Uitgangspuntennota Cultuurbeleid 2025 – 2028' is gericht op de versterking van het maakklimaat in de stad. Een cultuurbeleid bezien vanuit het standpunt en belang van culturele en creatieve makers. Een belang als individu, als collectief en werkend in een keten. Als student, jong talent en gevestigd maker. Een beleid dat oog heeft voor wat een maker nodig heeft, zoals waar mogelijk toegang tot en verbinding met de topinstellingen en tegelijk mogelijkheden om een eigen publiek te bereiken. Een beleid dat inzet op ontwikkelruimte, zowel in financiële zin als in ruimtelijke zin, als in coachende en begeleidende zin. Een beleid dat daarmee ook smoel, karakter, identiteit en profiel geeft aan Arnhem als culturele stad. Namelijk een stad waar in relatieve rust en luwte ruimte wordt geboden aan experiment en ontwikkeling, maar waar tegelijk vernieuwing centraal staat en spannende en nog onbekende kunst en cultuur getoond en gepresenteerd wordt. Een stad ook waar de bijkomende grootstedelijke dynamiek en problematiek kunst maatschappelijke betekenis geeft. En waar de verbeeldings- en ontwerpkracht van makers bijdraagt aan opgaven van de stad.
Deze subsidieregeling beoogt de ontwikkeling en professionalisering van relatief nieuwe cultuurorganisaties die zich richten op het ondersteunen van beginnende makers bij de professionalisering van hun beroepspraktijk te stimuleren. Onderdeel daarvan is de mogelijkheid van bekostiging in de begeleiding van de ontwikkeling van de eigen organisatie. De regeling voorziet voor een periode van drie jaar in ondersteuning van een activiteitenprogramma, overheadkosten en ontwikkelkosten, zoals coaching of training.
De waarde van de activiteiten wordt zichtbaar in een programma dat beginnende makers in Arnhem bij de ontwikkeling van hun beroepspraktijk ondersteunt. Dit kunnen makers zijn uit alle genres (zoals theater, dans, (pop)muziek, spoken word, The Culture, beeldende kunst, letteren, e-cultuur, design en mode, architectuur) en cross-overs.
Een ambtelijke adviescommissie beoordeelt de aanvragen. Een extern adviseur kan onderdeel uitmaken van de commissie.
Artikel 4 Subsidiabele activiteiten
Onder ‘activiteitenprogramma’ wordt gerekend het geheel aan activiteiten dat de aanvrager onderneemt om beginnende makers te ondersteunen bij de professionalisering van de beroepspraktijk. Dat kunnen programma's zijn gericht op kennisdeling, netwerkvorming en talentontwikkeling, maar ook het aanbieden van residenties of een presentatieplek.
Onder ‘ontwikkelactiviteiten’ worden gerekend activiteiten die bewust worden aangegaan met als doel dat de aanvrager zich op zakelijk en professioneel kan ontwikkelen om zo de continuïteit van de organisatie te verbeteren. Dat kan zijn het inschakelen van een coach of mentor, het volgen van trainingen of cursussen of het anderszins actief inzetten van tijd en middelen ten behoeve van de ontwikkeling van de aanvrager. De aanvrager dient aan te tonen op welke wijze de ontwikkelactiviteiten bijdragen aan het doel.
De activiteiten van de aanvrager dragen bij aan de beleidsspeerpunten van het college voor de periode 2025 t/m 2028 op het gebied van het beter faciliteren van makers. De inzet is gericht op het versterken van de hele keten van het creatieve en culturele makerschap: van jong tot oud, van amateur tot professional, van geschoold tot autodidact en van populair tot experimenteel. Arnhem wil een stad zijn die haar makers optimaal faciliteert en in de spotlight zet. Een stad waar makers zich thuis voelen omdat ze kunnen maken wat ze willen maken. Deze artistieke vrijheid is een krachtige en nodige bron van blijvende vernieuwing in de kunst en cultuur. Het maakt het aanbod in de stad interessant, verrassend en bijzonder. Voor inwoners en bezoekers. We hebben onze makers nodig omdat ze bijdragen aan de ontwikkeling van de stad, de leefbaarheid in de stad en daarmee aan het geluk van de Arnhemmers. Hun verbeeldings- en zeggingskracht is onmisbaar bij het vormgeven van de toekomst van onze stad. Zij maken de stad.
Aanvragende organisaties bestaan volgens de statuten maximaal acht jaar of zijn maximaal acht jaar actief in Arnhem op de datum van indiening van de subsidieaanvraag. De regeling beoogt de ontwikkeling en professionalisering van relatief nieuwe cultuurorganisaties die zich richten op het ondersteunen van beginnende makers bij de professionalisering van hun beroepspraktijk te stimuleren. Onder ‘aantoonbaar actief’ wordt verstaan dat van eerder gepresenteerde of ontwikkelde activiteiten beeld- en of promotiemateriaal voorhanden en opvraagbaar is.
Artikel 6 Eisen aan de aanvraag
Bij de beoordeling wordt uitgegaan van de in de aanvraag vermelde informatie. De aanvrager is verantwoordelijk voor de volledigheid, de relevantie en de juistheid van de in de aanvraag verstrekte gegevens. De aanvrager kan er niet vanuit gaan dat kennis wordt genomen van alle informatie op door hem/haar in de aanvraag vermelde websites.
Een meerjarenplan is een plan dat voor de periode 2026 –2028 uitvoerig aandacht geeft aan de meerjarige ontwikkeling van de organisatie en haar activiteiten. Het bevat een beschrijving van de missie, visie, doelstelling, doelgroep, activiteit(en), planning, financiën, organisatie en communicatie.
De bijdrage van activiteiten aan de beleidsspeerpunten van de gemeente op het gebied van het faciliteren van creatieve en culturele makers dient helder te worden toegelicht en beargumenteerd.
In het meerjarenplan geeft de aanvrager voor de ontwikkelactiviteiten aan op welke manier een coach of extern adviseur wordt betrokken bij de verdere professionalisering op zakelijk vlak, en welke afspraken zijn gemaakt.
Een aanvraag dient een sluitende en goed gespecificeerde begroting te bevatten, voorzien van een dekkingsplan, inclusief een opgave van de aanvragen die bij derden zijn ingediend voor een subsidie, eventuele sponsoring door derden of overige vergoedingen voor dezelfde activiteiten. Bij deze posten dient vermeld te worden welke bedragen reeds zijn toegezegd en welke nog in aanvraag zijn. De aanvrager vermeldt in de begroting expliciet de kosten die gemaakt worden voor de ontwikkelactiviteiten, met name die voor de coach of extern adviseur. Deze bedragen maximaal 12,5% van de totale subsidieaanvraag.
De culturele sector heeft drie codes ontwikkeld voor een gezonde en veerkrachtige sector: de Governance Code Cultuur, de Code Diversiteit & Inclusie en de Fair Practice Code. Aanvragers dienen in de aanvraag kenbaar te maken hoe ze deze codes op dit moment toepassen, welke stappen ze ondernemen en op welke wijze ze dat vertalen in bedrijfsvoering of activiteiten volgens het principe ‘pas toe en leg uit’.
Artikel 7. Subsidiabele kosten
De kosten moeten redelijkerwijze in verhouding staan tot de gerelateerde activiteiten en gestelde doelen en congruent met het meerjarenplan. De gemeente draagt met deze subsidie bij aan de totale exploitatie van de praktijk van de aanvrager inclusief personeelskosten, huisvestingslasten, kosten voor activiteiten en meer specifiek de kosten die gemaakt worden om ontwikkelactiviteiten te bekostigen.
Artikel 10 Wijze van beoordeling en verdeling
Bij de beoordeling van aanvragen worden de volgende criteria gehanteerd:
Kwaliteit van het activiteitenprogramma: de inhoudelijke kwaliteit van het aangeboden programma wordt gerelateerd aan de wijze waarop de activiteiten van de instelling ondersteunend zijn aan het veld. Onderdeel daarvan is de weging hoe de ondersteunende activiteiten gemotiveerd aansluiten op de behoeften uit het veld, en de breedte en diversiteit daarvan. Daarbij wordt ook gewogen in hoeverre de instelling inspeelt op het veranderende culturele veld.
De mate van haalbaarheid van het plan, de professionaliteit van de aanvrager en de financiële onderbouwing. Hierbij gaat het om de professionaliteit en capaciteit van de aanvrager in relatie tot de activiteiten die zij wil uitvoeren. Geeft de aanvrager het vertrouwen dat zij de beschreven activiteiten professioneel, realistisch en geloofwaardig kan organiseren en toont zij hierin voldoende ambitie? Het gaat niet uitsluitend om bewezen kwaliteit van professionaliteit, voortkomend uit eerder opgedane ervaring, maar ook om potentiële kwaliteit, afhankelijk van de positie die een aanvrager in het veld inneemt.
Beoordeeld worden de kwaliteit van de bedrijfsvoering, de balans tussen kosten en opbrengsten, de mate waarin op aantoonbare wijze wordt gestreefd naar cofinanciering en/of aanvullende inkomsten.
De bijdrage aan het in de Uitgangspuntennota opgenomen doel ‘het beter faciliteren van makers’: De activiteiten zijn van toegevoegde waarde op het bestaande ondersteunende aanbod voor makers in de stad; zij dragen bij aan de verdere professionalisering van hun beroepspraktijk. Van organisaties wordt verwacht dat zij zich met hun activiteiten blijven ontwikkelen en daarmee actueel en relevant blijven. De aanvrager dient aan te geven hoe de activiteiten zich aantoonbaar verhouden tot de lokale omgeving en het lokale aanbod. Beoordeeld wordt op welke wijze een bijdrage geleverd wordt.
Niet alle criteria wegen even zwaar bij de beoordeling van een aanvraag. Om deze nuance aan te brengen, krijgen de criteria een wegingsfactor mee. De beoordeling bestaat ten eerste uit het toekennen van een aantal punten (steeds maximaal 10 per criterium), dat vervolgens vermenigvuldigd wordt met de factor die voor dat criterium staat (van 2 tot maximaal 10).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-18660.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.