Gemeenteblad van Westervoort
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Westervoort | Gemeenteblad 2026, 186413 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Westervoort | Gemeenteblad 2026, 186413 | beleidsregel |
Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Westervoort 2026
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Alle begrippen die niet zijn uitgelegd hebben dezelfde betekenis als de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Artikel 8 Draagkracht uit inkomen
De volgende inkomsten worden niet tot de draagkracht uit inkomen gerekend:
De kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a van de wet, wordt buiten beschouwing gelaten. Voor de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 22a lid 3 van de wet moet als de kostdelersnorm van toepassing is, worden gelezen: de norm die van toepassing zou zijn geweest als de kostdelersnorm niet geldt;
De vaststellingsperiode van het inkomen wordt als volgt bepaald;
Bij zelfstandig ondernemers wordt de draagkracht berekend op basis van het inkomen over het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag. Basis hiervoor is in beginsel de (voorlopige) aanslag over dat jaar en secundair de belastingaangifte. Wijkt de draagkracht van de zelfstandige op moment van de aanvraag substantieel af (20 procent of meer], dan wordt de draagkracht van de zelfstandige in afwijking van de eerste volzin vastgesteld op basis van de gegevens die bekend zijn over het inkomen op moment van de aanvraag of de laatste 6 maanden voorafgaand aan de aanvraag. Basis hiervoor is de laatste kwartaalaangifte/BTW aangifte die is gedaan.
De draagkracht wordt in beginsel telkens voor een periode van 12 maanden, beginnende op de eerste dag van de maand waarin de kosten gemaakt zijn. Voor personen die algemene bijstand, AOW (inclusief AIO), IOAW, IAZ of WAJONG ontvangen geldt dat de draagkrachtperiode gelijk is aan de periode dat de uitkering wordt ontvangen.
Artikel 12 Brillen en contactlenzen
Er wordt geen bijzondere bijstand verstrekt voor kosten van bijzondere voorzieningen zoals multifocale contactlenzen, meekleurende of ontspiegelde glazen, sportmonturen, zonnebrillen op sterkte of monturen ontworpen met unieke eigenschappen (comfortabelere pasvorm, extra flexibele of sterke materialen).
De hoogte van de te verstrekken bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen en stofferingskosten wordt bepaald aan de hand van de richtprijzen zoals die zijn vermeld in de Nibud prijzengids, waarbij in beginsel wordt uitgegaan van maximaal 60% van de genoemde bedragen omdat belanghebbende de goederen tweedehands aan moet kunnen schaffen.
Artikel 28 Woonkostentoeslag huurders
Wanneer de woonkosten hoger zijn dan de rekenhuur waarvoor maximale huurtoeslag kan worden ontvangen, kan er op grond van individuele omstandigheden (aanvullende) woonkostentoeslag worden verstrekt. De hoogte van deze toeslag wordt bepaald door de woonkosten te verminderen met de maximale huurtoeslag waarop de belanghebbende aanspraak zou kunnen maken.
Artikel 29 Woonkostentoeslag eigenaren
Er kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de woonkosten van een eigen en zelf bewoonde woning wanneer er sprake is van een scherpe inkomensdaling en daardoor de vaste woonlasten voor de eigen woning niet meer kunnen worden voldaan. De volgende woonkosten komen voor deze woonkostentoeslag in aanmerking:
In afwijking van de vorige leden kan er, wanneer de woonkosten hoger zijn dan de maximale huurgrens in de Wet op de huurtoeslag, op grond van individuele omstandigheden een (aanvullende) woonkostentoeslag worden verstrekt, waarbij de hoogte hiervan wordt bepaald aan de hand van de woonkosten minus de maximale huurtoeslag die verschuldigd zou zijn bij een huur gelijk aan de maximale huurgrens.
Nadat de verkoopovereenkomst is gesloten, moet belanghebbende in ieder geval:
In de resterende periode van bijstandsverlening in de vorm van een woonkostentoeslag aantoonbare activiteiten (minimaal twee reacties per maand op passende woningen bij een woningbouwvereniging of op de particuliere markt) verrichten die gericht zijn op het vinden en accepteren van een passende woning of woonruimte.
Artikel 35 Toepassing hardheidsclausule
Er kan, in afwijking van het bepaalde in deze beleidsregels, bijzondere bijstand worden verstrekt wanneer sprake is van niet voorzienbare, zeer dringende redenen die maken dat strikte toepassing van deze regels zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard of tot disproportionele gevolgen voor de belanghebbende. Onder zeer dringende redenen wordt in ieder geval verstaan:
Artikel 36 Citeertitel en inwerkingtreding
Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregels wordt de ‘Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westervoort houdende regels omtrent bijzondere bijstand Beleidsregels Bijzondere Bijstand 2018’ ingetrokken.
[Artikel 39, lid 3 bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregels wordt de ‘Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westervoort houdende regels omtrent bijzondere bijstand Beleidsregels Bijzondere Bijstand 2019’ ingetrokken.]
Toelichting Beleidsregels Bijzondere bijstand 2026
Inleiding en doel van de toelichting
Deze toelichting verduidelijkt de beleidsregels voor bijzondere bijstand 2026. Het doel is om inzicht te geven in de achterliggende afwegingen, begrippen en toepassing van de regels. De toelichting ondersteunt consulenten en ketenpartners bij een zorgvuldige, eenduidige beoordeling van aanvragen en borgt dat beslissingen aansluiten bij zowel de Participatiewet als gemeentelijke beleidsdoelen.
Bijzondere bijstand kan worden verstrekt wanneer inwoners noodzakelijke kosten hebben die voortkomen uit bijzondere, individuele omstandigheden. Deze kosten kunnen redelijkerwijs niet worden betaald uit het inkomen of vermogen. De Participatiewet vormt het juridische kader, waarbij onder meer artikel 35 Pw en artikel 15 Pw richting geven aan de beoordeling.
De hoogte van de bijzondere bijstand bedraagt niet meer dan de kosten van de goedkoopste adequate voorziening, tenzij deze beleidsregels anders bepalen. De hoogte van de bijzondere noodzakelijke kosten wordt bepaald aan de hand van de Nibudprijzengids, de dieetlijst van de Belastingdienst en/of de GMD-lijst voor was- en slijtagekosten. Dit betekent dat de werkelijke kosten worden vergoed tot een maximum zoals genoemd in de Nibud-prijzengids, de dieetlijst van de Belastingdienst of de GMD lijst voor was- en slijtagekosten.
De ingangsdatum en einddatum van het schuldhulpverleningstraject wordt gesteld op respectievelijk de datum dat een toekenningsbeschikking en beëindigingsbeschikking door schuldhulpverlening is afgegeven of gerechtelijke uitspraak is gedaan.
Wat betekent het krijgen van een gift in het kader van de Participatiewet in Balans?
Een gift is iets wat de inwoner gratis krijgt. Dit kan geld zijn of spullen, of iemand die een deel van de kosten betaalt. Bijvoorbeeld de ziektekostenverzekering. De inwoner krijgt de gift van iemand of van een organisatie De inwoner hoeft er niets voor te doen, en hoeft het ook niet terug te betalen.
De inwoner mag per jaar (januari tot en met december) € 1.200,- aan giften ontvangen en moet zelf bijhouden welke giften zijn ontvangen.
Dit zijn bijvoorbeeld geen giften:
Artikel 8 Draagkracht uit inkomen
Dit artikel regelt hoe de gemeente bepaalt welk deel van het inkomen van een aanvrager wordt meegenomen als draagkracht bij het beoordelen van aanvragen om bijzondere bijstand. Uitgangspunt hierbij is dat inwoners met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm geen draagkracht hebben. Pas het inkomen boven deze grens kan worden ingezet voor kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd.
Voor het bepalen van het inkomen wordt de Participatiewet geveolgd. Dit zorgt voor uniformiteit: dezelfde inkomenscomponenten worden meegenomen als bij reguliere bijstandsverlening.
Voor zelfstandig ondernemers geldt het Bbz 2004, omdat hun inkomenspositie sterk kan verschillen van loonvormende inkomens en jaarlijks wordt beoordeeld.
Inkomsten die wel worden meegerekend
Het deel van het inkomen boven 110% van de norm wordt naar draagkracht benut. Door twee percentages (15% en 30%) te hanteren, wordt een geleidelijke opbouw gecreëerd die proportionaliteit waarborgt: wie meer kan dragen, draagt ook meer bij.
Bij woonkostentoeslag wordt 100% van het meerdere boven de norm ingezet. Dit komt doordat woonkostentoeslag een vorm van tijdelijke aanvulling is om woonsituaties te stabiliseren, en van de aanvrager maximale inzet van eigen middelen mag worden verwacht.
Stabiele of wisselende inkomens
Omdat financiële situaties kunnen wisselen, kijkt de gemeente bij stabiele inkomens naar het actuele inkomen.
Bij wisselende of onregelmatige inkomens (zoals oproepkrachten of mensen met wisselende uren) wordt een gemiddeld inkomen over zes maanden gebruikt. Dat geeft een realistischer beeld van de echte bestedingsruimte.
Voor ondernemers wordt een jaarinkomen gebruikt, omdat dit bij uitstek geschikt is om schommelingen door seizoensinvloeden of variabele omzet te middelen.
De gemeente telt bepaalde inkomsten niet mee bij de draagkracht. Dit volgt uit wettelijke uitzonderingen of beleidsmatige keuzes.
Wanneer iemand geen woonlasten betaalt omdat een derde deze kosten draagt, wordt de bijstandsnorm verlaagd. Dit volgt uit artikel 27 Pw, dat bepaalt dat bij lagere bestaanskosten een verlaging passend is. De verlaging is gesteld op 10% van de gehuwdennorm inclusief vakantiegeld, een landelijk gangbare invulling bij kosteloze bewoning.
Artikel 10: Draagkrachtperiode
Artikel 11 Toelichting: adequaat verzekeren bij medische kosten
Bij de beoordeling van aanvragen om bijzondere bijstand voor medische kosten wordt beoordeeld of sprake is van een toereikende en passende voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 15 van de Participatiewet.
Onder adequaat verzekeren wordt verstaan:
het beschikken over, dan wel redelijkerwijs kunnen beschikken over, een gangbare aanvullende zorgverzekering die, gelet op de premie en de dekking, algemeen toegankelijk is en een gebruikelijke vergoeding biedt voor de betreffende kostensoort.
De hieronder opgenomen vergoedingen gelden als beleidsmatig referentiekader bij de beoordeling van bijzondere bijstand, ongeacht of belanghebbende feitelijk aanvullend verzekerd is.
Objectieve vaststelling van de medische noodzaak
Het college stelt medische noodzakelijkheid objectief vast. Het college kan, indien twijfel bestaat over de medische noodzaak, een extern medisch advies opvragen. Belanghebbende verleent hieraan de noodzakelijke medewerking.
De aanvrager is verplicht medewerking te verlenen aan:
Toetsing aan voorliggende voorzieningen
Medische kosten vallen in beginsel onder de Zorgverzekeringswet of andere voorliggende wettelijke regelingen.
Bijzondere bijstand wordt alleen verstrekt voor kosten die redelijkerwijs niet via een voorliggende voorziening kunnen worden vergoed.
Hiermee volgt het college de kaders zoals die zijn opgenomen in gemeentelijke beleidsregels waarbij medische kosten worden gezien als kosten die normaliter via de Zvw worden gedekt.
Noodzaakstoets in het individuele geval
Het college beoordeelt of de kosten in het individuele geval noodzakelijk zijn, aan de hand van criteria zoals:
Bijzondere individuele omstandigheden
Medische kosten komen slechts voor bijstand in aanmerking indien zij voortvloeien uit bijzondere individuele omstandigheden die kosten onvermijdelijk maken.
De medische noodzakelijkheid wordt schriftelijk vastgelegd in het besluit op de aanvraag.
Daarbij worden ten minste opgenomen:
Hierbij wordt aangesloten bij de werkwijze vanuit de Wmo. Stichting SAP voert medische advies uit op aanvraag voor de gemeente. Hiervoor kan een aanvraag bij hen worden ingediend.
Er wordt geen bijzondere bijstand verleend voor kosten vanwege het niet verschijnen op de afspraak zonder voorafgaande tijdige annulering (no show). Er wordt immers alleen bijzondere bijstand toegekend voor geïndiceerde zorg.
Artikel 12 Brillen en contactlenzen
Adequaat verzekeren wordt geacht aanwezig te zijn indien wordt uitgegaan van:
Bij de beoordeling wordt ervan uitgegaan dat vervanging uitsluitend noodzakelijk is bij een medisch vastgestelde wijziging van de oogsterkte. Kosten boven het genoemde bedrag worden aangemerkt als niet noodzakelijk.
Adequaat verzekeren wordt geacht aanwezig te zijn indien wordt uitgegaan van:
De Zorgverzekeringswet wordt aangemerkt als voorliggende voorziening. Meerkosten die samenhangen met keuze voor een luxer of technisch geavanceerder toestel worden niet als noodzakelijk beschouwd.
Dieetkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen indien sprake is van een medische indicatie en een structurele noodzaak. Kosten die behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan worden niet vergoed.
Onder dieetkosten worden de meerkosten ten opzichte van de kosten van normale gezonde voeding verstaan, die voortvloeien uit het volgen van een medisch noodzakelijk dieet. Met de term voedingssupplementen worden diverse pillen, tabletten, capsules, druppels en poeders aangeduid die als aanvulling op de dagelijkse voeding bedoeld zijn. Dit dient te worden vastgesteld door een medisch specialist. Ten slotte moet er sprake zijn van feitelijke meerkosten ten opzichte van de referentievoeding. Tevens geldt dat moet worden aangetoond dat de betreffende kosten niet door de (aanvullende) ziektekostenverzekering worden vergoed.
Artikel 15 Tandheelkundige hulp (volwassenen)
Adequaat verzekeren wordt geacht aanwezig te zijn indien wordt uitgegaan van:
Hogere vergoedingen worden beschouwd als bovenmatig. Kosten boven dit bedrag komen slechts voor bijzondere bijstand in aanmerking indien sprake is van aantoonbare medische noodzaak en bijzondere omstandigheden.
No-show en bleken worden niet vergoed. Hiermee wordt aangesloten bij de werkwijze van de zorgverzekeraars. Verder wordt alles vergoed en komt alle verrichtingen voor bijzondere bijstand in aanmerking tot het maximale bedrag.
Adequaat verzekeren wordt geacht aanwezig te zijn indien wordt uitgegaan van:
Orthodontische zorg wordt aangemerkt als voorzienbaar. Kosten boven dit bedrag worden niet als noodzakelijk beschouwd, tenzij sprake is van bijzondere medische omstandigheden.
Indien belanghebbende geen aanvullende verzekering heeft afgesloten, dan wel een aanvullende verzekering heeft met een lagere dekking, wordt bij de beoordeling van de aanvraag om bijzondere bijstand uitgegaan van het bedrag dat op grond van een adequate aanvullende verzekering redelijkerwijs vergoed zou zijn.
Artikel 17 Eigen bijdrage voor kraamzorg
Er wordt bijzondere bijstand worden verstrekt voor de wettelijke eigen bijdrage voor kraamzorg tot een maximum van € 200,00 per kalenderjaar.
Artikel 19 Pedicure- en manicurekosten
Adequaat verzekeren wordt geacht aanwezig te zijn indien wordt uitgegaan van:
Alleen medisch noodzakelijke voetverzorging wordt in aanmerking genomen. Kosten van cosmetische aard worden niet als noodzakelijk aangemerkt.
Artikel 21 Vergoeding reiskosten medische behandeling
Voor de vergoeding van reiskosten die worden gemaakt in verband met medische behandelingen of het bezoek aan een revalidatiecentrum, hanteert de gemeente het uitgangspunt dat deze kosten alleen voor bijzondere bijstand in aanmerking komen wanneer zij noodzakelijk, niet te vermijden en niet vergoed door een voorliggende voorziening (zoals de zorgverzekering) zijn. Dit volgt uit de Participatiewet en de algemene uitvoeringspraktijk van gemeenten.
Reiskosten kunnen worden vergoed wanneer:
Gebruik van de Belastingdienstrichtlijnen
Om de hoogte van de te vergoeden reiskosten op een consistente en objectieve wijze vast te stellen, sluit de gemeente aan bij de reiskostenvergoedingsrichtlijnen van de Belastingdienst. Deze richtlijnen bepalen jaarlijks het maximale bedrag dat onbelast per kilometer mag worden vergoed.
De Belastingdienst stelt voor de jaren 2025 en 2026 het bedrag voor de onbelaste kilometervergoeding vast op € 0,23 per kilometer. Dit tarief geldt voor alle vormen van eigen vervoer, waaronder auto, motor, scooter en fiets. Het tarief is gebaseerd op een gemiddelde van de kosten die samenhangen met het gebruik en onderhoud van een voertuig, zoals brandstof, verzekering, afschrijving en reparaties.
Artikel 22 Reiskosten ziekenbezoek
In geval belanghebbende als gevolg van een beperking, chronisch psychisch probleem of psychosociaal probleem niet voldoende zelfredzaam is om naar het bestaat er mogelijk recht op Wmo vervoersvoorziening. In geval hierop recht bestaat, geldt deze voorziening als een voorliggende voorziening.
In dit artikel worden verstaan onder:
De in het eerste lid genoemde categorie belanghebbenden zijn in ieder geval zij die (recentelijk) de opvang in een asielzoekerscentrum (hebben) verlaten om zich in de gemeente te huisvesten.
Er kunnen voor de 60% van de Nibud prijzengids ook tweedehands goederen aangeschaft worden.
Dit zijn mensen of instanties in de directe omgeving van de belanghebbende die ondersteuning kunnen bieden, zoals:
Het gaat om hulp die redelijkerwijs verwacht mag worden, bijvoorbeeld bij het regelen van vervoer of hulp bij verhuizen.
Als een eigen netwerk en zelfredzaamheid ontbreekt, kunnen de werkelijke kosten van een verhuizer worden vergoed tot een maximum van €1000,00.
De mate waarin iemand in staat is om zelfstandig praktische zaken te regelen, zoals:
Artikel 26 Eerste huur, administratiekosten en waarborgsom
Lid 1 onder c: onder een onveilige situatie verstaan we omstandigheden waarin het verblijf in de huidige woning een ernstig risico vormt voor de veiligheid of gezondheid van de belanghebbende of diens gezinsleden. Dit kan bijvoorbeeld zijn:
Het uitgangspunt is dat de verhuizing noodzakelijk is om de veiligheid en het welzijn van de belanghebbende te waarborgen. De noodzaak moet aantoonbaar zijn, bijvoorbeeld door een melding bij politie, Veilig Thuis of een hulpverleningsinstantie.
Artikel 27 Vaste lasten kort gedetineerden
Lid 2 onder d: de gedetineerde geen andere mogelijkheden heeft om de kosten te beperken, zoals:
Artikel 28 Woonkostentoeslag huurders
Dit kan zich onder meer voordoen bij belanghebbenden die op grond van hun leeftijd, verblijfstatus of woonvorm geen recht hebben op huurtoeslag, of bij belanghebbenden die worden geconfronteerd met een plotselinge en aanzienlijke inkomensdaling waardoor zij de vaste woonlasten niet langer kunnen voldoen.
Artikel 29 Woonkostentoeslag eigenaren
Dit kan zijn omdat de hypotheek (en eventuele verplichte aflossing dan wel verzekering) berekend zijn op een hoger inkomen per maand en niet passen bij een bijstandsnorm. Om te voorkomen dat belanghebbende noodgedwongen het huis moet verlaten, kan het college ervoor kiezen bijstand te verlenen. Let op belangenafweging, met name mbt lid 3.
Artikel 30 Kosten rechtsbijstand
Aan de bijstand kunnen verplichtingen worden verbonden, zoals het overleggen van betalingsbewijzen en, indien van toepassing, een rechterlijk vonnis.
Artikel 31 Kosten bewindvoering, mentorschap en curatele
Indien belanghebbende gebruik maakt van een schuldenregeling (MSNP) en er is in het VTLB rekening gehouden met de kosten van het bewind dan is voor deze kosten geen bijzondere bijstand mogelijk.
De Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren met vastgestelde bedragen wordt al toereikend gezien. Andere kosten worden als algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Hier kan alleen in zeer bijzondere situaties van worden afgeweken.
Artikel 35 Toepassing hardheidsclausule
De hardheidsclausule biedt het college de mogelijkheid om af te wijken van deze beleidsregels wanneer toepassing ervan in een individueel geval tot onredelijke of onevenredige gevolgen zou leiden. Deze clausule sluit aan bij de klassieke hardheidsclausule zoals beschreven in Aanwijzing 5.25 van de Aanwijzingen voor de regelgeving, waarin wordt aangegeven dat afwijking mogelijk moet zijn in niet precies te voorziene gevallen en wanneer strikte toepassing leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
Daarnaast sluit deze bepaling aan bij artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (de inherente afwijkingsbevoegdheid), dat bepaalt dat een bestuursorgaan van beleid moet afwijken wanneer toepassing daarvan in het individuele geval onevenredig is in verhouding tot de doelen van het beleid. In de praktijk betekent dit dat het college per situatie beoordeelt of er sprake is van bijzondere omstandigheden die niet zijn verdisconteerd in het beleid.
Onder “zeer dringende redenen” vallen omstandigheden waarin de gevolgen van het weigeren van bijstand duidelijk buitenproportioneel zijn of tot een ongerechtvaardigde noodsituatie zouden leiden. Het kan hierbij gaan om acute financiële nood, bijzondere medische of sociale omstandigheden, of situaties waarin toepassing van het beleid evident onbillijk uitpakt. Deze bepaling is nadrukkelijk bedoeld voor uitzonderlijke gevallen waarvoor het bestaande beleid geen oplossing biedt, en mag niet worden gebruikt om structureel van de beleidsregels af te wijken.
Door deze hardheidsclausule op te nemen wordt zowel recht gedaan aan de menselijke maat, zoals nagestreefd binnen de Participatiewet, als aan de rechtszekerheid en zorgvuldigheid richting inwoners.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-186413.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.